Verwarde man, verwarde krant – Trouw, de historiciteit van Jezus en het ethos van de journalist

door Jan Dirk Snel

[Dinsdag 10 februari 2015] Wat is de primaire taak van een dagblad? Het antwoord lijkt niet zo moeilijk, zou je zeggen: de waarheid vertellen. Natuurlijk, een krant is er ook voor commentaren en meningen en misschien ook wel ontspanning en nog veel meer, maar de belangrijkste opdracht is toch wel waarheidsvinding en het doorgeven van wat men aan nieuwswaardigs gevonden heeft. Uiteraard vertellen mensen soms ook flauwekul en in bepaalde omstandigheden kan het van belang zijn om die ook door te geven, bijvoorbeeld omdat die persoon belangrijk is en Vladimir Poetin of zo heet. Maar als je weet dat iemand onzin vertelt, dan zet je dat als krant er vanzelfsprekend wel bij. Meestal gaat dat ook wel goed, maar Trouw heeft het er tegenwoordig maar moeilijk mee.

Nijkerkse beroering
Vorige week was het weer eens raak. Ik heb het uiteraard over het geval van dominee meester Edward van der Kaaij, predikant van de hervormde Vredeskerkgemeente te Nijkerk, die tot dusverre vooral bekend was vanwege zijn begripsvolle uitlatingen, al in 2008, over Wilders – ‘Ik ben niet zo tegen Wilders als ik zou moeten zijn’ – maar uiteindelijk toch niet op hem stemde, al betoonde hij zich in 2010 wel ‘blij dat de PVV deel heeft aan de macht’. Vorig jaar, op 11 april 2014, publiceerde hij een boek met de titel De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld, via zo’n uitgeverij die in feite het ‘in eigen beheer’ uitbrengen van de auteur overneemt. De KB heeft het nog niet in handen weten te krijgen. Eigenlijk weet je bij zo’n titel en ondertitel met expliciete verwijzingen naar ‘waarheid’ en ‘onthulling’ direct al dat het niets is. Van een boek over ‘de waarheid over de relativiteitstheorie’ weet je a priori ook met een zekerheid van rond de 99% dat het onwetenschappelijk is. (Bij dat boek van Al Gore, waar de titel op zinspeelt, is dat net iets anders: het accent ligt niet zozeer op de waarheid, maar op het ongemakkelijke karakter ervan.) Dat je in non-fictie de waarheid schrijft, is namelijk verondersteld en zelfs een historicus die echte onthullingen doet, zal dat zelden zo in de titel of ondertitel zetten. Als Jeroen van Zanten zijn boek over koning Willem II, waarin kennelijk wel wat nieuws voorkwam, De waarheid over Willem II onthuld had genoemd, had hij Pauw & Witteman echt niet gehaald.

RIMG0091

Zo maar wat literatuur over (de zoektocht naar) de historische Jezus.

Maar enfin, ik geloof niet dat het boek veel aandacht trok. Dat veranderde lichtelijk op de dag voor kerst toen De stad Nijkerk een interview met de plaatselijke zielenherder publiceerde onder de titel ‘Historische Jezus heeft nooit bestaan’. Ik zag dat toevallig een week of zo later, omdat Jona Lendering erover twitterde: ‘Ik ben wel wat gewend aan #kwakgeschiedenis, maar deze dominee overtreft elk redelijk pessimisme.’ Iedereen met ook maar een minimale kennis omtrent de nieuwtestamentische wetenschap die het interview leest, zal het met Lendering eens zijn. Meneer de predikant las iets over een mythe en dacht toen: ‘als dat zo is, dan heeft Jezus nooit bestaan. Dat was een spontane gedachte.’ Elke vorm van helder denken is hier afwezig. Zonder dat er enig verband aangetoond is tussen A en B, bewijst het voorkomen van A het niet-bestaan van B. Fantastisch! Letterlijk dan. Behalve warrig komt het verhaal bovendien ongeloofwaardig over. Edward van der Kaaij, die ook afgestudeerd jurist is, heeft tot aan 1988 dertien jaar theologie in Utrecht gestudeerd, aan de faculteit dus waar gerenommeerde geleerden als Willem Cornelis van Unnik (1910-1978) en Tjitze Baarda (1932) als hoogleraar doceerden. Hij moet gewoon in zijn studie gehoord hebben over de Radicale Kritiek en hoe die ten onder is gegaan. Alsof je als goed opgeleide godgeleerde nog verrast kunt zijn door de bewering dat Jezus nooit geleefd heeft. En alsof je dat vervolgens op grond van tijdens de studie opgedane kennis ook nog serieus zou kunnen nemen.

Flauwekul dus en bij die vaststelling had het ook beter kunnen blijven. Het leek me dan ook niet verstandig dat de Gereformeerde Bond het boekje via een schrijven aan het moderamen van de PKN verder onder de aandacht bracht. Maar er spelen natuurlijk twee zaken, die voortdurend met elkaar verbonden zijn. Ten eerste is er de wetenschappelijke, historische kant van de zaak en ten tweede gaat het in een kerk natuurlijk ook om de systematische theologie en het belijden. Dat laatste punt heeft nu niet mijn interesse. Maar die twee aspecten blijken, zoals ook uit het vervolg nog zal blijken, wel steeds met elkaar verbonden te worden. (Dat speelt ook mee in wat Jona Lendering schreef in een stukje over een interview bij de EO, waar men de zaken overigens heel wat professioneler aanpakte dan bij Trouw, al had Lendering het liever nog net iets zakelijker gezien.) Het is natuurlijk een gegeven dat de christelijke leer uitgaat van de incarnatie en dat de neognostiek van dominee Van der Kaaij daar slecht mee verenigbaar is. (Ook de beroemde ‘vraag van Lessing’, die in dit verband uiteraard direct opkomt en die hij trouwens als een stelling bracht – ‘Zufällige Geschichtswahrheiten können der Beweis von nothwendigen Vernunftswahrheiten nie werden’ – laat ik hier verder rusten. Iedereen kent dat wel.)

Historiciteit
Ook in het stuk dat Gijsbert van den Brink, hoogleraar theologie en wetenschap aan de VU, in de Waarheidsvriend schreef, komen beide aspecten – de wetenschappelijkheid en het belijden – aan de orde. Het heeft er overigens tamelijk veel van weg dat hij zich bij zijn behandeling van het boek The Jesus Mysteries. Was the ‘Original Jesus’ a Pagan God? (1999) van de hand van Timothy Freke en Peter Gandy, waar Van der Kaaij zijn wijsheid aan ontleent, vooral baseert op wat Wikipedia daarover zegt, maar dat is in dit geval ook ruim voldoende. Het getuigt soms ook van wetenschappelijk oordeelsvermogen om dingen verder niet te lezen. Er is eigenlijk geen serieuze geleerde die twijfelt aan de historiciteit van Jezus. Men kan zelf nalezen wat Jona Lendering, Gerard Rouwhorst, Harmen Jansen en anderen daarover schreven of zeiden. En ja, dat is een beroep op gezag. Zo werkt dat nou eenmaal in de wetenschap: we gaan af op wat geleerden die zich in de materie verdiept hebben, over iets zeggen. En op dat ene punt – of Jezus bestaan heeft – is de consensus nu eenmaal vrijwel volledig. Alleen Hermann Detering, aanhanger van de Radikalkritik van Gustaaf Adolf van den Bergh van Eysinga – ook Bert Jan Lietaert Peerbolte verwees vorige week direct naar hem – zag zich weer eens in zijn gelijk bevestigd, maar die geldt dan ook als buitenbeentje.

Het is trouwens helemaal niet moeilijk je even in de materie te verdiepen en een normaal onderlegd mens zal dat ook wel eens gedaan hebben. En voor wie eindelijk eens wat wil lezen of méér wil lezen, stelde Cor Hoogerwerf vorige week onmiddellijk twee handzame lijstjes op. Waarbij ik overigens op zou willen opmerken dat de vraag naar de historische Jezus eigenlijk veel verder gaat dan die naar de historiciteit van Jezus. Bij de vraag naar de historische Jezus gaat het veeleer over de vraag of er een ‘biografie’ van Jezus geschreven kan worden. In de negentiende eeuw probeerde men dat dikwijls, na het overzicht van Albert Schweitzer uit 1906 en 1913 dachten velen lange tijd dat dat nooit echt zou lukken en sinds pakweg Ernst Käsemann en Günther Bornkamm – we hebben het dan over de jaren vijftig – menen veel geleerden dat een poging op zijn minst de moeite waard is. Maar er zijn natuurlijk veel mensen in de geschiedenis, die bijvoorbeeld in genealogische overzichten figureren, van wie niet veel meer bekend is dan dat ze geboren en gestorven zijn, maar aan wier historiciteit niemand twijfelt, zonder dat er verder veel over hun leven te zeggen valt. De vraag naar de historiciteit van een persoon is dus wel een uiterst minimale.

Dat is natuurlijk allemaal genoegzaam bekend en elke religiejournalist zal dit zo ongeveer weten. Zo’n journalist hoeft natuurlijk niet over detailkennis te beschikken, maar de hoofdlijnen van de nieuwtestamentische wetenschap zal hij of zij uiteraard beheersen, zoals dat ook zal gelden voor andere onderdelen van de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschap. Maar dat maakt het interview dat Rianne Oosterom en Gerrit-Jan KleinJan met Edward van der Kaaij hielden en dat vorige week maandag in Trouw stond – zie nummer 3 in de bijlage hieronder – zo curieus. Ze wisten dat ze tegenover een verwarde man zouden komen te zitten, die zijn wetenschappelijke opleiding aan zijn laars lapt, maar ze confronteerden hem blijkens de tekst geen enkele keer met de wetenschappelijke bezwaren die zij toch ook zullen kennen. Verder dan de bête opmerking ‘U krijgt veel kritiek op uw opvattingen’ kwamen ze niet. Kortom, dit is journalistiek prutswerk, plichtsverzaking. De verwarde gedachtenspinsels van Van der Kaaij zijn niet interessant en er was dan ook geen enkele reden om hem daarover te gaan ondervragen. Het enige wat je hem zinvol kon vragen, was om een reactie te geven op de beschuldiging dat zijn verwarde ideeën niet binnen het belijden van de kerk passen. Maar dat is dan ook alles.

Trouw
Sinds vorige week maandag, 2 februari 2015, is er in totaal 14 keer iets in Trouw verschenen over de Nijkerkse dominee – zie de bijlage hieronder, waarbij ik meerdere korte briefjes op dezelfde dag als één nummer reken – maar tot veel begrip droeg het in het algemeen niet bij. Neem alleen al de wijze waarop Emiel Hakkenes in de bladenrubriek naast het interview (hieronder nummer 2) het al genoemde stuk van Gijsbert van den Brink weergaf:

‘Voor wie mocht denken dat Van der Kaaijs opvatting over de historiciteit van Jezus best hout snijdt, meldt Van den Brink: ‘De betekenis ervan is wetenschappelijk nihil.’ En zo presenteert de Gereformeerde Bond zichzelf als beschermer van de juiste leer.’

Ja, het gaat Van den Brink en de Gereformeerde Bond ook wel om die ‘juiste leer’, maar in de aangehaalde zin gaat het toch echt om de wetenschappelijke, geschiedkundige waarde. Van den Brink onderscheidt dat keurig in zijn stukje, maar de journalist gooit alles op één hoop. Niks ‘zo’. Volgens die redenering komt dus ook Jona Lendering op voor de ‘juiste leer’. Zal hij vast leuk vinden.

Zo ging het eigenlijk de hele week verder in Trouw. Erg interessant waren de reacties en beschouwingen over het algemeen niet, althans voor wie meent dat een simpele historische vraag een heldere behandeling verdient. Dat Sylvain Ephimenco (hieronder nummer 5) tussendoor het waardeloze boek van Francesco Carotta een ‘baksteen vol research’ noemde, is eigenlijk al voldoende reden hem nooit meer serieus te nemen (maar ja, wie deed dat ooit wel?) Maar het bontst maakte het commentaar – ‘de mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren’ – op vrijdag 6 februari (nummer 9 in de bijlage) het wel:

‘De wetenschappelijke discussie over de vraag of Jezus al dan niet ooit werkelijk heeft rondgelopen in het oude Israël is vooral in de negentiende eeuw door theologen gevoerd. De uitkomst ervan was onbeslist.’

Consensus
De eerste vraag is natuurlijk wel hoe men een zo ongeïnformeerde sukkel op de redactie heeft kunnen vinden. En de tweede is dan hoe dit als de officiële mening van de hoofdredactie in de krant terecht kon komen. Meestal wordt zo’n stuk toch door meerdere mensen bekeken en dat er, zeg, drie lieden op de redactie zouden rondlopen die dit serieus nemen, gaat er toch moeilijk in. Het gaat trouwens nog door:

‘Met zijn opmerking steekt de predikant uit Nijkerk wel zijn nek uit, willens en wetens. Hij stelt iets ter discussie wat fundamenteel is, maar wat toch nauwelijks meer ter sprake komt in christelijk Nederland, namelijk de vraag of er wel historische bewijzen zijn voor het menselijke bestaan van Christus.’

Hoelang heeft deze auteur in een grot gezeten? Nooit ook maar één inleiding in het Nieuwe Testament gelezen? Nooit één boek van E.P. Sanders of Geza Vermes of wie dan ook ingekeken? Het is een blamage. Men mag dan ook aannemen – of op zijn minst hopen – dat de verantwoordelijken het schaamrood op de kaken kregen toen ze diezelfde dag het opinieartikel van Jan Offringa op de volgende pagina (hieronder nummer 10) onder ogen kregen:

‘Een onhistorische Jezus is niet nieuw. Dat kun je lezen in het boek ‘Opnieuw: wie is Jezus?’ van nieuwtestamenticus Cees den Heyer. Daarin maakt hij de balans op van 150 jaar onderzoek, en concludeert hij: ‘In de wetenschappelijke literatuur wordt op het ogenblik niet meer gediscussieerd over de vraag of Jezus van Nazaret werkelijk heeft geleefd. Dat was in de negentiende eeuw wel anders. Ook aan het begin van de twintigste eeuw gingen historisch-kritisch geschoolde theologen nog zo ver het bestaan van Jezus te ontkennen.’ Vandaag de dag vindt Van der Kaaij onder kenners van de Bijbel dus weinig bijstand voor zijn visie. Het overgrote deel is ervan overtuigd dat Jezus werkelijk geleefd heeft.’

Ook Offringa gaat het vervolgens om de kerk en niet om de wetenschap en hij betoogt dat er ook voor iemand als Van der Kaaij, van wie hij overigens hoopt dat die ‘zich nog eens heroriënteert in de nieuwtestamentische theologie, om te toetsen of zijn visie op Jezus wel houdbaar is’, ruimte moet zijn, maar de geschiedkundige aanhaling is duidelijk en to the point. En voor wie dat per ongeluk toch mocht denken: de opmerking van Den Heyer dat er in de wetenschappelijke literatuur tegenwoordig niet meer gediscussieerd wordt ‘over de vraag of Jezus van Nazaret werkelijk heeft geleefd’, ondersteunt niet de redactionele kronkel dat de ‘vraag of er wel historische bewijzen zijn voor het menselijke bestaan van Christus’, niet ter sprake komt. Die vraag komt in de literatuur namelijk wel degelijk aan de orde, maar die wordt nu eenmaal eenduidig beantwoord. De vraag of Napoleon of Alexander de Grote wel geleefd hebben, wordt onder historici nu eenmaal ook verrassend weinig ‘ter sprake’ gebracht.

Moraal
Het wachten is er nu op hoe de hoofdredactie het blunderende commentaar gaat herstellen. Veel haast heeft men daar in ieder geval nog niet mee gemaakt, terwijl de krant er toch behoorlijk gekleurd opstaat. Ook Marije van Beek maakte van de gelegenheid geen gebruik toen ze gisteren een column van Fred van Lieburg over de zaak behandelde in de bladenrubriek (bijlage, nummer 14). Ze vermeldt wel dat hij zich buiten zijn kennelijke vakgebied begeeft – Van Lieburg heeft trouwens over wel meer dan alleen het Nederlandse protestantisme geschreven, samen met Joris van Eijnatten bijvoorbeeld een heuse religiegeschiedenis die vanaf de oudheid tot heden loopt – maar ook zij legt weer alle nadruk op het aspect van het belijden en de ‘rechterflank van de kerk’, terwijl ze de gelegenheid toch mooi had kunnen aangrijpen om iets recht te zetten, zou ik zo denken.

De affaire geeft ondertussen nogal te denken over de cultuur die bij de krant heerst. Natuurlijk, er zullen bij Trouw ongetwijfeld vele gewetensvolle journalisten rondlopen, maar hier hebben toch heel wat mensen – van een deelredactie en in de hoofdredactie – flink wat steken laten vallen. Men kwakt kennelijk maar wat in de krant en het dondert niet of het ook klopt. Misschien wordt het tijd dat men bij Trouw eens grondig gaat nadenken over het ethos van de journalist. Journalistiek is dus niet alle mogelijk onzin klakkeloos opschrijven, maar de waarheid zoeken. Ook een beginsel als hoor en wederhoor, dat eigenlijk alleen geldt bij beschuldigingen, dient alleen binnen dat kader gehanteerd te worden. En ook dan is het echt niet zo dat alle meningen een gelijk gewicht hebben – ik schreef daar al eens eerder over.

Ondertussen publiceerde Bart Jan Spruyt vandaag een stukje over hoe hij door twee journalisten van dezelfde deelredactie was behandeld. Het draagt de omineuze titel: ‘De journalistieke ethiek van Trouw’. Het is natuurlijk zijn kant van de zaak, maar als het waar is wat hij schrijft, namelijk dat het interview met hem zou gaan over zijn nieuwe boek Voor religie en vrijheid. Protestantse teksten over rechtstaat, tolerantie en christelijk burgerschap en ‘niet wéér over mijn vroegere avonturen’ – en ik zou geen reden weten om daar op voorhand aan te twijfelen – dan kunnen we in ieder geval vaststellen dat de weergave van het gesprek er verrassend weinig blijk van geeft dat de ondervragers daar ook kennis van hadden genomen. Het boek wordt in de inleiding genoemd, maar verderop wijst alleen Spruyt er twee keer op. Ik zie geen enkele vraag over de vele interessante historische teksten in dit boek. Hadden de heren het eigenlijk wel grondig bestudeerd? Of, laten we zeggen, er toch op zijn minst even doorheen gebladerd?

Mentaliteit
Ik weet het niet zeker hoor, maar je zou zo langzamerhand gaan denken dat de affaire rond Perdiep Ramesar geen Einzelfall is, maar alles te maken heeft met een slonzige mentaliteit, die in ieder geval bij een deel van de redactie aanwezig lijkt te zijn. Misschien wordt het op de redactieburelen van Trouw tijd voor enige grondige zelfbezinning. Een krant dient nieuws te brengen, een krant moet niet steeds zelf nieuws worden.

Bijlage: overzicht van artikelen die vanaf maandag 2 februari over Edward van der Kaaij in Trouw verschenen
1. Rianne Oosterom en Gerrit-Jan KleinJan, Predikant die stelt dat Jezus nooit bestond, geweerd van de kansel. Gereformeerde Bond eist standpunt van Protestantse Kerk over ‘dwaalleer’ [nieuwsbericht, 307 woorden] – maandag 2 februari 2015, p. 5.
2. Emiel Hakkenes, De Gereformeerde Bond presenteert zichzelf als beschermer van de juiste leer [rubriek bladen, 313 op in totaal 698 woorden] – maandag 2 februari 2015, De Verdieping, p. 5.
3. Rianne Oosterom en Gerrit-Jan KleinJan, ‘Jezus heeft nooit bestaan’ [interview met Edward van der Kaaij, 1477 woorden] – maandag 2 februari 2015, De Verdieping, p. 5, 6. (Webversie, dinsdag 3 februari 2015.)
4. Rinus van der Molen, Jezus’ bestaan [rubriek brieven, 96 woorden] – dinsdag 3 februari 2015, p. 19.
5. Ephimenco, Brandstapel [column, 502 woorden] – dinsdag 3 februari 2015, De Verdieping, p. 20.
6. Rianne Oosterom, PKN verdedigt bestaan van de ‘historische Jezus’. Voorman neemt stelling tegen predikant Van der Kaaij. Gereformeerde Bond zoekt tuchtmaatregel [nieuwsbericht, 340 woorden] – woensdag 4 februari 2015, p. 5. (Webversie: ‘Jezus is wel een historische figuur’, dinsdag 3 februari 2015)
7. Gijsbert van Maaren, Rillingen – Barend F. Drewes, Wetenschap – Marcel de Boer, Niets te zoeken – H.J. Sieling-de Bruin, Mysterie [rubriek brieven, samen 333 woorden] – woensdag 4 februari 2015, p. 23.
8. Alice van Halsema, Het kruis is historie, de last is geloof [rubriek opinie, 258 woorden] – donderdag 5 februari 2015, p. 22.
9. Alle reden om predikant Van der Kaaij binnenboord te houden [commentaar, 393 woorden] – vrijdag 6 februari 2015, p. 21.
10. Jan Offringa, Protestantse herberg biedt veel ruimte [rubriek opinie, 593 woorden] – vrijdag 6 februari 2015, p. 22.
11. J.S. Ridderbos, Onecht-echt? [rubriek brieven, 102 woorden] – vrijdag 6 februari 2015, p. 23.
12. Henk Veldman, In de hemel – Hennie Truus de Boer-de Zwart, Trots op Arjan Plaisier [rubriek brieven, samen 116 woorden] – zaterdag 7 februari 2015, p. 29.
13. Stijn Fens, Mag ik zelf bepalen hoe en of ik geloof? [column, 747 woorden] – De Verdieping, zaterdag 7 februari 2015, p. 10.
14. Marije van Beek, Jezus, Pieter Schelte en het gelijk van historische bronnen [rubriek bladen, 294 op in totaal 609 woorden] – De Verdieping, maandag 9 februari 2015, p. 6.

Naschrift (woensdag 11 februari 2015, 13.50 en 14.30 uur)
Alles wat ik schrijf, is feilbaar. Na de plaatsing, gisteravond om half elf, heb ik gewoontegetrouw enkele fouten gecorrigeerd en enkele formuleringen iets verbeterd. Ik geloof niet dat er inhoudelijk iets gewijzigd is.

En verder kan ik nog melden dat ik uit betrouwbare bron vernomen heb dat aanstaande zaterdag in de bijlage Letter & Geest van Trouw een verhandeling van de nieuwtestamenticus Sam Janse over deze materie zal verschijnen. Dat lijkt me in ieder geval een goed idee en ik verwacht eigenlijk ook niet anders dan dat het een uitstekend artikel zal zijn. Ik wacht dat in ieder geval in alle vertrouwen af. En om een slagzin van een andere, overigens redactioneel belendende krant te lenen: léés die krant! 

Tweede naschrift (zaterdag 14 februari 2015, 17.35 uur) – Aanvulling op de bijlage
15. Willem Pekelder, Jezus valt bij de tv tussen wal en schip [rubriek tv, 509 woorden] – De Verdieping, woensdag 11 februari 1215, p. 13.
— Robin de Wever, ‘Dominee die bestaan Jezus ontkent mag blijven’. [webnieuws, niet in de krant, 357 woorden] – donderdag 12 februari 2015.
16. Cees van der Laan, Het debat over Jezus zal zeker vervolgd worden [brief van de hoofdredactie, 552 woorden] – zaterdag 14 februari 2015, p. 29.
17. Sam Janse, Als Jezus gestorven is, dan heeft hij geleefd. Historiciteit van Jezus [essay, 1982 woorden] – zaterdag 14 februari 2015, p. 17, 18 (met grote aankondiging op p. 1 en illustratie op p. 16).

(181)

11 Responses to “Verwarde man, verwarde krant – Trouw, de historiciteit van Jezus en het ethos van de journalist”

  1. Goede reactie! De verwijzing naar de affaire Perdiep Ramesar is ook zeer op zijn plaats.

  2. Vroeger hadden wij thuis ook Trouw, ”de krant met de overtuiging”‘, zei mijn moeder altijd. Die tijd is lang geleden!
    Verder blijkt uit deze affaire dat het postmodernisme onze samenleving nog behoorlijk in de greep heeft: feiten bestaan niet, maar alleen jouw mening telt!

  3. Ik blijf Trouw nog altijd lezen, maar deel de opvattingen van Jan Dirk op dit punt. Er zit toch ergens wel een historicus op de redactie die even had kunnen meekijken?
    tegelijkertijd: toont alle ophef over een ontkenning van de historische Jezus niet ook dat we toch nog te vast zitten in een doorgeschoten Jesuologie?

  4. Trouw behoeft m.i. niet zozeer ethisch integere of historisch geschoolde journalisten op de redactie Religie, maar een goede theoloog.
    p.s. Jan Dirk, je dateert je naschrift op 11 januari. Dat zal februari moeten zijn?

  5. Ik lees met gemengde gevoelens dat Trouw nu wel een wetenschapper aan het woord laat. Natuurlijk is dat goed en laten we hopen dat er iets moois uit voortkomt. Er is echter een probleem.

    Onmiddellijk na het oorspronkelijke interview – nog op diezelfde 2 februari zelfs – schreef ik een stuk op Sargasso waarin ik de problemen schetste. Op aanraden van een bevriende wetenschapsjournalist heb ik daarna Trouw geschreven dat ik, desgevraagd, een stuk voor de krant kon schrijven waarin ik uitlegde dat de dominee iets niet had begrepen. Prof. Bert van der Spek (VU) schreef eveneens naar Trouw dat het interview een gotspe was en dat men daar iets recht te zetten had.

    Trouw had dus op dinsdag 3 februari twee signalen van historici, waaronder een hoogleraar oude geschiedenis, dat er iets mis was. Nu zijn hoogleraren niet alwetend, maar zolang een hoogleraar het heeft over zijn vakterrein, moet je verdomd sterk staan wil je zijn suggestie negeren. Het hoofdredactioneel commentaar op 6 februari is geschreven in het volle bewustzijn dat er gegronde twijfels waren.

    Hieraan zijn twee conclusies te verbinden. De eerste is dat het gezag van de Nederlandse oudhistorici minder dan nul is. De tweede is dat er bij Trouw echt iets heel grondig verkeerd zit.

  6. Uitstekende analyse Jan Dirk! Mijn eigen indruk is dat de weerzin tegen wat (orthodox-)christelijk is bij Trouw inmiddels zo diep zit, dat alles aangegrepen wordt om zich nog maar weer eens tegen het eigen verleden af te zetten. Of het wetenschappelijk dan nog een beetje klopt wat men schrijft of niet, maakt daarbij kennelijk nauwelijks meer uit. Het kleine excuusje in de krant van gisteren, verpakt in een hoop gelijkhebberij, vond ik ook maar zuinig.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: