Archive for februari, 2014

22 februari 2014

De Nederlanden of Nederland? – Hoe heet ons land?

door Jan Dirk Snel

Nu het nieuws dezer dagen vaak over de Oekraïne gaat, komt steeds ook de vraag op of de formulering die ik in deze zin bezigde, wel correct is. Goed, ik besef dat de vraag hoe het in dat land verder gaat, heel wat belangrijker is, maar toch. Is het nu de Oekraïne of Oekraïne zonder lidwoord? Het Genootschap Onze Taal keurt vooralsnog beide aanduidingen goed, maar merkt wel op dat we namen van landen in principe zonder lidwoord gebruiken. We zeggen ook niet meer de Libanon, de Soedan of de Congo, maar Libanon, Soedan en Congo. Dat lijkt me juist, maar mij kost het nog steeds moeite om Oekraïne zonder lidwoord te zeggen of te schrijven. De macht der gewoonte.

De Nederlanden
In het Duits zegt men overigens nog steeds die Ukraine, maar in die taal noemt men Turkije ook altijd nog die Türkei. Toen Tjsechoslowakije in twee staten uiteenviel, ging men het overigens wel overigens over Tschechien hebben en niet over die Tschechei, omdat die aanduiding historisch nu eenmaal wat al te belast is. Maar wij hebben het weer wel over het Verenigd Koninkrijk en over de Verenigde Staten. Nu zijn dat ook wat merkwaardige gevallen. Het gaat in feite om afkortingen voor de volledige namen van beide staten. In het laatste geval zeggen we vaak ook Amerika en in het eerste geval weten we het eigenlijk niet. We zeggen vaak Engeland, maar we weten dat dat eigenlijk onjuist is, zoals Groot-Brittannië dat ook is. Maar we hebben het nu eenmaal zelden volledig over de Verenigde Staten van Amerika of over het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Hogendorp

Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834) was voorzitter van twee grondwetscommissies, die de Grondwetten van 1814 en 1815 opstelden. Standbeeld in het Beurs World Trade Center, Rotterdam. (foto Ivory, Wikipedia)

Landen hebben vaak, of waarschijnlijk meestal, een langere volledige naam en een kortere die we in de omgang gebruiken. Meestal zeggen we Duitsland, maar we kunnen het ook over de Bondsrepubliek Duitsland hebben. En zo heet ons land officieel ook het Koninkrijk der Nederlanden, maar zeggen we meestal Nederland.

Op dat punt nu doet zich een merkwaardigheid voor. Ongemerkt gaan we van een meervoud over op een enkelvoud. Hoe heet ons land? In het buitenland weet men het wel. Daar gebruikt men, als men niet Holland zegt – in feite hetzelfde als wanneer wij Engeland als pars pro toto voor het Verenigd Koninkrijk hanteren – gewoonlijk een meervoudsvorm: die Niederlande, the Netherlands, les Pay-Bas, i Paesi Bassi, los Países Bajos en zo verder. En in veel talen komt er dan in het gebruik vanzelf een lidwoord bij.

Nederland
Maar hoe heet ons land nu eigenlijk? De Grondwet is op dat punt een beetje warrig. Het opschrift is helder: daar gaat het volledig over het Koninkrijk der Nederlanden. Maar in het eerste artikel gaat het direct over Nederland in het enkelvoud, een aanduiding die in artikel 113 nog een keer gebruikt wordt. Maar in de artikelen 81, 118 en 142 wordt de meervoudsvorm gebruikt. Het lijkt erop dat de aanduiding de Nederlanden in de loop van de tijd een wijziging ondergaan heeft.

De oorspronkelijke tekst van de Grondwet uit 1815 was helder. In het eerste artikel werden de zeventien toenmalige provincies opgesomd. Het ging om het grondgebied in Europa zoals dat door het Congres van Wenen in dat jaar was vastgesteld. In 1840 werd dat artikel uiteraard aangepast en in 1848 bleef het ongewijzigd. Maar in 1887 trad er een belangrijke wijziging op. Nu werden ook ‘de koloniën en bezittingen in andere werelddeelen’ tot het Koninkrijk der Nederlanden gerekend. Maar terwijl de toen gekozen formulering in 1917 gehandhaafd werd, werd ze in 1922 opvallend aangepast. Nu werden de gebieden buiten Europa ineens veel concreter aangeduid:

‘Het Koninkrijk der Nederlanden omvat het grondgebied van Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao.’

Het begrip koloniën verdween toen uit de Grondwet. Bij mijn weten was dat de eerste keer dat de term Nederland in de Grondwet gebruikt werd. Sindsdien was het kennelijk de constitutionele aanduiding voor het Europese deel van het koninkrijk. Het artikel werd vanwege de ontwikkelingen nog enkele keren aangepast – in 1948 veranderde Nederlandsch-Indië in Indonesië en in 1956 maakte die aanduiding plaats voor Nederlands Nieuw-Guinea, om in 1963 tenslotte te verdwijnen, en eveneens in 1948 werd Curaçao vervangen door de Nederlandse Antillen – tot de omschrijving van het grondgebied in de Grondwet van 1983 geheel verdween. De eerste twee artikelen verdwenen toen en het derde schoof in aangepaste vorm ver naar achteren, zodat het oude artikel 4 in gewijzigde en uitgebreide vorm naar de eerste positie opschoof.

Nederland buiten Europa
Ondertussen deed zich een andere interessante ontwikkeling voor. In 1954 trad het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking. Dat regelde toen de verhouding tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. In 1975 werd Suriname onafhankelijk en werd de statutaire band met dat land beëindigd en in 1986 kreeg Aruba een status aparte, zodat het Statuut toen gold voor Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Interessant is echter de laatste wijzing uit 2010. Toen werden ook Curaçao en Sint Maarten landen binnen het Koninkrijk, zodat dat nu bestaat uit Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Nederlandse Antillen werden als staatkundige eenheid opgeheven. De overige drie eilanden kwamen toen bij Nederland. En dus staat er nu in het tweede lid van het eerste artikel:

‘Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken elk deel uit van het staatsbestel van Nederland.’

Daarmee is het begrip Nederland dus uitgebreid tot buiten Europa. In datzelfde artikel wordt tot twee keer toe nadrukkelijk gesproken over ‘het Europese deel van Nederland’, wat dus impliceert dat de drie Caribische eilanden tot het niet-Europese deel van Nederland behoren. We zien dus dat wat in 1887 gebeurde, namelijk dat het Koninkrijk der Nederlanden tot buiten Europa werd uitgebreid, nu gebeurde met Nederland als zodanig. Was dat sinds 1922 de aanduiding voor het Europese deel van het Koninkrijk, nu bevat ook Nederland grondgebied buiten Europa.

Woordenboek
Het is op zich duidelijk dat het enkelvoud Nederland al heel lang in de omgangstaal gebruikt werd. Het Woordenboek der Nederlansche Taal geeft voorbeelden uit de zestiende eeuw. Maar het is wel opvallend dat het eerst de meervoudsvorm de Nederlanden behandelt en pas daarna het enkelvoud Nederland, ‘in ruimer opvatting, hetzij al of niet als politieke naam’. Maar het lijkt duidelijk dat het woord ook als politieke aanduiding al in de zestiende eeuw werd gebezigd. Het lemma werd in 1910 gepubliceerd en toen kon het WNT nog schrijven: ‘In ’t bijzonder, als naam van de noordelijke gewesten, en thans bepaaldelijk als gewone, maar niet officieele naam voor het Koninkrijk der Nederlanden, in tegenstelling met het Koninkrijk België.’

Twaalf jaar later werd dat kennelijk anders. Toen werd Nederland kennelijk de constitutionele aanduiding voor wat een ruime eeuw eerder nog de Nederlanden had geheten. Eerst was die benaming uitgebreid en vervolgens werd ze vervangen door het enkelvoud, daar lijkt het op neer te komen.

Duits
Het aardige is ondertussen dat andere talen de ooit officiële meervoudsvorm gehandhaafd hebben, terwijl we die in Nederland zelf in de praktijk hebben laten varen. Maar goed, elders denkt men ook dat wij dutch spreken, terwijl wij zelf Duits als de gewone aanduiding voor onze taal allang ingeruild hebben voor een aanduiding die de staatsnaam draagt, al zou het voor de Vlamingen en Surinamers misschien aardiger geweest zijn, als we op dat punt wat behoudender waren geweest. Maar dan hadden we wat we nu Duits noemen, wel steeds als Hoogduits moeten blijven aanduiden.

Naschrift (woensdag 26 februari, 16.15 uur)
Dit stukje heb ik aangevuld. Het stukje onder het kopje ‘Nederland buiten Europa” is nieuw en ook in de alinea erboven heb ik een tussenzin toegevoegd en een werkwoordsvorm gewijzigd. Het was Jaap de Vries die mij er op Twitter op wees dat Nederland bestaat uit het Europese deel en de drie Caribische Nederlanden. Dat wist ik uiteraard wel, maar ten onrechte had ik de implicaties voor dit stukje niet overdacht en de ontwikkelingen na 1922 te snel afgedaan. Het gegeven dat eerst het Koninkrijk der Nederlanden tot buiten Europa werd uitgebreid en dat dat later met het land Nederland daarbinnen gebeurde, is te aardig om niet te noemen.

(132)

21 februari 2014

Rechten kun je niet fotograferen – Over hoofddoekjes, Benno L., wil en recht

door Jan Dirk Snel

Gisteren kwam ik twee voorbeelden tegen waarbij mensen protesteerden tegen bepaalde uitingen door precies het tegenovergestelde te doen. Het ging in feite om twee contraprotesten tegen eerdere protesten. En het leek me in beide gevallen niet echt verstandig.

Protest en tegenprotest
Het ene geval speelde in Almere. Daar droeg een aantal vrouwelijke leden van GroenLinks in Almere donderdagavond tijdens de wekelijkse gemeenteraadsvergadering een hoofddoek. Ze protesteerden daarmee tegen de uitspraken van de plaatselijke fractievoorzitter van de PVV die zich ergerde aan hoofddoekjes op Almeerse markten en daar kennelijk paal en perk aan wilde stellen. Wie er nu precies protesteerden, is me niet duidelijk, op de foto staan meer gehoofddoekte dames dan GroenLinks in Almere gemeenteraadsleden telt

GLhoofdenHet andere geval betreft het initiatief van de Amsterdamse predikant Rikko Voorberg om een speciale facebookpagina onder het motto Benno L welkom in onze straat te openen. Hij keert zich daarmee tegen een andere actie op hetzelfde medium, waarbij men Benno L. weg wil hebben uit Leiden. De makers ervan vinden dat iedereen ‘die een misstap heeft gemaakt en zijn straf heeft uitgezeten’, inderdaad ‘recht op een nieuwe kans’ heeft, maar dat dat niet geldt voor wie aan kinderen heeft gezeten en dus ook niet voor Benno L.

Er zitten zeker verschillen tussen beide gevallen, maar de parallellie valt ook op. Het is ook niet moeilijk om meer sympathie voor de beide tegenacties te hebben dan voor de oorspronkelijke protesten. Dat van die hoofddoekjes is een oud en afgelebberd punt en het is de vraag of je überhaupt nog aandacht moet besteden aan iemand die er nog steeds niet aan gewend is. Het is bovendien een irrelevant punt. Gemeenten gaan daar nu eenmaal niet over. De beelden van de overigens zo te zien niet erg grote volksoploop bij de vermoedelijke woning van Benno L. stemmen ook niet erg vrolijk. Enige zorgen vallen mogelijk te begrijpen, maar het lijkt me dat burgemeester Lenferink van Leiden zorgvuldig gehandeld heeft en terecht op de adviezen van de reclassering is afgegaan.

Wil
Wat aan beide oorspronkelijke uitingen opvalt, is dat men de eigen wensen, de wil, vooropstelt. Men wil iets niet en dat is het dan. Men vindt het ook nauwelijks nodig dat nader te funderen. Die wil moet politiek maar doorgezet worden. En daar ligt ook het probleem van de tegenprotesten. Die begeven zich op hetzelfde niveau. Wij willen het wel! Geen hoofddoek? Wel een hoofddoek! Iemand niet welkom? Bij mij is hij best welkom! Wil tegenover wil. Men volgt hetzelfde denkkader. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om recht tegenover wil.

Wat je persoonlijk van hoofddoekjes vindt, is volkomen irrelevant. Het gaat er gewoon om dat iemand het volste recht heeft zo’n ding te dragen. Een paar jaar geleden uitte Femke Halsema haar persoonlijke moeite met hoofddoekjes, terwijl ze tegelijk aangaf dat ze niemand het recht zo’n ding te dragen wilde betwisten. Dat was principieel de juiste houding. De naaste buren van Benno L. hadden kennelijk geen bezwaren tegen zijn komst en ik wil best met Rikko Voorberg instemmen dat ik persoonlijk ook geen bezwaar zou hebben. Maar is dat het punt waar het op aankomt?

Nee, het punt lijkt me dat het recht simpelweg doorgang moet hebben, zij het dat dat altijd wel met consideratie voor de gevolgen uitgevoerd moet worden. Wensen zijn concreet, recht en rechten zijn veel abstracter. De motivatie van Rikko Voorberg is zeker sympathiek. Met een verwijzing naar de theoloog Stanley Hauerwas zegt hij in feite dat je alleen maar je mond open moet doen als je ook bereid bent zelf iets te doen. Maar doe je daarmee recht aan het niveauverschil van recht en persoonlijke wensen?

Recht
Een democratische rechtsstaat gaat vooral over het algemeen belang, hoe we met zijn allen kunnen leven. De PVV maakt reclame met politiek irrelevante punten en heeft in werkelijkheid moeite met onze rechtsorde, al blijft het meestal bij loze frasen. Dat sommige mensen in Leiden persoonlijke zorgen hebben, valt te billijken, maar dat ze zich tegen het recht keren niet.

Maar recht kun je niet fotograferen. Misschien is het beter niet te veel aandacht te besteden aan mensen en aan uitingen die daar wel tegenin gaan. Kleine plaatselijke oprispingen worden tegenwoordig al te snel landelijk nieuws. Het recht laat zich alleen in rustige en weloverwogen bewoordingen verdedigen. En dat lijkt me eigenlijk ook wel genoeg.

(131)