Posts tagged ‘Historische Jezus’

16 februari 2015

Afscheid van Trouw – Over een krant die de journalistiek laat varen

door Jan Dirk Snel

[Maandag 16 februari 2015] Dit keer was de reactie verrassend snel. Gisteren had ik het stukje dat ik nu hierbeneden plaats (over de Trouw-affaire rond de historiciteit van Jezus), aangeboden aan de opinieredactie van het dagblad Trouw. Het ging vergezeld van het volgende mailtje:

‘Het stukje dat jullie wisten dat zou komen. Ik hoop dat jullie het kunnen plaatsen.
Trouw is er door de verwarring die de krant zelf stichtte, nogal gekleurd op komen te staan. Daar kan men naar mijn idee alleen maar wat aan doen door de gemaakte fouten – errare humanum est – openlijk onder ogen te zien.
Het weblogstukje dat ik dinsdag over de affaire schreef en die avond plaatste, is op dit moment exact 3904 keer aangeklikt – ik durf niet te stellen dat elke bezoeker het ook helemaal uitgelezen zal hebben – en dat is voor mijn doen veel. Aan de bekendmaking ervan heb ik zelf vrijwel niets gedaan: alleen de oorspronkelijke automatische aankondiging op Twitter dinsdagavond (en zo ook facebook) en woensdag nog een keer een verwijzing naar een nieuw naschrift waarin ik het essay van Sam Janse aankondigde. Maar nogal wat lieden verspreidden de verwijzing ernaar verder. Uit de reacties kan ik niet anders concluderen dan dat ik verwoordde wat velen dachten.
Ik kreeg wel te horen dat mijn stuk in verkorte vorm in de krant thuishoorde, maar dat vond ik zelf eigenlijk niet. Het wachten was vooral op een stuk als dat van Sam Janse, dat uitlegde hoe het wetenschappelijk gezien nu zat. Maar na de teleurstellende brief van Cees van der Laan van zaterdag lijkt het me toch tijd te worden voor een staaltje mediakritiek. Als Trouw deze over zichzelf afgeroepen affaire niet op een goede wijze afsluit, zal het verwijt van onbetrouwbaarheid en slonzigheid de krant blijven achtervolgen. Schoon schip maken is in zo’n geval het enige dat erop zit.
Overigens zijn de opmerkingen over Bert van der Spek en Jona Lendering afkomstig uit een openbare bron: opmerkingen van Lendering op zijn eigen en op mijn weblog (en ook nog op facebook trouwens).’

Mediakritiek
Al rond half elf vanmorgen wist de opinieredactie mij te melden dat mijn bijdrage ‘helaas afgevallen’ is. Dat kan natuurlijk. Een redactie ontvangt inderdaad dagelijks vele stukken en ze kan niet anders dan een keuze maken. Wat echter minder klopt, is de reden die opgegeven werd: ‘We hebben de afgelopen week veel gepubliceerd over dit onderwerp, op de redactionele én de opiniepagina’s dat we nu weer ruimte willen geven aan andere onderwerpen.’

RIMG0119

Trouw in de zon, achter de spijlen van het balkon. Het zeventiende (of dertiende, afhankelijk van hoe men telt – zie bijlage bij mijn vorige bericht) artikel in een affaire die de krant zelf gecreëerd had, was eindelijk terzake. Helaas maakte de hoofdredacteur er dezelfde dag weer een potje van. Trouw heeft afscheid genomen van de gebruikelijke journalistieke criteria.

Daar ging dat stukje nu net over: dat Trouw wel erg veel aandacht had besteed aan de nonsensvraag of Jezus nu wel echt bestaan had, maar dat de balans daarbij wel erg ongelukkig was uitgevallen. (Een lijst met alle artikelen vindt men, met aanvulling, onder mijn vorige stukje.) Natuurlijk, de opinieredactie hoeft echt niet per se mijn stuk te plaatsen, maar dan zou ze in ieder geval een soortgelijk stuk van iemand anders moeten plaatsen. Ook de leden van de opinieredactie zullen immers gezien hebben dat de hoofdredacteur er zaterdag een potje van maakte en de krant grote schade toebracht. Het is ook gewoon niet waar dat er in de krant al ‘veel gepubliceerd’ is over het onderwerp. Mijn stukje bevatte mediakritiek of, zo men wil, journalistiekkritiek. Pas zaterdag kwam het beleid van de krant inzake dit thema in de hoofdredactionele brief van Cees van der Laan ter sprake. Hij scheef dat er op het interview met Edward van der Kaaij kritiek kwam, ‘onder andere van deskundigen die verklaarden dat er aanwijzingen zijn binnen en buiten de context van de Bijbel, waaruit zou blijken dat Jezus wel degelijk een historische figuur was’, maar hij zag daarin geen aanleiding het boetekleed aan te trekken.

Nogal eens zie ik op Twitter berichten langskomen waarin een stuk aangeprezen wordt dat door de een of andere krant ‘geweigerd’ is. Ik vind dat vaak wat flauw, omdat een krant nu eenmaal uit de aard der zaak veel stukken moet weigeren. Het ziet er nu echter naar uit dat Trouw de discussie over het gevoerde beleid ook niet aandurft. Tenzij men deze week alsnog een kritisch stuk van iemand anders hierover plaatst.

Hoe het ook zij, Trouw heeft inmiddels duidelijk genoeg gemaakt dat men het klassieke concept van journalistiek, waarbij waarheidsvinding en het getrouw informeren van de lezer centraal staat, heeft laten varen. Men produceert dagelijks een aantal pagina’s met woorden en plaatjes, en vaak ook best interessante verhalen en afbeeldingen, maar de lezer moet er vooral niet op rekenen dat men ook nog natrekt of het allemaal wel klopt. Afgelopen week beschreef de theoloog Maarten Aalders in een humoristische column hoe hij er eindelijk in geslaagd was zijn abonnement op te zeggen. Ik heb mijn abonnement nu ook opgezegd. Van een krant die afscheid genomen heeft van de klassieke journalistiek, kan men zonder pijn afscheid nemen.

En dan volgt nu het stuk dat ik aan Trouw had aangeboden en dat precies 599 woorden telt.

Eindelijk!’, zal menig lezer verzucht hebben. Na twee weken intense verwarring in de kolommen van Trouw bracht nieuwtestamenticus Sam Janse zaterdag dan toch het verlossende woord: aan de historiciteit van Jezus twijfelt geen serieuze geleerde. En hij liet uitgebreid zien waarom dat zo is.

Eind goed al goed? Nou nee, jammer genoeg toch niet helemaal. Want op dezelfde dag maakte Cees van der Laan zich er in zijn brief van de hoofdredactie met een jantje-van-leiden vanaf. Hij deed slechts een kleine concessie. De conclusie uit het hoofdredactionele commentaar van vrijdag 6 februari – of Jezus ‘al dan niet ooit werkelijk heeft rondgelopen’ op aarde, was ‘onbeslist’ – zou ‘nuancering’ behoeven. Nuancering? Ach kom nou, die conclusie was fout, hartstikke fout. Nog steeds doet Van der Laan of er werkelijk een serieuze discussie oplaaide ‘over de vraag of Jezus werkelijk geleefd heeft’, maar zo’n debat bestaat nergens. Het is een verzinsel van Trouw, meer niet. En alleen ongeïnformeerde lieden trappen erin. De minimale vraag naar de historiciteit van Jezus is een heel andere dan die naar wat we verder over de historische Jezus kunnen weten.

De krant was gewaarschuwd. Binnen een mum van tijd had Trouw een schrijven van Bert van der Spek, emeritus hoogleraar oude geschiedenis, binnen, die uitlegde dat de uitspraken van de Nijkerkse kleinestadsdominee Edward van der Kaaij nergens op sloegen, alsmede een aanbod van oudhistoricus Jona Lendering een en ander uit te leggen. Maar de krant deed er niets mee, zoals men ook de opmerkingen van briefschrijver Barend F. Drewes en opiniebijdrager Jan Offringa – wiens woorden Van der Laan abusievelijk aan een ander toeschrijft – omtrent de wetenschappelijke consensus negeerde. Kortom, Trouw sloeg alle waarschuwingen in de wind en publiceerde willens en wetens een onzinnig commentaar. Wetenschappers en geleerden kunnen de pot op, dat was de impliciete boodschap.

Dat valt allereerst de hoofdredactie aan te rekenen. Maar de redactie religie & filosofie deed het niet veel beter. In de vijf stukken die deze vakredactie aan de affaire wijdde, legde ze wel steeds de nadruk op het aspect van het belijden, maar vergat ze de lezer geschiedkundig in te lichten. Het interview met Van der Kaaij was volstrekt onkritisch. Nergens werd hij geconfronteerd met de wetenschappelijke bezwaren tegen zijn verzinsels. Nu blijkt uit het gesprek ook zonneklaar dat de man niet in staat is tot zindelijk denken – uit het voorkomen van een mythe concludeert hij dat een bepaalde persoon niet bestaan kan hebben – en men kan zich inderdaad afvragen of het zin heeft een mythomaan met wetenschappelijke gegevens te confronteren. Maar dan had men de lezer toch dezelfde of volgende dag afzonderlijk in moeten lichten, ongeveer op de wijze waarop dat nu pas na twee weken door een andere deelredactie geschiedde.

De columnisten maakten het er al niet beter op. Sylvain Ephimenco gaf er argeloos blijk van dat de wetenschappelijke kant van de zaak hem totaal niet interesseerde en Willem Pekelder verwonderde zich erover dat tv-programma’s de verzinsels in Trouw niet de moeite waard achtten. Alleen Stijn Fens reageerde wat nuchterder, maar ook hem ging het om het geloof, niet om de historische feiten.

Wie de dertien artikelen en acht ingezonden brieven die de afgelopen twee weken over de uitspraak van Edward van der Kaaij verschenen, op een rij zet, moet concluderen dat de balans ernstig zoek was. Een krant moet allereerst de waarheid brengen. Daar hoort ook bij dat iemand zo af en toe onzin uitslaat, maar dat dien je dan als krant wel duidelijk te maken. Tijd dus voor nóg een hoofdredactioneel schrijven, waarin de fouten ruiterlijk erkend worden. Anders zal het verwijt van slonzigheid Trouw blijven achtervolgen.

Naschrift (15.40 uur)
Graag verwijs ik de geïnteresseerde lezer nog naar twee stukjes die Jona Lendering vandaag plaatste. Allereerst het leerzame ‘Authenticiteit en stalking‘, dat hij vanmorgen op zijn eigen weblog plaatste en waarin hij het stuk van Sam Janse zaterdag in Trouw aanvulde wat betreft opmerkingen over bronnen en methode. En ten tweede het stuk dat een minuut of tien geleden op Sargasso verscheen en waarvan de titel al zegt waar het over gaat: ‘Wetenschap en journalistiek‘.

Het is dezer dagen overigens niet zo moeilijk om zich wat nader in de materie te verdiepen. Men hoeft niet (meer) per se een boekenkast vol te hebben staan, om zich toch wat te kunnen oriënteren. Gewoon op Wikipedia vindt men ook al lemmata over de historiciteit van Jezus en over de bronnen daarbij, waarin men ook weer nadere verwijzingen vindt. Die had de betreffende deelredactie van Trouw dus ook even snel kunnen raadplegen. Maar ja.

Overigens is dit wat mij betreft nu ook weer geen zaak om me al te druk over te maken. Een vriend merkte tegen me op dat ik weliswaar gelijk had, maar dat hij zich afvroeg of het nu de moeite waard was me hier druk over te maken. Daar zit iets in, al moet ik tevens zeggen dat ik de strijd van Jona Lendering voor – hoe zal ik het zeggen? – correcte wetenschapsrepresentatie in de media maar al te begrijpelijk en vooral lofwaardig acht. Zelf heb ik Trouw jarenlang met groot plezier gelezen, maar de mentaliteit van de huidige hoofdredactie is nu eenmaal weinig bemoedigend. Misschien is het trouwens gewoon naïviteit, wie zal het zeggen?

Tweede naschrift (19.40 uur)
In de eerste zin heb ik tussen haakjes nog maar even ingevoegd waar dit over gaat, en ik heb daarvoor de omschrijving gekozen die ik ook in de berichtregel van mijn mail aan de opinieredactie gebruikte. Op zich besefte ik bij plaatsing wel dat het even duurt voor de lezer te weten komt waar het over gaat, maar in de huidige context zullen de meesten die dit stuk aanklikken, dat wel weten. Dat kan met verloop van tijd echter anders worden. Vandaar alsnog deze korte aanvulling.

Derde naschrift (dinsdag 17 februari 2015, 10.40 en 11.00 uur)
De onvermoeibare Jona Lendering zette alles nog eens keurig op een rij in een nieuw stuk: ‘3x Jezus: vragen en antwoorden‘. Ik vind dat hij iets te kritisch is over Sam Janse en Fik Meijer, omdat naar mijn idee de gewone uitleg die zij bieden, voldoende is om de modale lezer, die uiteraard zal beseffen dat er veel meer te zeggen en te onderbouwen valt, op weg te helpen. Bovendien had Van der Kaaij zijn ‘methode’ ook niet in de media uitgelegd, zodat de lezer misschien ook niet direct op een weerlegging daarvan zit te wachten. Maar Lendering heeft de moeite genomen het boek van Van der Kaaij wél te lezen en dus is hij uitstekend in staat op de achtergrondsvragen in te gaan. Dat doet hij dan ook met een bewonderenswaardig uithoudingsvermogen. Ik vind dus zeker dat zijn opmerkingen over de methode en de consistentie van de aangelegde criteria een waardevolle aanvulling vormen. En meer dan dat. Hij tilt een en ander echt op een hoger niveau en dan ook nog zo dat de gewone lezer het uitstekend kan volgen. Het moet overigens gezegd dat voor zover ik me Lenderings artikelen herinner, hij van dit punt altijd veel werk maakt en dat valt zeer in hem te prijzen. Hij is kritisch én fair.

En verder was ik eigenlijk van plan het hier maar bij te laten. Hoewel ik de hoofdlijnen van het onderzoek wel zo’n beetje ken, althans in passieve zin – lezende herken je altijd veel meer als bekend dan wat je zelf actief uit kunt leggen – heb ik op dat punt steeds bewust naar meer gezaghebbende lieden verwezen en me opzettelijk niet aan eigen uitleg gewaagd. Sommige dingen moet je echt overlaten aan mensen die terzake veel deskundiger zijn. Mij ging het eigenlijk alleen om het aspect van de mediakritiek: hoe een krant met desinformatie – dat is het woord dat Jona Lendering terecht gebruikt – omging. Ik maak me echt niet druk om één wat eenzijdig uitgevallen interview. Ik maak wel wel druk, althans een beetje, als zo’n krant de zaak vervolgens tegen alle waarschuwingen in verkeerd blijft behandelen. Waarom blijft trouwens een raadsel.

Wat mij persoonlijk niet helemaal bevalt, is dat ik toch weer in de rol van criticus terecht ben gekomen. Rond de jaarwisseling had ik voor mezelf het voornemen ontwikkeld om daar zoveel mogelijk mee op te houden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik nooit meer een kritische opmerking zou willen maken, maar dan wel het liefst in een kader dat ook iets positiefs biedt. Zo’n stukje als ik op nieuwjaarsdag schreef en dat uit pure nieuwsgierigheid voortkwam, is me eigenlijk veel liever. In de drie stukjes naar aanleiding van de aanslag in Parijs zat uiteraard ook wel een kritisch element, maar ik probeerde toch vooral reflexief te zijn of de aandacht te vestigen op een bepaald aspect. Ik zal mijn best doen vooral in die richting voort te gaan. Maar of het ook zal lukken?

(182)

10 februari 2015

Verwarde man, verwarde krant – Trouw, de historiciteit van Jezus en het ethos van de journalist

door Jan Dirk Snel

[Dinsdag 10 februari 2015] Wat is de primaire taak van een dagblad? Het antwoord lijkt niet zo moeilijk, zou je zeggen: de waarheid vertellen. Natuurlijk, een krant is er ook voor commentaren en meningen en misschien ook wel ontspanning en nog veel meer, maar de belangrijkste opdracht is toch wel waarheidsvinding en het doorgeven van wat men aan nieuwswaardigs gevonden heeft. Uiteraard vertellen mensen soms ook flauwekul en in bepaalde omstandigheden kan het van belang zijn om die ook door te geven, bijvoorbeeld omdat die persoon belangrijk is en Vladimir Poetin of zo heet. Maar als je weet dat iemand onzin vertelt, dan zet je dat als krant er vanzelfsprekend wel bij. Meestal gaat dat ook wel goed, maar Trouw heeft het er tegenwoordig maar moeilijk mee.

Nijkerkse beroering
Vorige week was het weer eens raak. Ik heb het uiteraard over het geval van dominee meester Edward van der Kaaij, predikant van de hervormde Vredeskerkgemeente te Nijkerk, die tot dusverre vooral bekend was vanwege zijn begripsvolle uitlatingen, al in 2008, over Wilders – ‘Ik ben niet zo tegen Wilders als ik zou moeten zijn’ – maar uiteindelijk toch niet op hem stemde, al betoonde hij zich in 2010 wel ‘blij dat de PVV deel heeft aan de macht’. Vorig jaar, op 11 april 2014, publiceerde hij een boek met de titel De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld, via zo’n uitgeverij die in feite het ‘in eigen beheer’ uitbrengen van de auteur overneemt. De KB heeft het nog niet in handen weten te krijgen. Eigenlijk weet je bij zo’n titel en ondertitel met expliciete verwijzingen naar ‘waarheid’ en ‘onthulling’ direct al dat het niets is. Van een boek over ‘de waarheid over de relativiteitstheorie’ weet je a priori ook met een zekerheid van rond de 99% dat het onwetenschappelijk is. (Bij dat boek van Al Gore, waar de titel op zinspeelt, is dat net iets anders: het accent ligt niet zozeer op de waarheid, maar op het ongemakkelijke karakter ervan.) Dat je in non-fictie de waarheid schrijft, is namelijk verondersteld en zelfs een historicus die echte onthullingen doet, zal dat zelden zo in de titel of ondertitel zetten. Als Jeroen van Zanten zijn boek over koning Willem II, waarin kennelijk wel wat nieuws voorkwam, De waarheid over Willem II onthuld had genoemd, had hij Pauw & Witteman echt niet gehaald.

RIMG0091

Zo maar wat literatuur over (de zoektocht naar) de historische Jezus.

Maar enfin, ik geloof niet dat het boek veel aandacht trok. Dat veranderde lichtelijk op de dag voor kerst toen De stad Nijkerk een interview met de plaatselijke zielenherder publiceerde onder de titel ‘Historische Jezus heeft nooit bestaan’. Ik zag dat toevallig een week of zo later, omdat Jona Lendering erover twitterde: ‘Ik ben wel wat gewend aan #kwakgeschiedenis, maar deze dominee overtreft elk redelijk pessimisme.’ Iedereen met ook maar een minimale kennis omtrent de nieuwtestamentische wetenschap die het interview leest, zal het met Lendering eens zijn. Meneer de predikant las iets over een mythe en dacht toen: ‘als dat zo is, dan heeft Jezus nooit bestaan. Dat was een spontane gedachte.’ Elke vorm van helder denken is hier afwezig. Zonder dat er enig verband aangetoond is tussen A en B, bewijst het voorkomen van A het niet-bestaan van B. Fantastisch! Letterlijk dan. Behalve warrig komt het verhaal bovendien ongeloofwaardig over. Edward van der Kaaij, die ook afgestudeerd jurist is, heeft tot aan 1988 dertien jaar theologie in Utrecht gestudeerd, aan de faculteit dus waar gerenommeerde geleerden als Willem Cornelis van Unnik (1910-1978) en Tjitze Baarda (1932) als hoogleraar doceerden. Hij moet gewoon in zijn studie gehoord hebben over de Radicale Kritiek en hoe die ten onder is gegaan. Alsof je als goed opgeleide godgeleerde nog verrast kunt zijn door de bewering dat Jezus nooit geleefd heeft. En alsof je dat vervolgens op grond van tijdens de studie opgedane kennis ook nog serieus zou kunnen nemen.

Flauwekul dus en bij die vaststelling had het ook beter kunnen blijven. Het leek me dan ook niet verstandig dat de Gereformeerde Bond het boekje via een schrijven aan het moderamen van de PKN verder onder de aandacht bracht. Maar er spelen natuurlijk twee zaken, die voortdurend met elkaar verbonden zijn. Ten eerste is er de wetenschappelijke, historische kant van de zaak en ten tweede gaat het in een kerk natuurlijk ook om de systematische theologie en het belijden. Dat laatste punt heeft nu niet mijn interesse. Maar die twee aspecten blijken, zoals ook uit het vervolg nog zal blijken, wel steeds met elkaar verbonden te worden. (Dat speelt ook mee in wat Jona Lendering schreef in een stukje over een interview bij de EO, waar men de zaken overigens heel wat professioneler aanpakte dan bij Trouw, al had Lendering het liever nog net iets zakelijker gezien.) Het is natuurlijk een gegeven dat de christelijke leer uitgaat van de incarnatie en dat de neognostiek van dominee Van der Kaaij daar slecht mee verenigbaar is. (Ook de beroemde ‘vraag van Lessing’, die in dit verband uiteraard direct opkomt en die hij trouwens als een stelling bracht – ‘Zufällige Geschichtswahrheiten können der Beweis von nothwendigen Vernunftswahrheiten nie werden’ – laat ik hier verder rusten. Iedereen kent dat wel.)

Historiciteit
Ook in het stuk dat Gijsbert van den Brink, hoogleraar theologie en wetenschap aan de VU, in de Waarheidsvriend schreef, komen beide aspecten – de wetenschappelijkheid en het belijden – aan de orde. Het heeft er overigens tamelijk veel van weg dat hij zich bij zijn behandeling van het boek The Jesus Mysteries. Was the ‘Original Jesus’ a Pagan God? (1999) van de hand van Timothy Freke en Peter Gandy, waar Van der Kaaij zijn wijsheid aan ontleent, vooral baseert op wat Wikipedia daarover zegt, maar dat is in dit geval ook ruim voldoende. Het getuigt soms ook van wetenschappelijk oordeelsvermogen om dingen verder niet te lezen. Er is eigenlijk geen serieuze geleerde die twijfelt aan de historiciteit van Jezus. Men kan zelf nalezen wat Jona Lendering, Gerard Rouwhorst, Harmen Jansen en anderen daarover schreven of zeiden. En ja, dat is een beroep op gezag. Zo werkt dat nou eenmaal in de wetenschap: we gaan af op wat geleerden die zich in de materie verdiept hebben, over iets zeggen. En op dat ene punt – of Jezus bestaan heeft – is de consensus nu eenmaal vrijwel volledig. Alleen Hermann Detering, aanhanger van de Radikalkritik van Gustaaf Adolf van den Bergh van Eysinga – ook Bert Jan Lietaert Peerbolte verwees vorige week direct naar hem – zag zich weer eens in zijn gelijk bevestigd, maar die geldt dan ook als buitenbeentje.

Het is trouwens helemaal niet moeilijk je even in de materie te verdiepen en een normaal onderlegd mens zal dat ook wel eens gedaan hebben. En voor wie eindelijk eens wat wil lezen of méér wil lezen, stelde Cor Hoogerwerf vorige week onmiddellijk twee handzame lijstjes op. Waarbij ik overigens op zou willen opmerken dat de vraag naar de historische Jezus eigenlijk veel verder gaat dan die naar de historiciteit van Jezus. Bij de vraag naar de historische Jezus gaat het veeleer over de vraag of er een ‘biografie’ van Jezus geschreven kan worden. In de negentiende eeuw probeerde men dat dikwijls, na het overzicht van Albert Schweitzer uit 1906 en 1913 dachten velen lange tijd dat dat nooit echt zou lukken en sinds pakweg Ernst Käsemann en Günther Bornkamm – we hebben het dan over de jaren vijftig – menen veel geleerden dat een poging op zijn minst de moeite waard is. Maar er zijn natuurlijk veel mensen in de geschiedenis, die bijvoorbeeld in genealogische overzichten figureren, van wie niet veel meer bekend is dan dat ze geboren en gestorven zijn, maar aan wier historiciteit niemand twijfelt, zonder dat er verder veel over hun leven te zeggen valt. De vraag naar de historiciteit van een persoon is dus wel een uiterst minimale.

Dat is natuurlijk allemaal genoegzaam bekend en elke religiejournalist zal dit zo ongeveer weten. Zo’n journalist hoeft natuurlijk niet over detailkennis te beschikken, maar de hoofdlijnen van de nieuwtestamentische wetenschap zal hij of zij uiteraard beheersen, zoals dat ook zal gelden voor andere onderdelen van de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschap. Maar dat maakt het interview dat Rianne Oosterom en Gerrit-Jan KleinJan met Edward van der Kaaij hielden en dat vorige week maandag in Trouw stond – zie nummer 3 in de bijlage hieronder – zo curieus. Ze wisten dat ze tegenover een verwarde man zouden komen te zitten, die zijn wetenschappelijke opleiding aan zijn laars lapt, maar ze confronteerden hem blijkens de tekst geen enkele keer met de wetenschappelijke bezwaren die zij toch ook zullen kennen. Verder dan de bête opmerking ‘U krijgt veel kritiek op uw opvattingen’ kwamen ze niet. Kortom, dit is journalistiek prutswerk, plichtsverzaking. De verwarde gedachtenspinsels van Van der Kaaij zijn niet interessant en er was dan ook geen enkele reden om hem daarover te gaan ondervragen. Het enige wat je hem zinvol kon vragen, was om een reactie te geven op de beschuldiging dat zijn verwarde ideeën niet binnen het belijden van de kerk passen. Maar dat is dan ook alles.

Trouw
Sinds vorige week maandag, 2 februari 2015, is er in totaal 14 keer iets in Trouw verschenen over de Nijkerkse dominee – zie de bijlage hieronder, waarbij ik meerdere korte briefjes op dezelfde dag als één nummer reken – maar tot veel begrip droeg het in het algemeen niet bij. Neem alleen al de wijze waarop Emiel Hakkenes in de bladenrubriek naast het interview (hieronder nummer 2) het al genoemde stuk van Gijsbert van den Brink weergaf:

‘Voor wie mocht denken dat Van der Kaaijs opvatting over de historiciteit van Jezus best hout snijdt, meldt Van den Brink: ‘De betekenis ervan is wetenschappelijk nihil.’ En zo presenteert de Gereformeerde Bond zichzelf als beschermer van de juiste leer.’

Ja, het gaat Van den Brink en de Gereformeerde Bond ook wel om die ‘juiste leer’, maar in de aangehaalde zin gaat het toch echt om de wetenschappelijke, geschiedkundige waarde. Van den Brink onderscheidt dat keurig in zijn stukje, maar de journalist gooit alles op één hoop. Niks ‘zo’. Volgens die redenering komt dus ook Jona Lendering op voor de ‘juiste leer’. Zal hij vast leuk vinden.

Zo ging het eigenlijk de hele week verder in Trouw. Erg interessant waren de reacties en beschouwingen over het algemeen niet, althans voor wie meent dat een simpele historische vraag een heldere behandeling verdient. Dat Sylvain Ephimenco (hieronder nummer 5) tussendoor het waardeloze boek van Francesco Carotta een ‘baksteen vol research’ noemde, is eigenlijk al voldoende reden hem nooit meer serieus te nemen (maar ja, wie deed dat ooit wel?) Maar het bontst maakte het commentaar – ‘de mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren’ – op vrijdag 6 februari (nummer 9 in de bijlage) het wel:

‘De wetenschappelijke discussie over de vraag of Jezus al dan niet ooit werkelijk heeft rondgelopen in het oude Israël is vooral in de negentiende eeuw door theologen gevoerd. De uitkomst ervan was onbeslist.’

Consensus
De eerste vraag is natuurlijk wel hoe men een zo ongeïnformeerde sukkel op de redactie heeft kunnen vinden. En de tweede is dan hoe dit als de officiële mening van de hoofdredactie in de krant terecht kon komen. Meestal wordt zo’n stuk toch door meerdere mensen bekeken en dat er, zeg, drie lieden op de redactie zouden rondlopen die dit serieus nemen, gaat er toch moeilijk in. Het gaat trouwens nog door:

‘Met zijn opmerking steekt de predikant uit Nijkerk wel zijn nek uit, willens en wetens. Hij stelt iets ter discussie wat fundamenteel is, maar wat toch nauwelijks meer ter sprake komt in christelijk Nederland, namelijk de vraag of er wel historische bewijzen zijn voor het menselijke bestaan van Christus.’

Hoelang heeft deze auteur in een grot gezeten? Nooit ook maar één inleiding in het Nieuwe Testament gelezen? Nooit één boek van E.P. Sanders of Geza Vermes of wie dan ook ingekeken? Het is een blamage. Men mag dan ook aannemen – of op zijn minst hopen – dat de verantwoordelijken het schaamrood op de kaken kregen toen ze diezelfde dag het opinieartikel van Jan Offringa op de volgende pagina (hieronder nummer 10) onder ogen kregen:

‘Een onhistorische Jezus is niet nieuw. Dat kun je lezen in het boek ‘Opnieuw: wie is Jezus?’ van nieuwtestamenticus Cees den Heyer. Daarin maakt hij de balans op van 150 jaar onderzoek, en concludeert hij: ‘In de wetenschappelijke literatuur wordt op het ogenblik niet meer gediscussieerd over de vraag of Jezus van Nazaret werkelijk heeft geleefd. Dat was in de negentiende eeuw wel anders. Ook aan het begin van de twintigste eeuw gingen historisch-kritisch geschoolde theologen nog zo ver het bestaan van Jezus te ontkennen.’ Vandaag de dag vindt Van der Kaaij onder kenners van de Bijbel dus weinig bijstand voor zijn visie. Het overgrote deel is ervan overtuigd dat Jezus werkelijk geleefd heeft.’

Ook Offringa gaat het vervolgens om de kerk en niet om de wetenschap en hij betoogt dat er ook voor iemand als Van der Kaaij, van wie hij overigens hoopt dat die ‘zich nog eens heroriënteert in de nieuwtestamentische theologie, om te toetsen of zijn visie op Jezus wel houdbaar is’, ruimte moet zijn, maar de geschiedkundige aanhaling is duidelijk en to the point. En voor wie dat per ongeluk toch mocht denken: de opmerking van Den Heyer dat er in de wetenschappelijke literatuur tegenwoordig niet meer gediscussieerd wordt ‘over de vraag of Jezus van Nazaret werkelijk heeft geleefd’, ondersteunt niet de redactionele kronkel dat de ‘vraag of er wel historische bewijzen zijn voor het menselijke bestaan van Christus’, niet ter sprake komt. Die vraag komt in de literatuur namelijk wel degelijk aan de orde, maar die wordt nu eenmaal eenduidig beantwoord. De vraag of Napoleon of Alexander de Grote wel geleefd hebben, wordt onder historici nu eenmaal ook verrassend weinig ‘ter sprake’ gebracht.

Moraal
Het wachten is er nu op hoe de hoofdredactie het blunderende commentaar gaat herstellen. Veel haast heeft men daar in ieder geval nog niet mee gemaakt, terwijl de krant er toch behoorlijk gekleurd opstaat. Ook Marije van Beek maakte van de gelegenheid geen gebruik toen ze gisteren een column van Fred van Lieburg over de zaak behandelde in de bladenrubriek (bijlage, nummer 14). Ze vermeldt wel dat hij zich buiten zijn kennelijke vakgebied begeeft – Van Lieburg heeft trouwens over wel meer dan alleen het Nederlandse protestantisme geschreven, samen met Joris van Eijnatten bijvoorbeeld een heuse religiegeschiedenis die vanaf de oudheid tot heden loopt – maar ook zij legt weer alle nadruk op het aspect van het belijden en de ‘rechterflank van de kerk’, terwijl ze de gelegenheid toch mooi had kunnen aangrijpen om iets recht te zetten, zou ik zo denken.

De affaire geeft ondertussen nogal te denken over de cultuur die bij de krant heerst. Natuurlijk, er zullen bij Trouw ongetwijfeld vele gewetensvolle journalisten rondlopen, maar hier hebben toch heel wat mensen – van een deelredactie en in de hoofdredactie – flink wat steken laten vallen. Men kwakt kennelijk maar wat in de krant en het dondert niet of het ook klopt. Misschien wordt het tijd dat men bij Trouw eens grondig gaat nadenken over het ethos van de journalist. Journalistiek is dus niet alle mogelijk onzin klakkeloos opschrijven, maar de waarheid zoeken. Ook een beginsel als hoor en wederhoor, dat eigenlijk alleen geldt bij beschuldigingen, dient alleen binnen dat kader gehanteerd te worden. En ook dan is het echt niet zo dat alle meningen een gelijk gewicht hebben – ik schreef daar al eens eerder over.

Ondertussen publiceerde Bart Jan Spruyt vandaag een stukje over hoe hij door twee journalisten van dezelfde deelredactie was behandeld. Het draagt de omineuze titel: ‘De journalistieke ethiek van Trouw’. Het is natuurlijk zijn kant van de zaak, maar als het waar is wat hij schrijft, namelijk dat het interview met hem zou gaan over zijn nieuwe boek Voor religie en vrijheid. Protestantse teksten over rechtstaat, tolerantie en christelijk burgerschap en ‘niet wéér over mijn vroegere avonturen’ – en ik zou geen reden weten om daar op voorhand aan te twijfelen – dan kunnen we in ieder geval vaststellen dat de weergave van het gesprek er verrassend weinig blijk van geeft dat de ondervragers daar ook kennis van hadden genomen. Het boek wordt in de inleiding genoemd, maar verderop wijst alleen Spruyt er twee keer op. Ik zie geen enkele vraag over de vele interessante historische teksten in dit boek. Hadden de heren het eigenlijk wel grondig bestudeerd? Of, laten we zeggen, er toch op zijn minst even doorheen gebladerd?

Mentaliteit
Ik weet het niet zeker hoor, maar je zou zo langzamerhand gaan denken dat de affaire rond Perdiep Ramesar geen Einzelfall is, maar alles te maken heeft met een slonzige mentaliteit, die in ieder geval bij een deel van de redactie aanwezig lijkt te zijn. Misschien wordt het op de redactieburelen van Trouw tijd voor enige grondige zelfbezinning. Een krant dient nieuws te brengen, een krant moet niet steeds zelf nieuws worden.

Bijlage: overzicht van artikelen die vanaf maandag 2 februari over Edward van der Kaaij in Trouw verschenen
1. Rianne Oosterom en Gerrit-Jan KleinJan, Predikant die stelt dat Jezus nooit bestond, geweerd van de kansel. Gereformeerde Bond eist standpunt van Protestantse Kerk over ‘dwaalleer’ [nieuwsbericht, 307 woorden] – maandag 2 februari 2015, p. 5.
2. Emiel Hakkenes, De Gereformeerde Bond presenteert zichzelf als beschermer van de juiste leer [rubriek bladen, 313 op in totaal 698 woorden] – maandag 2 februari 2015, De Verdieping, p. 5.
3. Rianne Oosterom en Gerrit-Jan KleinJan, ‘Jezus heeft nooit bestaan’ [interview met Edward van der Kaaij, 1477 woorden] – maandag 2 februari 2015, De Verdieping, p. 5, 6. (Webversie, dinsdag 3 februari 2015.)
4. Rinus van der Molen, Jezus’ bestaan [rubriek brieven, 96 woorden] – dinsdag 3 februari 2015, p. 19.
5. Ephimenco, Brandstapel [column, 502 woorden] – dinsdag 3 februari 2015, De Verdieping, p. 20.
6. Rianne Oosterom, PKN verdedigt bestaan van de ‘historische Jezus’. Voorman neemt stelling tegen predikant Van der Kaaij. Gereformeerde Bond zoekt tuchtmaatregel [nieuwsbericht, 340 woorden] – woensdag 4 februari 2015, p. 5. (Webversie: ‘Jezus is wel een historische figuur’, dinsdag 3 februari 2015)
7. Gijsbert van Maaren, Rillingen – Barend F. Drewes, Wetenschap – Marcel de Boer, Niets te zoeken – H.J. Sieling-de Bruin, Mysterie [rubriek brieven, samen 333 woorden] – woensdag 4 februari 2015, p. 23.
8. Alice van Halsema, Het kruis is historie, de last is geloof [rubriek opinie, 258 woorden] – donderdag 5 februari 2015, p. 22.
9. Alle reden om predikant Van der Kaaij binnenboord te houden [commentaar, 393 woorden] – vrijdag 6 februari 2015, p. 21.
10. Jan Offringa, Protestantse herberg biedt veel ruimte [rubriek opinie, 593 woorden] – vrijdag 6 februari 2015, p. 22.
11. J.S. Ridderbos, Onecht-echt? [rubriek brieven, 102 woorden] – vrijdag 6 februari 2015, p. 23.
12. Henk Veldman, In de hemel – Hennie Truus de Boer-de Zwart, Trots op Arjan Plaisier [rubriek brieven, samen 116 woorden] – zaterdag 7 februari 2015, p. 29.
13. Stijn Fens, Mag ik zelf bepalen hoe en of ik geloof? [column, 747 woorden] – De Verdieping, zaterdag 7 februari 2015, p. 10.
14. Marije van Beek, Jezus, Pieter Schelte en het gelijk van historische bronnen [rubriek bladen, 294 op in totaal 609 woorden] – De Verdieping, maandag 9 februari 2015, p. 6.

Naschrift (woensdag 11 februari 2015, 13.50 en 14.30 uur)
Alles wat ik schrijf, is feilbaar. Na de plaatsing, gisteravond om half elf, heb ik gewoontegetrouw enkele fouten gecorrigeerd en enkele formuleringen iets verbeterd. Ik geloof niet dat er inhoudelijk iets gewijzigd is.

En verder kan ik nog melden dat ik uit betrouwbare bron vernomen heb dat aanstaande zaterdag in de bijlage Letter & Geest van Trouw een verhandeling van de nieuwtestamenticus Sam Janse over deze materie zal verschijnen. Dat lijkt me in ieder geval een goed idee en ik verwacht eigenlijk ook niet anders dan dat het een uitstekend artikel zal zijn. Ik wacht dat in ieder geval in alle vertrouwen af. En om een slagzin van een andere, overigens redactioneel belendende krant te lenen: léés die krant! 

Tweede naschrift (zaterdag 14 februari 2015, 17.35 uur) – Aanvulling op de bijlage
15. Willem Pekelder, Jezus valt bij de tv tussen wal en schip [rubriek tv, 509 woorden] – De Verdieping, woensdag 11 februari 1215, p. 13.
— Robin de Wever, ‘Dominee die bestaan Jezus ontkent mag blijven’. [webnieuws, niet in de krant, 357 woorden] – donderdag 12 februari 2015.
16. Cees van der Laan, Het debat over Jezus zal zeker vervolgd worden [brief van de hoofdredactie, 552 woorden] – zaterdag 14 februari 2015, p. 29.
17. Sam Janse, Als Jezus gestorven is, dan heeft hij geleefd. Historiciteit van Jezus [essay, 1982 woorden] – zaterdag 14 februari 2015, p. 17, 18 (met grote aankondiging op p. 1 en illustratie op p. 16).

(181)