Archive for ‘Moraal’

7 januari 2013

Moreel schelden op de paus. II. Het volledige NRC-stukje

door Jan Dirk Snel

.:.

Ach, laat ik het onderstaande stukje, een reactie op de column van Bas Heijne in NRC Handelsblad (‘Homo‘) en De Standaard (‘De goede verstaander‘) op zaterdag 29 december 2012, toch maar vast plaatsen. Ik schreef het de volgende dag en stuurde het naar beide kranten. En ja, ik wist wel dat het met ruim 1300 woorden eigenlijk te lang was, maar dit wilde ik toen eerst eens opschrijven en je weet nooit van tevoren met welke tegenvoorstellen omtrent lengte kranten dan komen.

82 logo_ratzinger

De opinieredactie van NRC Handelsblad maakte hier een briefje van dat op woensdag 2 januari 2013 op pagina 14 van de krant verscheen. Ik moest ook maar afwachten wat ik uiteindelijk geschreven bleek te hebben, maar ik kan goed met de samenvatting leven. De krant heeft van een deel van het begin en van enkele woorden aan het eind een eenheid gemaakt. De Standaard vroeg mij eerst het stukje tot 700 woorden terug te brengen, wat ik gedaan heb (waardoor het stuk ook meer vaart kreeg), maar vond vervolgens toch geen ruimte het te plaatsen.

Ik moet nog een afsluitende slotbeschouwing schrijven, waarin ik ook inga op enkele andere reacties, die ik gezien heb, en waarin ik ook enkele nadere vragen die Bas Heijne via Twitter stelde, probeer te beantwoorden. Hij vond mijn briefje ‘wat betuttelend’ en klaagde over de volgens hem ongepaste ‘denigrerende toon’, die uit de opmerking over ‘journalistiek handwerk’ zou blijken. Wat mij betreft gaat het in dit geval vooral over journalistieke zorgvuldigheid. Maar ik zal proberen dat nog nader toe te lichten.

In dit stukje heb ik ook geprobeerd te laten zien hoe je met de woorden van de paus om kunt gaan, door ze eerst te lezen en er vervolgens inhoudelijk op in te gaan. Het zal, hoop ik, iedereen duidelijk zijn dat mijn stukje in de Volkskrant geen inhoudelijke verdediging van woorden van de paus was – in de volledige versie komt dat nog iets duidelijker tot uiting – maar wel een oproep eerst eens zorgvuldig te luisteren naar wat iemand nu zegt en dan pas enigszins gefundeerd te reageren.

Maar goed, hier volgt dus een stukje dat inmiddels acht dagen geleden geschreven werd. De tekst heb ik ongewijzigd gelaten, de tussenkopjes heb ik nu toegevoegd.

 ♦

.

Contra Heijne

De column waarmee Bas Heijne 2012 afsloot, was zeker niet zijn beste – en dat niet alleen omdat hij mijn naam fout schreef. Dat hij mijn voornamen omkeerde, ach, daaraan ben ik gewend, maar dat hij ook nog een loos verbindingsstreepje toevoegde, dat stoorde me echt. Sommige dingen in de wereld horen nu eenmaal in orde te zijn. En daarmee zijn we precies bij een thema waar het hier omdraait: wat is de morele orde in de wereld?

Gezin
Bas Heijne is het oneens met een stuk dat ik de vorige dag in de Volkskrant publiceerde, waarin ik twee vragen beantwoordde. Allereerst: wat had de paus een week eerder nu werkelijk gezegd? En ten tweede: hoe dient de scheldcultuur waarmee diens woorden bejegend werden, geduid te worden? Maar wat zijn nu precies Heijnes bezwaren? Daar valt niet zo gemakkelijk achter te komen. Op geen enkel punt weerlegt hij mijn betoog concreet.

Als Heijne mijn observatie aanhaalt dat, hoezeer men het wellicht oneens kan zijn met Ratzingers uitingen, geen redelijk mens daarin ook maar een ‘spoortje’ homohaat zal aantreffen, zet hij daar wel een retorisch vraagteken bij, maar voert hij toch geen enkele aanwijzing aan. Kennelijk is hij het met me eens. Wel verliest hij onmiddellijk het journalistieke handwerk uit het oog als hij schrijft:

‘Begin dit jaar noemde Ratzinger het homohuwelijk “een bedreiging voor de menselijke waardigheid” en, schepje erbovenop, een bedreiging “voor de toekomst van de mensheid zelf”. Twee weken geleden beweerde hij dat het homohuwelijk de wereldvrede bedreigt.’

Klopt niet. Heijne schrijft fouten van anderen over in plaats van bronnen te raadplegen. Nergens had Ratzinger het in de aangehaalde teksten over het ‘homohuwelijk’.

Het is vrij simpel: de paus houdt telkens positief een pleidooi voor het traditionele gezin van man, vrouw en kind(eren). Dat impliceert negatief inderdaad dat hij gelijkstelling van het ‘homohuwelijk’ afwijst – had ik in mijn Volkskrant-stuk al opgemerkt, niks ‘zand in de ogen’ – maar evenzeer dat hij, en dat wat openlijker, ageert tegen echtscheiding, overspel en alles wat het huwelijk verder maar kan bedreigen.

Hermeneutiek
Bas Heijne verliest zich in enkele opzichtige tegenspraken. De paus schijnt zich tegelijk gematigd en op ‘chanterende apocalyptische toon’ te uiten. Hoe dat kan? Hij zegt niet wat hij denkt, maar als ‘goede verstaander’ weet Heijne toch wat de paus werkelijk bedoelt. Alleen blijken zijn citaten dan niet te kloppen en voert hij voor de stelling dat ‘de homo (…) als vijand van de mens voorgesteld’ wordt, geen enkele onderbouwing aan. Loze bewering. Heijne wekt de indruk over een bijzondere hermeneutische sleutel te beschikken, maar maakt er niets van.

Ik zou gewoon denken dat Ratzinger precies zegt wat hij bedoelt. Dat is des te waarschijnlijker, omdat zijn woorden uit pr-oogpunt niet bepaald gelukkig werken en door journalisten gemeenlijk ruw en soms regelrecht onjuist ‘vertaald’ worden. Als het niet om het effect gaat, moet het wel om diepe overtuigingen gaan, zou je zeggen. Wat Heijne ‘omfloerst’ noemt, lijkt eerder een behoedzame academische denkwijze te zijn. Wie in de paus een radicale bestrijder van ongebreideld kapitalisme wil zien, vindt bijvoorbeeld heel wat directere citaten. Maar zodra het over morele zaken gaat, is Ratzinger opvallend terughoudend.

Natuurrecht
Zo onbegrijpelijk is Ratzingers denkwijze niet. Als hij het over de bestemming van mannen en vrouwen in het traditionele gezin heeft, beroept hij zich vaak op het natuurrecht. Dat is opmerkelijk, omdat hij in zijn debat van 2004 met Jürgen Habermas juist opgemerkt had dat het natuurrecht als instrument ‘helaas bot’ was geworden. Maar kennelijk vindt hij hier dat het gaat om algemene leringen der mensheid en niet specifiek om opvattingen van de kerk. En tot voor kort was dat ongetwijfeld zo.

De paus constateert terecht dat het bij de nieuwe opvattingen over ‘gender’ gaat: geslachtstrollen zijn niet ‘van nature’ gegeven, maar worden nader ingevuld. Hij gaat daarom in dialoog met het existentialisme van Simone de Beauvoir, waarbij de mens zichzelf schept, en met het sociaal constructivisme. Dat laatste is een gedachtegang die lange tijd inderdaad voorkwam. Men denke slechts aan de emotionele bezwaren waar Dick Swaab in 1989 nog op stuitte toen hij met zijn ‘homokwab’ kwam. Tegenstanders meenden dat seksuele geaardheid een persoonlijke vrije keuze was.

Het tragische lijkt dat Ratzinger vooral tegen achterhaalde wijsgerige ideeën lijkt te strijden, maar daarbij niet goed ziet dat huidige pleidooien voor openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht – in Nederland tien jaar geleden wettelijk geregeld, maar in de meeste landen nog niet – zich juist ook op de natuur beroepen, maar dan net anders.

Ratzingers versie van het natuurrecht komt uit aristoteliaans-thomistische bron, waarbinnen een zaadje een bloem wordt, een eikel een krachtige boom en mens zijn bestemming vindt in een traditioneel huwelijk. Er wordt gedacht in algemene termen en tot en met de Verlichting, waarin een iets andere vorm van natuurrecht prevaleerde, bleef dat zo. Pas in de Romantiek kwam een andere meer subjectieve opvatting op, waarbij niet de algemene menselijke natuur, maar de authentieke, subjectieve aard van het individu de doorslag geeft. Twee eeuwen geleden was die optie alleen voor kleine elites van geleerden en kunstenaars beschikbaar, maar met de toenemende welvaart werd ze in de culturele omslag van de jaren zestig steeds wijder verbreid. Het is typerend dat autonomie – bij Kant nog: jezelf een algemene wet opleggen – tegenwoordig vaak opgevat wordt als ‘zelfbeschikking’: het volstrekte romantische tegendeel van de oorspronkelijke verlichtingsbetekenis.

Verscheidenheid
Het is deze meer persoonlijke opvatting van een persoonlijke, authentieke natuur die de huidige opvattingen over ‘gender’ vormgeeft en dat is een heel andere dan de absoluut vrije keuze waaraan Ratzinger denkt. Homo-emancipatie kwam duidelijk in de slipstream van de vrouwenemancipatie, zowel in de eerste als de tweede golf. Het was in 2012 juist honderd jaar geleden dat jonkheer Jacob Schorer het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee, de voorloper van het COC, oprichtte.

En we hebben gezien dat vrouwenemancipatie niet de sociale verschillen tussen geslachten uitgewist heeft, geen gelijkschakeling of omkering bracht, maar wel een veel gevarieerdere individuele invulling van maatschappelijke rollen mogelijk maakte. Ook het ‘homohuwelijk’ kan men zien als een (burgerlijke) invulling van meer concrete persoonlijk ervaren ‘natuur’ binnen bestaande patronen.

Het idee van een algemene geldende orde, waar het de paus om gaat, kan men gemakkelijk herkennen. Zoals er mensen zijn die al van de streek raken van een schoenenkastje in een zogenaamde halalwoning of van cursussen waarbij mannen of vrouwen gescheiden worden en zoals sommige Egyptische moslims geen herkenbaar koptisch kerkgebouw in de openbare orde van hun dorp accepteren, zo kan men zich ook voorstellen dat een groot deel van de mensheid, met de paus als woordvoerder, vasthoudt aan de traditionele orde van het huwelijk. Maar juist onze betere onderkenning van de verscheidenheid van de menselijke natuur vormt een goed argument daartegen. (Juridische erkenning van polygamie stuit vaak nog wel op zo’n algemeen gevoel dat het met de morele orde strijdt.)

Kritiek
Bas Heijne denkt dat ik klaagde over ‘de toon van de kritiek’. Verder kan hij er niet naast zitten. Ik heb helemaal niets tegen kritiek, ook niet tegen felle, zolang ze maar inhoudelijk is. Waar ik wel over klaagde, was de vervanging van kritiek door gescheld.

Het is spijtig te moeten constateren dat ook Heijne, die zo vaak terecht kritisch en bedachtzaam schrijft over het populisme – een significante uiting van de hedendaagse scheldcultuur, zou ik zo denken – nu zelf in een onbewaakt ogenblik voor de verleiding bezweek. Twee keer heeft hij het over het scheiden van ‘de gekken van de gematigden’. Maar hoe je zijn artikel ook leest, je ontkomt toch niet aan de indruk dat hij ook de paus onder de ‘gekken’ rangschikt. Die kan dan wel de ‘verhullende taal van het christenhumanisme’ bezigen, ook ‘de taal van de gematigden’ blijkt vaak door gekken gehanteerd te worden. En met gekken hoef je nu eenmaal niet in dialoog te gaan. Die noem je gevaarlijk en daarmee ben je er vanaf.

Wat jammer dat Heijne niet gewoon echt leest wat de paus te berde brengt en daar met een keur van argumenten op in gaat. Redelijkheid heeft, denk ik, nu eenmaal veel met rationaliteit te maken.

 ♦

(82)

31 december 2012

Moreel schelden op de paus. I. Het volledige Volkskrant-stukje

door Jan Dirk Snel

.:.

Afgelopen vrijdag, 28 december 2012, publiceerde de Volkskrant (pagina 30 en hier op internet) een stukje van mijn hand onder de titel ‘Wij hebben gelijk, dus wij mogen op de paus schelden’. Ik had het maandagochtend, de dag voor kerst, enigszins tegen heug en meug geschreven, nadat me opgevallen was dat er nog steeds verwarring heerste over wat paus Benedictus XVI de voorafgaande vrijdag nu precies gezegd had.

Op 19 januari hielden Jürgen Habermas en Joseph Ratzinger op een bijeenkomst van de Katholische Akademie Bayern in München ieder een voordracht over ‘Vorpolitische Grundlagen eines freiheitlichen Staates’ en gingen daarover vervolgens met elkaar in gesprek.

Ik had een stukje van ruim 1400 woorden ingeleverd. Dat is eigenlijk te lang. De Volkskrant heeft daar iets minder dan vierhonderd woorden uitgehaald. Mijn stuk besloeg daarna nog het grootste deel van een hedendaagse krantenpagina en was met ruim duizend woorden voor een krant nog vrij lang. Ik plaats hieronder het originele stukje, maar daarmee is geen enkele kritiek op de gewetensvolle inkorting door de opinieredactie van de Volkskrant bedoeld.

Ik heb de zinnen en zinsdelen die in de krant geschrapt waren, met rood aangegeven. Dat voor de lezer die nog snel de resterende passages wil doornemen. Een enkele kleine en inhoudelijk onbeduidende herschikking van woorden in de krant geef ik niet aan. De tussenkopjes heb ik nu toegevoegd.

Ondertussen reageerde Bas Heijne in zijn vaste zaterdagse column in NRC Handelsblad en De Standaard, onder respectievelijk de titels ‘Homo‘ en ‘De goede verstaander‘ op mijn stukje. Ik heb een artikel naar de opinieredacties van deze twee kranten gestuurd, maar ik weet uiteraard nog niet of men ook tot plaatsing overgaat. Ik wacht daar even op, voor ik hier in een tweede stukje ook op andere reacties inga. Tot die tijd laat ik discussies op Twitter over dit onderwerp even rusten, maar ik kom daar zeker nog op terug. Er bestaan heel wat boeken met op de titelpagina ‘deel I’ zonder dat het aangekondigde tweede deel of zelfs de voorgenomen volgende delen ooit verschenen zijn, maar ik hoop dat het mij op deze weblog toch moet lukken een tweede – en, wie weet, ooit een derde – stukje te schrijven, waarin ik nader op reacties en tegenwerpingen inga.

Maar vooreerst heeft men hier de volledige tekst van mijn stukje. De lezer zal zien dat ik twee vragen behandel en met elkaar in verband breng: 1. Wat heeft de paus werkelijk gezegd? En 2. Hoe duiden we de scheldcultuur die zijn woorden ontving? Het zal ook helder zijn dat ik tussendoor ook nog aangegeven heb wat ik zelf van de opvatting van de paus vind en dat ik het op één essentieel punt duidelijk niet met hem eens ben. Maar ook al wordt dat hier uitvoeriger uiteengezet in een passage die de krant niet haalde, ik geloof dat dat zo ook al wel bleek.

 ♦

.

Moreel schelden op de paus

Een week nadat heel weldenkend Nederland zijn afkeuring over pesten had uitgesproken, trok er op Twitter een orgie van verbaal geweld en haat over mijn scherm. De paus had weer eens iets gezegd en dan kun je er donder op zeggen dat bij heel wat mensen de remmen volledig losgaan. Het wijze adagium dat het beter is je beheerst, ingetogen en beleefd te gedragen, dat een week tevoren nog zoveel bijval kreeg, geldt dan ineens niet meer. Ten aanzien van de paus is alle grofheid geoorloofd. Degene die @pontifex een ‘tyfusblock’ gaf, schold gezien het huidige geestesklimaat nog relatief netjes. Minder originele geesten konden het niet laten om eens weer over een ‘nazi in een jurk’ te beginnen. Ik denk niet dat het nodig is nog meer vuilspuiterij aan te halen.

Is het nog van belang wat paus Benedictus XVI werkelijk betoogde? Nauwelijks waarschijnlijk. Dat hij in ieder geval niet zei wat het persbureau Novum en vele media hem toedichtten – dat hij uitgehaald zou hebben naar homo’s omdat die volgens hem de rol die God hen heeft gegeven, zouden manipuleren – dat zal menigeen wel bevroed hebben. Zodra het over het Vaticaan gaat, is de internationale journalistiek immers regelmatig onzorgvuldig en soms regelrecht leugenachtig en dat was nu niet anders. De woorden ‘homo’ en ‘homoseksualiteit’ komen nergens in het verhaal voor. In zijn toespraak tot het college van kardinalen behandelde Benedictus twee onderwerpen: het gezin en de wereldwijde dialoog.

Sociaal constructivisme
Bij de vraag naar het gezin gaat het volgens hem niet alleen om een bepaalde sociale constructie , maar om ‘de vraag naar de mens zelf – om de vraag, wat de mens is en hoe men dat doet, op juiste wijze mens zijn’. Indirect haalt hij het bekende woord van Simone de Beauvoir aan dat men niet als vrouw wordt geboren, maar het wordt. Met een dergelijke sociaal-constructivistische opvatting is de paus het niet eens:

‘Het geslacht is in deze filosofie niet langer een natuurlijk gegeven dat de mens moet aanvaarden en persoonlijk met zin vervullen, maar het is een sociale rol, waarover men nu zelf beslist, terwijl tot op heden de samenleving daarover besliste. De diepe onwaarheid van deze theorie en van de in haar gegeven antropologische revolutie is duidelijk. De mens bestrijdt, dat hij een door zijn lichamelijkheid bepaalde natuur heeft, die voor het wezen mens kenmerkend is. Hij ontkent zijn natuur en besluit dat deze hem niet gegeven is, maar dat hij die zelf bepaalt.’

Ratzinger keert zich tegen het idee van een abstractie mens die zelf zijn eigen natuur kiest. Hem gaat het om de werkelijkheid die ons gegeven is. En hij beëindigt zijn behandeling van dit thema met de woorden: ‘In de strijd om het gezin gaat het om de mens zelf. En het wordt zichtbaar, dat daar, waar God geloochend wordt, ook de waardigheid van de mens verdwijnt. Wie God verdedigt, verdedigt de mensen.’

Dat is toch een weinig opzienbarende gedachtegang, zou je zo zeggen. Weinigen zullen de woorden van Simone de Beauvoir nog zonder voorbehoud onderschrijven, maar anderzijds zullen velen ook Benedictus’ conclusies niet zonder meer delen. De paus redeneert namelijk in de traditie van het natuurrecht, waarbij de natuur de bestemming van de mens uitdrukt. In zijn geval doet hij dat vanuit de thomistische traditie, maar het is ook het grondthema van de Verlichting. Heden ten dage zullen velen een positie tussen beide uitersten in kiezen: dat de natuur wel enige richting geeft, maar voor nadere menselijke invulling zullen ze meer opties aanwezig achten. In die kleine nuance ligt het hele meningsverschil.

Natuurrecht
Ging het dan helemaal niet over homoseksualiteit? Nee, niet rechtstreeks, maar indirect wel een beetje. Benedictus sluit bij zijn betoog over het gezin namelijk aan bij de Franse opperrabbijn Gilles Bernheim en die heeft wel degelijk een kritisch vertoog over het zogenaamde ‘homohuwelijk’ geschreven. Het is duidelijk dat Benedictus met zijn verdediging van het traditionele gezin van man, vrouw en kinderen zich indirect uitspreekt tegen openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Het is een traditionele opvatting, die tot voor kort door vrijwel iedereen gehuldigd werd en waar men uiteraard gegronde bezwaren tegen kan hebben, maar er is weinig reden om er zich over op te winden.

En juist omdat Benedictus zich zo nadrukkelijk opstelt in een rationele, natuurrechtelijke traditie zijn er ook genoeg aanknopingspunten op dit punt inhoudelijk het gesprek met hem aan te gaan. Is het immers ook geen natuurlijk gegeven dat mensen verschillende seksuele voorkeuren hebben? De journalist Jaap Jansen haalde op Twitter bijvoorbeeld een zinnetje van Johnny Jordaan aan, die zei: ‘God heb mij zo gemaakt’. Geeft dat niet aan dat ‘menselijk natuur’ een wellicht minder eenduidig begrip is dan Ratzinger denkt? Kunnen we het ‘homohuwelijk’ juist ook niet zien als een zich voegen naar het oude, ‘natuurlijke’ patroon? (Bedenk wel dat de weerstand tegen het ‘homohuwelijk’ in kringen van homoactivisten lange tijd fel was, vanwege de veronderstelde aanpassing aan ‘burgerlijke’ normen.)

Dialoog
Het ironische wil juist dat het grootste deel van de pauselijke toespraak ging over de wereldwijde dialoog met staten, met de maatschappij en met andere religies. En dat hij daarbij aangeeft dat ook de katholieke kerk de waarheid niet in pacht heeft, juist omdat de waarheid altijd groter is dan wijzelf en ons overstijgt. Maar juist daarom kunnen we frank en vrij het gesprek met elkaar aangaan.

Gezien de reacties is het duidelijk dat velen in Nederland dat open gesprek niet willen en het zelfs ronduit verafschuwen. Zij schelden liever. En zij schelden uit naam van de moraal. Natuurlijk gaat het daarbij soms ook om onwetendheid, om reacties op wat de paus helemaal niet gezegd heeft. Maar het gaat om meer, denk ik. Zodra het om morele aangelegenheden gaat, willen velen ook geen rationele, inhoudelijke dialoog.

Het is een beetje eigen aan moraal. Moraal schrijft voor wat ‘moet’, die gaat ons naar ons besef te boven en die wordt dus afgedwongen – en in het huidige maatschappelijk klimaat wordt die dus ook door verbale intimidatie en gescheld afgedwongen. Ook in Nederland is het homohuwelijk nog relatief nieuw, maar zodra een morele opvatting wettelijk verankerd is, mag je er eigenlijk maatschappelijk niet meer aan twijfelen. Dat geldt ook zaken als abortus provocatus en euthanasie. De grote theoreticus van de democratie, de Franse denker Alexis de Toqueville (1805-1859), gaf er de verklaring al voor: de democratie zet een grote cirkel rond het denken. We mogen veel, maar er zijn grenzen. Over fundamentele uitgangspunten dienen we het volgens onze instincten met elkaar eens te zijn. Aan sommigen dingen mag je in een samenleving als de onze domweg niet twijfelen.

Het heeft mogelijk ook met een diepgaande onzekerheid te maken. Ja, homoseksualiteit lijkt in onze maatschappij geaccepteerd. Maar waarom moet er dan altijd zo luidkeels geschreeuwd worden dat dat zo is? Waarom moet iedereen die vragen stelt, direct weggehoond worden? Misschien omdat het uiteindelijk toch niet zo goed zit en men vooral zichzelf moet overschreeuwen? Het valt op hoe vaak mensen aan de paus ‘homohaat’ toeschrijven. Welnu, geen redelijk mens zal in zijn opvattingen over de menselijke natuur, hoezeer je het daarmee wellicht ook oneens bent, daarvan ook maar een spoortje aantreffen. Hoe komt men dan toch bij die veronderstelde ‘haat’? Het lijkt eerder een kwestie van projectie. Nog steeds hebben homoseksuele jongeren op middelbare scholen het vaak moeilijk en krijgen ze met haat en uitsluiting van hun klasgenoten te maken. In basale menselijke houdingen moet de verklaring liggen, waarbij voor velen een andere seksuele geaardheid dan de hunne intuïtief bedreigend overkomt.

Onvermogen
Valt er iets te doen aan het morele schelden? Niet veel, vrees ik. Schelden is nu eenmaal in. Maar we kunnen wel proberen de rationele morele discussie aan te gaan, met de paus en met het overgrote deel van de mensheid dat op dit punt zijn opvattingen deelt. Maar we zullen vooral moeten leren in onze samenleving een meer redelijke dialoog aan te gaan. Er heerst in Nederland een groot onvermogen om redelijk over ethische kwesties te spreken en dat probleem kan alleen overwonnen door met welwillenden wel de morele dialoog te voeren en daarbij de schreeuwers links te laten liggen.

En daarbij is de vraag wat de menselijke natuur is en wat die over onze bestemming als mensen zegt, niet zonder belang. Want daarin zou wel eens de diepste oorzaak kunnen zitten: de richtingloosheid van onze huidige cultuur. Heeft onze cultuur nog wel rationele grondslagen? Heeft onze moraal nog wel een onderbouwing? Of kan die alleen door middel van verbale intimidatie gehandhaafd worden?

(81)