Archive for november, 2012

20 november 2012

Hoe De Telegraaf desinformatie verspreidde – Kees Hulsman over wat Dries van Agt wél zei

door Jan Dirk Snel

.:.

Een week geleden publiceerde ik hier een stukje over Afshin Ellian en zijn aantijgingen tegen Dries van Agt. Ik ontving daarop een een e-mail van Cornelis (Kees) Hulsman, hoofdredacteur van de bekende site Arab West Report, die bij de bijeenkomst in Museumpark Oriëntalis (Heilig Landstichting, gemeente Groesbeek, nabij Nijmegen) aanwezig was geweest. In een reactie onder het bericht had ik daar al voorzichtig aan gerefereerd, zonder de naam te noemen overigens. Afgelopen zaterdag reageerde Kees Hulsman openbaar met een uitvoerig commentaar onder mijn stuk (dat ik na een afwezigheid van enkele dagen pas later toegankelijk kon maken).

Kees Hulsman (foto: Wikipedia)

De Telegraaf
Vanwege het belang van dit verslag en commentaar van een ooggetuige heb ik besloten het hieronder nog eens afzonderlijk te publiceren. Het valt dan hopelijk iets meer op. Ik heb de tekst volledig intact gelaten [dat is nu niet meer zo: ik heb nu enkele passages geschrapt, zie het naschrift], maar het wel even op spelling, verschrijvingen en dergelijke geredigeerd; iedereen kan de oorspronkelijke versie desgewenst ook bekijken [nu niet meer, zie ook hiervoor het naschrift]. En voor de helderheid heb ik tussenkopjes aangebracht (en in de e-mail die wordt weergegeven, heb ik ze voor de zekerheid tussen rechthoekige haken geplaatst).

Wel is duidelijk dat De Telegraaf bewust desinformatie verspreidde en dat dat maar al te gretig door andere media, waaronder Elsevier en het Reformatorisch Dagblad werd opgepikt en aangedikt; zie daarover ook mijn vorige stukje. Het bericht op de voorpagina van De Telegraaf van vrijdag 9 november 2012 onder de kop ‘Joodse staat in Duitsland’ , dat als zodanig slechts 167 woorden telt, begon als volgt:

‘De pro-Palestijnse activist Dries van Agt heeft gisteren het bestaansrecht van Israël afgewezen en gesuggereerd dat na de Tweede Wereldoorlog een deel van Duitsland had moeten worden ingeruimd als Joodse staat. Joden hebben een veilige plek nodig. Waarom hebben de Joden indertijd geen veilige thuishaven in Duitsland gekregen. Waarom moest dat zonodig Palestina zijn, zei Van Agt, die applaus oogstte van de aanwezigen, onder wie veel traditionele moslims.’

Een interview in het Reformatorisch Dagblad
Het is volstrekt duidelijk dat hier van bewuste desinformatie sprake was, om het maar eens erg voorzichtig te formuleren. Van Agt had het bestaansrecht van Israël niet afgewezen. Tot eer van het Reformatorisch Dagblad – en verslaggever Jacob Hoekman – moet gezegd worden, dat het in het geval aanleiding zag nadere helderheid te verschaffen door Van Agt zelf te interviewen. Dat stuk verscheen vrijdagavond op de website onder de titel ‘Oud-premier Van Agt “zag het licht” in Bethlehem’. Ik raad een ieder aan dat vooral te lezen. De tekst hieronder is verder volledig van de hand van Kees Hulsman.

De reactie van Kees Hulsman

 

Achtergrond
Ik was bij de presentatie van Van Agt aanwezig. Allereerst mijn achtergrond ten aanzien van de lezing. Ik ben op 8 oktober uitgenodigd door de Egyptisch-Nederlandse zakenman Dr. Wahaab Abdallah om in Nijmegen over ons werk in Egypte te spreken (www.arabwestreport.info). 8 oktober was de dag dat de Egyptische ambassadeur een welkomsreceptie gaf voor een Egyptische meerpartijendelegatie die Nederland bezocht. Van Agt was op deze receptie, Hanneke Gelderblom was hier voor D66 en zelf was ik er ook, naast Kamerleden, partijvertegenwoordigers van verschillende Nederlandse politieke partijen en individuele partijleden. Voor de goede orde: Van Agt en Gelderblom waren beiden door mij uitgenodigd voor deze receptie. Ik kon dat doen omdat ik de hoofdorganisator van deze delegatie was. Abdallah, ook uit Nijmegen, reed Van Agt naar Den Haag en bracht hem weer terug.

De bijeenkomst van 8 november
Het doel van de Egyptische delegatie naar Nederland was dialoog met Nederlandse partijen en Abdallah reageerde daarop door Van Agt, Gelderblom en mij uit te nodigen voor een dialoogbijeenkomst in Nijmegen. Hanneke Gelderblom zegde toe om na de presentatie van Van Agt over de dialoog Joden-Moslims te spreken. Zij behoort tot de Joods Liberale Gemeente van Nederland. Op geen enkele manier zouden zij of Van Agt namens een organisatie spreken, maar hun bijdragen waren persoonlijk.

Hanneke Gelderblom liet me een week van tevoren weten dat zij haar belofte tot haar grote spijt niet waar kon maken. Zij zou de presidentsverkiezingen in de VS waarnemen en zag dat haar vliegtuig op 8 november ‘s ochtends zou aankomen en niet de avond tevoren als eerder verwacht. Zij gaf me de namen van Harry Polak en Esther Voet (CIDI) om hen uit te nodigen om in plaats van haar aanwezig te zijn. Ik heb beiden gevraagd en beiden waren bereid geweest om te komen, ware het niet dat de vraag zo kort voor de betreffende datum kwam. Dat heb ik alle begrip voor.

Van Agt hoorde dit alleen op 8 oktober [dit moet november zijn, denk ik, jds] ’s ochtends en en ging direct naar huis om snel zijn standaardpresentatie over het Israëlisch-Palestijnse conflict op te halen. Het gevolg van het ontbreken van Joodse vertegenwoordiging, die dus heel duidelijk was uitgenodigd, was dat Van Agt de tijd van Gelderblom kreeg en die kon opvullen. Er was op dat moment ook niets anders mogelijk. Er was geen andere spreker en je kon niet verwachten dat de genodigden een uur, dat voor Gelderblom was ingeruimd, niets zouden doen.

Een journalist van De Telegraaf
Ik zat met Dr. Abdallah op de eerste rij en hoorde op een gegeven moment dat er een journalist van De Telegraaf was binnengekomen, foto’s had gemaakt en klaarblijkelijk ruzie had gemaakt met iemand die bij de ontvangst van de genodigden stond. Ik heb geen idee wie dat was, maar de ruzie ging over het feit dat hij niet was uitgenodigd en niet vooraf had gemeld dat hij zou komen en plotseling zich opdrong aan de organisatie, die daar niet op was voorbereid. De journalist vertrok weer nadat Van Agt zijn woordje had gezegd en that was it, dachten we op dat moment. Ik had er geen idee van dat deze journalist […] deze vuilspuiterij en leugens zou verspreiden. Toen ik op 11 november hiervan hoorde, schreef ik mw. Hanneke Gelderblom, Esther Voet en Harry Polak deze e-mail, die ik hier volledig weergeef:

Verzonden: zondag 11 november 2012 1:10
Aan: Hanneke Gelderblom; Esther Voet; Harry Polak
Onderwerp: wat is Federatief Joods Nederland […]

Beste Hanneke, Esther en Harry,

Ik was totaal verbaasd over artikelen in De Telegraaf en Reformatorisch Dagblad dat Federatief Joods Nederland aangifte heeft gedaan tegen oud-premier Van Agt. Voor zover ik weet, was niemand van hen aanwezig. […]

Van Agt heeft op de bijeenkomst in Nijmegen heel expliciet gezegd dat de Holocaust de grootste misdaad in de menselijke geschiedenis is. Hij maakte duidelijk het Zionisme niet te willen afwijzen. Hij heeft gezegd het dom te vinden dat Arabieren het delingsplan van 1947 niet hebben geaccepteerd en dat het daarom begrijpelijk is dat voor een tweestatenoplossing, Israël en Palestijnse staat, uit wordt gegaan van de grenzen van voor 5 juni 1967. Bezetting van in de Zesdaagse Oorlog veroverde gebieden vindt hij onacceptabel.

De berichtgeving was er klaarblijkelijk alleen op gericht om sensationeel en negatief over Van Agt te kunnen berichten.

[Bestaansrecht]
Het eerste bericht verscheen klaarblijkelijk in De Telegraaf van 9 november […]. Dat is niet op het internet terug te vinden, wel een verwijzing daarnaar door het ANP. Volgens het ANP zou De Telegraaf geschreven hebben dat Van Agt het bestaansrecht van de staat Israël afwijst. Ik ben bij de gehele presentatie van Van Agt aanwezig geweest en dit heeft hij beslist niet gezegd. De Telegraaf beweerde volgens het ANP ook dat Van Agt ‘heeft gesuggereerd dat na de Tweede Wereldoorlog een deel van Duitsland had moeten worden ingeruimd als Joodse staat.’ Van Agt heeft gezegd ‘dat het ‘logischer’ was geweest om de Joden een staat in Europa aan te bieden omdat hier de basis voor de Tweede Wereldoorlog lag. ‘Het Midden-Oosten had er helemaal niets mee te maken!’’

Dit was in de context van het verhaal dat de Palestijnen de prijs voor deze grote Europese misdaad moesten betalen. Jodenvervolgingen in Europa en de Holocaust hebben een stroom van migratie op gang gebracht, die vanuit het zicht van de migranten begrijpelijk was, maar voor de Palestijnen desastreus.

[Applaus en dialoog]
Het ANP bericht dat De Telegraaf schreef dat Van Agt met zijn uitspraken veel applaus onder de aanwezigen, ‘onder wie veel moslims’, oogstte. Van Agt heeft applaus geoogst, maar niet op het onderdeel waarin hij over Duitsland sprak.

Met ‘onder wie veel moslims’ wordt gesuggereerd dat Moslims tegen Israël zijn. Wat een vertekening. Dit waren moslims die voor dialoog waren!

Volgens […] Elsevier van 9 november zou Van Agt gezegd hebben: ‘Een dialoog tussen de Palestijnen en de Israëliërs is volgens Van Agt niet mogelijk. Een tweestatenoplossing komt er volgens de oud-premier dan ook niet: ‘Volslagen onzin om dat te hopen of te denken.’’

Wat een verwrongen weergave. Van Agt heeft niet gezegd dat een dialoog tussen Palestijnen en Israëliërs niet mogelijk is. Hij heeft ook aangegeven dat hij niet tegen het Zionisme in het algemeen is. Hij prees Een Ander Joods Geluid. Zijn ongeloof in een tweestatenoplossing was gekoppeld aan de verregaande settlementpolitiek waardoor de Westbank nu in vele onleefbare kleine eenheden is opgesplitst.

[Kristallnacht]
[Elsevier] belt met CDA-lid en communicatieadviseur Jack de Vries, die niet in Nijmegen aanwezig was, die dan zegt ‘Vooral met oog op de Kristallnacht (vanavond 74 jaar geleden) getuigen deze uitspraken van weinig respect voor de geschiedenis.’ Heeft De Vries dit echt spontaan gezegd of heeft de interviewer zijn verwrongen weergave van Van Agts woorden gegeven en dan De Vries gevraagd wat hij daarvan vond in het licht van de Kristallnacht-herdenking?

In ieder geval lijkt de verwijzing naar de Kristallnacht effect te sorteren. Het Reformatorisch Dagblad bericht vrijdagavond dat Federatief Joods Nederland (FJN) aangifte tegen Van Agt heeft gedaan. Voorzitter prof. mr. H. Loonstein vindt de uitspraken van Van Agt ‘een grove opzettelijke belediging.’ Opzet is voor hem evident, omdat hij deze vermeende uitspraken gedaan zou hebben kort voor de herdenking van de Kristallnacht. Van Agt zou volgens Loonstein aanzetten tot haat.

[Vertrouwen]
Jammer dat Loonstein alleen reageert op basis van hearsay en zelf niet bij de presentatie van Van Agt was. Het is ook heel jammer dat niet een van jullie zelf aanwezig kon zijn en zelf konden horen wat Van Agt te vertellen had. […]

Kennen jullie […] Federatief Joods Nederland? Wat is FJN voor een organisatie? De houding van prof. Loonstein lijkt veel op dat van activistische Koptische advocaten in Egypte; er wordt ergens iets beweerd, uitspraken worden niet geverifieerd, maar direct worden juridische stappen ondernomen. Ik vind dat niet erg sympathiek.

Met vriendelijke groet,

Kees

Heisa
Hanneke Gelderblom, Esther Voet en Harry Polak hebben daar in mails naar mij op gereageerd.  Gelderblom is op reis en schreef een korte mail: ‘nog steeds ontzettend jammer dat ik er niet bij kon zijn. moeten we beslist een andere keer overdoen.’ Esther Voet en Harry Polak schreven me hun commentaar dat ze het ook niet eens zijn met de standpunten van Van Agt, zoals ik ze in mijn email aan hen heb opgetekend. Dat is hun goed recht.

Belangrijk is echter dat we niet over meningen van anderen spreken op basis van wat media beweren, maar dat die contacten rechtstreeks zijn. […] Een totaal verwrongen weergave van de woorden van Van Agt. Natuurlijk is dat goed voor je eigen boterham. Je creëert een heisa en kunt dan weer meer daarover schrijven en dat betaalt natuurlijk. Ik hoop van harte dat de suggestie van Hanneke Gelderblom wordt opgevolgd: een nieuwe discussie tussen haar en Van Agt en dan wel een fatsoenlijke weergave daarvan!

Organisatie
Nog een opmerking over de organisatoren. Ik heb vooraf met ze gesproken, ze wilden uitdrukkelijk Joodse, Moslim en Christelijke bijdragen horen. Dat is positief. De organisatie liet echter nogal te wensen over. Het is veel te veel op het laatste moment georganiseerd. Met een langere voorbereiding en veel vroegere afspraken met sprekers had veel van dit voorkomen kunnen worden.

Nog een punt: Ik was dus op 8 november aanwezig. Ik ben op 9 november terug naar Egypte gevlogen in verband met werk voor ons kantoor in Caïro en ben in de afgelopen week extreem druk geweest met afspraken. Ik heb mijn e-mail aan Gelderblom, Voet en Polak aan Jan Dirk Snel gestuurd om hem daarmee te laten weten wat mijn weergave van de presentatie van Van Agt was. Ik heb Jan Dirk niet de antwoorden van de genoemde personen gestuurd. Dat moeten ze zelf doen. Ik heb alleen het antwoord van Hanneke Gelderblom doorgegeven waarin zij schrijft dat we dit nog een keer over moeten doen. Dat steun ik van harte! Dus door de zeer drukke reeks van presentaties die ik hier voor studenten in Caïro moest geven alsmede werk op kantoor, heb ik nu pas gereageerd. Vandaag is zaterdag, dat is ook een vrije dag in Egypte en dus eindelijk een moment om deze tekst te schrijven.

Naschrift 19 januari 2013
In het bovenstaande schrijven van Kees Hulsman heb ik enkele passages verwijderd. Ze zijn aangegeven door […].

Kees Hulsman ging er in zijn schrijven vanuit dat de onbekende journalist van De Telegraaf en de redacteur van Elsevier die als vervolg daarop twee korte berichten schreef, een en dezelfde persoon waren. Mij leek dat direct al een voorbarige conclusie. In mijn inleiding had ik in de derde alinea, die ik nu geschrapt heb, al geschreven dat ik daar ‘zonder nadere aanwijzingen’ zeker niet vanuit zou willen gaan; en daaraan toegevoegd: ‘mij komt dat vooralsnog zelfs ietwat onwaarschijnlijk voor’. En bij de eerste keer dat zijn naam in het schrijven van Hulsman viel en hij voor dezelfde persoon als de journalist van De Telegraaf werd gehouden, had ik al tussen haken toegevoegd: ‘deze conclusie, ook verderop, lijkt mij vooralsnog voorbarig’.

In december plaatste de genoemde Elsevier­-webredacteur een reactie onder dit bericht, waarin hij zijn verbazing over de identificatie uitte. Hij meldde dat hij alleen bij Elsevier werkte en zeker niet voor De Telegraaf, volgens hem een ‘ridicule suggestie’. Hij verzocht mij ‘de onterechte aantijgingen die hierboven worden geuit te rectificeren’. Dat heb ik vervolgens con amore gedaan. Aan mijn hierboven vermelde opmerking in de tekst van Hulsman had ik nu toegevoegd: ‘nadere opmerking december 2012: en inmiddels weten we dat ze volstrekt onjuist is; zie naschrift’.

In dat naschrift had ik nog eens geschreven dat de identificatie in het artikel volstrekt onjuist is. ‘Alles wat er dienaangaande over hem gezegd wordt, is dan ook ongegrond. ‘ Ik voegde daaraan toe: ‘Achteraf gezien had ik Kees Hulsman beter kunnen vragen zijn stuk te herschrijven met weglating van deze suggestie. Het punt waar het om ging, veranderde er immers niet door.’ Waarop ik de redacteur mijn excuses aanbood.

Een aantal dagen geleden ontving ik een e-mail van de betreffende redacteur, waarin hij overigens niet op de rectificatie inging, maar wel een nieuw verzoek deed. Hij verzocht mij nu vriendelijk het bericht te verwijderen. Het lijkt mij dat algehele verwijdering van gehele stuk te ver gaat. Daarvoor bevat het te veel waardevolle informatie. Maar ik kan heel goed begrijpen dat hij het onaangenaam vindt dat zijn naam bleef figureren in een stuk waarin het op die manier geen functie had. De kans bestaat dan immers altijd dat iemand bij snel googelen enkele zinnen leest en niet de rectificatie ziet. Ik heb daarom besloten alle passages waarin hierboven zijn naam viel, te verwijderen en door […] te vervangen en in één geval, waar dat zakelijk juist is, door [Elsevier].

De naam komt zo niet meer in het document voor. Dat is ook de reden dat ik zijn naam hier niet noem en zijn eigen reactie, die hieronder stond, nu verwijderd heb. Mijn oorspronkelijke rectificerende naschrift  en de rectificerende opmerking in het stuk van Hulsman heb ik ook verwijderd, en door dit nieuwe nawoord vervangen.

Ook de oorspronkelijke reactie van Kees Hulsman, die ik hierboven citeerde, heb ik nu onder het vorige stuk weggehaald. Een andere reactie daar van Kees Hulsman, waarin hij een e-mail aan de Elsevier-redacteur weergaf waarin hij deze om nadere informatie vroeg (en waar hij toen geen antwoord op ontvangen had), had ik in december, tegelijk met het plaatsen van de rectificatie, al verwijderd.

Ik hoop dat de zaak zo naar tevredenheid afgedaan is. Het ging in dit stuk en het vorige om de goede naam van een medemens, Van Agt, die door De Telegraaf en de daarop volgende publiciteit door het slijk was gehaald. Het was uiteraard niet de bedoeling daarbij de goede naam van een ander vervolgens aan te tasten. Vandaar al de aanvankelijke behoedzaamheid en vervolgens de rectificatie. Door de naam nu geheel weg te laten hoop ik dat ik ook aan het nieuwe verzoek naar de intentie daarvan voldaan heb.

(80)

Advertenties
13 november 2012

Afshin Ellian en zijn aantijgingen tegen Dries van Agt

door Jan Dirk Snel

.:.

Laten we het kort houden, zoals Oldenbarneveldt volgens de legende tot de beul zei.

Gisteren publiceerde Afshin Ellian, hoogleraar sociale cohesie, burgerschap en multiculturaliteit te Leiden, een column op de website van Elsevier onder de titel ‘Van Agt zoekt nieuwe Heimat voor de Joden‘. Van de 846 woorden die de column, inclusief tussenkopjes, telt, zijn er welgeteld 473 verstreken – dat is dus ruim voorbij de helft – voordat de naam die zo prominent in de kop figureert, weer valt.

Minister-president A.A.M. van Agt in 1980 (Foto: Wikipedia)

Een thuishaven in Duitsland
(1) Laten we allereerst eens kijken wat Ellian ons vertelt over wat deze Dries van Agt, minister-president van 1977 tot 1982, vorige week donderdag op een symposium te Groesbeek gezegd zou hebben. Dit:

‘Op de site van Elsevier las ik dit schokkende bericht: ‘Tijdens de bijeenkomst vroeg Van Agt zich af waarom de Joden zo nodig naar Palestina moesten. “Joden hebben een veilige plek nodig. Waarom hebben ze indertijd geen veilige thuishaven in Duitsland gekregen?”‘ Applaus.
Van Agt kreeg na zijn toespraak een luid applaus van de aanwezigen, onder wie veel traditionele moslims. Van Agt sprak in de Heilig Landstichting bij Nijmegen op een symposium over ‘interreligieuze en interculturele dialoog’.’

Dat ‘schokkende bericht’, dat trouwens weer terugging op een bericht uit De Telegraaf – en dat overigens ook door het Reformatorisch Dagblad en andere media werd aangehaald – stond afgelopen vrijdag, 9 november, op de site van Elsevier. En we kunnen in ieder geval vaststellen dat Ellian deze woorden correct heeft overgeschreven. En Ellian heeft in ieder geval de datum goed: Van Agt sprak inderdaad op donderdag 8 november 2012.

We weten echter ook dat Van Agt inmiddels tegenover Elsevier verklaard had dat de weergave niet klopte, en we weten dat Ellian dat weet, omdat hij in zijn column – onder de woorden ‘vindt niet’ – ‘naar dit bericht linkt. Van Agts reactie:

”Dat heb ik helemaal niet zo gezegd,’ reageert Van Agt zaterdagochtend tegen elsevier.nl. Volgens Van Agt zei hij alleen dat het ‘logischer’ was geweest om de Joden een staat in Europa aan te bieden omdat hier de basis voor de Tweede Wereldoorlog lag. ‘Het Midden-Oosten had er helemaal niets mee te maken!’
Omdat Duitsland de grote boosdoener was, zou het volgens Van Agt terecht zijn geweest om hen te dwingen een stuk land aan de Joden af te staan. ‘Maar ik begrijp dat dit gevoelig ligt en de Joden hadden hier natuurlijk nooit mee ingestemd’.

Israël verwijderen
(2) Maar laten we verder lezen. Op grond van het bericht waarvan Ellian weet dat Van Agt het incorrect acht, schrijft hij Van Agt een conclusie toe die zelfs op grond daarvan toch ietwat verrassend is: ‘weg met Israël!’ Ellian zegt hetzelfde nog eens een paar keer:

‘Wat zegt Dries van Agt eigenlijk? Hij is van mening dat de concentratie van Joden in het Midden-Oosten een onnatuurlijke ramp heeft veroorzaakt: de staat der Joden. De Joodse staat hoort daar niet thuis.’

Vervolgens schrijft hij dat volgens Van Agt dat ‘probleem’ kan worden ‘opgelost’ door de ‘opheffing – de verplaatsing van de staat Israël naar Europa’. Ellian beweert daarna dat Van Agt met anderen – ik noem ze zo meteen – van mening is ‘dat de staat Israël uit het Midden-Oosten moet worden verwijderd.’ En alsof het niet genoeg is, herhaalt Ellian in de volgende drie zinnen die ‘verwijdering’ nog maar eens evenzovele keren. Nee, een groot stilist is hij niet, maar duidelijk is hij zo tenminste wel.

Het probleem is echter wel dat Ellian voor zijn bewering geen enkel bewijs opvoert. Zelfs als het eerste bericht wel zou kloppen, volgt dat er toch niet uit, zou je zo denken. En het is natuurlijk veel sterker: nergens zegt Van Agt dat de staat Israël ‘verwijderd’ zou moeten worden. Van Agt zei dat zelfs volgens de in zijn ogen onjuiste berichtgeving niet en nergens heeft hij dat ooit gezegd. In zijn boek Een schreeuw om recht (Amsterdam 2009) gaat Van Agt volledig uit van het bestaan en het bestaansrecht van Israël. Iedereen die de activiteiten van Van Agt en de stichting The Rights Forum ook maar bij benadering gevolgd heeft, weet dat Van Agt steeds uitgaat van het internationaal recht, waarbinnen ook de staat Israël zijn rechtmatige plaats heeft. In een verklaring die Van Agt op 9 november schreef en die waarschijnlijk gisteren op zijn website gepubliceerd werd, schrijft hij nog eens:

‘De Telegraaf heeft geschreven dat ik het bestaansrecht van Israël heb afgewezen. Dat heb ik niet gedaan, nooit gedaan. De staat Israël is alom ter wereld erkend en als lid opgenomen van de Verenigde Naties. Die staat is binnen de grenzen van 1967 internationaalrechtelijk onomstreden.’

Goed, dat bericht was mogelijk pas te lezen nadat Ellian zijn column had geschreven, maar hij laat toch nogal opzichtig na om aan te tonen waar Van Agt zich voor de ‘verwijdering van Israël’ zou hebben uitgesproken. Hij heeft een dergelijk bewijs niet en we mogen aannemen dat hij wist dat hij onwaarheid schreef. Nergens toont Ellian aan dat Van Agt gezegd zou hebben dat de staat Israël een ‘onnatuurlijke ramp’ is.

Hamas en Iran als vrienden
(3) We lezen nog meer:

‘Dries van Agt spreekt in de taal van zijn vrienden, namelijk die van de islamitische terreurorganisatie Hamas en de Iraanse staat.’

Zo dat weten we dan ook weer. Volgens Ellian zijn de ‘islamtische terreurorganisatie Hamas’ en ‘het islamitische Iran’ – letterlijke formulering iets verderop – de ‘vrienden’ van Van Agt. Met deze twee entiteiten zou Van Agt zelfs het zelfde ‘strategische plan’, onder het voorgaande punt al behandeld, delen.

Maar opnieuw de vraag: heeft Ellian hier enig bewijsmateriaal voor aangevoerd? En dan gaan we er nog maar even vanuit dat we zouden weten wat de doelstelling van deze twee ‘vrienden’ is. Het antwoord is opnieuw ontkennend. Nergens toont Ellian aan dat Van Agt dezelfde doelstellingen deelt en met deze twee bevriend is. Kortom, opnieuw een ongefundeerde bewering en gezien Ellians invulling een onware bewering.

Een antisemitische boer
(4) Dan volgt het wat schimmige slot. Ik citeer integraal maar zonder tussenkopje:

‘Ze passen perfect bij elkaar: de islamitische antisemieten en een katholieke boer uit Europa.
Wat was een culturele eigenschap van katholieke boeren in Europa? De Joden hebben Onze Lieve Heer gedood, dus zijn de Joden de vijand van Christus. Voor dit boerse katholieke antisemitisme heeft paus Johannes Paulus II een indrukwekkend mea culpa uitgesproken.
Ondanks het mea culpa van de paus komt Dries van Agt met een Madagaskar-project voor Joden. Dries is een vergeetachtige boer: de rots van de kerk was immers een Jood.’

Laten we even invullen: Van Agt wordt hier getekend als een ‘vergeetachtige’ ‘katholieke boer uit Europa’ die schuldig is aan het ‘boerse katholieke antisemistisme’ en hij past perfect bij de ‘islamitische antisemieten’. Het is wat ingewikkeld geformuleerd, maar Van Agt wordt hier wel degelijk op een wat omslachtige manier voor antisemiet uitgemaakt.

Opgemerkt moet worden dat in het oorspronkelijke bericht, althans dat in Elsevier, de term antisemitisme niet viel. Na het aanvankelijke bericht had Federatief Joods Nederland (FJN) onder voorzitterschap van Herman Loonstein namelijk aangekondigd aangifte te hebben gedaan – of te zullen doen misschien, dat is onduidelijk – wegens ‘het opzettelijk beledigen van een groep mensen wegens hun ras en van aanzetten tot haat’. Nadat het Reformatorisch Dagblad in een volgens Henri Veldhuis ‘kwetsend’ commentaar het woord ‘Jodenhaat’ al had laten vallen, was het Elsevier dat hier ‘antisemitisme en Holocaustontkenning’ van maakte, wat Van Agt dan vervolgens weer ontkend zou hebben. Het is op deze beschuldiging waar Ellian in zijn column op inspeelt. Van Agt vindt van niet, weet hij, hij vindt van wel.

En zo, in dit kader. kunnen we de lange inleiding die de halve column beslaat over het Reichssicherheitshauptamt, Referat IV-B, Adolf Eichmann en het Madagaskar-project vervolgens verstaan. Ik raad de lezer aan dat stuk zelf nog maar eens na te lezen. Anders dan in de opvatting die ten onrechte aan Van Agt wordt toegeschreven, gold daarbij: ‘De Joden moesten Europa uit’. Maar toen dat niet lukte, en ook niet kon trouwens, was het slechts ‘de logische en psychologische voorbereiding op de volgende stap’:

‘Als er geen territorium beschikbaar zou zijn voor de Joden, was het tijd voor de totale vernietiging.

Die zin staat niet voor niets in dit stuk over Van Agt. De nazi’s kozen voor de ‘totale vernietiging’ van de joden. De joodse staat Israël moet in Ellians weergave volgens Van Agt ‘verwijderd’ worden. De parallel is impliciet, maar ze zal geen lezer ontgaan zijn.

Smaad
Het is helder. Ellian beweert veel dingen die niet waar zijn. Hij schrijft (1) aan Van Agt toe dat die ‘een nieuwe Heimat voor de Joden’ wil, een ‘verplaatsing van de staat Israël naar Europa’, terwijl hij weet dat dat niet waar is en Van Agt deze valse aantijging weersproken heeft. Hij schrijft (2) dat Van Agt de ‘verwijdering van Israël’ wenst, terwijl hij weet dat het tegendeel waar is. Hij schrijft (3) aan Van Agt toe dat die bevriend is met Hamas en Iran en hetzelfde ‘strategische plan’ koestert, terwijl hij daarvoor geen spoortje bewijs heeft en daarmee duidelijk op de wens de staat Israël te vernietigen doelt. En hij maakt (4) Van Agt op een geraffineerde en omslachtige wijze uit voor antisemiet en associeert hem met de ‘totale vernietiging’ van de joden door de nazi’s.

Het vreemde van deze wijze van ‘redeneren’ is bovendien dat we nu wel weten dát Ellian iets tegen Van Agt heeft, maar dat we eigenlijk nog steeds geen idee hebben wát precies, want enig zakelijk punt van kritiek dat hout snijdt, wordt te midden van alle onwaarheden nergens opgevoerd. Haat zien we, een sterke haat jegens Van Agt, niet meer. Geen enkele uitleg of verklaring. En waarom? We moeten maar raden.

Afshin Ellian maakt hier een medemens, Dries van Agt, zwart en beschuldigt hem van belastende dingen – vriendschap met terroristen, antisemitisme – waarvan hij weet dat ze onwaar zijn. Het Wetboek van Strafrecht (artikel 261) noem het aanranden van ‘iemands eer of goede naam’ smaad. En wat Ellian hier doet, is duidelijk een kwestie van laster en van smaad. Hier gaat het niet om meningen, maar om onwaarheden. Of dit bij een aangifte genoeg zou zijn voor een veroordeling, moet afgewacht worden. Het is wat mij betreft ook niet nodig.

Maar een ingrijpen van de bestuurderen van de Leidse universiteit zou op zijn minst op zijn plaats zijn. En deze vuilspuiterij heeft niets, maar dan ook niets, met een mening te maken. Hier gaat het om pure onwaarheden. Dit past niet bij een doctor en de traditionele plichten en rechten die aan die titel verbonden zijn, en dit past ook niet bij een hoogleraar.

Tot besluit
Hoe de demonisering van een tegenstander door Ellian hier geïnterpreteerd moet worden en of zijn voormalige lidmaatschap van de communistische Tudeh Partij iets met dit extreme vijandsdenken, waarbij geen verdachtmaking geschuwd wordt, te maken heeft, zoals sommigen denken, laat ik graag open. Het is duidelijk dat hier een grens overschreden is.

En o ja, met allerlei meningen over Israël, die men hebben kan, met allerlei kritiek die men ook op opvattingen van Dries van Agt en op concrete uitlatingen, die hij wél werkelijk gedaan heeft, eventueel kan hebben, heeft dit allemaal niets te maken. Hier ging iemand de grenzen van het betamelijke ver te buiten en het leek me belangrijk om dat simpele gegeven te constateren.

Over die andere zaken kunnen we het dan later nog eens in alle rust hebben.

(79)