Sjoemelen met de Grondwet? [Grondwet II]

door Jan Dirk Snel

[Maandag 16 augustus 2021] Vrijdag schreef ik hier een stukje over drie staatssecretarissen die benoemd zijn nadat het kabinet al demissionair was geworden, en die vasthielden aan hun lidmaatschap van de Tweede Kamer. De enige vraag waar het daarbij op aankwam, was of iemand die lid wordt van een demissionair kabinet, zelf ook intrinsiek demissionair is.

Naar mijn idee kan het antwoord daarop alleen maar bevestigend luiden. De premier heeft destijds, op 15 januari, het ontslag van ‘alle ministers en staatssecretarissen’ aan de koning aangeboden en daar is geen temporeel voorbehoud bij. Het geldt voor het hele kabinet, dus ook voor eventueel nog toe te treden bewindslieden. Dit is ook de opvatting die in 1994 en 2017 klaarblijkelijk gevolgd werd toen Aad Kosto in het demissionaire kabinet-Lubbers III en Klaas Dijkhoff in het demissionaire Rutte II respectievelijk tot minister van Justitie en Defensie werden benoemd. Dat ze daarvoor al demissionair staatssecretaris waren – de eerstgenoemde op hetzelfde departement, de laatste op een ander – deed daarbij niet ter zake. Het ging om nieuwe beëdigingen en ze bleven daarna lid van de Tweede Kamer. Dat kon alleen als ze in hun nieuwe ambt net als de rest van het kabinet impliciet en intrinsiek demissionair waren. Enfin, u kunt mijn betoog van vrijdag nog eens nalezen.

Premier Rutte
Later die dag verschenen ook de antwoorden van minister-president Rutte op vragen van de Kamerleden Marijnissen en Leijten. Het viel moeilijk anders verwachten dan dat hij de sinds 1994 gevestigde opvatting zou volgen. En dat was ook zo:

‘In de Grondwet (artikel 57, tweede lid) staat onder meer dat een lid van de Staten-Generaal niet tevens minister of staatssecretaris kan zijn. Hierop bestaat de uitzondering dat een minister of staatssecretaris die zijn ambt ter beschikking heeft gesteld, dit ambt kan verenigen met het lidmaatschap van de Staten-Generaal, totdat omtrent die beschikbaarstelling is beslist (artikel 57, derde lid). Doel hiervan is onder meer om volwaardige bezetting van het kabinet in de demissionaire periode te waarborgen.

De uitzondering op de onverenigbaarheid van functies is, naar het oordeel van het kabinet, zodanig geformuleerd dat deze zowel op zittende bewindspersonen als op nieuw te benoemen bewindspersonen ziet. Het door de minister-president namens alle ministers en staatssecretarissen ingediende ontslag ziet namelijk ook op mogelijk nog te benoemen bewindspersonen. Hieruit volgt dat de uitzondering uit artikel 57, derde lid, Grondwet ook op hen van toepassing is. ‘

Kortom, de premier betoogde dat ook de nieuw benoemde bewindspersonen demissionair zijn en dat de uitzondering die de Grondwet formuleert, daarom ook op hen van toepassing is. Geen speld tussen te krijgen, dunkt mij.

Dwarsheid en verontwaardiging
Tenzij je er dus in zou slagen om alsnog aan te tonen dat de drie benoemde staatssecretarissen niet onder het collectieve ontslagaanbod vallen en dus niet hun ambt ter beschikking hebben gesteld. Het kabinet zou dan dus bestaan uit een mengeling van demissionaire en niet-demissionaire bewindslieden. Een nogal gekunstelde opvatting. Maar, wie weet, zou iemand toch kunnen proberen een redenering die tot die conclusie komt, op te zetten.

Ik heb het niet gezien, maar ik zal lang niet alles gezien hebben. Wat ik wel zag, dankzij ijverige retweeters, was een opmerking van de Leidse hoogleraar staatsrecht Wim Voermans:

‘Tja, gewoon doen of het wel kan terwijl de Grondwet het verbiedt. Typisch staaltje “politieke feiten maken” #bestuurlijkecultuur terzijde zetten Grondwet “Rutte na kritiek: nieuwe staatssecretarissen kunnen ook Kamerlid blijven”  | NOS’

Het is typerend voor de houding van de man. Er was toch op zijn minst gebleken dat de premier meende dat er wel conform de Grondwet gehandeld werd. Dat is de vaste staatsrechtelijke opvatting sinds 1994. Maar Voermans herhaalt simpelweg zijn controversiële bewering, zonder enige onderbouwing. Hij doet alsof het kabinet willens en weten de Grondwet terzijde stelt en zo politieke feiten creëert. Terwijl nu dus exact hetzelfde gedaan werd als in 1994 en 2017.

Het is het bekende patroon: eerst iets dwarsigs roepen, vervolgens het verwachte ongelijk krijgen en dan verontwaardigd doen. Maar het is niet ongevaarlijk. Er zijn echt mensen die hem geloven en nu denken dat de regering zich maar niets van de Grondwet aantrekt, ook al kan iedereen beter weten. Zo ontstaat een sfeer van opruiing.

De Grondwet volgen
Vanochtend verscheen in de Volkskrant een artikel waaruit blijkt dat het Kamerlid Renske Leijten de drie nieuwe staatssecretarissen oproept hun Kamerzetels op te geven: ‘ik wil hierover met hen in debat. Geen gehakketak over interpretaties van de wetten. Dit moet nu eerlijk geregeld worden.’ Het is een beetje onduidelijk waar ze haar begrip van eerlijkheid aan ontleent. Kennelijk niet aan het nauwkeurig volgen van de Grondwet, want ze zegt nu ook dat ze er in mei geen punt van maakte dat Dilan Yeşilgöz tot staatssecretaris werd benoemd. Als ze dat toen niet in strijd met de Grondwet achtte, dan moet dat ook voor de nieuwe benoemingen gelden. Ze wil wel dat Wiersma en Van Weyenberg hun zetels opgeven, maar eraan vasthouden kan dus volgens haar niet tegen de Grondwet indruisen. Ze heeft duidelijk een andere opvatting dan Voermans, ook al lijkt niet iedereen dat te zien. Ze wil zelfs niet praten over de juiste interpretatie van de Grondwet. Een nogal achteloze opstelling voor een Kamerlid.

Er is nog iets in het krantenstuk dat aandacht behoeft. De auteur stelt een ‘precieze uitleg’ van de Grondwet tegenover een ‘rekkelijke uitleg’, die ook door Rutte gebruikt zou zijn. Maar als je goed kijkt, is het precies omgekeerd. Als iemand die toetreedt tot een reeds demissionair kabinet, ook demissionair is, wordt de uitzondering van artikel 57 lid 3 van de Grondwet juist heel precies toegepast. Iemand die dan zegt: ja, dat staat er wel, maar zo was het destijds niet bedoeld – bijvoorbeeld omdat er toen niet aan gedacht is – zegt in feite: trekt u zich van de tekst van de Grondwet niets aan. Dat getuigt van een nogal losse omgang.

Slot
Duidelijk is dat de regering net als in 1994 en 2017 meent de Grondwet te volgen. Wie daar anders over denkt, zou met een gefundeerd tegenbetoog moeten komen en niet maar zo moeten roepen dat men de Grondwet terzijde stelt. Dat doet men in ieder geval niet. En wat dus ook kan, is dat men in feite helemaal aan de interpretatie van de Grondwet voorbij wil gaan, zoals het genoemde Kamerlid. Haar morele oproep valt echter binnen een klimaat dat al doet alsof de Grondwet niet gevolgd wordt. Zij zegt dat niet, maar toont Twitter, velen die het krantenstuk lazen, denken dat toch.

Het populisme waar we nu al jaren mee moeten leven, keert zich tegen onze rechtsstaat, maar maakt daar vervolgens eigenlijk weinig werk van. Deze op het eerste gezicht omgekeerde houding, waarmee men zonder onderbouwing net doet alsof de overheid maar wat met de Grondwet sjoemelt en zich niet aan democratische rechtsorde houdt, is niet minder gevaarlijk. Ze ondermijnt het vertrouwen.

(214)

2 Responses to “Sjoemelen met de Grondwet? [Grondwet II]”

  1. Helemaal eens met het bovenstaande.

    Ik zou er nog aan willen toevoegen dat het een goed juridisch principe is dat, wanneer er meerdere interpretaties mogelijk zijn van een wet, een interpretatie die niet tot absurde conclusies leidt, de voorkeur verdient boven een interpretatie waarbij dat wél het geval is. Dat er binnen een demissionair kabinet enkele bewindslieden zouden zijn die níet de demissionaire status hebben, mag gerust een absurde conclusie heten. Je krijgt dan een rare tweedeling binnen het kabinet tussen demissionaire en niet-demissionaire bewindslieden. Het gewoonterecht wil immers dat een demissionaire bewindspersoon zich terughoudender opstelt en niet beslist over controversiële onderwerpen. Ik heb Voermans c.s. nog niet horen betogen dat Wiersma, Yeşilgöz-Zegerius en Van Weyenberg zich in tegenstelling tot hun collega’s mogen uitleven en wél controversiële beslissingen mogen nemen.

    Of, hoe je het ook zou kunnen zien: dat Wiersma, Yeşilgöz-Zegerius en Van Weyenberg lid blijven van de Tweede Kamer, onderstreept dat het kabinet hen beschouwt (en dat zij zichzelf beschouwen) als demissionair, net zo goed als al hun collega’s. Daarmee is er dus geen probleem.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: