13 oktober 2021

Wijn op de grens van drie culturen – Paul Balke over Noord-Adriatica

door Jan Dirk Snel

[Woensdag 13 oktober 2021] Over drie landen en drie culturen gaat het nieuwe boek van Paul Balke. Het gaat, beter gezegd, over drie of vier aaneensluitende regio’s in drie landen, die deel uitmaken van twee grote taalgebieden, waarbij een derde cultuur op de achtergrond, historisch, een grote rol speelt. Nergens in Europa spelen de Romaanse, de Slavische en Germaanse cultuur op zo’n wijze op elkaar in als in het gebied ten noorden van de Adriatische Zee.

Maar hoe noemen we dat gebied? The North Adriatic noemt Paul Balke het in de titel van zijn Engelstalige boek. Op zich kan men daarmee ook het noordelijk deel van de Adriatische Zee aanduiden, maar de term kan ook gebruikt worden voor aldaar gelegen havensteden en bij uitbreiding eveneens voor de gehele landstreek. Noord-Adriatica is in het Nederlands misschien een geschikte, zij het tot op heden weinig gangbare benaming.

Nieuwe gebieden
Over dat boek moet het hier gaan. En laat ik de dingen daarbij maar vertellen hoe ze gegaan zijn. In het voorjaar overhandigde Paul Balke mij zijn prachtig uitgevoerde en rijk geïllustreerde boek. Het enige dat hij vroeg, was dat ik er een stukje over zou schrijven. Dat leek me een alleszins redelijk verzoek, maar ik vertelde erbij dat ik er niet direct aan toe zou komen. Toch heb ik er veel langer over gedaan dan nodig was en heb ik ook na intensieve lectuur nog lang getreuzeld. Veel te lang. Dat lag niet aan het boek, maar aan mij. Hoe kon ik geloofwaardig ineens een stukje over een wijnboek – want dat het is het: een boek over wijnen – schrijven? Daar kwam ik even niet uit, maar nu wel. Door maar gewoon te vertellen hoe het gegaan is. Hetgeen ik hierbij gedaan heb.

Een boek over wijn dus. Of beter: wijnen. In kringen van wijnkenners is Paul Balke een goede bekende. Anderhalf decennium geleden schreef hij al Basiskennis over wijn (Utrecht, Château Ostade, 2004) en enkele jaren later kwam hij met Piemonte. Wine and Travel Atlas (Utrecht, Château Ostade, 2008). En nu dan: North Adriatic. Friuli Venezia Giulia – West Slovenia – Istria – Kvarner. Wine & Travel Atlas (2020).

Van wijnen heb ik niet heel veel verstand. O ja, ik weet best of ik een wijn lekker vind of niet, en als in een schenkgelegenheid de ober de keuze geeft uit enkele soorten wijn, weet ik meestal ook wel zo’n beetje waar het over gaat en welke ik moet kiezen. Maar een kenner ben ik niet. Misschien val ik zelfs wel onder wat de Italiaanse auteur Alessandro Baricco in De barbaren (Amsterdam, De Bezige Bij, 2010; I barbari, Saggio sulla mutatione, 2006) de consumenten van hollywoodwijn noemt: drinkers van een algemene wijn die zeker niet slecht smaakt, maar het eigene van een echte streekgebonden wijn mist. En juist in al die speciale wijnen is Paul Balke een vooraanstaande gids. Waarbij hij telkens nieuwe gebieden exploreert. Vanuit Piëmont heeft hij zo ongeveer heel Italië voorgesteld aan wijnjournalisten en nu begeeft hij zich steeds verder over de oostgrens richting de Balkan.

Geschiedenis
Maar ook wie geen kenner is, kan van dit boek natuurlijk veel leren. Bij uitstek, zou ik zeggen. Het gaat over de vier regio’s die in de ondertitel genoemd worden: over Friuli-Venezia Giulia, een autonome regio in het noordoosten van Italië, over het aangrenzende westen van Slovenië, over Istrië, dat tegenwoordig voor een klein deel ook tot Slovenië behoort, maar grotendeels tot Kroatië, en tenslotte over enkele gebieden op eilanden in en ten oosten van de baai van Kvarner, ook in Kroatië dus. Van vijftien (min of meer) aaneensluitende regio’s in drie landen worden de daar vervaardigde wijnen voorgesteld. Balke typeert de individuele wijnen, maar plaatst al die productinformatie steeds in een brede context, waarin hij niet alleen de bodem en klimaat en de druivensoorten behandelt, maar ook uitvoerig schrijft over de geschiedenis, de inwoners en de lokale gastronomie. Men kan het boek gebruiken als naslagwerk als men weer wil weten over wijnen uit een bepaalde regio, maar het is meteen ook een achtergrondwerk over geschiedenis en cultuur.

‘Wine’, schreef de Italiaanse journalist Luigi Barzini in The Europeans (1983/4), ‘is perhaps the essence of our continent. It is a rebellious product. The best cannot be homogenized and mass produced. To make it, man must submit to ancient unvarying disciplines, trust his instinct, follow nature, preserve the ancient arts of the vintner unchanged in spite of the scientific and convenient instruments invented to ease his word.‘ Zelfs de Europese landen die zelf geen wijn voortbrengen, merkte Barzini op, tonen er een bijna religieus respect voor. Elke wijn, stelt Paul Balke, dankt zijn specifieke smaak aan de geschiedenis.

In Noord-Adriatica grenzen de Romaanse en de Slavische talen aan elkaar. Naast het Italiaans, het Sloveens en het Kroatisch zijn er tal van regionale talen, die tot een der hoofdgroepen gerekend kunnen worden. Balke biedt er een uitgebreid overzicht van. Vanouds is Aquileia de belangrijkste stad in deze regio. Tot in de vijftiende eeuw was het patriarchaat van Aquileia een belangrijke regionale macht. Toen werd het definitief voorbijgestreefd door Venetië. Aan de oostzijde is Triëst tot op heden een belangrijk centrum. Italiaanse invloed en macht reikte bij tijden tot diep in de Slavische gebieden.

Grenzen
Maar ook de Duitse invloed, die later vooral uit Habsburgse machtsuitoefening bestond, was tot de Eerste Wereldoorlog groot, zij het sinds het midden van de negentiende eeuw nog vooral in het oosten. Sinds Karel de Grote trokken de Duitse koningen nu eenmaal eeuwenlang, tot Karel V om precies te zijn, naar Rome om zich daar toch Romeins keizer te laten kronen. Meestal kwamen ze daarbij door het noorden van Italië. Beheersing van dit gebied was voor het Romeinse keizerschap essentieel.

De huidige grenzen zijn pas na de Tweede Oorlog gevormd. Triëst bleef Italiaans, maar de na de Eerste Wereldoorlog getrokken grens tussen Joegoslavië en Italië schoof daarbij in westelijke richting op. Balke merkt op dat de namen Collio en Brda van origine in twee talen hetzelfde gebied aanduiden, maar nu twee gebieden aan weerszijden van een in 1947 gevormde grens vormen, een grens die er voorheen nooit was. Karst werd pas in 1954 verdeeld.

Grenzen vormen in Balkes boek dan ook een belangrijke rol en hij wijdt er een afzonderlijk essay aan. In veel opzichten zijn scherpe grenzen een modern, typisch twintigste-eeuws fenomeen. Tegelijk scheppen grenzen soms ook duidelijkheid. De vijftien wijnregio’s die Balke onderscheidt, hebben allemaal hun eigenheid.

Maar ook sinds 1954 waren de grenzen niet definitief. Na het uiteenvallen van Joegoslavië werden ze weliswaar niet verlegd, maar hun betekenis veranderde wel sterk. Slovenië trad in 2004 toe tot de EU en, wat belangrijker is, in 2009 tot de Schengenzone. Daarmee werd de nieuwe grens die na de oorlog ineens door prikkeldraad gemarkeerd werd, weer enorm gerelativeerd. Tegelijk werd de grens tussen Slovenië en Kroatië na de onafhankelijkheid weer scherper, vooral omdat Slovenië eerder lid werd van de EU en de Schengenzone, waar Kroatië niet toe behoort.

Maar zelfs nu de grens tussen Italië en Slovenië weer zeer doorlaatbaar is geworden, speelt de nationale wijnwetgeving – ook die uit de Joegoslavische tijd – nog steeds een rol. Zal het bijvoorbeeld mogelijk zijn om de Italiaanse regio’s Collio en Colli Orientali met Brda onder te brengen in één grensoverschrijdende wijndistrict? Dat is een van de vragen die Balke aan de orde stelt.

Wijnatlas
Over de wijnen zeg ik hier weinig. Daarvoor moet u echt het boek zelf raadplegen. In Noord-Adriatica worden internationaal bekende druivensoorten verbouwd, maar er zijn ook echt lokale wijnen, waar de speciale liefde van Paul Balke naar uitgaat. Hij kent elke streek, elk dorp en elke wijnboer. Dit is een voortreffelijke wijnatlas, die uitstekend geschikt is wie op vinologisch en gastronomisch terrein nieuwe wegen wil gaan. Het boek is uitbundig geïllustreerd met foto’s van professionele fotografen. Niet alleen zien we veel wijnen, wijnkelders, wijnvoorstellingen, maaltijden, eetgelegenheden, landschappen, maar ook prachtige steden, kerken en andere al dan niet monumentale gebouwen. Steeds plaatst Balke alles in een historische en toeristische context. Kortom, dit is niet alleen een deftig koffietafelboek, maar ook een boek om reizen mee voor te bereiden en onderweg mee te nemen.

Paul Balke, North Adriatic. Friuli Venezia Giulia – West Slovenia – Istria – Kvarner. Wine & Travel Atlas (2020) 256p., ISBN 9789090339054.

(218)

30 september 2021

Beter debatteren – Hoe de Tweede Kamer haar werkwijze zou kunnen verbeteren

door Jan Dirk Snel

[Donderdag 30 september 2021] Groter kon het contrast niet zijn. Drie dagen vergaderden de Staten-Generaal vorig week. Op dinsdag kwamen ze in verenigde vergadering bijeen. De koning hield een speech en geen van de 225 volksvertegenwoordigers kwam op het idee hem te interrumperen. De vergadering verliep rustig en ordelijk.

Dat was de volgende dagen, toen een der beide kamers, de tweede, de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) hield, heel anders. Nog maar nauwelijks was de eerste spreker aan zijn toespraak begonnen of hij werd onderbroken. Over een verhaal van 25 minuten deed hij zo meer dan een uur. Bij de tweede spreker, de woordvoerder van de VVD-fractie, Sophie Hermans, was het nog veel erger. Terwijl er voor haar redevoering 33 minuten gereserveerd waren, stond ze drie uur achter het spreekgestoelte. Tussen de vele interrupties door moest ze maar zien haar rede in fragmenten te voltooien. Op donderdag was het al niet beter. Nog voor de minister-president aan zijn speech kon beginnen, werd hij betrokken in een uitwisseling over andere aangelegenheden, en direct nadat hij aangekondigd had over welke onderwerpen hij zou spreken, werd hij opnieuw geïnterrumpeerd. (Anders dan in vroeger dagen interrumperen bewindspersonen nooit meer Kamerleden, maar Kamerleden hen wel: een merkwaardige incongruentie, die op gespannen voet staat met de grondwettelijke bepaling (artikel 69) dat ministers en staatssecretarissen toegang hebben tot alle vergaderingen en qualitate qua aan de beraadslaging deel kunnen nemen.)

Het is het algemene beeld bij grote debatten. Vergaderingen van de Tweede Kamer maken een chaotische indruk. Geen spreker is nog verzekerd van de mogelijkheid een mooi opgebouwde redevoering met een kop, een midden en een eloquent verwoorde staart te houden. Elk moment kan hij of zij onderbroken worden.

Door de vele interrupties lopen zittingen bovendien oneindig uit. ‘Nou, we zijn al bij spreker vier!’, riep Pieter Heerma (CDA) uit, toen hij woensdag rond half zes aan de beurt kwam. De aan negentien fracties toekende spreektijd bedroeg die dag in totaal 5:37,5 uur. Als iedereen ongestoord zijn of haar redevoering had kunnen houden, zouden alle sprekers nog voor het avondeten aan de beurt zijn geweest. Kijkers zouden bovendien weten wie wanneer aan het woord komt. Voor de vertegenwoordigers van kleinere fracties is het vervelend dat ze pas laat op de avond aan het woord komen. Enig voordeel is dat ze soms ongestoord mogen uitpraten, maar zelfs dat is nooit zeker.

Een verder nadeel bij grote debatten, vooral andere dan de APB, is dat bewindslieden wel heel lang moet wachten voor ze aan de beurt komen. In het debat op 1 april over een irrelevante ambtelijke notitie duurde het zelfs een uur of negen voor de twee verkenners, die door de Kamer uitgenodigd waren, zelf aan het woord kwamen. Zo ga je niet met gasten om.

Scheiding van redevoering en debat
De oplossing ligt voor de hand: een scheiding tussen redevoeringen en debat. Grote (en misschien ook kleinere) debatten – het woord is dubbelzinnig – zouden voortaan in drie termijnen kunnen verlopen:

  1. Expositie: redevoeringen zonder onderbrekingen, door zowel volksvertegenwoordigers als kabinetsleden.
  2. Debat, met het kabinet en tussen Kamerleden onderling.
  3. Afronding en conclusies (inclusief moties).

Het idee zou dus niet zijn om minder tijd uit te trekken voor debat, maar om dat ordelijker te doen verlopen. Volgens het Reglement van Orde bestaan interrupties uit ‘korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding’, maar dat is allang niet meer het geval. Wie een korte vlammende toespraak wil houden, kiest daarvoor eerder een interruptie dan de toebedeelde spreektijd.

Er bestaat kennelijk behoefte aan een uitgebreide mogelijkheid voor onderling debat. Noem het dan ook zo en regel het ordelijk. Interrupties worden nu vooral voor twee dingen gebruikt. Allereerst voor zelfprofilering. Van zinvolle uitwisseling van argumenten is dan nauwelijks sprake, maar iemand wil de eigen, van de spreker afwijkende opvattingen of stokpaardjes nog eens flink onder de aandacht brengen. Op de toeschouwer maakt het soms de indruk van zinloos gesteggel, maar ook daar moet plaats voor zijn.

Daarnaast worden interrupties ook gebruikt voor werkelijk inhoudelijke onderlinge uitwisseling. Door een spreker scherp te bevragen kan duidelijk worden waar mogelijkheden voor nader overleg of compromis liggen. Debat kan aldus op zinvolle wijze tot nadere samenwerking en constructieve voorstellen leiden.

Hoe dan ook, het zou nuttig zijn een speciale ronde voor geordend debat uit te trekken. Daarbij zou men chronologisch de sprekersorde kunnen volgen. Maar misschien is het ook mogelijk van tevoren de onderwerpen te inventariseren en zo een thematisch debat te organiseren.

Bij de hier voorgestelde indeling in drie termijnen zijn wel enkele kanttekeningen te plaatsen. Het zou kunnen dat de Kamer liever nog voor de regering aan het woord komt, wil uitproberen of men onderling alvast tot nadere overeenstemming op een aantal onderwerpen kan komen. In zo’n geval zou een thematische discussie tussen de redevoeringen der Kamerleden en de beantwoording door de minister-president (of een minister of staatssecretaris) geagendeerd kunnen worden. Bij een uitvoerig debat als de APB kan het bovendien zinvol zijn tussendoor met de premier in discussie te kunnen gaan, zoals dat nu ook het geval is. Voorzitter Vera Bergkamp probeert al vaak een zekere ordening in thematische blokjes te bewerkstellingen. Die methode zou in overleg met de Kamer uitgebreid kunnen worden.

Van alles mogelijk
Er is van alles mogelijk. En het valt niet zo te zeggen wat de beste vorm is. De Kamer zou zeker niet minder het debat, onderling en met de regering, moeten zoeken, maar het zou wel ordelijker kunnen. Sommige dingen kunnen zo al geregeld worden. De voorzitter kan volgens het reglement interrupties toestaan. Kan, ze kan ze dus ook verbieden, bijvoorbeeld tijdens redevoeringen in de eerste termijn. Maar voor andere opties – drie in plaats van twee termijnen bijvoorbeeld – zou wel wijziging van het reglement nodig zijn.

Als de Kamer werkelijk bereid is meer ordelijke uitwisselingen mogelijk te maken, zou ze in overleg met de voorzitter diverse vormen kunnen beproeven. Voorlopig in één zinnetje in het reglement vastleggen dat experimenten mogelijk zijn, zou dan de uitweg zijn, voor de definitief gekozen vorm daarin later uitgewerkt wordt.

Er zou veel gewonnen zijn als we weer mooie redevoeringen in het parlement zouden kunnen horen. Het zou ook mooi zijn als de Kamer op de juiste tijd alle ruimte uittrok voor ordelijke onderlinge discussies.

(217)