Archive for juli, 2014

23 juli 2014

Nationale rouw – Over het vervalsen van verdriet

door Jan Dirk Snel

[Woensdag 23 juli 2014] Midden in het leven zijn wij door de dood omgeven. Neem de krant. Vanouds bevat die een pagina met overlijdensadvertenties. Iedereen die aan het begin van de dag, bij het ontbijt, nog ouderwets zo’n ding op papier doorneemt, komt daarin ook de dood tegen. Beter gezegd: komt doden tegen. Vaak laat ik mijn ogen even over de advertenties gaan, ook in de avondkrant overigens, omdat die sociologisch gezien weer een ander milieu vertegenwoordigt. En met die laatste opmerking verraad ik meteen al hoe vertrouwd en gewoon de dood, de dood op een zekere afstand, voor ons is.

Rapenburg_Leiden_1807

Drie dagen na de buskruitramp van maandag 12 januari 1807, waarbij 151 doden vielen, er 2000 gewonden waren en velen hun woning verloren, bezocht koning Lodewijk Napeleon Leiden. Precies een jaar na de ramp werd er een dank- en bededag gehouden. Schilderij door Carel Lodewijk Hansen (1765–1840).

Doden kennen
Ook de dood is een bron van informatie. Soms ken ik de naam van de overledene in de advertentie. Een enkele keer gaat het om iemand met die ik persoonlijk kende of althans een beetje kende. Neem dat ‘persoonlijk’ vooral niet te zwaar op. Soms zie je een overlijdensadvertentie van iemand van wie je vroeger op school les hebt gehad of bij wie je op de universiteit college hebt gevolgd of met wie je ooit op de een of andere wijze, in je werk of je vrije tijd, te maken hebt gehad. Er zijn vele manieren waarop je ooit mensen gekend kunt hebben, van dichtbij tot meer op afstand, en er zijn ook vele manieren waarop mensen in jouw leven voorbijgangers bleken te zijn – of jij in het hunne – en je jaren niet meer aan ze gedacht hebt. Iets vaker zie je een overlijdensadvertentie van iemand wiens naam je indirect, bijvoorbeeld uit de media, vanwege boeken die iemand schreef, hoe dan ook, kent. Soms ook zie je bij de ondertekenaren iemand die je kent en ineens besef je iets als: ‘o, maar zij is dus de dochter van die en die’ of ‘nooit beseft dat die twee broers waren’.

Maar vaker ken ik de overledenen en hun nabestaanden dus helemaal niet. Maar de schaal is variabel, omdat een naam, een woonplaats, een ander gegeven toch soms enige bekendheid of een zekere vertrouwdheid oplevert. Kennis is een gradueel gegeven. Overlijdensadvertenties bieden voor wie ze lezen kan, veel sociologische informatie. De ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving tijdens de laatste halve eeuw laten zich uitstekend beschrijven aan de hand van de advertenties van nabestaanden in de landelijke en misschien nog wel meer de regionale kranten. Het verschil in tempo en gestalte van de katholieke en gereformeerde secularisering kon je uitstekend zien aan de hand van advertenties in de Volkskrant en Trouw. Het enorme verschil in geloofsbeleving, althans in de collectieve uiting daaraan, die met die ‘beleving’ overigens wellicht op gespannen voet staat, kon je goed zien aan de hand van de berichten in het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad. En hoe het de vroegere gereformeerde of protestantse elite uit de tijd van de Republiek en de begindagen van het Koninkrijk is vergaan, kon je altijd uitstekend in het liberale NRC Handelsblad volgen. De pagina met overlijdensadvertenties leek de afgelopen decennia vooral een naschrift op de alom gekende geschiedenis uit de negentiende en de achttiende eeuw. Regionale kranten bieden een nog weer veelkleuriger, vooral ‘gewoner’ en ‘gemiddelder’  beeld.

De dood is er altijd. Elke dag worden we herinnerd aan het sterven van anderen en zijn we ons van onze sterfelijkheid bewust. En toch leven we door. Je ziet dat al op begrafenissen. Op de koffiemaaltijd of de bijeenkomst na afloop van het eigenlijke gebeuren zie je vaak geanimeerde gesprekken ontstaan. Mensen hebben er zin in, in doorgaan met leven, tot ook hun dood zich aandient.

 –

Empathie
Vandaag is er een dag van nationale rouw afgekondigd vanwege het afschieten van een vliegtuig met 298 mensen, onder wie vrij veel Nederlandse passagiers, 193, in het oosten van Oekraïne afgelopen donderdag, 17 juli 2014. Het is als ik het goed begrijp, de eerste keer sinds de moord op John F. Kennedy in 1963 dat een dergelijke dag werd uitgeschreven. Kort daarvoor was dat ook al gebeurd bij de dood van prinses Wilhelmina. Veel lijn schijnt er in ieder geval niet in te zitten. Bij de veel grotere vliegramp op Tenerife in maart 1977, waarbij 583 mensen om het leven kwamen, waaronder kennelijk ook een groter aantal Nederlanders – hun getal kan ik nu zo snel niet vinden, maar aan boord van het KLM-toestel, waarvan alle inzittenden omkwamen, waren 234 inzittenden en 14 bemanningsleden – is zo’n dag klaarblijkelijk niet afgekondigd. Nu dus wel. (In nog oudere tijden zou de regering gewoon een biddag hebben uitgeschreven. Op 28 november 1918 gebeurde dat tenminste nog, al werd die bededag omdat de oorlog, die op het moment van uitschrijven in oktober nog woedde, inmiddels beëindigd was, meteen ook een soort dankdag.)

Maar wat betekent zo’n dag nou en hoe moeten we ermee omgaan? Ik heb de lijst met namen die de regering gisteren in de dagbladen publiceerde, doorgenomen, maar ik kende, denk ik althans, niemand persoonlijk. Bij de combinatie van enkele namen en woonplaats dacht ik wel: ‘dat zou wel eens familie van die en die kunnen zijn’, maar ik weet dat verder simpelweg niet. De enige naam die mij vrijdag direct al veel zei, was die van Willem Witteveen, niet omdat ik hem persoonlijk kende, maar omdat ik een aantal boeken van hem las en in de kast heb staan, titels als Het theater van de politiek (1992), De geordende wereld van het recht (1996, in 2001 herzien) en De denkbeeldige staat (2000). Het zou naar mijn idee overigens ook wat merkwaardig zijn als ik van dergelijke titels niet had kennis genomen. (Waarom zulke boeken dan nooit hoog in de bestsellerlijsten staan, blijft een raadsel. Sommige mensen moeten er een merkwaardig leesbeleid op nahouden.) Maar omdat ik met de boeken van Witteveen nogal wat uren heb doorgebracht, zei zijn dood me ineens toch meer. Ook al kende ik hem niet persoonlijk, zo’n auteur is op een bepaalde wijze toch vertrouwd. Overigens had ik tot aan vrijdag nooit beseft dat hij een zoon van de zeker bij iedereen bekende minister Johan Witteveen was.

Maar hoe gaan we nu om met zo’n nationale rouw? Met empathie dunkt mij, maar dat wil juist daarom ook zeggen: vrij zakelijk. De dood van anderen raakt ons vaak niet erg, maar tegelijk beseffen we dat ze anderen, verwanten, naasten, wel raakt. Mensen staan nu eenmaal in verschillende verhoudingen tegenover elkaar. Empathie impliceert dat je beseft dat wat jou niet zo raakt, anderen wel raakt, dat wat voor jou een interessante advertentie in de krant is met boeiende gegevens over de ontwikkeling van een familie en een blik in de Nederlandse geschiedenis, op dat zelfde moment voor andere mensen, de ondertekenaars in de advertentie bijvoorbeeld, diep verdriet betekent.

Valse sentimenten
Maar ik zou ook zeggen: roep geen valse sentimenten op. De dood van deze 298 mensen, onder wie 193 Nederlanders, was volstrekt onnodig. Iemand, waarschijnlijk gezeten in zo’n Buk-systeem, had zo wijs moeten zijn om niet te drukken, om niet te schieten. Terecht wordt het geval politiek hoog opgenomen, waarbij het trouwens ook nuttig is om te bedenken wat onze reactie geweest zou zijn als de raket een Antonov-toestel met, zeg, vijftig jonge Oekraïense militairen getroffen zou hebben. Veel meer dan een klein berichtje, waar we zelfs de schouders niet over opgehaald zouden hebben, zou het dan waarschijnlijk niet geworden zijn. Soldaten sneuvelen nu eenmaal, dat is hun vak.

Maar dramatiseer ook dit geval niet bovenmatig, want dat doet de zaak geen goed. Er zijn ook op dit moment meer mensen in Nederland droevig om andere overledenen. Elke dag overlijden er volgens het CBS ongeveer 390 mensen. Jazeker, er is een verschil. De ruim tweeduizend Nederlanders die sinds afgelopen donderdag ‘zo’ overleden zijn, zullen in het algemeen een ‘natuurlijke dood’ gestorven zijn, vaak aan het eind van een lang en rijk leven. Maar ook dan is er verdriet, legitiem verdriet. En het is dus waar dat de dood van de 298 mensen in het vliegtuig niet nodig was geweest, niet onvermijdelijk. Dat maakt het terecht om er collectief aandacht aan te besteden. Het was een andere dood.

Nationale rouw is in dit geval vooral een daad. Het gaat meer om het handelen dan om het gevoel. Een gevoel erover kan best authentiek zijn. Toen minister Timmermans in de Veiligheidsraad zich de laatste ogenblikken van de inzittenden probeerde voor te stellen, leek me dat geen valse emotie. Juist dan gaat het om een kwestie van inleven. Maar het lijkt me niet wenselijk om dergelijke gevoelens voortdurend proberen op te roepen. En juist op dat punt gaat het in of met de media nogal eens mis. Onlangs, zaterdag denk ik, heb ik nog eens weer geprobeerd naar het NOS Journaal te kijken, maar het lukte me niet en binnen luttele ogenblikken was ik alweer afgehaakt. Het nieuws opende met een volstrekt willekeurig iemand die in zijn woorden verklaarde hoe erg het wel niet was. En even later ging men weer allerlei willekeurige voorbijgangers vragen wat zij ervan vonden, de beruchte techniek van de voxpopjes. Maar dat werkt dus niet. Of beter: het werkt volstrekt averechts. Het verdriet leiden wij af uit het nieuws zelf en wat we ons daarbij voor kunnen stellen en niet doordat we anderen horen verklaren hoe erg het is. Dat maakt het alleen maar vals. Al jaren volgen nieuwsmedia, waaronder het NOS Journaal – dat verder best zijn best zal doen de feiten te brengen – doelbewust een volstrekt verwerpelijke gedragslijn. Alsof de kijker zelf geen voorstellingsvermogen heeft.

Voorstellingsvermogen
Vanmorgen zette ik even Radio 1 aan. Een reportage vanuit Hilversum, over een katholieke kerk meen ik, die – heel goed – ook een plaats voor rouwenden bood. Maar ook in die reportage dezelfde overtrokken inauthenticiteit. De verslaggever meldde dat er wel drie gezinnen uit Hilversum waren omgekomen en dat dat een groot gat in de gemeenschap sloeg. Dan neem je dus het gebeuren niet serieus. De dood van die drie families is voor geliefden hartverscheurend, maar het slaat geen groot gat in een gemeente als Hilversum. We weten dat er elke dag in Nederland meer mensen sterven en dat er altijd verdriet onder medemensen is. Door grotesk te overdrijven speel je met gevoelens en emoties in plaats van ze een rechtmatige plaats te geven.

Mensen kunnen dat zelf wel. Geef ze de zakelijke informatie en dat zeker niet zonder gevoel. Maar laat mensen zelf de conclusies trekken, laat ze zelf hun gevoelens vormgeven. Door ze kunstmatig emoties van anderen voor te schotelen ontneem je ze eerder die kans. Wie de afgelopen dagen zag hoe de lijken lang in de velden bleven liggen, hoe bezittingen van passagiers er onbeschermd lagen en hoe daarmee gerotzooid kon worden, die reageerde daar vanzelf wel op met verbijstering en woedde. Dergelijke emoties vloeien voort uit het nieuws. De nieuwsbrengers hoeven die er niet nog eens los bij te leveren, al mag een verslaggever best zeggen wat hij bij de aanblik voelt. Dat is namelijk niet kunstmatig, maar maakt onderdeel uit van de situatie.

Vervals het verdriet niet. Roep het verdriet niet op een valse en geforceerde wijze op. We hebben geen voxpoppjes nodig. Laat nieuwsprogramma’s nu eens met dat opzichtige en beledigende wangedrag stoppen. Doe de feiten recht. Iedereen met een normaal voorstellingsvermogen kan daaruit het verdriet afleiden. Op een dag van nationale rouw hoeven we niet allemaal heel diep getroffen te zijn en we hoeven dat gevoel ook niet kunstmatig op te roepen. Het is een normale uiting van empathie dat we de nodeloos overledenen respect betuigen en dat we beseffen dat hun naasten verdriet hebben.

Naschrift (14.35 uur)
Via Twitter wees Jaap Janse me op een stuk op de site van NRC Handelsblad over de vliegramp op Tenerife in 1977, dat meldt dat er toen 248 Nederlanders omkwamen. Dat getal is precies gelijk aan het totale aantal passagiers- en bemanningsleden van het KLM-toestel dat hierboven al genoemd werd.

(161)

16 juli 2014

Duitsland – Het gelijk van Hendrik Colijn

door Jan Dirk Snel

Als Poetin met Europa wil bellen, belt hij Angela Merkel. Zoiets zei Wierd Duk vanavond in het programma Kunststof op Radio 1. En zo is het natuurlijk ook. Duitsland is de leidende macht in Europa en ieder geval in dat Europa dat door de Europese Unie gevormd wordt. En we vinden dat geruststellend. Tenminste ik vind dat wel.

Grens twee wereldenDuitschland
In 1940 voorzag een Nederlander in een geschrift dat hij op 25 juni van dat jaar ondertekende, dat al:

‘Het alles domineerende feit is dan, dat, tenzij er werkelijke wonderen gebeuren, het vasteland van Europa in de toekomst geleid zal worden door Duitschland.’

Hij had gelijk. Het was dan ook geen domme man. Hij had zijn sporen in de nationale en de internationale politiek verdiend en hij wist hoe de wereld eruit zag. Zijn naam was Hendrik Colijn, dr Hendrik Colijn moet ik zeggen, want deze selfmade man had een eredoctoraat gekregen en zijn titel voerde hij uiteraard trots.

De brochure waarin hij schreef dat Europa in de toekomst door Duitsland geleid zou worden, verscheen in juli 1940 onder de titel Op de grens van twee werelden. Velen namen hem toen kwalijk wat hij schreef. Niet dat hij geen gelijk had, maar men vond dit niet het moment om dat ook zo uit te spreken. Ook dat kan men goed begrijpen. En daar was hij het even later zelf zowaar nog mee eens ook.

Gelijk
Maar hij had wel gelijk en dat mag best eens erkend worden. Er zou trouwens veel meer over deze nuchtere analyse gezegd kunnen worden. Maar wie weet, komt dat later nog eens.

(160)

Tags: ,