Archive for februari, 2012

20 februari 2012

Nieuws en het Gesprek van de Dag

door Jan Dirk Snel

.:.

Ritueel
Soms verandert nieuws ineens in een ritueel. Er gebeurt iets dat ons aller aandacht trekt en vervolgens gaat het bijna alleen daar nog over.

Gezin rond de tv, 1958

Dat is nu ook het geval nu het skiongeluk van een zoon van het staatshoofd veel aandacht trekt. Alle feiten die er sinds vrijdag toe doen, kun je waarschijnlijk in vijf minuten vertellen. En dan zijn ook werkelijk alle details van enig belang wel verteld. Toch heb ik de sterk de indruk dat nieuwsuitzendingen veel meer tijd uittrekken. Ook kranten vullen heel wat pagina’s. Ik moet toegeven dat ik dat allemaal niet zo volg en dat ik eigenlijk nooit naar Nederlands tv-nieuws kijk, maar ik volg wel weer genoeg radio om daar te horen dat er veel discussie is over de mate van aandacht en de vraag of het allemaal niet erg overdreven is. Wat hiervan te zeggen? Is de ruimte die in het nieuws ingeruimd wordt terecht?

Twee dingen
Ik zou daar twee dingen op willen zeggen. Ten eerste: nee, als er bijna geen nieuws is, moet je er in nieuwsuitzendingen ook niet veel ruimte voor uittrekken. Ten tweede: als iets veel aandacht trekt, als mensen erg bij een thema betrokken zijn, is het terecht daar ook veel aandacht aan te geven. De oplossing lijkt me simpel: scheid het gesprek van de dag van het nieuws.

Het is een gewoonte die in grote lijnen ook gevolgd wordt door de redacties van uitzendingen als tagesschau op de ARD en heute op het ZDF. Ook als er in Duitsland iets gebeurt, dat de hele natie beroert – ik denk aan de grote overstromingen van een paar jaar geleden – probeert men toch nog steeds een breed nieuwsaanbod te blijven bieden. Men last dan een extra uitzending na afloop van de gewone nieuwsuitzending in.

Dat zou in Nederland ook kunnen. Toen onlangs de Elfstedentocht werd afgelast – nou ja, groot woord voor de mededeling dat het er absoluut niet inzat -, was het begrijpelijk dat het begin van de persconferentie rechtstreeks werd uitgezonden. Voor veel mensen was het belangrijk nieuws, maar de essentie kon je op zich makkelijk in twee minuten vertellen. Het was dan ook volkomen onbegrijpelijk dat er daarna nog tientallen minuten op het onderwerp werd voortgeborduurd in de journaaluitzending. Na een aantal minuten had men terug moeten gaan naar de rest van het nieuws. Maar er was niets op tegen geweest als daarna een extra uitzending was ingelast voor mensen die nog niet genoeg van het onderwerp hadden en die graag de diepe gedachten van ene M. Smeets over het onderwerp wilden vernemen.

Het Gesprek Van De Dag
En dat zou ook nu de oplossing zijn. Het is volkomen begrijpelijk dat mensen met de koninklijke familie meeleven en allerlei dingen willen horen. Maar het gaat niet om nieuws, maar om een collectief, nationaal ritueel. Ook daar moet plaats voor zijn, maar geef dat een afzonderlijke plaats. Blijf in de reguliere uitzendingen de normale dingen doen en behandel het aandachttrekkende thema onder een andere naam. Het Gesprek Van De Dag lijkt me wel een geschikte naam. Het was de typering die hoofdredacteur Marcel Gelauff van het NOS Journaal vandaag in Stand.nl zelf terloops gebruikte. Maar men kan ook per thema een naam kiezen. Als het onderscheid met het reguliere nieuws maar helder is.

Het is een onderscheid dat met name voor een hybride medium als de tv geschikt is. Kranten zijn ook niet alleen op nieuws gericht, maar hebben dat wel als kern. Radio is meer gedifferentieerd naar zender. Radio1 bijvoorbeeld pretendeert een nieuwszender te zijn, maar combineert dat weer met sport, een verschijnsel dat eerder voor de Ewige Wiederkehr des Gleichen staat. Maar tv is een medium waarop van alles door elkaar loopt, van amusement tot nieuws. Op zo’n medium kun je dus gemakkelijk een categorie invoeren die voldoet aan de collectieve aandacht, maar niet pretendeert nieuws te zijn.

Het is maar een gedachte.

(58)

19 februari 2012

Religieuze uitzonderingen? Niet over de man zonder ID-kaart …

door Jan Dirk Snel

.:.

Er is tegenwoordig in Nederland bijna niets ergers, zo lijkt het soms, dan het maken van uitzonderingen. Dat kan echt niet, vinden veel mensen, ook mensen die ik van tijd tot tijd spreek. Zaterdag bracht De Telegraaf groot het nieuws dat de kantonrechter in Den Haag vrijdag een orthodox-joodse man van rechtsvervolging had ontslagen:

‘De man kon zich op zaterdag 8 oktober in Rijswijk niet identificeren, omdat hij op sabbat buiten de deur niets bij zich mag dragen. Dus ook geen ID-kaart. De man kreeg een boete van 150 euro opgelegd.’

Justitia (Foto: L30Nde)

De uitspraak is nog niet gepubliceerd, dus over de overwegingen valt nog helemaal niets te zeggen. De VVD heeft Kamervragen gesteld, kondigde het Kamerlid Ard van der Steur zaterdag aan. Het Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks heeft dat, anders dan Joop.nl nog steeds meldtniet – en hij herhaalde: niet – gedaan. Hij heeft slechts informatie opgevraagd, al dacht ik dat Kamervragen daar oorspronkelijk ook voor bedoeld waren.

Of persrechter Elkerbout correct formuleerde toen hij uitlegde dat de religieuze plicht zwaarder weegt ‘dan de plicht om te voldoen aan de wettelijke voorschriften in Nederland’, valt nog maar te bezien. (Raar woord trouwens: persrechter. Alsof er speciale rechters zijn die rechtspreken over de pers. Een bizarre term, de uiting van een ongelukkige praktijk: laat rechters zelf spreken of laat ze niet spreken.) Omdat het vonnis nog niet bekend is, ben ik ook niet van plan om daar iets over te zeggen. We zullen wel zien. Ik merk alleen nog op dat er volgens de wet geen draagplicht bestaat, in bepaalde gevallen is er wel een toonplicht.

Maar er zijn wel twee dingen die me opvallen: de huidige afkeer van uitzonderingen en het merkwaardige idee dat religieuze opvattingen anders behandeld zouden worden dan zogenaamde seculiere, en dat hier de grote scheidslijn zou liggen.

God?
Het meest absurde aan het bericht is de kop: ‘Wet wijkt voor God’. Grotere flauwekul is nauwelijks denkbaar. Ik ken het vonnis dus niet, maar als dat zou kloppen, dan zou de rechter dus zijn eigen opvattingen voorrang hebben gegeven boven de wet. Hij zou dan van mening geweest zijn dat God het niet goed zou vinden dat hij de boete voor deze man zou handhaven. Als dat zo was, had het wel in het krantenbericht gestaan.

Maar wat de rechter zelf over Gods wil denkt en welke levensovertuiging hij heeft, is hier totaal irrelevant. Het gaat om de levensovertuiging van de man die moest voorkomen. En we weten helemaal niet of die in God gelooft, althans niet zolang hem daar niet naar gevraagd is. Ja, in het bericht staat dat hij orthodox-joods is. Hij heeft dus een bepaalde overtuiging en het is niet ongewoon om die religieus te noemen. Het zit er natuurlijk dik in dat de man in God gelooft, maar zeker is dat niet en het is ook totaal irrelevant.

Ik herinner me een documentaire waarin een bekende joodse mevrouw bezig is met de voorbereidingen voor erev sjabbat. De dis wordt in orde gebracht. Ik noem haar naam nu alleen niet, omdat ik dit uit het hoofd opschrijf en het altijd mogelijk is dat het in werkelijkheid net iets anders ging dan ik me herinner, maar ook als ik me iets zou vergissen, blijft de strekking overeind. Op een gegeven moment vraagt de interviewer – die misschien zelf ook de camera bedient, weet ik niet zeker meer – of ze in God gelooft. Ze veert op, wacht even, kijkt hem indringend aan en zegt dan iets als: dit vind ik een onbehoorlijke vraag. Ze heeft groot gelijk. Waar het om gaat, is dat ze een bepaalde levenspraktijk volgt. Wat ze persoonlijk gelooft, is haar zaak. Ze weigert de vraag dan ook te beantwoorden. Natuurlijk was de vraag niet heel vreemd, maar ze had het volste recht er geen antwoord op te willen geven.

Morele praktijk
Dat geeft precies aan waar het om gaat en waarom, maar dit terloops, ook een huidige modieusheid als de Divine Command Theory, de goddelijkbevelstheorie dus (sommigen schrijven het zelfs met een spatie, zodat ze de theorie zelf per ongeluk tot goddelijk niveau verheffen) er zover naast zit. Het geeft vooral ook aan waarom Boris van der Ham de plank zo ongelooflijk missloeg toen hij twitterde:

“God boven de wet? Nee. Godsdienst is niets meer dan een van de vele meningen, en is begrensd door zelfde overheidswetten.”

Het spijt me, maar dan heb je er dus helemaal niets van begrepen. Het gaat niet om meninkjes en het gaat er ook niet om wat iemand van God vindt. Het gaat er om wat iemands diepgewortelde overtuigingen zijn, en dan is het totaal irrelevant of die godsdienstig genoemd kunnen worden of niet. Of iemand nu nooit vlees eet of op zaterdag nooit werkt, de vraag is niet waar die praktijk zich op beroept, maar of de drager geloofwaardig is. Deze man draagt op zaterdag geen voorwerpen. Als hij bijvoorbeeld de volgende week zaterdag gezien wordt, terwijl hij een boek terugbrengt naar de bibliotheek, is zijn beroep op zijn overtuiging ongeloofwaardig. De simplisten die de Divine Command Theory verzonnen hebben en die denken dat een ethiek volgens de aanhangers rechtstreeks op een goddelijk bevel terug gaat, zitten er dan ook totaal naast. Morele praktijken worden in gemeenschappen gevormd en in de levenspraktijk tot uitvoering gebracht. Uit de daadwerkelijke morele praxis leidden we de overtuiging af, niet omgekeerd. Met ‘meningen’ heeft dat niets, maar dan ook totaal niets te maken.

Seculiere overtuigingen
Op Twitter kom je tegenwoordig ook regelmatig havoklantjes tegen die kennelijk nog nooit een fatsoenlijk boek over filosofie, godsdienstwijsbegeerte of ethiek gelezen hebben en die steevast beginnen over het Vliegend Spaghettimonster. Die zou hun dit of dat vertellen. De zwakte van hun ‘denken’, of beter, het ontbreken van dat vermogen, is daarmee gewoonlijk meteen onthuld, want meestal voeren ze dan iets aan dat ze ter plekke verzinnen. Als die meneer in Rijswijk ter plaatse bedacht had dat hij geen identificatiekaart mocht dragen, omdat zijn God hem dat net de vorige dag had meegedeeld of ‘bevolen’ zoals de genoemde theoretici naïevelijk geloven, zou hij ook geen schijn van kans hebben gehad. Niet de bron van zijn overtuiging telt, maar de serieusheid, de geworteldheid ervan.

De Oostenrijker Niko Alm heeft het als zogenaamde pastafari gedaan gekregen dat hij met een vergiet op zijn hoofd op de pasfoto op zijn rijbewijs staat. Hij vond dat dat bij zijn lidmaatschap van de kerk van het Vliegende Spaghettimonster hoort. Op zich lijkt het me niet zo moeilijk: als de man altijd met een vergiet op zijn hoofd rondloopt, moeten we uit zijn gedrag opmaken dat het een serieuze zaak voor hem is. Wel kunnen we ons afvragen of ook anderen zo’n ding dragen. Moraal is net als taal – zie Wittgenstein – nooit een privézaak, maar altijd iets van gemeenschappen.

Kortom, wie denkt dat er een tegenstelling tussen religieuze en seculiere overtuigingen bestaat, zit er naast. Er bestaan heel veel verschillende overtuigingen en ook religieuze overtuigingen zijn niet met elkaar compatibel. Er bestaat ook niet één ‘seculiere’ ethiek. De enige vraag die telt, is in hoeverre en wanneer of een bepaalde morele praktijk serieus genomen moet worden, als daar een beroep gedaan wordt. Of ze transcendent of immanent gefundeerd wordt, is irrelevant. Het grondrecht van vrijheid van levensovertuiging gaat daar niet over.

Gelijkheidsdenken
Maar dan komt dus vaak de tegenwerping op tafel dat we geen uitzonderingen mogen maken. Veel mensen begrijpen op zich best wel dat bepaalde mensen koosjer, vegetarisch of hallal willen eten, maar kun je maar zo een uitzondering voor hen maken? Het kan best zijn dat die man in Rijswijk op zaterdag niets wilde dragen, zelfs geen simpel plastic kaartje, maar kun je daar rekening mee houden?

Het gelijkheidsdenken is vandaag de dag diepgeworteld. Wet is wet en de wet geldt voor iedereen. Het is een legalistische wijze van denken waar de protestgeneratie van ’68 nooit van had kunnen denken dat die tegenwoordig ook onder zogenaamde ‘linkse’ of ‘progressieve’ mensen zo wijdverbreid zou zijn. Het is erger dan het ouderwetse law and order (als is dat op zich trouwens een mooi begrip). Nee, de wet is gelukkig niet altijd de wet. We leven in een rechtsstaat. En recht is altijd meer dan de toepassing van één enkel wetje. Als dat zo was, zouden de Staten-Generaal op elk moment door een willekeurige wet aan te nemen alle fundamentele vrijheden overboord kunnen zetten. Ook al mogen wetten niet getoetst worden aan de Grondwet, natuurlijk geldt nog steeds de totaliteit van de wet en zal de rechter alle wetten, ook een verdrag als het EVRM, in zijn overwegingen moeten betrekken. Ook algemene rechtsbeginselen gelden. De rechter spreekt recht, zoals de uitdrukking terecht zegt, hij spreekt geen wet.

Tegenwoordig zit het beginsel uit onze Grondwet dat iedereen in gelijke gevallen gelijk behandeld wordt, er diep in. Het gaat hier vooral om een richtlijn voor het beleidsmatig overheidshandelen. (Tussen haakjes: de Grondwet gaat over het handelen van de staat, niet over dat van de burgers. Er staat niet dat burgers geen onderscheid mogen maken, al mogen ze dat op grond van andere wetten soms ook niet. En mogen ze dat in heel veel andere gevallen gelukkig wel.) Dat de rechter onpartijdig recht hoort te spreken, spreekt vanzelf. Maar de rechter zal dus ook met alle persoonlijke omstandigheden rekening moeten houden. Over dat speeltje van de jaren negentig, computerrechtspraak, hoor je terecht niet zoveel meer. Pas als je rekening houdt met het verschil tussen mensen, behandel je iedereen gelijk. Hoe dat in dit geval zit, weten we nog niet.

Wetgeving
Dit gaat over rechtspraak, over toepassing van de wet binnen het kader van het recht dus. Maar bij bijvoorbeeld de discussie over het verbod op onverdoofd slachten, gaat het om wetgeving. En het valt me op dat de meest redelijke personen dan maar zo roepen dat je echt geen uitzonderingen in de wet kunt toestaan. Je zou iedereen gelijk moeten behandelen. Ik geloof dat hun redenering op een ernstige denkfout berust.

Ja, de wet geldt voor iedereen, maar dat wil niet zeggen dat je in de wet geen uitzonderingen op een algemene regel kunt toestaan, want die uitzondering geldt ook voor iedereen. Het is mogelijk om voor bepaalde milieuvriendelijke auto’s gunstiger fiscale voorwaarden te scheppen. Als ik niet zo’n auto koop, heb ik niets aan die uitzondering, maar ik zou er gebruik van kunnen maken. Welnu, als de wet het toestaat om binnen bepaalde voorwaarden onverdoofd te slachten volgens de joodse of islamitische rite, kan iedereen dat vlees kopen. De wet kan bepaalde handelingen verbieden en bepaalde handelingen toestaan, de wet kan bepaalde voorwaarden stellen aan concrete producten die in de supermarkt liggen, en het is aan mij of ik die al dan niet aanschaf.

Het opnemen van uitzonderingen in de wet is juist een uiting van werkelijke gelijkheid. Als mensen werkelijk verschillen in hun diepgewortelde levensovertuigingen en hun praktijken, is het niet anders dan billijk om binnen de grenzen van het mogelijke en redelijke daar als wetgever rekening mee te houden. Dat is namelijk pas echte gelijkheid: dat je iedereen een gelijke kans geeft om het leven te leiden dat het zijne is.

Mensen rechtdoen
Ik vat samen. Het is gewoon niet waar dat religieuze opvattingen anders behandeld worden dan seculiere. Er bestaat namelijk niet één set godsdienstige overtuigingen en één verzameling seculiere opvattingen. Er zijn heel veel verschillende overtuigingen en morele praktijken en als we de overheid of de rechter vragen die te respecteren, is de enige vraag hoe serieus die overtuigingen zijn, niet hoe ze metafysisch gefundeerd zijn. En als je mensen werkelijk gelijk behandelt, houd je dus ook rekening met de verschillen tussen hen.

En verder is het altijd maatwerk. Tegenwoordig wint de overtuiging steeds meer veld dat recht om rechten gaat. Ja, rechten zijn belangrijk. Maar waar recht over gaat, is redelijkheid en billijkheid. Het is een middel om het samenleven van mensen vlotjes te doen verlopen en conflicten op te lossen. Dat geldt voor de rechter en de wetgever zou er verstandig aan doen daar ook voortdurend over na te denken: hoe je mensen ook in hun eigenheid recht kunt doen.

Als dat goed gebeurt, hoeven ze zich niet steeds op hun rechten te beroepen. Het is een betreurenswaardig effect van huidige antiliberale tendensen, waar werkelijk alle partijen van links tot rechts zich op hun beurt aan bezondigen, dat dat dezer dagen wel nodig is.

(57)