Archive for ‘Zonder categorie’

21 januari 2017

Een machteloos land – Over de inaugurele rede van Donald J. Trump

door Jan Dirk Snel

[21 januari 2017] Ik had me deerlijk vergist, laat ik dat maar toegeven. En laat ik in één ruk dan ook meteen maar erkennen dat ik een recent verkondigd voornemen ga verbreken.

Innere Emigration
Om de zoveel weken, zes, meen ik, vraagt het Nederlands Dagblad me drie argumenten te geven voor iets waar ik vóór ben, een bijdrage aan een wekelijkse, meestal donderdagse rubriek, waar diverse lieden aan meewerken. Of, ik formuleer dat verkeerd. De redactie stuurt me één keer per jaar een lijstje toe met de inleverdata. Eerlijk gezegd was ik van plan er dit jaar mee op te houden, maar toen een opinieredacteur me op de voorlaatste dag van het vorige jaar het lijstje voor dit jaar toestuurde, had ik niet de lef alsnog nee te zeggen.

Want eerlijk gezegd vind ik het nog niet zo simpel. Op de avond voor de woensdagmorgen waarop ik mijn pakweg 130 woorden moet inleveren, lig ik regelmatig te piekeren waar ik mij nu weer vóór moet verklaren. Het is immers veel gemakkelijker om tégen iets te zijn. Nu kun je een dergelijke afwijzing vaak nogal gemakkelijk verpakken in de stelling dat je vóór de afschaffing of beëindiging van dit of dat bent, maar dat is een beetje flauw en het lijkt me ook niet echt de bedoeling. Het gaat erom je voor een wending ten goede uit te spreken, zou ik denken, waarbij het dan weer minder uitmaakt of het gaat om een ontwikkeling die zich net voorgedaan heeft en toejuiching verdient of om iets dat zich net aandient of misschien wenselijk zou zijn.

Vorige week leverde ik dit stukje in:

Ik ben voor zwijgzaamheid
1. Omdat spreken zilver is en zwijgen goud.

2. Omdat door de sociale media hypes dikwijls tot zulke ongenuanceerde, scheve vraagstellingen leiden dat ook rechtzetten of nuanceren niet meer werkt, maar de aandacht voor flauwekul alleen maar versterkt.
3. Omdat het optreden van Trump, Poetin en Erdogan, de opmars van populistische partijen in Hongarije, Polen, Frankrijk en elders in Europa en de kans dat een antirechtsstatelijke en in wezen landverraderlijke politieke onderneming bij de komende Nederlandse verkiezingen de grootste wordt, weliswaar terecht bepaalde vergelijkingen met de jaren dertig oproept, maar we vooralsnog niet weten of het werkelijk gevaarlijk wordt of dat het fascisme zich louter als farce herhaalt. Laten we onze ziel in lijdzaamheid bezitten en onvervaard spreken als het echt nodig is.

Helemaal was het streven om optimisme uit te stralen ook dit keer niet gelukt, moet ik bekennen. Het was, dat lijkt me duidelijk, een pleidooi voor innere Emigration, voor terugtrekking op het persoonlijke domein. En ik heb me daar de laatste weken ook in zekere mate aan overgegeven en ik ben zeker van plan daar dit jaar deels mee door te gaan. Ik denk echt dat het in veel gevallen beter is om te zwijgen. Niet uit lafheid, maar vooral omdat het allemaal wel onaangenaam overkomt, maar ik tevens inschat dat ik het vooreerst vooral om een farce gaat, die onze aandacht in feite niet waard is.

F-woord
Maar ondertussen had ik dat ene omineuze woord toch maar gebruikt: fascisme. Lange tijd heb ik dat vermeden en me zelfs verzet als mensen dat in betrekking tot hedendaagse uitingen van populisme in de mond namen. Natuurlijk, bepaalde parallellen springen onmiddellijk in het oog en het was dan ook niet zo vreemd dat Robin te Slaa zich een paar jaar geleden in een boektitel afvroeg of Wilders wellicht een fascist is. Maar iedereen kan dan ook het antwoord raden: de vraag is niet zo gek, maar uiteindelijk zijn de verschillen toch aanmerkelijk groter.

trumpwhitehouse

De snoever als president. Het is even wennen, de nieuwe website van het Witte Huis.

De reden dat ik mijn bedenkingen had laten vallen, lag vooral in de boosaardige ongeremdheid van PVV-leider Wilders. Natuurlijk, sinds jaar en dag kennen we hem als een verkrampt kereltje dat opzichtig doet alsof hij aan een ernstige scheldstoornis lijdt. Maar zijn aanvallen op al onze dragende instituties – de Staten-Generaal, de rechterlijke macht – zijn nu zo massief geworden dat we niet meer zimperlich hoeven te zijn. De PVV is niet veel meer dan een verzameling geteisem en wil zo te zien ook niets anders zijn. En dan zijn sterke woorden van afkeuring niet ongepast. Maar tevens kan een dergelijke, op zich niet onbegrijpelijke reactie ons op het verkeerde been zetten. Het schaamteloze politieke ondernemerschap van Wilders is internationaal gezien uitzonderlijk. Het is de diepe schande van regering en parlement vanaf Balkenende IV dat men daar nooit iets tegen gedaan heeft. In Nederland is ‘populisme’ vooral een kwestie van cynische marketing van bovenaf, elders gaat het om veel authentiekere bewegingen van onderop.

Ook gisteren zag ik op Twitter hoe zelfs keurige, gemeenlijk bedachtzame mensen in reactie op de inaugurele rede van Donald J. Trump het f-woord niet schuwden. Ik geloof echter niet dat we hem en zijn aanhangers zo werkelijk doorgronden.

Land in verval
Natuurlijk, Trump is een proleet. En ook gisteren slaagde hij er niet in om presidentieel over te komen. We kennen zijn platheid, zijn racisme en seksisme, zijn algehele wangedrag en zijn rancune. We weten dat hij een ongeleid projectiel is en het is inderdaad geen geruststellende gedachte dat de nucleaire codes nu in zijn handen zijn, al is gebruik ervan gelukkig nog net iets ingewikkelder dan het verzenden van een woeste tweet. Maar wat zei hij gisteren nu eigenlijk?

Trumps rede maakte een ronduit machteloze indruk. Dit is geen groot stilist en dit is ook geen man die zijn eigen zwakheid inziet, zodat hij zijn verhaal dan maar laat opstellen door een tekstschrijver die wel meeslepend formuleren kan. Wat uit de rede vooral naar voren komt, is het beeld van een machteloos land. Dat hoeft ons niet te verrassen. Wie als verkiezingsleuze Make America Great Again voert, zegt daarmee natuurlijk al dat zijn land er momenteel beroerd aan toe is. En dat is ook het beeld dat de rede schetst. Al in het begin zegt Trump dat het volk niet in de welvaart deelde, dat banen verloren gingen en dat fabrieken gesloten werden:

‘But for too many of our citizens, a different reality exists: Mothers and children trapped in poverty in our inner cities; rusted-out factories scattered like tombstones across the landscape of our nation; an education system, flush with cash, but which leaves our young and beautiful students deprived of knowledge; and the crime and gangs and drugs that have stolen too many lives and robbed our country of so much unrealized potential.’

‘For many decades, we’ve enriched foreign industry at the expense of American industry;
Subsidized the armies of other countries while allowing for the very sad depletion of our military;
We’ve defended other nation’s borders while refusing to defend our own;
And spent trillions of dollars overseas while America’s infrastructure has fallen into disrepair and decay.
We’ve made other countries rich while the wealth, strength, and confidence of our country has disappeared over the horizon.
One by one, the factories shuttered and left our shores, with not even a thought about the millions upon millions of American workers left behind.
The wealth of our middle class has been ripped from their homes and then redistributed across the entire world.’

Dit is het sombere beeld van een land in verval. En dat geldt zowel voor het bedrijfsleven als voor de publieke instellingen. Trump praat niet alleen over fabrieken die staan weg te rotten, en banen die verloren zijn gegaan, maar ook over publieke voorzieningen – scholen en wegen – die niet goed functioneren.

Socialistische taal
Trumps rede is vooral een afscheid van het messianistische neoconservatisme dat de Republikeinse Partij zo lang in de greep had. Hij bezigt de rauwe taal van ouderwetse socialisten, die we hier in Europa al jarenlang niet meer gehoord hebben. Geen heilsboodschap meer, niet langer ideologisch, in wezen neoliberaal getheoretiseer over een kleine overheid, waar vanzelf al het goede uit zal voortkomen, maar de belofte van een praktische aanpak van zowel de private sector van de economie als van publieke voorzieningen:

‘We will bring back our jobs. We will bring back our borders. We will bring back our wealth. And we will bring back our dreams.
We will build new roads, and highways, and bridges, and airports, and tunnels, and railways all across our wonderful nation.’

Het is taal waarin de vakbondsleider en de ondernemer elkaar de hand reiken. John Kenneth Galbraith sprak destijds over de tragische tegenstelling tussen private opulence and public squalor – voor dat laatste hadden ook socialisten in hun streven naar welvaartsverbetering aanvankelijk vaak weinig oog – maar Trump is somberder. Hij spreekt niet alleen over de armzaligheid van de openbare sfeer, maar ook over de armoede die mensen persoonlijk treft. Van wie verwachten arbeiders vanouds heil? Inderdaad, van rijke patsers die hun werk kunnen geven. Dat is nu niet anders.

Het is de vraag of Trumps beeld niet al te somber is en het is ook duidelijk dat lang niet de gehele natie zich in zijn somberheid herkent, maar tegelijk is er dus een deel van het Amerikaanse volk dat dat wel doet. Ook die mensen vormen geen eenheid en zijn uiteraard ook lang niet allemaal het slachtoffer van industrieel verval, maar kennelijk herkennen ze wel iets. Dat Donald Trump bepaald geen moreel verheven persoonlijkheid is, is helder en het is verleidelijk om de mensen die op hem stemden, voor immoreel te verklaren. Maar het is ook iets al te gemakkelijk om deze aanzienlijke minderheid van bijna 63 miljoen mensen zo weg te zetten.

Isolationisme
Natuurlijk, het schema van Trumps rede is ouderwets populistisch: het goede volk tegenover de foute elite. En hij, de miljardair, staat dan aan de kant van het volk. Het idee dat ‘this American carnage stops right here and stops right now’, is wel erg simpel. (En onheus tegenover de vier voorgangers onder zijn gehoor, maar dat laat ik nu maar rusten.) En of de protectionistische politiek waar hij op uit is en die ons direct aan de jaren dertig herinnert, niet nog meer ellende brengt, is de bange vraag.

W07-00346, 01-09-2003, 13:28, 8C, 6372x4512 (2342+6195), 150%, afficheextraza, 1/80 s, R108.3, G67.7, B66.8

Nederland eerst. America first. We hebben het al eens gezien. Affiche uit de jaren dertig.

Maar zo gek is het nationalisme van de rede nu ook weer niet. Als Trump zegt

‘We will seek friendship and goodwill with the nations of the world – but we do so with the understanding that it is the right of all nations to put their own interests first’

dan zegt hij iets dat in feite het uitgangspunt van elk land is. Voor de kleine landen in Europa vereist dat nationale eigenbelang vanzelfsprekend nauwe samenwerking met andere landen binnen de EU. De Verenigde Staten hebben zoiets veel minder nodig. Het vreemde was in feite dat de USA, een geopolitiek zeer onbedreigd land, zo’n grote rol in de wereldpolitiek bleven spelen.

Al vanaf Bill Clinton begon elke president met het voornemen zich nu op het eigen land te concentreren. Zijn overwinning in 1992 was ook een nee tegen de grootse vergezichten omtrent een nieuwe wereldorde van George Bush. Maar toen de Europese landen er op de Balkan niets van bakten, liet Clinton zich zelfs verleiden daar in te grijpen. De jonge Bush wilde zich met zijn compassionate conservatism ook op de eigen natie richten, maar 9/11 gaf de machtige neoconservatieven in zijn partij de kans om hun trotskistische ideologie volop uit te leven en te proberen de wereld safe for democracy te maken. We weten waar het op uit gelopen is: antirechtsstatelijke democratie en autoritarisme zijn in opmars, overigens niet alleen daardoor. Pas Obama slaagde er eindelijk in zijn land grotendeels buiten de affaires van de internationale politiek te houden, hoeveel kilometers de secretaris van het land, John Kerry, ook maakte. Achteraf gezien markeert Obama’s Nobelprijs het moment dat Amerika zich uit de wereld terugtrok. En het ziet er nu naar uit dat Trump dit beleid simpelweg zal voortzetten, maar dan nog veel radicaler. Voor Rusland, nog zo’n machteloze voormalige grootmacht, ligt hij, de grote onderhandelaar in eigen ogen, bij voorbaat kwispelend op de grond.

Oud en moe
De grote drie van Jalta maken een oude en vermoeide indruk. Rusland is er slecht aan toe en het machtsvertoon in Syrië moet het verval maskeren. Het is hartverscheurend wat er in het Midden-Oosten allemaal mis gaat en hoezeer mensen daar onder oorlog en geweld lijden, maar het is een marginaal deel van de wereld. De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU is de laatste stuiptrekking van een wereldrijk na het verval. En nu trekken ook de Verenigde Staten zich terug. Het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan het gezelligheidsfeestje in Davos, het World Economic Forum, deze week was waarschijnlijk veel belangrijker dan het aantreden van de 45e president van de Verenigde Staten. De Amerikaanse eeuw lijkt ten einde te lopen.

Ondertussen moeten we wel nuchter blijven. In werkelijkheid zijn de Verenigde Staten nog enorm machtig. Trump spreekt vooral voor het sombere, achterblijvende deel van de natie. Toch doen we er goed aan zijn vertoon van machteloosheid serieus te nemen. Het wereldbeeld van hedendaagse Nederlandse intellectuelen doet sterk denken aan dat van oude liberalen van rond 1875, die afschaffing van de kermis ook een speerpunt van jewelste vonden. Hun beschavingsoffensief hield hen vaak meer bezig dan de sociale noden. Het Nederlandse populisme, althans wat daarvoor doorgaat, is een uiting van welvaart en daardoor richt het zich op identiteitspolitiek, toevallig ook het lievelingsthema van progressieve intellectuelen. Maar er is ook nog een echte wereld waarin mensen zich zorgen maken om hun dagelijks bestaan en dat is de wereld waar de ongepolijste miljardair Trump met zijn traditioneel linkse taal ons aan herinnert.

(209)

Advertenties
14 juni 2014

NRC Handelsblad rectificeert wel erg impliciet. Of doet het dat eigenlijk wel? – Nog eens over het ‘tijdelijk’ dubbelmandaat voor Wilders

door Jan Dirk Snel

[Zaterdag 14 juni 2014] Mijn voorgaande stukje, dat ik dus oorspronkelijk bij NRC Handelsblad had aangeboden, ging voornamelijk over de lakse en naar mijn idee tekortschietende opstelling van de Tweede Kamer woensdag. Uiteraard moest de Kamer vaststellen dat het dubbelmandaat waar Wilders op uit is, op zich niet in strijd is met bepalingen in de Nederlandse wetgeving. Maar toen de voorzitter van de Tweede Kamer woensdag voorstelde ‘om de Voorzitter van het Europees Parlement te berichten dat de heer Wilders wat ons betreft benoembaar en toelaatbaar is’ en de Kamer overeenkomstig besloot, schoot ze wel tekort. Ze had erbij aan moeten tekenen dat dat alleen zou gelden als Wilders zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer bijtijds zou opgeven. En ze had de plicht om de Voorzitter van het Europees Parlement mee te delen dat Wilders volgens het geldende Europees recht onder de huidige omstandigheden niet benoembaar is, al kunnen die, die omstandigheden, uiteraard veranderen. Ze weet immers dat die Voorzitter haar verzoekt ‘de nodige maatregelen te treffen teneinde elke vorm van onverenigbaarheid met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te voorkomen’. En daar trok de Kamer zich dus niets van aan.

NRCwoensdag

NRC Handelsblad, woensdag 11 juni 2014, pagina 2.

Kleine kans
In het hoofdredactionele commentaar dat NRC Handelsblad vandaag onder de kop ‘Europarlementariër zijn en tegelijk Kamerlid, dat kan niet’ publiceerde, schrijft de krant naar aanleiding van ‘speculaties over de mogelijkheid dat Wilders de facto een dubbelmandaat zal uitoefenen’:

‘De Tweede Kamer hield zich in deze kwestie nadrukkelijk op de vlakte: die stelde woensdag vast dat Wilders “op grond van de nationale wettelijke bepalingen” geen betrekking bekleedt “welke onverenigbaar is met het lidmaatschap van het Europees Parlement”. Oneerbiedig gezegd was de boodschap van lidstaat Nederland dus: Europees Parlement, zoek het zelf maar uit met je Europese regels.’

Dat laatste is raak geformuleerd. En niet zozeer deze opmerking is oneerbiedig als wel de opstelling van de Kamer. Die negeerde, al dan niet welbewust, het geldende Europees recht en het valt dan ook te voorzien dat de Kamer nog wel een berisping van de Voorzitter van het Europees Parlement tegemoet kan zien, hoe vriendelijk of omzichtig wellicht ook geformuleerd. Geen van de aanwezige 140 leden voelde zich kennelijk geroepen erop te wijzen dat het wel zo verstandig is het geldende recht te respecteren – een veeg teken.

NRCzaterdag

NRC Handelsblad, zaterdag 14 juni 2014, Opinie & Debat, pagina 2.

Mijn stukje richtte zich primair op de lakse houding van de Tweede Kamer, maar ik stipte er ook even in aan dat NRC Handelsblad woensdag op pagina 2 ten onrechte schreef dat kans groot is dat Wilders ‘straks enige tijd in het Europarlement kan plaatsnemen’. De kop – ‘Wilders kan tijdelijk zetel in Europarlement innemen’ – vatte de strekking van het bericht adequaat samen, maar was inhoudelijk onjuist. (Ik link nu trouwens naar de versie in de krant, de publiek toegankelijke webversie, waar ik woensdag naar verwees, blijkt te zijn aangepast: in ieder geval de tweede zin is later ingevoegd.) Dat stukje vormde voor mij ook de aanleiding om nader te regeren. Iemand vroeg mij namelijk of het nu achterhaald, onjuist of toch juist was. Het was dus onjuist, omdat het verzuimde de tweede essentiële voorwaarden te noemen waaronder de genoemde kans zou optreden, namelijk dat Wilders welbewust een valse verklaring zou ondertekenen en dat het Europees Parlement vervolgens zou verzuimen ‘aan de hand van uit publiek toegankelijke bronnen te verifiëren feiten’ vast te stellen dat zijn zetel vacant is. De kans is dus niet groot, maar vooralsnog klein.

Speculaties
Het duurde even voor de krant hierop terugkwam. Een dag later, donderdag 12 juni, kwam NRC Handelsblad op pagina 8 wel met een vervolgstuk, ‘Veel bijval voor Geert Wilders’, met – de kop is opnieuw adequaat – daarin enkele reacties van politici op Wilders’ streven naar een dubbelmandaat. Dat zou een mooie gelegenheid zijn geweest om de fout van de vorige dag te corrigeren, maar men liet dat na. Ook gisteren verscheen er bij mijn weten geen rectificatie. Maar vandaag opent het al aangehaalde hoofdartikel, dat dus ‘het standpunt van de krant‘ weergeeft, aldus:

‘Het lidmaatschap van het Europees Parlement is onverenigbaar met het lidmaatschap van Eerste en Tweede Kamer. Er bestaat geen misverstand over deze regel, die op Europees niveau is afgesproken en de status heeft van een verdragsafspraak. Ze geldt sinds 2004 voor alle lidstaten, behalve als er expliciet, op Europees niveau, een uitzondering is afgesproken. Ierse parlementariërs mogen bijvoorbeeld op grond van zo’n afspraak wel tijdelijk een dubbelmandaat uitoefenen, tot de volgende (nationale) verkiezingen. Voor Nederlandse nationale parlementariërs is geen uitzondering geregeld.
Geen dubbelmandaat dus: de regels zijn duidelijk.’

Dat klopt als een bus. Maar het is een wel erg impliciete wijze om het foutieve bericht van dinsdag te rectificeren. En gebeurt dat in feite wel? Beseft elke lezer dat de ferme woorden ‘geen dubbelmandaat’ ook betekenen: geen tijdelijk dubbelmandaat? En bedoelt de krant dat wel met zoveel woorden? Een eindje verderop schrijft men immers, dat Wilders nu anders redeneert dan voor de Europese verkiezingen:

‘het dubbelmandaat is volgens Wilders nu een “recht”. Via een advocaat kondigde hij aan dat hij het verbod op het dubbelmandaat via een spoedprocedure bij het Europees Hof van Justitie zal aanvechten. Deze aanpak leidde deze week tot speculaties over de mogelijkheid dat Wilders de facto een dubbelmandaat zal uitoefenen, in afwachting van de beslissing van de rechter. Die kan tot zes maanden op zich laten wachten.’

De lezer zou zo wellicht nog steeds op de gedachte kunnen komen: aha, een dubbelmandaat mag op zich niet, maar tot aan de uitspraak van de rechter zit het er misschien nog wel tijdelijk in. Maar er is geen verband tussen Wilders’ beroep op de rechter en het tijdelijk innemen van een zetel. Hij kan zo naar de rechter stappen en wellicht heeft hij dat al gedaan en anders gaat hij dat dus zeer binnenkort doen. Daarvoor hoeft hij geen zetel in te nemen. Dat er speculaties waren, daarin heeft de krant gelijk, maar hoe kwamen die in de wereld? Doordat secretaris-directeur Melle Bakker van de Kiesraad zich dinsdag wat onvoorzichtig uitliet tegenover BNR-radio. En de volgende dag corrigeerde de Kiesraad zijn woorden al impliciet.

Op eigen rekening
Dat er woensdag een foutief bericht in de krant verscheen, dat lijkt me op zich niets iets om al te knorrig over te doen. Zoiets kan gebeuren. De dag ervoor waren er immers op tal van plaatsen berichten met die inhoud verschenen, ook al omdat het ANP er een bericht over gemaakt had, waarin stond dat Wilders tijdens de procedure die hij aankondigde te beginnen, volgens ‘de interpretatie door de Kiesraad’ van het Reglement van het Europees Parlement ‘volledig recht’ had zitting te nemen in dat parlement: ‘Dat zou kunnen betekenen dat Wilders in elk geval tijdelijk de twee functies kan combineren.’ Dat was weliswaar inhoudelijk onjuist, maar journalistiek in zoverre correct dat men deze interpretatie toeschreef aan de secretaris-directeur van de Kiesraad. Ook het doorgeven van als zodanig onjuiste beweringen is een onderdeel van de journalistiek.

Het probleem met het bericht in de NRC van woensdag is echter wel dat het deze bron niet vermeldt. Men neemt de foutieve interpretatie over op eigen rekening en verwijst rechtstreeks naar ‘de regels van het Europees Parlement’ zelf. Dat is toch merkwaardig, omdat daarin toch duidelijk staat dat iemand pas na het ondertekenen van een schriftelijke verklaring dat hij (onder meer) geen lid van een nationaal parlement is, lid kan worden. Het is wel waar dat men ‘gedurende een bezwaarprocedure’ gewoon lid van het parlement blijft, maar dan moet men uiteraard wel eerst zitting genomen hebben.

Dinsdagse kennis
Er is echter nog iets merkwaardigs aan de hand met het NRC-berichtje van woensdag. Tot nu toe ging ik er vanuit dat het gewoon op onvoldoende informatie berustte. Redacteur komt woensdagmorgen op de krant, treft onder meer het ANP-bericht aan, en gaat op goed vertrouwen dat de uitlatingen van de secretaris-directeur van de Kiesraad wel klopten, aan de slag, zoiets. Je moet maar net een reden hebben om aan zijn woorden te twijfelen, doordat je bijvoorbeeld op inmiddels gepubliceerde tegenspraak stuit. Of je moet maar net op het idee komen om zelf eens de relevante wetsbepalingen door te nemen.

Maar wat schetst mijn verbazing? Ik was tot dusverre volledig afgegaan op de papieren krant. Maar nu ik de website van de NRC nog eens doorzocht op ‘dubbelmandaat’, kwam ik een bericht op de website van die krant van dinsdagmiddag 10 juni, al heel gauw dus, tegen, met daarin deze passage:

Het Hof van Justitie liet tegenover politiek redacteur Thijs Niemantsverdriet weten dat een versnelde procedure een half jaar tot een jaar kan duren. Een uitspraak valt dus sowieso maanden na de installatie van het nieuwe Europees Parlement op 1 juli. Wilders heeft nog tot 25 juni om er zijn geloofsbrieven aan te bieden. En daarvoor moet hij ondertekenen dat hij niet een functie vervult die strijdig is met zijn zetel in het Europarlement, zegt Niemantsverdriet.
“Daar gaat de schoen wringen. Wilders vindt dat zijn zetel in de Tweede Kamer niet strijdig is, terwijl de regels van het Europarlement zeggen van wel.”
Wat er na 1 juli gebeurt, is dan ook ongewis. Waarschijnlijk wordt de zetel van Wilders in het EP vacant verklaard.’

Daar staat het dus al! De cursiveringen zijn van mij. De beide voorwaarden die dezelfde redacteur – het gaat me hier zeer beslist niet om personen, daarom vermijd ik namen zoveel mogelijk – de volgende dag zo opzichtig wegliet dat zijn stukje er onjuist door werd, worden hier gewoon genoemd: de verklaring en de mogelijke vacantverklaring.

Ik weet niet wat hier aan de hand is. Laat ik voorop stellen dat ik dit zeker geen ernstige zaak acht en dat het vrij toevallig was dat ik me er dinsdag in verdiepte, gewoon omdat ik voor mezelf even wilde weten hoe het nu zat en dat haastig, al te haastig, opschreef. De rest vloeide daaruit voort. Het is niet mijn intentie om NRC Handelsblad zwaar te kapittelen, maar de opstelling van de krant is wel raadselachtig: eerst een bericht publiceren waarvan men op het moment van schrijven al weet dat het zo onvolledig is dat het regelrecht onjuist is, en vervolgens pas na dagen zo indirect de fout corrigeren dat men zich kan afvragen of het eigenlijk wel om een impliciete rectificatie gaat.

 –

Juridische toetsing
Laat me vergund zijn hier enigszins vragenderwijs een algemene opmerking aan toe te voegen. Volgt de journalistiek – en ik besef dat het gevaarlijk is een dergelijke generaliserende term te gebruiken, de nodige caveats zijn dan ook op hun plaats – niet te veel de neiging van ‘de politiek’ – zelfde voorbehouden ook hier – om politiek gesteggel voor te laten gaan op zorgvuldige juridische toetsing? Van de Tweede Kamer weten we dat het politieke aspect vaak de voorrang krijgt op het juridische. Het is beschamend dat woensdag niet een van de 140 aanwezigen opstond en vroeg of men zich niet aan het recht moest houden.

Maar hoe zit het met de journalistiek? Voor een goede parlementaire verslaggeving is een gedegen kennis van het constitutioneel recht vereist. Men verslaat immers maar zo niet dingen die nu eenmaal gebeuren, men brengt verslag uit van een politiek spel dat aan regels gebonden is. Als een scheidsrechter de buitenspelregel overduidelijk niet toepast, dan zal een voetbalverslaggever daar melding van maken. Regels gelden immers en zijn een onmiskenbaar onderdeel van de werkelijkheid die men beschrijft. Er hollen niet maar wat mannetjes lukraak over een veld, hun interactie is regelgebonden. Zo is het ook in de politiek. Ook wat er in een parlement gebeurt, is gebaseerd op regels. Journalisten moeten daarom in staat zijn om het handelen van politici zelfstandig aan het recht te toetsen. Anders kunnen ze hun vak niet goed uitoefenen.

Nu twijfel ik er niet aan dat vele politiek journalisten over een gedegen juridische kennis beschikken – die kan men zich ook eigen maken zonder ooit rechten te hebben gestudeerd – maar maken ze er ook voldoende gebruik van? Gaan ze niet te vaak mee met loos gesteggel? Besteden ze vaak niet te veel aandacht aan ledig geklep van politici in plaats van dier handelen streng aan regelgeving en recht te toetsen?

Ik vraag het maar.

Naschrift (16.30 uur)
Enkele kleine feilen heb ik weggewerkt, al lijkt het mij sterk dat ik ze inmiddels allemaal gezien heb, maar inhoudelijk is er niets veranderd.

(145)