Posts tagged ‘verenigde vergadering. Staten-Generaal’

17 juni 2013

Eerste Kamer moet De Graaf vragen te blijven

door Jan Dirk Snel

Zaterdagmorgen had ik onderstaand stukje aan Trouw aangeboden. Zojuist, aan het eind van de middag, kreeg ik te horen dat mijn stukje was afgevallen. Het nadeel van het aanbieden van opiniebijdragen aan kranten is nu eenmaal de enorme vertraging die, misschien wel onoverkomelijk, optreedt. Het stukje was een logisch vervolg op mijn weblogstuk van donderdag, waarin – in dat stukje, bedoel ik – ik nog eens puntig uiteenzette wat nu de belangrijkste zakelijke benadering inzake de gecreëerde affaire rond de voorzitter van de Verenigde Vergadering is.

Het is me de laatste dagen opgevallen hoe diverse lieden zich in allerlei bochten wrongen om maar net te doen alsof De Graaf zich niet aan zijn eigen criteria had gehouden. Uit alle macht probeerden ze van de logische eerste selectie van De Graaf van zeven leden van de Staten-Generaal naar anciënniteit een grotere groep te maken, zodat ze vervolgens konden doen alsof er iemand was ‘overgeslagen’. Alleen al omdat we inmiddels weten wat De Graaf in zijn achterhoofd had – de waardigheid van de vergadering, waar een aandachtstrekker niet bij paste – was het onwaarschijnlijk dat hij met zijn eigen criteria ‘gerommeld’ zou hebben en dat was dan ook niet zo. Daar had ik in een kort naschrift bij mijn vorige weblogbijdrage zaterdag ook al beknopt iets over geschreven.

Ik plaats nu hier het korte stukje van 445 woorden dat ik aan Trouw had aangeboden, onveranderd, maar wel van enkele tikfouten gezuiverd. Daarmee is mijn bemoeienis met deze zaak, dunkt mij, ook wel genoeg geweest. We hebben de afgelopen week weer eens gezien hoe de kritiekloze meute eensgezind een beschuldigende vinger hief. Het is verstandiger niet al te zeer de buzz van de napraters – met als culminatie wel Frits Wester bij Knevel & Van den Brink vrijdagavond – te volgen, maar zelf de documenten te bestuderen en zich af te vragen aan welke staatsrechtelijke normen politiek handelen afgemeten dient te worden, ook met het oog op kritische verslaggeving daarover. Maar nu dus het stukje.

Eerste Kamer moet De Graaf vragen te blijven

Het benoemen van de commissie van in- en uitgeleide van de nieuwe koning bij diens inhuldiging was volgens artikel 54 het reglement van de Verenigde Vergadering de (exclusieve) bevoegdheid van de voorzitter, Fred de Graaf. Voor de samenstelling bestaan verder geen regels. De voorzitter had kunnen kiezen voor elke mogelijke combinatie uit de 221 leden van de Staten-Generaal die tijdens de vergadering op 30 april aanwezig waren.

Exif_JPEG_PICTURE

Versiering op 30 april 2013. Amsterdam, aan de Amstel.

Over de commissie die hij die dag benoemde, was geen enkele ontevredenheid. Naast de voorzitter van de Tweede Kamer benoemde hij vier leden: twee uit elke Kamer, van vier verschillende partijen, twee vrouwen en twee mannen, die behoorden tot degenen met de langste zittingsduur. De voorzitter was absoluut niet verplicht zijn overwegingen openbaar te maken, maar De Graafs keuze voldeed aan de criteria die hij voor zichzelf opgesteld had en die hij tijdens die discussie die de afgelopen week ontstond, meegedeeld heeft.

Het is dus absoluut niet zo dat iemand ‘recht’ zou hebben op lidmaatschap van de commissie en het is ook niet zo dat iemand zich terecht ‘overgeslagen’ zou kunnen voelen. Er bestaan geen regels waaruit men dat kan afleiden. De Graaf had de benoemden van tevoren gepolst, maar zelfs daar was hij volgens het reglement niet toe verplicht. Hij had ze ook staande de vergadering zo kunnen aanwijzen.

De fractieleiders uit de Tweede Kamer moeten zich dan ook diep schamen dat ze afgelopen week donderdag een speciale vergadering belegden over een zaak die hun totaal niet aangaat. Ze wekten daarbij de indruk alsof hun collega Wilders was gepasseerd, maar daarvoor ontbrak elke staatsrechtelijke grond, zoals die ook ontbrak voor de beschuldiging in het hoofdredactionele commentaar van Trouw (12 juni) dat De Graaf ‘manipuleerde’. De constatering van de voorzitter achteraf dat men niet iemand moet benoemen die te veel ‘aandacht’ trekt, is daarbij een juiste. Het gaat die dag immers om de koning. Het is de taak van de voorzitter de waardigheid van de plechtigheid te bewaken.

Fred de Graaf heeft laten weten dat hij voornemens is het voorzitterschap van de Eerste Kamer dinsdag neer te leggen. Dat niet omdat hij onjuist gehandeld zou hebben, maar omdat de discussie ‘voortduurt’ en daarmee zijn ‘integriteit in het geding is’. De Eerste Kamer zou er goed aan doen er dinsdag bij de voorzitter op aan te dringen op dit voornemen terug te komen. Hij heeft immers volgens zijn bevoegdheid gehandeld op een wijze waarover iedereen tevreden was. Over zijn integriteit kan op geen enkele wijze redelijke twijfel bestaan. Met een dergelijke actie zou de Eerste Kamer veel doen aan het herstellen van zuivere verhoudingen op het Binnenhof, die door de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer zo grof geschonden zijn.

Naschrift (vrijdag 21 juni 2013)
Dinsdag verzocht de opinieredactie van het Reformatorisch Dagblad mij om een opiniestuk over de zaak voor de krant van donderdag 20 juni 2013. Daartoe heb ik het stukje dat hierboven staat, aangepast en uitgebreid. Het resultaat is hier te vinden.

(109)

13 juni 2013

Waarom Fred de Graaf onberispelijk handelde en zijn critici zich dienen te schamen

door Jan Dirk Snel

Gisteren ontstond er commotie over een artikel in de Volkskrant met de kop ‘Senaatsvoorzitter hield Wilders weg bij koning tijdens inhuldiging‘. Het ging om de wijze waarop voorzitter Fred de Graaf van de Verenigde Vergadering de commissie van in- en uitgeleide bij de inhuldiging van de nieuwe koning op 30 april 2013 had samengesteld. Volgens de krant had de voorzitter van de Verenigde Vergadering daarbij een ‘kunstgreep’ toegepast, namelijk om te voorkomen dat ‘PVV-leider Geert Wilders in de nabijheid van de koning op tv zou verschijnen’.

Weinig nieuws
Twee dingen vielen direct op. Het eerste was dat het stuk niet heel veel nieuws bevatte. De kern draaide om de vaststelling dat senator Gerrit Holdijk (SGP), het lid van de Staten-Generaal met de langste staat van dienst (toen 8.366 dagen, inmiddels 8.423), zijn plaats had afgestaan ten gunste van zijn partijgenoot Kees van der Staaij. Dat wisten we al. Medio april meldde het ANP al dat hij was afgevallen, omdat er anders twee leden van dezelfde partij deel zouden uitmaken van de (kleine) commissie. Het tweede dat direct opviel, is dat de Volkskrant zijn hand overspeelde. De bewering dat De Graaf een ‘kunstgreep’ had toegepast, werd nergens onderbouwd. Het enige wat het artikel probeerde, was iets verder te reconstrueren hoe de samenstelling van de commissie was verlopen. Van een ingewikkelde grepen bleek daarbij helemaal niets.

Nieuw koning

De balkonscène. Koning Willem-Alexander, prinses Beatrix en koningin Maxima enkele uren voor de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal zou beginnen. Amsterdam, 30 april 2013.

Gisteravond werd een en ander nog duidelijker toen via een bericht op de site van de NOS, dat om 22.54 uur werd geplaatst en later herzien werd, de brief van voorzitter Fred de Graaf aan de voorzitter van een fractie in de Eerste Kamer bekend werd. De Graaf legt daarin uit volgens welke criteria hij de commissie van in- en uitgeleide heeft samengesteld en stelt daarbij dat hij aan het in overweging nemen van de Kamerleden Kkadija Arib of Geert Wilders nooit is toegekomen. Het lag inderdaad ook niet erg voor de hand om zover op de lijst af te dalen. Er lijkt me ook geen reden om aan zijn woorden te twijfelen. Het artikel in de Volkskrant bevat immers geen informatie waaruit blijkt dat De Graaf wel aan Arib of Wilders zou zijn toegekomen. Wel citeert het stuk Geert Wilders die vertelt dat zijn secretaresse door een secretaresse van Tweede Kamervoorzitter Van Miltenburg gebeld was: ‘Of ik er rekening mee wilde houden dat ik in de Commissie van In- en Uitgeleide zou komen.’ Uit het feit dat de Tweede Kamervoorzitter al over eventuele andere opties nadacht, blijkt echter nog niet dat haar collega van de Eerste Kamer daar al mee bezig was. En ook zij had Wilders dus echt nog niet gepolst. Misschien was haar optreden wel wat voorbarig.

Erkenning
Nogal wat mensen vroeger zich gisteren af waarom Fred de Graaf hierover sprak. Zij deden net alsof hij dit nieuws zelf liep rond te toeteren. Ze lazen gewoon niet goed. Remco Meijer schrijft in zijn stuk in de Volkskrant duidelijk dat hij ‘diverse gesprekken met betrokkenen bij de inhuldiging’ gevoerd heeft. Hij dacht al van anderen te weten hoe een en ander zat. Uit het artikel blijkt ook niet dat hij van Fred de Graaf daar iets nieuws over te horen heeft gekregen, hij maakt daar althans geen melding van. De Graaf schrijft in zijn brief dat hij een telefonisch interview aan een journalist van de Volkskrant heeft gegeven. Kortom, hij heeft zelf helemaal niets actief naar buiten gebracht, maar gewoon antwoord gegeven op vragen.

In slechts twee passages in het stuk worden woorden van De Graaf direct of indirect weergegeven. Dit is de eerste:

‘De Graaf erkent tegenover de Volkskrant dat hij Wilders er liever niet bij had vanwege diens problematische relatie met het Koninklijk Huis, waarop de PVV’er vaak harde kritiek heeft. ‘In mijn achterhoofd heeft zeker meegespeeld dat het beeld van Wilders naast de koning veel aandacht zou hebben getrokken.’ Onwenselijk, meende de senaatsvoorzitter, die een plechtigheid zonder politiek gedoe beoogde.’

En dit de tweede:

‘De senaatsvoorzitter erkent dat hij het ‘heel moeilijk’ had gevonden als Wilders in de commissie had gezeten. Hij rechtvaardigt zijn ingreep met het argument dat Van der Staaij ook meer recht had op de plek, omdat de SGP’er bijna 200 dagen langer dan Wilders Kamerlid is.’

Beide passages laten hem direct iets ‘erkennen’. Daaruit blijkt dat de journalist kennelijk al iets meende te weten, dat aan De Graaf voorlegde en dat die daar keurig antwoord op gaf, anders spreek je immers niet van ‘erkennen’. Dat is bovendien een nogal gekleurde term. De Graaf zegt dat Wilders als eventueel lid van de commissie veel aandacht zou hebben getrokken. Me dunkt, aan de juistheid van die woorden zal toch niemand twijfelen. Hij had Wilders er liever niet in gehad, maar daarmee is nog steeds niet gezegd dat Wilders nu erg voor de hand lag. De journalist spreekt wel over een ‘ingreep’, maar De Graafs redenering dat Van der Staaij meer recht had op de plek is ook gewoon valide en hoeft niet per se te dienen als rechtvaardiging voor iets anders. Wilders was naar anciënniteit pas nummer zes op de lijst en het lag op grond van de door De Graaf zélf geformuleerde criteria – anciënniteit, verschillende partijen en verdeling mannen en vrouwen – waarvan de eerste twee in het krantenstuk genoemd worden, ook helemaal niet zo voor de hand dat hij gevraagd was.

Stel
Maar voor degenen die De Graaf net niet helemaal op zijn woord geloven: stel nu eens dat hij Wilders wel doelbewust uit de commissie zou hebben gehouden, zou er dan iets mis geweest zijn? Nee toch?

Er waren op zich nog wel een aantal goede redenen om Wilders buiten de commissie te houden. Deze politicus staat ten eerste bekend als een infaam figuur, die van onfatsoen zijn handwerk heeft gemaakt. Hij is ten tweede de leider van een ondemocratisch georganiseerde partij. En ten derde, het belangrijkste punt, hij is een vijand van een aantal fundamentele beginselen van onze rechtsstaat. Ik hoef dat nu niet nader aan te tonen, omdat ik dat in het verleden vaak genoeg gedaan heb en bovendien is het algemeen bekend. Elk redelijk mens zal inzien dat het geen pas geeft een dergelijk figuur een opvallende rol te geven bij de feestelijke inhuldiging van de nieuwe koning. Dat zou een blamage geweest zijn, ook ten opzichte van het buitenland. Stel je voor dat beelden van Wilders in nauwe nabijheid van de koning de wereld rondgegaan waren. Zulk ‘politiek gedoe’ moet men op een dergelijke feestelijke dag inderdaad niet hebben.

Het was de taak van de voorzitter om te zorgen voor een waardige bijeenkomst en in dat plaatje had een politicus die in hele wereld bekend staat vanwege diens afkeer van fundamentele westerse waarden niet gepast. En als het al zo zou zijn dat Gerrit Holdijk, een overigens buitengewoon bescheiden en correcte jurist, mede met deze gedachte in zijn achterhoofd zijn plaats aan zijn partijgenoot Van der Staaij en tegelijk aan zijn medesenator Heleen Dupuis (VVD) heeft afgestaan, dan dient dat alleen maar in hem geprezen te worden.

Bevoegdheid
Dan nog iets. Gisteravond twitterde (ééntwee) Willem Aantjes, die ik als politiek commentator zeer hoog heb:

‘Voorzitter 1e Kamer is ook voorzitter Verenigde Vergadering. Dit betekent niet, dat hij ook over aanwijzing leden 2e Kamer gaat.’
‘Bemoeienis voorzitter 1e Kamer met leden 2e Kamer in delegatie bij inhuldiging had voorzitter 2e Kamer nooit mogen accepteren. Nooit!’

Het spijt me, maar dit keer moet ik het toch echt met hem oneens zijn. De Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal bij de inhuldiging van de koning op 30 april 2013 was naar het (onomstreden) oordeel van de voorzitter er een waarin niet zou worden ‘beraadslaagd of besloten’ en op grond van artikel 53 van het reglement waren daarom slechts vier artikelen daaruit van toepassing: Daarvan is alleen artikel 54 hier van belang:

‘In deze vergaderingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 53 bestaat de taak van de Voorzitter voornamelijk uit het desgewenst benoemen van een commissie van in- en uitgeleide van degene, die de Vergadering zal toespreken, uit het leiden van de Vergadering en het handhaven van de orde. De Voorzitter kan een lid, dat zulk een vergadering verstoort, uitsluiten van de verdere bijwoning der vergadering.’

Het is volstrekt duidelijk. Het ‘desgewenst’ samenstellen van een commissie van in- en uitgeleide behoort tot de taken van de voorzitter van de Verenigde Vergadering, die ook de voorzitter van de Eerste Kamer is. Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid.

De Graaf had het ook in zijn eentje mogen beslissen en dat heeft hij, heel netjes, niet gedaan, want hij heeft ruimschoots overleg gepleegd met de voorzitter van de Tweede Kamer. Bovendien was Gerrit Holdijk lid van zijn eigen Kamer. Toen die zijn beurt voorbij liet gaan, kwam volgens de door De Graaf zelf in overleg met anderen opgestelde criteria automatisch diens partijgenoot Kees van der Staaij in aanmerking. In die zin heeft De Graaf zich dus helemaal niet rechtstreeks met de aanwijzing van de leden van de Tweede Kamer bemoeid, ook al had hij daartoe de bevoegdheid.

Hulde
De conclusie is helder. De voorzitter van de Verenigde Vergadering, Fred de Graaf, heeft onberispelijk gehandeld en volkomen volgens zijn bevoegdheden. Hij heeft er daarbij voor gezorgd dat de plechtigheid zonder ‘gedoe’ en zonder Nederland in het buitenland een slechte naam te bezorgen, is verlopen. En Eerste Kamerlid Gerrit Holdijk dient geprezen te worden dat hij de kans een opvallende rol bij een historische gebeurtenis te spelen voorbij heeft laten gaan.

Het is aardig dat Remco Meijer heeft proberen uit te zoeken hoe het proces van samenstelling van de commissie is verlopen, maar wat hij met suggestief taalgebruik probeerde te betogen, wist hij niet waar te maken. Zorgwekkender echter is dat allerlei lieden – en daar waren helaas ook politici bij – op grond van een in suggestieve bewoordingen geklede feitelijke reconstructie van het gebeurde ineens schande begonnen te roepen. Daarvoor moet men goede gronden hebben en die waren er niet er niet. Zodra de naam Wilders valt, verliezen allerlei politici ineens hun verstand. De slaafsheid waarmee ze steeds buigen voor iemand die voortdurend de fatsoensregels overschrijdt en het politieke spel niet normaal wenst mee te spelen, is onthutsend. De critici dienen zich diep te schamen voor hun gebrek aan kritisch vermogen en hun onbesuisde reacties.

Wat ook precies de overwegingen van Gerrit Holdijk geweest mogen zijn, hij heeft door zijn plaats af te staan een waardige bijeenkomst mogelijk gemaakt. En Fred de Graaf heeft onberispelijk gehandeld en het moet in hem geprezen worden dat hij vragen over Wilders niet uit de weg is gegaan.

Alle lof dus.

Naschrift (12.30 en 13.30 uur)
Nog een opmerking over mijn overwegingen onder het kopje ‘Stel’. Die komen vanzelfsprekend voor mijn rekening, maar ik neem aan dat ze breed gedeeld worden door liefhebbers van onze rechtsstaat. Uiteraard dient men met dergelijke overwegingen rekening te houden, maar het is verstandig van De Graaf dat hij zich zeer terughoudend heeft geuit. Niet iedereen kan altijd alles zeggen wat hij denkt, ook al is dat nog zo redelijk en juist. Let op dat in het Volkskrant-stuk slechts één (naar we mogen hopen) letterlijk citaat van Fred de Graaf voorkomt. Dat gaat slechts over een mogelijk effect: aandacht. Uiteraard is het verstandig dat De Graaf in zijn functie niet meer zei. Maar ook wie niet helemaal vrij kan spreken, dient met deze punten wel rekening te houden. In de ene positie kan men meer zeggen dan in de andere.

Critici heb ik niet bij name genoemd. Ze waren gisteren voldoende in het nieuws. Aantjes antwoord ik op één specifiek punt, dat van de bevoegdheden. Als ik het over de vele critici heb, denk ik meer aan degenen die in het algemeen schande riepen, het optreden van De Graaf zonder meer onacceptabel noemden of al om zijn aftreden begonnen te roepen, zonder daar goede gronden voor aan te voeren.

De brief van de voorzitter van de Eerste Kamer is vandaag ook beschikbaar gesteld via de site van deze Kamer der Staten-Generaal.

Tweede naschrift (zaterdag 15 juni 2013)
Twee punten komen steeds weer aan de orde.

1. Allerlei lieden doen steeds alsof het gegeven dat De Graaf Wilders er kennelijk buiten wilde houden een schande is. De Graaf zou dat onder meer tijdens een repetitie gezegd hebben en daarmee zijn de twee opties voor de motivatie van De Graaf nauwer verwant geraakt. Dat ‘beeld’, dat Wilders geweerd wordt, zou volgens Frits Wester gisteren bij Knevel & Van den Brink schadelijk zijn. Maar is dat nu zo? Nee, het was zelfs de taak van de voorzitter. Bij debatten moet hij de discussie neutraal leiden, bij een plechtigheid dient hij de waardigheid actief te beschermen. Dus geen Wilders. De wijze waarop Alexander Pechtold Wilders in hetzelfde programma in bescherming nam als een van hen, fractieleiders of Kamerleden, was dan ook misplaatst. Het ging hier om een exclusieve bevoegdheid van de voorzitter, er zijn geen regels en niemand heeft recht op een plaats.

2. Velen doen alsof De Graaf zich niet aan de criteria heeft gehouden die hij zelf bedacht had – en waar hij overigens niet toe verplicht was en die hij ook niet hoefde te publiceren. Wester had het over ‘gerommel’. Jan Hoedeman stelt vanmorgen in de Volkskrant dat De Graaf ze zelf ‘brak’. Dat is evident onjuist. We weten dat hij Wilders niet wilde en dus stelde hij uiteraard criteria op waarbij die er ook buiten bleef. Als je de anciënniteitsregels toepast, kom je op een eerste groep van zeven waaruit hij er vier moest kiezen, en dan komt Wilders niet in zicht. Kijk maar na: bij de Eerste Kamer had nummer 1 een exclusieve hoogte en hadden 2 en 3 dezelfde anciënniteit en bij de Tweede Kamer hadden er vier een zelfde anciënniteit. Bij gelijke zittingsduur telt kennelijk de leeftijd. Zo ontstond een eerste selectie van zeven personen en dus niet van zes of acht of negen. Wilders kwam daarbij inderdaad niet in het vizier. Binnen die eerste groep heeft Holdijk op verzoek zijn plaats afgestaan aan Van der Staaij. Niets mis mee, maar steeds zie je dat mensen per se zo door willen redeneren tot ook Wilders in beeld komt.

Misschien had De Graaf er wel sterker aan gedaan meer nadruk op het eerste punt te leggen. En hij had zich uiteraard dienen te verdedigen.

(107)