Posts tagged ‘Twitter’

9 augustus 2013

Twitterratten en internetanonimiteit

door Jan Dirk Snel

Wie dacht dat de mens in wezen goed is, leefde duidelijk nog voor internet. Sinds iedereen de kans heeft om wat er in hem – of haar (maar eigenlijk is die meestal correcte toevoeging hier nogal onaardig) – opkomt, onmiddellijk openbaar te maken op het wereldwijde web, weten we dat er ook veel vuiligheid in de menselijke geest huist. Misschien hadden we dat wel kunnen raden, maar we hadden het liever niet willen weten. Of? Nou ja, dat is misschien nog maar de vraag

Schelden en dreigen
In – of op – Vrij Nederland van deze week schrijft Elma Drayer een stukje over ‘de duistere zijden van Twitter’. Het gaat dan met name om anonieme bedreigingen en gescheld. In dit geval wordt de primaire aanleiding gevormd door de grote hoeveelheid dreig- en scheldtweets die Ebru Umar over zich heen kreeg nadat ze in een treinkrant zich eerst zelf beledigend had uitgelaten. Drayer citeert daar enkele voorbeelden van, maar het is natuurlijk volstrekt duidelijk dat die op geen enkele wijze de enorme reeks bedreigingen en scheldpartijen jegens Umar rechtvaardigden. En we hebben eerder zulke twitterstormen gezien. De manier waarop de hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, Mariska Orbán-de Haas, in voorgaande jaren de volle laag te verduren kreeg, was mogelijk nog ernstiger. En ik heb ook wel eens aandacht besteed aan de orgie van verbaal geweld en haat die paus Benedictus XVI eind vorig jaar over zich heen kreeg, al zal die daar zelf dan weer wat minder van gemerkt hebben.

pausschelder

Deze meneer uitte zijn moorddadige fantasieën onder eigen naam. Ook dat kun je op Twitter tegenkomen.

Daarbij kan het uiteraard een goed idee zijn om bij werkelijk ernstige bedreigingen aangifte te doen en misschien is het ook goed als Twitter daar een speciale meldfunctie voor instelt. Het lijkt me echter nog maar de vraag hoe serieus we de meeste bedreigingen moeten nemen. Dreiging, althans een dreiging op internet, is een wat elusief en paradoxaal begrip. Op zich zou je zeggen dat een dreiging de aankondiging van iets anders is. Men dreigt met iets. Als iemand op straat kwaad op je afkomt en roept dat ie je wel eens te grazen zal nemen of doodmaken, is het verstandig om je uit te voeten te maken, vooral als die ander groter en sterker is en er echt opgewonden uitziet. En het is misschien ook verstandig om daarna maar even bij de politie langs te gaan en melding van het voorval te maken. Maar een dreiging op internet, zonder het directe fysieke aspect, is gewoonlijk geen verwijzing naar een komende actie, maar een handeling op zich en waarschijnlijk ook het doel op zich. Iemand met de dood bedreigen is meestal niet meer dan een machteloze vorm van schelden.

Anonimiteit
En het gaat natuurlijk niet alleen om Twitter, maar om internet in het algemeen. Het aardige van Twitter is nu juist dat je de schelders makkelijk van je af kunt schudden. Toen ik in juli 2010 actie probeerde te ondernemen tegen het voornemen van twee politieke partijen om in zee te gaan met een antirechtsstatelijk gezinde politieke groepering en daarover op mijn toenmalige – nu om praktische redenen niet zichtbare – weblog het een en ander schreef, leverde dat ook een keer een stukje op GeenStijl op – met link. De reactiemogelijkheid had ik toen nog openstaan en binnen de kortste keren stonden er tientallen of honderden scheldpartijen op mijn weblog. Ik heb ze niet volledig gelezen, omdat ik meestal in de tweede of derde zin wel voor sukkel of zo werd uitgemaakt, wat genoeg aanleiding was het stukje naar de prullenbak te verwijzen. Maar ik herinner me nog wel dat er ook reacties bij waren die op zich wel dreigend geformuleerd waren en waarin bijvoorbeeld gemeld werd dat men wel wist waar ik te vinden was – niet moeilijk, omdat mijn adres altijd op mijn weblog staat.

Werkelijk bang ben ik daar niet van geworden, maar wat me wel raakte, was de onredelijkheid. Waarom kunnen mensen niet even normaal doen? En dat is hetzelfde gevoel dat me aanvankelijk op Twitter ook wel trof bij ruwe reacties. Mensen die je vanuit het niets ineens uit komen schelden, vaak ook nog in grote kapitalen. Het is de irrationaliteit, waar ik nooit aan heb kunnen wennen. Overigens gaat het dan echt niet alleen om anonieme reacties. Ook mensen die met naam en toenaam bekend zijn, en soms zelfs met goede posities, kunnen heel onheus en onfatsoenlijk uit de hoek komen en misschien komt dat soms nog wel harder aan. De schaamteloosheid is soms groot. Een voorbeeld dient hierbij als illustratie.

Wel is het mijn indruk dat de anonimiteit de algehele norm verlaagt. Wat je leest, heeft onherroepelijk invloed op je normen. Van vrienden die op de universiteit doceren, heb ik ook wel gehoord dat studenten het laatste decennium grover in de mond zijn geworden en de invloed van internet en bepaalde websites zal daar ongetwijfeld debet aan zijn.

Nieuwssites
Elma Drayer schrijft in haar stuk:

‘Je zou zeggen: hef die anonimiteit dan op. Zal op z’n minst afschrikkend werken. Maar wie dat verlangt, bevindt zich in het onaangename gezelschap van, bijvoorbeeld, de machthebbers in Saoedi-Arabië. Ook dat soort regimes, las ik onlangs, zou niets liever willen dan precies weten welke twitteraar welke tweets verstuurt.’

Ze heeft een punt. Er kunnen allerlei goede redenen zijn waarom mensen anoniem op internet aanwezig willen zijn. Maar de keuze lijkt me niet die tussen wel of geen algehele anonimiteit, maar eerder tussen waar wel en waar niet. Facebook wil bij mijn weten zoveel mogelijk echte namen van mensen. Twitter vroeg daar tot dusverre niet om. Dat verschil komt me begrijpelijk voor. Op facebook is er sprake van wederkerigheid, op Twitter staan volgen en gevolgd worden los van elkaar. En je kunt dus iemand volledig uit je zicht bannen.

Maar ik zie wel een plek waar anonimiteit normvervagend werkt en dat is in de reactiepanelen van kranten- en nieuwssites. Het blijft onbegrijpelijk dat ook fatsoenlijke kranten als Trouw en de Volkskrant nog steeds anonieme reacties plaatsen. Als dezelfde kranten brieven afdrukken, zetten ze de naam en de woonplaats van de schrijver erbij en de redactie wil weten wat diens of dier adres is. Waarom dan niet dezelfde regels op de site toegepast? Ik weet wel dat er gemodereerd wordt, maar het niveau van de reacties blijft laag. En doordat er onder allerlei vreemde benamingen zo veel onzinnige commentaren verschijnen, wordt het ook minder aantrekkelijk om onder eigen naam wel een serieuze reactie te schrijven. Ik heb serieuze geleerden gesproken die een stukje naar de krant gestuurd hadden en die vervolgens perplex stonden over de bagger die ze op de site van de krant over zich heen kregen. Beledigend. Zelf heb ik allang geleerd om nooit, maar dan werkelijk nooit, de reacties te lezen onder een stukje van me op een nieuws- of opiniesite.

In 2011 kondigde het Brabants Dagblad aan dat het met anonieme reacties zou stoppen, maar inmiddels zie ik ook daar al weer dat ‘johan’ en ‘Loe’ zonder nadere aanduiding onherkenbaar hun commentaren mogen geven. Jammer, want waarom zou ik nu lezen wat ze schrijven?

Beschaving
Beschaving betekent je beter gedragen dan je bent. Natuurlijk weten we dat er allerlei raars in de hoofden van mensen huist, maar het is beter dat ze dat voor zich houden, zoals het ook verstandig is dat ik niet elke gedachte over medemensen hier direct neerzet. Er komen wel eens gedachten bij me op die ik liever niet had. Maar nu we weten dat allerlei vuil toch naar buiten komt, is het ook een kwestie van voorbereid zijn. Redelijke mensen zijn geneigd te reageren, maar daarmee speel je de belediger nu juist alleen maar in de kaart. Laat hem in zijn eigen vet gaar smoren. Maar al te vaak zie je op Twitter hoe mensen een fittie met een schelder openbaar uitvechten door diens twitternaam midden in een tweet te zetten en zo iedereen erbij te betrekken of ook om zo een blok algemeen aan te kondigen.

Gewoon niet doen. Zowel onze redelijkheid als onze nieuwsgierigheid, die zowel een deugd als een ondeugd kan zijn, werken hier tegen ons. Ik ken overigens heel veel mensen die van al dat gescheld nooit iets merken, simpelweg omdat ze nooit op Twitter kijken. We doen het onszelf aan. Maar we hoeven ons nu ook weer niet te laten wegjagen – daarvoor heeft Twitter als uitwisselingsmedium te veel moois te bieden. We bepalen ook zelf waar we wel of niet op internet kijken, maar het zou al heel wat zijn als op zijn minst een aantal sites zijn best zou doen een beschaafdere omgeving te creëren.

Naschrift
Over mijn ervaringen met Twitter schreef ik na 25.000 tweets op 16 november 2011 ‘Bang voor Twitter‘. Bij mijn 40.000tweet na precies drie jaar twitteren schreef ik op 19 mei 2013 ‘Het aardige van Twitter‘.

(116)

19 mei 2013

Het aardige van Twitter – en van niet twitteren

door Jan Dirk Snel

Dit is het stukje dat ik wist dat ik moest schrijven. De eerste automatische aankondiging ervan is mijn 40.000e tweet en in de vorige tweet had ik – met schrijffout en al – aangekondigd dat ik daarbij een stukje zou schrijven en dit is het dan. Het liep daarbij iets anders dan ik verwacht had.

Cijfers
Eerst de cijfers maar. Ook bij mijn 25.000e tweet op 16 november 2011 had ik een stukje geschreven. Toen had ik 546 dagen getwitterd en dat kwam er op neer dat ik in de bijna anderhalf jaar van mijn twitterbestaan bijna 46 (45,8) tweets per dag verstuurd had. Ik vond dat te veel en ik sprak de hoop uit dat het er minder zouden worden. Dat is gelukt. Ik ben nu ruim anderhalf jaar verder, 550 dagen om precies te zijn, en in die tijd heb ik 15.000 tweets verstuurd. Dat zijn er in opnieuw ongeveer anderhalf jaar tienduizend minder, maar nog steeds ruim 27 (27,2) per dag.

Exif_JPEG_PICTURE

Er bestaat een wereld buiten Twitter

Ik twitter sinds 19 mei 2010 en dat wil dus zeggen dat ik vandaag precies drie jaar twitter. Het gemiddelde over de gehele periode van 1096 dagen – er zit één schrikkeljaar tussen – is daarmee gedaald tot bijna 36,5 per dag. Per jaar verstuurde ik dus gemiddeld 13.333 tweets, maar het zou me niet verbazen als het er de afgelopen twaalf maanden minder dan tienduizend waren. Dat is natuurlijk niet helemaal vanzelf zo gekomen. In juni ben ik bijvoorbeeld een maand gestopt en dat had ik toen ook aangekondigd. Die tweet haalde zelfs Letter & Geest van Trouw. En ook nu had ik twintig dagen niet van me laten horen. Dat was trouwens aanmerkelijk minder gepland, maar daar zal ik het zo nog wel over hebben.

Je kunt tegenwoordig je Twitter-archief downloaden. Het ligt er natuurlijk aan hoe je iets opslaat, maar ik kom dan toch ergens rond de drieduizend A4-tjes uit. En er zitten allerlei gegevens buiten de inhoud van de tweets bij, maar als ik daarmee rekening houd, kom ik nog steeds uit op ruim zeshonderdduizend woorden, gemiddeld vijftien per tweet dus. Dat is de omvang van zes aardige boeken, al zal de samenhang ongetwijfeld wat minder zijn.

Volgen
Veel van wat ik anderhalf jaar geleden in Bang voor Twitter schreef, hoef ik hier niet te herhalen. Ik geloof dat ik het meeste nog wel onderschrijf. Dat twitteren vooral over reageren en wisselwerking gaat bijvoorbeeld en niet over eenzijdige zelfexpressie. En zo kloppen de meeste observaties en ervaringen nog wel. Denk ik tenminste.

Op één punt heb ik mijn beleid wel drastisch gewijzigd. Ik ben nu toch een beetje de boekhouder geworden, over wie ik de vorige keer nog schertste. Ik volg heel weinig nieuwe lieden actief uit mezelf, tenzij ik ergens een goede bekende of een wel heel erg boeiend persoon die mij niet bekend is, ontdek. Maar als iemand mij nu volgt, volg ik meestal terug. Dat wil zeggen: als het om een persoon gaat – en soms een informatie-account (een programma, een blad, een activiteit) – en het er niet al te onserieus uitziet. Bedrijven of onzinaccounts volg ik gemeenlijk niet terug – en mensen achter slotjes die ik niet ken, in het algemeen ook niet. Veel oudere volgers ben ik ook terug gaan volgen, maar op dat punt is mijn boekhouding duidelijk niet helemaal rond, vrees ik.

Daar staat tegenover dat ik ook veel sneller ontvolg. Ik twitter voor mijn plezier en als ik me erger, ontvolg ik vrij snel. Meestal weet ik dan binnen een mum van tijd ook niet meer wat de reden was. Vaak ontvolgt zo iemand mij ook – het do-ut-des-principe blijft nu eenmaal een grote rol spelen – maar ik zie ook wel eens dat een twitteraar na een poosje terugkeert en dan volg ik meestal ook weer snel.

En het gevolg van het grotere aantal volgers en gevolgden is ook dat ik zelf niet zo bar veel meer volg, maar dan in de oude zin van het woord. Ik lees het een en ander als ik toevallig op Twitter kijk, maar heel veel ontgaat me. Alleen van enkele goede bekenden kijk ik achteraf de tijdlijn nog wel eens na. Terwijl ik anderhalf jaar geleden soms het idee had dat ik het wel en wee van een sommige mensen bijna van dag tot dag of, als ik te vaak keek, vrijwel van uur tot uur kon volgen, is dat nu niet meer zo.

Polemiek
Het probleem van de ergernissen heeft zich zo ook vrij gemakkelijk opgelost. Er zijn mensen waarvan je soms helaas vermoed dat ze tot op de dag van hun dood door zullen gaan met razen en tieren, maar erg groot is hun getal waarschijnlijk ook weer niet en als je eenmaal van ze af bent – soms moet je toch echt even blocken, al was het maar omdat ze in de retweets van anderen blijven verschijnen – blijven ze meestal ook buiten je gezichtsveld.

Daarbij reageer ik ook minder. Vroeger reageerde ik in principe op vrijwel alle mentions, maar inmiddels heb ik geleerd om op vervelende opmerkingen helemaal niet meer te reageren, al durf ik niet te zeggen dat ik altijd zo verstandig ben. Maar in onverkwikkelijke uitwisselingen beland ik zelden meer en dat is niet alleen goed voor de gemoedsrust, maar scheelt ook een hoop nutteloze tweets en daarmee tijd en energie. Ik besef dat ik daardoor natuurlijk ook een veel saaiere twitteraar ben geworden, maar echt harde polemiek probeer ik zoveel mogelijk te vermijden, al zullen er nog steeds momenten zijn dat mijn wijsheid me in de steek laat. En soms zie je gewoon niet aankomen waar een gedachtenuitwisseling op uitloopt.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet reëel met iemand van mening kunt verschillen, maar discussies zijn meestal alleen maar vruchtbaar als je niet volstrekt diametraal tegenover elkaar staat en er ruimte is voor nuance en argumentatie. Een van de dingen die ik echt moest leren, is om niet op fouten te reageren. Je doet iemand er zelden een plezier mee door erop te wijzen en soms zijn de reacties ronduit vijandig en onheus, zelfs als je met een link naar een betrouwbare bron kunt aantonen hoe het wel is. Niet meer doen dus. Het kost soms wel wat moeite als je ziet hoe lieden naar aanleiding van nieuwsbericht over, laten we zeggen, instantie of persoon A, dat ze niet goed gelezen blijken te hebben, losgaan op instantie of persoon B, maar ook dan geldt: laten gaan, niet mee bemoeien.

Moreel schelden
Misschien komt het door mijn eigen beleid – wie ik wel volg en vooral niet volg en ook door het minder op Twitter kijken – maar toch heb ik de indruk dat het sociale verkeer op Twitter erop vooruitgaat. Waarbij ik me, het zij nogmaals gezegd, op grond van mijn beperkte blikveld kan vergissen.

Mijn twitterstop van vorig jaar juni kwam nog voort uit ergernis. Het ging om een moment dat ik het gescheld dat ik voortdurend langs zag komen, slecht kon verdragen. Het ging me daarbij niet om persoonlijke reacties op mij – daar ben je, zoals opgemerkt, tamelijk snel vanaf – maar vooral om het afgeven op derden. Je hoeft niet veel waardering voor een bepaalde politicus te hebben om het toch niet nodig te vinden dat hij voor ‘sukkel’ wordt uitgemaakt. Zelfs als je iemands denkbeelden ernstig verfoeit, moet het mogelijk zijn zakelijk te blijven en is het nergens voor nodig scheldwoorden te gebruiken.

Het ingewikkeldst ligt het daarbij bij wat ik een tijd geleden in twee stukjes ‘moreel schelden’ heb genoemd (één, twee, van het beloofde derde is nooit meer iets gekomen). Ik weet het niet helemaal zeker, maar ik kreeg toen bij enige zoekacties de indruk dat ik dat begrip wel eens gemunt zou kunnen hebben. Het gaat er daarbij niet om dat mensen maar zo wat schelden, maar dat ze dat duidelijk uit morele overwegingen doen. Het is goed bedoeld, zullen we maar zeggen. Moreel schelden is immers iets heel anders dan  immoreel schelden. Sommige mensen zijn soms zo oprecht verontwaardigd of boos dat ze zich even niet meer in kunnen houden. Vaak speelt daarbij ongeïnformeerdheid een grote rol – niet iedereen raadpleegt eerst de bronnen en leest lange teksten grondig alvorens een sterk moreel oordeel te vellen – maar het blijft een opmerkelijk en ietwat paradoxaal verschijnsel.

Kentering
Maar ook op dat punt hoop ik dat er sprake is van een zekere kentering. Diverse columnisten hebben op de slechte gewoonten op Twitter gewezen. Er is de laatste maanden wel enige discussie over geweest, ook in de ‘oude’ papieren media. En ik vermoed dat er door de kritiek en bewustwording wel een zekere gedragswijziging aan het ontstaan is.

Ik denk ook dat veel mensen de laatste jaren hebben moeten leren omgaan met Twitter. Het is een direct middel en mensen hebben de neiging om er uit te gooien wat ze binnen huiselijke kring of op de werkplek ook zo zeggen. Maar in een persoonlijke en fysieke omgeving functioneren woorden heel anders dan in de abstractere ruimte op het scherm. Als je ’s morgens de column van Dinges leest en tegen je tafelgenoot zegt dat het weer een idioot stuk is, is er veel context geïmpliceerd. De ander weet hoe je het bedoelt, bijvoorbeeld omdat er over Dinges in het verleden ook wel genuanceerdere woorden zijn gevallen, maar dat … Et cetera. Hoe het ook zij, een ontboezeming in de persoonlijke sfeer heeft een heel ander karakter dan een publieke bewering. Als je met elkaar over boeken praat, spreek je ook al gauw in termen van ‘goed’ of ‘slecht’, maar als je een recensie schrijft, die de auteur ook onder ogen krijgt, zul je toch wat meer argumentatie gebruiken. Dan ga je niet uit van een goede verstaander die aan een half woord wel genoeg heeft.

Mijn vermoeden nu is dat mensen eerst moeten leren met dat publieke karakter van Twitter om te gaan. En dat velen dat gaandeweg echt wel leren. Met gescheld of alleen maar negatieve opmerkingen houd je het op den duur niet zo goed met elkaar uit. Wil er werkelijke communicatie gaande worden gehouden, is een enigszins geciviliseerde omgang wel zo wenselijk. En ik denk dat de processen wel in de goede richting werken. De grofheid zal afnemen, alleen uit praktische overwegingen – hoe houd je het een beetje met elkaar uit? – al. Mensen willen ook graag serieus genomen worden.

Gemakkelijk
En ook als kritische opmerkingen inhoudelijk volstrekt gerechtvaardigd zijn, is het de vraag wat ze aan het debat toevoegen. Het is heel gemakkelijk om kritiek uit te oefenen.

Je kijkt naar een actualiteiten- of discussieprogramma. Drie onderdelen zijn gewoon goed of informatief. Niets op aan te merken dus. Geen tweet. Maar dan is een vierde onderdeel niet goed. De feiten kloppen niet of de vragen zijn slecht voorbereid of wat dan ook. Het is dan heel gemakkelijk om dat even te laten weten, maar voegt het altijd wat toe? En dan zie je dus het accumulerend effect, omdat heel veel mensen hetzelfde op zich juiste punt maken.

Twitter kan dan al snel iets van een volksgericht krijgen. Maar het is ook gemakkelijk, al te gemakkelijk of zelfs goedkoop zelfs. En als je je ergert aan een programma als Pauw en Witteman, een bekend object van hoon, zou je natuurlijk ook zo verstandig kunnen zijn om niet meer te kijken. Wel zo rustig.

Nuance
Het aardigst van Twitter vind ik eigenlijk nog wel dat je meerdere kanten van mensen leert kennen, ook vaak onvermoede. Vaak ken je iemand vanuit de publiciteit vanwege één aspect. Maar dan lees je op Twitter ineens heel andere uitingen van zo’n persoon. Ik ben vaak veel gunstiger over mensen gaan denken. Je kent iemand van een boek of een bepaalde stellingname, die je niet zo bevalt. Maar dan ontdek je bijvoorbeeld dat de betreffende persoon over andere onderwerpen heel verstandige opmerkingen maakt. Of dat iemand die je ideologisch niet zo ligt, bijvoorbeeld heel feitelijk en fair is zijn benadering van allerlei zaken.

Dat persoonlijke element blijft de grote winst. Het volgen van nieuwsmedia via Twitter voegt naar mijn ervaring niet zo bar veel toe. Het is veel praktischer om even de voorpagina’s van een aantal nieuws- en opiniesites te raadplegen. Dan heb je veel sneller alles bij elkaar. En de grote onderwerpen die leven en die op de keper beschouwd juist vaak heel klein zijn, krijg je via persoonlijke, op het nieuws reflecterende tweets wel mee.

Het mooie blijft dat iedereen met iedereen in gesprek is. Op zich kun je dat in je eentje natuurlijk nooit helemaal goed vaststellen omdat je nu eenmaal zelf je eigen tijdlijn samenstelt. Maar toch, heel vaak kun je zien dat mensen die dertig jaar geleden nog in volstrekt gescheiden werelden geleefd zouden hebben, nu op elkaar reageren. Dat is winst en ik denk dat die blijvend is. Hokjesdenken werkt niet meer.

Zonnig
Kortom, ik zie het wat betreft Twitter vrij zonnig in. Ik denk dat de redelijkheid uiteindelijk zal winnen, omdat alleen daarmee op den duur te leven valt. En ik denk de communicatie verbetert. Tegelijk blijft het waar dat de groep mensen die veelvuldig twittert, vooralsnog relatief klein is. Heel vaak ben ik bij bijeenkomsten waar vrijwel niemand over twittert – of zelfs echt helemaal niemand. De afgelopen week hoorde ik op straat een grote knal, een ontploffing mogelijk. Toen ik later op Twitter wat nazocht, vond ik één of twee tweets erover, waar ik trouwens ook wat wijzer van werd, terwijl er toch honderden mensen in de buurt waren. Het echte leven bevindt zich buiten Twitter en dat zal wel zo blijven. Internet en dus ook Twitter is geen platonische of misschien eerder antiplatonische verdubbeling van de wereld – dat zat ooit sterk in het idee van een ‘virtuele wereld’ – maar een onderdeel ervan, ook een onderdeel van de alledaagse leefwereld.

Daarmee kom ik op het punt waar ik mee wil eindigen. Dit stukje verschijnt precies op de derde verjaardag van min twitterbestaan. Toen ik twintig dagen geleden mijn voorlaatste tweet plaatste, zag ik uiteraard al wel dat ik niet ver van deze dag af was. Maar ik was toch echt niet van plan om daar op te gaan wachten. Maar er kwam van alles tussen. Ik kwam niet toe aan het schijven van dit stukje en toen ik er een dag of tien, twaalf geleden wel aan begonnen was, kwam het niet af. En ondertussen merkte ik dat ik het twitteren eigenlijk helemaal niet miste. Ik keek wel eens, maar de laatste twee weken waren er veel dagen dat Twitter volledig uit mijn bestaan verdwenen was. Zo maar. En ik ontdekte dat niet twitteren soms nog veel leuker is. Vooral omdat dat meer tijd laat voor andere dingen. Die 40.000 tweets maal misschien 15 woorden schrijf je stuk voor stuk wel snel tussendoor, je kunt je toch afvragen of je dezelfde vrij lichte energie niet beter aan kunt wenden, bijvoorbeeld om eveneens tussendoor maar eens een echt boek te schrijven.

Ik ben wel van plan te blijven twitteren, of misschien moet ik misschien inmiddels schrijven, weer te gaan twitteren. Maar ik vermoed dat het vanzelf minder zal worden. Het blijft een aardig en vooral persoonlijk divertissement tussendoor, je steekt soms interessante dingen op, ik heb sommige mensen echt via Twitter leren kennen en je kunt er trouwens ook goed stukjes als dit op aankondigen, maar er is meer in het leven.

En dat is goed.

(88)