Posts tagged ‘socialisme. politiek’

21 januari 2017

Een machteloos land – Over de inaugurele rede van Donald J. Trump

door Jan Dirk Snel

[21 januari 2017] Ik had me deerlijk vergist, laat ik dat maar toegeven. En laat ik in één ruk dan ook meteen maar erkennen dat ik een recent verkondigd voornemen ga verbreken.

Innere Emigration
Om de zoveel weken, zes, meen ik, vraagt het Nederlands Dagblad me drie argumenten te geven voor iets waar ik vóór ben, een bijdrage aan een wekelijkse, meestal donderdagse rubriek, waar diverse lieden aan meewerken. Of, ik formuleer dat verkeerd. De redactie stuurt me één keer per jaar een lijstje toe met de inleverdata. Eerlijk gezegd was ik van plan er dit jaar mee op te houden, maar toen een opinieredacteur me op de voorlaatste dag van het vorige jaar het lijstje voor dit jaar toestuurde, had ik niet de lef alsnog nee te zeggen.

Want eerlijk gezegd vind ik het nog niet zo simpel. Op de avond voor de woensdagmorgen waarop ik mijn pakweg 130 woorden moet inleveren, lig ik regelmatig te piekeren waar ik mij nu weer vóór moet verklaren. Het is immers veel gemakkelijker om tégen iets te zijn. Nu kun je een dergelijke afwijzing vaak nogal gemakkelijk verpakken in de stelling dat je vóór de afschaffing of beëindiging van dit of dat bent, maar dat is een beetje flauw en het lijkt me ook niet echt de bedoeling. Het gaat erom je voor een wending ten goede uit te spreken, zou ik denken, waarbij het dan weer minder uitmaakt of het gaat om een ontwikkeling die zich net voorgedaan heeft en toejuiching verdient of om iets dat zich net aandient of misschien wenselijk zou zijn.

Vorige week leverde ik dit stukje in:

Ik ben voor zwijgzaamheid
1. Omdat spreken zilver is en zwijgen goud.

2. Omdat door de sociale media hypes dikwijls tot zulke ongenuanceerde, scheve vraagstellingen leiden dat ook rechtzetten of nuanceren niet meer werkt, maar de aandacht voor flauwekul alleen maar versterkt.
3. Omdat het optreden van Trump, Poetin en Erdogan, de opmars van populistische partijen in Hongarije, Polen, Frankrijk en elders in Europa en de kans dat een antirechtsstatelijke en in wezen landverraderlijke politieke onderneming bij de komende Nederlandse verkiezingen de grootste wordt, weliswaar terecht bepaalde vergelijkingen met de jaren dertig oproept, maar we vooralsnog niet weten of het werkelijk gevaarlijk wordt of dat het fascisme zich louter als farce herhaalt. Laten we onze ziel in lijdzaamheid bezitten en onvervaard spreken als het echt nodig is.

Helemaal was het streven om optimisme uit te stralen ook dit keer niet gelukt, moet ik bekennen. Het was, dat lijkt me duidelijk, een pleidooi voor innere Emigration, voor terugtrekking op het persoonlijke domein. En ik heb me daar de laatste weken ook in zekere mate aan overgegeven en ik ben zeker van plan daar dit jaar deels mee door te gaan. Ik denk echt dat het in veel gevallen beter is om te zwijgen. Niet uit lafheid, maar vooral omdat het allemaal wel onaangenaam overkomt, maar ik tevens inschat dat ik het vooreerst vooral om een farce gaat, die onze aandacht in feite niet waard is.

F-woord
Maar ondertussen had ik dat ene omineuze woord toch maar gebruikt: fascisme. Lange tijd heb ik dat vermeden en me zelfs verzet als mensen dat in betrekking tot hedendaagse uitingen van populisme in de mond namen. Natuurlijk, bepaalde parallellen springen onmiddellijk in het oog en het was dan ook niet zo vreemd dat Robin te Slaa zich een paar jaar geleden in een boektitel afvroeg of Wilders wellicht een fascist is. Maar iedereen kan dan ook het antwoord raden: de vraag is niet zo gek, maar uiteindelijk zijn de verschillen toch aanmerkelijk groter.

trumpwhitehouse

De snoever als president. Het is even wennen, de nieuwe website van het Witte Huis.

De reden dat ik mijn bedenkingen had laten vallen, lag vooral in de boosaardige ongeremdheid van PVV-leider Wilders. Natuurlijk, sinds jaar en dag kennen we hem als een verkrampt kereltje dat opzichtig doet alsof hij aan een ernstige scheldstoornis lijdt. Maar zijn aanvallen op al onze dragende instituties – de Staten-Generaal, de rechterlijke macht – zijn nu zo massief geworden dat we niet meer zimperlich hoeven te zijn. De PVV is niet veel meer dan een verzameling geteisem en wil zo te zien ook niets anders zijn. En dan zijn sterke woorden van afkeuring niet ongepast. Maar tevens kan een dergelijke, op zich niet onbegrijpelijke reactie ons op het verkeerde been zetten. Het schaamteloze politieke ondernemerschap van Wilders is internationaal gezien uitzonderlijk. Het is de diepe schande van regering en parlement vanaf Balkenende IV dat men daar nooit iets tegen gedaan heeft. In Nederland is ‘populisme’ vooral een kwestie van cynische marketing van bovenaf, elders gaat het om veel authentiekere bewegingen van onderop.

Ook gisteren zag ik op Twitter hoe zelfs keurige, gemeenlijk bedachtzame mensen in reactie op de inaugurele rede van Donald J. Trump het f-woord niet schuwden. Ik geloof echter niet dat we hem en zijn aanhangers zo werkelijk doorgronden.

Land in verval
Natuurlijk, Trump is een proleet. En ook gisteren slaagde hij er niet in om presidentieel over te komen. We kennen zijn platheid, zijn racisme en seksisme, zijn algehele wangedrag en zijn rancune. We weten dat hij een ongeleid projectiel is en het is inderdaad geen geruststellende gedachte dat de nucleaire codes nu in zijn handen zijn, al is gebruik ervan gelukkig nog net iets ingewikkelder dan het verzenden van een woeste tweet. Maar wat zei hij gisteren nu eigenlijk?

Trumps rede maakte een ronduit machteloze indruk. Dit is geen groot stilist en dit is ook geen man die zijn eigen zwakheid inziet, zodat hij zijn verhaal dan maar laat opstellen door een tekstschrijver die wel meeslepend formuleren kan. Wat uit de rede vooral naar voren komt, is het beeld van een machteloos land. Dat hoeft ons niet te verrassen. Wie als verkiezingsleuze Make America Great Again voert, zegt daarmee natuurlijk al dat zijn land er momenteel beroerd aan toe is. En dat is ook het beeld dat de rede schetst. Al in het begin zegt Trump dat het volk niet in de welvaart deelde, dat banen verloren gingen en dat fabrieken gesloten werden:

‘But for too many of our citizens, a different reality exists: Mothers and children trapped in poverty in our inner cities; rusted-out factories scattered like tombstones across the landscape of our nation; an education system, flush with cash, but which leaves our young and beautiful students deprived of knowledge; and the crime and gangs and drugs that have stolen too many lives and robbed our country of so much unrealized potential.’

‘For many decades, we’ve enriched foreign industry at the expense of American industry;
Subsidized the armies of other countries while allowing for the very sad depletion of our military;
We’ve defended other nation’s borders while refusing to defend our own;
And spent trillions of dollars overseas while America’s infrastructure has fallen into disrepair and decay.
We’ve made other countries rich while the wealth, strength, and confidence of our country has disappeared over the horizon.
One by one, the factories shuttered and left our shores, with not even a thought about the millions upon millions of American workers left behind.
The wealth of our middle class has been ripped from their homes and then redistributed across the entire world.’

Dit is het sombere beeld van een land in verval. En dat geldt zowel voor het bedrijfsleven als voor de publieke instellingen. Trump praat niet alleen over fabrieken die staan weg te rotten, en banen die verloren zijn gegaan, maar ook over publieke voorzieningen – scholen en wegen – die niet goed functioneren.

Socialistische taal
Trumps rede is vooral een afscheid van het messianistische neoconservatisme dat de Republikeinse Partij zo lang in de greep had. Hij bezigt de rauwe taal van ouderwetse socialisten, die we hier in Europa al jarenlang niet meer gehoord hebben. Geen heilsboodschap meer, niet langer ideologisch, in wezen neoliberaal getheoretiseer over een kleine overheid, waar vanzelf al het goede uit zal voortkomen, maar de belofte van een praktische aanpak van zowel de private sector van de economie als van publieke voorzieningen:

‘We will bring back our jobs. We will bring back our borders. We will bring back our wealth. And we will bring back our dreams.
We will build new roads, and highways, and bridges, and airports, and tunnels, and railways all across our wonderful nation.’

Het is taal waarin de vakbondsleider en de ondernemer elkaar de hand reiken. John Kenneth Galbraith sprak destijds over de tragische tegenstelling tussen private opulence and public squalor – voor dat laatste hadden ook socialisten in hun streven naar welvaartsverbetering aanvankelijk vaak weinig oog – maar Trump is somberder. Hij spreekt niet alleen over de armzaligheid van de openbare sfeer, maar ook over de armoede die mensen persoonlijk treft. Van wie verwachten arbeiders vanouds heil? Inderdaad, van rijke patsers die hun werk kunnen geven. Dat is nu niet anders.

Het is de vraag of Trumps beeld niet al te somber is en het is ook duidelijk dat lang niet de gehele natie zich in zijn somberheid herkent, maar tegelijk is er dus een deel van het Amerikaanse volk dat dat wel doet. Ook die mensen vormen geen eenheid en zijn uiteraard ook lang niet allemaal het slachtoffer van industrieel verval, maar kennelijk herkennen ze wel iets. Dat Donald Trump bepaald geen moreel verheven persoonlijkheid is, is helder en het is verleidelijk om de mensen die op hem stemden, voor immoreel te verklaren. Maar het is ook iets al te gemakkelijk om deze aanzienlijke minderheid van bijna 63 miljoen mensen zo weg te zetten.

Isolationisme
Natuurlijk, het schema van Trumps rede is ouderwets populistisch: het goede volk tegenover de foute elite. En hij, de miljardair, staat dan aan de kant van het volk. Het idee dat ‘this American carnage stops right here and stops right now’, is wel erg simpel. (En onheus tegenover de vier voorgangers onder zijn gehoor, maar dat laat ik nu maar rusten.) En of de protectionistische politiek waar hij op uit is en die ons direct aan de jaren dertig herinnert, niet nog meer ellende brengt, is de bange vraag.

W07-00346, 01-09-2003, 13:28, 8C, 6372x4512 (2342+6195), 150%, afficheextraza, 1/80 s, R108.3, G67.7, B66.8

Nederland eerst. America first. We hebben het al eens gezien. Affiche uit de jaren dertig.

Maar zo gek is het nationalisme van de rede nu ook weer niet. Als Trump zegt

‘We will seek friendship and goodwill with the nations of the world – but we do so with the understanding that it is the right of all nations to put their own interests first’

dan zegt hij iets dat in feite het uitgangspunt van elk land is. Voor de kleine landen in Europa vereist dat nationale eigenbelang vanzelfsprekend nauwe samenwerking met andere landen binnen de EU. De Verenigde Staten hebben zoiets veel minder nodig. Het vreemde was in feite dat de USA, een geopolitiek zeer onbedreigd land, zo’n grote rol in de wereldpolitiek bleven spelen.

Al vanaf Bill Clinton begon elke president met het voornemen zich nu op het eigen land te concentreren. Zijn overwinning in 1992 was ook een nee tegen de grootse vergezichten omtrent een nieuwe wereldorde van George Bush. Maar toen de Europese landen er op de Balkan niets van bakten, liet Clinton zich zelfs verleiden daar in te grijpen. De jonge Bush wilde zich met zijn compassionate conservatism ook op de eigen natie richten, maar 9/11 gaf de machtige neoconservatieven in zijn partij de kans om hun trotskistische ideologie volop uit te leven en te proberen de wereld safe for democracy te maken. We weten waar het op uit gelopen is: antirechtsstatelijke democratie en autoritarisme zijn in opmars, overigens niet alleen daardoor. Pas Obama slaagde er eindelijk in zijn land grotendeels buiten de affaires van de internationale politiek te houden, hoeveel kilometers de secretaris van het land, John Kerry, ook maakte. Achteraf gezien markeert Obama’s Nobelprijs het moment dat Amerika zich uit de wereld terugtrok. En het ziet er nu naar uit dat Trump dit beleid simpelweg zal voortzetten, maar dan nog veel radicaler. Voor Rusland, nog zo’n machteloze voormalige grootmacht, ligt hij, de grote onderhandelaar in eigen ogen, bij voorbaat kwispelend op de grond.

Oud en moe
De grote drie van Jalta maken een oude en vermoeide indruk. Rusland is er slecht aan toe en het machtsvertoon in Syrië moet het verval maskeren. Het is hartverscheurend wat er in het Midden-Oosten allemaal mis gaat en hoezeer mensen daar onder oorlog en geweld lijden, maar het is een marginaal deel van de wereld. De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU is de laatste stuiptrekking van een wereldrijk na het verval. En nu trekken ook de Verenigde Staten zich terug. Het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan het gezelligheidsfeestje in Davos, het World Economic Forum, deze week was waarschijnlijk veel belangrijker dan het aantreden van de 45e president van de Verenigde Staten. De Amerikaanse eeuw lijkt ten einde te lopen.

Ondertussen moeten we wel nuchter blijven. In werkelijkheid zijn de Verenigde Staten nog enorm machtig. Trump spreekt vooral voor het sombere, achterblijvende deel van de natie. Toch doen we er goed aan zijn vertoon van machteloosheid serieus te nemen. Het wereldbeeld van hedendaagse Nederlandse intellectuelen doet sterk denken aan dat van oude liberalen van rond 1875, die afschaffing van de kermis ook een speerpunt van jewelste vonden. Hun beschavingsoffensief hield hen vaak meer bezig dan de sociale noden. Het Nederlandse populisme, althans wat daarvoor doorgaat, is een uiting van welvaart en daardoor richt het zich op identiteitspolitiek, toevallig ook het lievelingsthema van progressieve intellectuelen. Maar er is ook nog een echte wereld waarin mensen zich zorgen maken om hun dagelijks bestaan en dat is de wereld waar de ongepolijste miljardair Trump met zijn traditioneel linkse taal ons aan herinnert.

(209)

Advertenties