Posts tagged ‘PVV’

20 maart 2014

Twee manieren om Wilders aan te pakken

door Jan Dirk Snel

[Donderdag 20 maart 2014] Vroeger bereikten Nederlandse verkiezingen het buitenland nog wel eens op een vrolijke manier. In 1967 haalde Hans van Mierlo na de Tweede Kamerverkiezingen met een bierflesje in de hand de voorpagina van de New York Times onder de kop: ‘Star rises in Dutch politics’. Nu halen zelfs Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen de internationale pers. ‘Wilders hetzt gegen Marokkaner’ kopt Zeit Online en het immer zo bedachtzame blad voegt er aan toe: ‘Sein Auftritt erinnerte an NS-Propagandaminister Joseph Goebbels.’ We staan er fraai op en het is onze eigen schuld.

Wat het probleem met Wilders is, is genoegzaam bekend. Het is niet allereerst dat hij tegen het ‘andere’ of nu zelfs openlijk ‘anderen’ is – de islam, Europa, Marokkanen – het is dat hij tegen ons en onze waarden is. Wilders moet niets hebben van de fundamentele beginselen van de rechtsstaat die alle burgers dezelfde fundamentele rechten toekent. Dat het afgelopen jaar een aantal leden van zijn fractie met NSB-speldjes op in de Tweede Kamer verscheen, zegt genoeg.

Er zijn twee manieren om Wilders – hij ís letterlijk zijn partij – aan te pakken. Allereerst wordt het tijd voor een conditioneel cordon sanitaire. En ten tweede dient de wetgeving zodanig aangepast te worden dat hij zijn ‘partij’ niet langer als een eenmansonderneming kan drijven, maar dat die een echte politieke partij van mensen die gelijkwaardig tegenover elkaar staan, wordt.

ZeitWildersConditioneel cordon sanitaire
Het wordt tijd dat alle andere rechtsstatelijke gezinde partijen een gezamenlijk front tegen de PVV vormen: dat wat elders wel een cordon sanitaire genoemd wordt. Het is zo al volstrekt duidelijk dat Wilders nooit meer bij de vorming van een regering betrokken zal zijn. Dat VVD en CDA in september 2010 een gedoogakkoord met Wilders sloten, was een ernstige fout, maar gelukkig zijn ze er al snel achter gekomen hoe onbetrouwbaar de man is en dat er met hem domweg niet samen te werken valt. Toen hij op 21 april 2012 wegliep uit het Catshuis, waar een vijand van onze rechtsstaat uiteraard niets te zoeken had, had hij zijn lot bezegeld.

Nooit zal iemand nog met de PVV een coalitie willen vormen. Gelukkig heeft CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma dat onlangs ook uitgesproken. Alleen VVD-leider en minister-president Mark Rutte, van wie op zich duidelijk genoeg is dat hij van het gedachtegoed van Wilders niets moet hebben, kan een uitsluiting van de PVV maar niet over zijn lippen krijgen. In 1959 sloot de toenmalige VVD-leider P.J. Oud de PvdA uit als mogelijke coalitiepartner, maar Rutte wil niemand uitsluiten, ook Wilders niet: ‘Dan maak je hem echt te belangrijk.’ Alsof het daarom gaat.

Ja, Wilders krijgt met zijn provocaties veel te veel aandacht, maar dat is nu eenmaal zo. Maar het is ook tegenover zijn kiezers domweg oneerlijk om niet hardop te zeggen dat hij nooit mee zal kunnen doen. Tenzij hij natuurlijk bereid is om belangrijke rechtsstatelijke principes wel te onderschrijven. Daarom zou een algehele uitsluiting altijd voorwaardelijk moeten zijn. Het doel is niet een definitieve uitsluiting. Het moet gaan om een uitnodiging eindelijk wel mee te doen.

Een cordon sanitaire hoort beperkt te worden tot samenwerking op het niveau van het bestuur: dus geen coalitievorming, niet op landelijk niveau en niet op provinciaal en gemeentelijk niveau. Dat is alles. Het gaat er dus niet om PVV’ers in vertegenwoordigende lichamen te negeren. Daar hebben ze dezelfde rechten als iedereen en als de PVV een goede motie indient, dan steun je die. De PVV is alleen niet geschikt om actief aan het bestuur deel te nemen.

Alle partijen zouden een gezamenlijke verklaring moeten opstellen, met daarin vooral ook de voorwaarden waarop er bij coalitievorming wél met de PVV zou kunnen worden samengewerkt. Het zou goed zijn zo’n ding positief te formeren: een Verklaring voor de Rechtsstaat bijvoorbeeld. Of een Verklaring van Insluiting, van alle Nederlandse burgers uiteraard. Hm, klinkt misschien niet zo goed, maar ik zou zeggen: verzin iets dat aanspreekt. Het zou verstandig zijn als juist Kamerleden uit de kring van VVD, SP en CDA daarbij het initiatief namen. Zij hebben trouwens ook het meest te winnen met het verschaffen van duidelijkheid. De wijze waarop iemand als Alexander Pechtold vaak stelling neemt, is voortreffelijk, maar het heeft geen enkel effect, omdat de PVV-aanhang toch niets heeft met progressieve partijen als D66, PvdA en GroenLinks, de zogenaamde ‘linkse elite’. Maar VVD, SP en CDA hebben meer potentie de PVV-kiezer te overtuigen, omdat ze respectievelijk als rechts, sociaal en traditioneel gezien worden.

Eeen echte partij
Ten tweede zou de Kamer echt eens iets aan de Kieswet moeten doen. Het grote probleem van de PVV is dat het om een eenmansonderneming gaat. Het gaat niet om een gewone politieke partij, zoals we die vanouds kennen, waarbinnen mensen gezamenlijk politieke doeleinden nastreven en op voet van gelijkheid met elkaar omgaan.

Via een slinkse truc is Wilders het enige lid van zijn partij. Zelfs zijn fractieleden en de vertegenwoordigers van de PVV in de provinciale staten en de gemeenteraden van Almere en Den Haag zijn geen lid van de PVV. Wilders bedisselt alles in zijn eentje, waarbij een paar getrouwen hem advies mogen geven. Iedereen is van hem afhankelijk, niemand kan hem corrigeren.

Dat lijkt me ook het grote verschil met een lokale partij als Leefbaar Rotterdam, die ook wel populistisch genoemd wordt. Het gaat me nu niet om de politieke kleur of richting, maar mijn indruk is dat dat toch een club is waarbinnen mensen discussiëren over de koers en hun mening kunnen geven en problemen in de stad op tafel kunnen leggen. Ik weet niet of het nodig is, maar als binnen zo’n partij iemand iets geks zou zeggen, zou hij door andere leden ongetwijfeld teruggefloten worden. Maar dat mechanisme ontbreekt binnen de PVV.

Vanaf 2006 hebben de ministers van BZK, Guusje ter Horst, Piet Hein Donner en Ronald Plasterk, opzichtig geweigerd dit probleem aan te pakken. Het wordt nu tijd dat Kamerleden zelf met een initiatiefvoorstel komen. Het gaat er alleen maar om dat er beperkte wetgeving komt die een minimale democratie binnen politieke partijen voorschrijft. Het gaat dus niet om iets principieels nieuws. Het gaat er slechts om dat nu wettelijk voorgeschreven wordt wat altijd de vanzelfsprekende praktijk was, meer niet.

Het zou ook goed voor Wilders zelf zijn. Het zou hem dwingen normaal met medestanders om te gaan en niet als alleenheerser. Het zou kunnen dat zijn partij een interne discussie niet zou overleven. Het zou ook kunnen dat die er een normale populistische partij door wordt, waar de extreme kantjes vanaf geslepen worden. Het zou vooral goed zijn voor het land.

Eerlijkheid
De vraag is welke Kamerleden het lef hebben deze twee eenvoudige punten op te pakken. Er lijkt in Den Haag vaak een merkwaardige angst voor het electoraat van de PVV te bestaan. Terwijl de SP in 2006 (25 zetels) met gemak aan de kant werd geschoven, beefde men in 2010 voor dat van de PVV (24 zetels) onder het motto: die mensen zijn boos en dat moet je serieus nemen.

Ja, je moet die mensen serieus nemen. Ze zijn heus niet allemaal van kwade wil. Maar dat betekent niet dat je ze naar de mond moet praten, maar juist dat je kritisch de dialoog moet aangaan: luisteren naar wat hen dwars zit en hen vooral duidelijk maken wat wel en niet kan en dat de PVV in de huidige gedaante nooit zal kunnen meeregeren. Dat is pas eerlijkheid. De PVV is trouwens helemaal geen beweging van onderop, het gaat juist om marketing van bovenaf.

Een cordon sanitaire moet daarom conditioneel zijn: een uitnodiging om wel mee te doen. En van partijen echte verenigingen met leden maken, geeft juist ook die mensen de kans wel mee te doen en mee te praten.

Nu is het alleen nog de vraag welke Kamerleden deze taak op zich willen nemen.

(134)

21 februari 2014

Rechten kun je niet fotograferen – Over hoofddoekjes, Benno L., wil en recht

door Jan Dirk Snel

Gisteren kwam ik twee voorbeelden tegen waarbij mensen protesteerden tegen bepaalde uitingen door precies het tegenovergestelde te doen. Het ging in feite om twee contraprotesten tegen eerdere protesten. En het leek me in beide gevallen niet echt verstandig.

Protest en tegenprotest
Het ene geval speelde in Almere. Daar droeg een aantal vrouwelijke leden van GroenLinks in Almere donderdagavond tijdens de wekelijkse gemeenteraadsvergadering een hoofddoek. Ze protesteerden daarmee tegen de uitspraken van de plaatselijke fractievoorzitter van de PVV die zich ergerde aan hoofddoekjes op Almeerse markten en daar kennelijk paal en perk aan wilde stellen. Wie er nu precies protesteerden, is me niet duidelijk, op de foto staan meer gehoofddoekte dames dan GroenLinks in Almere gemeenteraadsleden telt

GLhoofdenHet andere geval betreft het initiatief van de Amsterdamse predikant Rikko Voorberg om een speciale facebookpagina onder het motto Benno L welkom in onze straat te openen. Hij keert zich daarmee tegen een andere actie op hetzelfde medium, waarbij men Benno L. weg wil hebben uit Leiden. De makers ervan vinden dat iedereen ‘die een misstap heeft gemaakt en zijn straf heeft uitgezeten’, inderdaad ‘recht op een nieuwe kans’ heeft, maar dat dat niet geldt voor wie aan kinderen heeft gezeten en dus ook niet voor Benno L.

Er zitten zeker verschillen tussen beide gevallen, maar de parallellie valt ook op. Het is ook niet moeilijk om meer sympathie voor de beide tegenacties te hebben dan voor de oorspronkelijke protesten. Dat van die hoofddoekjes is een oud en afgelebberd punt en het is de vraag of je überhaupt nog aandacht moet besteden aan iemand die er nog steeds niet aan gewend is. Het is bovendien een irrelevant punt. Gemeenten gaan daar nu eenmaal niet over. De beelden van de overigens zo te zien niet erg grote volksoploop bij de vermoedelijke woning van Benno L. stemmen ook niet erg vrolijk. Enige zorgen vallen mogelijk te begrijpen, maar het lijkt me dat burgemeester Lenferink van Leiden zorgvuldig gehandeld heeft en terecht op de adviezen van de reclassering is afgegaan.

Wil
Wat aan beide oorspronkelijke uitingen opvalt, is dat men de eigen wensen, de wil, vooropstelt. Men wil iets niet en dat is het dan. Men vindt het ook nauwelijks nodig dat nader te funderen. Die wil moet politiek maar doorgezet worden. En daar ligt ook het probleem van de tegenprotesten. Die begeven zich op hetzelfde niveau. Wij willen het wel! Geen hoofddoek? Wel een hoofddoek! Iemand niet welkom? Bij mij is hij best welkom! Wil tegenover wil. Men volgt hetzelfde denkkader. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om recht tegenover wil.

Wat je persoonlijk van hoofddoekjes vindt, is volkomen irrelevant. Het gaat er gewoon om dat iemand het volste recht heeft zo’n ding te dragen. Een paar jaar geleden uitte Femke Halsema haar persoonlijke moeite met hoofddoekjes, terwijl ze tegelijk aangaf dat ze niemand het recht zo’n ding te dragen wilde betwisten. Dat was principieel de juiste houding. De naaste buren van Benno L. hadden kennelijk geen bezwaren tegen zijn komst en ik wil best met Rikko Voorberg instemmen dat ik persoonlijk ook geen bezwaar zou hebben. Maar is dat het punt waar het op aankomt?

Nee, het punt lijkt me dat het recht simpelweg doorgang moet hebben, zij het dat dat altijd wel met consideratie voor de gevolgen uitgevoerd moet worden. Wensen zijn concreet, recht en rechten zijn veel abstracter. De motivatie van Rikko Voorberg is zeker sympathiek. Met een verwijzing naar de theoloog Stanley Hauerwas zegt hij in feite dat je alleen maar je mond open moet doen als je ook bereid bent zelf iets te doen. Maar doe je daarmee recht aan het niveauverschil van recht en persoonlijke wensen?

Recht
Een democratische rechtsstaat gaat vooral over het algemeen belang, hoe we met zijn allen kunnen leven. De PVV maakt reclame met politiek irrelevante punten en heeft in werkelijkheid moeite met onze rechtsorde, al blijft het meestal bij loze frasen. Dat sommige mensen in Leiden persoonlijke zorgen hebben, valt te billijken, maar dat ze zich tegen het recht keren niet.

Maar recht kun je niet fotograferen. Misschien is het beter niet te veel aandacht te besteden aan mensen en aan uitingen die daar wel tegenin gaan. Kleine plaatselijke oprispingen worden tegenwoordig al te snel landelijk nieuws. Het recht laat zich alleen in rustige en weloverwogen bewoordingen verdedigen. En dat lijkt me eigenlijk ook wel genoeg.

(131)