Posts tagged ‘politiek’

12 oktober 2012

Verander de kieswet: maak van politieke partijen echte verenigingen

door Jan Dirk Snel

 .:.

Frans Timmermans bleek verkeerd begrepen te zijn. Op een bijeenkomst over de toekomst van de democratie woensdag in Den Haag zei het PvdA-Tweede Kamerlid dat als er in Nederland een wet op politieke partijen zou bestaan, zoals dat in de Bondsrepubliek Duitsland het geval is, de PVV gedwongen zou zijn ‘elementen van de rechtstaat’ te omarmen. Daar had hij groot gelijk in. In Duitsland zou een irreguliere partij als die van Geert Wilders niet toegelaten worden.

Maar Timmermans had er ook bij gezegd, lichtte hij later toe, dat hij zelf zo’n aanpak niet bepleitte. Toch roerde hij een belangrijk thema aan, dat zijn partijgenote Guusje ter Horst tijdens haar ministerschap van binnenlandse zaken (2007-2010) opvallend liet liggen. Er zijn twee in het oog springende problemen met de PVV: intern is de partij is ondemocratisch en ideologisch is ze een verklaarde tegenstander van een aantal kernprincipes van de rechtsstaat.

Nadat Timmermans’ woorden donderdag aanvankelijk onjuist geïnterpreteerd waren, ging de discussie over de vraag of men politieke partijen zou moeten verplichten de Grondwet te onderschrijven. Het is een eis die naar mijn idee in de Nederlandse situatie te ver gaat. Kamerleden beloven bij de aanvaarding van hun ambt nu al ‘trouw aan de Grondwet’ (artikel 60 Grondwet). Zij zullen dus bijvoorbeeld nooit wetten mogen aannemen die strijdig met de constitutie zijn. Maar Kamerleden gaan als medewetgevers ook over mogelijke wijzigingen van de Grondwet. Ze hebben het recht kritiek te hebben op de bestaande Grondwet en om te proberen die te veranderen. En terecht is daarvoor een zware procedure nodig met een tweede lezing na Kamerontbinding en een vereiste meerderheid van twee derde in beide kamers der Staten-Generaal.

Er is een groot verschil tussen Kamerleden die praktisch beloven zich bij hun werk aan de bestaande Grondwet te houden en politieke partijen die de Grondwet als zodanig zouden moeten onderschrijven. Dat laatste zou ons staatsrecht dichttimmeren. Het is begrijpelijk dat men in Duitsland na de nazitijd van volksvertegenwoordigers inhoudelijke instemming met kernbeginselen van de rechtsstaat vergde, in Nederland was dat nooit nodig en is dat ook nu niet nodig. Formele instemming met de regels van het spel was altijd voldoende.

Het is zonder meer waar dat de PVV weinig achting heeft voor een aantal grondrechten en vooral voor de gelijke toepassing daarvan en ook niet veel opheeft met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De vijandige positie van de PVV lijkt enigszins op die van de vroegere CPN. Het was dan ook een grote fout dat VVD en CDA in 2010 bij het aangaan van een gedoogakkoord de PVV-fractie niet dwongen de principes van de rechtsstaat te onderschrijven. Men moet geen kans voorbij laten gaan om de PVV binnen ons systeem te halen. (Dat is dus het tegendeel van een ‘cordon sanitaire’). Maar het is iets dat politieke partijen zelf wel kunnen. Inhoudelijke instemming met de democratische rechtsstaat moet je niet in de wet voorschrijven. Onze democratie kan echt wel tegen een stootje en ook voor afwijkende geluiden dient plaats te zijn.

Dan het andere punt: de ondemocratische structuur van de PVV. De partij heeft maar één lid: Geert Wilders. Toen vorige week in Felix Meritis het boekje van Robin te Slaa, Is Wilders een fascist?, gepresenteerd werd, kwam tijdens de discussie de onvermijdelijke vraag op of het hier om het zogenaamde Führerprinzip gaat. Het antwoord lijkt nee te moeten zijn: er is bij de PVV geen sprake van grootscheepse mobilisatie van massa’s die eerbiedig opkijken naar de Grote Leider. Wilders’ ideoloog Martin Bosma noemt in De schijn-élite van de valse munters de PVV juist ‘de eerste moderne partij van Nederland’. Het zou gaan om een ‘organisatiemodel dat innovatief en modern is. Geen leden.’ Wilders’ populisme komt niet van onderop, maar van bovenaf: het is een kwestie van marketing, van aandacht trekken. In die zin heeft Bosma gelijk: politiek als reclameboodschap is in zekere (zij het hier ongunstige) zin veel ‘moderner’ dan politiek die voortkomt uit de idealen en zorgen van mensen.

Maar het is wel heel ongezond, zo’n eenmanspartij. Iedereen in de partij en de fractie is afhankelijk van de grillen van één man. Eerste Kamerlid Sybe Schaap (VVD) koos tijdens het debat dan ook voor een andere, oudere typering: het is ronduit feodaal. Het is letterlijk achterlijk dat er binnen de fractie en binnen wat als een politieke partij zou moeten fungeren, geen gelijkwaardigheid tussen de actoren heerst. En het is duidelijk dat Wilders de bedoelingen van de Kieswet slinks omzeilde: politieke groeperingen – de Kieswet kent geen ‘partijen’, kennelijk omdat de vroegere CHU dat niet wilde zijn – dienen verenigingen te zijn en de veronderstelling was dat ze dan ook werkelijke in de samenleving gewortelde verenigingen zouden zijn. Er was niet gedacht aan de truc dat iemand als natuurlijk persoon én als stichting in zijn eentje al een ‘vereniging’ zou kunnen vormen.

Misschien is een eenvoudige wet op de politieke partijen (die eventueel samengevoegd zou kunnen worden met de komende wet aangaande partijfinanciering) nodig. Maar wellicht volstaat een aanpassing van de Kieswet ook. Er is, bleek dit voorjaar, toch al reden om die aan te passen: het moet mogelijk worden om sneller verkiezingen te organiseren, waarbij ook nieuwe partijen de kans krijgen zich vlug als politieke groepering te laten registreren. En de eis van de dertig ondersteuningsverklaringen in de kleine kieskring Bonaire (waar 2633 kiezers kwamen opdagen) is voor nieuwe partijen te zwaar.

Men zou in de Kieswet op kunnen nemen dat verenigingen die zich als ‘politieke groepering’ willen laten registreren, een bepaald aantal leden dienen te hebben. Ook kan men nu nog kandidatenlijsten indienen zonder dat men een politieke groepering vormt. Nieuwe lijsten moeten daarbij in elk van de twintig kieskringen dertig ondersteuningsverklaringen verwerven. Dat zijn zeshonderd mensen. Het systeem zou versimpeld kunnen worden door als algemene eis voor het indienen van een kandidatenlijst te stellen dat men een vereniging van minstens driehonderd leden vormt – en over dat getal valt te praten: maak het niet hoger dan strikt noodzakelijk is. Het gedoe met de ondersteuningsverklaringen zou dan geschrapt kunnen worden. Een bijkomende eis zou moeten zijn dat allen op de lijst leden dienen te zijn.

Dat zijn technische details. Waar het om gaat, is dat de veronderstelling die altijd al aan onze representatieve democratie tegen grondslag lag, ook wettelijk vastgelegd wordt: politieke partijen dienen verenigingen te zijn van mensen die samen iets nastreven, ze dienen geen eenmanszaken te zijn waarbij mensen onderhorig zijn aan één persoon. Het is niet nodig om zware eisen aan politieke partijen te stellen. Houd het zo simpel mogelijk. Maar enkele minimale zaken dienen nu wel geregeld te worden. Het valt te hopen dat Frans Timmermans en zijn collega’s daar werk van willen maken.

 ♦

(72)

 

Advertentie
31 augustus 2012

Moraal als bezwering

door Jan Dirk Snel

.:.

Hieronder volgt de oorspronkelijke versie van mijn stuk dat gisteren, donderdag 30 augustus 2012, in de rubriek Opinie van NRC Handelsblad verscheen onder de titel ‘Lekker kwaad op Van der Staaij‘. Dit is de tekst die ik woensdagmorgen 29 augustus schreef en inleverde. Deze versie telt 1010 woorden. Op verzoek van de redactie heb ik die vervolgens teruggebracht tot 604 woorden. Het stukje dat uiteindelijk in de krant verscheen, was door de redactie nog weer verder met 150 woorden ingekort tot 454 woorden, maar ik geloof dat de kern van wat ik wilde zeggen, daarbij goed bewaard is gebleven. Alleen de drie tussenkopjes heb ik nu nieuw toegevoegd.

.:.

Moraal is de hedendaagse vorm van religie. Het is een ernstig misverstand om te menen dat mensen vroeger weliswaar aan godsdienst deden, maar dat dat nu, althans wat betreft de meesten van ons, voorbij zou zijn. Veel aspecten van religie zijn inderdaad ten onder gegaan of hebben zich zelfstandig in geheel andere richting voortgezet, maar de collectieve moraal heerst meer dan ooit en ze is onze gedeelde religie.

Rationeel
Niets laat dat beter zien dan het collectieve bezweringsritueel dat dinsdag volgde op enkele woorden van SGP-voorman Kees van der Staaij over abortus provocatus. Als RTL van een paar zinsneden uit een tv-interview met Frits Wester er niet speciaal uitgelicht had en daar een groot bericht onder de kop ‘Van der Staaij: geen abortus na verkrachting’ van had gemaakt, zou niemand waarschijnlijk iets opgevallen zijn. In dat bericht werd een verband gelegd met omstreden uitspraken van een Amerikaanse senaatskandidaat die beweerd had dat vrouwen van een verkrachting niet zwanger konden raken.

Kees van der Staaij houdt een toespraak bij de Mars voor het Leven, 10 december 2011, Den Haag (Bron: Wikipedia)

Zoiets zei Van der Staaij niet en hij zinspeelde er ook niet op. Hij constateerde slechts dat de kans op zwangerschap na een verkrachting klein is – hij had beter niets kunnen zeggen, maar na elke seksuele gemeenschap is die kans vrij klein – en hij legde de nadruk op dat dit soort zwangerschappen slechts een zeer klein deel is van het totaal. Hij benadrukte juist de compassie die vrouwen in zo’n lastige situatie verdienen. Maar hij bleef bij zijn standpunt dat bescherming van ongeboren menselijk leven voorop gaat. En het is duidelijk: voor Van der Staaij en zijn partij begint het leven van een mens bij de conceptie.

Op zich is dat een volkomen rationeel standpunt. Erasmus beschreef al hoe er zonder zotheid geen huwelijk gesloten zou worden en door de eeuwen heen hebben mensen niet alleen willen weten waar ze geboren zijn, maar zich ook afgevraagd waar ze verwekt zijn en in menige autobiografie speelt dat een rol. De conceptie was het allereerste, vreemde, soms frivole begin van hun zo ernstig bestaan. Niemand zal denken dat hij pas na een week of 26 echt begon te bestaan.

Tegelijk vallen de bezwaren ook te begrijpen. Een vrouw die een vrucht van enkele weken oud verliest, zal dat verdrietig vinden, maar het tevens niet ervaren als het verlies van een zelfstandig menselijk leven. Welnu, dan valt ook moeilijk vol te houden dat het bewust afdrijven van een vrucht wel het doden van een mens is. Het gaat om het doden van menselijk leven in wording en de gangbare gedachte draait om gradualiteit: menselijk leven ontwikkelt zich steeds meer tot een mens. En dat het leven van een mens niet het gevolg van een ruwe, gewelddadige daad mag zijn, valt ethisch goed te verdedigen. Kortom, hoe rationeel het standpunt van Van der Staaij ook mag zijn en hoe begrijpelijk het beroep uit het verkiezingsprogramma van zijn partij op de menselijke waardigheid ook is, in een genuanceerd betoog kan die menselijke waardigheid ook tot andere handelingswijzen leiden.

Moraal
Dat is het probleem allemaal niet. De kern van de bestaande wetgeving is in Nederland onomstreden. En het gaat om wetgeving, de vraag welke ruimte de overheid vrouwen laat voor hun eigen afwegingen, om een kader, niet om een nadere invulling van ethische dilemma’s. Het strengere standpunt van de SGP vormt daar geen enkele bedreiging voor en men had dan ook rustig en zakelijk kunnen reageren.

Maar juist dat gebeurde niet. Een storm van verontwaardiging stak op over woorden die toch niet echt nieuw waren. De ene na de andere progressieve politicus deed van zich horen in sterk afkeurende bewoordingen. Het vertrekkende Kamerlid Ineke van Gent, toch al niet bekend om haar verdraagzaamheid, vond het nodig de SGP-lijsstrekkers op Twitter uit te schelden voor ‘Mafkees!’ Naamgrapje, altijd leuk. Een Amsterdams D66-politicus vond dat Van der Staaij zelf ‘het ultieme bewijs’ vormde ‘dat abortus soms hard nodig is’. Hij bood uiteraard even later zijn excuses aan. Maar het was indicatief voor de toon op Twitter: de hele dag ging de storm van afkeer en walging door in vaak uiterst onplezierige, minachtende bewoordingen. En het verbaasde dan ook niet dat Van der Staaij diezelfde dag nog bewaking kreeg.

Dat is het meest opvallende: het enorme gescheld in dienst van de moraal. Als het om de verdediging van het goede en van verworven rechten gaat, is menigeen geen misdraging te veel. Je ziet hoe trots men er op is dat men eens lekker onbehouwen uit de hoek komt.

Heilig
Maar waarom? Omdat hier waarden verdedigd worden, waar men duidelijk ook niet redelijk over wenst te praten. Rustig of niet reageren zou voldoende zijn. Er staat praktisch niets op het spel. Maar dialoog, rationele uitwisseling van argumenten, moest koste wat kost voorkomen worden. En daar is maar één verklaring voor: het ging om een collectief bezweringsritueel. Wij Nederlanders vormen nu meer dan ooit één morele gemeenschap en die is veel sterker dan de politieke natiestaat van de negentiende eeuw, over de symboliek waarvan nu vaak lacherig wordt gedaan, ooit was. Wij delen bepaalde waarden en juist omdat we die delen, willen we er ook niet over praten.

De Verlichting had grote achting voor religie, omdat godsdienst naar het hogere verwees. En de ware religie lag in de moraal, maar men gaf die een hogere benaming mee. Jezus was een hoogstaand leraar der mensheid. Het is nu niet anders, maar de waardering is omgekeerd. De moraal zelf is de collectieve religie geworden en de staat heeft als waardengemeenschap grotendeels de plaats ingenomen die voorheen door lokale religieuze gemeenschappen werd vervuld.

En over wat ons bindt, willen we dus geen rationele discussie voeren. Dat doe je niet over waarden die heilig zijn. Die onderwerp je niet aan rationele argumentatie. Dat was de boodschap die dinsdag en vaak bij dit soort discussies afgegeven wordt: wat ons heilig is, mag geen voorwerp van redelijke dialoog worden, daar praten we verder niet over. Wat heilig is, fundeer je niet redelijk. Het is ook niet dat men geen argumenten meer heeft, men wil ze eenvoudig niet inbrengen.

Het was een collectief zelfbezweringsritueel. Maar er zit een hoop onzekerheid onder.

Naschrift
Tot zover het stukje. Nog een kleine toelichting. In wat Van der Staaij in het oorspronkelijke gesprek met Frits Wester zei, was volgens mij niets dat de hysterie rechtvaardigde. Op wat hij later ter toelichting zei, kun je wel iets aanmerken, maar dat raakt de kern van de zaak, althans die zaak waar ik het hierboven wilde hebben, niet. Maar voor de zekerheid verwijs ik nog even naar twee factcheckstukjes. Het eerste verscheen al op de middag van de uitspraken in het Reformatorisch Dagblad. Men kan beter op de conclusie dan op de titel letten. Het tweede verscheen de volgende ochtend in NRC Next. Dit zijn uiteraard uitstekende, feitelijke reacties en ze tonen aan hoezeer de journalistiek een nuttige functie kan vervullen. Ik heb er in mijn stukje geen aandacht aan besteed, omdat dat over iets anders ging.

(71)