Posts tagged ‘moraal’

26 februari 2016

De bewijzen – Of: hoe Peter Breedveld vicepremier Lodewijk Asscher wel degelijk voor racist uitmaakte

door Jan Dirk Snel

[Vrijdag 26 februari 2016] Eerst even een vraagje: weet u eigenlijk wel zeker dat u dit wilt lezen? Ik zou zeggen: doe het niet en lees liever het stukje dat een minuut hierna verschijnt, over het referendum en waarom het een democratische plicht is op 6 april niet te gaan stemmen. Dat is veel interessanter. Het is trouwens ook aanmerkelijk korter. Maar u moet het natuurlijk zelf weten. Dit is niet meer dan een verplichte voetnoot bij mijn stukje van vorige week maandag, over De jankerd en de vicepremier. Uitvoerig heb destijds getwijfeld of ik het wel moest schrijven en toen ik dat eenmaal gedaan had, heb ik me vervolgens zeker zo uitgebreid afgevraagd of ik het wel moest publiceren. Peter Breedveld is die aandacht op zich niet waard en het zal ook niet licht lukken hem op een andere levensweg te brengen. Hij is nu eenmaal wie hij is: een geestelijk ontspoord figuur die leeft bij haat, gescheld en gehuil. Waar het me om te doen was, is de cultuur die hem draagt – van die lieden die melodramatisch spreken over de ‘strijd die hij levert’.

Racistisch regeringsbeleid
Er is maar één reden waarom ik toch nog een tweede stukje – zie wat betreft de genese de verantwoording beneden – toevoeg en dan gaat het om één vraag die nogal eens gesteld werd: Breedveld heeft toch nergens letterlijk geschreven dat minister Asscher ‘de gevaarlijkste racist van Nederland’ is? Dat schijnt inderdaad zo te zijn. Niemand heeft kennelijk een letterlijk citaat op weten te delven. Maar Asscher citeerde ook niet. Hij gebruikte tenminste geen aanhalingstekens. Zoals het er staat, constateerde hij iets of trok hij mogelijk een conclusie. Asscher had het wat mij betreft best net iets handiger aan mogen pakken, maar de enige vraag die uiteindelijk telt, is of zijn constatering juist was en standhoudt. Volgens mij had ik dat in mijn vorige stukje al aangetoond, waarbij ik overigens een voorbehoud maakte bij de gebezigde superlatief. Ik concentreerde me daarbij op het stuk waar Asscher via een getoonde tweet aan refereerde – en dat op zijn beurt trouwens nadrukkelijk weer naar een eerder betoog verwees – en daarin betoogde Breedveld dat Asscher allochtonen ‘wil’ stigmatiseren – en nog veel meer fraais. Enfin, ik hoef die passage uit mijn vorige bijdrage hier niet te herhalen en uit de twee stukken van Breedveld waar ik naar verwees, kan men duidelijk opmaken hoe hij destijds over de vicepremier dacht. Men haalt er in ieder geval niet gemakkelijk uit dat hij Asscher louter nobele motieven toedichtte. Maar sommigen verlangen nog meer bewijs. En dat is niet zo moeilijk te vinden.

BreedveldAsschermoslimhaat

Consequent is Peter Breedveld wel. Ook bijna drie jaar geleden vond hij vicepremier Lodewijk Asscher al een moslimhater, enger dan Wilders.

Wie maar even op Breedvelds site rondkijkt, ziet al snel dat de woorden racisme en racistisch daar frequent verschijnen en dat hij mensen al heel snel voor racist uitmaakt. Schrijft of zegt iemand iets kritisch over allochtonen, moslims of Marokkanen, in Breedvelds ogen is die dan vrijwel direct een racist. De VVD is racistisch – het racisme is daar ‘ingebakken‘. Het CDA is racistisch – racisme is daar een ‘deugd‘ – en Michiel Rog is dat in het bijzonder – bij hem is dat racisme dan weer ‘terloops‘. Meindert Fennema is racistisch – hij hangt openlijk ‘racistische theorieën‘ aan. Ebru Umar is racistisch – de NRC plaatste haar ‘racistische gezwatel‘. Een uitputtende zoektocht heb ik niet ondernomen. (En de vraag wat ik inhoudelijk van de uitingen dezer lieden vind, is al helemaal niet aan de orde, merk ik voor de zekerheid maar op.) Wie even wat huisvlijt beoefent, vindt vast meer. Breedveld beperkt zich, zoals we al zagen, zeker niet tot personen. Ook het regeringsbeleid, stelde hij in september 2014 vast, is racistisch:

‘Nu racisme en islamofobie in Nederland officieel regeringsbeleid zijn geworden, slaat de koorts van de moslimhaat overal in volle hevigheid toe.’

Maar stomtoevallig blijkt of all people Lodewijk Asscher, ondanks zijn volgens Breedveld wel degelijk racistische beleid, ineens geen racist te zijn. Een dergelijk onderscheid tussen persoon en handelen zou nog enigszins geloofwaardig kunnen zijn, als je een helder verschil ziet tussen iemands intenties en de (onbedoelde) effecten van zijn handelen. Je bedoelt je beleid niet racistisch, maar ongewild pakt het wel zo uit. Zoiets is denkbaar. Maar in de wereld van Peter Breedveld is zoiets nou net niet denkbaar, want hij schrijft steevast slechte motieven toe aan lieden wier handelen volgens hem niet deugt. Wie zegt dat het regeringsbeleid ‘officieel’ racistisch en islamofoob is, impliceert daarmee dat het zo bedoeld is. Aangezien Asscher vicepremier is en hij zich ook als minister veelvuldig op dit terrein begeeft, is het citaat hierboven eigenlijk al voldoende om te kunnen vaststellen dat Breedveld hem een racist acht. Hoe zou je iemand die officieel racistisch beleid vaststelt en uitvoert, anders moeten noemen?

Asscher, moslimhater, allochtonenhater, discrimineert op ras
Maar er is nog veel meer bewijsmateriaal. (1) Zo twitterde Breedveld – zie de afbeelding – in juni 2013: ‘Die Lodewijk Asscher hè, die vind ik eigenlijk enger dan Wilders en zijn hele clubje kleffe deegballen bij elkaar’. En op de vraag waarom: ‘Asscher is moslimhaat met een vriendelijk gezicht. Ik verkies moslimhaat met z’n eigen, direct herkenbare lelijke porem.’ (2) En in december 2015 meende Breedveld dat Asscher zijn ‘allochtonenhaat er weer eens voor een microfoon moest uitblèren’. (3) Asscher, zo merkte hij een paar maanden eerder al op, ‘zet (…) alles in zijn werk om niet-Westerse allochtonen te marginaliseren’. (4) En kort daarna had hij het over de lieden van de PVV die

‘Asscher dingen laten doen die hij in zijn tijd als wethouder nooit voor mogelijk had gehouden. [tussenkopje] Allochtonen marginaliseren, angst zaaien jegens moslims en Turken, discrimineren op ras en religie. Asscher en Rutte zijn de sokpoppen van Wilders.’

Als Asscher moslimhaat is, dan zal hij toch ook wel een moslimhater zijn in Breedvelds ogen? Als Asscher zijn allochtonenhaat uitschreeuwt, dan zal hij toch ook wel een allochtonenhater zijn? En hoe zouden we iemand nu noemen die zijn uiterste best doet om niet-westerse allochtonen te marginaliseren en ook nog eens welbewust discrimineert ‘op ras’? Een racist toch? Asscher doet dat volgens Breedveld en hij vindt hem dus wel degelijk een racist en hij vindt hem enger en gevaarlijker dan Wilders en de PVV. Ik heb hier nu vier aanvullende bewijsplaatsen gegeven. Het bewijs voor de juistheid van Asschers opmerking is gewoon keihard. En ander gescheld heb ik dan nog buiten beschouwing gelaten, maar ik had in het vorige stukje ook al het een en ander geciteerd. Sinds jaar en dag schildert Breedveld Lodewijk Asscher af als een door en door verderfelijk figuur die alleen maar slechte dingen voorheeft met allochtonen en moslims en ze wil discrimineren. Als een racist dus. En kom niet aan met allerlei beperkte definities van racisme, want enghartig is Breedveld niet met het woord. Hij is er ronduit gul mee. Racist noemt hij mensen ‘die discrimineren op basis van huidskleur en afkomst en dergelijke’, schreef hij onlangs aan de woordvoerder van de vicepremier, Friso Fennema. Daarmee gaf hij dus impliciet toe dat hij Asscher, van wie hij regelmatig beweerd heeft dat die bepaalde groepen vanwege hun herkomst – waar gaat het bij ‘allochtonen’ nu anders om? – wil stigmatiseren, marginaliseren en discrimineren, wel degelijk voor racist had uitgemaakt. Maar of hij dat op dat moment werkelijk doorhad?

DiscriminerenOpRas

Asscher discrimineert op ras, schreef Peter Breedveld op 10 september 2015. Op 13 februari 2016 beweerde hij ineens dat hij de vicepremier geen racist vindt, ook al voert die wel een racistisch beleid en is het regeringsbeleid eveneens racistisch. Dat Asscher feiten verdraait of gewoon een leugenaar is, daar hield Breedveld uiteraard wel consequent aan vast. Dat iemand die zo bejegend werd, niet onmiddellijk zijn diep gemeende excuses voor een inhoudelijk juiste opmerking aanbood, dat vindt Breedveld vanzelfsprekend ‘verbijsterend’.

Tertium comparationis
De op zich niet onsympathieke poging die Joris Verheijen – ‘Sorry is het moeilijkste woord‘ – vorige week ondernam, was daarom tot mislukken gedoemd. Hij betoogde dat Asscher en Breedveld allebei verontschuldigingen zouden moeten aanbieden. En Asscher zou daarbij het initiatief moeten nemen, ‘omdat een vals verwijt van een minister duizendmaal meer schade aanricht dan de scheldwoorden van een blogger’. Nu had Asscher op zich best mogen laten weten dat die ene zin niet de allerbest geformuleerde uit zijn verder voortreffelijke stukje was, maar materieel was er, zoals ik inmiddels definitief aangetoond heb, nu eenmaal geen sprake van een ‘vals verwijt’. Het is nu eenmaal niet zo dat Breedveld Asscher ‘gevaarlijk’ vindt, ‘juist omdat de minister géén overtuigde racist of vreemdelingenhater is’, zoals Verheijen abusievelijk denkt. Breedveld heeft, op die ene opportunistische uitglijder na, consequent het tegendeel betoogd. Inmiddels heeft de vicepremier via zijn woordvoerder laten weten dat Breedveld naar zijn oordeel in ‘sommige publicaties’ over hem ‘de fatsoensnormen’ overschreden heeft, en dat hij het verder bij zijn eenmalige uitlating wilde laten. Heel verstandig.

Verheijen vroeg zich ook af of ik Breedveld wel wilde begrijpen. Als je zegt dat iemand gevaarlijker is dan een antisemiet, betoogde hij, dan wil je daarmee nog niet zeggen dat die een antisemiet is. Je kunt hem namelijk best om heel andere redenen gevaarlijk achten. Klopt, dat kan, maar dan moet je wel duidelijk maken om welke redenen je hem dan wel gevaarlijker acht. Wat is het tertium comparationis? Dat op zich onbepaalde gevaar moet je specificeren. Zelf kwam Breedveld met de vergelijking, of misschien eerder de onvergelijkbaarheid, tussen ijs en spinazie. Erg overtuigend was die niet. In plaats van de vergelijking uit te werken deed hij vervolgens of ‘erger’ – en mutatis mutandis ‘gevaarlijker’, mogen we aannemen – een soort ultieme, ondefinieerbare categorie sui generis is in de trant van Moores befaamde ‘good‘, waar ik de vorige keer al naar verwees. Maar wie zegt dat ijs lekkerder is dan spinazie, maakt direct duidelijk dat het punt van vergelijking de smaak betreft. Wie zegt dat Asscher erger of gevaarlijker is dan Wilders, moet wel aangeven in welk opzicht hij dat dan bedoelt. Welnu, als iemand – althans in de ogen van Breedveld – op instigatie van Wilders en de PVV allochtonen marginaliseert, angst zaait jegens moslims en Turken en discrimineert op ras en religie, en dat soort dingen ook werkelijk bewust doet en wil, dan maakt die zich in Breedvelds wereldbeeld echt wel schuldig aan racisme.

Bezinning
Iemand die even wat op Breedvelds site rondneust, ziet dat het hier om een figuur gaat voor wie haat een alledaags instrument is. Het is zijn belangrijkste handelswaar, verkrijgbaar in vele, zij het weinig boeiende varianten. Maar waarom blijven dan toch zovelen hem tegen beter weten in verdedigen? Natuurlijk omdat sommige mensen maar al te gemakkelijk aan hun kwade neigingen toegeven en het simpelweg wel geinig vinden, zo’n scheldend en huilend figuur. Maar misschien is dat toch niet het enige. Soms krijg je de indruk dat ze het eenvoudig niet willen zien en daarom ook echt niet zien. Breedveld staat toch aan hun kant? Nee, de andere kant, de tegenstanders, die moeten niet zo schelden, maar voor het goede doel mag dat toch wel? Om haat en racisme tegen te gaan mag je toch best van haat gebruik maken? En Breedveld hoort toch niet thuis in rijtje met zielige onbenullen dat Asscher verder aanhaalde? Nee, natuurlijk niet. Niet omdat hij beter is, maar omdat hij oneindig onbeschofter is. De haat en het gescheld zijn bij hem zo massief en eentonig dat je de indruk krijgt dat mensen het niet eens meer zien. Ze lezen er overheen. Het is het vaste bestanddeel in zijn stukjes. Daarom zijn sommigen er kennelijk blind voor. Breedvelds repertoire is ook heel beperkt. Veel meer dan schelden, liegen en zelfbeklag zit er niet in. Dat drietal elementen keert telkens terug. Als een brein zo vol haat zit, blijven andere functies uiteraard ook onderontwikkeld, dat kan niet anders.

Multatuli

In zelfbeklag was Eduard Douwes Dekker (1820-1887) – ‘de grootste schrijver aller tijden’, Peter Breedveld dixit (2008) – inderdaad niet onbedreven. Maar of dat nu voldoende grond is voor een vergelijking? Vooralsnog is de geschiedenis waarop hier geanticipeerd wordt, toekomst. Maar misschien blijkt dus ooit dat dit stukje over de allergrootste schrijver aller tijden gaat.

Een normaal mens zou aan Asscher natuurlijk diepe excuses aangeboden hebben in plaats van die op luide toon te eisen. Maar het is mogelijk dat er in Breedvelds zelfbeklag nog een authentiek element zit ook. Elk mens zou beseffen dat als je een minister zo vreselijk uitgescholden hebt, je eerst je verontschuldigingen moet aanbieden, zelfs als je denkt dat die iets geschreven heeft dat letterlijk nou net niet helemaal klopt. Maar bij een narcist komt dat niet op. Die bijt zich vast in een detail en begrijpt niets van context en redenering. Die gaat uitgebreid uitleggen dat Asscher ‘als een geile hond’ zien optreden heus iets heel anders is dan hem een ‘geile hond’ noemen. Alsof er ook maar iemand in het laatste geval zou denken dat de minister de accidentalia van een hond heeft aangenomen, maar de substantie van een mens heeft behouden. De domheid valt in dit geval niet over het hoofd te zien. En die domheid zie je ook wel bij Breedvelds groupies. Het is merkwaardig hoe slecht mensen soms tot denken en redeneren in staat zijn.

Dat er parallelle werelden bestaan waarin mensen schelden, liegen en zelfbeklag bewonderen, daar valt wel mee te leven. Mijn zorg ging erover dat al te veel ervan in de wereld van het ordentelijke maatschappelijke debat doordringt. Maar de reacties vielen me de afgelopen weken mee. Natuurlijk heb je de trouwe volgelingen die alleen wat nietszeggends uit hun toetsenbord krijgen – het gebrek aan argumentatie typeert ze. Het meest viel me het stilzwijgen op van lieden die Breedveld anders nog wel eens verdedigen of aanprijzen. Laten we hopen dat er toch een zekere bezinning op gang komt. Breedveld is geen antidotum tegen de PVV-cultuur, hij is er een symptoom van. Wie zich op het niveau van Wilders begeeft, heeft hem al zijn zin gegeven. Wie Breedveld op zijn eigen niveau aanpakt, heeft ook al verloren, al moet ik bekennen dat dat ook bepaald niet aantrekkelijk is. Verheijen meende dat ik ‘zonder een zweem van zelfironie’ op Breedvelds gebrek aan ‘respect’ inging. Het is niet zo moeilijk. Werkelijk respect moeten mensen verdienen. Maar in de omgang is respect ook de uitgangspositie, de defaultinstelling om het maar in hedendaags Nederlands te zeggen. Medemensen treed je in principe respectvol tegemoet. Maar mensen kunnen dat respect ook verliezen. Minder snel dan Peter Breedveld doorgrond ik de kwade bedoelingen van mensen, maar op grond van zijn gedrag zou ik niet onmiddellijk vermoeden dat hij werkelijk de achting van het gros van zijn medemensen zoekt. De wereld is zijn scheldtoneel, maar hij geniet ongetwijfeld van de bijval van zijn volgelingen. Dat hij Lodewijk Asscher in een opwelling een ‘fatsoenlijke vent’ noemde, moet een vergissing geweest zijn. Of een moment van zwakte. Inmiddels heeft hij het weer op vanouds vertrouwde wijze over een ‘liegende minister’.

Redelijkheid
Waar het op aankomt, is de bescherming van een cultuur van redelijkheid, waarin argumenten en tegenargumenten tellen en waarin oog is voor een verscheidenheid aan perspectieven. Er waren mensen die mij voorhielden dat ik het alleen maar over de ‘vorm’ had. Maar die doet er toe en daar ging die facebookpost van Lodewijk Asscher ook over. Omdat hij merkte dat hij vaak niet meer reageerde als mensen hem via sociale media benaderden. Vanwege de bewoordingen die ze daarbij kozen. Wie het werkelijk over de inhoud wil hebben, kan maar beter een vorm kiezen, die de aandacht op de argumenten vestigt. Iemand buiten een spelletje of een vertrouwelijke verstandhouding om voor ‘ongelofelijke smiecht’ uitmaken, is dan niet de meest doeltreffende uitnodiging voor een serieuze dialoog. Redelijkheid vereist een bepaalde houding, waarin respect en de bereidheid tot luisteren, redeneren en overleg prevaleren. Het blijft de moeite waard daarvoor op te komen.

Overigens had ik u gewaarschuwd. Dit is een heel saai stuk geworden, dat voor de volledigheid nu eenmaal geschreven moest worden.

Verantwoording

Het stukje hierboven is voortgekomen uit het nawoord dat ik vorige week donderdag, 18 februari 2016, bij mijn vorige stukje plaatste, zonder er verder aandacht voor te vragen. Ik plaats dit pas op een moment dat ik ook een ander stukje heb, dat meer belangstelling verdient. Dit is alleen voor wie hier werkelijk belang in stelt. De kern is ongewijzigd gebleven: de veelvuldige bewijzen dat Peter Breedveld minister Lodewijk Asscher wel degelijk voor racist, moslimhater, allochtonenhater en dergelijke had uitgemaakt. Sommigen vroegen daar nu eenmaal naar. Het is me inmiddels opgevallen dat een aantal mensen zich nogal met Peter Breedveld bezighoudt en hij geniet daar overduidelijk van. Haat zoekt haat, zo gaat dat. Ik had de vorige keer al voorspeld dat het gejeremieer nog lang zou aanhouden en die bepaald niet ingewikkelde voorzegging is bezig uit te komen.

Ik behoor niet tot de types die alles volgden wat Peter Breedveld deed. Integendeel, ik probeerde zijn uitingen zoveel mogelijk te vermijden. Ongewild werd ik er soms toch mee geconfronteerd. Dat ik hierin rolde, was omdat ik twee weken geleden zo naïef was om op facebook te reageren op iemand die ‘de nare moedwillige zijsteek aan Peter Breedveld (…) werkelijk echt supereng’ noemde en zich zelfs afvroeg ‘of de steek jegens Breedveld niet de werkelijke reden van het stukje van Asscher was.’ ‘Blijkbaar is ie echt n serieus gevaar voor de status quo’, werd daar nog aan toegevoegd. Ik heb daarop maar even uitgelegd dat Asscher materieel nu eenmaal gelijk had. Breedveld had dat natuurlijk ook moeten inzien, maar hij kon het uiteraard niet laten er toch een stukje over te schrijven. Toen heb ik in mijn vorige stukje maar in het openbaar herhaald dat Asscher simpelweg gelijk had. En voor wie nog steeds niet in staat was om dat te zien, heb ik deze toevoeging geschreven. Ik zou zeggen: nu moet het toch wel genoeg zijn.

(204)

15 februari 2016

De jankerd en de vicepremier – Leven in een pueriele cultuur

door Jan Dirk Snel

[Maandag 15 februari 2016] Peter Breedveld zou natuurlijk gewoon blij moeten zijn. Jarenlang scheldt hij zich verrot. En eindelijk krijgt hij dan erkenning doordat vicepremier Lodewijk Asscher ook zijn naam opneemt in een schrijven over, laten we zeggen, de geestelijk incontinente medemens. Maar dan is het nóg niet goed. In plaats van het eerbetoon in verwonderde dankbaarheid stilletjes te aanvaarden gaat de heer Breedveld zich uitgebreid beklagen.

Racist
Eerst maar even de feiten. In zijn vermakelijke facebookpost schreef Asscher: ‘Volgens Peter Breedveld cs ben ik zelfs de gevaarlijkste racist van Nederland.’ Let op dat cum suis. Onder zijn bericht had de minister onder meer een afbeelding opgenomen van een tweet van ene Kars Abbes die een stuk van Breedveld, ‘De krokodillentranen van Lodewijk Asscher’, aanprees met de woorden: ‘Asscher, gevaarlijkste racist van Nederland’. (De minister was zo vriendelijk om via de eenvoudig vindbare tweet dus ook zelf naar dat stuk te verwijzen, maar dit terzijde.) De belangrijkste vraag is dan niet of Asscher niet beter een gemakkelijk te vinden rechtstreeks citaat van Breedveld waarin deze hem uitscheldt, had kunnen gebruiken – denk ik op zich wel – de enige vraag die uiteindelijk relevant is, is of die typering recht deed aan het stuk.

Tweet

Peter Breedveld acht Lodewijk Asscher een van de architecten van de rellen in Geldermalsen en scheldt hem verder naar believen uit. Asscher signaleert terecht dat Breedveld hem als een gevaarlijke racist beschouwt. Dus eist Breedveld excuses van de minister. Logisch toch dat vele weldenkende mensen die oproep ondersteunen?

Het antwoord is niet zo moeilijk. Ja. Breedveld schrijft dat Asscher ‘gevaarlijker is dan de PVV’. En hij verwijst naar een eerder stuk waarin hij Asscher al eens ‘erger dan de PVV’ genoemd heeft. Maar waarin ligt nu dat gevaarlijke of erge van de PVV? Ook al niet moeilijk. Breedveld vindt het een ‘racistische partij’. En waaruit blijkt dat? Die partij is ‘gefixeerd op niet-westerse allochtonen, op allochtone broodgooiers, Marokkaanse (maar niet autochtone) voetbalrelschoppers, Turkse en Marokkaanse (maar niet Israëlische) dubbele paspoorthouders’. Voor Asscher geldt volgens Breedveld in feite hetzelfde:

‘Asscher wil te graag allochtonen stigmatiseren. Hij werkt er keihard aan. Ik schreef al eens dat de man gevaarlijker is dan de PVV. Geen gelegenheid laat hij schieten om zijn wantrouwen jegen[s] moslims en allochtonen te etaleren.’

Kortom, Asscher wil zo ongeveer hetzelfde als de racistische PVV, maar hij is gevaarlijker. De PVV is gefixeerd, maar Asscher stigmatiseert. Misschien is de conclusie dat hij volgens Breedveld de ‘gevaarlijkste’ – superlatief – racist van Nederland is, inderdaad net iets te snel getrokken – Breedveld heeft mogelijk ook nog Meindert Fennema op het oog, die ‘openlijk racistische theorieën aanhangt’ – maar een gevaarlijke racist vindt Breedveld de vicepremier natuurlijk wel – gevaarlijker dan de PVV in ieder geval.

Racistisch beleid
Vond hij althans tot 9 februari, toen Asscher dat opschreef. Want ineens draaide Breedveld bij als een blad aan de boom. Vond hij Asscher in december nog een ‘ongelofelijke smiecht‘, een ‘geile hond‘, een van de ‘architecten’ van de rellen in Geldermalsen, die ‘zijn waffel’ moest houden, nu denkt hij ineens dat Asscher ‘een heel fatsoenlijke vent’ is. Halleluja! Zo’n ingrijpende bekering ziet men zelden.

Vanwaar deze ommekeer, die men uiteraard – stel je voor! – geen draaikonterij mag noemen? Waarom blijft Breedveld niet ferm bij zijn oude opvatting? Heel simpel, omdat hij vele kwaliteiten in zich verenigt. In het schelden, tieren en razen doet hij weliswaar enorm zijn best, maar de concurrentie is loodzwaar dezer dagen. De scheldmarkt is een moeilijke markt. Breedveld heeft echter meer in zijn mars. Hij is zonder meer de grootste jankerd van Nederland. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een deskundige jury ergens in Nederland een larmoyantere figuur zal weten te vinden. Niemand draagt zijn zelfbeklag zo kinderachtig uit als Peter Breedveld. Daarin is hij onovertroffen. En die kwaliteit buit hij uit op fabuleuze wijze. Toen Elma Drayer hem eens een keer wat dubieus aanpakte, loste hij dat niet op met één stukje, maar wijdde hij er elf aan haar en vergat hij haar ook verder niet. Herhaaldelijk laat hij weten hoe zwaar hij het wel niet heeft en hoe vreselijk het toch wel niet is wat allerlei mensen hem aandoen. Enig verband met zijn eigen respectloze omgang met mensen heeft hij uiteraard nog niet weten te ontdekken.

In dit geval heeft Breedveld tot nu toe drie stukjes gewijd aan het vreselijke onrecht dat minister Asscher hem heeft aangedaan. Maar zijn fans kunnen ongetwijfeld gerust zijn. Er komen vast en zeker nog wel twintig stukjes over de ‘vice-premier-onwaardige misstap’. Iedereen die niet diep knipmessend instemt met zijn eis tot ‘excuses’ door de minister die hij uitschold – NRC Handelsblad en andere ‘apologeten’ – kan immers op een stukje rekenen. (Tip: zit u nog om wat aandacht verlegen, zeg iets redelijks tegen Breedveld en u krijgt gegarandeerd 1500 woorden vol warme, invectieve belangstelling terug.) De humoristische vondst is dat hij dit keer zijn toevlucht heeft genomen tot het zogenaamde ‘logisch redeneren’. Op de een of andere wijze moet hij van dit vreemde verschijnsel gehoord hebben. In één alinea heeft Breedveld G.E. Moore (1873-1958) en diens Principia Ethica (1903) weten te overtreffen met het lucide betoog dat erger nu eenmaal erger is en niet iets anders. Als hij Asscher ‘erger’ of ‘gevaarlijker’ vindt dan de PVV dan zijn dat gewoon op zichzelf staande, onherleidbare categorieën en dan gaat het heus niet om het voor de hand liggende punt van overeenkomst, hoor. Overigens, nog zo’n vlijmscherpe wijsgerige vondst, Asscher mag dan volgens Breedveld ineens wel geen racist zijn, zijn beleid ‘is dat zeker wél’. Kortom, Asscher is geen racist, maar hij handelt wel racistisch. Zeg niet dat Breedveld geen subtiele denker is.

Iets moois
Het is wel duidelijk wat Peter Breedveld dwarszit. Jarenlang doet hij zijn best om de Erkende Opperschelder van Nederland te worden en wat is het resultaat? Dat hij, de Grote Fuck- en Kutroeper, op één rij gesteld wordt met wat onnozele halzen. Dat doet natuurlijk pijn. Neem nou zo’n aandoenlijke Rico Schuurman. Dat je iemand niet met de dood mocht bedreigen, dat wist hij al wel, maar dat je een minister beter ook maar niet voor kuttenkop – ‘kut kop’ in zijn versie van het Nederlands – kon uitmaken, dat moest hem eerst even uitgelegd worden. Maar toen bood hij dan ook royaal zijn excuses aan. Deze jongen begreep het uiteindelijk toch. Maar of dat met Peter Breedveld ooit zover zal komen?

JaapJdeVriesAsscherbeter

Trefzeker registreerde dr. J.J. de Vries het verschil tussen de heer Breedveld en mij. Terwijl Frontaal Naakt, alias Peter Breedveld, in Asscher tot voor kort nog een geschikt object voor scheldpartijen zag, twijfelde ik geen moment aan diens goede bedoelingen. Maar sinds enkele dagen vindt ook Breedveld Asscher ‘een heel fatsoenlijke vent’, ook al verdraait hij volgens hem feiten en probeert hij critici de mond te snoeren – in zijn gulheid hanteert Breedveld bepaald geen kleingeestige opvatting van fatsoen – maar nu maakt juist het feit dat Asscher ‘geen racist’ is, hem gevaarlijker dan de PVV. Voorwaar, een groot dialecticus is de voorbije week opgestaan.

Dit stukje schrijf ik uiteraard ook niet voor hem – al weet je nooit of hij er niet toch stof voor een heerlijke scheldkanonnade aan kan ontlenen – ik schrijf het wel voor anderen. Het gaat me nu om de lieden die tegen beter weten in Breedveld verdedigen. Taal die ze van hun kinderen niet zouden verdragen, accepteren ze van deze hele grote vent ineens wel. Want hij bedoelt het toch zo goed? Inderdaad, tussen het getier en geraas door kan men bij Breedveld soms wel een zeker betoog ontwaren, al moet je daarvoor wel vele hindernissen nemen, die ik meestal niet haal. En het komt me voor dat ik het met de zakelijke strekking, voor zover men die er uit kan pellen, soms nog eens ben ook – en dat geldt zelfs voor diverse bezwaren tegen het beleid van minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher. (In alle welwillendheid wees de zeer gereformeerde en zeergeleerde doctor in de econometrie Jaap J. de Vries Peter Breedveld daar zaterdag reeds op, hetgeen mij weer werk bespaart. Verwaarloosbaar verschil is slechts dat ik nooit aan de goede bedoelingen van Asscher twijfelde en Breedveld daar tot enkele dagen geleden heel anders over dacht.) Vergeleken bij tien jaar geleden, toen Breedveld even luidruchtig zo ongeveer het tegenovergestelde van nu verkondigde en hij nog doodsbenauwd was voor alles dat ook maar een beetje vreemd was, islam en moslims voorop, lijkt hij er inhoudelijk enigszins op vooruit te zijn gegaan. Maar waarom zou je zo iemand serieus nemen? Iemand die altijd, toen en nu, op dezelfde toonhoogte zijn gelijk haalt? In zijn laatste stukje schrijft Breedveld:

‘Ik chargeer weleens en pas allerlei stijlvormen toe om er iets moois van te maken. Ik wil dat mensen helemaal tot aan het einde komen.’

Welja, iets moois! Stof voor een dissertatie: Het schone in het oeuvre van Frontaal Naakt met bijzondere nadruk op de jaren van het kabinet-Rutte II. Met wat goede wil zou je even aan de zogenaamde hyperbool kunnen denken, maar over een dergelijke stijlfiguur spreken heeft alleen zin als er afwisseling in de toonzetting zit. Breedveld is zo’n type dat niet één keer een zandneger tegenkomt in NRC Handelsblad, nee, de zandnegers vliegen hem bij het openslaan van de krant dagelijks om de oren. (Voor u verder leest: probeer dit even te visualiseren.) Hij moet zijn eigen versie hebben. Eén dingetje simpelweg constateren is voor hem echt te ingewikkeld, alles moet altijd uitvergroot worden. Maar dat heeft een doel: meneer wil dat mensen ‘helemaal tot het einde komen’. Aha, daarvoor is dat geweldig gevarieerde en rijke taalgebruik dus bedoeld!

‘Ik gooi er weleens een krachtterm uit, ik kan de verleiding zelden weerstaan om te schrijven “daar is geen kut van waar” in plaats van “daar klopt niets van”‘.

VriesBreedveld

Pueriele cultuur? Dit de grote tijd van het fatsoen! Een fatsoenlijke blogger, een zeker zo fatsoenlijke retweeter en een nog fatsoenlijkere krant, wat wil een mens nog meer? Goeie Suske en Wiske-titel overigens: De Boze Blogger.

Fuck, kut, dat is natuurlijk ver voorbij het schone, dat is ronduit subliem. De opmerking getuigt in ieder geval van enig zelfinzicht. Natuurlijk, pubers die altijd nog rode koontjes krijgen bij vieze woordjes, komen bij Peter Breedveld ruimschoots aan hun trekken. Zij zullen het eind van die stukken wel halen. En zulke puberale figuren, ook op gevorderde leeftijd, zijn er dezer dagen volop. Maar geldt het ook voor mensen die op zoek zijn naar een serieuze bijdrage aan het maatschappelijk debat? Van hen verlangt de heer F. Naakt wel een enorm uithoudingsvermogen, afgezien nog van de vereiste diepgaande kennis van de stijlleer.

Pueriel
Peter Breedveld is niet meer dan een exempel van een pueriele cultuur die geen grenzen kent. Beschaving is een kwestie van onderscheidingsvermogen, van grenzen weten te trekken, tussen het particuliere en het publieke, tussen het verborgene en het openlijke, tussen verschillende sferen in het openbare én het persoonlijke leven. Het is een kwestie van rekening houden met tijd en gelegenheid. Alles past ergens, maar niet alles past altijd overal. De obsessie met naakt op de website is niet toevallig: Breedveld weet niet wat waar hoort. Hij is een bandeloos figuur. Hij kent de regels niet. Hij kent ze, vermoed ik, echt niet. Het is geen kwestie van ze doelbewust niet erkennen, hij mist elk besef ervoor. Hij beseft ook niet dat als hij geen enkel respect voor medemensen toont, hij ook wel eens onwelwillende reacties terug kan krijgen. Hij is het centrum van de wereld, hij wil naar hartenlust kunnen schelden, tieren, razen, janken en huilen en hij wenst niet onaangenaam getroffen te worden door afkeuring van anderen. Voor de narcist is dat volkomen logisch. De wereld is niet meer dan materiaal voor zijn lusten. Wederkerigheid bestaat niet.

In een zekere welwillendheid zou men de tolerantie jegens het getier van Breedveld zelfs als een uiting van beschaving kunnen zien. Dat joch weet dan wel niet hoe het hoort, hij misdraagt zich gruwelijk, maar hij weet niet beter. Wij doorzien het wel, het gekrijs negeren we en we doen de moeite de boodschap eruit te halen, want hij heeft toch heus wel een beetje zijn best gedaan. Het is een nobele, lankmoedige houding, maar in het huidige tijdsgewricht lijkt ze me niet verstandig. Sinds een jaar of tien teistert de haat- en scheldcultuur het publieke debat. Je zou denken dat de lol er een keer af zou moeten zijn, maar voorlopig lijkt het eind nog niet in zicht.

Brendel3

Blijft irritant, vakbekwame journalisten die opmerken dat je dingen na moet trekken.

Of het nou om Peter Breedveld gaat, of om GeenStijl of Wilders, het gaat om dezelfde anomische anticultuur. Als die op zichzelf stond, kon je die negeren. Maar ze dringt diep door in het publieke vertoog. Ze is populair. Ook ogenschijnlijk keurige lieden met respectabele functies zie je op Twitter genoeglijk vloeken en schelden. Als allerlei lieden Breedvelds oproep om excuses aan de minister die hij uitschold, ondersteunen, is dat uiteraard niet omdat ze na zorgvuldige studie tot de conclusie gekomen zijn dat die op hun plaats zijn, maar omdat ze dwarsigheid wel geinig vinden. Heel wat mensen vinden het simpelweg leuk, zo’n zich misdragende Peter Breedveld, ze genieten ervan. En wat ze nog veel leuker vinden is een jankende, zeurende en huilende Peter Breedveld. Zijn fans gaan heerlijke, fantastische weken tegemoet. Ze zullen hem ongetwijfeld trouw steunen.

Lijdzaamheid
Tegen zo’n pueriele cultuur valt simpelweg niets te doen. Oproepen deze anomische anticultuur te negeren komt gezien de omstandigheden er in feite op neer het hele publieke debat maar te negeren. Het kwaad is diep ingevreten. Men kan proberen zijn ziel in lijdzaamheid te bezitten. Meer zit er voorlopig niet in.

Naschrift
[26 februari 2016] Van donderdag 18 januari 2016 tot vrijdag 26 februari 2016 stond hier een vrij uitvoerig naschrift, dat nu is uitgewerkt tot het volgende stukje op deze weblog.

(203)