Posts tagged ‘mazelen’

18 juli 2013

Religie als doelwit? – Over een betoog van Arnold Huijgen en Bart Jan Spruyt over vaccinatiedwang en oproepen door politici

door Jan Dirk Snel

Toch maar. Vanmorgen, donderdag 18 juli 2013, verscheen er in de Volkskrant een betoog van de hand van Arnold Huijgen en Bart Jan Spruyt onder de kop ‘Staat moet zich niet bemoeien met keuze vaccineren’. Op de website gaf de redactie er het opschrift ‘“Waarom zouden burgers niet zelf beslissen of ze hun kinderen laten vaccineren?”‘ aan. Beide auteurs schreven de afgelopen dagen eerder over dit onderwerp. Bart Jan Spruyt deed dat op vrijdag 12 juli in een column, ‘Mazelen en de biblebelt’ in het Nederlands Dagblad, die hij ook op zijn weblog plaatste, en een dag later nog eens in een column, ‘Rutte en de mazelen’ op De Dagelijkse Standaard. Arnold Huijgen deed dat op dinsdag 16 juli in een column, ‘Oproep’, in het Reformatorisch Dagblad, die ook hij een dag later op zijn weblog plaatste.

Met de hoofdintentie van de auteurs ben ik het wel eens, denk ik, maar toch vrees ik dat het betoog eerder verwarring sticht door met name één onjuiste veronderstelling die waarschijnlijk onder het hele betoog ligt. Dat is de reden dat ik er toch een afzonderlijk stukje aan wijd, want voor de meeste punten zou ik zo naar mijn vorige stukje over dit onderwerp kunnen verwijzen. Ik loop nu toch maar even alle punten in het betoog die me van belang lijken, systematisch af.

Exif_JPEG_PICTURE

Buitenhof – ook een huisartsenpraktijk

1. Dwingen en oproepen
Het zal de aandachtige lezer niet ontgaan zijn dat er een groot verschil in strekking is tussen de redactionele keuzes bij het maken van de beide koppen. In de krant staat er boven het artikel dat de staat zich helemaal niet moet bemoeien met de keuze omtrent al dan niet vaccineren. Op de website wordt geopperd dat burgers zelf wel kunnen beslissen in deze zaak. Het gaat hier om het verschil tussen het doen van een oproep en dwang.

En het komt me voor dat de auteurs beide zaken al te snel door elkaar halen, althans onvoldoende onderscheiden. Direct in de eerste zin hebben Huijgen en Spruyt het over de ‘discussie over al dan niet verplichte vaccinatie’, maar daar beperken ze hun betoog vervolgens niet toe. En daar gaat het grootste deel van de huidige discussie ook niet over. Er is een groot verschil tussen het plaatsen van een oproep en het instellen van een verplichting. Afgelopen vrijdag begon de discussie juist met een oproep door Els Borst (D66) en Heleen Dupuis (VVD), waar minister-president Mark Rutte zich vervolgens ’s avonds bij aansloot. Het opvallende is juist dat een deskundige als Roel Coutinho, directeur Infectieziektebestrijding van het RIVM, niets ziet in het verplicht stellen van inenting. En dat is voor zover ik kan zien, ook de algehele lijn onder politici: ze zijn tegen dwang. En dat loopt van Kees van der Staaij (SGP) maandag in Knevel en Van den Brink via Alexander Pechtold (D66) tot en met Henk van Gerven (SP): eensgezind zijn ze tegen vaccinatiedwang.

De enige die zaterdag wel een enigszins ander geluid liet horen, was de door Huijgen en Spruyt genoemde Heleen Dupuis en ook zij deed dat vooral aarzelend: ze vroeg zich meer af of men op de langere termijn niet over verplichten na moest denken, dan dat ze stellig was. Ze noemde dwang ook ‘tricky’. Het lijkt me niet onverstandig om te bedenken dat vaccinatiedwang eerder, in de negentiende en twintigste eeuw, ook gewoon bestond.

Het gaat hier om twee heel verschillende discussies. Zoals ik mijn vorige stuk (‘Overgevoelig‘) al betoogde, streeft de overheid simpelweg naar een hoge vaccinatiegraad. Conform staand beleid kan ze niet anders dan mensen oproepen hun kinderen te laten inenten. Dat oproepen via predikanten in plaats van zich rechtstreeks tot mensen te wenden van een mogelijk wat knullige aanpak getuigen – waarom zou je mensen niet serieus nemen en ze zelf aanspreken? – en mogelijk averechts werken, dat kan zo zijn, maar punt blijft dat de overheid op dit punt niet neutraal kan zijn. Zij is vanouds voor inenting. Ze is immers verantwoordelijk voor een goede volksgezondheid. Een discussie over vaccinatiedwang dient men zorgvuldig te onderscheiden van een debat over het plaatsen van oproepen en dat onderscheid maken Huijgen en Spruyt onvoldoende. Van de discussie over verplichten gaan ze ongemerkt over op een discussie over oproepen.

2. Kerk en staat
Nog merkwaardiger is wat Spruyt en Huijgen schrijven over de scheiding tussen kerk en staat, al klopt hun omschrijving van dat beginsel wel: ‘Die houdt in dat de kerk niet over de staat mag heersen en de staat niet over de kerk’ – waarbij ik overigens graag aanteken dat het laatste in de Nederlandse Republiek de praktijk was en dat het eerste veel minder voorkwam. Maar Huijgen en Spruyt zeggen eerst dat premier Rutte op dit punt ‘een onjuiste definitie’ hanteert en verwijten hem vervolgens dat hij zich daar niet aan houdt. Ik zou zeggen: ze zouden blij moeten zijn dat hij zich niet aan een in hun ogen foutieve opvatting houdt.

Eerlijk gezegd zou ik trouwens niet weten of Rutte werkelijk van mening is dat de scheiding tussen kerk en staat neerkomt op de ‘absolute scheiding van religie en het publieke domein’, de opvatting die zij hem toeschrijven. Heeft hij dat ooit ergens zo stellig geschreven of gezegd? Een absolute scheiding? Er is trouwens een groot verschil tussen de vraag of iemand zijn politiek handelen baseert op een godsdienstig, ‘confessioneel’ uitgangspunt of dat hij, zoals Rutte vrijdag deed, vanuit een persoonlijk standpunt, dat in dit geval een geloofsovertuiging is, maar waarbij het natuurlijk om elke persoonlijke overtuiging zou kunnen gaan, nog eens een zekere aanvulling biedt bij het officiële overheidsstandpunt.

Het zou logischer zijn als Huijgen en Spruyt zich aansloten bij wat Lex Oomkes gisteren in Trouw schreef, namelijk dat het ‘eigenlijk heel verfrissend’ is ‘dat Rutte zijn eigen geloof gebruikte als argument in de discussie over nut, noodzaak en rechtvaardiging van inenten’, of bij wat Gert-Jan Segers (CU) vanmorgen in de Volkskrant opmerkt:

‘Het kan helemaal geen kwaad dat Mark Rutte heeft gezegd: God heeft er ook voor gezorgd dat er vaccins zijn en het kan niet zo de bedoeling zijn dat kinderen zo lijden. Dat kan mensen aan het denken zetten. Rutte is zelf ook gelovig, dat maakt hem geloofwaardig.’

Als Huijgen en Spruyt het eerste amendement op de Amerikaanse Constitutie aanhalen – ‘Congress shall make no law respecting an establishment of religion, or prohibiting the free exercise thereof’ – reageren ze daarmee dan ook op iets waar de minister-president helemaal niet op uit is – hij is niet met het maken van wetten bezig – nog afgezien van het feit dat de Amerikaanse opvatting over de verhouding tussen kerk en staat én godsdienst en politiek helemaal niet maar zo naar de Nederlandse verhoudingen overgebracht kan worden.

3. Afleidingmanoeuvres
Dan zijn er nog twee inmiddels bekende, maar naar mijn idee nu irrelevante afleidingsmanoeuvres. Ten eerste merken de auteurs op dat ‘veel ouders die hun kinderen niet laten vaccineren’ helemaal niet uit ‘de reformatorische, maar bijvoorbeeld uit de antroposofische hoek’ komen. Juist. Maar wat zegt dat? Als er op vrije scholen een epidemie zou uitbreken of er als er onder kinderen van andere ‘kritische prikkers’ een epidemie zou uitbreken, zou de overheid dan ook geen oproep doen en dan ook niet op de argumenten uit die hoek mogen ingaan? Natuurlijk zou de overheid dan ook met passende, toegesneden tegenargumenten komen.

Ook hebben de auteurs volkomen gelijk dat er ook andere gevaren zijn – ‘survivals, bergbeklimmingen en wildwatertochten waaraan ouders hun kinderen in deze vakantie blootstellen’ en ‘ongezonde levensstijlen’ – en ik zou daar graag met Malou van Hintum het gevaar van ouders die zelf hun kinderen mishandelen, nog aan toevoegen. Maar dat zegt toch niet dat de overheid hier niets mag zeggen? Het geeft hooguit aanleiding tot een zekere relativering. En soms zijn andere waarschuwingen en oproepen wellicht ook op hun plaats. Overigens verliezen de auteurs ook hier het verschil tussen oproepen en dwang weer uit het oog door nogal karikaturaal over ‘controleurs voor stopcontactbeveiliging en traphekjes in gezinnen met jonge kinderen’ te beginnen.

4. Religie en cultuur
De vraag is bovendien of Huijgen en Spruyt de godsdienstige bezwaren bij bepaalde reformatorische groepen – vergeet nooit dat het om een deel gaat en de opvattingen intern juist verschillend zijn – tegen vaccineren zelf wel voldoende serieus nemen. Ze schrijven bij voorbeeld dat niet-vaccineren ‘vooral een cultureel protest is tegen een wereld die het lot in eigen hand denkt te kunnen nemen en in die waan steeds minder ruimte wil laten aan “achtergebleven” subculturen’. (En ja, ik zie dat de betreffende zin conditioneel geformuleerd is, maar er is geen twijfel aan dat de auteurs de opgeworpen mogelijkheid onderschrijven.) En dat het ‘zeker niet alleen om de uitleg van bepaalde bijbelteksten’ gaat. Dat zal zeker zo zijn, maar zijn die meer algemene culturele bezwaren tegelijk ook niet godsdienstig?

Het is zeker mogelijk om van religieuze of theologische bezwaren een cultuursociologische verklaring te geven, maar daarbij ga je tevens aan de feitelijke argumentatie voorbij. Die kan nooit volledig vervangen worden door een analyse vanuit een ander, op zich mogelijk best geldig perspectief. De betrokkenen zelf zijn wel degelijk van mening dat hun gewetensbezwaren uit hun godsdienstig standpunt voortkomen. Neem ze dan ook op hun woord, zou ik zo zeggen. Huijgen en Spruyt erkennen ook zelf dat er wel degelijk een ‘religieuze dimensie’ aan de zaak zit. Waarom zou de overheid dan in haar oproepen daar niet op in mogen gaan, waarbij de vraag of dat niet juist averechts werkt, vooral een pragmatische en geen principiële is. Het gaat dan vooral om prudentie: hoe benader je mensen het beste? Hoe neem je ze het meest serieus? Ik zou zeggen: niet door ze bevoogdend via predikanten aan te spreken, maar door ze rechtstreeks te benaderen, zoals Mark Rutte met zijn persoonlijke ontboezeming in feite ook deed.

5. Tegen de godsdienst?
En daarmee ben ik bij mijn belangrijkste punt. Huijgen en Spruyt gaan al te gemakkelijk uit van kwade trouw bij de overheid en bij politici die een oproep deden. Zo schrijven ze:

‘Door de oproepen van Heleen Dupuis en Els Borst aan predikanten – overgenomen door Mark Rutte – lijkt het alsof hier een theologisch probleem aan de orde is, waardoor deze politici ook maar aan het theologiseren slaan. Aardig geframed, maar feitelijk is dit een rookgordijn, opgetrokken door een overheid die haar bevoegdheden wil uitbreiden.’

‘Het punt is dat er religieuze argumenten in het spel zijn in combinatie met kinderen. Zo krijg je de mensen mee.’

‘Religie is altijd een makkelijk doelwit. Onder het mom van al dat getheologiseer is de overheid bezig opnieuw zijn bevoegdheden op te rekken en die van de burger te verminderen.’

Dat nu lijkt me werkelijk een omkering van wat er feitelijk aan de hand is. Het gaat helemaal niet om voor of tegen godsdienst. Er is simpelweg een probleem en in het geval van de mazelen wil ik er ook nog graag bij opmerken dat het een relatief klein probleem is. De inenting ertegen bestaat pas sinds 1976 en vroeger kreeg elk kind die wat betreft de gevolgen meestal tamelijk onschuldige ziekte. Je wist niet beter. Maar achter deze discussie doemt natuurlijk de vrees voor ernstiger ziekten zoals de polio, met vaak wel vreselijke gevolgen, op. De overheid maakt zich vanuit haar eigen taak, volksgezondheid, simpelweg zorgen om de gezondheid van kinderen en alleen daarom roept ze op wel aan vaccinatie mee te doen. En daarom doen politici als de minister-president een oproep.

Hierachter gaat naar mijn idee een gedachte schuil die je tegenwoordig wel meer ziet, namelijk dat het om een tegenstelling tussen een seculiere en een religieuze moraal zou gaan. Vandaar dat ook de jongensbesnijdenis nog als voorbeeld voorbij komt. Je zou ook aan de door de auteurs nu niet genoemde discussie over ritueel slachten kunnen denken. In al die gevallen wordt vaak gedacht dat het om een tegenstelling tussen een seculiere meerderheidsmoraal en een godsdienstige minderheidsmoraal zou gaan en ik zou werkelijkheid niet met zekerheid durven te beweren dat ik die tegenstelling zelf ook nooit zo geformuleerd heb. Maar ze onjuist. In dit geval gaat het om bepaalde religieuze opvattingen, waar andere opvattingen die ook godsdienstig kunnen zijn, zoals bij minister-president Mark Rutte, maar die dat evengoed ook niet kunnen zijn, tegenover staan. En zo is het ook bij besnijdenis en rituele slacht: ook daar doen de meeste mensen die godsdienstig zijn, niet aan. Kortom, het gaat wel om verschillende opvattingen, maar niet om de tegenstelling tussen religie of niet.

Hoe het ook zij, Huijgen en Spruyt gaan veel te gemakkelijk uit van kwade wil bij de overheid. Die trekt geen ‘rookgordijn’ op, want het gaat wel degelijk (ook) om godsdienstige of theologische opvattingen en het lijkt me wenselijker dat de overheid die serieus neemt en daar respectvol op in gaat, dan dat ze net doet alsof die eigenlijk op iets heel anders neerkomen. En het is in dit geval ook niet waar dat de overheid ‘de vrijheden van burgers steeds minder’ respecteert. Dat doet ze juist wel door niet tot dwang over te gaan, maar wel oproepen te plaatsen. Ik zie hier dan ook geen ‘fundamentele verschuiving van grondrechten’. Die deed zich misschien wel even voor toen de Tweede Kamer in eerste instantie voor een verbod op ritueel, onverdoofd slachten stemde, maar daarin werd ze gelukkig door de Eerste Kamer gecorrigeerd. Nu is zoiets feitelijk niet aan de orde.

Vrijheid
Het betoog van Huijgen en Spruyt is principieel liberaal. Het gaat hun om vrijheid, vrijheid van de ouders in de eerste plaats. Vrijheid, gewetensvrijheid met name, is een groot goed. Maar ze zijn al te wantrouwig. En ze overdrijven als ze schrijven:

‘Onder het mom van al dat getheologiseer is de overheid bezig opnieuw zijn bevoegdheden op te rekken en die van de burger te verminderen.’

Nee, de overheid rekt in dit geval helemaal geen bevoegdheden op en juist door zich tot oproepen te beperken respecteert ze die van de burger volkomen. De overheid is helemaal niet bezig met het rechtvaardigen van ‘allerlei aantastingen van klassieke grondrechten’.

Het is goed om alert te zijn op de fundamentele vrijheden en het is maar al te goed mogelijk dat minderheden in het nauw raken. Maar het is dan ook zaak om zorgvuldig te zijn en geen ‘ach en wee’ te gaan roepen als de overheid zich juist wel zorgvuldig tot haar taak beperkt, zoals nu het geval is en het bij vrijwilligheid en bij oproepen laat. En we mogen juist blij zijn als de overheid bezwaren van mensen serieus neemt en daar met argumenten op in gaat. De bereidheid tot luisteren is momenteel groot. En die beperkt zich niet tot de overheid. De aandacht voor de mazelenepidemie is misschien wat overdreven groot, maar wat de laatste week vooral opviel, is hoezeer juist mensen uit reformatorische hoek – die nogmaals op dit punt niet één standpunt innemen – in de media een kans kregen om hun zegje te doen.

Door onvoldoende te onderscheiden tussen een oproep en dwang en door de overheid en politici theologiseren te verwijten, schieten Huijgen en Spruyt in dit geval hun doel voorbij. Met hun pleidooi tegen dwang en voor vrijheid kan ik het alleen maar eens zijn en daarbij hebben ze de overgrote meerderheid van de politici aan hun kant. Daar zouden ze meer op hebben moeten letten.

(113)

13 juli 2013

Overgevoelig – Over de reacties op wat Borst, Dupuis en Rutte over vaccinatie zeiden

door Jan Dirk Snel

Vrijdagmorgen 12 juli 2013 opende het Algemeen Dagblad met de kop ‘Politici: ent uw kinderen in’. ‘Borst en Dupuis roepen predikanten op vaccinatie te adviseren’ verduidelijkte de onderkop. Daarmee is het voornaamste eigenlijk ook wel gezegd.

Het gaat over de mazelenepidemie die momenteel in de refogordel – die als een schuine streep van Staphorst tot Walcheren over Nederland loopt en in tegenstelling tot de Amerikaanse Bible Belt ook daar een (weliswaar opvallende) minderheidscultuur vormt – heerst en daar maken oud-minister van volksgezondheid Els Borst (D66), arts, en senator Heleen Dupuis (VVD), ethica, zich zorgen over. Wat de aanleiding tot het artikel vormt, is verder niet goed duidelijk. Zijn beide politici samen naar de krant gestapt? Of heeft de krant op eigen initiatief om hun mening gevraagd? We krijgen het niet te horen, maar het laatste lijkt het waarschijnlijkst, omdat bijvoorbeeld Els Borst afzonderlijk wordt geciteerd. Het lijkt er niet op dat de dames eerst gezamenlijk een verklaring hebben opgesteld en die hebben opgestuurd. Vrijdagavond sloot minister-president Mark Rutte zich bij hun oproep aan en in zijn geval weten we wel dat hij gewoon antwoord gaf op vragen van journalist Sven Kockelmann.

Laat ik maar direct opmerken dat dit niet gaat werken. Dat doen zulke oproepen namelijk nooit en het verbaast me dan ook niet dat het Nederlands Dagblad gisteravond meldde dat predikanten uit bevindelijk-gereformeerde kerken ‘boos over de oproep’ zijn. Dat kon je verwachten. Wat me wel verbaasde, was hoe ook veel anderen reageerden.

Scheiding van kerk en staat
Exif_JPEG_PICTURE
Ten eerste is daar de wonderlijke redenering dat Borst, Dupuis en later ook Rutte de scheiding van kerk en staat zouden schenden. Dat nu is volstrekte onzin en het toont alleen maar aan hoe onbegrepen dat principe is. De scheiding van kerk en staat betekent in essentie dat de staat niet meer één kerk faciliteert en vooral niet langer koeioneert. Vaak wordt gezegd dat het betekent dat beide instanties zich niet met elkaars interne aangelegenheden bemoeien, maar dat is een beetje overdreven. Ten tijde van de Nederlandse Republiek kreeg de kerk heel weinig kans zich met interne staatsaangelegenheden te bemoeien. Dat lieten de regenten eenvoudigweg niet toe. Daarentegen stuurden die in diverse steden wel commissarissen-politiek naar ker­ken­raads­ver­ga­de­ringen. Na de scheiding van kerk en staat in 1796 was het daarmee afgelopen. Verder zegt het beginsel trouwens heel weinig over de werkelijke verhoudingen. Heel lang heeft de Nederlandse overheid kerkgenootschappen, maar dan ging het dus niet meer over één denominatie, financieel gesteund. Dat is nu niet meer zo. De scheiding kan op diverse wijzen uitgewerkt worden en de band is nu minimaler dan die ook lange tijd na de formele scheiding nog was.

Maar wat de scheiding van kerk en staat ook precies betekent, ze houdt in geen geval in dat beide instituties zich niet over de ander mogen uiten. Met name de Nederlandse Hervormde Kerk heeft in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, de tijd van de Doorbraak, zich uitvoerig over politieke zaken uitgelaten en dat is intussen wel minder geworden, maar nooit helemaal opgehouden. De Protestantse Kerk in Nederland heeft bijvoorbeeld bij de Europese Commissie van sociale rechten een klacht ingediend over hoe de Nederlandse overheid met illegalen omgaat en die is onlangs ontvankelijk verklaard. Daarmee bemoeit deze kerk zich tamelijk gedetailleerd met het overheidsbeleid en daar is niets op tegen.

Maar het valt dan ook moeilijk in te zien waarom politici geen oordeel over de opstelling van kerken mogen geven. Els Borst is bovendien vooral oud-politicus, al is ze ook nog minister van staat. Heleen Dupuis is Eerste Kamerlid. Als minister-president spreekt Mark Rutte uiteraard namens de regering, maar ik kan echt niet inzien waarom hij de oproep van Borst en Dupuis niet zou mogen ondersteunen. Ik zie ook niet in waarom hij zijn persoonlijke opvattingen niet zouden mogen uiten, zolang die niet met het algemene kabinetsbeleid strijden. Dat doen ministers altijd en dat verwachten we ook van ze. Zijn voorganger Jan Peter Balkenende liet zich ook regelmatig uit over zijn geloofsopvattingen en Rutte doet nu niet anders. De overheid is niet neutraal en dat verwachten we ook niet. Het is volstrekt duidelijk dat de overheid een hoge vaccinatiegraad wenselijk vindt en ze past daarbij geen enkele gewetensdwang toe. Maar een politicus mag best inhoudelijk op opvattingen over inenting ingaan. Het staat een ieder vrij het daar al dan niet mee eens te zijn. Het lijkt me ook onzin om te zeggen dat Rutte nu ineens voor theoloog speelt, al zou ook daar niets op tegen zijn. Hij spreekt simpelweg als gelovige en hij zegt daarbij bovendien dingen waar het merendeel van de christelijke – en waarschijnlijk ook andere – gelovigen het in hoofdzaak mee eens is. Er zijn weliswaar mensen die graag zouden zien dat hij ook over andere zaken – de omgang met asielzoekers bijvoorbeeld – zo persoonlijk zou spreken, maar daarmee onderschrijf je in feite alleen maar dat hij in zijn persoonlijke uitingen in zijn recht staat.

Gods wil
Het tweede dat me opviel, is dat heel weinigen inhoudelijk ingingen op wat Borst, Dupuis en Rutte daadwerkelijk zeiden. Als ik het goed zie, haalde het Algemeen Dagblad slechts één zin van Els Borst aan. Verder wordt er nog één zin aan Heleen Dupuis toegeschreven – dat het ‘bijna wachten’ is op een nieuwe uitbraak van polio en dat de gevolgen dan ‘nog ingrijpender’ zullen zijn – terwijl van de volgende twee citaten niet met zekerheid te zeggen valt of die aan beiden toegeschreven kunnen worden of alleen aan Dupuis, wat op zich het waarschijnlijkst lijkt, omdat zij de laatste was die daarvoor aan het woord kwam. Het zijn in ieder geval geen uitlatingen waar ook maar iemand zich aan kan stoten: ‘De beslissing is uiteindelijk aan ouders zelf’ en ‘We weten nog van de uitbraak in 1999 dat veel mensen zich niet meldden’. Alleen de uitspraak van Els Borst gaf aanleiding tot veel commentaar:

‘Als alles de wil van God is, dan is de uitvinding van het vaccin dat ook net als autogordels.’

Eigenlijk valt er zo heel weinig over de betekenis van de zin te zeggen. We weten niet eens hoe die in haar achterliggende betoog past. Het is in ieder geval een conditionele zin. Het enige dat we eruit op kunnen maken, is dat ze vaccinatie als voorzorgsmaatregel vergelijkt met andere preventieve, levensbeschermende middelen als het dragen van autogordels. Dat die vergelijking geen indruk zal maken, betoogde Bart Jan Spruyt gisteren overigens terecht in een column in het Nederlands Dagblad – die hij ook op zijn weblog plaatste – maar onbegrijpelijk is ze nou ook weer niet. Het lijkt erop dat de commotie vooral ontstaan is doordat het ANP op grond van de intro van de AD-journalisten van de voorwaardelijke uitspraak (‘als’) een meer stellige uitspraak maakte en die bovendien aan beide dames toeschreef:

‘Vaccineren is niet tegen de wil van God’

Vooralsnog lijkt het mij het meest waarschijnlijk dat Els Borst reageerde op redeneringen die wel door tegenstanders van vaccinatie worden opgevoerd, namelijk dat ook een ziekte uit ‘Gods vaderlijke hand’ voortkomt. Dat was bijvoorbeeld wat studiogast Jan Boers op maandag 1 juli bij Knevel en Van den Brink zei. En het is duidelijk dat hij daarmee op een bepaalde manier aansloot bij de bekende woorden uit ‘zondag 10’ van de Heidelbergse Catechismus:

‘Vraag 27: Wat verstaat u onder de voorzienigheid van God?
Antwoord: De almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, waarmee Hij hemel en aarde met alle schepselen als door zijn hand nog onderhoudt en zo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, ja alle dingen ons niet bij toeval, maar uit zijn vaderlijke hand toekomen.’

Het lijkt me niet zo gek te denken dat Els Borst daar met haar ‘als alles de wil van God is’ zo ongeveer op doelde. De redenering is dan dat als ziekte uit Gods hands komt, dat dan middelen om die tegen te houden ook door God gegeven zijn. Borst formuleerde dat conditioneel: als je zo denkt, dan zou je ook dat kunnen denken. Minister-president Rutte vulde het minder voorwaardelijk in toen hij betoogde dat ‘er ook voor is gezorgd dat er vaccins zijn’. Maar smalende commentaren dat Els Borst Gods wil meende te kunnen kennen, lijken me voorbarig en dat Rutte daar wel nadere uitspraken over doet, lijkt me nu ook weer niet zo gek. Veel mensen redeneren zo. Het verschil met een naturalistisch wereldbeeld is ook weer niet zo groot: de ‘natuur’ – wat dat ook moge zijn – maakt dat we ziekten oplopen, maar de ‘natuur’ heeft ook ons mogelijkheden gegeven daar iets tegen te doen, ook preventief.

Maar wat me eigenlijk het meest opviel, is dat veel mensen niet eens de moeite namen om net als Rutte met een inhoudelijke redenering te reageren, niet in zijn trant, maar er ook niet tegen in. Men reageerde louter formeel: Borst, Dupuis, en later Rutte, zouden zich van dergelijke redeneringen moeten onthouden. Maar waarom eigenlijk? Het gaat toch om redeneringen die heel veel mensen volgen? Er is toch niets vreemds aan?

Overgevoelig
Het komt me voor dat velen wel erg overgevoelig redeneren. Vanuit de aangesproken kring zelf valt dat enigszins te begrijpen, maar het is ook wat zwak. Men heeft kennelijk interne redeneringen om het eigen handelen te legitimeren, maar als een buitenstaander daar dan op ingaat, antwoordt men niet met een inhoudelijke tegenredenering, maar alleen maar met iets in de trant van: bemoeit u er zich niet mee.

Hoe dat zo komt, legden Bart Jan Spruyt en vooral Maarten Wisse in een blog goed uit. Maar hun uitleg is ook nogal ontmaskerend. In feite komt het erop neer dat de theologische redeneringen volgens de traditionele christelijke leer ook werkelijk niet voldoen en ook intern in feite niet overtuigen. Het gaat vooral om verzet tegen de moderne wereld en om het vasthouden aan de zeden van de eigen subcultuur. Menselijk en goddelijk handelen worden in het antivaccinatiestandpunt op een merkwaardige wijze tegen elkaar uitgespeeld. De redenering dat men God niet in de weg wil staan, getuigt intrinsiek in feite van een grote zelfoverschatting: alsof men dat zou kunnen. Het gaat hier ook om een typische Nederlandse traditie, waarvan men de zakelijke oorsprong wel kan begrijpen. Begin negentiende eeuw was inenten soms niet ongevaarlijk en als een kind aan een verkeerde dosering overlijdt, is dat natuurlijk hartverscheurend: men heeft dan zelf de dood van een kind veroorzaakt, althans zo ervaart men dat. Maar dat is allang niet meer het geval, zoals Ben de Jong, internist in opleiding, donderdag in het Reformatorisch Dagblad naar mijn idee overtuigend betoogde. Het gaat alleen nog maar om een eigen traditie die vanaf Abraham Capadose tot op heden in stand wordt gehouden.

Vaak wordt er daarbij op de persoon gespeeld. Men mot deze boodschappers niet. Els Borst was de minister die de euthanasiewetgeving tot stand bracht en daar moet men in bevindelijk gereformeerde kring niets van hebben. En al snel wordt dan haar uitspraak destijds – ‘het is volbracht’ – weer aangehaald, maar men vergeet dan wel wat ze daar op 15 december 2012 in NRC Handelsblad over zei. Ik citeer:

U werd bijna weggestuurd toen u na het aannemen van de Euthanasiewet in deze krant ‘het is volbracht’ zei, Christus’ laatste woorden aan het kruis.
“En dat op de zaterdag voor Pasen. Het was een blunder, koren op de molen van de kleine christelijke partijen. De minister drijft de spot met ons. Dat was natuurlijk helemaal niet mijn bedoeling. Flauw om te zeggen, maar bij twee van de evangelisten waren het helemaal niet Christus’ laatste woorden.”
Dat heeft u opgezocht?
“Zeker. Ik heb een aantal bijbels hier in de kast en ook de concordantie. Toen ik nog medisch directeur van het AZU was [nu het UMC Utrecht] las ik met Kerst op de afdeling psychiatrie het Evangelie van Lucas voor. Bij sommige patiënten liepen dan de tranen over de wangen. Met mijn man ging ik elk jaar naar de Matthäus. Ik ken de tekst uit mijn hoofd.”

Het wordt dan ook tijd dat men daar eens over ophoudt. Bovendien is een dergelijke verwijzing naar andere opvattingen van een spreker zakelijk niet erg overtuigend. Ook Heleen Dupuis zet men wel erg gemakkelijk weg. Ze heeft nota bene theologie gestudeerd en is ook in de godgeleerdheid gepromoveerd. Het komt me voor dat men Mark Rutte wat minder gemakkelijk als ‘andersdenkende’ kan wegzetten.

Open debat
Maar, dat is mijn punt, volgens mij komt men er met dergelijke afwerende formalistische redeneringen niet. Het merkwaardige is trouwens dat velen die inhoudelijk het antivaccinatiestandpunt niet delen, die vanuit een soort beschermende houding gemakkelijk overnemen.

Het gaat hier niet om gewetensdwang, maar om een open vrije discussie en daarbij zou men gewoon op argumenten in moeten gaan. Als ik het goed begrijp, is er in vroeger jaren overigens wel degelijk sprake geweest van indirecte vaccinatiedwang. Tot 1928 moest elk schoolgaand kind gevaccineerd zijn en sinds de invoering van de leerplicht op 1 januari 1901 gold die dus feitelijk voor elk kind. Het is een goed principe om geen gewetensdwang toe te passen en verplichte inenting is volgens het overigens vrij zwakke grondrecht op ‘onaantastbaarheid’ van het lichaam uit artikel 11 van de Grondwet waarschijnlijk weliswaar niet onmogelijk – de wet kan immers uitzonderingen maken en die zijn er ook veelvuldig – maar dient wel uiterst zorgvuldig onderbouwd te worden.

Het is goed dat onze samenleving en onze overheid behoedzaam omgaan met gewetensbezwaren, ook als dat zo te zien vooral subculturele groepsbezwaren zijn, en het getuigt van fijngevoeligheid om oog te hebben voor afwijkende morele regimes, maar het lijkt me geen reden om een inhoudelijke discussie op argumenten uit de weg te gaan. Zich verschuilen achter formalisme werkt niet meer in een maatschappij die voortdurend over alle mogelijke onderwerpen in discussie is. Ook afleidingsmanoeuvres – kijk eens naar de antroposofen, de meeste bezwaarden komen uit andere kring – zijn niet echt overtuigend als de overheid nu met een welomschreven probleem in bepaalde kring geconfronteerd word.

Ook eerder heeft de overheid geprobeerd om mensen te overtuigen. Na de polio-epidemie eind jaren zeventig verscheen er in 1980 bijvoorbeeld een boekje van de hand van de ethici J. Douma en W.H. Velema, Polio. Afwachten of afweren?, dat mogelijk gemaakt werd door het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en waarin staatssecretaris Els Veder-Smit het voorwoord schreef. Het lijkt me dat het optreden van minister-president Rutte nu in dezelfde lijn ligt. Het probleem is alleen dat dergelijke druk van buiten vaak niet werkt, maar eerder een defensieve reactie oproept. Het lijkt me juist om de morele vrijheid van de betrokkenen te respecteren, juist als we redeneringen inhoudelijk niet kunnen begrijpen. Maar tegelijk komen allerlei pogingen van anderen om ze formalistisch in bescherming te nemen niet al te geloofwaardig over.

En verder ben ik het eigenlijk gewoon met Malou van Hintum eens die op 3 juli in de Volkskrant betoogde dat men niet kan zeggen dat ‘ouders die weigeren hun kinderen te laten vaccineren, een gevaar zijn voor de volksgezondheid’. Laten we vooral nuchter blijven, maar ondertussen het inhoudelijke open debat niet onmogelijk maken.

(112)