Posts tagged ‘De Telegraaf’

20 november 2012

Hoe De Telegraaf desinformatie verspreidde – Kees Hulsman over wat Dries van Agt wél zei

door Jan Dirk Snel

.:.

Een week geleden publiceerde ik hier een stukje over Afshin Ellian en zijn aantijgingen tegen Dries van Agt. Ik ontving daarop een een e-mail van Cornelis (Kees) Hulsman, hoofdredacteur van de bekende site Arab West Report, die bij de bijeenkomst in Museumpark Oriëntalis (Heilig Landstichting, gemeente Groesbeek, nabij Nijmegen) aanwezig was geweest. In een reactie onder het bericht had ik daar al voorzichtig aan gerefereerd, zonder de naam te noemen overigens. Afgelopen zaterdag reageerde Kees Hulsman openbaar met een uitvoerig commentaar onder mijn stuk (dat ik na een afwezigheid van enkele dagen pas later toegankelijk kon maken).

Kees Hulsman (foto: Wikipedia)

De Telegraaf
Vanwege het belang van dit verslag en commentaar van een ooggetuige heb ik besloten het hieronder nog eens afzonderlijk te publiceren. Het valt dan hopelijk iets meer op. Ik heb de tekst volledig intact gelaten [dat is nu niet meer zo: ik heb nu enkele passages geschrapt, zie het naschrift], maar het wel even op spelling, verschrijvingen en dergelijke geredigeerd; iedereen kan de oorspronkelijke versie desgewenst ook bekijken [nu niet meer, zie ook hiervoor het naschrift]. En voor de helderheid heb ik tussenkopjes aangebracht (en in de e-mail die wordt weergegeven, heb ik ze voor de zekerheid tussen rechthoekige haken geplaatst).

Wel is duidelijk dat De Telegraaf bewust desinformatie verspreidde en dat dat maar al te gretig door andere media, waaronder Elsevier en het Reformatorisch Dagblad werd opgepikt en aangedikt; zie daarover ook mijn vorige stukje. Het bericht op de voorpagina van De Telegraaf van vrijdag 9 november 2012 onder de kop ‘Joodse staat in Duitsland’ , dat als zodanig slechts 167 woorden telt, begon als volgt:

‘De pro-Palestijnse activist Dries van Agt heeft gisteren het bestaansrecht van Israël afgewezen en gesuggereerd dat na de Tweede Wereldoorlog een deel van Duitsland had moeten worden ingeruimd als Joodse staat. Joden hebben een veilige plek nodig. Waarom hebben de Joden indertijd geen veilige thuishaven in Duitsland gekregen. Waarom moest dat zonodig Palestina zijn, zei Van Agt, die applaus oogstte van de aanwezigen, onder wie veel traditionele moslims.’

Een interview in het Reformatorisch Dagblad
Het is volstrekt duidelijk dat hier van bewuste desinformatie sprake was, om het maar eens erg voorzichtig te formuleren. Van Agt had het bestaansrecht van Israël niet afgewezen. Tot eer van het Reformatorisch Dagblad – en verslaggever Jacob Hoekman – moet gezegd worden, dat het in het geval aanleiding zag nadere helderheid te verschaffen door Van Agt zelf te interviewen. Dat stuk verscheen vrijdagavond op de website onder de titel ‘Oud-premier Van Agt “zag het licht” in Bethlehem’. Ik raad een ieder aan dat vooral te lezen. De tekst hieronder is verder volledig van de hand van Kees Hulsman.

De reactie van Kees Hulsman

 

Achtergrond
Ik was bij de presentatie van Van Agt aanwezig. Allereerst mijn achtergrond ten aanzien van de lezing. Ik ben op 8 oktober uitgenodigd door de Egyptisch-Nederlandse zakenman Dr. Wahaab Abdallah om in Nijmegen over ons werk in Egypte te spreken (www.arabwestreport.info). 8 oktober was de dag dat de Egyptische ambassadeur een welkomsreceptie gaf voor een Egyptische meerpartijendelegatie die Nederland bezocht. Van Agt was op deze receptie, Hanneke Gelderblom was hier voor D66 en zelf was ik er ook, naast Kamerleden, partijvertegenwoordigers van verschillende Nederlandse politieke partijen en individuele partijleden. Voor de goede orde: Van Agt en Gelderblom waren beiden door mij uitgenodigd voor deze receptie. Ik kon dat doen omdat ik de hoofdorganisator van deze delegatie was. Abdallah, ook uit Nijmegen, reed Van Agt naar Den Haag en bracht hem weer terug.

De bijeenkomst van 8 november
Het doel van de Egyptische delegatie naar Nederland was dialoog met Nederlandse partijen en Abdallah reageerde daarop door Van Agt, Gelderblom en mij uit te nodigen voor een dialoogbijeenkomst in Nijmegen. Hanneke Gelderblom zegde toe om na de presentatie van Van Agt over de dialoog Joden-Moslims te spreken. Zij behoort tot de Joods Liberale Gemeente van Nederland. Op geen enkele manier zouden zij of Van Agt namens een organisatie spreken, maar hun bijdragen waren persoonlijk.

Hanneke Gelderblom liet me een week van tevoren weten dat zij haar belofte tot haar grote spijt niet waar kon maken. Zij zou de presidentsverkiezingen in de VS waarnemen en zag dat haar vliegtuig op 8 november ‘s ochtends zou aankomen en niet de avond tevoren als eerder verwacht. Zij gaf me de namen van Harry Polak en Esther Voet (CIDI) om hen uit te nodigen om in plaats van haar aanwezig te zijn. Ik heb beiden gevraagd en beiden waren bereid geweest om te komen, ware het niet dat de vraag zo kort voor de betreffende datum kwam. Dat heb ik alle begrip voor.

Van Agt hoorde dit alleen op 8 oktober [dit moet november zijn, denk ik, jds] ’s ochtends en en ging direct naar huis om snel zijn standaardpresentatie over het Israëlisch-Palestijnse conflict op te halen. Het gevolg van het ontbreken van Joodse vertegenwoordiging, die dus heel duidelijk was uitgenodigd, was dat Van Agt de tijd van Gelderblom kreeg en die kon opvullen. Er was op dat moment ook niets anders mogelijk. Er was geen andere spreker en je kon niet verwachten dat de genodigden een uur, dat voor Gelderblom was ingeruimd, niets zouden doen.

Een journalist van De Telegraaf
Ik zat met Dr. Abdallah op de eerste rij en hoorde op een gegeven moment dat er een journalist van De Telegraaf was binnengekomen, foto’s had gemaakt en klaarblijkelijk ruzie had gemaakt met iemand die bij de ontvangst van de genodigden stond. Ik heb geen idee wie dat was, maar de ruzie ging over het feit dat hij niet was uitgenodigd en niet vooraf had gemeld dat hij zou komen en plotseling zich opdrong aan de organisatie, die daar niet op was voorbereid. De journalist vertrok weer nadat Van Agt zijn woordje had gezegd en that was it, dachten we op dat moment. Ik had er geen idee van dat deze journalist […] deze vuilspuiterij en leugens zou verspreiden. Toen ik op 11 november hiervan hoorde, schreef ik mw. Hanneke Gelderblom, Esther Voet en Harry Polak deze e-mail, die ik hier volledig weergeef:

Verzonden: zondag 11 november 2012 1:10
Aan: Hanneke Gelderblom; Esther Voet; Harry Polak
Onderwerp: wat is Federatief Joods Nederland […]

Beste Hanneke, Esther en Harry,

Ik was totaal verbaasd over artikelen in De Telegraaf en Reformatorisch Dagblad dat Federatief Joods Nederland aangifte heeft gedaan tegen oud-premier Van Agt. Voor zover ik weet, was niemand van hen aanwezig. […]

Van Agt heeft op de bijeenkomst in Nijmegen heel expliciet gezegd dat de Holocaust de grootste misdaad in de menselijke geschiedenis is. Hij maakte duidelijk het Zionisme niet te willen afwijzen. Hij heeft gezegd het dom te vinden dat Arabieren het delingsplan van 1947 niet hebben geaccepteerd en dat het daarom begrijpelijk is dat voor een tweestatenoplossing, Israël en Palestijnse staat, uit wordt gegaan van de grenzen van voor 5 juni 1967. Bezetting van in de Zesdaagse Oorlog veroverde gebieden vindt hij onacceptabel.

De berichtgeving was er klaarblijkelijk alleen op gericht om sensationeel en negatief over Van Agt te kunnen berichten.

[Bestaansrecht]
Het eerste bericht verscheen klaarblijkelijk in De Telegraaf van 9 november […]. Dat is niet op het internet terug te vinden, wel een verwijzing daarnaar door het ANP. Volgens het ANP zou De Telegraaf geschreven hebben dat Van Agt het bestaansrecht van de staat Israël afwijst. Ik ben bij de gehele presentatie van Van Agt aanwezig geweest en dit heeft hij beslist niet gezegd. De Telegraaf beweerde volgens het ANP ook dat Van Agt ‘heeft gesuggereerd dat na de Tweede Wereldoorlog een deel van Duitsland had moeten worden ingeruimd als Joodse staat.’ Van Agt heeft gezegd ‘dat het ‘logischer’ was geweest om de Joden een staat in Europa aan te bieden omdat hier de basis voor de Tweede Wereldoorlog lag. ‘Het Midden-Oosten had er helemaal niets mee te maken!’’

Dit was in de context van het verhaal dat de Palestijnen de prijs voor deze grote Europese misdaad moesten betalen. Jodenvervolgingen in Europa en de Holocaust hebben een stroom van migratie op gang gebracht, die vanuit het zicht van de migranten begrijpelijk was, maar voor de Palestijnen desastreus.

[Applaus en dialoog]
Het ANP bericht dat De Telegraaf schreef dat Van Agt met zijn uitspraken veel applaus onder de aanwezigen, ‘onder wie veel moslims’, oogstte. Van Agt heeft applaus geoogst, maar niet op het onderdeel waarin hij over Duitsland sprak.

Met ‘onder wie veel moslims’ wordt gesuggereerd dat Moslims tegen Israël zijn. Wat een vertekening. Dit waren moslims die voor dialoog waren!

Volgens […] Elsevier van 9 november zou Van Agt gezegd hebben: ‘Een dialoog tussen de Palestijnen en de Israëliërs is volgens Van Agt niet mogelijk. Een tweestatenoplossing komt er volgens de oud-premier dan ook niet: ‘Volslagen onzin om dat te hopen of te denken.’’

Wat een verwrongen weergave. Van Agt heeft niet gezegd dat een dialoog tussen Palestijnen en Israëliërs niet mogelijk is. Hij heeft ook aangegeven dat hij niet tegen het Zionisme in het algemeen is. Hij prees Een Ander Joods Geluid. Zijn ongeloof in een tweestatenoplossing was gekoppeld aan de verregaande settlementpolitiek waardoor de Westbank nu in vele onleefbare kleine eenheden is opgesplitst.

[Kristallnacht]
[Elsevier] belt met CDA-lid en communicatieadviseur Jack de Vries, die niet in Nijmegen aanwezig was, die dan zegt ‘Vooral met oog op de Kristallnacht (vanavond 74 jaar geleden) getuigen deze uitspraken van weinig respect voor de geschiedenis.’ Heeft De Vries dit echt spontaan gezegd of heeft de interviewer zijn verwrongen weergave van Van Agts woorden gegeven en dan De Vries gevraagd wat hij daarvan vond in het licht van de Kristallnacht-herdenking?

In ieder geval lijkt de verwijzing naar de Kristallnacht effect te sorteren. Het Reformatorisch Dagblad bericht vrijdagavond dat Federatief Joods Nederland (FJN) aangifte tegen Van Agt heeft gedaan. Voorzitter prof. mr. H. Loonstein vindt de uitspraken van Van Agt ‘een grove opzettelijke belediging.’ Opzet is voor hem evident, omdat hij deze vermeende uitspraken gedaan zou hebben kort voor de herdenking van de Kristallnacht. Van Agt zou volgens Loonstein aanzetten tot haat.

[Vertrouwen]
Jammer dat Loonstein alleen reageert op basis van hearsay en zelf niet bij de presentatie van Van Agt was. Het is ook heel jammer dat niet een van jullie zelf aanwezig kon zijn en zelf konden horen wat Van Agt te vertellen had. […]

Kennen jullie […] Federatief Joods Nederland? Wat is FJN voor een organisatie? De houding van prof. Loonstein lijkt veel op dat van activistische Koptische advocaten in Egypte; er wordt ergens iets beweerd, uitspraken worden niet geverifieerd, maar direct worden juridische stappen ondernomen. Ik vind dat niet erg sympathiek.

Met vriendelijke groet,

Kees

Heisa
Hanneke Gelderblom, Esther Voet en Harry Polak hebben daar in mails naar mij op gereageerd.  Gelderblom is op reis en schreef een korte mail: ‘nog steeds ontzettend jammer dat ik er niet bij kon zijn. moeten we beslist een andere keer overdoen.’ Esther Voet en Harry Polak schreven me hun commentaar dat ze het ook niet eens zijn met de standpunten van Van Agt, zoals ik ze in mijn email aan hen heb opgetekend. Dat is hun goed recht.

Belangrijk is echter dat we niet over meningen van anderen spreken op basis van wat media beweren, maar dat die contacten rechtstreeks zijn. […] Een totaal verwrongen weergave van de woorden van Van Agt. Natuurlijk is dat goed voor je eigen boterham. Je creëert een heisa en kunt dan weer meer daarover schrijven en dat betaalt natuurlijk. Ik hoop van harte dat de suggestie van Hanneke Gelderblom wordt opgevolgd: een nieuwe discussie tussen haar en Van Agt en dan wel een fatsoenlijke weergave daarvan!

Organisatie
Nog een opmerking over de organisatoren. Ik heb vooraf met ze gesproken, ze wilden uitdrukkelijk Joodse, Moslim en Christelijke bijdragen horen. Dat is positief. De organisatie liet echter nogal te wensen over. Het is veel te veel op het laatste moment georganiseerd. Met een langere voorbereiding en veel vroegere afspraken met sprekers had veel van dit voorkomen kunnen worden.

Nog een punt: Ik was dus op 8 november aanwezig. Ik ben op 9 november terug naar Egypte gevlogen in verband met werk voor ons kantoor in Caïro en ben in de afgelopen week extreem druk geweest met afspraken. Ik heb mijn e-mail aan Gelderblom, Voet en Polak aan Jan Dirk Snel gestuurd om hem daarmee te laten weten wat mijn weergave van de presentatie van Van Agt was. Ik heb Jan Dirk niet de antwoorden van de genoemde personen gestuurd. Dat moeten ze zelf doen. Ik heb alleen het antwoord van Hanneke Gelderblom doorgegeven waarin zij schrijft dat we dit nog een keer over moeten doen. Dat steun ik van harte! Dus door de zeer drukke reeks van presentaties die ik hier voor studenten in Caïro moest geven alsmede werk op kantoor, heb ik nu pas gereageerd. Vandaag is zaterdag, dat is ook een vrije dag in Egypte en dus eindelijk een moment om deze tekst te schrijven.

Naschrift 19 januari 2013
In het bovenstaande schrijven van Kees Hulsman heb ik enkele passages verwijderd. Ze zijn aangegeven door […].

Kees Hulsman ging er in zijn schrijven vanuit dat de onbekende journalist van De Telegraaf en de redacteur van Elsevier die als vervolg daarop twee korte berichten schreef, een en dezelfde persoon waren. Mij leek dat direct al een voorbarige conclusie. In mijn inleiding had ik in de derde alinea, die ik nu geschrapt heb, al geschreven dat ik daar ‘zonder nadere aanwijzingen’ zeker niet vanuit zou willen gaan; en daaraan toegevoegd: ‘mij komt dat vooralsnog zelfs ietwat onwaarschijnlijk voor’. En bij de eerste keer dat zijn naam in het schrijven van Hulsman viel en hij voor dezelfde persoon als de journalist van De Telegraaf werd gehouden, had ik al tussen haken toegevoegd: ‘deze conclusie, ook verderop, lijkt mij vooralsnog voorbarig’.

In december plaatste de genoemde Elsevier­-webredacteur een reactie onder dit bericht, waarin hij zijn verbazing over de identificatie uitte. Hij meldde dat hij alleen bij Elsevier werkte en zeker niet voor De Telegraaf, volgens hem een ‘ridicule suggestie’. Hij verzocht mij ‘de onterechte aantijgingen die hierboven worden geuit te rectificeren’. Dat heb ik vervolgens con amore gedaan. Aan mijn hierboven vermelde opmerking in de tekst van Hulsman had ik nu toegevoegd: ‘nadere opmerking december 2012: en inmiddels weten we dat ze volstrekt onjuist is; zie naschrift’.

In dat naschrift had ik nog eens geschreven dat de identificatie in het artikel volstrekt onjuist is. ‘Alles wat er dienaangaande over hem gezegd wordt, is dan ook ongegrond. ‘ Ik voegde daaraan toe: ‘Achteraf gezien had ik Kees Hulsman beter kunnen vragen zijn stuk te herschrijven met weglating van deze suggestie. Het punt waar het om ging, veranderde er immers niet door.’ Waarop ik de redacteur mijn excuses aanbood.

Een aantal dagen geleden ontving ik een e-mail van de betreffende redacteur, waarin hij overigens niet op de rectificatie inging, maar wel een nieuw verzoek deed. Hij verzocht mij nu vriendelijk het bericht te verwijderen. Het lijkt mij dat algehele verwijdering van gehele stuk te ver gaat. Daarvoor bevat het te veel waardevolle informatie. Maar ik kan heel goed begrijpen dat hij het onaangenaam vindt dat zijn naam bleef figureren in een stuk waarin het op die manier geen functie had. De kans bestaat dan immers altijd dat iemand bij snel googelen enkele zinnen leest en niet de rectificatie ziet. Ik heb daarom besloten alle passages waarin hierboven zijn naam viel, te verwijderen en door […] te vervangen en in één geval, waar dat zakelijk juist is, door [Elsevier].

De naam komt zo niet meer in het document voor. Dat is ook de reden dat ik zijn naam hier niet noem en zijn eigen reactie, die hieronder stond, nu verwijderd heb. Mijn oorspronkelijke rectificerende naschrift  en de rectificerende opmerking in het stuk van Hulsman heb ik ook verwijderd, en door dit nieuwe nawoord vervangen.

Ook de oorspronkelijke reactie van Kees Hulsman, die ik hierboven citeerde, heb ik nu onder het vorige stuk weggehaald. Een andere reactie daar van Kees Hulsman, waarin hij een e-mail aan de Elsevier-redacteur weergaf waarin hij deze om nadere informatie vroeg (en waar hij toen geen antwoord op ontvangen had), had ik in december, tegelijk met het plaatsen van de rectificatie, al verwijderd.

Ik hoop dat de zaak zo naar tevredenheid afgedaan is. Het ging in dit stuk en het vorige om de goede naam van een medemens, Van Agt, die door De Telegraaf en de daarop volgende publiciteit door het slijk was gehaald. Het was uiteraard niet de bedoeling daarbij de goede naam van een ander vervolgens aan te tasten. Vandaar al de aanvankelijke behoedzaamheid en vervolgens de rectificatie. Door de naam nu geheel weg te laten hoop ik dat ik ook aan het nieuwe verzoek naar de intentie daarvan voldaan heb.

(80)

8 november 2011

Minder kans voor vonnismijders en vonnisvluchters

door Jan Dirk Snel

.:.

Present at the Creation luidde de titel die Dean Acheson in 1970 aan zijn memoires meegaf. Hij was, onder meer in zijn rol als secretaris van een genootschap van toen nog achtenveertig staten, dat zich bescheiden de Verenigde Staten van Amerika noemt en dat destijds voorgezeten werd door Harry S. Truman, aanwezig bij de geboorte van de Koude Oorlog. Het is maar wat je onder scheppen verstaat.

Amsterdamse banpaal in Sloten. In vroeger tijden was verbanning, de plicht om een stad te mijden, een gebruikelijke straf (foto: jpmm)

Hoe het ook zij, een soortgelijk gevoel bij de geboorte van iets nieuws aanwezig te zijn, maar dan heel erg in het klein, overviel mij dertien dagen geleden, op woensdagmorgen 26 oktober 2011. Ergens tussen negen en tien uur die ochtend opende ik de Nederlandse versie van Google News en op de voorzijde – niet dat er een achterzijde is (daar staat bij mij alleen ‘Toshiba’) – viel mijn oog onmiddellijk op de kop ‘Teeven zet in op vonnismijders’. Het bleek om een klein berichtje op de site van het Eindhovens Dagblad te gaan, dat om 8.46 uur geplaatst was en dat meldde dat de staatssecretaris ‘meer werk’ ging maken van ‘mensen die een straf opgelegd hebben gekregen, maar die ontlopen.’ De bewindsman, die vanuit een eerder leven een reputatie als crimefighter hoog heeft te houden, wilde de mogelijkheden om enkele tienduizenden ‘vonnismijders alsnog te pakken, aanzienlijk verruimen.’ Het was niet zozeer de daadkracht van Fredrik Teeven, de eerste staatssecretaris die zich, sinds het ministerie een paar staatsvormen terug in 1798 werd opgericht, expliciet om onze veiligheid bekommert (je moet er maar op komen), als wel dat woord, vonnismijders, dat mijn aandacht trok. Dat had ik bij mijn weten nog niet eerder gezien.

De geboorte van een woord
En dat was ook zo. Even wat goochelen met Google bevestigde dat het woord goed een uur oud was, althans pas die ochtend aan het licht was gekomen. Slechts enkele vermeldingen waren er te vinden, alle van na acht uur, en alle gingen terug op hetzelfde ANP-berichtje over onze voortvarendheid uitstralende stas van veiligheid en gerechtigheid. Ook Google had, kon je toen nog goed zien, tot die ochtend nog nooit van het woord gehoord. De vraag was alleen wie het woord had uitgevonden. Of waar dat gebeurd was. Ik ging er, net als Trouw-taalrubriekverzorger Jaap de Berg, die het woord dezelfde dag signaleerde en er op zaterdag 29 oktober een stukje aan wijdde, eigenlijk vanuit dat het woord wel op het ministerie verzonnen zou zijn.

Woorden aan elkaar plakken is in het Nederlands niet moeilijk en elke dag ontstaan zo achteloos en veelal onopgemerkt nieuwe samenstellingen, die even gemakkelijk weer verdwijnen, maar dit leek toch een ander, meer specifiek geval, mogelijk een onderdeel van een uitgekiende campagne. Wie een nieuw probleem ziet, of misschien ook wel een oud probleem, en dat eens goed onder de aandacht wil brengen, doet er verstandig aan een nieuwe term te munten, die de geest van de hoorder of lezer er automatisch op richt. Woorden scheppen begrippen, delen onze wereld in en geven die vorm. Ze kunnen zelfs een nieuw partje aan de wereld toevoegen. Ook in die zin kon ik het terechte gevoel hebben aanwezig te zijn bij de schepping van een nieuwe begrip en een nieuwe realiteit

De behoefte aan een specifieke term kan men ook wel begrijpen: wie de tenuitvoerlegging van zijn straf vermijdt, is nog niet direct aan voortvluchtige in de volle zin des woords. Het zal er immers om gaan dat een sanctie ten uitvoer kan worden gebracht en dat kan ook een taakstraf of een geldboete zijn. Daar heeft men de veroordeelde wel even voor nodig, maar ook weer niet blijvend. Vandaar dat men kennelijk een ander woord zocht dat een hele groep kan omvatten. Helemaal vlekkeloos is het woord volgens Jaap de Berg overigens niet. Nadat hij ons uitgelegd heeft dat er meer mijders zijn, waaronder zorgwekkende zorgmijders – men ziet het Suske en Wiske-album al voor zich – en dat het Engelse avoiders wel model zal hebben gestaan, schrijft hij ter onderbouwing van zijn oordeel:

‘Wat de delinquenten mijden, is immers niet zozeer het vonnis, de rechterlijke uitspraak, als wel de tenuitvoerlegging van de straf. De voorkeur verdient daarom een synoniem dat al enkele jaren in omloop is: strafontlopers.’

Hij had die conclusie al verraden in het zeker adequate opschrift: ‘Straftontlopers nu opeens vonnismijders’. Merk overigens op dat het ANP-stukje ook expliciet sprak over ‘mensen die een straf opgelegd hebben gekregen, maar die ontlopen.’ Maar juist dat maakte het vermoeden dat vonnismijders van de staatssecretaris of zijn departement afkomstig was, des te plausibeler. De vraag was dan vooral in welke context en met welke specifieke invulling de term geïntroduceerd werd.

Op zoek naar een brief
Uit andere versies van het ANP-bericht – hier die bij De Pers, die volledig lijkt te zijn en waar geen zinnen of alinea’s uit zijn gehaald, zoals her en der het geval is – bleek dat de staatssecretaris ‘een brief met zijn plannen aan de Tweede Kamer gestuurd’ had. Op zoek naar dat document dus. Maar hoe ik die woensdagmorgen tussen negen en tien ook zocht op overheidssites als Rijksoverheid en Officiële bekendmakingen, nergens kon ik ook maar een spoor vinden van een brief die over dit onderwerp zou kunnen gaan. Het is op zich geen onbekend verschijnsel: de pers blijkt vaak veel eerder over officiële overheidsdocumenten te beschikken dan dat ze door ministeries aan het publiek beschikbaar gesteld worden. Ik ben dan altijd wel benieuwd of zo’n brief op het moment dat journalisten erover schrijven, al wel ouderwets fysiek bij de leden van de Tweede Kamer is beland. Of moeten die net als wij, eenvoudige burgers, ook maar geduld betonen?

Een paar dagen later besloot ik nog eens te kijken of de brief inmiddels wel te vinden was, en ja hoor, in de loop van woensdag 26 oktober bleek het Ministerie van Veiligheid en Justitie twee Kamerstukken op Rijksoverheid gezet te hebben. Het ene, bestaande uit enkele Kamervragen – kijkt u zelf maar even – was een treffende invulling van het sartreaanse néant, het andere werd omschreven als ‘Brief Tweede Kamer: Uitvoeringsketen strafrechtelijke beslissingen’. Dát moest het schrijven zijn waar ik naar zocht. Het vervelende was alleen dat geen enkele link naar een pdf was bijgevoegd, zoals dat gebruikelijk is. Ik besloot daarop navraag te doen en zo’n vraag via de site komt dan automatisch bij Postbus 51 terecht. Op maandag 31 oktober om 12.39 – de tijd doet er in dit geval toe, zal zo blijken – kreeg ik een ontvangstbevestiging. Twee en vier dagen later meldde men mij dat men er nog niet uitkwam, maar gisteren, 7 november 2011, precies na een week dus, ontving ik een e-mail van de directie voorlichting van het ministerie, waar een pdf van de brief als bijlage bijgevoegd was. Ook toen bleek de brief nog steeds niet op Rijksoverheid te staan, maar inmiddels is het erratum hersteld. Als je eenmaal over de tekst beschikt, is het ook veel gemakkelijker om door bijvoorbeeld een zin in te vullen – de meeste zinnen in onze taal, ook de meest clichématige, zijn uniek – te zoeken of een document ook elders staat. Welnu, het bleek dat de brief op maandag 31 oktober om 16.10 uur tien op Officiële bekendmakingen was geplaatst (en vervolgens ook elders was overgenomen). Ik had dus inderdaad gezocht naar een brief die toen nog onvindbaar was.

De brief gevonden
Ik was dus benieuwd. Het is, dat zie je al na een paar zinnen, geen brief van het type dat je met rode oortjes uitleest en de elf keer, meest in het meervoud gebezigde term ketenwerkproces vormt daar in zijn eentje al een aanwijzing voor, maar gebruik van de zoekfunctie liet binnen een oogwenk zien dat de vonnismijder in dit schrijven in ieder geval niet zijn opwachting maakt. Het verbum mijden komt er trouwens sowieso niet in voor, en ook alle varianten met ontlopen ontbreken. Kortom, wat ik – en ook Jaap de Berg – tot dusverre bij aan gebrek bij documentatiemateriaal veronderstelde, bleek niet te kloppen. De vonnismijders moesten een andere oorsprong hebben dan het brein van Fred Teeven of een zijner ambtenaren. Verrassend.

Het leek me goed nog eens weer naar een paar versies van het ANP-berichtje van woensdagochtend 26 oktober te kijken. Wat veel kranten kennelijk graag wegknipten, maar het Eindhovens Dagblad in zijn summiere versie wel liet staan, was dat een woordvoerder van het ministerie een en ander meldde ‘naar aanleiding van berichtgeving in De Telegraaf’. Daar had ik eerder op moeten letten. Even zoeken en ja hoor, om 5.30 uur die morgen – wakker Nederland, hè – was er een berichtje op de site verschenen over de ‘Jacht op onvindbare ‘veroordeelden’’ en daarin werd gesproken over ‘ruim 6500 criminelen die al meer dan drie jaar onvindbaar zijn’. Dat zijn inderdaad gegevens uit de genoemde brief. Ik geloof trouwens dat 6500 onder de tienduizenden van het ANP ligt, maar dit terzijde. Belangrijker was de toevoeging dat de papieren krant die dag meer over dit onderwerp bevatte. En inderdaad, het bleek dat het omstreden dagblad er zelfs groot mee opende: ‘Jacht op vonnisvluchter’. Groot is dan overigens vooral een aanduiding voor de kop – het is een krant die je, weet ik uit ervaring, uitstekend mee kunt lezen vanaf een balkon op driehoog – niet voor het bericht, want dat blijkt – hier is het overgenomen – nogal beknopt te zijn. Maar wat nu belang is, ook daarin zal men geen vonnismijders aantreffen, niets met mijden trouwens, maar wel worden deze lieden die ‘de dans ontspringen’ en hun straf of boete ‘met succes ontlopen’, ‘weglopers’ genoemd.

Vonnisvluchters
Het wordt tijd op een ander woord te letten dat ondertussen al gevallen is: vonnisvluchter, het woord uit de Telegraaf-kop. Het ziet er naar uit dat de openbaring daarvan van dezelfde ochtend is, wat alleen al ondersteund wordt door het gegeven dat een zoekopdracht naar teksten met dat woord, maar zonder het begeleidende ‘jacht’ niets oplevert. We kunnen nu een plausibele gang van zaken reconstrueren. Het ziet er naar uit dat het ongeveer als volgt is gegaan. Op dinsdag 25 oktober besloot De Telegraaf de volgende dag te openen met de op zich tamelijk saaie brief van de staatssecretaris. Het was een koppenmaker van die krant die de term vonnisvluchter bedacht om de lieden achter ‘de 6500 zaken die langer dan drie jaar in het OPS geregistreerd staan’ – OPS is opsporingsregister – een gezicht te geven. In het bericht zelf valt de term nergens.

De volgende ochtend kreeg een wakkere of misschien ook nog niet zo wakkere redacteur van het ANP de grote krant onder ogen en die dacht: daar moeten we even achteraan. Het zal trouwens wel in overleg zijn gegaan. In alle vroegte werd een voorlichter van het departement van justitie getraceerd, en die kon wel bevestigen dat wat in De Telegraaf stond, klopte. Zo ongeveer de gehele inhoud van het ANP-bericht is afkomstig uit de grote ochtendkrant, zodat men de woordvoerder alleen nog maar als officiële bron nodig had. Overigens komt de advocaat van de verdachte, die in de laatste zin opduikt, zo niet in De Telegraaf voor en die staat zo ook niet in de staatssecretariële brief. Men heeft na het gesprek met de woordvoerder zelf nog een kleinigheid kunnen toevoegen. De vonnisvluchter van De Telegraaf zette de ANP-redacteur in zijn weergave vervolgens om in vonnismijders.

En vervolgens ging het bericht het land in. Kennelijk werden er twee suggesties voor een kop meegeleverd. Een deel van de media publiceerde het bericht net als het Eindhovens Dagblad, waar ik het het eerst zag, onder het hoofd ‘Teeven zet in op vonnismijders’. Een ander deel koos voor ‘Justitie maakt jacht op ‘vonnisvluchter’’, waarin de verwijzing naar de uitvindende krant dus beter behouden werd. Maar in alle versies wordt in het bericht zelf alleen over vonnismijders gesproken. Uiteraard kan het allemaal net iets ander gegaan zijn, maar dit lijkt een tamelijk plausibele reconstructie, zou ik zeggen.

Nieuws maken
Het bleek dus allemaal net iets anders te zijn dan ik verwacht had. Wat ik die woensdagmorgen zag, was achteraf gezien al de tweede geboorte van een nieuw woord op één dag. Het jonge vonnisvluchter had binnen enkele uren vonnismijders gebaard. Enerzijds was het dus nog boeiender en gecompliceerder dan ik toen besefte, anderzijds bevat deze uitkomst ook wel iets teleurstellends. Direct toen ik de vonnismijders zag, dacht ik dat de levensduur van dit woord weliswaar wel eens tamelijk beperkt kon zijn, maar dat het wel een goede kandidaat voor op zijn minst de eindjaarlijkse lijsten met nieuwkomers zou zijn. Maar nu blijkt dat er geen departementale strategie achter zit, maar het een journalistieke vinding is, is de kans dat het in de Tweede Kamer en andere debatten opgepikt gaat worden, veel geringer. Het woord zou dus wel eens een eendagsvlieg kunnen blijven, ook al wekt de huidige vermenigvuldiging van zelfs het onbeduidendste nieuwsbericht op internet niet die indruk. Maar erg te treuren hoeven we ook niet. Jaap de Berg heeft immers gelijk dat straftontlopers veel bruikbaarder is dan vonnismijders of, voeg ik daar maar aan toe, vonnisvluchters.

Blijft nog wel een andere bevinding over, waar ik eigenlijk niet naar op zoek was: de vraag hoe nieuws werkt. Hoe is de opening van De Telegraaf tot stand gekomen? Kregen werkelijk alle media tegelijk de verder nog ongepubliceerde brief van de staatssecretaris toegezonden en dacht alleen bij De Telegraaf iemand: hé, dit is interessant, hier moeten we werk van maken? Of was er iets ingestoken en heeft Teeven of hebben zijn medewerkers de krant benaderd met de vraag of men hier niet iets groots van kon maken? Beschikte werkelijk iedereen over dezelfde tekst of had de ochtendkrant een streepje voor? En waarom duurde het dan tot zes dagen na de datering dat de brief ook daadwerkelijk op het wereldwijde web gepubliceerd werd? Al kan ik me ook voorstellen dat het weglaten op Rijksoverheid niet meer dan een eenvoudige slordigheid was.

Minder kans
Hoe het ook zij, als het beleid van de staatssecretaris slaagt, maken vonnismijders en vonnisvluchters voortaan wat minder kans hun straf te ontlopen. En omdat het woord niet beleidsmatig is uitgevonden, maken de vonnismijders en vonnisvluchters ook wat minder kans het woordenboek te halen.

Het is niet anders.

(20)