De loze beloften van Arjen Lubach – Over flauwekul en misleiding

door Jan Dirk Snel

[24 maart 2015] Arjan Lubach is een figuur die naar verluidt tegenwoordig wel eens op onze nationale treurbuis verschijnt. Hij haalde dezer dagen de media omdat hij in een programma, dat ‘satirisch’ heet te zijn – dat is meestal code voor: we weten echt niets leuks te verzinnen, maar als we nu maar een beetje variëren op bekende dingen, wilt u in uw verveeldheid vast wel doen of u het leuk vindt – toeschouwers opriep om mee te doen aan een zogenaamd burgerinitiatief. De leukerd heeft bedacht dat hij farao der Nederlanden wil worden. Hij heeft er zelfs een speciale website voor laten opzetten. Met daarop deze tekst:

‘Wij, burgers van Nederland, constaterende dat ons land behoefte heeft aan een farao, overwegende dat Arjen Lubach voor deze functie het meest geschikt is, verzoeken de Tweede Kamer Arjen Henrik Lubach, geboren 22 oktober 1979, te erkennen als de eerste farao der Nederlanden Arjen Henrik I, te erkennen dat de titel ‘Farao der Nederlanden’ louter te verkrijgen is door erfrecht, en de geboortedag van farao Arjen Henrik I der Nederlanden, 22 oktober, te erkennen als nationale feestdag.’

Inderdaad, een groot stilist is deze Arjen Henrik Lubach niet, maar hij heeft dan toch maar 77 woorden in één zin weten te stouwen. Burgerinitiatief? Aha, dan doen we maar net alsof het om een soort motie gaat, moet de jongeman gedacht hebben. Als ik nu maar krakkemikkig formuleer, dan lijkt het vast wel een beetje echt. De schat.

Flauwekul
Dit zou allemaal de aandacht niet waard geweest zijn, als inmiddels niet 50.000 mensen dit ‘initiatief’ van hun ondersteuning voorzien zouden hebben. De NOS beweert zelfs dat het al 50.000 ‘handtekeningen’ heeft verkregen, maar dat lijkt me toch sterk. Op de website kun je nou eenmaal geen handtekening zetten. De NOS voegt er nog aan toe: ‘40.000 is het vereiste minimum om een voorstel in de Tweede Kamer op de agenda te zetten’.

Lubach

Arjen Lubach als farao. Er zijn mensen die naar zoiets kijken. Niet iedereen is nu eenmaal gezegend met gevoel voor humor.

Er zijn mensen die dit soort flauwekul leuk vinden. Niet iedereen heeft nu eenmaal een erg ontwikkeld gevoeld voor humor. Maar daar wilde ik het nu niet over hebben. Wat mij opvalt, is de ontstellende knulligheid waarvan de actie getuigt. Op de website vraagt Lubach om een aantal gegevens: voor- en achternaam, geboortenaam, e-mailadres, straat, huisnummer, postcode, plaats en, voor Nederlandse burgers in het buitenland, ook nog het land. ‘De gegevens die we vragen zijn wettelijk vereist’, luidt de toelichting: ‘Dit is een Burgerinitiatief, geen petitie.’ So far so good. Maar dan volgen er enkele merkwaardige regeltjes in kleine lettertjes:

‘Uw gegevens zijn vertrouwelijk en worden niet gedeeld met derden, behalve met de regering wanneer het initiatief wordt ingediend. Ondertekening is geen lidmaatschap voor de VPRO. Na de overhandiging van de handtekeningen aan de Commissie Verzoekschriften en Burgerinitiatieven worden de NAW-gegevens vernietigd.’

Dat is niet alleen flauwekul, maar ook regelrechte misleiding. Eerst de flauwekul maar. Die is dat Lubach het burgerinitiatief niet alleen wil indienen bij de Commissie Verzoekschriften en Burgerinitiatieven van de Tweede Kamer, zoals het hoort, maar de gegevens ook nog eens met de regering wil delen. Waarom? Vertelt hij niet. Wat heeft het voor een zin om een voorstel dat zich richt tot de Staten-Generaal, ook nog eens afzonderlijk bij de regering in te dienen? Of wil Lubach alleen de NAW-gegevens aan de regering toespelen? Maar waarom dan? Het wordt niet duidelijk. De stiekeme gedachte zou kunnen opkomen dat Lubach denkt dat ook de Tweede Kamer deel uitmaakt van de regering, maar dat zou toch wel een overdreven mate aan onnozelheid veronderstellen. Van zoveel stupiditeit mag men geen medemens verdenken. Maar hoe zit het dan met al die ondertekenaren? Vinden zij het dan niet merkwaardig dat hun gegevens nog eens afzonderlijk aan de regering worden gegeven? Zij zullen, mag men hopen, de onzin onderkennen, maar ‘tekenen’ vervolgens toch. Maar waarom?

Misleiding
Tot voor zover de onzin. Dan de misleiding. Lubach belooft dat de zogenaamde NAW-gegevens na de overhandiging aan de Commissie Verzoekschriften en Burgerinitiatieven worden vernietigd. Maar daar gaat hij dan helemaal niet meer over. Als hij ze eenmaal aan zowel de commissie als de regering heeft gegeven, maken die zelf wel uit wat ze ermee doen. Bovendien gaat het nog niet om handtekeningen. Die zijn er namelijk nog niet. Hoewel het Reglement van Orde van de Tweede Kamer en het Reglement voor de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven daar weinig – of eigenlijk: niets – over zeggen, is de gedragslijn die gevolgd wordt bij digitale verzameling van ondersteuning, wel duidelijk. De site van de Tweede Kamer meldt:

‘Om vast te stellen of de bijgevoegde handtekeningen van kiesgerechtigden zijn, doet de commissie een steekproef. Enkele honderden mensen van uw lijst krijgen een brief van de Tweede Kamer met het verzoek om een kopie van paspoort of ander identiteitsbewijs.’

Kortom, iedereen die het formulier op de site ingevuld heeft, moet er rekening mee houden dat hij post krijgt. Pas na een dergelijke steekproef zou blijken of voldoende mensen ook echt een kopie van hun paspoort of identiteitsbewijs willen opsturen. Volgens artikel 9a van het Reglement van de commissie is een van de vormvereisten voor een burgerinitiatief nu eenmaal dat er een bijlage bij is, ‘waaruit blijkt dat ten minste 40 000 natuurlijke personen het voorstel steunen door bekendmaking van hun naam, geboortedatum en handtekening’. Inderdaad, daar staat ‘bekendmaking’. Je kunt niet stiekem indienen.

En wat betreft het al dan niet vernietigen van de persoonlijke gegevens, daar gaat in ieder geval de Tweede Kamer over. Die draagt volgens artikel 23 van de Archiefwet 1995 zorg voor haar ‘archiefbescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats’. De Tweede Kamer zorgt er vanouds ook voor dat verzoekschriften worden bewaard en men mag toch hopen dat men ook namen der ondertekenaren van een dergelijk flauwekulvoorstel bewaart. Hoe het ook zij, over al dan niet vernietigen gaan niet de indieners, maar de ontvangers. De belofte van Lubach is loos.

Loze belofte
Of er verder veel met het Burgerinitiatief zal gebeuren, is overigens nog maar de vraag. Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer legt in artikel 132a uit waar een burgerinitiatief allemaal niet over kan gaan. Zo mag het geen ‘zaken die in strijd zijn met de Grondwet en de goede zeden’ betreffen. Een farao lijkt een soort staatshoofd te zijn en dus gaat dit onzinvoorstel tegen de Grondwet in. Vanwege de evidente flauwekul zou je trouwens ook nog kunnen betogen dat het ingaat tegen de ‘goede zeden’, maar dat argument heb je eigenlijk al niet eens meer nodig.

Overigens voldoet de tekst van het burgerinitatief ook al niet aan de vormvereisten die in het Reglement voor de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven in artikel 9a worden genoemd. Een burgerinitiatief dient onder meer ‘een nauwkeurige omschrijving van het voorstel alsmede een nauwkeurige motivering daarvan’ te bevatten. Welnu, iedereen zal zien dat het krukkige tekstje aan geen van beide vereisten voldoet. Wat een farao is, wordt niet uitgelegd en waarom er behoefte aan zou bestaan, wordt ook niet verklaard. Kortom, de commissie kan dit burgerinitiatief binnen luttele seconden terzijde leggen en dat zal ook wel gebeuren.

In zijn programma – ik heb enkele minuten uit het YouTubefilmpje op de site van de NOS bekeken – zegt Lubach:

‘Let op. Als we 40.000 handtekeningen verzamelen – dat wordt echt te gek – dan moet de Kamer dit voorstel bespreken en mag ik als farao voor de hele Tweede Kamer mijn verhaal houden. Dit kost je dertig seconden, echt doen, allemaal even tekenen nu.’

Het is natuurlijk niet waar. De Kamer hoeft dit voorstel helemaal niet te bespreken. Dat weet Arjen Lubach natuurlijk ook wel. Wat dat betreft lijkt hij wel op het beeld dat sommige mensen van politici hebben. Het grote verschil is echter dat echte politici nog wel eens geestig willen zijn.

Hoop
Maar laten we hopen dat de Tweede Kamer de namen van de ondertekenaren goed bewaart. En misschien is dit ook een goede gelegenheid met dat hele idee van het burgerinitiatief te stoppen. Als ideeën echt belangrijk zijn, komen ze toch wel ter sprake.

Naschrift (19.05 uur)
Na plaatsing heb ik nog enkele kleine aanvullingen gepleegd.

(186)

16 reacties to “De loze beloften van Arjen Lubach – Over flauwekul en misleiding”

  1. Regering: Kabinet en Staten-Generaal maken in Nederland deel uit van de Regering. Kabinet is uitvoerende macht. Kamer(s) zijn wetgevende, controlerende en begrotings-bevoegden. – Zo is het mij althans geleerd.

    • Sinds 1983 is de Grondwet daar volstrekt helder over, Huib. Artikel 42, lid 1: ‘De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers.’ Ook uit andere artikelen blijkt duidelijk dat regering en Staten-Generaal twee onderscheiden lichamen zijn. Daarvoor was het begrip naar mijn idee iets minder duideijk omschreven. Enerzijds was de regering iets dat de Koning waarnam (of soms niet in staat was waar te nemen), maar tevens was bijvoorbeeld het onderwijs ‘een aanhoudende zorg der Regering’ en dan denkt men toch eerder aan koning en ministers, dus ongeveer zoals de Grondwet het nu veel explicieter omschrijft.

  2. Overigens denk ik dat je gelijk hebt als je denkt dat dit ridicule burgerinitiatief zal helpen om wezensvreemde elementen als referenda en collectieve burgerkletskoek te elimineren uit een redelijk functionerende vertegenwoordigende democratie.

    • Punt is: er bestond altijd al de mogelijkheid verzoekschriften in te dienen. Als die echt serieus zijn, dient de Kamer daar vanzelf op in te gaan. Dat burgerinitiatief is ook gewoon via het Reglement van Orde van de Kamer geregeld. Maar het stelt eigenlijk weinig voor. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, moet de Kamer er net iets beter naar kijken, daar komt het eigenlijk op neer.

      Overigens las ik de afgelopen week Handelingen bij de Grondwetsherziening van 1922 door waarin P.J. Oud en anderen zich als grote pleitbezorgers van het referendum opwierpen. Ik heb er eigenlijk niet zo’n definitief oordeel over. Meestal werken referenda conservatief: men mot iets nieuws niet. Maar, dat merkte men toen ook op, dat is nog geen doorslaggevend argument ertegen. In Zwitserland zijn er heel veel. Daar komt de bevolking bij mijn weten ook nog wel eens terug op eerdere dwarsliggerij.

      Ik denk nu dat het misschien goed was geweest als dit soort elementen direct na de invoering van de evenredige vertegenwoordiging waren ingevoerd of uitgeprobeerd. Dan hadden we nu geweten of het allemaal wel of niet gewerkt had. Maar dat is natuurlijk ook weer gemakkelijk praten achteraf. Ik zie momenteel niet zoveel reden veel te veranderen. Bijna al die probeersels brengen niet wat voorstanders ervan verwachten.

  3. Het indienen van dit verzoek is even belachelijk als het hebben van een monarchie die is gebaseerd op de toevallige sympathieke uitstraling van een koningspaar. Het wordt tijd dat er een volkomen onsympathieke, lelijke , onbekwame troonopvolger wordt geboren. P. Van de Wiel

  4. Indertijd is het er bij mij ingestampt: “Nooit ‘regering’ zeggen als je het kabinet bedoelt!” – Dank zij jou ben ik wat dit betreft nu weer bij de tijd.🙂

    • Maar dat is er, vermoed ik, vooral na 1983 ingestampt, omdat toen de omschrijving echt vast stond. De toenmalige minister-president, drs. R.F.M. Lubbers, werd er door kenners regelmatig op betrapt dat hij nog wel eens ‘regering’ zei, waar hij volgens hen ‘kabinet’ had moeten zeggen. Maar hij was dan ook net voor de veertiende herziening van de Grondwet begonnen en hij was geen jurist gelijk zijn voorganger, A.A.M van Agt. (Ik herinner me altijd nog de tekening van Peter van Straaten waarin die ’s mans wolligheid boven zijn hoofd plastisch uitbeeldde. Niet dat Van Straaten geen kritische prenten aan Van Agt wijdde, maar daarvoor was een scherpe pentekening eerder kenmerkend – en terecht.)

      Toch ben ik het met die kenners van het (overrigens alleszins gewaardeerde) type-Tjeenk Willink niet altijd eens. Omdat de koning nu eenmaal verondersteld wordt het als lid van de regering met het kabinet eens te zijn, kun je naar mijn idee wel degelijk heel vaak over de regering spreken waar het feitelijk over de ministerraad gaat. Bijkomend punt is dat ‘kabinet’ gans geen grondwettelijke term is, ‘ministerraad’ wel, maar die term laat zich nu eenmaal niet overal invullen waar men ‘colloquial’ van ‘kabinet’ rept. Ik zou dus zelf wel degelijk vaak voor ‘regering’ kiezen waar het de facto over het ‘kabinet’ gaat. Maar je moet dan wel iets als ‘de regering’ zeggen en niet ‘deze’, want de regering-Willem Alexander kan er nog wel eens weer anders uit komen te zien.

  5. Referenda “werken” alleen als ze door een uitvoerende macht worden gebruikt (en geformuleerd) om aarzelende volksvertegenwoordingen onder druk te zetten. Napoleon III pleegde er zijn staatsgreep mee. Maar na 1851 keek hij wel uit om ooit nog een referendum-bij-algemeen-kiesrecht te houden. De Gaulle was ook een meester op dit instrument, totdat in 1969 zijn regio-plannen werden afgestemd en hij (weer) mokkend naar Colombey-Les-Deux-Eglises vertrok.
    De referenda in Zwitserland en Californië hebben soms bizarre uitslagen. Die worden dan later wel gecorrigeerd, maar ten koste van veel schade.
    Het is mijn overtuiging dat de democratie wel versterkt moet worden, namelijk door de band tussen kiezer en gekozene meer te institutionaliseren. Het distictenstelsel is daartoe een middel. Misschien is het huidige Duitse systeem nog de minst slechte oplossing: Half om half.

    • Lastig, Huib Riethof. Ik ken de details niet, maar mijn indruk is dat referenda Californië nogal naar de afgrond gevoerd hebben, terwijl Zwiters er al veel langer mee omgaan, hun belangen ook beter kennen en na evidente vergissingen dus eerder in staat zijn om een correctie op hun eigen eerdere keuzes aan te brengen. Maar het is een indruk, meer niet, en het kan zien dat ik er naast zit.

      In Duitsland werkt dat systeem – evenredige vertegenwoordiging als hoofdprincipe, regionale of lokale vertegenwoordiging daarbinnen – op zich wel goed. Maar dat is ook een veel groter land en boven een echte federale staat. Er zijn in Duitsland diverse centra. Nederland is al ruim twee eeuwen een zeer gecentraliseerde eenheidsstaat. (Ook na twee eeuwen federalisme lukte het kennelijk dat in te voeren.) Evenredige vertegenwoordiging is als hoofdprincipe wel heel belangrijk. In districtenstelsels als in het VK en de VS is de apathie en ontevredenheid ook veel groter. Mensen voelen zich immers veel slechter vertegenwoordigd. Juist ook bij kleine partijen – of je nu de SGP of de PvdD neemt – voelen kiezers zich ook al sterk betrokken.

      Op zich biedt de indeling in nu twinitg kiesdistricten partijen, vooral grote, om regionale vertegenwoordigers te laten kiezen. De KVP kwam vroeeger ook met verschillende lijsttrekkers uit. Ik dacht eigenlijk van de PvdA ook, maar dat weet ik niet zeker. Maar misschien zou je zelfs op dit punt al kunnen dwingen tot iets meer regionele afvaardiging. je zou een systeem kunnen bedenken, waarbij de zetels op grond van het totaal aantal stemmen nog wel landelijk per partij toegewezen worden, maar waarbij variatie in kieslijsten verplicht is. Dat een naam slechts op zo en zoveel kieslijsten zou mogen voorkomen. Zou meteen een mogelijke remedie tegen de mannetjesmakerij – dat is het meestal toch – zijn. Wellicht dan.

  6. De tijdsaanduiding klopt. Ik was van 1982-89 soms betrokken bij ontwerpen van wetten en amvb’s. De juristen van BZK en AZ (die overigens steeds weer onze wollige taal wisten te vereenvoudigen tot de essentie) hamerden op dat onderscheid. – De reden waarom ik op dit schijnbare detail inga, is, dat ik vind dat de Tweede Kamer veel te weinig inhoud geeft aan haar zelfstandige en onafhankelijke rol zoals die bij wet- en regelgeving is vastgelegd. Ze moet bij voorbeeld niet het beheer van haar gebouwen overlaten aan AZ. Het misbruik dat de PVV maakt van haar ruimtes voor geheel andere dan parlementaire zaken is daarvan een uitvloeisel.

  7. Beste meneer Snel,

    De actie van Lubach heeft alle kenmerken van een grap. Een grap is om te lachen en niet om geleerd zout op slakken te strooien.
    Kennelijk bent u op uw teentjes getrapt door het frivole spel en losse omgang met iets serieus als de regels van het Staatsrecht. U lijkt verontwaardigd dat zovelen dit spel meespelen en Lubach geestig vinden en dat zij over het algemeen uw gevoel voor de geestigheid van politici niet delen.
    Ik sluit mij graag aan bij een clown die graag Farao wil worden en die schaterlachend op de bank zit om de toejuichingen die het volk hem toewerpt.
    Uit zuiver intellectualistisch oogpunt is dit natuurlijk een uiterst gevaarlijke en onwelkome ontwikkeling, het onweerstaanbare tarten van intellectuele hoogmoed met carnavaleske grollen.

    Met vriendelijke groet,

    Daan Diederiks

    • Waarde Daan Diederiks, kijk nu eens na waar mijn stukje over gaat. Gaat dat over wat bepaalde lieden voor een grap houden? Neen, geenszins. Het gaat over drie regels waar niets grappigs aan is en die ook gans niet grappig beogen te zijn. Lezen is ook een kunst.

  8. Hoewel ik ook denk dat het niet helemaal goed doordacht is. (het belangrijkste, zoals je aangeeft, een burgerinitiatief mag niet over de grondwet mag gaan) Maak je er veel meer van dan wat het is, namelijk een grap. Dit is een grap in de traditie van carnavalske omkeringsriten, of vergelijkbaar met de aanklacht tegen het politieke systeem door een partij als de Rapalje-partij. Als Lubach (zeg ik als fan van zijn programma) het zo aanpakt dat de tweede kamer het moet behandelen als burgerinitiatief tijdens een plenaire zitting, dan teken ik. Ik ben er altijd voor in de monarchie te kakken te zetten. Maar Jan Dirk, maak je niet dik, het is maar een grap.

    • Luther Zevenbergen, kijk nu eens waar mijn stuk over gaat: over drie doodserieuze zinnetjes. Het gaat helemaal niet over een ‘grap’.

      Wat wel weer een grap is, is dat er werkelijk kleine geestjes zijn die dit initiatief van Lubach als een grap beschouwen. Zoals jij het formuleert: ‘de monarchie te kakken zetten’. Dat niveau dus. Des pubers. Niet alleen lezen is moeilijk, denken ook. Grap? Nee, dodelijke ernst.

      En nee, de Kamer hoeft dit dus niet tijdens een plenaire zitting te behandelen. Dat kan elke ondertekenaar die de boel even nakijkt, weten en dat weet Arjen Lubach ook best. Maar ondertussen heeft hij toch maar mooi 50 duizend lieden zover gekregen dat ze blijk geven van hun onnnozelheid. Of dat knap is, weet ik niet. Zulke mensen zijn er kennelijk bij bosjes.

  9. Het is goed dat u het ministerie van humor niet beheert. Wat naar satire riekt, voorziet u van aanhalingstekens en wie het met u oneens is, krijgt verkleinwoorden gepresenteerd. Uw verachting is kleinzielig. Verder hebt u helemaal gelijk, alleen is dat een lichtgewicht gelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: