Minister Ronald Plasterk zou wat zorgvuldiger met de Grondwet om moeten gaan. Ook als het om afsplitsingen in de Tweede Kamer gaat.

door Jan Dirk Snel

[Vrijdag 21 november 2014] Is het verstandig in te gaan op elk proefballonnetje dat een minister oplaat? Ik weet dat niet goed. Maar is het verstandig dat ministers dingen zeggen die eigenlijk nergens op slaan? Dat lijkt me in ieder geval een nog veel groter probleem. Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken liet zich vanochtend verleiden in te gaan op het fenomeen van afsplitsingen in de Tweede Kamer. De fractieleider van de PvdA, Diederik Samsom, had die kennelijk onwenselijk genoemd en de minister leek het wel met hem eens te zijn. Als er in de Kamer interesse voor was, wilde hij wel ‘het voortouw’ nemen bij een wetswijziging, zo verklaarde hij.

Grondwet
Het zou dan niet slechts om een wijziging van de Kieswet moeten gaan, maar om een complete en fundamentele herziening van de Grondwet en dat zei Plasterk er, althans in het vraaggesprek dat ik zag, niet bij, maar de NOS was zo alert dat er wel bij te vertellen.

Eerste_Nationale_Vergadering

Tot 1992 zaten leden van de Tweede Kamer in bankjes. Pas in 1992 kregen ze ook fysiek een eigen zetel. Hier de eerste zitting van de eerste Nationale Vergadering (1 maart 1796 – 31 augustus 1797) in de voormalige balzaal op het Binnenhof, die tot de overgang naar de huidige vergaderzaal in gebruik bleef. (R. Vinkeles en D. Vrijdag naar J. Bulthuis)

Het meest verontrustende was nog de denkwijze van Plasterk. Die bleek Kamerleden vooral als vertegenwoordigers van hun partij en de kiezers te zien. Maar dat zijn ze niet primair. ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk’, zegt artikel 50 van de Grondwet heel duidelijk. Nu zou je kunnen denken dat ze dat dan met zijn allen – 225 personen, verdeeld over twee Kamers – doen door elk een deel van dat volk te vertegenwoordigen. Maar die redenering gaat toch niet op. Het volk is groter dan het electoraat. Daartoe behoren ook kinderen en jeugdigen die nog niet mogen stemmen, en mensen die niet naar de stembus gaan. Bij de laatste verkiezingen in 2012 gingen iets minder dan 9,5 miljoen Nederlanders stemmen, terwijl de bevolking toen ongeveer 16,7 miljoen inwoners bedroeg. Ik kan nu niet zo snel vinden hoevelen daarvan ook de Nederlandse nationaliteit hebben, maar duidelijk is in ieder geval dat het constitutionele Nederlandse volk heel wat omvangrijker is dan het electoraat.

Uiteraard besef ik ook wel dat volksvertegen­woor­digers ook denken in termen van een concrete achterban, maar voorop dient toch altijd te blijven staan dat ze stuk voor stuk het gehele volk vertegenwoordigen, zij het volgens de specifieke denkbeelden die zij erop nahouden. Ze zijn geen loopjongens of loopmeisjes van de kiezers, maar hebben een eigen verantwoordelijkheid. Ze stemmen ‘zonder last’, zegt artikel 67 lid 3 van de Grondwet, zij het niet meer zonder ‘ruggespraak’, zoals de Grondwet vroeger voorschreef. Het is wat verontrustend dat de minister nogal nadrukkelijk refereerde aan wat Kamerleden in sommige partijen kennelijk vooraf moeten verklaren. Een verklaring dat ze bij de fractie, die gevormd wordt op grond van de lijst bij de verkiezingen, zullen blijven, wordt tegenwoordig dan misschien in de praktijk getolereerd, ze staat op zijn minst op gespannen voet met de Grondwet. Rechtskracht kan ze constitutioneel nooit hebben.

Staten-Generaal
Natuurlijk kunnen er best morele gronden zijn om aan een Kamerlid dat onmin krijgt met de fractie en er zelf uitreedt of eruit wordt gezet, te vragen of hij zijn zetel niet ter beschikking zou moeten stellen. Het hangt ook van de situatie af. Soms willen zulke Kamerleden immers naar hun oordeel getrouwer blijven aan het programma dat bij de verkiezingen uitgedragen is dan hun fractiegenoten, soms wellicht ook niet. Maar de grondwettelijke onafhankelijkheid van Kamerleden is een groot goed, waar we niet te snel aan moeten tornen. Als die niet meer bestaat, zouden ze door een fractie immers niet alleen uit de fractie gezet kunnen worden, maar ook uit de volksvertegenwoordiging. En dat opent pas echt de weg naar chantage en kadeverdiscipline.

Bovendien, Kamerleden zijn aan een termijn gebonden. Er wordt wel eens gezegd dat kiezers partijen (en zo ook een kabinet) weg kunnen stemmen, maar strikt genomen is dat niet het geval. Er komt vanzelf, op grond van de wet, een einde aan de termijn. Althans voor Kamerleden geldt dat, voor ministers op zich niet, maar kabinetten dienen tegenwoordig op (of omtrent) de verkiezingsdag hun ontslag in en ook als ze niet niet zouden doen – het is een gewoonteregel, meer niet – zijn ze daarna afhankelijk van het vertrouwen van de Kamer. Kortom, ook Kamerleden die buiten een bestaande fractie geraken, moeten zich bij nieuwe verkiezingen maar waar zien te maken. Als er al een ‘probleem’ is, is dat beperkt.

Het enige probleem is misschien het grote aantal fracties dat aldus kan ontstaan. Maar of dat zo groot is? De beide Kamers stellen volgens artikel 72 van de Grondwet hun eigen reglement van orde vast. De Kamers bepalen dus zelf hun werkwijze en als er zich daarbij praktische problemen aandienen, kunnen ze die zelf verhelpen. Daar hebben ze vooralsnog geen minister voor nodig. Juist in zijn functie zou hij terughoudend moeten zijn als het gaat om de rechten van de Staten-Generaal.

Besluit
Er dus geen enkele reden voor de minister om hier het ‘voortouw’ te nemen of om zelfs maar proefballonnetje op te laten. Als Plasterk echt een heel ander systeem met geheel andere principes wil, moet hij niet spreken over een ‘wetsvoorstel’, dat op zich onconstitutioneel zou zijn, maar over een forse en ingrijpende wijziging van de Grondwet. Die zou echter een afscheid van de grondslagen van ons parlementaire systeem betekenen. Als hij dat echt wil, moet hij dat vooral zeggen.

Als hij dat niet wil, en dat valt te hopen, zou hij hier helemaal niets over moeten zeggen. Of gewoon uit moeten leggen wat de Grondwet zegt, dat is nog beter.

Naschrift (zaterdag 22 november 2014, 12.45 uur)

1. Het aantal Nederlanders
Toen ik gistermiddag mijn stukje tussendoor schreef, kon ik zo snel niet vinden hoeveel inwoners de Nederlandse nationaliteit hebben. Jaap de Vries was zo vriendelijk mij te wijzen op het stuk ‘Nederlanders, buitenlanders, allochtonen. De cijfers‘ (16 november 2014) van de hand van Ewoud Butter op Republiek Allochtonië, dat ik onlangs wel gelezen had (en zelfs geretweet), maar dat ik nu ten onrechte niet geraadpleegd had. Het stuk linkt naar een CBS-overzicht van de bevolking naar (onder meer) nationaliteit. Daaruit blijkt dat op 1 januari 2014 het aantal inwoners met de Nederlandse nationaliteit 16.013.258 was. Eind 2012 zal dat getal mogelijk iets lager geweest zijn, maar ook toen zal het niet ver van een afronding op 16 miljoen geweest zijn, waarvan er ongeveer 9,5 miljoen daadwerkelijk een stem uitbrachten. (Daarbij moeten we bedenken dat er ook nog mensen met de Nederlandse nationaliteit in het buitenland wonen, die ook stemrecht hebben.) Hoe het ook zij, het lijkt veilig om te zeggen dat bij een opkomstpercentage van 74,6% ongeveer 60% van de Nederlanders aan de laatste verkiezing van de Tweede Kamer op 12 september 2012 deelnam.

2. Het begrip vertegenwoordiging
Verder is het wellicht goed om ter aanvulling op te merken dat de Grondwet in feite twee begrippen van vertegenwoordiging kent. Wat ik hierboven schreef over de vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk, klopt naar mijn idee wel. In zijn commentaar bij artikel 50 in A.K. Koekkoek (red.), De Grondwet. Een systematisch en artikelsgewijs commentaar (Deventer 2000, derde druk) merkt G.J. Leenknegt op dat dat artikel zo begrepen moet worden ‘dat van volksvertegenwoordigers verwacht mag worden dat zij hun inspaninngen zullen verrichten in dienst van het algemeen belang, niet van lokale belangen of bijzondere belangen in de samenleving.’ (Men mag hopen dat ook de twee uit de PvdA-fractie gezette Kamerleden dat ter harte nemen, maar dit terzijde.) Tegelijk stelt artikel 53 van de Grondwet dat de beide Kamers gekozen worden ‘op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen’. Hier heeft het begrip vertegenwoordiging eerder betrekking op het electoraat. Het lijkt me dat beide betekenissen zo gelezen moeten worden dat ze elkaar aanvullen; we mogen immers niet al te snel aannemen dat de Grondwet tegenstrijdige bepalingen bevat. Politieke partijen komen weliswaar in de Grondwet niet voor (en in de wetgeving spaarzaam), maar het principe van evenredige vertegenwoordiging lijkt alleen verwezenlijkt te kunnen worden als men werkt met lijsten.

Op Twitter ontspon zich buiten mij om een uitvoerige discussie (hier het moment dat mijn stukje ook ter sprake komt), waarbij het, als ik het goed begrijp, ging om een (alternatief) voorstel van de twitterpersoonlijkheid die zich marktwain2 noemt: ‘Kamerleden die uitstappen mogen nog 6 maanden blijven zitten. In die periode moeten zij tenminste 60.000 handtekeningen verzamelen’. Daar kan men natuurlijk best over discussiëren, maar de verwezenlijking van een dergelijk voorstel zou net als de losse flodder van minister Plasterk wel een grondige herziening van de Grondwet en de daarin vervatte principes vereisen. De principiële onafhankelijkheid van eenmaal gekozen Kamerleden zou (ook) dan immers beëindigd worden, al zou het enigszins een remedie bieden tegen een overheersende macht van fracties, die zou ontstaan als volkstegenwoordigers die uit een fractie gezet worden of die zelf verlaten, hun lidmaatschap van de Staten-Generaal zouden moeten opgeven. Principieel is het misschien wel, praktisch is het op korte termijn zeker niet, omdat grondwetswijzigingen veel tijd kosten.

Vooralsnog is niet helemaal duidelijk of het ‘probleem’ wel zo groot is. En als er wel een probleem is, valt niet in te zien waarom de Tweede Kamer daar niet zelf wat aan kan doen. Fracties komen in de Grondwet ook niet voor, maar wel in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Het lijkt me voor de hand te liggen om daar eerst eens naar te kijken, tenminste als men werkelijk van mening is dat de situatie problematisch is geworden.

(170)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: