Meer journalistieke zelfreflectie? Of misschien vooral politieke?

door Jan Dirk Snel

[Woensdag 12 november 2014] We leven in een tijd van journalistieke hypes. En dat komt vooral, of mede, door de werking van de sociale media. Denken we althans, maar het zou wel eens waar kunnen zijn. Niet overigens dat er in vroeger eeuwen geen hypes waren. Wie de Catalogus van de pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek, 1486-1853 van W.P.C. Knuttel (‘s-Gravenhage 1890-1920) wel eens heeft doorgenomen – ik ben nog uit de tijd dat je die negen delen (in tien of elf banden) op de universitaire leeszaal moest raadplegen – weet dat onze voorouders er in vroeger eeuwen ook heel wat van konden. Maar nu gaat het allemaal nog veel sneller. Nieuws is via internet nu eenmaal direct beschikbaar en via Twitter en andere sociale media kunnen we er ook direct op reageren. En dat doen we dan ook.

Hype
Een tijdje geleden drong een groep Koerdische demonstranten op een avond door tot in de voorhal van de Tweede Kamer. Zoiets schijnt niet de bedoeling te zijn. Op Twitter waren er toen direct vele lieden die vroegen waarom Nieuwsuur niet onmiddellijk het programma voor dit ‘grote nieuws’ onderbrak. Het leek me nogal overdreven. Degenen die erom vroegen, waren via andere middelen immers al voortreffelijk op de hoogte. Maar ze wilden kennelijk een soort erkenning: dat wat hun gemoederen bewoog, ook als nationaal ‘brekend’ nieuws werd gebracht. Het leek me toen juist verstandig dat de programmamakers in Hilversum het hoofd koel hielden.

Knuttel

Knuttel, zoals de omschrijving de wandeling luidt. Een beschrijving van de geschriften met de hypes die onze voorouders tussen 1486-1853 bezighielden. Dit is de heruitgave die in 1978 bij HES in (toen) Utrecht verscheen.

Vandaar was er een bericht over een journalist van Trouw. Op pagina drie van de krant verscheen een mededeling van de hoofdredactie dat de krant een commissie van externe deskundigen onafhankelijk onderzoek laat doen ‘naar de controle op bronnen’. ‘Eind vorige week rees ernstige twijfel over de juistheid en zelfs het bestaan van opgevoerde bronnen in artikelen van één van de redacteuren. Zo kon Trouw diverse bronnen niet verifiëren.’ Ook al noemde Trouw de naam van de betreffende redacteur niet, al snel werd die bekend.

Zelf reageerde ik door in een tweet te verwijzen naar diens stuk over de zogenaamde ‘Shariadriehoek’ en vooral mijn commentaar daarop destijds. Dat was echt zo’n hype, die bij nader inzien weinig om het lijf had. Zoals ik in mijn beschouwing liet zien, stond er eigen niet bar veel nieuws of bijzonders in dat stuk. Het was vooral de wijze waarop Trouw het nieuws groot bracht en zo opklopte, die dubieus was. Maar andere media volgden. En vooral fout was de reactie van veel politici, die niet eerst rustig analyseerden of er eigenlijk wel iets nieuws aan de hand was, maar direct grote woorden bezigden. Eentje suggereerde zelfs om maar ‘de sloophamer in het buurtje te zetten.’

Turkse jongeren
Gisteren was er nog zo’n hype. Er onstond grote commotie over een onderzoek dat FORUM, instituut voor multiculturele ontwikelling, door Motivaction had laten uitvoeren onder Marokkaanse en Turkse Nederlanders van 18 tot 35 jaar (hier het bericht van Forum en hier het rapport.) Daaruit zou onder meer blijken dat van de Turkse Nederlanders uit die leeftijdsgroep 87% aangeeft, ‘dat het goed is dat groepen die in naam van de Jihad strijden zorgen voor verandering’.

‘Het geweld dat deze groepen tegen niet-gelovigen of anders gelovigen gebruiken wordt niet verkeerd bevonden (80%). Wellicht vinden Turkse Nederlanders dat in een oorlog alles geoorloofd is om het gewenste doel te bereiken, namelijk verandering. Verder geeft 73% van de Turkse Nederlanders aan zich geen zorgen te maken over de toename van groepen die in naam van de Jihad strijden in de Arabische landen en vindt 87% het goed dat er steun is van Nederlandse moslims voor groepen zoals IS.
Turkse Nederlanders staan positief ten aanzien van de opmars van IS en hebben begrip voor het geweld dat soortgelijke strijdgroepen gebruiken.’

Al snel toonde Ahmet Kaya met een eigen, provisorisch, maar uiterst nuttig onderzoekje – Enis Odaci wees me er op, waarvoor veel dank – aan dat er van het onderzoek niet veel kon kloppen. Niet altijd vormen je eigen bevindingen, wat je zo hoort en wat je in het algemeen meent te weten, een gezonde grondslag om resultaten van sociaalwetenschappelijk onderzoek te betwijfelen, maar in dit geval was er, dunkt me, genoeg reden om dat wel te doen. En Ahmet Kaya maakte er dus werk van.

Toch had minister Lodewijk Asscher al gereageerd. Hij noemde de conclusies van dit onderzoek ‘zeer verontrustend’. Nu waren die ‘conclusies’ dat ook, maar de vraag is natuurlijk of ze klopten. Maar hoewel Asscher op zich nog vrij voorzichtig reageerde, kon hij dat natuurlijk niet zeggen. Hoe het ook zij, de hype was er. Tijd om eerst even rustig af te wachten en te kijken of het toch niet iets anders zit – er zal vast wel ‘iets’ aan de hand zijn, is de algemene gedachte – was er niet.

Journalistieke reflectie
Hoe om te gaan met dergelijke hypes? Het is tijd voor journalistieke én politieke reflectie. Kan het niet allemaal wat rustiger en bezonnener? Maar het is ook moeilijk. Wie discussies op Twitter volgt, ziet bijvoorbeeld ook dat journalisten echt niet alleen maar achter hypes aanlopen, maar dat velen van hen met voortdurende reflectie op hun vak bezig zijn. Dat moet ook gezegd worden. Sociale media zorgen wel voor hypes en versnellen die ook, ze dragen ook bij aan voortdurende bezinning erop.

En deed ik zelf in feite ook niet mee? Ik kon dan wel verwijzen naar dat stuk van de (inmiddels voormalige) Trouw-journalist en het vormt een goed voorbeeld van een hype, maar ondertussen staat nog allerminst vast dat er ook met het bronnengebruik van dat stuk iets mis was. Misschien was mijn associërende verwijzing iets al te voorbarig. Mijn analyse destijds toonde immers juist aan dat er op de keper beschouwd niet zo heel veel bijzonders of nieuws instond.

Je kunt wel klagen over hypes, maar het is werkelijk moeilijk om ermee om te gaan. Ook wie oproept tot bezonnenheid, tot eerst eens goed analyseren wat er aan de hand is, zoals ik destijds deed, doet nolens volens toch op zijn manier mee aan het bestendigen van de hype. Want ondertussen gaat toch alle aandacht uit naar dat ene thema van de dag of week. Ook als je roept dat het allemaal niet zo veel voorstelt, bevestig je ongewild toch het belang van het onderwerp, ook al is de reactie inhoudelijk helemaal correct en misschien zelfs wel noodzakelijk.

Moeilijk
Op zich lijkt er eigenlijk maar één remedie tegen hyperigheid te zijn: niet meedoen, ook niet door – op een op zich juiste wijze – te reageren. Maar dat is moeilijk, vooral ook voor nieuwsmedia. Er valt namelijk weinig eer mee te halen. Als je ergens niets over zegt, valt dat nu eenmaal niet erg op, terwijl als je een bedachtzaam commentaar schrijft, dat wel het geval is.

Het is dus echt niet zo eenvoudig en het is soms ook wat goedkoop om te zeggen dat journalisten meer aan zelfreflectie moeten doen. De goede doen dat namelijk wel degelijk. Maar het is wel van belang dat nieuwsmedia vooral hun eigen plan blijven trekken en zich niet al te zeer door hypes laten leiden en gewoon hun ‘eigen’ nieuws blijven brengen. Het was dus bijvoorbeeld heel verstandig dat Nieuwsuur destijds de uitzending niet omgooide voor een kleine gebeurtenis in Den Haag. Die verdiende wel enige aandacht, maar dat kon gewoon in een reguliere uitzending op een regulier tijdstip.

Het probleem ligt veel meer bij politici. Die reageren op alles. Eén klein berichtje en, hup, Kamervragen. Met name de Tweede Kamer zou zich eens moeten bezinnen op zijn rol. Die is niet die van nieuwscommentator of facilitator of aanjager van maatschappelijk debat, maar van medewetgever en controleur van de regering. Tweede Kamerleden zouden hun agenda minder moeten laten bepalen door de waan van de dag en meer door hun eigenlijke taak. Alle pogingen om het nog ‘spannender’ te maken, bijvoorbeeld door nog spitsere vragenuurtjes, werken alleen maar averechts. Alleen als de Kamer meer aandacht weet te vragen voor het reguliere werk, wetgeving voorop, gaat het de goede kant op.

Besluit
Kortom, meer slow journalism (in een brede zin) is wenselijk. Maar meer slow politics is nog veel noodzakelijker. En ja, dat ook dit stukje in feite bevestigt wat het als probleem signaleert, dat besef ik.

(168)

One Trackback to “Meer journalistieke zelfreflectie? Of misschien vooral politieke?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: