Consistentie en redelijkheid II – Een antwoord aan Emanuel Rutten

door Jan Dirk Snel

[Dinsdag 8 juli 2014] Emanuel Rutten reageerde heel snel op mijn stukje over consistentie en redelijkheid, maar hij gaat slechts op een deel van mijn, toegegeven, ook wel erg lange stuk in. Zo zegt hij aan het slot dat hij ‘helaas wederom een hoop verwarrende uitspraken, die ik verder maar laat rusten’, tegenkwam, maar hij vertelt niet welke. Met name jammer vind ik dat hij niet uitlegt waarom hij in zijn eerdere stukjes zonder nadere uitleg overging van de bespreking van (in)consistentie, het aangekondigde onderwerp, op waarheid, een begrip dat daar deels mee in verband kan staan, maar toch iets anders is. Ook legt hij nog steeds niet uit wat hij nu eigenlijk onder overtuigingen of onder het ‘accepteren’ van uitspraken verstaat.

A_velocipede_race_at_Jardin_du_Luxembourg_in_1818

Een wielerwedstrijd heet soms ook wel een criterium. Hier een wedstrijd tussen nog traploze rijwielen in de Jardin du Luxembourg te Parijs, 1818.

Criteria
Maar laat ik nu ingaan op waar hij wel op ingaat. Laat ik voorop stellen dat ik op zich in mijn stukje betoogde dat Rutten inzake twee van zijn drie uitgewerkte voorbeelden – de verzameling van al onze overtuigingen en een boek – gelijk heeft. Alleen het loterijvoorbeeld is naar mijn idee niet overtuigend.

Ik denk dat een deel van het misverstand als volgt verwoord kan worden. Ik heb het over de bruikbaarheid of geldigheid van criteria als zodanig. Kunnen we met een bepaald criterium overweg? Rutten daarentegen heeft het over iets anders: namelijk of in bijzondere, empirische gevallen aan bepaalde criteria voldaan is. Maar het feit dat een bepaalde verzameling uitspraken niet te overzien valt en we dus niet weten of aan het criterium voldaan is, zegt uiteraard niets over de vraag of het criterium toch normatief geldig is.

Maar laat ik voor ik verder ga, eerst de omschrijving die Rutten nu geeft van de twee besproken criteria nog even weergeven:

A: een verzameling uitspraken in kwestie moet consistent zijn
B: het mag niet zo zijn dat de verzameling uitspraken inconsistent is en dat diegene die de verzameling wil accepteren ook weet dat deze verzameling inconsistent is

Iedereen die dit vergelijkt met de weergave van het oorspronkelijke criterium (in zijn eerste stukje, in rood te vinden in mijn vorige stukje) zal overigens zien dat criterium B nu anders geformuleerd is.

Noodzakelijke voorwaarden
Wat Rutten doet en overigens al zijn eerste stukje deed, is dit: hij maakt van deze criteria noodzakelijke voorwaarden voor de acceptatie van bepaalde verzameling uitspraken, waarbij overigens in het ongewisse blijft wat dat accepteren precies betekent.

Dat is een specifieke handeling, een specifieke toepassing. Het is natuurlijk duidelijk dat als je een verzameling niet goed te overzien valt, zoals al je overtuigingen of zelfs de inhoud van een boek van een paar honderd bladzijden, dat je dan dergelijke criteria niet altijd volledig toegepast kunt hebben. Uiteraard probeert de auteur zich niet tegen te spreken, maar het blijft altijd mogelijk dat een lezer hem erop wijst dat de redenering op bladzijde 234 toch duidelijk in strijd is met die op pagina 68.

Kortom, het gaat Rutten dus niet om de criteria als zodanig, maar om een andere vraag: het accepteren van verzamelingen uitspraken. De vraag is dan of de genoemde criteria daar bruikbaar voor zijn en als het om grote niet overzichtelijke verzamelingen gaat, kunnen we hem volop bijvallen dat zulks niet het geval is. Maar dat wisten we natuurlijk al bij voorbaat: het gaat immers om zaken die we niet volledig overzien. We hebben bepaalde opvattingen, maar uiteraard gaan we ervan uit dat die niet allemaal consistent zijn. Iemand schrijft een boek, hij probeert zich niet tegen te spreken, maar hij beseft uiteraard dat het altijd mogelijk is dat dat toch een keer gebeurt. Criteria als waarheid, consistentie, helderheid, zinvolheid en anderen spelen voor de auteur zeker mee, maar hij zal echt niet denken dat ze allemaal vervuld zijn

Een algemeen criterium (A)
Dat Rutten steeds bezig is met een andere vraag dan die naar de geldigheid van de twee criteria als zodanig, komt heel helder tot uiting in deze passage:

‘Snel schrijft vervolgens: “Met het algemene criterium [i.e., criterium A] zal op zich niemand moeite hebben”. Ook dit is natuurlijk niet het geval. Sterker nog, criterium A is zelfs evident onhoudbaar als noodzakelijke voorwaarde voor het redelijk accepteren van een omvangrijke verzameling uitspraken.’

Hij heeft het over iets heel anders dan ik. Criterium A, dat inconsistentie ongewenst is of om nadere opheldering vraagt, is een gewoon alledaags criterium. Dat is inderdaad volstrekt probleemloos. Als alle criteria geldt het ook altijd in een sociale context. Men moet weten wanneer het beroep erop nuttig, gepast of behulpzaam is. Maar het is als zodanig een volstrekt probleemloos criterium.

En Rutten heeft natuurlijk ook gelijk dat het ‘evident onhoudbaar’ is ‘als noodzakelijke voorwaarde voor het redelijk accepteren van een omvangrijke verzameling uitspraken.’ Tenminste als we onder ‘onhoudbaar’ hier iets als bruikbaar verstaan. Wat dat accepteren van een grote verzameling uitspraken ook mag betekenen, het is natuurlijk duidelijk dat die vanwege de onoverzichtelijkheid niet bij voorbaat aan alle mogelijke criteria kan voldoen. Maar het criterium blijft natuurlijk wel geldig. We kunnen het altijd in concreto op enkele uitspraken uit de verzameling, als die toevallig ter sprake komen, toepassen. In die zin is het dus zeker niet onhoudbaar. Alleen het idee dat er volledig aan voldaan zou zijn, is onhoudbaar. Maar wie zal dat ook denken?

Een specifiek criterium (B)
Dan het tweede criterium. Rutten meent dat ik dat ‘überhaupt niet begrepen’ blijk te hebben. Dat lijkt me toch sterk. In mijn vorige stukje heb ik allerlei mogelijke lezingen ervan de revue laten passeren en ik heb laten zien dat als we letterlijk nemen wat er staat, dat flauwekul is, maar dat het ook mogelijk is achter de als zodanig ongelukkige formulering – waarvan ik, nogmaals, besef dat Rutten die van anderen overgenomen heeft – meer begrijpelijke bedoelingen te vermoeden.

Maar niet begrepen? Ik citeer de oorspronkelijke tekst:

‘dat het niet zo mag zijn dat […] je ook weet dat die verzameling inconsistent is.’

In zijn tweede stukje schreef Rutten dit:

‘Het criterium eist alleen maar dat als de desbetreffende verzameling logisch inconsistent is, dit in ieder geval niet geweten wordt door diegene die de verzameling wil accepteren. ‘

Zie nu ook definitie B hierboven en dit keer schrijft hij ook nog dit:

‘Criterium B zegt alleen maar dat als een verzameling uitspraken logisch inconsistent is en je dit ook weet, je die verzameling niet redelijk kunt accepteren.’

Het is duidelijk dat hij hier nu iets anders schrijft. Nu neemt hij het redelijk kunnen accepteren in het criterium op, maar aanvankelijk ging het om het criterium als zodanig. En als we het letterlijk lezen, zoals ook Rutten in zijn tweede stukje overduidelijk deed, is het een verbod op weten. Het ligt uiteraard voor de hand om te denken dat iets anders bedoeld is, bijvoorbeeld een aansporing om als je van een inconsistentie op de hoogte bent, daar wat aan te doen, maar dat staat er nu eenmaal niet en zo las Rutten het ook niet. (Terloops zien we hier ook nog dat Rutten bijvoorbeeld niet bezig is met een toch veel meer voor de hand liggend gebruik van de criteria, namelijk om uitspraken aan te passen, maar slechts met die ene, nog steeds onheldere vraag naar de ‘acceptatie’ ervan.)

Mijn zinsnede dat het aangevulde criterium ‘veel zwaarder is’, is totaal niet van belang voor de rest van mijn betoog en kan ook rustig geschrapt worden, maar het valt niet zo moeilijk om uit te leggen wat ik ermee bedoelde. Het algemene criterium, dat je niet inconsistent mag zijn, is volstrekt probleemloos. Uiteraard weet je dat niet al je overtuigingen of uitingen eraan voldoen, maar dat doet iets af aan je acceptatie van het criterium. Het is een aanleiding om zodra je wel op een inconsistentie gewezen wordt, daar serieus op in te gaan. Maar het tweede criterium dat je niet mag weten dat je opvattingen wel eens inconsistent kunnen zijn, terwijl je daar uiteraard vanuit gaat, is dan natuurlijk veel sterker. Er komt nog iets bij. Je mag niets niet weten wat je toch weet. Het is letterlijk genomen vooral onzinnig. Rutten gebruikt sterkte en zwaarte ten aanzien van een specifieke toepassing, wat je dan gaat ‘uitsluiten’, maar dat is iets heel anders dan waar ik op doelde. Als het om je opvattingen gaat, is de hele gedachte dat je die kunt ‘accepteren’, ook al ongerijmd. Die heb je. Gewezen worden op het criterium consistentie betekent niet dat je je opvattingen uitsluit, maar dat je ze aanpast of verwerpt.

 –

Redelijkheid
Het blijft onhelder wat Rutten onder dat ‘accepteren’ van verzamelingen uitspraken verstaat. Er bestaan gewoon allerlei overtuigingen en opvattingen, mensen doen allerlei uitspraken. Die accepteren we verder niet, die zijn er gewoon. Maar soms, in specifieke situaties, als dat nodig lijkt of blijkt, leggen we nadere criteria aan. Stilzwijgend, onbewust vaak, zijn ze op de achtergrond aanwezig. Klopt dat wel? Zien we daar geen tegenspraak? Is dat geen evidente onzin? Is dat niet kwetsend? En zo door.

Het lijkt me weinig zinvol om je als filosoof het hoofd te breken over de vraag wanneer je een bepaalde verzameling uitspraken ‘accepteert’, vooral niet zolang niet duidelijk is wat daar onder verstaan moet worden. Een auteur die een boek schrijft, kijkt dat zelf na, de uitgever kijkt dat na en dan wordt de tekst ‘geaccepteerd’’. Dat is gewoon een praktische gang van zaken. Filosofen kunnen misschien proberen om over gebruikelijke maatschappelijk normen, waaronder waarheid, consistentie, nut, zinvolheid en andere wat nadere verheldering te brengen. Het lijkt me weinig zinvol als ze gecompliceerde bijkomende normen gaan verzinnen. Wat zouden mensen daar aan hebben?

Redelijkheid is vooral een sociaal fenomeen. Het is iets dat elk moment steeds weer gerealiseerd moet worden. Dat gebeurt dus ook bij het maken van het boek of als je desgevraagd je nadere verantwoording van je overtuigingen aflegt. Redelijkheid is dan ook vooral de bereidheid om bepaalde maatschappelijk aanvaarde normen telkens weer toe te passen. Je kunt zelden zeggen: nu heb ik alles gecontroleerd, nu is redelijkheid helemaal verwerkelijkt. Normen moeten telkens weer in concreto toegepast worden. De algemene norm (A) dat inconsistentie onwenselijk is, vormt een onderdeel van het maatschappelijk discours, de specifieke norm (B) dat je geen weet mag hebben van inconsistentie, is op zijn best een aansporing werk van A te maken en voegt dan niets toe, maar dat is wel een erg welwillende lezing.

Zinvol?
De vragen die ik aan het eind van mijn vorige stukje stelde, blijven staan. Levert dit soort gedoe iets op? Worden we hier wijzer van? Krijgen we zo meer inzicht in wat redelijkheid is? Is het opwerpen van dit soort vragen moreel verantwoord? Ik geloof het nauwelijks, hooguit in die zin dat we zien dat het zo bepaald niet moet. Ik heb het vorige en dit stukje geschreven omdat ik nu eenmaal beloofd had ergens naar te kijken, maar ik maak er doelbewust verder niet veel reclame voor, omdat dit thema zo veel te weinig oplevert. Het is eigenlijk jammer van de tijd. Ik geloof dat mensen hun denkvermogen gekregen hebben om die voor nuttiger zaken te gebruiken.

Filosofie moet inzicht bieden, zich niet met zinloze vragen bezig houden. Ik zal proberen om me in het vervolg weer op zinvollere thema’s te richten of om thema’s die hier niet eens zover vanaf liggen, op een zinvollere wijze te behandelen.

 (158)

8 reacties to “Consistentie en redelijkheid II – Een antwoord aan Emanuel Rutten”

  1. Gaat ‘accepteren’ hier niet gewoon over ‘als waar beschouwen’? Zoals ik mijn scriptie als geheel ook als waar beschouw, maar zeker weet dat er inconsistenties in mijn scriptie staan, al heb ik zoveel mogelijk geprobeerd dat te voorkomen.

    • Daar zou het op kunnen slaan en zo wordt het ook wel gebruikt, maar Rutten legt dat hier nergens uit. Bovendien is het ‘accepteren’van je eigen overtuigingen, die je al hebt, wel een hele rare manier van spreken. Ooit iemand gesproken die zegt: vandaag heb ik mijn opvattingen geaccepteerd?
      Bovendien legt hij in het eerste stukje vervolgens consistentie aan als criterium voor acceptatie, maar een betoog kan natuurlijk best consistent zijn en toch onwaar zijn, al zal er zich vaak een samenhang voordoen. Maar ik kan een heel verhaal schrijven over een niet bestaande stad in Moldavië, terwijl ik doe alsof ik daar geweest ben, en dan kan dat verhaal volkomen consistent zijn, zonder dat er ook maar een greintje van waar is. Een afdoende voorwaarde voor de aanvaarding van dat verhaal als waar is dat verhaal niet.
      Maar als je een dergelijke term wilt gebruiken, moet je volgens mij in elke situatie even verhelderen wat je er daarmee bedoelt. Tenminste als dat niet al duidelijk uit de context blijkt.

  2. Natuurlijk kan een betoog consistent zjin, zonder dat er ook maar iets van waar is. Dat wordt door mij uiteraard nergens betwist. Sterker nog, precies daarom worden de criteria waarover ik sprak (criterium A en criterium B) steeds begrepen als *noodzakelijke* en niet als voldoende voorwaarden! Ik ben daarover in mijn stukjes heel duidelijk geweest. Wanneer ik over voldoende voorwaarden had willen spreken, dan had ik ook een beroep moeten doen op epistemische aspecten, zoals ‘evidence’, ‘properly basic belief’, ‘belief arrived at through a reliable process’, enzovoort. Maar daar gingen mijn stukjes dus niet over.

    Overigens heeft logische consistentie alles met waarheid te maken. Een verzameling uitspraken is namelijk *consistent* dan en slechts dan als het onmogelijk is dat alle uitspraken uit die verzameling tegelijkertijd *waar* zijn.

    • Dank, Emanuel, ik neem aan dat je hier op mijn vorige reactie ingaat. Je hebt helemaal gelijk dat als je zegt dat als iets een noodzakelijke voorwaarde is, dat je daarmee nog niet zegt dat het een voldoende voorwaarde is. Wat Evert te Winkel hier aan de orde stelde was de vraag wat met die merkwaardige uitdrukking ‘accepteren’ bedoeld wordt. Dat lijkt inderdaad iets als ‘voor waar houden’ te betekenen, maar je legt dat nergens expliciet uit. Je legt ook niet uit waarom je steeds switchte tussen consistentie en waarheid, waarbij ik uiteraard besef dat er zeker een verband kan zijn.

      Je laatste opmerking nu kan ik overigens niet begrijpen. Een ‘verzameling uitspraken’ – ook dat is natuurlijk al een hele vreemde wijze van spreken – hoeft niet over iets waars of onwaars te gaan. Zie een verzonnen verhaal. Als ik een sprookje over Moldavië vertel en de toehoorder weet dat is het nog steeds van belang dat het verhaal samenhangend is.
      Maar stel dat het wel om een waargebeurd verhaal gaat, waarom is de verzameling dan pas consistent als niet alle uitspraken tegelijk waar kunnen zijn? Een verhaal kan toch waar én consistent zijn? Ik begrijp dit nu echt niet, maar misschien is dit punt ook niet zo van belang.

      • Gewoon een vraag, Emanuel, nu je toch reageerde. Misschien kun je gewoon uitleggen wat je met dat ‘accepteren’ bedoelt. Soms lijkt het te duiden op ‘voor waar houden’, maar waarheid is uiteraard een zeer gelaagd begrip. We houden dingen op allerlei verschillende niveaus en wijzen voor waar. Dat we er in het dagelijks leven vanuit gaan dat van alles wel klopt, betekent natuurlijk niet dat we al een criterium expliciet toegepast hebben, al speelt dat altijd op de achtergrond mee. Maar een tekst zorgvuldig nakijken, als bijvoorbeeld redactielid met de vraag of die geaccepteerd kan worden voor een tijdschrift, is iets anders dan een boek lezen en ook daarvoor gebruik jij nu die term.
        Ook is mij niet duidelijk waarom je steeds over ‘een verzameling’ uitspraken spreekt. Een verhaal kan waar of consistent zijn, maar een verhaal bestaat natuurlijk niet uit een verzameling uitspraken, al kun je er soms een individuele zin of bewering uitlichten.
        Je eerste stukje kwam er in feite gewoon op neer dat we nu eenmaal weten dat niet alles wat we denken waar of consistent is – je switchte tussen beide termen – en dat we daar maar mee leven moeten. Maar dat doen we natuurlijk ook.. Criteria zijn er om steeds weer actueel toegepast te worden. Redelijkheid is een dynamisch begrip, geen statisch: het is niet iets dat vervuld kan zijn, maar dat steeds weer moet blijken. Het criterium over dat weten was wat raar geformuleerd en daar kwam veel gedoe uit voort, maar als je het zo welwillend mogelijk opvat komt het erop neer dat als je weet dat als iets niet consistent is (of niet waar,als het daarover) gaat, dat je daar wat aan moet doen, maar dat is in het algemene criterium ook al verondersteld. En verder is het dus zo dat het wel voorkomt dat we wel weten dat er iets inconsistent kan zijn, maar niet wat. Daar moeten we mee leven. Het is onzinnig om dan een criterium te nemen dat we dat niet mogen weten.
        Kortom, volgens mij ging het eigenlijk nergens over en ontstond de verwarring door de ongelukkige formulering. En gaat het dus niet om een criterium dat specifieke aandacht verdient.
        Maar je taalgebruik verbaast me altijd wel, omdat het zo onrealistisch voorkomt. Waarom zo’n merkwaardige en onheldere term als ‘accepteren’ gebruiken, als je ook wat gevarieerder en preciezer kunt zeggen wat je bedoelt? Waarom het over een ‘verzameling uitspraken’ hebben en niet meer gebruikelijke bewoordingen gebruiken? Is dat niet wat al te slordig?

  3. Ik begrijp wat Evert aan de orde stelde. Jij reageerde op zijn reactie echter onder andere met de opmerking: “Bovendien legt hij in het eerste stukje vervolgens consistentie aan als criterium voor acceptatie, maar een betoog kan natuurlijk best consistent zijn en toch onwaar zijn, al zal er zich vaak een samenhang voordoen. Maar ik kan een heel verhaal schrijven over een niet bestaande stad in Moldavië, terwijl ik doe alsof ik daar geweest ben, en dan kan dat verhaal volkomen consistent zijn, zonder dat er ook maar een greintje van waar is.”

    Mijn reactie was bedoeld als reactie op *die* opmerking. Wie namelijk begrijpt dat de door mij besproken criteria noodzakelijke (en geen voldoende) voorwaarden zijn, begrijpt ook dat ik nergens suggereer dat dankzij die criteria onware consistente verhalen geaccepteerd kunnen worden. Om tot een voldoende voorwaarde voor accepteratie te komen dienen (zoals ik in mijn vorige reactie reeds schreef) immers ook epistemische eisen (evidence, etc.) te worden gesteld. En fantasie verhalen zullen op grond van die eisen dan netjes kunnen afvallen.

    Verder kun je onder ‘accepteren’ voor mijn stukjes probleemloos ‘voor waar houden’ verstaan. De gangbare opvatting dus. Mocht je dit liever niet doen, dan kun je de criteria ook opvatten als noodzakelijke voorwaarden voor ‘assertibility’. Geen probleem wat mij betreft.

    • Veel dank, Emanuel Rutten, mijn indruk was ook wel dat je met accepteren zoiets als ‘voor waar houden’ bedoelde, maar de term maakt soms een wat merkwaardige indruk. Het lijkt me handiger om wat gevarieerdere en preciezere bewoordingen te kiezen, die meer bij een situatie passen. Door steeds één in sommige omstandigheden nogal merkwaardig aandoende term te kiezen wordt enigszins de indruk gewekt dat het om een technische term zou gaan, terwijl het natuurlijk duidelijk is dat de exacte inhoud per situatie verschilt.
      We houden in het algemeen niet iets voor waar op grond van specifieke criteria, maar omdat vertrouwen de grondregel van menselijke omgang is. Als we een feitelijk bedoeld boek (bijvoorbeeld over een historisch of sociologisch thema) lezen, vertrouwen we erop dat de auteur de waarheid willen vertellen en geloven we hem. En zo gaat het eigenlijk altijd. Alleen in specifieke gevallen leggen we nadere criteria aan. Als iets ons als onwaarschijnlijk voorkomt of als we op een tegenspraak stuiten. En er zijn gevallen waarin we uitspraken nog even extra willen controleren. Bij het voor waar houden van dingen horen dus wel stilzwijgend bepaalde criteria, maar ze spelen meestal een randvoorwaarde.
      Als je het zoals nu hebt over ‘voorwaarden’ voor acceptatie (voor waar houden dus) moet het dus nadrukkelijk gaan om uitzonderlijke gevallen. Dat is niet onze gewone omgang met criteria als waarheid en consistentie, zoals we het gemeenlijk ook niet hebben over ‘een verzameling uitspraken’.Bij voor waar houden hoort in het algemeen dus dat er niet expliciet aan allerlei voorwaarden is voldaan. Waarheid en consistentie zijn vooronderstellingen die in bijzondere omstandigheden expliciet aan de orde komen.
      Maar hier schrijf ik misschien nog wel een afzonderlijk weblogstukje over, waarbij het mogelijk is dat ik sommige formuleringen hergebruik. Zoals ik dat over de gelaagdheid van het begrip ‘waarheid’ ook wil doen. Waarheid beschrijft een specifiek soort relatie tot de wereld, maar die relatie kent allerlei gradaties. Waarheid is een gevarieerd begrip, zodat ook ‘voor waar houden’ dus veel verschillende dingen kan betekenen.

      • Nog even ter nadere toelichting: juist omdat het om een noodzakelijke voorwaarde ging, viel daaruit niet per se af te leiden wat de aard was van de ‘verzameling uitspraken’ waar dat ‘accepteren’ betrekking op had. Als je eenmaal weet dat het de intentie was die tot beweringen van feitelijke aard te beperken, kun je het volgende heel goed begrijpen, maar als lezer weet je dat op dat moment nog niet.
        Even later gaat het ook over persoonlijke overtuigingen en daaronder verstaan we gemeenlijk ook niet alleen feiten. Het is ook de vraag wat het voor waar houden in dat geval precies betekent. Iemand die verklaart dat het zijn persoonlijke overtuiging is dat Warschau de hoofdstad van Polen is, vinden we op zijn minst ietwat merkwaardig. Onder een persoonlijke overtuiging verstaan we toch eerder oordelen met een zeker waarderend aspect, moreel of anderszins, erin.
        Maar kortom, de verklaring dat het accepteren van uitspraken alleen op een bepaald mogelijk aspect ervan betrekking heeft, waarheid, kan de tekst uiteraard goed begrijpelijk maken. Het punt was alleen dat je dat zonder expliciete nadere verklaring niet zonder meer kunt weten. Bovendien verwacht men dat als iemand een criterium als logische consistentie thematiseert, dat hij zich dan niet tot dergelijke feitelijke uitspraken zal beperken. Maar de voorbeelden, over het soort simpelheden die gewoonlijk toch niet tot onze overtuigingen rekenen, gaven al een zekere indicatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: