Wat filosofie is (en wat het niet is)

door Jan Dirk Snel

[Vrijdag 4 juli 2014] Wat is filosofie? Een beetje filosoof begint dan met op te merken dat dat nou al een echte filosofische vraag is, maar het lijkt me nog maar de vraag of het nou zo’n heel erg andere vraag is dan die naar wat meteorologie is of wat sociologie is. Hooguit kun je zeggen dat die laatste twee vragen geen typisch meteorologische of sociologische zijn. Het zijn praktische, begripsmatige vragen over waar zo’n discipline nu over gaat en daar zou je inderdaad een zeker filosofisch aspect in kunnen onderkennen.

Filosofie
Filosofie gaat volgens mij vooral over verheldering. Alle vragen die mensen maar omtrent hun bestaan, hun wereld, hun kennis van die wereld, hun handelen in die wereld kunnen stellen, kunnen filosofische vragen zijn. In de wijsbegeerte gaat het er vooral om dergelijke vragen enigszins systematisch en vasthoudend te doordenken.

JohnLocke

John Locke (1632-1704) was lijfarts van Lord Anthony Ashley-Cooper. Hij werd ook diens secretaris. Locke hield zich onder meer bezig met vragen omtrent menselijke kennis en het staatsbestel.

Filosofie gaat in concreto onder andere over de vraag hoe mensen redeneren. Dat heet logica, al kun je je afvragen of moderne formele logica daar wel onder valt, omdat die eigenlijk niets bijdraagt aan kennis van redenaties of argumentaties, en of die dus niet onder een andere discipline thuishoort, maar klassiek logica hoort er zeker toe, ook al is het nut ook daarvan wellicht beperkt.

Filosofie gaat ook over de vraag wat kennis is, epistemologie dus, al is het de vraag of die discipline in onze dagen, nu de wetenschappen zich ver ontwikkeld hebben, nog wel zo spannend is. Er is veel kennis beschikbaar en de mensen die met specifieke kennis omgaan, hebben daar zelf meestal meer verstand van. Maar over menselijke kennis in het algemeen en over de wetenschappen, die zich specifiek toeleggen op het verwerven van meer kennis, vallen op zijn minst enkele dingen te zeggen en er vallen in ieder geval enkele nadere vragen te stellen, vooral als het erom gaat en zeker overzicht over het geheel te behouden of te verkrijgen. Wetenschapsfilosofie hoort bij de epistemologie, maar kan vaak wellicht beter in betrekking tot afzonderlijke disciplines beoefend worden. Dergelijke filosofie is ook niet voorbehouden aan zogenaamde professionele filosofen, alle wetenschapsbeoefenaren kunnen fundamentele vragen omtrent hun vak stellen.

Filosofie kan ook gaan over het geheel van onze werkelijkheid. Ontologie noemen we dat of metafysica, als het specifiek gaat over de vraag wat het geestelijk deel van onze werkelijkheid nu eenmaal is. Wat is zijn eigenlijk? Wat is bestaan? Wat is werkelijkheid? Wat verstaan we onder een begrip als de wereld? Kent onze werkelijkheid een zekere opbouw? Waarom is er eigenlijk iets en niet niets en wat bedoelen we daarmee? Het is de vraag of men met dergelijke vragen veel verder komt, maar mensen hebben de eeuwen door de behoefte gevoeld om ze aan de orde te stellen.

Filosofie gaat ook over het menselijk handelen en de vraag wat me moeten doen. Wat is goed, wat is slecht? En het gaat over onze waardering van de werkelijkheid en van wat mensen maken. Wat is mooi? Wat is niet mooi? Wat is nuttig, wat niet? Wat is van waarde? We beoordelen onze eigen handelingen en die van onze medemensen. We hebben allerlei opvattingen en oordelen over de wereld. Daarover gaat het onder meer in de ethiek en de esthetica. En in de politieke filosofie, de sociale filosofie en de rechtsfilosofie.

Men kan meer aanvoeren, maar ik beperk me nu maar even tot de takken van filosofie die over denken, kennis, de werkelijkheid en het handelen en beoordelen gaan. Ik heb daarbij weinig neiging om ‘zuivere’ en ‘toegepaste’ wijsbegeerte scherp te onderscheiden. Als het gaat om verheldering van ons bestaan in de wereld horen meer theoretische en meer praktische vragen onlosmakelijk bij elkaar.

Wetenschappen
Filosofie was tot een jaar of tweehonderd geleden in feite gewoon een aanduiding voor wetenschap, althans wat we nu wetenschap noemen: het verzamelen van meer kennis over de wereld. In universiteiten, in het Nederlands destijds raak hogescholen geheten, hield de propedeutische artesfaculteit zich voornamelijk bezig met wat we nu wetenschap noemen, ongeveer dat wat ooit in de zeven vrije kunsten, het trivium en het quadrivium aan de orde kwam, en wat er verder maar aan kennis te verzamelen viel.

Universiteiten waren verder vooral praktische opleidingsinstituten: voor godgeleerdheid, want de mens heeft een geest (of, nu wat ouderwets woord, een ziel), voor geneeskunde, want de mens heeft een lichaam, en voor rechtsgeleerdheid, want mensen zijn niet alleen op de wereld. Dergelijke praktische disciplines hielden zich vooral bezig met de problemen die zich aandienden: zonde, ziekte, conflict. Maar de opleidingen waren dan weer vrij theoretisch, ‘wetenschappelijk’ in onze zin. Op de universiteit leerde je vooral het Romeins recht kennen en als je dat eenmaal doorgrondde, kon je als lid van een schepenbank daarna in de praktijk wel leren het er daar nu precies aan toe ging. Als er maar een degelijke basis was.

Maar de wetenschappen hebben zich verzelfstandigd. Ze verzamelden zich in afzonderlijke faculteiten. Sommige hielden zich bezig met het verwerven meer kennis over de dode en levende natuur, andere met kennis over taal of letterkunde, weer andere met geschiedenis, en nog weer andere met hoe maatschappij en staat nu feitelijk functioneren. De filosofie bleef wat onthand achter. Alleen de eeuwige menselijke vragen, de fundamentele vragen bleven over, over wat denken nu is, wat kennis is, wat de werkelijkheid is, hoe we moeten handelen en oordelen. Het zijn vragen die in ieder geval voor een deel nooit definitief opgelost worden, maar wel weer steeds over nagedacht kan worden. En waar ook wel meer over te zeggen valt. In alle gevallen is het doel om meer verheldering te krijgen, om begrippen scherper te krijgen, om een beter inzicht te verkrijgen in wat op een gegeven moment de juiste weg is. Dat soort dingen.

Verheldering
Bij filosofie hoort dus ook dat we vragen stellen bij het vanzelfsprekende. Mensen menen wel te weten dat ze iets weten, maar is dat ook echt zo? Mensen menen wel te weten wat goed is en wat onwenselijk is. Maar vallen daar geen vraagtekens bij te zetten? Het zijn overigens bepaald geen vragen die voorbehouden zijn aan zogenaamde vakfilosofen. Als het gaat om de maatschappij, noemen we iemand die lastige, soms hinderlijke vragen stelt, een intellectueel. Dat is niet per se iemand die heel veel boeken gelezen heeft of heel erg verschrikkelijk veel weet, maar iemand die soms net af durft te wijken, die ongevraagd commentaar geeft, die de vragen waar iedereen zich druk over maakt, vanuit een net wat ander perspectief bekijkt. En die soms ook wat andere mogelijke oplossingen naar voren brengt, tentatief, aarzelend soms, maar toch.

Het gaat om verheldering. En verheldering omtrent fundamentele vragen bereiken we niet door in ons eentje alleen maar heel veel te lezen en heel diep na te denken, dat uiteraard ook, maar vooral ook door met elkaar het gesprek aan te gaan. Maar ook dan gaat het om verheldering. Daar hoort soms een lastige, hinderlijke, onwelkome vraag bij. Maar die vraag dient dan om een probleem scherper te krijgen en zo misschien de weg naar het antwoord nader te verhelderen.

Dát is filosofie en dat hoeft niet alleen een aangelegenheid van vakfilosofen te zijn. Hieruit volgt ook wat filosofie niet is. Filosofie is niet voortdurend kinderachtige vragen stellen. De vraag wat de werkelijkheid is of wat werkelijk is, kan een interessante vraag zijn als is ie zo misschien wat al te groot om te beantwoorden. Maar als iemand het in een bepaalde context heeft over de werkelijkheid heeft, dan is vaak duidelijk wat hij dan zo ongeveer bedoelt. Het heeft dan geen zin om te gaan zeggen: wat is dat eigenlijk, ‘werkelijkheid’?, terwijl je wel snapt wat hij bedoelt. Een vraag moet gepast zijn. Niet elke willekeurige vraag naar de nadere betekenis van een begrip op een willekeurig moment is een wijsgerige vraag.

Dialoog
Vragen naar begrippen heeft pas zin als dat bijdraagt aan het begrip, om vragen en antwoorden scherper te krijgen. Het moet gaan om een bijdrage aan het gesprek en de dialoog. Steeds kinderlijk zeggen dat je iets niet snapt, of dat je niet weet wat een begrip in een betoog of een gesprek betekent, is geen filosofische houding, zoals steeds aan komen zetten met technische wijsgerige begrippen, omdat je toevallig Immanuel Kant of John Searle gelezen hebt, dat ook niet is. Lectuur van dergelijke lieden kan mogelijk nuttig zijn, maar je hebt er pas iets aan als je op grond daarvan beter aan een gewoon gesprek kunt bijdragen en meer verheldering kunt bieden.

Het gaat erom of je in gewone mensentaal, die trouwens verassend nauwkeurig kan zijn, een bijdrage kunt en wilt leveren aan de verheldering van ons bestaan, van onze verhouding tot de wereld en tot elkaar. Daar gaat het in filosofie om. Of je serieus aan een gesprek en aan het verwerven van meer begrip en inzicht wilt  meedoen.

Naschrift (16.30 uur)
De tekst is nog wat aangepast en op een enkel onderdeel lichtelijk aangevuld.

(156)

5 Responses to “Wat filosofie is (en wat het niet is)”

  1. ‘Filosofie is de kunde om het menselijk bestaan te verhelderen’. Mooie definitie en bovendien zeer verhelderend.

    Verstuurd vanaf mijn iPad

  2. “Alle vragen die mensen maar omtrent hun bestaan, hun wereld, hun kennis van die wereld, hun handelen in die wereld kunnen stellen, kunnen filosofische vragen zijn.”
    Dan is alle natuurwetenchap filosofie. Daar heb ik geen bezwaar tegen hoor, het lijkt me alleen een beetje onhandig, maar hoe zit dat met u?

    “Kent onze werkelijkheid een zekere opbouw?”
    Hehehe, dat is ook al een natuurkundige vraag.

    “Waarom is er eigenlijk iets en niet niets en wat bedoelen we daarmee?”
    Ditto, al is niet erg duidelijk of een filosoof met “waarom” hetzelfde bedoelt als een natuurkundige.

    “Maar de wetenschappen hebben zich verzelfstandigd.”
    Ah, maar die trend staat op een keerpunt. In de eerste plaats worden er allerlei bruggen geslagen tussen de verschillende takken van wetenschap. Ik kan er zelfs eentje aanwijzen tussen natuurkunde en oudheidkunde. In de tweede plaats naderen vooral natuurkundigen wel erg dicht de grens van wat nog gemeten kan worden en wat niet meer. Denk bijvoorbeeld aan het Multiversum; per definitie kunnen we alleen meten, hoe indirect ook, wat binnen ons eigen Universum gebeurt. Alles daarbuiten is speculatie – in de filosofische betekenis van het woord. De consequentie is dan ook dat natuurkundigen zich de laatste paar jaar flink met filosofie bezighouden. Op het blog van Richard Kroes, Apoftegma, heb ik uitgebreid aangewezen welke relevantie Augustinus van Hippo’s filosofie van de tijd heeft voor de Moderne Natuurkunde.

    “we vragen stellen bij het vanzelfsprekende”
    Juist! Daarom betwijfelde ik uw gebruik van het woord werkelijkheid in uw vorige artikel.

    “Een vraag moet gepast zijn.”
    Ik mag toch hopen dat ik aangevoerd heb waarom mijn vraag aangaande de werkelijkheid gepast is. Ik heb er in ieder geval moeite voor gedaan. Of ik daarin geslaagd ben is natuurlijk vers twee, ik ben ook maar een eenvoudige leraar wis- en natuurkunde.
    Maar mocht u menen dat mijn opmerkingen ongepast waren dan zal ik mij met enig verdriet terugtrekken. Ik ben geen trol.

    • Waarde Mark Nieuweboer, veel dank voor je opmerkingen en vragen. Om een mogelijk misverstand voor te zijn: ik vind je vragen helemaal niet ongepast, hoor, en dacht ook helemaal niet aan jou. Wat ik meer in algemene zin bedoelde was ongeveer dit: als we in een gesprek of een dialoog over een bepaald onderwerp verwikkeld zijn, dan kan het goed zijn om een begrip nader te verduidelijken zodat we met zijn allen weten dat we het in dit geval over hetzelfde hebben. Maar de vraag naar verduidelijking dient bij te dragen aan het gesprek. Op zich kan men bij elk begrip bij elk woord dat in een verhandeling of een gesprek ter sprake komt, wel vragen stellen. Maar niet elke vraag is altijd relevant voor de voortgang van dat gesprek. Als iemand wel begrijpt wat er in de context we bedoeld wordt met een bepaald begrip, heeft het weinig zin op dat moment nader over dat begrip door te gaan, omdat het de voortgang uit het gesprek haalt. Dat zie ik bij filosofen soms gebeuren: ze gaan dan bij allerlei dingen zogenaamde filosofische vragen stellen, die vaak al duizenden keren gesteld zijn, en belemmeren daarmee het gesprek over het thema dat aan de orde is. Maar aan jou dacht ik hier helemaal niet, hoor. Ik waardeer je vragen zeer.

      Het klopt dat dat de eerste zin – ‘alle vragen’ – zo wat ruim geformuleerd is, maar ik hoop dat in het vervolg duidelijk wordt dat het in de filosofie meer specifiek om achtergrondsvragen stelt. Als je de zin op zich leest – nogmaals ‘alle vragen’ – dan zou je de vraag waar de suiker staat, ook filosofisch kunnen noemen. Dat bedoel ik uiteraard niet. Ik had op zich misschien iets moeten toevoegen over het fundamentele karakter van die vragen.

      Maar misschien is mijn globale, op zich wat al te ruime inleidende formulering ook weer niet zo gek. Je geeft zelf al aan dat de natuurkunde steeds ook weer de filosofie raakt. Zoals ik al betoogde, komen de specifieke wetenschappen voort uit de filosofie in het algemeen, maar hebben ze zich verzelfstandigd. Bepaalde concrete vragen laten we dus over aan de wetenschappen of gewoon aan onze omgang in het dagelijks leven – de vraag waar de suiker staat behoeft geen wetenschappelijke waarneming, een simpele alledaagse zoektocht in de keuken of de eetkamer is meestal voldoende – maar ook die wetenschappelijke vragen hangen dus met meer algemene samen.

      Ja, de vraag naar de opbouw van de werkelijkheid is ook een natuurkundige, maar de natuurkunde zal zich daarbij in het algemeen tot het natuurkundige, fysieke aspect van de werkelijkheid beperken, zoals de socioloog zich tot de samenleving en de opbouw daarvan zal beperken. De filosoof stelt dan de vraag naar de samenhang van al die observaties of die naar het geheel dat in de aspectbenadering van de specifieke wetenschappen zo niet aan de orde kan komen.

      Je hebt gelijk dat met die verzelfstandiging van de wetenschappen het laatste woord niet is gezegd. Of we echt op een keerpunt staan, weet ik niet. Maar omdat wetenschappen zich tot een bepaald aspect beperken, zullen we als we van een fenomeen meerdere zijden willen belichten, ons tot meerdere wetenschappen moeten richten en zullen die wetenschappers ook moeten samenwerken of zich meerdere wetenschappen eigen moeten maken. Interdisciplinariteit is een logisch gevolg van de opsplitsing in disciplines.

  3. Veel techniek maar veel te weinig medemenselijkheid, er is nog veel te verhelderen. Dus werk aan de filosofische winkel.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: