Zet democratie niet zelfstandig in de Grondwet

door Jan Dirk Snel

[Dinsdag 1 juli 2014] Vrijdag kondigde het kabinet aan dat het voornemens is een voorstel tot wijziging van de Grondwet bij de Staten-Generaal in te dienen. Voorafgaand aan het eerste artikel wil het deze bepaling opnemen: ‘De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten.’

Hogendorp

Gijsbert Karel graaf van Hogendorp, voorzitter van de commissie die de Grondwet opstelde, door Jean Francois Valois of Cornelis Cels

Niets nieuws
Op zich komen deze drie elementen al voor in de Grondwet. Het allereerste hoofdstuk gaat met zoveel woorden over ‘grondrechten’ en dat Nederland een democratie is, blijkt uit de bepaling dat de Tweede Kamer rechtstreeks gekozen wordt ‘door de Nederlanders die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt’ (waar enkele kleine uitzonderingen op mogelijk zijn). Dezelfden mogen ook de leden van gemeenteraad en provinciale staten kiezen. En dezelfde vereisten gelden ook om in deze organen gekozen te worden.

Wat een rechtsstaat is, is lastiger, omdat dit begrip gemeenlijk uit meerdere elementen wordt opgebouwd. Minstens drie onderdelen lijken in elke omschrijving voor te komen: (1) het legaliteitsbeginsel, (2) een zekere scheiding en balans der machten en (3) en de waarborging van grondrechten. Deze elementen kan men alle in de Grondwet terugvinden. Zo zegt die dat geen feit strafbaar is ‘dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling’, terwijl ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de vaststelling van bevoegdheden van andere organen voldoende geregeld is. Het lijkt niet nodig dit punt nu volledig uit te werken.

Kortom, het kabinetsvoorstel, overigens geformuleerd op verzoek van de Eerste Kamer, bevat inhoudelijk niets nieuws. Op grond daarvan kan men zowel betogen dat er niets tegen is, als dat het niets toevoegt en dus volslagen overbodig is. Het kabinet wijst er bovendien op dat de begrippen uit de voorgestelde drieslag een belangrijke rol spelen in onder meer het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (Raad van Europa) en het Verdrag betreffende de Europese Unie. Aangezien deze documenten binnen het Nederlandse rechtssysteem volop gelden, kan men dezelfde opmerkingen nog eens maken: niets tegen, overbodig.

Democratie
Toch kan men wel nadere vragen stellen. Als men dan toch iets wil opnemen, is dan de simpele formulering dat het Koninkrijk een ‘democratische rechtsstaat’ niet beter? Waarom grondrechten afzonderlijk noemen als ze al in elke minimale omschrijving van de rechtsstaat voorkomen? Belangrijkere bezwaren kan men echter aanvoeren tegen het opvoeren van ‘de democratie’ als zelfstandig begrip.

Dat Nederland een democratie is, daar twijfelt niemand aan. En dat vrijwel iedereen ervoor is en bijna niemand ertegen, dat is ook duidelijk. Maar hoe kan dat? Doordat niet zo helder is wat democratie precies is. Het is een gedeeld ideaal dat ieder naar eigen believen nader kan invullen. Over de minimale feitelijke omschrijving zal men het wel zo ongeveer eens zijn: een democratie is een systeem van machtsvorming bij gelijke politieke rechten. In de praktijk betekent de uiting dat een regeling ‘democratisch’ tot stand is gekomen, niet zozeer dat volksinvloed daarbij rechtstreeks aanwijsbaar was als wel dat bestaande regels keurig gevolgd zijn.

‘Democratie’ is een praktijk. Het is geen begrip dat in de wetgeving tot dusverre een grote rol speelt. Sterker nog, als substantief komt het in wetten niet eens voor, behalve in de naam van twee instituten. Als adjectief figureert het daarentegen in een tiental wetten, waarbij die over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die gevaren voor de ‘democratische rechtsorde’ moeten onderzoeken, de belangrijkste is. Kortom, democratie is tot dusverre geen constitutioneel begrip, maar een politiek-filosofisch ideaal.

Vrijheid
Het is bovendien een ideaal dat geleidelijk aanvaard is. Een eeuw geleden was Nederland wel een rechtsstaat, maar nog geen democratie, al was het aardig op weg. Binnen alle vier politieke stromingen bestonden vleugels die ervoor pleitten. Vandaar benamingen als vrijzinnig-democraat, christendemocraat en sociaaldemocraat, die soms in partijnamen opgenomen werden. (De PvdA ontstond in 1946 uit de drie vooroorlogse partijen, een socialistische, een liberale en een confessionele, die het begrip hanteerden. ) Een groepering als Eenheid door Democratie had alleen al door haar naam een naar toenmalige begrippen ‘linkse’ klank.

Terwijl democratie in de achttiende en negentiende eeuw vooral tegenover aristocratie gesteld werd, waarbij democratie eerder met oude (geïdealiseerde) middeleeuwse stedelijke praktijken in verband werd gebracht en aristocratie als van jonger datum werd beschouwd, kwam democratie in het interbellum vooral tegenover dictatuur, totalitaire bewegingen van fascisme, nationaalsocialisme en communisme, te staan. Zo werd het na de Tweede Wereldoorlog breed aanvaard als ‘ons’ aller ideaal. Isaiah Berlin merkte in zijn Two Concepts of Liberty weliswaar terecht op dat er ‘geen noodzakelijk verband tussen individuele vrijheid en democratisch bestuur’ bestaat, de meeste mensen zagen toch wel dat een werkelijke democratie met vrije, geheime verkiezingen in de praktijk de beste waarborg voor vrijheid vormde.

Uiteraard ontwikkelde de opvatting van democratie zich met name vanaf de jaren zestig verder en achtten velen voortgaande democratisering wenselijk. Maar juist omdat het hier om een gedeeld politiek ideaal gaat, waarbij de nadere invulling telkens weer ter discussie staat, zou het wel eens onverstandig kunnen zijn, het zo afzonderlijk in de Grondwet op te nemen. Het leidt tot onnodige juridisering.

Democratische rechtsstaat
Beter is het om het als nadere bepaling bij de rechtsstaat op te nemen. Een eeuw geleden achtte men democratie daar nog niet noodzakelijk een onderdeel van, omdat men rechtsgelijkheid vooral in een ‘gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen’ gelegen achtte; nu het grondrechtelijk gelijkheidsbegrip inmiddels ook politieke rechten omvat, volgt democratie in feite vanzelf uit het begrip rechtsstaat. Maar beperk het tot een bepaling bij die rechtsstaat. De rechtsstaat omvat immers veel meer. Democratie is daar een element van, een essentieel element. Het zou onverstandig zijn het er zelfstandig naast te zetten, zodat het als concurrerend begrip van gelijke orde kan gaan fungeren.

(154)

3 Responses to “Zet democratie niet zelfstandig in de Grondwet”

  1. “Een eeuw geleden was Nederland wel een rechtsstaat, maar nog geen democratie, al was het aardig op weg.”
    Daar zou Popper het mee oneens zijn geweest. Die definieerde een democratie als een politiek stelsel dat de burgers in staat stelt van zijn machthebbers af te komen zonder fysiek geweld te gebruiken. Dat lijkt mij een zinnige en zeer actuele definitie. Ze duidt ook aan dat democratie alleen niet genoeg is en dat er aanvullende beschrijvingen nodig zijn voor het Nederlandse politieke en juridische systeem. Of dat moet gebeuren middels de grondwetswijziging die de regering voorstelt laat ik in het midden.

    • De teneur van die opmerking is niet onjuist, maar een erg volledige omschrijving van democratie is ze ook niet. Dat kan ook nauwelijks omdat democratie als een open begrip fungeert dat telkens nader ingevuld wordt. Maar in dit geval is ze ook niet toereikend. Ministers werden een eeuw geleden door de koningin benoemd. Als ze niet meer het vertrouwen van de Staten-Generaal genoten of als de ondersteunende coalitie na verkiezingen geen meerderheid meer had, boden ze gemeenlijk hun ontslag aan en de koningin accepteerde dat. (In 1922 werd het gebruik dat een kabinet bij nieuwe verkiezingen altijd zijn ontslag aanbood.) Maar het punt in dit geval is dat een eeuw geleden nog niet alle volwassen Nederlanders stemrecht hadden. Dat acht men tegenwoordig in het algemeen toch wel een minimumvereiste voor een democratie. Dus ook indirect, via het parlement, waren nog niet alle burgers betrokken bij het mechanisme dat ertoe kon leiden dat ministers hun ontslag aanboden.
      Dat er aanvullende omschrijvingen nodig zijn, daar ben ik het mee eens en daar gaat dit stuk in feite ook over. De rechtsstaat is veel belangrijker en democratie is daar tegenwoordig een onderdeel van.
      Maar voor al deze begrippen geldt dat ze in de loop der tijd aan verandering onderhevig zijn.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: