Fenomeen en essentie – Over afstand nemen, de islam en andere sociale categorieën

door Jan Dirk Snel

[Vrijdag 20 juni 2014] Twee dingen zijn er waar Nederlanders het graag over hebben: het weer en de islam. Het weer is er altijd en daarom kun je er altijd wel iets over zeggen. De islam daarentegen is er vrijwel nooit en juist daarom kun je er ook altijd wel iets over zeggen.

In Nederland is de islam een tamelijk marginaal verschijnsel, zij het niet geheel afwezig. Slechts een vrij klein deel, zo’n twintigste ongeveer, van de Nederlanders is moslim. Van de aanwezigheid van de islam merken de meeste mensen persoonlijk vrijwel niets, of het moest zijn dat ze halal producten in de supermarkt zien liggen of een collega op het werk hebben die met ramadan vast – of tenzij ze zelf natuurlijk moslim zijn. Dat soort kleine dingetjes, meer niet. Maar de islam is wel veelvuldig in het nieuws, de islam in Nederland en allerlei dingen in de rest van de wereld die kennelijk iets met de islam te maken hebben. En dus valt er altijd wel iets over te zeggen.

Islam

De islam, een nogal brede sociale categorie (beeld: Wikipedia)

Niets
Ook dit stukje gaat over de islam, maar eigenlijk ook weer niet. Ik wil het in feite niet hebben over de islam zelf, maar over het spreken over de islam. En ook daar wil ik niet bij stil blijven staan. Het gaat me hier om onze omgang met brede sociale categorieën. Wat is het verband tussen het deel en het geheel? Kunnen we het geheel kennen op grond van het geheel? Wat zegt een onderdeel over de totaliteit van een sociaal verschijnsel? Dat soort vragen.

In dit verband kan ik bij wijze van voorbeeld verwijzen naar twee columns die gisteren verschenen. In de Volkskrant schreef Max Pam een ironische, of misschien wel sarcastische column, die het opschrift ‘Met de islam heeft het allemaal niets te maken’ meekreeg. Vier keer herhaalt hij hetzelfde betoog: ISIS, Boko Haram, Al Shahaab en de Taliban hebben ‘niets met de islam te maken’. Ze lijken ‘in geen enkel opzicht op de ware islam’. En voor wie toch nog niet doorhad dat het omgekeerde bedoeld is, is er dan nog de uitsmijter:

‘Heus, ik zeg het u, als je al die strijders buiten beschouwing laat en je denkt ook even niet aan al die gelovigen door wie zij worden gesteund, dan is de islam – op zichzelf, ja, an sich – een geweldige religie.’

Stilte
In Trouw kwam Elma Drayer met een column, getiteld Als moslims moslims afslachten blijft het nagenoeg stil, die vooral ging over het Amsterdamse ‘troostmeisje’ Khadija, die haar vrouwelijke bijdrage aan de strijd in Syrië had geleverd, maar die uit verveling en vanwege heimwee naar haar familie toch weer naar haar woonplaats was teruggekeerd, al hoopte ze nog wel eens terug te keren naar het strijdgebied. De conclusie of althans het slot nam echter een wat onverwachte draai:

‘Wat intussen nogal begint op te vallen is de zwijgzaamheid van de Nederlandse moslimgemeenschap. Als de zionistische entiteit een faux pas begaat, is ze de eerste om verontwaardigd te protesteren. Dan stroomt het Museumplein bij wijze van spreken onmiddellijk vol. Als moslims op grote schaal moslims afslachten blijft het nagenoeg stil.’
Ik begrijp het niet. Ik geloof dat ik het niet eens wil begrijpen.’

Een dag eerder had Andries Knevel iets in dezelfde richting verwoord in een tweet:

‘Ik hoop dat Marokkanenorganisaties die stampei over #VanWoerkom maakten, nu nog meer stampei maken over jonge Moslims bij barbaren van ISIS’

KnevelIslam en ware islam
Die boutade van Knevel werd heel wat keren geretweet. Mijn indruk is dat nogal wat mensen iets denken in de trant van: het is goed dat dit soort dingen eens gezegd wordt. Pam, Drayer en Knevel zeggen tenminste eens hoe het is. Zoiets.

Maar is dat nu zo? Zijn dergelijke bijdragen behulpzaam? Verscherpen ze onze blik op complexe zaken? Of vertroebelen ze ons zicht op de werkelijkheid juist? Ik vrees het laatste. Het betoog van Max Pam richt zich tegen een stropop, althans ten dele, dat is het verraderlijke. Is er echt iemand die serieus denkt dat ISIS, Boko Haram, Al Shahaab en de Taliban hebben ‘niets met de islam te maken’ hebben? Nee, natuurlijk niet. Iedereen weet dat. Dat dat wel zo is, bedoel ik. De organisaties zeggen het zelf, ze geven het in hun namen al aan, verslaggevers meldden dat er keurig bij en anders kan men het zelfs op Wikipedia nazoeken.

Pam bestrijdt iets dat niemand beweert. Maar misschien ook weer niet helemaal. In elk van de vier gevalsbeschrijvingen gaat hij van ‘de islam’, waar de beschreven beweging zogenaamd ‘niets’ mee ‘te maken’ zou hebben, over naar ‘de ware islam’, die de betreffende beweging ‘in geen enkel opzicht’ zou vertegenwoordigen (of waar ze ‘in geen enkel opzicht’ op zou lijken). Maar aan het slot laat hij het genoemde adjectief ineens opvallend weg:

‘Al die vermoorde mensen, al die verkrachte vrouwen, al die kinderen die met een bomgordel naar de vijand zijn gestuurd, die hebben helemaal niets met de islam te maken. Zij vertegenwoordigen in geen enkel opzicht de islam.’

Stilistisch gaat er hier trouwens iets mis – misschien een fout van de redactie? – want ‘die vermoorde mensen’ hebben natuurlijk heel vaak wel degelijk iets met de islam te maken en die vertegenwoordigen zij dus in zekere zin wel degelijk, zoals Elma Drayer terecht benadrukt, al zijn er zeker ook andere slachtoffers, waaronder christenen. Maar in zijn intentie – hij doelt op de daders – heeft Pam hier dus in zekere zin ook wel weer gelijk. Het komt inderdaad wel voor dat mensen zeggen dat al dat gemoord niets met de ‘ware islam’ te maken heeft.

Fenomeen en essentie
Het gaat hier om twee verschillende benaderingen, die mensen in het algemeen best uit elkaar kunnen houden, maar die Pam hardnekkig negeert. Je zou het onderscheid kunnen aanduiden als dat tussen verschijnsel en wezen, fenomeen en essentie.

We kunnen onderscheiden tussen een descriptieve fenomenologische benadering en een meer normatieve – en ‘fenomenologie’ gebruik ik dan in de alledaagse zin, zoals we daar pakweg sinds Chantepie de la Saussaye aan gewend zijn en dus niet in de meer husserliaanse zin, waarbij het om een Wesensschau of iets van dien aard zou gaan. Dat je verschijnselen dus beschrijft, zoals ze zich aan je aandienen, zoals verslaggevers dat doen. ISIS beweert islamitisch te zijn, de club heeft kennelijk ook iets met de islam en dan zal ze dus wel islamitisch zijn. Maar islam staat hier niet voor één enkele kern, maar voor een breed spectrum aan sociale verschijnselen. Er zijn pakweg anderhalf miljard moslims in de wereld en dan vallen er nogal wat mensen en ook verschijnselen onder de islam.

Daar kun je een meer normatieve benadering tegenover zetten, waarbij mensen verklaren wat zij onder de islam verstaan. Het kan dan om aanhangers dier religie gaan die verklaren dat bijvoorbeeld de islam van ISIS of Boko Haram niet hún islam is. Dat zij onder de islam iets heel anders verstaan. Dat de islam in werkelijkheid iets heel anders leert. Dat soort dingen. Het kan trouwens ook om deskundigen van buitenaf gaan, die bijvoorbeeld uiteenzetten wat de islamitische opvattingen over een gerechtvaardigde oorlog en de kleine jihad zijn en die uitleggen dat de wijze waarop nogal wat jihadisten ook burgers, vrouwen en kinderen tot object van hun strijd maken, afwijkt van de klassieke leer omtrent combattanten – en zo meer. Hedendaags jihadisme, zo kan men betogen, is voor wie traditionele maatstaven aanlegt, meestal nogal ketters van aard. Maar het gaat me nu niet om dit punt als zodanig, maar om aan te geven dat men ook met normativiteit op verschillende wijzen kan omgaan: meer persoonlijk subjectief bijvoorbeeld, maar ook meer objectiverend vanuit een specifieke geleerdheid – en daarbij beoog ik dan niet alle opties uitputtend te behandelen.

Anderen
Hoe het ook zij, het is niet zo moeilijk om dit onderscheid in benadering – fenomeen en essentie, beschrijving en normering – uit elkaar te houden. Het gaat me ook niet de islam als zodanig, want het is van toepassing op elke bredere sociale indeling. Mensen kunnen op allerlei wijzen onder een bredere categorie ondergebracht worden, soms omdat ze daar zelf voor kiezen, soms omdat een waarnemer die handzaam acht. Het kan dan om religies gaan, maar ook om volkeren of inwoners van een staat, om leden van een bepaalde stand of klasse, om economische aanduidingen en nog veel meer. Het aantal mogelijkheden is schier onbeperkt.

Maar als zo’n categorie breed is en heel veel verschillende mensen of een grote diversiteit aan verschijnselen omvat, zegt een uitspraak over een deel ervan, een kleinere groep, die eronder valt, bij voorbaat nog niets of vrijwel niets veel over het geheel, de complete verzameling. Toch kunnen sommigen kennelijk niet de verleiding weerstaan om alle mensen of alle verschijnselen die onder dat ene kopje vallen, op één hoop te gooien. Dat gebeurt natuurlijk vooral als het om een categorie gaat waar men zelf niet toebehoort. Anderen kijkt men er dan op aan dat ook zij onder die ene categorie vallen.

Een bekend hedendaags geval is het spreken over ‘religie’ door mensen die menen dat zij daar niet aan doen. (Of dat eigenlijk wel kan en of religie een specifieke categorie is of een ontologische constante, laat ik nu maar even buiten beschouwing. Hier kunnen we ervan uitgaan dat er mensen zijn die het begrip in de eerstgenoemde zin gebruiken.) Zij zien dan bijvoorbeeld gevallen van onderdrukking die kennelijk iets met godsdienst te maken hebben en generaliseren vervolgens heerlijk over religie en geweld. Maar het kan ook om Duitsers gaan of over bankiers, of over vakbonden. Het patroon is hetzelfde: vanuit een specifiek verschijnsel probeert men iets algemeners te zeggen over een brede sociale categorie waaronder het gevat kan worden en waar men zelf niet toebehoort.

Vooronderstellingen
Is er dan geen enkel verband? Ja, dat is er wel, maar je weet op voorhand niet welk. Als ISIS, Boko Haram, Al Shahaab en de Taliban beweren islamitisch te zijn, is de vraag hoe dergelijke bewegingen zich tot de bredere islamitische wereld verhouden, alleszins geoorloofd. Maar het gaat dan om een open vraag. Een nader verband kan er op allerlei manieren zijn – ook in de zin van dus van verder vrijwel niet – maar wat je in ieder geval niet moet doen, is bij voorbaat verreikende conclusies te trekken. Je moet gewoon nauwkeurig kijken en analyseren.

Het verband dat Elma Drayer en Andries Knevel leggen, bevat nogal wat veronderstellingen. Bijvoorbeeld dat Marokkaanse Nederlanders dus, omdat ze in het algemeen wel iets met de islam zullen hebben, ook wel iets met ISIS te maken zullen hebben. En dan dus meer dan ‘wij’. De vraag waarom mensen zich over het een kennelijk drukker maken dan het andere, is daarbij nogal flauw. Ik heb hier vorige week drie – ja, drie! – stukjes geschreven over een ‘dubbelmandaat’ – ik moest het even opzoeken, want ik kon er zo al niet meer opkomen – en iedereen die opmerkt dat er echt wel belangrijkere dingen in de wereld zijn, geef ik bij voorbaat gelijk. Dat bepaalde Nederlanders van Marokkaanse origine zich druk maakten over de nationale ombudsman, zou je ook uit kunnen leggen vanuit hun betrokkenheid bij wat er in Nederland gebeurt. Dit gaat hun aan, vinden zij. Wat zij over andere zaken denken, weten we dan nog niet. Bij mijn weten vinden de meeste Nederlanders het optreden van ISIS nogal afschuwelijk, maar weinig mensen gaan daartegen demonstreren. Alleen enkele types die daar wat anders over dachten, een kleine groep, probeerden wat aandacht te trekken.

Het stukje van Pam bevat daarbij nog wel wat meer impliciete drogredenen. Uiteraard kan het bij allerlei conflicten om allerlei factoren gaan, dus ook om ‘culturele en etnische tegenstellingen’ en nog veel meer. Historici, sociale wetenschappers, waarnemers van het politieke en maatschappelijke gebeuren weten dat je dingen vanuit veel verschillende invalshoeken kunt benaderen. Uiteraard moet je zulke factoren niet reductionistisch hanteren. Als ISIS zelf zegt dat de motieven religieus zijn, is die factor ook van belang en die moet je niet wegverklaren, maar dat wil nog niet zeggen dat je ook andere factoren, die de betrokken misschien niet eens onderkennen, niet in je analyse kunt betrekken.

Afstand
Misschien is een zekere menselijke hang naar essentialisme wel onvermijdelijk. Al die verschillende gegevens moeten we misschien wel wat versimpelen om een zekere greep op de materie te krijgen. Maar wie commentaar gaat geven, wie oordelen gaat vellen, moet dan juist op zijn hoede zijn en zich afvragen of hij de complexiteit van de werkelijkheid wel recht doet en niet te veel versimpelt. En zo ingewikkeld is het nu trouwens nu ook weer niet. Ja, ISIS is islamitisch, niet moeilijk. Pas als je vanuit die stelling andere verbanden gaat leggen, maak je het moeilijk.

Het is wel van belang dat we de dingen recht blijven doen en niet met voorbarige vooronderstellingen verwarring zaaien. Wie iemand vraagt ergens afstand van te nemen, gaat er bijvoorbeeld al vanuit dat iemand daar dichtbij of althans dichterbij staat en er iets mee te maken heeft. En dat is dus nog maar de vraag. Juist iemand die zegt dat wat ISIS doet, niets met de ‘ware islam’ te maken heeft, creëert daarmee al die afstand. Anders dan Pam kunnen we ook proberen om zo iemand te begrijpen, waarna we allerlei vragen over eventuele en mogelijke bredere verbanden trouwens nog steeds mogen stellen.

Wie andere Nederlanders vraagt ergens afstand van te nemen, deelt ze al bijvoorbaat in in een andere categorie, waar hij zelf niet toebehoort. Dat kan onnodig polemisch zijn, maar het kan ook uit oprechte, zij het somtijds wat naïeve, belangstelling voortkomen. Mensen hebben nu eenmaal heel veel verschillende sociale, vaak zwakke bindingen en niet bij een ieder zijn die hetzelfde. Wij zijn met heel veel sociale categorieën verbonden, vaak ook zonder dat we daar zelf veel aan kunnen doen. Mensen zijn namelijk van nature geen individuen, maar soms kunnen ze dat worden, door wel, uit zichzelf of desgevraagd, afstand te nemen. Maar door bevooroordeelde vragen te stellen kan men zelf ook weer onnodige afstand creëren, waar die niet aan de orde is.

Nuchterheid
Ik vrees dat heel veel mensen denken dat de vragen die Pam, Drayer en Knevel opwierpen, van nuchterheid getuigen. Is het immers niet ‘zo’? Maar ik denk dat ze juist niet zo nuchter zijn, maar eerder vertroebelend werken. Laten we inderdaad open naar de werkelijkheid kijken, niet in een kramp schieten, ook niet direct boos worden om elke eerlijk gestelde vraag, ook niet als die van bevooroordeeldheid getuigt, maar het gesprek zo open mogelijk voortzetten. Laten we ook verder niet al te krampachtig doen. In dit stukje heb heel vaak zo over de islam geschreven, waar ik voor de veiligheid ook over ‘de islam’ tussen aanhalingstekens had kunnen schrijven. Maar is dat nodig? Laten we onze onbevangenheid niet verliezen. Elke goede verstaander kan weten wat we in bepaalde omstandigheden met een uitdrukking bedoelen, zonder dat we daarbij allerlei nadere clausules hoeven aan te brengen.

In zekere zin is bekende adadium van Husserl – Zu den Sachen selbst! – hier goed bruikbaar, mits we het niet essentialistisch opvatten, maar juist proberen om de verschijnselen als zodanig recht te doen.

(149)

One Comment to “Fenomeen en essentie – Over afstand nemen, de islam en andere sociale categorieën”

  1. Ik heb iets meer te maken met de islam. Mijn ex was een moslima en is na onze scheiding bekeerd tot christen. Mijn huidige partner is ook moslima. Het land waar ik woon is dan ook iets donkerder gekleurd dan Nederland.
    Wat niet zoveel mensen weten is dat het Koninkrijk Nederland zijn eerste moslim minister al 60 jaar geleden kende.

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Ashruf_Karamat_Ali

    Van dat gezeur over “ware islam” word ik doodmoe. Ik ken nauwelijks moslims die die term gebruiken. Naar ik begrepen heb is deze term voor hen betekenisloos, omdat er maar één islam is. Vervolgens verschillen ze van mening over de inhoud.
    Toen ik pas getrouwd was (in 1992 of zo) heb ik een zwager (die ook nog de aangetrouwde oom van mijn partner is) eens gevraagd naar de jihad. Hij was en is zeer actief in zijn moskee; drievoudig mekkaganger en zo. Hij was er verlegen mee, maar zijn antwoord was ondubbelzinnig: naar zijn mening betekent jihad “strijd tegen het kwaad in de mens zelf”. Daar kan niets op tegen zijn, al kunnen we nog van mening verschillen over wat we met kwaad bedoelen.

    “nogal wat veronderstellingen”
    Daar is niets op tegen. Een mens is nu eenmaal bevooroordeeld, ook ik. Waar enorm veel op tegen heb is dat mensen weigeren die veronderstellingen te toetsen door ze voor te leggen aan de mensen wie het betreft. Dat was dan ook precies wat ik beoogde met mijn vraag betreffende de jihad aan mijn toenmalige zwager.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: