Arthur Danto (1924-2013) – Een verlaat geplaatst in memoriam

door Jan Dirk Snel

Elk oorspronkelijke filosoof meent dat de filosofie bij hem begint, schreef de vrijdag [25 oktober 2013 – dit stukje werd geschreven op 28/9 oktober 2013; zie verder het naschrift] op 89-jarige leeftijd in Manhattan overleden Amerikaanse filosoof Arthur Coleman Danto (1924-2013) in Connections to the World (1989/97), het werk waarin hij zijn wijsbegeerte systematisch uiteenzette.

Ens representans
Anders dan in de wetenschap is er in de filosofie geen sprake van een voortschrijden van kennis. Elke ware filosoof begint weer van voren af aan. Van binnen uit gesproken heeft de wijsbegeerte dan ook geen geschiedenis. Danto greep zelfs naar een drastisch beeld: de geschiedenis van de filosofie is één lange nachtmerrie waaruit ze verlangt te ontwaken. En elke filosoof die meent dat hij iets te vertellen heeft, voelt zich de eerste die echt wakker is geworden.

DantoConnections

`

In de filosofie gaat het om het geheel van de wereld, waar de mens deel vanuit maakt en waarvan hij kan zich distantiëren. Of beter gezegd: het gaat niet om een mogelijkheid, vroeger of later is dat is onvermijdelijk. Danto beschouwt de mens als een ens representans, een wezen dat zich een voorstelling van de wereld maakt. Het belangrijkste onderscheid dat Danto maakt, is dan ook tussen het subject en zijn voorstellingen. Hij ziet dat al bij Plato die naast de mens en de wereld de ideeën poneert, of bij de jonge Wittgenstein die het in plaats daarvan over proposities heeft.

Men zou allicht op de gedachte kunnen komen dat de drie bestanddelen die Danto onderscheidt – subject, voorstellingen (of representaties) en wereld – sterke overeenkomsten vertonen met het klassieke onderscheid tussen de subjectieve geest (ons individuele bewustzijn), objectieve geest (dat wat we aan betekenis objectief kunnen vastleggen op de harde schijf van een computer of op de pagina van een krant) en de uitwendige natuur (de fysieke realiteit) en dat door Karl Popper in zijn theorie van de drie werelden is gethematiseerd.

Maar Danto ordent zijn aanpak niet naar de drie elementen, maar naar de drie relaties die er tussen bestaan. Die tussen de wereld en het subject is de causaliteit. De wereld werkt op de mens in. Ze veroorzaakt zo voorstellingen bij hem. Bij deze relatie gaat het om de verhouding van de mens tot zichzelf. En de vraag is vervolgens of zijn voorstellingen de wereld werkelijk representeren. In deze derde relatie staat de vraag naar waarheid centraal.

Maar hoewel Danto, die vanaf 1951 verbonden was aan Columbia University in New York, begon als een analytisch filosoof, is hij niet helemaal consequent in de uitwerking van de drie relaties. Op een nogal willekeurige wijze ordent hij aloude filosofische kernthema’s die hij in een voortdurende dialoog met grote filosofen vanaf Descartes bespreekt, onder de kopjes ‘verstaan’, ‘kennis’ en ‘wereld’. Hoewel de filosofie volgens hem tijdloos is en er altijd weer dezelfde filosofie kan en zal ontstaan, loopt zijn betoog uit op de vaststelling dat het menselijk bestaan radicaal historisch is. Het DNA van de mensheid ten tijde van de Renaissance was nauwelijks anders dan in onze dagen, maar de culturele en historische voorstellingen die de omstandigheden van ons leven bepalen, zijn dat wel.

Augustinus
Danto maakte ook naam als geschiedfilosoof, kunstfilosoof en kunstcriticus – hij schreef jarenlang kritieken voor The Nation – en zijn kunstbeschouwing is dan ook radicaal historisch. Bekend werd hij met het artikel ‘The Artworld’, dat hij in 1964 publiceerde in The Journal of Philosophy. Daarin reflecteert hij op de Brillo Box van popartiest Andy Warhol, die hij recentelijk in de New Yorkse Stable Gallery had gezien. Warhols imitatie van een gewone consumentenverpakking was van triplex, maar in de nabootsing – vanouds voor het centrale element in de kunst – kon het kunstzinnige element niet liggen. Waarin dan wel? Danto’s antwoord was: in de kunsttheorie. Niet inherente kenmerken maken een voorwerp tot kunst, maar de uitwendige kunstopvatting. En die theorie was een gevolg van historische ontwikkelingen binnen de wereld van de kunsten zelf. Een paar eeuwen eerder zou Warhols Brillo-doos nooit als kunst herkend zijn.

De kunst zelf was in de voorgaande eeuw conceptueel geworden, zag zich niet meer als imitatie van de werkelijkheid, maar schiep zelfstandig een eigen werkelijkheid. De institutionele omstandigheden maken van een voorwerp kunst, dat het in een galerie of museum staat bijvoorbeeld. Veelzeggend is Danto’s verwijzing naar Augustinus: ‘De kunstwereld verhoudt zich tot de echte wereld ongeveer als de wijze waarop de stad Gods [civitas Dei] zich verhoudt tot de aardse stad [civitas terrena]. Bepaalde voorwerpen zijn net als bepaalde personen burgers van twee werelden’. Zo kreeg kunst bij Danto in feite een religieuze betekenis.

Het was het gevolg van een culturele ontwikkelingen binnen de kunsten waarbij het oude stijlbegrip afgelost werd door bewust filosofisch ontwikkelde stromingen – denk aan termen al kubisme, futurisme, surrealisme, dada, popart en zo meer. Uiteindelijk ging de kunst zo naar zichzelf verwijzen. Later noemde Danto dat in aansluiting bij een woord van Hegel het ‘einde van de kunst’. Maar terwijl bij Hegel de kunst vervangen werd door de filosofie, omdat die leidde tot meer menselijk zelfbegrip, werd de kunst sinds Warhol zélf filosofie. Natuurlijk zou er nog steeds kunst gemaakt worden, maar een werkelijk historische ontwikkeling was na dit eindpunt niet meer mogelijk.

Nachtmerrie
Men kan zich afvagen of Danto daarmee niet overdreef. Zoals Francis Fukuyama met het ‘einde van geschiedenis’ uiteindelijk niet veel meer bedoelde dat er aan een vrij korte ideologische strijd in de twintigste eeuw definitief een einde was gekomen, zou men kunnen betogen dat Danto in feite alleen maar beschreef hoe een bepaalde conceptuele benadering van kunst, die ook pas een goede eeuw oud was, een logisch eindpunt had bereikt. Maar zoals de gewone politieke geschiedenis na de val van de Muur doorgaat, zou men ook kunnen opmerken dat de gewone kunstgeschiedenis na Warhol wel degelijk nieuwe wegen inslaat.

Misschien gaf Danto zelf een hint hoe men zijn inspirerende, maar niet onomstreden kunstfilosofische beschouwingen kan relativeren. Als elke waarachtige filosoof meent dat hij de eerste is, denkt hij daarmee in feite ook dat hij de laatste is, schreef hij. Maar, voegde hij eraan toe: zijn opvolgers zullen ook hem zien als een onderdeel van de nachtmerrie waaruit zij op hun beurt ontwaken.

Jan Dirk Snel

Over het stukje hierboven

Het was een vraag van Sjoerd de Jong die mij aan het stukje hierboven deed denken. Op facebook plaatste hij een link naar een in memoriam over Arthur Danto in The Guardian van 4 november 2013 en voegde eraan – of beter: ervoor – toe:

‘Goed voornemen voor jaaroverzichten: mogen dode filosofen ook weer meedoen? Hem niet gezien’

Dat herinnerde mij eraan dat ik zelf een week eerder al wel een vergeefse poging gedaan had om een stukje bij het overlijden van Danto te schrijven. Of beter: om dat geplaatst te krijgen. Dat lukte niet.

DeJongDanto

`

Uit het zicht
Dat schrijven wel. Ook daarvan was overigens even niet zeker. Toen het overlijden van Danto op maandag 28 oktober bekend werd, met name via dit stukje in The New York Times, denk ik – dat overigens op de 27e gedateerd is, de dagen wisselen in de VS nu eenmaal wat later dan hier – trok dat gegeven in althans mijn tijdlijn op Twitter nogal wat aandacht. Ik besloot daarom ’s mans hoofdwerk, dat ik ooit druk onderstreept had, uit de kast te halen en weer door te bladeren en nog meer van en over hem te lezen en te herlezen, waaronder het hierboven genoemde befaamde stuk over Warhol en de Brillo-doos uiteraard.

Ik kreeg het idee dat ik wel een stukje kon schrijven en begon daar welgemoed aan. Maar daarna werd ik die middag langdurig onderbroken en ’s avonds moest ik weg, zodat ik pas ’s avonds laat bij thuiskomst het stukje af kon maken. Ik besloot het op te sturen naar Religie & Filosofie van Trouw. In de loop der jaren heb ik wel vaker stukjes aangeboden en soms maken ze daar gebruik van en soms niet. In dit geval dus niet. Ik hoorde niets meer en, zoals dat gaat, na verloop van tijd was ik het ook een beetje vergeten. Begin december schoot het me weer te binnen en toen heb ik nog eens navraag gedaan. Een redacteur, die de naam niet onthulde – aan anonieme twitteraars moet ik al wennen, maar anonieme e-mailschrijvers bezorgen helemaal een oenhaimisch gevoel – schreef me dat mijn stuk tussen ‘8147 ongelezen mails (…) even uit ons zicht geraakt’ was. Tja, dat soort dingen gebeuren. Het opmerkelijke is overigens dat Trouw bij mijn weten het overlijden van Danto niet eens gemeld heeft.

Algemeen
Ik geloof dat er sowieso weinig aandacht in de Nederlandse pers aan is besteed. Ik zag nog wel dat Xandra Schutte in De Groene Amsterdammer van een week later een nabeschouwing over Arthur Danto schreef. Ik heb het nu even niet bij de hand, maar ik geloof dat het best een aardig stuk was. Maar ook zij begon direct weer over Andy Warhol, terwijl Danto toch ook een gewoon wijsgeer was, die over allerlei filosofische thema’s schreef. Daarom was ik mijn tevergeefs aangeboden stukje bewust eerst maar eens over zijn algemene filosofie begonnen.

Overigens, wie het stukje leest, zal merken dat ik vooral nu ik Connections to the World nog eens doorbladerde en enkele hoofdstukken herlas, ik niet helemaal overtuigd was door de wijze waarop hij zijn hoofdindeling uitwerkte. Het is net alsof Danto een beetje slordig redeneert en de onderverdeling kwam me nu enigszins willekeurig over. Maar misschien is die gedachte te voorbarig. Het boek is per slot van rekening voortgekomen uit What Philosophy Is uit 1968 en je zou zeggen dat hij in de loop van enkele decennia toch wel grondig over de basisbegrippen zal hebben nagedacht.

Maar goed, dankzij de reminder van Sjoerd de Jong bedacht ik ineens dat ik nog een stukje in mijn computer had staan. Het is kort (999 woorden) en ik heb er inhoudelijk niets aan veranderd; alleen de tussenkopjes heb ik nu toegevoegd.

(126)

One Comment to “Arthur Danto (1924-2013) – Een verlaat geplaatst in memoriam”

  1. “Die tussen de wereld en het subject is de causaliteit.”
    Als dat Danto’s term is is hij een slordig filosoof. Sinds de quantummechanica – en dat is een theorie die toch echt de hele wereld in de ruimste betekenis van het woord beschrijft – weten we dat causaliteit niet meer voldoet. Wiskundig bekeken is causaliteit een bijzonder geval van waarschijnlijkheid. Bovendien sluit het woord causaliteit wederkerigheid uit.

    “De wereld werkt op de mens in.”
    Wie de term causaliteit gebruikt sluit bij voorbaat uit dat de mens bepaald ook op de wereld inwerkt. Zie klimaatverandering voor een actueel voorbeeld.

    “Het DNA van de mensheid ten tijde van de Renaissance was nauwelijks anders dan in onze dagen, maar de culturele en historische voorstellingen die de omstandigheden van ons leven bepalen, zijn dat wel.”
    Dat is slechts in beperkte (hier niet synoniem met geringe) mate zo.

    “een werkelijk historische ontwikkeling was na dit eindpunt niet meer mogelijk.”
    Dat is een opmerkelijke uitspraak in 1964 (laat staan erna), die in zekere zin van een conservatieve houding getuigt. Dat jaar was immers het jaar dat een belangrijke historische ontwikkeling in de muziek doorzette: pop/rock. Ook kwamen rond die tijd de artistieke kwaliteiten van film tot bloei. Dat deze uitingen kapitalistisch zijn (er valt middels industriële verkoop grof geld mee te verdienen) alsook democratisch (veel meer mensen dan ooit hebben toegang) doet daar niets aan af.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: