Altijd weer de samenleving – Over de 7 principes van Sybrand Buma en het CDA

door Jan Dirk Snel

Doet het CDA er nog toe? Dat is een vraag die lastig te beantwoorden valt. Men kan het zich nauwelijks meer voorstellen, maar nog maar drie jaar geleden telde de fractie van het CDA in de Tweede Kamer 41 leden. Maar toen wist men al – de verkiezingen waren gisteren drie jaar geleden – dat het er een week later slechts 21 zouden zijn. En nu zijn het er al weer een poosje 13. Donderdag is dat pas negen maanden het geval, maar soms krijg je de indruk dat niemand er ook meer vanuit gaat dat het met het CDA ooit nog wat wordt.

Sociaal-conservatief
Het valt dus moeilijk te zeggen of het nog de moeite waard is veel aandacht te besteden aan de rede die fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma – alleen al voor de verwante familie Van Haersma de With is het toch wel zo aardig om ’s mans fraaie volledige naam zo af en toe te noemen – zaterdag voor een week in Den Bosch hield. Lange tijd vormden CDA en VVD een soort natuurlijk duo op centrum-rechts in het politieke spectrum, waarbij het CDA de senior partner was. Zeggen dat de verhoudingen omgekeerd zijn, doet de dramatisch gewijzigde situatie niet helemaal recht. De laatste keer dat de VVD 13 in de Tweede Kamer telde, was na de verkiezingen van 1956.

Buma wijzend

Sybrand van Haersma Buma tijdens zijn rede over de ‘7 principes’ in Den Bosch op zaterdag 1 juni 2013.

In West-Europa is het de laatste decennia op zich vrij gebruikelijk dat links en rechts in uiteindelijke doeleinden niet zo ver van elkaar verwijderd zijn, maar daarbij wat andere accenten leggen en elkaar als het ware beurtelings corrigeren. Mensen zijn in het algemeen tamelijk gehecht aan de behoud van de sociale markteconomie, zoals Duitsers de ‘welvaartsstaat’ terecht plegen aan te duiden, en daar hoort een permanent onderhoud, die men dan vaak overdreven ‘hervormingen’ noemt, bij. De vraag lijkt me echter of de VVD de sociaal-conservatieve rol die voor rechts is weggelegd, op den duur wel met verve kan vervullen. Liberale partijen zijn in westelijk Europa meestal nogal klein en het is de vraag of haar ideologie de VVD uiteindelijk niet toch in de weg zit. (Misschien moet ik daar later nog eens afzonderlijk over hebben. Liberalisme als gedeelde gehechtheid aan grondrechten is prachtig, maar sociaal-economisch rechts-liberalisme komt me toch als een ietwat wereldvreemde ideologie voor, wat ook tot uiting komt in de vaak nogal rabiate uitspraken waar diverse VVD-politici zich regelmatig toe laten verleiden.)

Hoe het ook zij, wat uitgangspunten betreft heeft het CDA naar mijn idee altijd nog een kans om een belangrijke rol op centrum-rechts te spelen, maar dan moet men er wel wat van weten te maken. Biedt de rede van Sybrand Buma daar uitzicht op? Dat is de vraag die ik nu wil stellen. In zijn congresspeech in Den Bosch introduceerde Sybrand van Haersma Buma ‘zeven principes‘ en daarbij ging het kennelijk om de aftrap van een heuse campagne of discussieronde, want enigszins tot mijn verbazing zag ik dat men in de partij her en der in den lande druk over deze #7principes aan het praten en vergaderen is. De Bossche rede was er in feite een soort toelichting op en elk punt besloot Buma dan ook met een formulering die ongeveer die van de afzonderlijk gepubliceerde principes benaderde.

De 7 principes van het CDA
Voor ik verder ga, is het dan misschien ook verstandig de 7 principes hier volledig te citeren, ook al omdat ze op de CDA-website vooral als plaatje gepresenteerd worden. (Vanuit de ‘infographic‘ in pdf is de tekst gelukkig wel kopieerbaar.) Deze 328 woorden vormen de volledige tekst:

‘Nederland zit in een diepe crisis. De economie en de politiek zijn vastgelopen en mensen zijn het vertrouwen kwijt. Het CDA wil, samen met u, bouwen aan een beter Nederland. Wij hebben zeven principes om ons land te vernieuwen en het vertrouwen te herstellen. Denk met ons mee over de uitwerking. Denk mee over nieuwe oplossingen voor vandaag en morgen.
1. De samenleving, niet de overheid  Wij willen dat u weer invloed krijgt op de wereld om u heen, ook in de politiek. Wij zien een overheid die naast u staat in plaats van tegenover u. Wij willen een samenleving, waar u samen met anderen zoveel mogelijk zelf bepaalt.
2. Wij zien een taak voor iedereen  Iedereen heeft een taak: je werkt, je doet vrijwilligerswerk of je volgt een opleiding. Iedereen die kan, doet mee. Maar wie niet wil, kan niet blijvend rekenen op ondersteuning.
3. Een eerlijke economie  Wij kiezen voor een eerlijke economie waar werken loont en sparen wordt beloond. Waar middeninkomens en gezinnen geen melkkoe zijn. Wij willen een economie waarin kleine ondernemers en familiebedrijven onze absolute prioriteit krijgen.
4. Tegen de profiteurs  Wij willen een Nederland waar fatsoenlijke mensen de norm zijn. Een samenleving bouw je op wederkerigheid. Voor wat, hoort wat. Profiteurs die zich daaraan onttrekken, staan we niet toe.
5. De familie is ons fundament  Wij zien families als het fundament voor onze samenleving; waar mensen voor elkaar zorgen en verantwoordelijkheid nemen. We kiezen voor een nieuwe cultuur die de familie waardeert en duurzame relaties ondersteunt.
6. Een zelfbewust Nederland verbonden met Europa  Nederland staat vooraan in Europa, om onze economie en onze werkgelegenheid te versterken. Maar we trekken ook een scherpe grens tussen wat Brussel wel en niet bepaalt. Dat betekent een nieuw Europa.
7. De toekomst van onze kinderen  Wij kiezen voor de lange termijn boven de korte termijn. Dat vraagt om hervormingen om Nederland structureel op orde te brengen. Voor onszelf, maar vooral voor de toekomst van onze kinderen.’

De eerste vraag die direct opkomt, is: wat voor een ontologie ligt hier nu aan ten grondslag? Wie even kijkt, ziet dat dit niet over de gehele breedte van politieke werkzaamheid gaat, maar vooral over economie. Het tweede, derde en vierde punt maken dat direct duidelijk en het zesde in feite ook, want ook bij Europa blijkt het over economie en werkgelegenheid te gaan. Het laatste punt is op zich meer methodisch, maar lijkt ook vooral de volkshuishouding te betreffen. Het eerste en vijfde principe blijken dan over het menselijke samenleven in algemener en specifieker verband te gaan.

Niet de overheid
Het eerste punt zet de toon en dat is natuurlijk ook de bedoeling: ‘De samenleving, niet de overheid’. Het is ook zeer teleurstellend, want het geeft aan dat Buma en de mensen in het CDA om hem heen kennelijk nog steeds niets geleerd hebben. Het eerste deel is de sleetse herhaling van een oude CDA-opvatting en wat erger is, ze vloeit absoluut niet logisch voor uit de inleiding bij de zeven principes hierboven. Daarin wordt gezegd dat ‘de economie en de politiek zijn vastgelopen’. Dat het hierna nog veel over de economie zal gaan, kun je aan de zeven slogans zo al zien. Maar wat verwacht je dan? Juist ja, dat Buma gaat vertellen wat hij aan de politiek gaat doen. Maar wat doet hij? Hij wijst terug naar de samenleving en hij creëert ook nog eens een scherpe tegenstelling: ‘niet de overheid’. Dat u het dus maar weet: niet de overheid.

Daar sta je dan als eenvoudig burger. Hier hebben we een politicus die niet primair komt vertellen wat hij als politicus denkt te gaan doen, maar die naar de samenleving gaat staan wijzen. Doe het zelf! Dit komt dus erg gemakzuchtig en moraliserend over. En het is dus geen antwoord op de vraag die opgeworpen is. De inleiding van Buma’s ruim drieduizend woorden tellende, zorgvuldig geannoteerde rede – er staat wel dat alleen het gesproken woord telt, maar als dat verhaal na een week nog zo op de site staat, mogen we het toch op zich zelf ook wel serieus nemen – maakt het er niet veel beter op. Komen we daarin een actuele analyse tegen? Nou, nee. ‘Deze coalitie blijft steken in het doorgeschoten individualistisch marktdenken van rechts en de allesbeheersende overheid van links.’ Je vraagt je af hoe dat tegelijkertijd zo kan, maar erg concreet illustreert Buma deze stelling niet. De stelling wordt alleen maar geponeerd om het CDA volgens oude gewoonte tussen VVD en PvdA te kunnen positioneren in het oude schema markt (VVD), samenleving (CDA), staat (PvdA). En dus zegt hij dat de liberalen ons ‘een kapitalisme dat ons hele bestaan heeft vercommercialiseerd’, hebben geschonken en dat de ‘ongelijkheid in Nederland alleen maar heeft vergroot’. En dat het socialisme ‘ons de illusie dat alle problemen door de staat konden worden opgelost’, gaf, een ‘verzorgingsstaat die de rol van de samenleving en van de familie verdrong en die mensen gevangen houdt in achterstand.’

Maar is dat nou zo? Enig bewijs? Nou nee. Uiteraard is het waar dat VVD’ers ideologisch eerder op de markt zullen inzetten en PvdA’ers op de overheid, maar in de 36 jaar dat het CDA als politieke formatie bestaat, heeft het zo’n 27 jaar geregeerd, de VVD ongeveer even lang en de PvdA ongeveer de helft van de tijd. Is het nu echt door die samenwerking om beurten in twee richtingen misgegaan en gebeurt dat nu tegelijk – méér markt en méér overheid in één klap? Het klinkt ongeloofwaardig. Het is een oud sleets verhaaltje en Buma doet geen enkele poging om zich scherp tegenover het huidige kabinet te positioneren. Een gemiste kans. En ja, ik zie ook wel dat hij ook nog wel toegeeft dat het CDA het niet altijd goed deed. Maar als je dat overtuigend wilt laten ziet, moet je niet een oud verhaaltje voor de zoveelste keer contextloos afdraaien.

Vertrouwen
We zijn het vertrouwen kwijt, zegt Buma. Waarin dan? Hoe dan? Hij noemt een vijftal voorbeelden: 1. ‘artsen en ziekenhuizen die verzekeraars oplichten, waardoor wij meer premie moeten betalen’, 2. ‘banken en woningbouwcorporaties, die onverantwoorde risico’s namen met ons geld’, 3. ‘wielrenners’ die ‘winnen op doktersrecept’, 4. ‘wetenschappelijke doorbraken die later verzonnen of gekopieerd blijken te zijn’ en 5. ‘rundvlees op ons bord’ dat paard blijkt te zijn.

Zijn dit allemaal politieke problemen? Kan de politiek hier iets aan doen? Juist als je terecht immers vindt dat de samenleving allerlei dingen zelf wel afkan, moet je je als politicus ook niet met alles bemoeien. Die wielrenners die met behulp van doping winnen, ik weet niet of de politiek daar wel veel aan moet doen. Lijkt me een maatschappelijk probleem dat we vooral maar aan de betreffende bedrijfstak moeten overlaten. Ook de andere feilen – oplichtende artsen en ziekenhuizen, onverantwoord opererende banken en woningbouwcorporaties, wetenschappelijke fraude en onjuist geëtiketteerd vlees – draaien vooral om wangedrag in de samenleving. Maar misschien heeft de politiek er toch iets mee te maken? Misschien dat het systeem van financiering artsen en ziekenhuizen aanzet tot fraude? Onverantwoord handelende banken lijkt me geen specifiek Nederlands probleem, maar misschien heeft het gedrag van woningbouwcorporaties toch iets met politieke beslissingen in het verleden – iets met het Heerma en het CDA en heel goed bedoeld ongetwijfeld – te maken? En mogelijk heeft wetenschappelijke fraude ook iets met door de overheid bewerkstelligde ‘prikkels’ in de wetenschap te maken? En is de controle op voedseletikettering voldoende?

Wie deze thema’s bekijkt, ziet dat het zeker niet alleen om politieke problemen lijkt te gaan, maar voor zover de politiek er iets aan kan doen, gaat het vooral om de juiste regels. Voor de gezondheidszorg, voor de sociale woningbouw, voor de wetenschap, voor het toezicht op voedingswaren. Het schema van markt of overheid, waar het CDA zich met ‘de samenleving’ tussen probeert te manoeuvreren, is hier domweg niet aan de orde. Buma kan deze voorbeelden wel opvoeren, maar hoe concreet het vertrouwen hersteld zou kunnen worden, dat geeft hij niet aan. En dat lijkt me ook niet in alle opzichten een zaak voor de politiek. Artsen, woningbouwcorporatiedirecteuren, wielrenners, wetenschappers en vleesproducenten dienen zich zo ook te gedragen en de samenleving kan hen ook rechtstreeks aanspreken. De politiek dient zich te beperken tot wat haar taak is. En daar zou Buma het over moeten hebben. Over wat hij als politicus denkt te gaan doen. Hoe mogelijk verkeerde prikkels weggenomen worden en door goede vervangen worden. Maar deze problemen, die toch een voortreffelijke handvat vormen, roert hij vervolgens niet meer echt aan.

Verdringen en verwachten
Wat doet Buma wel? Hij komt met een leus die negatief is over zijn eigen vak: niet de overheid, niet de overheid. Toe maar, zo herstel je het vertrouwen in de politiek en de overheid wel. Buma deinst daarbij niet terug voor een sottise als ‘Ooit zorgden families voor elkaar in kleine gemeenschappen. Pas veel later kwam er een overheid.’ Het lijkt de rousseaanse ongerepte natuurstaat wel! Maar het is diep bedroevende geschiedvervalsing. Er is altijd een overheid geweest, en die bemoeide zich ook altijd met mensen en bekommerde zich vaak naar vermogen ook wel over ze, al kennen we voorbeelden waarin hertogen, graven, bisschoppen en andere vorsten hun eigen belangen wel erg voorop lieten gaan. Daarom maakte stadslucht ook vrij. Omdat er enigszins ordelijk bestuur was. Maar die overheidsvrije samenleving van Buma – ’s morgens jagen, ’s middags vissen – die heeft in deze contreien dus echt nooit bestaan.

Exif_JPEG_PICTURE

Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam. Hier maakt men mensen beter. De kosten van de zorg zijn een belangrijk politiek thema.

De overheid, zegt Buma, ‘heeft langzaam maar zeker de samenleving verdrongen.’ En in zijn volgende zin spreekt hij dat direct keihard tegen: ‘Er werd steeds meer van die overheid verwacht.’ Aha, de overheid heeft dus helemaal de samenleving niet verdrongen, de maatschappij verwachtte van alles van de overheid. En daarom heeft die allerlei taken op zich genomen. En ja, ik ben het er helemaal mee eens dat men zich wel tweemaal mag bedenken voor de overheid een nieuwe taak op zich neemt. Maar heeft Buma voorbeelden dat ‘regels, voorschriften en controles’ ‘het eigen initiatief van mensen in de weg’ staan, de ‘creativiteit’ weg nemen en ‘de zorg voor elkaar’ wegnemen? Jawel, ééntje welgeteld. Over een kinderopvang in Sneek die ouders al 35 jaar lang runnen, maar die nu moet sluiten, omdat nieuwe regels voorschrijven ‘dat een vrijwilliger betaald moet worden’. Goed punt, zonder meer. Maar hoe groot is dit probleem? En wanneer staat de overheid het nu echt in de weg dat mensen elkaar zo maar zorg geven? Hoeveel creativiteit van mensen wordt ernstig gesmoord? Waar staan mensen hard te trappelen om zelf aan de slag te gaan, maar worden ze daarin belemmerd? Ja, waar?

Niet de overheid dus. Of toch wel de overheid? Er zit een enorme tegenspraak in het eerste deel. Want nadat Buma eerst heeft afgegeven op de overheid, wil hij ineens eens dat mensen ‘weer’ invloed krijgen in de politiek. ‘Wij zien een overheid die naast u staat in plaats van tegenover u.’ Aha, dus toch wel. Samenleving én overheid dus. Maar waarom dan inzetten met zo’n negatieve leus? De tegenstelling is vals. Als Buma afgeeft op de rampzalige herindelingsplannen van Ronald Plasterk heeft hij helemaal gelijk, maar dan gaat het niet om een illustratie van de samenleving versus de overheid, maar over de juiste, menselijke maat van de overheid. Wel de overheid dus. Het is een warboel, dat eerste punt, en als men er even een stagiair naar zou hebben laten kijken, zou die dat ongetwijfeld onmiddellijk opgemerkt hebben.

Doen, doen
Nadat dit sleetse, analytisch zwakke en rampzalige begin – het spijt me oprecht, het is niet anders – hoef ik over de rest van de punten veel minder te zeggen. Buma heeft het vooral nog over economische aangelegenheden. Het tweede principe dat over werk gaat, heeft nog wel een hoopvolle passage: ‘Ik zal niet rusten voor ik zeker weet dat ik alles heb gedaan om wie wil werken, en wie kan werken, ook aan het werk te krijgen.’ Hoe vertelt Buma er niet bij. Een uitgewerkte blauwdruk hoeft niet, maar een zekere indicatie zou toch aardig zijn.

Maar ook hier slaat het moralisme weer genadeloos toe. ‘Iedereen heeft een taak’. Klinkt aardig, maar wat heeft dat met politiek te maken? Buma geeft een voorbeeld van mensen die bijdragen aan de samenleving. ‘Buurtvaders, voorleesmoeders, klaar-overs, collectanten, jeugdtrainers, mantelzorgers en al die andere vrijwilligers zijn van onvervangbare waarde voor ons allemaal.’ Mooi. Maar opnieuw de vraag: wat heeft dit met politiek te maken? Als de samenleving dit soort dingen zo wel kan, hoeft de politiek er toch niets aan te doen? Of wil Buma toch wetgeving initiëren die dit soort initiatieven bevordert? Dat willen we van een politicus horen: wat de politiek doet en ook wat de politiek niet kan of niet wil doen. Maar hier horen we vooral een politicus die het niet kan laten om mensen de les te lezen.

En ze moeten vooral wat doen. Werk, betaald of onbetaald, lijkt het enige te zijn. Mogen bejaarden misschien ook van hun oude dag genieten en musea bezoeken, een cursus schilderen volgen, boeken lezen of misschien eindelijk wel eens een boek schrijven of op de kleinkinderen passen? Buma noemt dat laatste verderop, maar vrijwilligerswerk zou ik dat toch niet graag noemen. O ja, dat mogen mensen vast en zeker allemaal wel, maar wie zo door overmand wordt door de drang anderen voor te schrijven dat ze echt wat moeten gaan doen, ziet dat natuurlijk even over het hoofd – en vergeet misschien even dat het menselijk bestaan ook nog wel eens iets anders dan rusteloos dingen doen zou kunnen inhouden. Iets met cultuur en zin bijvoorbeeld.

Fatsoen
Ach, er volgen natuurlijk ook redelijke opmerkingen, dat economische groei geen doel op zich is, maar een voorwaarde. Om iets te kunnen doen aan scholen, ouderenzorg, wegenaanleg, fundamenteel onderzoek naar nieuwe vormen van energie of nieuwe medicijnen. En natuurlijk is het aardig om op te komen voor een ‘economie waarin kleine ondernemers en familiebedrijven onze absolute prioriteit krijgen’ en tegen profiteurs te keer te gaan, maar ook dat laatste is vooral weer een moreel praatje. Foei toch, gedraagt u zich alstublieft een beetje – met daarbij trouwens een curieuze omschrijving van free riders, want die houden zich gemeenlijk juist wel aan de regels. Die denken juist dat ze als vrije leden van de samenleving zelf wel uitmaken waar ze wel of niet aan meedoen. Je hoeft toch geen lid van de vakbond te worden? Nou dan.

Buma wil een ‘cultuur van fatsoen’. Heel mooi, helemaal mee eens. Maar wat ziet hij daarbij als zijn taak als lid van de Staten-Generaal? Is er nog nieuwe wetgeving nodig? Ook het zesde en zevende principe gaan in feite over de economie, want dat is het gezichtspunt, van waaruit het CDA naar Europa kijkt. Lijkt me niet eens zo gek en wellicht is de zinsnede waar Van Haersma zegt dat Europa duidelijk grenzen moet kennen en ‘versmallen en verdiepen’ moet, nog wel een van de verstandigste uit de rede. Heel fraai is het uiteraard het laatste principe: dat zaken structureel aangepakt dienen te worden. Daar zal niemand het echt mee oneens zijn. En ja, op de langere termijn is ‘zuinig op onze centen’ zijn altijd een goede aanbeveling, maar of het niet kiezen voor ‘uitgaven en belastingverhoging op de korte termijn’ nu een adequaat antwoord is op de huidige, economische, crisis? Dat is dus het zwakke punt. Nauwelijks een woord over wat er nu dient te gebeuren. Wel abstracties over het kabinet dat tegelijk voor de markt en de staat zou kiezen, maar nauwelijks concrete analyse of kritiek en al helemaal geen oplossingen, zelfs niet in grote lijnen.

Familie, niet gezin
Het vijfde punt heb ik nog overgeslagen en bewust, omdat we zo afrondend weer uitkomen bij het eerste: de samenleving, maar nu in het klein. Hier is echt iets bijzonders aan de hand. Sybrand van Haersma Buma heeft het niet als vanouds over het gezin, maar over de familie en in het Nederlands valt dat verschil nu eenmaal beter op dan in veel andere talen door het verschil dat onze taal weet te maken, misschien wel omdat wat elders wel de nucleaire familie – van twee generaties, ouders en (kleine) kinderen – heet, in feite in Nederland al eeuwen de norm is.

Buma heeft het ineens over ‘families van vier generaties: kinderen, ouders, grootouders en overgrootouders.’ Families in plaats van gezinnen. De boodschap is kennelijk: u moet meer onderling gaan doen: ‘het tekent de kracht van families dat opa en oma passen op de kleinkinderen en de ouders zorgen’. Op zich juist, maar opnieuw is de vraag: wat is hier nu de politieke boodschap? Ja, die is er wel: ‘De familie als duurzame relatie tussen mensen verdient onze bescherming.’ ‘Een nieuwe cultuur van families, waarbij we onze voorzieningen en ons belastingsysteem zo inrichten dat families het fundament zijn van onze samenleving.’ De overheid moet dus voor voorzieningen zorgen en een belastingsysteem dat kennelijk rekening houdt met de familiaire banden tussen verschillende huishoudens. Interessant, maar daar zouden we nu best eens wat meer over willen horen! Daar moet toch wel een zeker idee over bestaan?

Gemoraliseer
Ben ik te streng? Het is natuurlijk gemakkelijk om allerlei kritische kanttekeningen te zetten en er zitten heus wel allerlei zinnige passages in de rede. Maar de hoofdlijn stelt ernstig teleur. In de Tweede Kamer lijkt het CDA eindelijk de kunst van het oppositievoeren een beetje te leren – en daarbij zie ik geen tegenstelling met de op zich traditioneel nogal gouvernementele houding waar Patrick van Schie Buma en het CDA onlangs op wees – maar deze rede bevat op geen enkele wijze een analyse van de huidige werkelijkheid waar men op moet reageren, noch van de concrete problemen, noch van wat het kabinet op hoofdlijnen doet en hoe men daar op zou kunnen reageren.

Dit is een verhaal dat uitgaat van een flinterdun abstract ideologisch schema dat tien of twintig jaar geleden precies zo gehouden zou kunnen zijn. Ook als je de poging tot nadruk op de samenleving – versus markt en individu aan de ene kant en staat en collectiviteit aan de andere – op zich wel kunt begrijpen, dan nog zou je willen weten hoe dat tot een zeitgemässe analyse leidt, omtrent wat zich aandient en over wat er gedaan kan worden. Als je als politieke partij het primaat bij de samenleving wilt leggen, zul je het dus vervolgens ook aan die samenleving over moeten laten. Het laatste wat je dan doen moet, is dit soort gemoraliseer: u moet wat gaan doen en als u geen werk hebt, dan moet u vooral vrijwilligerswerk gaan doen! U mag niet profiteren, hoor! Dat getuigt wel van erg weinig vertrouwen en eigenlijk ondergraaft het juist het centrale uitgangspunt.

Nee, in zo’n geval dien je uit te leggen wat de overheid nog wel kan doen, hoe ze misschien de samenleving kan stimuleren en misschien ook wat wat de overheid niet kan doen of vooral ook niet moet doen. Maar blijf als schoenmaker bij je leest. Een politicus moet vertellen wat hij denkt te gaan doen. Die moet vooral niet steeds met het vingertje naar anderen, de samenleving, gaan wijzen. En nogmaals, waar de overheid de samenleving dan zo verschrikkelijk in de weg staat, dat heeft Buma op één zinnig voorbeeld na totaal niet uit de doeken gedaan. En ja, ik besef ook wel dat wat ik hier gemoraliseer noem, door Buma opgevat zal worden als het uitspreken van vertrouwen in de samenleving, maar nergens blijkt dat hij daarmee ingaat op verlangens vanuit de samenleving. In plaats van te doen alsof de samenleving zo staat te popelen om allerlei taken van de overheid over te nemen, zou je misschien ook eerlijk kunnen vertellen dat het de overheid allemaal niet meer lukt. En eigenlijk mag je dan nog blij zijn met een kop als ‘CDA wil minder bemoeienis overheid‘. Misschien net niet de bedoelde boodschap, maar dat krijg je er wel van – en verdiend.

Geestelijke vrijheid
Wat mij misschien nog wel het meest teleurstelt, is het eenzijdige economische of sociaal-economische karakter van het lijstje. Is het nu echt verstandig alles om de economische crisis te laten draaien? Het mag dan heel moraliserend wel steeds over de samenleving gaan, ondertussen is de ondertoon ook aardig materialistisch. Het gaat vooral over het inkomen van de middenklassen en die moet in familieverband net als iedereen wel meer gaan doen, maar mag vooral niet financieel getroffen worden. Buma zegt wel verwijtend dat de liberalen de ongelijkheid steeds verder hebben vergroot, maar dacht hij daar dan iets aan te gaan doen? Nee, hij is ook tegen nivelleren. Veel hartstocht voor sociale gerechtigheid kom je niet tegen.

Heeft het CDA werkelijk niets meer te vertellen? Over de klassieke overheidstaken, orde, veiligheid en justitie, gaat het niet erg. Niets meer te doen? Geen woord meer te zeggen over gerechtigheid? Echt niet? En over cultuur en meer geestelijke aspecten van het bestaan gaat het al helemaal niet. Ik zou toch zeggen dat als het om zoiets als geestelijke vrijheid gaat, als het om de erkenning van pluriformiteit gaat, dat we dan van het CDA uitgerekend in deze tijd van toenemende culturele homogenisering wel iets eigens zouden mogen verwachten. Dit zou een sterk punt moeten zijn. Maar geen woord.

Analyse en antwoord
Zo wordt het inderdaad niets met het CDA, dat is wel duidelijk. Maar zult u vragen: weet ik het dan beter? Nee, natuurlijk niet en ik ben ook geen lid van enigerlei politieke partij, maar van het CDA zou je toch hopen dat men eindelijk eens de weg terug zou vinden. Na twee decennia dwalen zou het toch eens tijd worden om serieus aan het werk te gaan.

En dan zou het toch mogelijk moeten zijn om met een oog op de vier brave, maar niet overmatige heldere uitgangspunten – CDA’ers kunnen het rijtje wel dromen, maar mijn geheugen is wat minder en daarom moet ik het altijd even opzoeken: gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap – eerst eens een gedegen analyse te maken? En dan enkele hoofdlijnen omtrent mogelijke antwoorden te formuleren? Met een groepje mensen een middagje om de tafel en wat inspanning moet zoiets toch lukken? Ik bedoel maar, nu is de rede ook keurig van noten voorzien, maar aan al die gegevens heb je weinig als je niet eerst helder een vraagstelling en vervolgens een antwoord weet te formuleren. Hier zijn geen werkelijke vragen gesteld. Hier is geen poging gedaan om antwoorden te vinden. De opbouw van de zeven principes is onhelder en hun bereik is erg beperkt. Alle politieke thema’s langs lopen en de vier uitgangspunten ernaast leggen, had al heel wat meer op kunnen leveren.

Dit is een uiting van geestelijke luiheid. Iets clichématigs en moraliserends over de samenleving, altijd maar weer de samenleving, roepen zonder de verhouding tussen samenleving en overheid ook maar enigszins uit te diepen, vindt men al genoeg.

Een gemiste kans.

(104)

2 Responses to “Altijd weer de samenleving – Over de 7 principes van Sybrand Buma en het CDA”

  1. kleine correctie…
    Sociale gerechtigheid is geen uitgangspunt van het CDA maar uitwerking van solidariteit! Het CDA kent wel publieke gerechtigheid en dat betekent zoiets als de overheid is betrouwbaar, soeverein en voor iedereen (dezelfde), beschermt de rechtstaat zoals van burgers dito wordt verwacht. Dan kan een samenleving ontwikkelen, dan komt de mens tot zijn of haar bestemming.
    Verder een pittig stuk, helaas wel waar. De gedrevenheid van gereformeerden, de gehoorzaamheid van de roomsen en de liberale maatschappijopvatting van de hervormden hebben een ideologieloze stroming gebaard die prima paste tussen de andere twee totdat hun ideologie redelijk werd, de scherpte verdween… en tegelijkertijd de hemel op afstand kwam.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: