Duits zelfwantrouwen, de EU en de vrede (IV)

door Jan Dirk Snel

 . 

Deel I van deze vierdelige serie verscheen zaterdag, deel II eergisteren en deel III gisteren.

 .:.

De betrokkenheid bij Europa zal vooral via nationale kaders gezocht moeten worden. Via de nationale politieke arena is de burger namelijk wel degelijk geïnteresseerd. En hoopt hij natuurlijk dat het hoe dan ook goed afloopt. In die zin is veel van het huidige gemopper en geschamper nog steeds een uiting van de vrede die de EU wel degelijk gebracht heeft: de instituties hebben een matigende werking.

Democratie
Ja, het is waar dat veel van de huidige problemen veroorzaakt zijn door al te slordige besluitvorming in de jaren negentig. Ik verwijs nog maar eens naar het stuk van Timothy Garton Ash, die wel het een ander had zien aankomen, maar ook niet alles. Maar tegelijk is het ook waar dat de opgebouwde vreedzame structuren ook de potentie voor oplossingen in zich hebben. En in een land als Nederland, dat nu al ruim tien jaar een losgeslagen indruk maakt en waar gekte en extreme neigingen de publieke discussie al te veel bepalen, mag je maar al te blij zijn dat we ingekaderd zijn in een ruimer internationaal verband waar meer rust en beheerstheid heerst.

Charles de Gaulle en Konrad Adenauer in 1963 (Bron: Bundesarchiv, Wikipedia

Maar er heerst een andere misvatting die ook schadelijk is. Er heerst in Nederland, waarschijnlijk mede ten gevolge van gebrekkig onderwijs in staatsrecht en politieke filosofie, een uiterst overspannen en onrealistische opvatting van democratie. Alsof het daarbij vooral om een wilsuiting zou gaan. Op Twitter zie ik dat vaak, veel te vaak: er zijn mensen die echt denken dat democratie draait om wat zij willen. Hun wil is wet. Hoe zich dat alleen in eigen land, met nog zo’n twaalf miljoen andere stemgerechtigden, laat verklaren, is een vraagstuk waar ze kennelijk liever niet over nadenken, laat staan wat die wil nog betekent in een publieke ruimte van 500 miljoen mensen met evenveel wensen.

Democratie een onderdeel, een klein onderdeel, maar wel een heel essentieel, van een rechtsstatelijke orde. Het gaat om een publieke rechtsorde, waarin recht heerst, en orde – ja, het gesmade law and order – waarin het veilig en goed leven is, waarin instellingen functioneren en vrijheid gewaarborgd wordt. En democratie is een belangrijke bijdrage aan de verwezenlijking van die orde.

Legitimiteit
Veel belangrijker dan miljoenen wilsuitingen is daarom vanouds de legitimiteit van de rechtsorde, die zich uit in passieve aanvaarding en actieve instemming. Het gaat om het vertrouwen dat de bestaande orde goed is. Dat is een belangrijk punt. En daar heeft de EU een probleem, dat we echter niet moeten overschatten. De wezenlijke trekken van de publieke orde in Europa, ook de grensoverschrijdende en bovennationale, worden namelijk wel degelijk aanvaard. Wie goed kijkt naar het huidige geschamper, merkt zelfs dat die als vanzelfsprekend aanvaard worden.

Men vindt wat historisch helemaal niet zo gebruikelijk is, inmiddels zo gewoon dat men er niet eens meer op let. Veel van de kritiek komt voort uit overspannen verwachtingen en onrealistische denkbeelden. Maar ondertussen is ook die houding niet zonder invloed. Men zal er dus rekening mee moeten houden en er op in moeten spelen. Ik ga nu niet gedetailleerd uiteenzetten hoe dat zou moeten, maar het lijkt me dat de traditionele nationale kaders de meest aangewezen weg vormen.

Het is goed dat de Nobelprijs het veronachtzaamde nog eens in het daglicht plaatste. Ja, de EU heeft een vreedzaam kader voor mensen en hun nationale communicatiegemeenschappen gevormd gedurende meer dan zestig jaar. En het is goed daar nog eens bij stil te staan. Maar het is tevens duidelijk dat het verhaal van de vrede, het beroep daarop, niet werkt als het gaat om de vraag wat er nú te doen staat.

Dat viel ook op tijdens het referendum over de zogenaamde Europese Grondwet in 2005. Op het laatste moment gingen toen wat bewindslieden met dit verhaal de straat op, maar ze wisten niet te overtuigen. Ze hadden historisch gelijk, maar de verwijzing naar de vrede maakte niet duidelijk waarom dat specifieke grondwettelijk verdrag nu zo nodig of zo heilzaam was. Dan zal men toch met argumenten moeten komen die daarover gaan. En zo zal men nu ook duidelijk moeten maken waarom een nadere versteviging van de unie in politieke vorm noodzakelijk is om de crisis rond de euro en de banken aan te pakken. Problemen benoemen en concrete oplossingen aandragen is het enige dat dan werkt.

Symbolisch
Het lijkt er nu misschien op dat de Nobelprijs voor de EU de tegenzin alleen maar vergroot. Men laat zich het cynisme en het schamperen niet graag afpakken, want in de welvaart van een land als Nederlands geldt mopperen als de ultieme uiting van vrijheid en autonomie. Ik denk dat het schijn is. Tegenover het verhaal van de vrede en de vrijheid waar de EU mede aan bijdroeg, niet als enige natuurlijk, weet men uiteindelijk weinig te stellen. Eronder zal het besef dat men zijn zegeningen moet tellen, echt wel doordringen, ook al zal men dat niet snel toegeven. Men weet het ondertussen best.

Natuurlijk is de toekenning een Nobelprijs slechts een symbolisch gebaar. Sommigen vinden het geen goed idee die aan een organisatie toe te kennen, een persoon was aansprekender geweest, zeggen ze. Daar zit wat in. Sommigen noemen dan Jacques Delors, de voorzitter die in 1985 vaart achter de voltooiing van de gemeenschappelijke markt zette. Overtuigender was waarschijnlijk Helmut Kohl geweest. Maar die was terecht verguld met deze beslissing. Als François Mitterand nog geleefd had, had de prijs (mede) naar hem en Kohl samen kunnen gaan.

Opgemerkt moet bovendien worden dat dit al de vierentwintigste keer is dat de prijs aan een organisatie toegekend werd. Al vanaf 1904, toen het Institut de droit international in Gent de prijs kreeg, is dit een traditie: de organisatie heeft het keurig op een rijtje gezet.

Dankbaar
De reacties in Nederland, die ik veelal als lichtzinnig ervaar, als een uiting van hedendaagse decadentie, hebben me niet onberoerd gelaten. Vandaar dit lange stuk in vier delen. Ze maken me soms een beetje bang, die schampere reacties, maar uiteindelijk hoop ik dat de nuchtere waardering van het bereikte de overhand zal krijgen. Wat ik vooral ook wilde laten zien, is dat je dankbaar kunt zijn voor wat er bereikt is, zonder in overspannen verwachtingen te vervallen. De grootheid van de EU ligt in haar onbepaaldheid en nieuwheid.

Ik geloof niet in méér bovennationale Europese democratie, in meer bevoegdheden voor het Europees Parlement in de huidige gedaante – misschien wel in andere vorm, maar dat moet ik dan later misschien nog maar eens uitleggen. Ik denk dat de toekomst van de EU ligt in wat ze nu al is: gemeenschap van staten en van naties. Het was Charles de Gaulle, een Frans patriot, die tegelijk een groot Europeaan was, die de pers op een dag verraste met de opmerking dat hij nooit over een Europe des patries, een Europa van de vaderlanden, gesproken had, maar die daarbij wel opmerkte dat Europa werd gebouwd op de staten.

Zo is het  nog steeds. Staten werken in vrede samen. En daarvoor heeft de EU terecht waardering gekregen en het is iets om dankbaar voor te zijn. Laten we dat gegeven erkennen. En laten we het er daarna over hebben over hoe het nu verder moet.

Dit was het laatste deel van een vierdelige serie.

(76)

2 reacties to “Duits zelfwantrouwen, de EU en de vrede (IV)”

  1. De schampere reacties op de Nobelprijs komen misschien voort uit het slechte imago van de EU in Nederland. De Europese leiders lijken het maar niet voor elkaar te krijgen om uit de eurocrisis te komen: er komt maar geen bankenunie, en er moeten miljarden naar Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland. Intussen moeten we bezuinigen en meer afdragen in verband met de begrotingseis die Brussel ons oplegt. Dan is Europa een makkelijke zondebok.

    Bovendien ondervinden mensen sinds een paar jaar de groeiende invloed van de supranationale instituties aan den lijve. Tot 2000 gaf Europa vooral subsidies, bijvoorbeeld aan cultuur, landbouw en innovatie, maar inmiddels zijn er ook allerlei EU-richtlijnen Een mooi voorbeeld is de sociale huursector: als je als gezin meer verdient dan € 34.000 per jaar, mag je ‘van Brussel’ niet meer in een sociale huurwoning. Dat raakt mensen die willen gaan samenwonen direct.

    Europa heeft daarnaast veel krediet verspeeld door inbreuk te maken op de natie. Bijvoorbeeld door onze munteenheid ‘af te pakken’. Al was de gulden als rekeneenheid gewoon een D-mark, het was toch een symbool van de natie. De Europese vlag — op de nummerborden van onze heilige koeien, bijvoorbeeld — ligt ook gevoelig. Om maar te zwijgen over de grondwet. Daarvan spreken was een grote strategische fout, die hard afgestraft werd met een ‘nee’.

    Met dat ‘nee’ is overigens niets gedaan. En dat is natuurlijk onze grootste frustratie. Wij zijn afhankelijk van de EU; de EU niet van ons. Nederland verwachtte na de val van de muur een leidende rol te kunnen spelen bij de Europese integratie. Maar Nederland was nooit meer dan een muis die naast de Duitse olifant riep: “Wat stampen we hard, hè?”. Deze EU is daarom niet onze EU, al hebben we het voordeel van de interne markt en de euro gewoon geïncasseerd. Dat dan weer wel.

    • Beste Jasper,
      Veel dank. Je maakt waardevolle kanttekeningen.
      Ik behandelde vooral dat ene aspect, dat van de vrede, waar die Nobelprijs nog eens aan herinnert.
      Ik ben het met je eens dat het een fout was om dat grondwettelijk verdrag een grondwet te noemen. Het deed in feite ook geen recht aan wat de EU wel is. Het was er een eerder een uiting van dat men niet uit oude denkwijzen – de staat als model – kon komen.
      Zoals je ziet, geloof ik vooral in een hybride unie van staten, nogal onbepaald. Een kritische discussie, waar jij nu elementen voor aandraagt, doet de juist vormgeving daarvan alleen maar goed.
      Het probleem – of anders gezegd: juist geen probleem – lijkt me overigens wel dat veel mensen die ene interne markt met vrij verkeer van mensen en goederen wel willen. De vraag is dan wel of dat wel kan zonder een monetaire en een zekere politieke eenheid. Het antwoord lijkt nee. Dat gevoel dat ‘onze munt’ is afgepakt, heb ik bijvoorbeeld nooit gehad. De euro is ook van ons, dunk mij, althans zo ervaar ik het. Maar de wijze waarop die voor een ruimere markt benodigde nadere unie vorm moet krijgen, is een belangrijke vraag. Men moet daarbij zeker niet te hard van stapel lopen. Veel richtlijnen daarvoor zijn weliswaar heel technisch, maar ook heel handig. Maar je hebt volkomen gelijk dat er ook richtlijnen zijn die mensen wel als een belemmering ervaren. Je geeft daarvan een goed voorbeeld
      Ik ga niet op elk punt van je betoog in, maar ik beschouw dit als een kritische kanttekening die een goede aanvulling op mijn – gegeven het thema bewust eenzijdige – verhaal vormt.
      Dank!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: