Verander de kieswet: maak van politieke partijen echte verenigingen

door Jan Dirk Snel

 .:.

Frans Timmermans bleek verkeerd begrepen te zijn. Op een bijeenkomst over de toekomst van de democratie woensdag in Den Haag zei het PvdA-Tweede Kamerlid dat als er in Nederland een wet op politieke partijen zou bestaan, zoals dat in de Bondsrepubliek Duitsland het geval is, de PVV gedwongen zou zijn ‘elementen van de rechtstaat’ te omarmen. Daar had hij groot gelijk in. In Duitsland zou een irreguliere partij als die van Geert Wilders niet toegelaten worden.

Maar Timmermans had er ook bij gezegd, lichtte hij later toe, dat hij zelf zo’n aanpak niet bepleitte. Toch roerde hij een belangrijk thema aan, dat zijn partijgenote Guusje ter Horst tijdens haar ministerschap van binnenlandse zaken (2007-2010) opvallend liet liggen. Er zijn twee in het oog springende problemen met de PVV: intern is de partij is ondemocratisch en ideologisch is ze een verklaarde tegenstander van een aantal kernprincipes van de rechtsstaat.

Nadat Timmermans’ woorden donderdag aanvankelijk onjuist geïnterpreteerd waren, ging de discussie over de vraag of men politieke partijen zou moeten verplichten de Grondwet te onderschrijven. Het is een eis die naar mijn idee in de Nederlandse situatie te ver gaat. Kamerleden beloven bij de aanvaarding van hun ambt nu al ‘trouw aan de Grondwet’ (artikel 60 Grondwet). Zij zullen dus bijvoorbeeld nooit wetten mogen aannemen die strijdig met de constitutie zijn. Maar Kamerleden gaan als medewetgevers ook over mogelijke wijzigingen van de Grondwet. Ze hebben het recht kritiek te hebben op de bestaande Grondwet en om te proberen die te veranderen. En terecht is daarvoor een zware procedure nodig met een tweede lezing na Kamerontbinding en een vereiste meerderheid van twee derde in beide kamers der Staten-Generaal.

Er is een groot verschil tussen Kamerleden die praktisch beloven zich bij hun werk aan de bestaande Grondwet te houden en politieke partijen die de Grondwet als zodanig zouden moeten onderschrijven. Dat laatste zou ons staatsrecht dichttimmeren. Het is begrijpelijk dat men in Duitsland na de nazitijd van volksvertegenwoordigers inhoudelijke instemming met kernbeginselen van de rechtsstaat vergde, in Nederland was dat nooit nodig en is dat ook nu niet nodig. Formele instemming met de regels van het spel was altijd voldoende.

Het is zonder meer waar dat de PVV weinig achting heeft voor een aantal grondrechten en vooral voor de gelijke toepassing daarvan en ook niet veel opheeft met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De vijandige positie van de PVV lijkt enigszins op die van de vroegere CPN. Het was dan ook een grote fout dat VVD en CDA in 2010 bij het aangaan van een gedoogakkoord de PVV-fractie niet dwongen de principes van de rechtsstaat te onderschrijven. Men moet geen kans voorbij laten gaan om de PVV binnen ons systeem te halen. (Dat is dus het tegendeel van een ‘cordon sanitaire’). Maar het is iets dat politieke partijen zelf wel kunnen. Inhoudelijke instemming met de democratische rechtsstaat moet je niet in de wet voorschrijven. Onze democratie kan echt wel tegen een stootje en ook voor afwijkende geluiden dient plaats te zijn.

Dan het andere punt: de ondemocratische structuur van de PVV. De partij heeft maar één lid: Geert Wilders. Toen vorige week in Felix Meritis het boekje van Robin te Slaa, Is Wilders een fascist?, gepresenteerd werd, kwam tijdens de discussie de onvermijdelijke vraag op of het hier om het zogenaamde Führerprinzip gaat. Het antwoord lijkt nee te moeten zijn: er is bij de PVV geen sprake van grootscheepse mobilisatie van massa’s die eerbiedig opkijken naar de Grote Leider. Wilders’ ideoloog Martin Bosma noemt in De schijn-élite van de valse munters de PVV juist ‘de eerste moderne partij van Nederland’. Het zou gaan om een ‘organisatiemodel dat innovatief en modern is. Geen leden.’ Wilders’ populisme komt niet van onderop, maar van bovenaf: het is een kwestie van marketing, van aandacht trekken. In die zin heeft Bosma gelijk: politiek als reclameboodschap is in zekere (zij het hier ongunstige) zin veel ‘moderner’ dan politiek die voortkomt uit de idealen en zorgen van mensen.

Maar het is wel heel ongezond, zo’n eenmanspartij. Iedereen in de partij en de fractie is afhankelijk van de grillen van één man. Eerste Kamerlid Sybe Schaap (VVD) koos tijdens het debat dan ook voor een andere, oudere typering: het is ronduit feodaal. Het is letterlijk achterlijk dat er binnen de fractie en binnen wat als een politieke partij zou moeten fungeren, geen gelijkwaardigheid tussen de actoren heerst. En het is duidelijk dat Wilders de bedoelingen van de Kieswet slinks omzeilde: politieke groeperingen – de Kieswet kent geen ‘partijen’, kennelijk omdat de vroegere CHU dat niet wilde zijn – dienen verenigingen te zijn en de veronderstelling was dat ze dan ook werkelijke in de samenleving gewortelde verenigingen zouden zijn. Er was niet gedacht aan de truc dat iemand als natuurlijk persoon én als stichting in zijn eentje al een ‘vereniging’ zou kunnen vormen.

Misschien is een eenvoudige wet op de politieke partijen (die eventueel samengevoegd zou kunnen worden met de komende wet aangaande partijfinanciering) nodig. Maar wellicht volstaat een aanpassing van de Kieswet ook. Er is, bleek dit voorjaar, toch al reden om die aan te passen: het moet mogelijk worden om sneller verkiezingen te organiseren, waarbij ook nieuwe partijen de kans krijgen zich vlug als politieke groepering te laten registreren. En de eis van de dertig ondersteuningsverklaringen in de kleine kieskring Bonaire (waar 2633 kiezers kwamen opdagen) is voor nieuwe partijen te zwaar.

Men zou in de Kieswet op kunnen nemen dat verenigingen die zich als ‘politieke groepering’ willen laten registreren, een bepaald aantal leden dienen te hebben. Ook kan men nu nog kandidatenlijsten indienen zonder dat men een politieke groepering vormt. Nieuwe lijsten moeten daarbij in elk van de twintig kieskringen dertig ondersteuningsverklaringen verwerven. Dat zijn zeshonderd mensen. Het systeem zou versimpeld kunnen worden door als algemene eis voor het indienen van een kandidatenlijst te stellen dat men een vereniging van minstens driehonderd leden vormt – en over dat getal valt te praten: maak het niet hoger dan strikt noodzakelijk is. Het gedoe met de ondersteuningsverklaringen zou dan geschrapt kunnen worden. Een bijkomende eis zou moeten zijn dat allen op de lijst leden dienen te zijn.

Dat zijn technische details. Waar het om gaat, is dat de veronderstelling die altijd al aan onze representatieve democratie tegen grondslag lag, ook wettelijk vastgelegd wordt: politieke partijen dienen verenigingen te zijn van mensen die samen iets nastreven, ze dienen geen eenmanszaken te zijn waarbij mensen onderhorig zijn aan één persoon. Het is niet nodig om zware eisen aan politieke partijen te stellen. Houd het zo simpel mogelijk. Maar enkele minimale zaken dienen nu wel geregeld te worden. Het valt te hopen dat Frans Timmermans en zijn collega’s daar werk van willen maken.

 ♦

(72)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: