‘Een eerste verbroederingsgedachte’ – Een burgervader in Vorden

door Jan Dirk Snel

.:.

Gisteravond ben ik weer eens naar de Nationale Herdenking op de Dam gegaan. Ik vond dat nodig. Vroeger ging ik met enige regelmaat, maar eigenlijk kun je via de tv het hele gebeuren veel beter volgen en maken de woorden dan nog meer indruk. Maar dit keer wilde ik erbij zijn. Er gewoon zijn. Op de Dam staan tussen een menigte mensen die twee minuten stil zijn, alleen maar stil zijn.

H.M. de Koningin opent het defilé bij de Nationale Herdenking van vorig jaar (© Nationaal Comité 4 en 5 mei)

En het was goed. Ik heb dus niets meer gezien of gehoord dan mensen die de plechtigheid thuis volgden. Wat mij vooral opviel, is de ingetogenheid en de soberheid. Er valt geen woord te veel. Zelfs het gedicht van Charlotte Fontijne ging nog over het spreken van de stilte. Er worden mensen, gedode en vermoorde mensen, herdacht. Publiekelijk, met zijn allen. En dat is alles en dat is goed zo.

Burgervader
Na alle commotie van de afgelopen week, wilde ik eigenlijk niets meer schrijven. Ik vond de stukken van Robbert Baruch en Coen Wessel erg goed en heb daar eigenlijk niets aan toe te voegen. Maar ik keek dus naar Nieuwsuur en zag daar het beschamende optreden van Henk Aalderink, de burgemeester van de gemeente Bronckhorst, waar Vorden onder valt, en daar wil ik toch iets over zeggen.

Natuurlijk, het geval Vorden trekt veel te veel aandacht. Het was beter als we er niets over gehoord hadden. Dan had men het lokaal uit kunnen zoeken. Het was ook veel beter geweest als er geen kort geding was aangespannen. Je kunt je ook afvragen of de rechter zich wel over dit soort dingen moet uitspreken en of zijn aanpak niet te activistisch of bemoeizuchtig is. Wie de uitspraak leest, zal het opvallen dat de kortgedingrechter geen enkele wetstekst aanhaalt. Hij baseert zich alleen op het begrip ‘onrechtmatige daad’ en dat is artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, maar hij vindt het niet eens nodig om dat te vermelden. Maar wie gewoon afgaat op wat de rechter zei, moet constateren dat zijn oordeel inhoudelijk wel verstandig is. Hij had gewoon gelijk dat herdenking van Duitse soldaten ‘passend’ kan zijn, ‘maar niet op 4 mei’ – en dat geldt ook voor zijn overige afwegingen.

Daar had burgemeester Henk Aalderink het mee moeten doen. Hij had – ook zo al – moeten inzien dat hij een ernstige inschattingsfout had gemaakt en hij had zich loyaal bij de uitspraak van de rechter neer kunnen leggen. Maar meneer besloot dus de kont tegen de krib te gooien en te gaan provoceren. In Nieuwsuur beklaagde hij er zich over ‘dat ik als burgemeester niet mijn burgervaderrol kon vervullen.’ En dat herhaalde hij nog eens: er was iets van hem ‘afgepakt’ als ‘burgemeester, als burgervader van deze gemeente’. Kom nou, het probleem was nu juist dat hij het vertikte om zijn rol als burgervader te vervullen.

Verbroederen
Ik denk dat dit zijn meest typerende uitspraak was:

‘En wat eigenlijk het 4 en 5 mei comité heeft willen doen, was een eerste verbroederingsgedachte.’

Ja, echt. Onbenulliger kun je jezelf niet neerzetten. Het is inmiddels 67 jaar na de oorlog, net zolang als het in 1985 was dat de Eerste Wereldoorlog voorbij was. En dan zou je nu beginnen aan een eerste – ik herhaal: een eerste – verbroederingsgedachte? O ja, en met wie verbroeder je je dan? Doden gedenk je, maar, dat is het eigenaardige van alle herdenken, die merken daar zelf niets van. Met doden verbroeder je je niet. Je verbroedert je met de levenden. O ja, echt? Door langs de graven van enkele in de oorlog omgekomen Duitse soldaten te lopen verbroeder je je met Duitsers van nu? Laat me niet lachen.

Is er in de Bondsrepubliek Duitsland een nationale dodenherdenking van de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog? Niet dat ik weet en het is ook onmogelijk. Ja, de Duitsers hebben onnoemlijk geleden onder de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. In vele gezinnen waren één of meer zonen of vaders te betreuren. Vele vrouwen leden zwaar en werden na de oorlog verkracht. De bombardementen op de steden waren gruwelijk. En tijdens de slotfase van de oorlog en direct erna zijn zo’n twaalf miljoen Duitsers van huis en haard verdreven en bijna twee miljoen van hen zijn daarbij om het leven gekomen. Er is na 1945 in vele Duitse gezinnen veel geschreid. Maar aanleiding voor een nationale dodenherdenking was er niet. Daarvoor was het bewind te misdadig geweest. Privé moest men herdenken, collectief als natie kon dat niet.

Met de Bondsrepubliek Duitsland hebben we al vanaf het begin, de oprichting in 1949, goede banden en we zijn er, via de NATO en de EU, en op vele andere wijzen mee verbonden. Het is een prachtig land, dat op een bewonderenswaardige wijze zijn geschiedenis verwerkt heeft en dat begon, anders dan de legende nog wel eens wil, niet pas onder Willy Brandt, maar al in de dagen van Konrad Adenauer. Het is een land dat ons tegenwoordig in veel opzichten tot voorbeeld kan strekken en de politieke cultuur is er heel wat hoogstaander dan in Nederland. Het is dan ook ronduit een belediging van Duitsers als burgemeester Henk Aalderink nu nog meent dat je je nu nog met hen moet ‘verbroederen’ en dan ook nog wel voor het ‘eerst’. Wat is dat voor waanzin? Wat voor een absurd wereldbeeld heb je dan? Dan interesseren echte, levende Duitsers je dus geen zier en ben je alleen maar met je eigen gekte bezig.

Nationale Herdenking
Op 4 mei gaat het gewoon om een Nationale Dodenherdenking. Het gaat dan niet om het leed van de hele wereld en om alle slachtoffers, het gaat om een gerichte herdenking. Wat mij betreft had David Barnouw gisteren in Nieuwsuur gelijk dat we ons beter kunnen beperken tot de gevallenen en de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Soldaten die later zijn gevallen, kunnen we bijvoorbeeld op Nationale Veteranendag gedenken, al moet ik erbij zeggen dat de teksten die tijdens de plechtigheid op de Dam worden gesproken, heel sober zijn en misschien is het maar het verstandigste er voorlopig niets aan te veranderen. Het zijn toch echt de doden uit de Tweede Wereldoorlog die centraal staan.

Natuurlijk verandert het karakter van de herdenking. Nog slechts één op de tweehonderd Nederlanders heeft de oorlog als volwassene meegemaakt, las ik gisteren in de krant. Het getal dat de oorlog als kind of tiener heeft meegemaakt, is nog heel wat groter. Velen zijn opgegroeid met de verhalen van hun ouders en grootouders. Maar zoals de Eerste Wereldoorlog nu echt geschiedenis is geworden, zal dat met de Tweede Wereldoorlog, die precies een kwart eeuw later begon, in de komende decennia dus ook gebeuren. Dertig of veertig jaar geleden zal het persoonlijk verdriet onder de aanwezigen op de Dam heel wat groter geweest zijn dan gisteren het geval was.

Maar mensen komen nog, juist veel jongeren ook, viel me gisteren weer op, de oorlog leeft nog en dat is ook een teken van ons geluk: dat er daarna niet iets nog veel ergers gebeurd is. Laten we de doden van de oorlog blijven herdenken, zolang mensen aan hen denken en zolang mensen dat willen. En daarna zien we wel. Of misschien: zien zij die dan leven wel. Het gaat hier om een nationale, officiële plechtigheid met een zeer specifiek doel. Laten we dat zo houden.

De doden
Alle mensen sterven een keer. En alle mensen verdienen het om door hun verwanten en geliefden herdacht te worden. Er zijn vele slachtoffers en ook aan hen mag gedacht worden. En ook de daders hebben mensen die om hen geven. Ja hoor, de nabestaanden van de sukkelige en trieste Dirk Siebe mogen best zorgen dat ze hem niet vergeten, maar daar gaat de Nationale Herdenking niet over. Die gaat over de doden die we samen, nationaal, officieel herdenken. Daarom zijn er die plechtigheden. Om samen te gedenken.

Velen lijken dat niet door te hebben. Ik zag gisteren op Twitter en elders allerlei mensen die trots kwamen melden dat zij heel andere mensen herdachten. Ook hun foute NSB-opa. Ook gevallen Duitse soldaten dus. Ook de mensen in Vietnam of Rwanda. Ja, de wereld is vol slachtoffers, maar de vraag is waarom ze dat nu uitgerekend op 4 mei kwamen vertellen. Laat ze dat op alle andere dagen van het jaar melden. Maar ja, hun eigen individuele wensen gaan natuurlijk voor en ze vinden die zo belangrijk dat ze die uitgerekend dwars door de Nationale Herdenking heen willen toeteren. Hun eigenzinnige wil, hun doelbewuste dwarsheid is immers wet…

En dan heb je ook de wijsneuzen die komen vertellen dat ‘wij’ dus echt niet beter zijn dan de nazi’s. Dat ook ‘wij’ maar zo aan de verkeerde kant hadden kunnen staan. En dat ook ‘wij’ dus maar zo bewaker in een kamp of wat niet al hadden kunnen zijn. Ja, dat had maar zo gekund. Wie zal zeggen dat hij wel de moed heeft die slechts weinigen tonen op het cruciale moment? Maar doet dat iets af aan het onderscheid tussen goed en kwaad, tussen daders en slachtoffers? Nee, natuurlijk niet. Het toont alleen maar aan hoe belangrijk het onderscheid is.

Op de Dam ging het om de doden. Het ging ook niet om de daders. Het kan zijn dat ik niet goed opgelet heb, maar er werd niet afgegeven op ‘de Duitsers’ of ‘de Japanners’ of op wie dan ook. Er heerst geen moment het idee dat wij het beter gedaan zouden hebben. Er heerst geen morele verontwaardiging. Er worden doden herdacht, in alle eenvoud, dat is echt alles. En lieden die tegen andere beelden strijden, die vechten alleen maar tegen hun eigen verzinsels en snijden het verkeerde thema op het verkeerde moment aan en begrijpen er niets, maar dan ook niets van. (Nee, ik noem geen namen, ook al jeuken mijn vingers.)

Individuele vrijheid
Zo zijn er meer afleidingsmanoeuvres. Over wie dat kort geding inzake Vorden aangespannen hebben. Over van alles en nog wat. Doet allemaal niet ter zake. Wat we op 4 mei doen, is onze nationale doden herdenken. Wie iets anders wil, heeft alle andere dagen van het jaar tot zijn beschikking.

De doden van de jaren tussen 1940 en 1945 leefden in een heel ander land. Velen van hen zouden het huidige vrijheidsbegrip ook niet herkend hebben. Ik ga niet klagen over de veranderingen. Mensen hebben nu eenmaal zo hun redenen om anders te denken dan het voorgeslacht. Maar ik geloof niet dat de essentie van vrijheid erin bestaat om vooral je eigen individuele zin door te drijven in de publieke ruimte, om de ‘gevoeligheden’ – het woord al – van anderen vooral niet te ontzien en om vooral anderen te beledigen en pijn te doen.

Burgemeester Aalderink van Bronckhorst denkt daar duidelijk anders over. Die is in zijn wiek geschoten omdat hij op 4 mei zich niet mocht ‘verbroederen’ met mensen die of dood zijn of die daar zo helemaal niet om vragen. Nee, meneer moest zich één avond in het jaar een keer naar de regels voegen en dat werd hem al te machtig. Vandaag is het Bevrijdingsdag en de vrijheid die mensen dan vieren, is conceptueel vrijwel altijd een geheel andere dan waar de bevrijden en de bevrijders van 5 mei 1945 aan dachten. Laten we dat mensen gunnen. Maar het zou een goed ding zijn als al die lieden die onder vrijheid vooral het aan anderen opdringen van hun eigen persoonlijke besognes verstaan, de handen van die paar minuten rond 8 uur op de avond van 4 mei af wisten te houden. Of is dat ook al te veel gevraagd?

(68)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: