Vietsen in het Vondelpark. I. Het korte leven van de Gentse fietstheorie

door Jan Dirk Snel

.:.

Zo, dat ging snel. Op donderdag 23 februari 2012 begon Jaap de Berg zijn taalrubriek in Trouw zo:

‘Het heeft zo’n 125 jaar geduurd, maar nu lijkt het dan opgelost te zijn: het raadsel waar het woord fiets vandaan komt.’

Acht dagen later, op vrijdag 2 maart 2012, eindigde De Berg zijn rubriek echter met deze woorden:

‘En zo zijn [we] weer terug bij af oftewel bij de traditionele conclusie van etymologen: de herkomst van fiets is onbekend.’

De opkomst en ondergang van de Gentse fietstheorie
Het tussenliggende verhaal laat zich snel vertellen. Twee Gentse hoogleraren, Luc de Grauwe (Duits) en Gunnar de Boel (vergelijkende taalkunde) meenden dat ze de oorsprong van het woord fiets eindelijk ontrafeld hadden en in het vierde nummer van de 127e jaargang van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) – het tijdschrift bestaat sinds 1881 onder dezelfde titel, waarin alleen de ch in ‘Nederlandsche’ onderweg gesneuveld is – publiceerden ze een artikel, waarin de titel de clou al weggeeft: ‘Fiets “ersatzpaard”. De etymologische kwestie revisited en beslecht?’ De volledige tekst is inmiddels in pdf beschikbaar.

Op dinsdag 21 februari 2012 werd hier nieuws van gemaakt. De Universiteit Gent publiceerde een persbericht. Het ANP maakte daar een berichtje van. En dezelfde avond mocht stukjesschrijver Wim Daniëls er zelfs iets over vertellen in het amusementsprogramma Pauw & Witteman. Maar ook serieuze media, waaronder een krant als De Standaard, maakten hier aardig wat werk van. De VRT legde in het Journaal keurig de essentie van de nieuwe theorie uit. Het originele vélocipè (1) werd in het Duits verbasterd tot Vice-Pferd (2), dat werd ingekort tot Vice (3), en dat werd in het Nederlands vervolgens fiets (4). De nieuwslezer eindigde met de woorden:

‘En zo is een heel oude discussie beslecht.’

Een hypothese zonder onderbouwing
Ik dacht het niet. En dat dacht in ieder geval ook de taalkundige Jan Stroop die op maandag 27 februari korte metten maakte met de Gentse fietstheorie. ‘Ga toch fietsen‘ luidt de titel van zijn reactie. Hij gelooft er niets van dat fiets een Duits leenwoord is, alleen omdat een woordenboek in 1931 vaststelde dat men in Wipperfürth, een plaats in het oude hertogdom Berg op de rechteroever van de Rijn en tachtig kilometer van de Nederlandse grens, kennelijk wel eens iets als das Fits of das Vits in plaats van das Fahrrad zei. Hij denkt dat het toch heel wat waarschijnlijker is dat woorden die op het Nederlandse fiets lijken, in de Duitse grensstreek – en in één geval dus heel iets verderop – overgenomen zijn uit het Nederlands (waarbij ik dan nog graag opmerk dat de neutrale aanduiding van een Vits of Fits heel goed te verklaren valt vanuit de onzijdigheid van het gangbare Duitse woord, zoals je ook Nederlandse journalisten hebt die rustig over het CDU babbelen). Afin, leest u zelf wat Stroop schrijft.

Ik heb zelf het artikel ook nog eens gelezen, maar wat het meest opvalt. is dat de heren geen enkel empirisch bewijs hebben, en sterker, geen enkele aanwijzing zelfs. Ook als hun these dat het voorvoegsel vice in het Duits, waar het tegenwoordig als Vize wordt geschreven en als ‘vietse’ wordt uitgesproken, veel breder als vervanging, Ersatz, kan worden gebruikt, klopt, hebben ze zelfs nog niet de minste of geringste aanwijzing dat mensen het ooit, ook niet in een kleine regio, voor een rijwiel zouden hebben gebruikt en over Vizeperd of Vize-Perd zoiets zouden hebben gesproken. (Het gaat om het gebied ten noorden van de Speyerer Linie, schrijven de heren zelf, zodat het de facto alleen om combinaties met Perd en niet met het Hoogduitse Pferd gaat.) Zelfs bij de in de journalistieke verhalen veel geciteerde aanduiding Viez voor cider of appelwijn, waar het allemaal mee begonnen zou zijn, is de afleiding uit Vice-Vinum of Vizevinum niet meer dan tentatief, zo blijkt uit het stuk. Het enige dat een beetje op een soort bewijsplaats lijkt, is een zin uit een brief van Ludwig Börne die in 1832 bepaalde mensen een keer schertsend aanduidt als ‘Vize-Schimmel‘, die wel eens een wagen hadden kunnen trekken. Maar als dat iets bewijst, is dat in het Duits dat prefix inderdaad breder gebruikt kan worden, niet dat een fiets ooit een Vizep(f)erd is genoemd. (Het Groot woordenboek Duits-Nederlands van Van Dale dat ik hier bij de hand heb, heeft overigens bijzonder weinig te melden: alleen Vize en Vizemeister. Meer niet. Maar dat gaat dan ook niet over dialecten.)

Een heuse vélocipède en een onvindbaar Vizeperd
Het artikel is een mooi voorbeeld van in- en uitpraten zonder ook maar één enkel empirische bewijsstuk te hebben. De heren nemen een aantal onwaarschijnlijke stappen. Ik volg de vier die ik hiervoor bij het VRT-bericht tussen haakjes aanduidde, en begin dan logischerwijze bij de tweede, het woord waar alles om draait, waarna ik dan pas de eerste stap, een overbodige voorfase namelijk, behandel. En een vijfde stap komt ook nog kort aan de orde.

1 (fase 2). De twee Gentse hoogleraren veronderstellen ten eerste een woord – Vizeperd, Vize-Perd of hoe je het ook wilt schrijven – dat niemand ooit ergens heeft kunnen vinden.

‘Helaas is het oorspronkelijke Duitse woord, althans in deze betekenis, niet bewaard in een tot dusver gevonden tekst’,

schrijven ze. Dat is natuurlijk leuk bedacht, maar zou het niet kunnen zijn dat het woord domweg nooit bestaan heeft? Het kan natuurlijk best dat iets verdwenen is, maar dan zou je toch op zijn minst een indirecte aanwijzing moeten hebben – een latere herinnering, een herkenbare afleiding, wat ook – dat het wel bestaan heeft. Die hebben ze niet. Op geen enkele wijze.

2 (fase 1). Ten tweede laten ze dit woord, dat nooit ergens aangetroffen is, dan toch nog afstammen van de oorspronkelijke aanduiding voor een rijwiel:

‘het gaat om een schertsende, locale vervorming van het woord Vélocipède, die gewoon niet in geschrifte, laat staan als officiële term, gebruikt werd’.

Het lijkt me een overbodige en complicerende aanname, die de heren voor hun theorie ook niet nodig hebben. Als het waar is dat een fiets vaak vergeleken werd met een paard, en dat is waar – ik was eerst wantrouwig, maar heb inmiddels zoveel negentiende-eeuwse teksten over het opkomende wielerwezen gelezen dat ik dat inmiddels wel zeker weet -, dan is het toch nergens voor nodig om een Vizeperd te zien als een verbastering van Vélocipède of Veloziped? Dan zou zo’n woord op zichzelf kunnen staan. Hoe kan vanuit -pède of -ped maar zo paard ontstaan? Het enige woord in hun artikel, dat dat verband mogelijk legt, is velocepirt, dat de heren in een Gents woordenboek in 1953 aantreffen. Ik ga er daarbij maar vanuit dat -pirt dan inderdaad paard betekent, maar van het volledige woord maak je weer niet makkelijker fiets dan van van vélocipède zelf, de vindplaats is te nieuw en het gaat om een heel ander gebied.

Hetzelfde geldt voor Venloosch eVeluwsch peerdje of paardje. Als het al waar is dat die woorden zinspelen op vélocipède – zou het echt? -, ligt dat er niet zeer dik bovenop en gaat het zeker niet om een verbastering, maar eerder om een speelse verwijzing. Een bewijs voor Vizeperd zijn ze zeker niet. En tot fiets leiden ze zeker niet rechtstreeks. Kortom, De Boel en De Grauwe maken het zich onnodig moeilijk. Als ze al een andere oorsprong voor fiets menen te hebben, is het volstrekt onnodig dat woord, Vizeperd, ook nog eens weer tot vélocipède te herleiden. Dan kun je beter een meer rechtstreeks verband zoeken, zoals vanouds gedaan wordt, en ik hierna opnieuw zal doen. Kortom, deze voorafgaande stap is ook binnen hun theorie volstrekt overbodig.

Een ook al onvindbare afkorting en vergeetachtige Nederlanders en Duitsers
3. Dan komen we aan bij de derde stap, die dus ook de tweede zou kunnen zijn. Het woord Vizeperd wordt, als ik het goed begrijp, nog in Duitsland afgekort tot Vice of Vize of Vieze iets dergelijks. Maar ook daarvan zijn nergens oudere bewijsplaatsen gevonden, reden waarom we zelfs niet weten hoe men dat woord dan gespeld zou hebben. Alles wat op het fiets of fietse lijkt, is in Duitse teksten immers van veel nieuwere datum. De heren maken nogal wat van die slot-sjwa, maar ik kan verklaren dat ik opgegroeid ben met een Nedersaksisch dialect en dat wij bij mijn weten thuis ook fietse zeiden. Zoiets doe je automatisch met zo’n hoekig Nederlands woord. (In mijn Oost-Nederlandse gevormde oren blijf het Algemeen Nederlands een merkwaardig stugge en onritmische taal en als kind kon ik nooit goed geloven dat mensen in hun dagelijks leven of thuis echt zo onhandig en onnatuurlijk spraken. Ik kan het soms nog niet goed geloven. Maar ik weet inmiddels uit ervaring dat het kan, al blijft het behelpen.) Het lijkt me geen enkele aanwijzing dat het woord oorspronkelijk uit het dialect van de grensstreek afkomstig moet zijn. Bovendien, als die slot-sjwa zo belangrijk is, waarom ontbreekt die dan wel in de alcoholische Viez?

4. Dan de vierde stap, die derde zou kunnen zijn. Het inmiddels verkorte, maar helaas nergens aangetroffen Duitse Vize steekt de Nederlandse grens over, maar niemand heeft dat door. Althans, al binnen de kortste keren ziet niemand meer waar het vandaan komt, zelfs niet terwijl er toch al vanaf 1886 hard naar de herkomst gezocht wordt. Ook daar hebben de twee hoogleraren iets op verzonnen:

‘Wat meer is, onze hypothese verklaart eveneens waarom, onmiddellijk na het oversteken naar het Nederlandse taalgebied, het besef van de etymologie verloren ging: voor een Nederlandstalige is [fıts] of [fits] nu eenmaal iets geheel anders dan [vis􀄼], de manier waarop het Latijnse prefix vice in het Nederlands wordt uitgesproken.’

Maar als het al waar zou zijn dat Duitsers wel onmiddellijk aan zouden voelen dat een Vize een Ersatzpferd is en Nederlanders niet, lijkt me dat geen reden dat Nederlanders de herkomst van het woord al heel snel niet meer zouden herkennen. Ook toen al namen Nederlanders voortdurend woorden over uit de drie naburige talen en juist in de opkomende wielersport gebeurde dat intensief. Men leze de bladen er op na. Maar dan worden vreemde woorden juist als vreemde woorden herkend. Iedereen wist eind jaren tachtig wat een safety was: dat was een lage veiligheidfiets. Juist als Vieze, hoe dan ook gespeld in het Duits, een vreemd woord zou zijn geweest, zou het als zodanig herkend zijn. Maar daar is geen enkele aanwijzing voor.

5. En vervolgens moet het woord, nadat het de Nederlandse grens is overgestoken, in Duitsland ook nog eens zo grondig verdwijnen, dat er werkelijk geen enkel spoor van over blijft. Stroop hamert terecht op dit punt. Alle bewijsplaatsen voor het gebruik van een Duits woord dat op fiets lijkt, zijn van latere datum. Alle Duitse attestaties, zoals dat heet, zijn veel en veel jonger dan de Nederlandse. De heren hebben dat zelf wel door:

‘Dit alles wijst er ons inziens op dat het woord fiets verspreid is geraakt in Nederland vooraleer het echt wortel kon schieten in Duitsland. Voor die verdringing of verdwijning in Duitsland kan men zich verschillende redenen voorstellen.’

Het gaat om een regionaal woord, zeggen de heren, en voor het een kans kreeg, werd het verdrongen door het algemene Fahrrad. Maar worden regionale woorden dan echt helemaal nooit opgeschreven? En ja, je kunt je best voorstellen dat een woord een tijdje in omloop is geweest en dan door een ander verdrongen wordt. Juist rond de introductie van de fiets zien we dat ook gebeuren. Wie teksten uit de laatste decennia van de negentiende eeuw doorleest, die de opkomst van de fiets en de wielersport begeleiden, ziet heel veel termen die nu niet meer gebruikt worden. Maar meestal herken je ze zo en anders moet je even opzoeken waar ze vandaan komen. Maar je vindt dan ook altijd wel iets. Als het woord echt origineel in het Rijnland of Westfalen ontstaan was, waarom herinnerde zich dan ook later niemand meer dat het lang geleden ook al gebruikt werd? De twee Gentse geleerden veronderstellen wel erg veel vergeetachtigheid.

Zelfs geen hypothese
Kortom, het hele artikel van De Boel en De Grauwe is nergens op gebaseerd. Het is letterlijk op niets gebouwd. De twee veronderstellen een woord (Vizeperd) waar ze geen enkel spoor van hebben getroffen, en veronderstellen vervolgens dat het ook nog dat het afgekort wordt (Vize). Kortom, de kern van hun verhaal gaat over de verklaring van twee woorden waar geen enkel bewijs voor is dat ze ooit bestaan hebben. Het gaat om een verzinsel, meer niet.

En alle andere veronderstellingen zijn op dat volstrekte niets gebouwd. Ook daar hebben we al met minstens vijf veronderstellingen te maken die allemaal van een groot verzinsel afhangen en die als zodanig ook al niet erg plausibel zijn. De heren veronderstellen volstrekt overbodig dat een woord waarvan het bestaan verzonnen is, afgeleid is van een ander woord. Ze veronderstellen dat het woord zelf is afgekort. Ze veronderstellen dat woord in het Nederlands is overgenomen. Ze veronderstellen dat Nederlanders dat binnen de kortste keren niet meer wisten. Ze veronderstellen dat werkelijk geen enkele Duitsers de twee veronderstelde woorden ooit heeft opgeschreven.

Kortom, de twee heren veronderstellen eerst het bestaan van iets dat niemand ooit aangetroffen heeft, en vervolgens veronderstellen ze onwaarschijnlijk veel vergeetachtigheid. Het Grote Vergeten is de pendant van hun Verbeelding. Van het niets maken ze iets en vervolgens blijkt dat iets weer verdwenen te zijn. Het is gegoochel met niet-zijn dat zijn wordt en weer niet-zijn wordt.

Misschien zou je nog kunnen zeggen dat het eerste ideetje bij de cider een ‘hypothese’ was, maar zelfs dat is het nu niet meer. De heren hebben ongelooflijk veel uit de kast gehaald en al kun je bij een dergelijke hypothese misschien nooit zeggen dat ie weerlegd is – je kunt niet gemakkelijk bewijzen dat een woord echt nooit bestaan heeft -, je kunt nu wel zeggen dat het zelfs geen serieuze hypothese meer is.

Scherts
De vraag is alleen waarom ze het allemaal opgeschreven hebben. Niemand zal dit serieus nemen en het lijkt onwaarschijnlijk dat de auteurs zelf wel zo naïef zijn. Is dit een soort vervroegde 1 aprilgrap? Het gaat om het vierde nummer van de 127e jaargang, maar het is niet zo dat het aprilnummer aan de vroege kant is, zoals dat bij publiekstijdschriften nog wel eens het geval wil zijn. Het gaat om het iets te late nummer van het laatste kwartaal van 2011. Zestien keer wordt over schertsend gebruik van het voorvoegsel vize gesproken.

Dat lijkt zakelijk, maar ik houd het erop dat de twee Gentenaren veel lol hebben beleefd aan het in elkaar knutselen van een volstrekt schertsverhaal. Ik kan alleen nog niet de goede aanwijzing vinden. Zit er ergens in de literatuurverwijzingen een aanwijzing verborgen? Het enige dat me opvalt is dat in het Gentse persbericht gesproken wordt over een ‘uitvoerig beargumenteerde betoog van deze hypothese’ en iedereen die het stuk leest, zal doorzien dat er wel van alles opgevoerd wordt, maar dat de auteurs nergens werkelijk een argumentatie opzetten.

De enige reden dat ook serieuze journalisten hier ernstig op ingingen, moet geweest zijn dat ze wel aannamen dat het artikel werkelijk bewijsmateriaal zou aanvoeren en een soliede redenering zou bevatten. Maar dat was dus niet zo. Het lijkt me onmogelijk dat twee mensen samen zoiets serieus nemen, zelfs niet als ze in een fietstunnel of Vitstunnel pedaleren, zoals Jan Stroop veronderstelt. Dit moet, dunkt me, een soort poging zijn om de bekende grap van Alain Sokal nog eens in de taalkunde over te doen. Maar met welk doel dan? Wat wordt hier dan aan de kaak gesteld? Het omgekeerde zo ongeveer? Dat je met veel precieze aanhalingen de meest onzinnige dingen kunt beweren? Ik kom er eerlijk gezegd niet uit. Ook mij begon het pas langzaam te dagen. De bovenstaande analyse heb ik werkelijk nog in volle ernst gemaakt en pas toen ik daarna alles overzag, werd me duidelijk dat het stuk niet serieus bedoeld kan zijn.

Op een viezepee in Arhem
Hoe het ook zij, voor mij was dit aanleiding om nog eens nader naar de herkomst van het woord fiets te kijken en dat leverde wel iets op. In mijn volgende blog zal ik een oudere vindplaats dan tot dusverre bekend was geven. En ik zal proberen aannemelijk te maken dat de conclusie van Jaap de Berg, die ik aan het begin aanhaalde, veel te gelaten is. Het is wel degelijk aannemelijk dat fiets van velocipède afstamt. Ook daarvoor heb ik een nieuwe, maar erg voor de handliggende vindplaats.

En ik zal dan ook de titel uitleggen. Want dat wordt wel tijd.

(59)

3 reacties to “Vietsen in het Vondelpark. I. Het korte leven van de Gentse fietstheorie”

  1. Boeiende discussies! Maar als Vlaming heb ik altijd betreurd dat het hier alom gebruikte woord ‘velo’ in de verdrukking is geraakt door een woord dat ik (misschien wat ten onrechte?) op één hoop gooi met alle etymologische inwijkelingen uit het Noorden van ons taalgebied. Zoals het Franse ‘automobile’ hier ‘auto’ werd en bleef (en internationaal stand hield trouwens), wist elke Vlaming in de jaren ’50 en ’60 wat een velo was; het woord was dagelijks gebruik. En toen kwamen de ABN-kernen in Vlaanderen ons onderwijs en onze persmedia binnengerukt, aangevuurd door goedbedoelende Grootnederlandse taalkundigen. Hangt het van mij af, ik zou de Vlamingen zo ver willen krijgen dat ze de auto wat meer thuis laten en de velo nemen. Goed voor lichaam en goed voor de Vlaamse geest. Ieder zijn eigen gedacht, natuurlijk.

    • Willem Suys, dank voor de reactie. Velo is een uitstekend woord. Als ik verder zoek, zal ik nog eens nagaan of het woord in Nederland indertijd wel eens gebruikt werd. Zeker niet vaak. Maar deze afkorting is volstrekt helder en daarom valt er niet zo veel over te schrijven. Het is wel de vraag waarom vélocipède dan afgekort werd tot viets en net tot velo.
      Mijn indruk is overigens dat het hameren op Noord-Nederlandse woorden in wat nu Vlaanderen heet – ik moet er altijd nog aan wennen dat een Brabantse stad als Antwerpen of een Loonse als Hasselt tegenwoordig ook tot Vlaanderen gerekend wordt – vooral door Vlamingen geschiedde. Ik heb ook nog een paar van die boeken met voorschriften staan, die ik als Noord-Nederlander schromelijk overdreven vind. Een zekere eenheid in taal is handig, maar vele Zuid-Nederlandse woorden en constructies zijn volkomen begrijpelijk en ik heb nooit goed begrepen waarom sommigen ze zo hartstochtelijk bestreden.

  2. Enkele opmerkingen. Ten eerste ben ik blij met deze poging tot ontmaskering want ik had het verhaal in De Standaard gelezen en ,,was ermee weg”, zoals ze dat hier in Vlaams-Brabant (ik woon tussen Mechelen en Leuven) zeggen. Nu, na alles gelezen te hebben, concludeer ik wel samen met u dat de Vizepferdhypothese nu ook weer niet weerlegd is. Maar vooral dat het onwaarschijnlijk is dat Duitsers het naderhand niet meer in geschrifte gebruikt zouden hebben, vind ik een sterk argument. (Misschien kan u nog eens Duitse publicaties uit de negentiende eeuw doorlezen en uw bevindingen hier neerpennen, om dat argument te versterken?) Ten tweede ga ik met u akkoord dat het zeer vreemd is dat de onderzoekers Vizepferd dan nog volstrekt overbodig aan velocipède willen terugkoppelen. Ten derde denk ik – maar misschien kan u mij van het tegendeel overtuigen – dat u niet moet besluiten dat ze in het kwestieuze deel van Duitsland dan eerder Vizeperd dan Vizepferd gebruikt zouden hebben. Het is toch niet zo dat het Hoogduitse Pferd er ongekend was? Als je dan toch een woord uitvindt, zou de standaardtaal toch ook je inspiratiebron kunnen zijn? Ten vierde even over uw hierboven gebruikte taal. Her en der staan er foute dingen die waarschijnlijk gewoon door snel typen zijn gebeurd maar er is een fout die u, denk ik, twee keer niet opzettelijk gemaakt hebt. Het is namelijk ,,iets wat” en ,,het enige wat” en niet ,,iets dat” en ,,het enige dat” want zowel ,,iets” als ,,enige” zijn onbepaald. Helemaal niet bedoeld om lullig te doen, hoor, maar vermits het toch om taal ging… Ten vijfde: mijn vader zegt steevast ,,velo”. Het valt mij trouwens op dat sommige Vlamingen (bijvoorbeeld uit Begijnendijk) velo met de klemtoon op de eerste lettergreep gebruiken, terwijl in mijn streek eerder ,,veLO” dan ,,VElo” zal worden gezegd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: