De minister-president en de belletjestrekker

door Jan Dirk Snel

.:.

Rood vlees
Op zich had minister-president Mark Rutte gisteren best gelijk. Tijdens het zogenaamde vragenuur in de Tweede Kamer van de Staten-Generaal – in de wandeling liefkozend verkleind tot vragenuurtje – zei hij naar aanleiding van een interventie van Arie Slob:

‘Ik heb al eerder gezegd dat ik het onverstandig vind om, als er belletje wordt getrokken en stukken rood vlees naar beneden worden gegooid, daar meteen met zijn allen bovenop te springen. Het is echt mijn opvatting dat u dat met zijn allen aan het doen bent.’

Geografisch middelpunt van Europa in Litouwen. Midden-Europa ligt ten zuidwesten hiervan. (Afbeelding: Wikipedia)

Over de gecombineerde beeldspraak, belletjestrekkers die met stukken vlees gooien, moet je misschien maar niet te lang nadenken. En over dat springen al helemaal niet, zou ik zeggen. Rutte had daarvoor al opgemerkt dat de PVV regelmatig stukken rood vlees in de arena gooit. Ik ben toch bang dat als ik de volgende keer de trein naar Utrecht neem, ik daar net voor station Amsterdam Bijlmer Arena even aan zal moeten denken. Maar goed, het ging over het zogenaamde Meldpunt Midden en Oost Europeanen dat de genoemde ‘partij’ had opgericht. (Wat de naam betreft: zorgvuldige omgang met de Nederlandse taal schijnt in PVV-kringen geen prioriteit te hebben.) En Rutte heeft natuurlijk groot gelijk. Veel stelt die website met dat zogenaamde meldpunt niet voor. Het is vooral een kwestie van aandachttrekkerij, een tamelijk machteloze poging ook.

Problemen signaleren
Gisteren werd er op gewezen dat de SP al in 2005 een soortgelijk meldpunt geopend zou hebben. Die partij bood althans de mogelijkheid om ‘gevallen van concurrentievervalsing op de arbeidsmarkt die wordt veroorzaakt door de toestroom van Polen en andere Oost-Europeanen’ te melden. Dat gebeurde trouwens onder het kopje ‘enquête’. De journalist Kustaw Bessems formuleerde het verschil treffend:

‘Verschil tussen SP-meldpunt en dat van de PVV is precies het verschil tussen reële problemen aanpakken en hetze voeren om het hetze voeren.’

Zo is het. Bij het SP-onderzoek ging het om zakelijke problemen, op het PVV-meldpunt gaat het eerst over overlast in het algemeen en over specifieke vormen als geluidsoverlast, parkeeroverlast, dronkenschap en verloedering. En pas daarna kun je dan ook nog aangeven of er sprake is van baanverlies.

Mogen zaken als overlast dan niet genoemd worden? Natuurlijk wel. Maar die problemen zijn allang bekend en worden ook gesignaleerd. Juist de krantenkoppen die de website laat zien, tonen dat al aan. En wat nog veel belangrijker is: vorig jaar heeft de Tweede Kamer al onderzoek gedaan. Een Tijdelijke commissie Lessen uit recente arbeidsmigratie onder leiding van Ger Koopmans (CDA) presenteerde op 29 september 2011 het eindrapport Arbeidsmigratie in goede banen. (Zie hier een tv-reportage over de aanbieding.) Dat rapport vormt de basis voor de verdere politieke discussie rond arbeidsmigratie. En dat rapport schuwt echt geen enkel onderwerp. Alle concrete vormen van overlast die de PVV-meldpuntsite noemt, worden er openlijk in besproken.

PVV-woordvoerder Ino van den Besselaar was lid van die commissie. Voorzitter Ger Koopmans (CDA) wees daar gisteren in een interview nog eens op. Kortom, de PVV vraagt naar dingen die men al weet. In Trouw van vandaag beweert Ino van den Besselaar dat er twee dingen ontbreken: ‘de overlast die arbeidsmigranten veroorzaken en verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt’. Wie even met de zoekfunctie door het rapport gaat, zal zien dat dat niet waar is. Alleen het woord overlast komt 34 voor, verdringing 41 keer en verdringen 2 keer. En die woorden worden echt niet gebruikt om te zeggen dat er helemaal niets aan de hand is. Kortom, het gaat bij het meldpunt niet om een serieus onderzoek naar zaken waar nog niets over bekend is. Het gaat puur om aandachttrekkerij, waarbij het persoonlijke en niet het zakelijke aspect voorop wordt gesteld. En men is nogal laat.

Ruttes gelijk
Kortom, Rutte heeft met zijn typering groot gelijk. Geert Wilders, Ino van den Besselaar en de PVV zijn inderdaad belletjestrekkers. Het is een houding die Rutte vrij consistent tentoonspreidt. Ik herinner me een uitzending van Pauw en Witteman – bijna een jaar geleden inmiddels, op 28 februari 2011 – waarin de minister-president Wilders zakelijk gesproken ook als een quantité negligeable afdeed. Veel uitingen van Wilders en de PVV neemt hij overduidelijk niet serieus.

Rutte heeft gelijk. Je kunt de PVV minimalistisch of maximalistisch benaderen. Je kunt de meest gekke uitingen op een rij zetten, inclusief het fantasieën over schieten op knieschijven of het deporteren van meer moslims uit Europa dan er in de EU wonen – die formulering is bewust zo gekozen, meld ik er maar bij -, je kunt ook meer minimaal beperken tot officiële en doordachte uitingen zoals het verkiezingsprogramma. Ik heb altijd aan de laatste optie de voorkeur gegegeven. Het is dan volstrekt helder dat de gezindheid van de PVV antirechtsstatelijk is, maar tegelijk kun je ook vaststellen dat de ‘partij’ weinig pogingen doet om haar programma door te voeren. Heeft ze bijvoorbeeld ooit een wetsvoorstel ingediend om een belasting op hoofddoeken in te voeren? Nee, het is vooral loos geroep.

Je zou aan zo’n club inderdaad niet veel aandacht moeten besteden en aan zo’n meldpunt, dat niets voorstelt, al helemaal niet. Het is inderdaad niet de moeite waard. Maar waarom is die aandacht er toch? Ja juist, omdat Rutte welbewust met deze ‘partij’ in zee is gegaan. Zijn kabinet steunt via het Gedoogakkoord deels op de fractie van de belletjestrekker. En uit vrije wil heeft hij anderhalf jaar geleden een zogenaamde gedoogverklaring getekend waarin de drie deelnemende partijen spreken over ‘acceptatie van elkaars verschillen van mening en het volledig aan elkaar gunnen van de vrijheid van meningsuiting over bestaande verschillen van inzicht’.

Het is een zotte formulering die tekenend is voor het gebrek aan niveau van de drie ondertekenaren: vrijheid van meningsuiting is door de Grondwet gewaarborgd en die kun je elkaar in feite niet eens ‘gunnen’. Die hebben mensen namelijk al. Maar wie samenwerkt, bindt zich meestal aan afspraken, ook over wat hij wel of niet zegt. En met een grondrecht heeft dat niets te maken. Logisch betekent de afspraak overigens dat Rutte zich nu wel degelijk zou kunnen uitspreken. De afspraak geeft ook hem immers dat recht. Maar hij doet het niet.

Buitenland
En daarin vergist Rutte zich. Niet omdat de website zelf de aandacht waard zou zijn, maar omdat het hier om een initiatief gaat van een ‘partij’ die wel degelijk met het kabinet-Rutte wordt geïdentificeerd, en dat vooral in het buitenland. ‘Voor Brussel behoort PVV wel tot de regering’, luidt de kop van een uitstekend artikel van Leonoor Kuijk vanuit Brussel. Het aardige is overigens dat het artikel laat zien dat juist de veranderingen die Nederland op instigatie van de PVV wil, bijvoorbeeld inzake strengere regels voor gezinsherenigingen, nu nog minder kans maken. Het toont tevens aan dat de PVV totaal niet op resultaten gericht is.

Het buitenland heeft natuurlijk al heel lang met verbazing naar Nederland zitten kijken. Overal heeft Uri Rosenthal rare praatjes moeten verkopen over een onzinthema. En nu is het moment aangebroken dat de maat een keer vol is. De brief van zeven ambassadeurs en drie zaakgelastigden van tien landen uit het midden en oosten van Europa die zich vroeger aan de andere kant van het IJzeren Gordijn bevonden – Wenen ligt heel wat oostelijker dan Praag, maar Oostenrijk past toch (nog) niet in dit rijtje – is een belangrijk teken. Het is een brief die aan de hele Nederlandse samenleving en haar politieke leiders is gericht. Ik citeer uit een vertaling:

‘Decennialang hebben Nederland en de Nederlandse maatschappij in onze landen als voorbeelden van vrijheid en tolerantie gegolden. Wij geloven dat Nederland dit positieve imago zou moeten vasthouden en, om deze reden, nodigen wij de Nederlandse samenleving en haar politieke leiders uit om zich te distantiëren van het verwerpelijke initiatief.’

Terecht trekken Nederlanders zich dat schrijven dan aan. Vandaag opent het onvolprezen Eurotopics met de kop ‘Wilders’ Osteuropa-Hetze bringt EU auf’. Het kan best zijn dat actie van Wilders in het buitenland inhoudelijk overschat wordt, maar het is niet onbegrijpelijk dat Oost-Europeanen zich vernederd voelen. Het is Rutte geweest die door zijn passieve houding deze reactie veroorzaakt heeft. Het is Henk Kamp die zich als minister van sociale zaken de waardigheid van zijn ambt niet bewust lijkt te zijn door geen afstand te nemen van dit initiatief: hij had er op kunnen wijzen dat hij door het rapport van de commissie-Koopmans al voldoende op de hoogte is. Zou hij nu echt zitten te wachten op de aanbieding van de resultaten door de PVV?

Als mensen opmerken dat het om een hype gaat, lijken ze inhoudelijk gelijk te hebben en toch hebben ze dat politiek niet. De aanleiding is op zich vrij onschuldig, maar het is de druppel die de emmer doet overlopen. Het is de zoveelste schoffering van hele groepen door Wilders en de PVV. Maar het is ook een uiting van zwakte. Het momentum voor Wilders is voorbij. Het CDA heeft inmiddels wel ingezien dat het een ernstige blunder van Maxime Verhagen, de eeuwige drammer, is geweest om met Wilders in zee te gaan. Uiteindelijk bereikt Wilders in dit kabinet heel weinig en nooit zal hij de kans krijgen om nog bij de vorming van een volgend kabinet betrokken te raken. De neergang van de PVV is ingezet.

Belletjestrekker
Inhoudelijk zouden we aan de PVV en de gektes van die partij inderdaad geen aandacht moeten besteden. Het is ook de reden waarom ik de laatste maanden er bijna nooit meer over geschreven heb en me er zelfs op Twitter zelden over uitgelaten heb. De PVV deugt niet, maar dat weten we onderhand wel en soms werd ik van lieden die dat voor de zevenduizendzeshondervijfenveertigste keer meenden te moeten melden, net zo iebel. Doodzwijgen zou het beste zijn. Maar het lukt niet omdat de PVV nu eenmaal door Mark Rutte en Maxime Verhagen doelbewust in het middelpunt is gesteld en bij de macht is betrokken.

Ondertussen heeft de minister-president de samenleving een grote dienst bewezen door zo openlijk uit te spreken dat de PVV zich schuldig maakt aan belletjestrekkerij. Al te grote woorden helpen niet, niet omdat het gebruik op zich ontactisch zou zijn, maar omdat ze zakelijk niet kloppen en dan dus een uiting van overkill zijn. Precies zeggen wat Wilders en de PVV zijn, werkt wel: belletjestrekkers – vervelende kwajongens die je niet serieus moet nemen.

Alexander Pechtold nam zelfs in een boektitel het frame van de PVV over. Dat moet je niet doen, zoals ook zijn verwijzing gisteren naar het eerste artikel van de Grondwet gisteren over the top was: het gaat hier niet om de overheid, waar die bepaling betrekking op heeft. Maar minister-president Mark Rutte heeft de perfecte aanduiding voor de opstelling van Wilders en de PVV aangeleverd. Laten we die voortaan dan ook gebruiken.

En laten we het verder vooral maar over andere dingen hebben.

(54)

One Comment to “De minister-president en de belletjestrekker”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: