Gelukkig Nieuwjaar! Over het persoonlijke als cliché

door Jan Dirk Snel

.:.

Taal en wereld
Aan het begin van de Philsophische Untersuchungen (1953) reageert Ludwig Wittgenstein (1889-1951) op een fragment uit de Confessiones (397/8) van Aurelius Augustinus (354-430), waarin de geleerde bisschop van Hippo beschrijft hoe de woorden van de taal voorwerpen aanduiden. Wittgenstein lijkt hier vooral in gesprek te zijn met zijn eigen oude afbeeldingstheorie uit de Tractatus logico-philosophicus (1921/22).

Haus Wittgenstein (ook wel Stonborough House), Kundmanngasse te Wenen, in 1925 in opdracht van Margarethe Stonborough-Wittgenstein ontworpen door de architect Paul Engelmann en de filosoof Ludwig Wittgenstein en voltooid in 1928 (foto: camera_obscura)

Wittgenstein stelt zich nu een primitieve taal voor waarin slechts vier woorden bestaan. Ik geef het Duitse origineel en (voor wie van vreemde talen houdt) de Engelse vertaling direct achter elkaar.

‘Denken wir uns eine Sprache, für die die Beschreibung, wie Augustinus sie gegeben hat, stimmt: Die Sprache soll der Verständigung eines Bauenden A mit einem Gehilfen B dienen. A führt einen Bau auf aus Bausteinen; es sind Würfel, Säulen, Platten und Balken vorhanden. B hat ihm die Bausteine zuzureichen, und zwar nach der Reihe, wie A sie braucht. Zu dem Zweck bedienen sie sich einer Sprache, bestehend aus den Wörtern: »Würfel«, »Säule«, »Platte«, »Balken«. A ruft sie aus; – B bringt den Stein, den er gelernt hat, auf diesen Ruf zu bringen. – Fasse dies als vollständige primitive Sprache auf.’

‘Let us imagine a language for which the description given by Augustine is right: the language is meant to serve for communication between a builder A and an assistant B. A is building with building stones: there are blocks, pillars, slabs, and beams. B has to pass the stones, and that in the order in which A needs them. For this purpose they use a language consisting of the words “block,” “pillar”, “slab,” “beam.” A calls them out; B brings the stone which he has learnt to to bring at such-and-such a call. – Conceive this as a complete primitive language.’

Het aardige is dat Wittgenstein zijn taal wel uit vier woorden laat bestaan die voorwerpen in de wereld aanduiden, maar dat die woorden hier al meer doen dan simpelweg beschrijven. Hij merkt dat iets verderop zelf ook op. Ze functioneren als vragen of bevelen. De bouwer geeft er aan een assistent mee aan wat hij wil. Wittgenstein heeft het in dit postume boek dan ook vooral over het gebruik van de taal en hoe die functioneert. Toch zie je aan dit beginvoorbeeld dat hij nog wel erg denkt vanuit de gedachte dat taal een verschijnsel is dat buiten of tegenover de wereld staat en die beschrijft of ‘representeert’, en pas tegen die achtergrond opmerkt dat taal nog wel iets anders doet.

Groeten
Neem nou alleen die twee bouwlieden. Het is wel een erg surrealistische wereld waarin mensen slechts vier woorden spreken. Maar er is meer. Het kan natuurlijk niet. Voor ze aan het bouwen gingen, moeten de beide bouwlieden toch bepaalde afspraken gemaakt hebben: ik ga dit doen, jij gaat dit doen. Ze hebben zich samen iets voorgenomen en iets afgesproken omtrent de rolverdeling. En daarvoor al moeten ze elkaar ontmoet hebben en daarbij zullen ze elkaar toch zeker begroet hebben.

Zelfs dieren groeten elkaar. Ik herinner me een hond en een kat die elkaar elke morgen als de eerste naar buiten kwam, in een uitvoerig ceremonieel begroetten. Dat werd weliswaar begeleid door klanken, maar was vooral een lijfelijk gebeuren, maar sommige dieren gebruiken wel degelijk geluiden om elkaar te begroeten. Als ik een ‘theorie’ over het ontstaan van taal zou opstellen, als zoiets al zou kunnen, zou ik, denk ik, bij de groet beginnen. Taal begint bij de ontmoeting.

Dat zie je ook bij baby’s. Wat zijn de ouders trots als het kind voor het eerst ‘papa’ of ‘mama’ zegt, terwijl een dergelijke uiting in beschrijvende zin toch weinig aan de wereld toevoegt. Het gaat om herkenning en erkenning. En volgens mij beginnen baby’s en kleine kinderen ook niet met woorden, maar met klanken, die al snel iets van zinnen krijgen. Ze weten niet wat losse woorden zijn. Ze willen iets duidelijk maken en dat doen ze in klanken die steeds meer samenhang gaan vertonen, en pas veel later leren ze wat afzonderlijke woorden zijn.

Om het maar eens scherp te zeggen: taal is niet samengesteld uit woorden. Pas later leer je om talige uitingen in woorden te ontleden. Woorden vinden hun plaats alleen in samenhangende gedachten en komen daaruit voort.

Dagelijks
In het tweede, jahwistische scheppingsverhaal in Genesis benoemt de mens eerst de dieren. Er wordt vaak de nadruk op gelegd dat het geven van namen een vorm van beheersing of macht is en dat zou heel goed kunnen, maar je kunt er ook meer nuchter een oefening in praktische ontologie in zien: de wereld van de dieren wordt ingedeeld in soorten: vee, vogels en wilde dieren. De indeling is nog gericht op het gebruik ook, gezien het onderscheid tussen huisdieren en de dieren buiten op het veld.

Er zit iets vreemds in het gebruik van taal door iemand die volgens het verhaal in zijn eentje is, maar juist bij het geven van de namen ontdekt dat mens dat hij geen helper heeft die bij hem past, terwijl dat toch de bedoeling was van het uit de aardbodem vormen van de dieren. Er klopt iets niet in de orde van de wereld, ontdekt hij zo. Vervolgens bouwt God dan uit een rib een vrouw, eindelijk iemand die bij hem past, van zijn eigen gebeente en zijn eigen vlees. Dat is erg fysiek uitgedrukt, maar het is wel iemand die hij kan groeten en die iets terug zal zeggen, die hij kan liefhebben en die hem zal liefhebben.

Taal is allereerst relationeel. Taal is niet primair een verhouding tussen een subject en de wereld, waarin het object afgebeeld wordt, taal is allereerst een kwestie van menselijke communicatie. In vorige stukjes, vooral in Taal en de orde van de wereld, maar ook wel in Vergankelijkheden en scheppingen, heb ik er vaak de nadruk op gelegd dat we gedoemd zijn om origineel te zijn. Als je ergens een beschouwing over schrijft, dan zal het overgrote deel van je zinnen voor de eerste keer en waarschijnlijk ook voor de laatste keer zo geformuleerd worden. Maar het opmerkelijke is dat dat niet geldt voor de dagelijkse omgang.

Juist in het persoonlijke verkeer overheerst het cliché. De meest persoonlijke uiting van alle, ‘ik hou van je’, is meteen het grootste cliché aller tijden dat in kleine variaties in allerlei liedjes en in wat meer varianten in goede poëzie bezongen wordt. Aan tafel vragen we of iemand de boter even wil doorgeven en daar zijn niet zo verschrikkelijk veel verschillende mogelijkheden voor en bij het arriveren op het werk volgen er bij de begroeting wat obligate opmerkingen over het weer van die dag of over de drukte op de weg of in de trein. Het zijn woorden die elke dag weer vallen en waar niets origineels aan is en die toch de onderlinge verstandhouding scheppen.

1 januari 2012
Ook vandaag wemelt het weer van één zo’n cliché dat we alleen op deze dag en de volgende dagen in de mond nemen en dat in vele talen vertaald kan worden:

Gelukkig Nieuwjaar!

(46)

2 reacties to “Gelukkig Nieuwjaar! Over het persoonlijke als cliché”

  1. Helder stuk.

    Het riep bij mij ‘1984’ op: daarin wordt geprobeerd taal te reduceren tot enkele kernwoorden. Zit daar verband tussen? Ook frappant vind ik van beide dan de technische benadering van taal.

    Je brengt een ander perspectief van (h)erkenning in. Dat lijkt me ook gebeuren in Genesis 2. Door het benoemen kunnen dieren herkend worden. Of worden ze herkend en zo benoemd. Maar dat is het aloude kip-ei verhaal.

    • Dank, Lennart. Het is zo lang geleden dat ik Orwells 1984 gelezen heb, dat de inhoud me nog maar vaag voor de geest staat, maar wat je schrijft, herken ik wel. De teksten zijn ongeveer uit dezelfde tijd, de jaren veertig (ik ga nu niet nakijken of van elk fragment te vinden is wanneer Wittgenstein het opschreef). Of er een direct verband is, weet ik niet, maar wel via de tijdgeest. Het totalitaire communisme dat de socialist George Orwell bekritiseerde, pretendeerde wetenschappelijk te zijn en daar past ook een technische, zakelijke benadering van de taal bij.

      Wittgensteins afbeeldingstheorie uit de Tractatus werd aanvankelijk door aanhangers van de logisch-positivistische Wiener Kreis enthousiast begroet. Men meende, misschien iets te kort weergegeven, dat alleen beweringen die natuurwetenschappelijk positief geverifieerd kunnen worden, zinvol zijn. Men had daarbij niet helemaal door dat Wittgenstein wel degelijk geboeid was door het mystieke, door wat niet zomaar gezegd kon worden.

      Maar Wittgenstein worstelde toch ook wel erg met het idee dat de logica de sleutel tot de wereld vormt en dat onze alledaagse taal ons misleidt. Het zoeken naar een exacte, wetenschappelijk taal was bij hem in bepaalde tijden wel degelijk aanwezig. En ja, daar zit indirect een overeenkomst, al zie je dat hij dus zoiets ook al bij Augustinus aantrof.

      Mij lijkt het in Genesis 2 bij de naamgeving in feite vooral om inventarisatie en herkenning en minder om beheersing te gaan. Daar zit mogelijk stof in voor een later stukje (maar ik geloof dat zulke voornemens meestal niet gematerialiseerd worden).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: