Zoek de verschillen: Marinab op tv en radio [Marinab IX]

door Jan Dirk Snel

.:.

Laten we meteen nog maar een stukje doen over de omstreden reportage van Lex Runderkamp. Alle aandacht is tot nu toe uitgegaan naar de tv-reportage in het NOS Journaal van zaterdag 26 november 2011, maar Runderkamp maakte ook een radioverslag, dat twee dagen eerder, op donderdag 24 november 2011 dus, op de site van de NOS werd geplaatst, onder de titel ‘Lex Runderkamp bezocht afgebrande koptische kerk in Egypte’.

Op donderdag 13 oktober 2011 werden de doden die op zondag 9 oktober bij het omroepgebouw Maspero in Cairo door het leger werden vermoord, herdacht op het Talaat Harbplein. (foto: Omar Robert Hamilton)

Minder uitgesproken
Wie de tekst van beide verslagen vergelijkt, stuit op enkele significante verschillen. Juist daarom was ik tot dusverre ook aan het bericht voor de radio voorbijgegaan, omdat Runderkamp daarin wat betreft het meest omstreden punt, de suggestie dat kopten zelf wel eens hun eigen kerk in aanbouw in brand gestoken zouden kunnen hebben, minder uitgesproken is. De reportage eindigde zo:

‘De moslims ontkennen dat ze het huis in brand hebben gestoken. Na het vrijdaggebed op die bewuste dertigste september verzamelden alle moskeegangers zich bij de kerk, omdat er een enorme wolk zwarte rook boven het gebouw hing. Er was duidelijk brand en men had hulp nodig.
Toen zijn er foto’s gemaakt, die via het internet al snel overal te zien waren. En zo ontstond, volgens de moslims, het beeld dat zij een kerk in brand zouden hebben gestoken. Het leidde tot koptische protesten in het hele land. Bij het televisiegebouw Maspero in Cairo stierven 28 demonstranten toen de politie hard ingreep.’

Andere berichten hebben het trouwens meestal over 27 doden, maar een kniesoor die daar op let. Het is in feite wel zo ongeveer hetzelfde verhaal tot slot, maar de luisteraar ontvangt toch iets minder de indruk dat de verslaggever de ontkenning overneemt. Hij heeft in het begin immers ook een kopt aan het woord gelaten die stelde dat ondanks de koptische compromisbereidheid – men wilde de aanstootgevende koepels wel verwijderen – de aanvallers de kerk ‘toch in brand’ staken. Maar er blijven nog wel enkele kanttekeningen over.

Elkaar
Let er op hoe evenwichtig de reportage op de NOS- site wordt aangekondigd:

‘In Egypte staan koptische christenen en moslims elkaar naar het leven in de aanloop naar de verkiezingen. Terwijl ze eeuwenlang vredig samenwoonden. Die agressie is onder meer ontstaan in het dorpje Marinab, langs de rivier de Nijl, in het zuiden van Egypte.’

De minderheid en de meerderheid staan elkaar naar het leven. Elkaar! Nu zal het ongetwijfeld vaak waar zijn dat kopten provoceren of in concrete gevallen de ruziemakers zijn en Kees Hulsman schreef na zijn recente reis naar de provincie Minia in het zuiden van Egypte in een reactie op mijn weblog zelfs dat volgens een priester die hij gesproken had, ‘de meeste (niet alle!) problemen tussen Moslims en Christenen bij Kopten beginnen, maar dat de Moslim reactie vaak enorm fel kan zijn waardoor dingen enorm opblazen kunnen worden’, maar of dat in El Marinab ook het geval was, valt nog maar te bezien. Daar kwam misschien niet de provocatie – we weten dat niet precies –, maar toch wel de agressie tamelijk duidelijk van één kant, zou je zo zeggen. Maar dat past uiteraard niet in een wereldbeeld dat a priori even-handed wil zijn.

Blussen en protesteren
In de tv-reportage gaf Runderkamp onweersproken en gezien zijn slotwoorden bijna instemmend de woorden van zijn hoofdgetuige Abdallah weer dat op het moment dat deelnemers aan het vrijdaggebed uit de moskee kwamen, er al rook was, die van een stapel autobanden in een huis naast de kerk kwam, en dat de moslims naar het kerkgebouw in aanbouw renden om te helpen bij het blussen van de brand, waarop kopten vervolgens de politie zouden hebben gebeld en de moslims van brandstichting beschuldigden. In het fragment zegt Abdallah net niet met zoveel woorden dat de kopten zelf brand hadden gesticht, maar dat hij dat wel degelijk wilde beweren, vertelt Lex Runderkamp zelf in zijn reactie op mijn weblog:

‘Ik heb de quote van Abdallah gewoon op mijn camera staan: “De koptenbroeders hebben de brand zelf aangestoken.” Meerdere keren uitgesproken, in verschillende variaties.’

We hoefden dus niet heel nauwkeurig naar de exacte woorden te kijken. Wat elke kijker vanzelfsprekend opving, was zeker wel de intentie. Maar in de radioreportage vertelt Runderkamp ook dit:

‘Op 30 september verschenen er zestig tot zeventig jonge moslims bij de kerk. Ze wilden met priester Makarios spreken. ‘Wij hebben ons verzet, want we wisten dat ze bezwaar hadden tegen de bouw van de kerk.’

De laatste, geciteerde woorden zijn van een kopt. Vreemd, terwijl anderen helpen een brand te blussen, komt een groep jongeren ondertussen keurig protesteren en vraagt om een gesprek met de priester? Of was dit op een ander tijdstip? Eerder? Later? Terwijl volgens alle andere onderzoeken een grote groep de kerk aanviel, de muur die het gebouw omringde, doorbrak en aan het vernielen sloeg, gaat het in Runderkamps versie slechts om een tamelijk kleine groep mensen die bezwaar kwamen maken. Maar wel kopten die zich onmiddellijk verzetten! Merkwaardige lui toch.

En we hoeven de heel erg hoge getallen – Al Ahram had het over een aantal van  bijna 3.000 – niet per se te geloven. Hulsman houdt het in navolging van de verantwoordelijke politiegeneraal Badran op ongeveer duizend jongeren. Laat de man, om zijn afzijdigheid goed te praten, nu nog eens wat overdreven hebben, dan moet het volgens alle berichten nog om een grote menigte gegaan zijn. En ze kwamen, we weten het onder meer uit de filmpjes die Jos Strengholt publiceerde, echt niet alleen maar om een beschaafde dialoog aan te gaan.

Brand
Interessant is dat Lex Runderkamp in de radioreportage vertelt dat er een ‘enorme ravage’ was.

‘Echt alles is zwart gebrand. Alles piept en kraakt. De vloer staat op doorzakken. Ook de woningen hiernaast zijn allemaal in brand gegaan.’

In zijn tweede blogartikel schrijft Lex Runderkamp dit:

‘Zes rechters uit Caïro hebben in oktober feitenonderzoek gedaan in Al Marinab (commissie Omar Marawan). De commissie concludeert dat niet is te bewijzen dat mosliminwoners van het dorp het gebouw in brand hebben gestoken. Ten eerste, volgens de commissie, omdat er in de kerk nauwelijks brandsporen zijn! Dat klinkt vreemd, maar bekijk mijn video-opnames en je ziet inderdaad dat er in de kerk alleen schone muren, pilaren en vloeren te zien zijn: [daarop volgt een stukje video van het verwoestea, maar inderdaad tamelijk ‘schoon’ ogende gebouw].
De grootste brand was naast de kerk in een winkel en een kantoortje van de rondreizende priester Makarios. Op de video van de brand die de kopten zelf maakten, zie je duidelijk brandhaarden, ook in de kerk, maar het is absoluut geen vuurzee. Ten tweede concluderen de zes rechters dat de kopten geen ondersteunend bewijs hebben voor hun claim dat moslims de brand hebben gesticht. De commissie was tegen een (moslim)getuige aangelopen die beweerde dat hij een kopt zelf een autoband had zien aansteken in het gebouw naast de kerk. De moslim was zelfs gaan helpen om de brand te blussen.’

Het zou interessant zijn om te weten waar Runderkamp deze gegevens aan ontleend heeft. Hij geeft geen link of bronverwijzing. Ik heb op allerlei manieren gezocht op internet, maar ik heb nog geen volledig verslag van deze commissie kunnen vinden.

National Justice Committee
Het is goed om te weten dat er van twee verschillende instanties sprake is. Binnen enkele dagen na de onlusten in Marinab, op de avond van 4 oktober – het bericht in Al Ahram is van 5 oktober 2011 – bracht het National Justice Committee (NJC) verslag uit aan minister-president Isam Sharaf. Dit NJC werd in mei gevormd binnen het kabinet ‘to face any sectarian strife, set plan for problems and issues related to such file and to suggest and speed active solutions.’ De concrete aanleiding voor de oprichting vormde de aanval op een koptische kerk in Imbaba op 7 mei 2011.

Het comité had begin oktober El Marinab al bezocht en met inwoners en autoriteiten gesproken. In Al Ahram verklaarde een van de leden, Anton Adel, dat men geconstateerd had dat het plafond van de kerk ingestort was, dat zes zuilen vernietigd waren en dat diverse naburige huizen door brand verwoest waren. Toen de Maspero-rellen op zondag 9 oktober 2011 eenmaal uitgebroken waren, verklaarde een ander lid van het NJC, rechter Noha El-Zeiny dat het comité de rellen al van tevoren voorspeld had. Premier Sharaf had volgens haar twee aanbevelingen in de wind geslagen: het ontslag van de gouverneur van Aswan, die de aanval op het gebouw had toegejuicht en die net als Runderkamps zegslieden stelde dat het oorspronkelijke gebouw slechts een gemeenschapscentrum was een geen kerk, én het nemen van snelle maatregelen die kerken legaliseren of toestaan, die geen vergunning hebben. Human Rights Watch – Maarten Jan Hijmans wees hier eerder op – meldde op 25 oktober dat het NJC

‘confirmed that local church authorities had a church license for the property, according to the Egyptian Initiative for Personal Rights (EIPR), which said it examined documents showing the Copts had government permission to build the church.’

En niet alleen had het NJC aanbevolen de gouverneur te verwijderen, maar ook vervolging van degenen die de kerk vernield en herstel van het gebouw op staatskosten aanbevolen. De volgende zin zegt in al haar lapidariteit alles:

‘No action has been taken in response.’

De fact finding commission van Omar Marwan
Op de foto van de eerste bijeenkomst van het NJC op 11 mei 2011 ziet men zes heren zitten, maar dit zijn niet de ‘zes rechters’ waar Runderkamp het over had. We zagen trouwens dat op zijn minst ook één vrouw lid was van het comité; uit ongenoegen over de gang van zaken trad ze namelijk af. Runderkamp heeft het over een tweede instantie, de fact finding commission die de Maspero-incidenten inclusief de gebeurtenissen in El Marinab moest onderzoeken, tot de instelling waarvan op maandag 10 oktober besloten werd en die dinsdag 11 oktober 2011 benoemd werd en onder leiding kwam te staan van Omar Marwan. Deze commissie van inderdaad zes leden zou op woensdag 12 oktober 2011 een bezoek aan El Marinab brengen. Hoe deze fact finding commission zich precies verhoudt tot het NJC weet ik niet. Anton Adel bleek lid van beide te zijn.

Begin november, op woensdag de negende om precies te zijn, bracht weer een andere instantie, de fact-finding commission of Egypt’s National Council for Human Rights (NCHR) een volgens velen teleurstellend rapport uit over de Maspero Massacre, maar daarin gaat het kennelijk niet over Marinab. Op 15 november 2011 schreef Human Rights Watch:

‘The committee has thus far visited Marinab on October 12 to investigate the destruction of the church there, one of the reasons for the October 9 demonstration, but has yet to make public its findings and it does not formally have the power to question any members of the military or to access any of the investigations conducted by military prosecutors.’

Ik heb nergens een eindrapport van deze commissie kunnen vinden en ik hoop dus maar dat Lex Runderkamp de bron voor zijn gedetailleerde beweringen wil openbaren.

Afgebrande woningen
Opvallend is dat Runderkamp in zijn tv-reportage wel ingaat op de brand in het kerkgebouw, die volgens hem – en daar zou hij best gelijk in kunnen hebben – niet zo intensief was en met geen woord rept over de brand in belendende percelen. In de radioreportage vertelt hij wel dat ‘de woningen hiernaast (…) allemaal in brand gegaan’ zijn. En zijn tweede blogartikel schrijft hij:

‘De grootste brand was naast de kerk in een winkel en een kantoortje van de rondreizende priester Makarios.’

Dat komt dus ongeveer overeen met de verklaring van bisschop Hidra (of Hedra) van Aswan van 12 of 13 oktober dat bij de brand ook de woningen van drie gezinnen en de voorraadruimten bij de kerk in vlammen waren opgegaan. Ik stipte het in mijn vorige stukje al aan. Maar had hij aan Abdallah dan niet eens moeten vragen waarom een kleine, kwetsbare groep kopten, alleen om moslims in een slecht daglicht te zetten, dan maar zo enkele van hun woningen opoffert?

En o ja, nog even over die autobanden. Een losse opmerking over een autoband kwam inderdaad voor in de weergave van Lamis Yahya van het gesprek op zaterdagochtend 1 oktober 2011 met een groep moslims, onder wie Abdallah:

‘Then Muslims then protested again on Friday morning (September 30th) in one of the streets close to the building. They saw one of the Christians burning a tire from an abandoned house, and they had to put out the fire.’

Kees Hulsman kon zich in zijn eerste reactie op de reportage dit onbetekenende detail niet herinneren en daarom heeft hij dat later alsnog gemeld. Het ging om een ‘beschuldiging van iemand uit een groep mannen waar ook Abdallah bij aanwezig was.’ Maar ook duidelijk was volgens hem dit:

‘die beschuldiging van zelfverbranding van een eigen kerk in aanbouw werd toen door andere mannen niet opgepikt en was toen ook geen thema van discussie.’

Abdallah richtte zich de eerste dag op heel andere dingen en vertelde geen verhaaltjes over kopten die zelf hun kerk in brand zouden hebben gezet. Maar goed, het blijft een raadsel hoe protesterende jongeren en blussende moskeegangers samen gaan.

Onder spanning
Interessant is dat Lex Runderkamp in de radioreportage gewag maakt van ‘een soort angst die de kopten in dit kleine wijkje hier al een hele tijd hebben’. Hij heeft het over de ‘enorme spanning’ waaronder ze verkeren,

‘want zijzelf zijn vooral twee maanden niet in staat om naar school te gaan, boodschappen te doen in de stad. Zelfs de mensen die hier op een leeftijd van zestig, zeventig zijn en hun hele leven hier al wonen, willen heel graag nu weg. Ze voelen zich buitengewoon onveilig.’

Dat sommigen zich niet meer thuis voelden, kwam in het bericht voor de tv ook aan de orde en ook in zijn eerste wegblogbijdrage schrijft hij:

‘Ze willen allemaal weg, vertellen ze ook aan mij, en ze klagen erover dat niemand ze komt helpen.’

En toch schrijft hij in hetzelfde stuk dat de kopten hem ‘geen enkele anekdote’ kunnen vertellen ‘over hun confrontaties met de moslims tijdens de brandstichting.’

‘En ze wijzen tijdens een rondwandeling op de materiële schade die ze hebben geleden: tv-toestellen, een stofzuiger, een airco, een printer, een computer, maar niemand beschrijft een herinnering aan de uitzinnige menigte van bijna drieduizend moslims die zich aan hun heiligdom moet hebben vergrepen.’

Is het verwonderlijk? Zou leden van een piepkleine groep – wat ook het werkelijke aantal is, op het totale inwonersaantal blijft het een miniem getal – nu echt te midden van de voormalige belagers van hun gebouw uitgebreid gaan vertellen over wat die hun aangedaan hebben?

Als Runderkamp het over ‘twee maanden’ heeft, doelt hij op de tijd sinds vrijdag 30 september. Zolang zouden de kopten al niet naar school kunnen en geen inkopen in de stad kunnen doen. Maar uit een eerder bericht van 9 september 2011 van Mary Abdelmassih weten we dat de toestand al (ruim) drie weken eerder zeer dreigend was voor de kopten:

‘Despite the presence of security forces, Muslims have blocked the roads to the village, refusing passage of any Christians under any circumstance.’

En ook dat bericht kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Volgens een bericht in de Watani hadden lokale moslims de kerk al op vrijdag 2 september 2011 omringd, terwijl ze vijandige leuzen schreeuwden, terwijl ook op dinsdag 6 september een vijandige menigte zich bij het gebouw verzameld had. Runderkamp had er nog wel een maandje bij op mogen doen. De problemen voor de kopten begonnen al weken eerder.

 –

Op een haar na omgebracht
In de radioreportage is op een gegeven moment te horen dat er enige onrust ontstaat. Runderkamp:

‘Alle mannen lopen nerveus nu naar buiten, staan de steeg in te staren. Wat is er aan de hand?’

Er klinken dan allerlei stemmen. Iemand zegt in het Arabisch: ‘Pas op, misschien maken ze problemen voor jou.’ De vertaler legt uit: ‘He said that the Muslim Brothers from the village sent someone here to ….’ En hij vraagt vervolgens aan de eerste man: ‘Is het een bedreiging?’ Die antwoordt in het Arabisch: ‘Ze zullen vragen waarom hij hier is en waarom we hem toelieten.’ De vertaler legt uit: ‘They are objecting on our being here.’ Arabisch: ‘Toen we een overdracht (tanazul) voor de koepels hadden gegeven…’

Enige commotie, maar heel dreigend klinkt het niet. Toch vertelde Runderkamp op donderdag 8 december tegen Tijs van den Brink in DIDD:

‘Dus, ik word dan beschuldigd dat ik de islam verdedig, nou ze hebben me echt op een haar na omgebracht, ik ben echt in veiligheid gebracht.’
Tijs van den Brink: ‘De moslims ter plekke?’
Lex Runderkamp: ‘Ik ben in veiligheid gebracht door de Egyptische politie die mij uit de koptische wijk weg moest halen. Ik heb letterlijk aan den lijve gevoeld. Maar als journalist, je gaat ervan uit, ik wil feitelijkheden beschrijven.’

Het is, moeten we zeggen, heel bescheiden van hem dat hij deze feitelijkheden in de reportages niet beschreven heeft. Lex Runderkamp verricht zijn werk met gevaar voor eigen leven, maar vindt het niet de moeite waard de kijker of luisteraar daar meer over te vertellen. Je kunt je natuurlijk wel afvragen of de nipte ontsnapping aan de dood zijn verslag niet heeft beïnvloed.

Tot slot
Ach, dit waren zo enkele puntjes die opvielen. Runderkamp neemt moslims waar die komen blussen en beschuldigd worden, maar tegelijk ziet hij ook keurige jongeren die alleen maar om een gesprek komen vragen. Hij weet resultaten van een onderzoekscommissie over de ernst van de brand en de vraag naar de schuldigen boven water te krijgen, die niemand kennelijk nog gezien heeft. Hij beseft dat de lokale kopten al enkele maanden onder enorme spannning en dreiging leven en toch vraagt hij zich af waarom ze geen enkele anekdote over de aanval kunnen vertellen. En hij heeft zijn werk met gevaar voor eigen leven verricht. Op hem hadden ze het voorzien, terwijl Kees Hulsman en Lamis Yahya die de dag na de onlusten arriveerden, ook door de mogelijke betrokken bij de aanval, met alle vriendelijkheid werden ontvangen.

Vragen, vele vragen, zullen we maar gelaten constateren.

Postscriptum
Mijn dank gaat uit naar Kees en Sawsan Hulsman (Arab West Report) voor de vertaling van de Arabische teksten in de radio-uitzending.

(43)

[Gepubliceerd: donderdag 29 december 2011, 9.15 uur.]

One Trackback to “Zoek de verschillen: Marinab op tv en radio [Marinab IX]”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: