Over werk

door Jan Dirk Snel

.:.

Ja, ik doe het toch.

Het loopt allemaal een beetje uit de hand. Veel te veel tijd ben ik momenteel kwijt met dingen waar ik geen cent mee verdien. Wie a zegt, moet soms ook b zeggen. Onlangs had ik een journalistiek dingetje uit pure nieuwsgierigheid – ik wilde weten hoe het nu echt zat – uitgezocht en ik had niet bevroed dat de ontwikkelingen me min of meer dwongen om nog minstens vier maal te reageren. Maar het kost me te veel tijd en het is niet goed om te lang op één onderwerp gefocust te blijven. De komende weken moet ik als wiedeweerga een paar klussen afmaken. Tot Nieuwjaar zal ik vooral moeten werken en zal ik geen tijd voor allerlei weblogstukjes meer hebben. Of ik me toch niet zo af en toe zal laten verleiden iets te schrijven, dat kan ik uiteraard niet voorspellen.

Maar ik zoek dus ook nieuw werk of nieuwe werkzaamheden, vanaf januari dus. Door alle gedoe kom ik ook niet aan verwerving van opdrachten toe. Vandaar dat ik deze onsympathieke weg maar eens kies. Ja, het is gênant: de aandacht op jezelf te vestigen. Maar het moet maar een keer.

Wat ik zoek
Dat weet ik niet. Ja, ik doe allerlei dingen met een toetsenbord. Ik schrijf wel eens wat, ik redigeer wel eens wat (maar ik heb er eigenlijk niet het temperament voor) en ik vertaal wel eens (maar dan denk ik ondertussen vaak dat ik liever aan een eigen, beter boek zou zitten te schrijven). Voor artikelen of columns mag men mij altijd vragen. Graag. In oktober en november heb ik ook voor mezelf op deze weblog even uitgeprobeerd of ik dat kon: vrijwel elke werkdag een aardig en gevarieerd stukje schrijven, maar dan dus naast mijn werk. Ik kan trouwens ook wel degelijk kort schrijven. En wie mij vraagt om 850 of 1225 woorden te schrijven, krijgt gewoonlijk ook 850 of 1225 woorden en niet 849 of 1226. Dat kost dan wel meer tijd dan om snel een gedachtegang uit te werken waarbij het niet uitmaakt of je op 756 of 2776 woorden uitkomt. Je moet immers veel meer wikken en wegen. En, als het even kan, moet het wat mooier opgeschreven worden. Lichtvoetig schrijven, achteloos formuleren kost soms enige inspanning.

Maar ik zoek eigenlijk ook wel iets anders en juist dingen waar ik zelf niet op kom. Het heerlijke van een freelancebestaan is dat je zelf je tijd indeelt. Dat je dus midden op de dag je werk kunt laten liggen om even snel een weblogstuk te schrijven. Dat je een stukje gaat rennen, een vriend tegenkomt en samen een uur bij een cappuccino bijpraat. Of dat je op een mooie zomermiddag op het terras van de Ysbreeker kunt afspreken en mijmerend over de Amstel over nieuwe boeken praat. Het is ook niet onaangenaam om soms ’s ochtends om half zes al achter de computer te zitten of om een andere keer tot kwart voor vier uur ’s ochtends door te werken tot iets af is en verzonden kan worden. Maar het heeft dus ook nadelen. Ik zou daarom best eens weer, zoals in mijn ambtenarentijd, een bureau elders willen hebben, een werkplek waar je naar toe kunt gaan en waar je je werk ook om vijf uur achter je kunt laten (waarbij ik het weer niet erg vind dat dat ook een keer kwart voor negen kan worden, als de beveiliging dat tenminste goed vindt).

En ik sta dus open voor dingen waar ik zelf van mijn leven nooit aan zou denken. Dat mag commercieel zijn, dat mag idealistisch zijn. Mijn enige voorwaarde is dat het goed betaalt en dat het om twee of zeker niet meer dan drie dagen in een week gaat. Ik heb namelijk nog wel wat anders te doen. Of juist daarom zou ik de scheiding van werk elders en werk thuis ook wel weer willen zien. Ik zoek werk om mezelf in de rest van de week te kunnen subsidiëren. Ik heb een aantal boeken in gedachten die ik wil schrijven – over de verzuiling, over hedendaagse moraal, over grondrechten en individuele rechten, over nieuwe wereldbeelden en seculariteit, over negentiende-eeuwse sociologie ook, om maar eens iets vreselijk hips te noemen – en dat lukt alleen als ik daar twee of drie dagen per week voor over houd. En het lukt beter als ik betaald werk en dat onbetaalde, maar uiteraard wel erg nuttige werk zou kunnen scheiden. Vandaar. Maar ik sta dus open voor allerlei ideeën.

Wat ik kan
Dat weet ik ook al niet. Ik doe in kennis en analyse en kennis is geen vast bezit. Een boek kun je in de kast zetten, maar je weet niet wat je weet. Dat weet je pas op het moment dat je er iets mee doet en de kennis gebruikt. Hooguit achteraf besef ik altijd dat ik ergens toch wel iets vanaf wist. Vooraf moet ik het altijd nog maar zien.

Ik heb ooit geschiedenis gestudeerd en daarom noem ik me maar historicus, maar alle geestes- en sociale wetenschappen hebben wel enigszins mijn belangstelling, terwijl ik op school qua aanleg meer een bètaleerling was. Geschiedenis is geen vak. Het gaat over alles, want alles gaat nu eenmaal voorbij. En ik heb ook filosofie gestudeerd, maar officieel nooit afgemaakt, al denk ik dat ik op dat gebied zeker zoveel gelezen en geschreven heb. Maar ook dat is geen vak. Ook filosofie gaat over alles, maar dan in meer systematische en helaas vaak ook warrige zin. En dan vooral over alles dat we niet met zekerheid weten. Filosofie raapt de restjes op die de wetenschap van tafel laat vallen. Of het leven, dat kan ook. En de kans dat je van te veel wijsgerige teksten lezen eerder minder kritisch wordt en allerlei flauwekul gelooft, is, vrees ik, ook groter dan dat je er helderder en beter van gaat denken. Maar ik hoop dat een beetje nuchter gebleven ben. Ik denk zelf van wel.

Maar ach, ik heb altijd de krant gelezen en daar steek je het meeste van op. En ik lees wel eens een boek over bestuursrecht of over economie. En ik lees wel eens literatuur of theologie of sociologie. Van alles weet ik wel wat, van niets erg veel. Ik denk trouwens dat ik beter rechten had kunnen studeren en dat die discipline me meer gelegen zou hebben. Ik kan, denk ik, wel vrij goed analyseren. Enerzijds, anderzijds, dit aspect, dat aspect, deze vraag, die vraag, dat ligt me wel. Ik heb een wat formalistisch temperament: argumenteren, redeneren. Ik geloof dat ik ook wel verstand van macht heb, juist omdat ik er zelf niet erg naar taal. Of anders gezegd: ik ben geen groot psycholoog, maar wel een redelijk socioloog. Ik denk soms een beetje te begrijpen hoe sociale processen werken, hoe interactie tussen mensen werkt, hoe de relatie tussen menselijk streven en menselijk handelen is. Zoiets.

Nou ja, praten kan ik wel. Ik heb zelfs Martin Ros wel eens onder tafel gekletst. Maar ik hoop dat ik al pratende ook redelijk kan analyseren. En schrijven kan ik soms een beetje. Ook dat kan ik het best als ik systematisch een probleem moet uitwerken. Vraagstelling, gegevens en dan maar eens kijken wat er al schrijvende en proberende uitkomt. Interviewen, drie kwartier lang, openbaar, heb ik ook altijd graag gedaan. Soms was het echt niet goed, soms liep het ook wel degelijk goed. Ik heb geleerd om zoiets zonder briefjes te doen. Paar punten in het hoofd, wat vragen, goed inlezen, maar twintig seconden voor aanvang nog niet weten wat de openingsvraag zal zijn. Dat blijkt vanzelf wel op het moment dat het gesprek begint. En als het goed is, wordt het ook een echt gesprek en sluit je volgende vraag dus aan op wat iemand net zei. Debatten leiden is ook wel leuk. In het dagelijks leven praat ik altijd te veel, maar bij interviews en debatten ben ik juist heel kort van stof. De stelregel is: probeer of je iets in twee zinnen kunt zeggen. En dan wijk je dus zo af en toe een keer uitvoerig daarvan af.

Mijn belangstelling ligt bij boeken, bij het intellectuele leven, meer bij non-fictie dan bij fictie en als het om literatuur gaat meer bij de traditie dan bij de laatste trend. En intellectuele onderwerpen dan wel het liefst in alledaagse taal uitgelegd, zoals je er met vrienden aan een cafétafel over praat. Dus niet zoals mensen in veel tv-programma’s praten, maar zoals ze in het echte leven praten. Kennis is heerlijk, maar vooral als het ingebed is in het dagelijks leven. Niets is zo leuk – en soms ook embarrassing – als aan een geïmmigreerde buurman op de tafel voor de snackbar te proberen uit te leggen waarom je bezig bent een dik Duits of Amerikaans werk met een theorie over gerechtigheid te doorgronden. Dan pas blijkt of je het ook echt snapt. Elke academicus weet wat natuurrecht is. Maar zit eens tegenover iemand die daar niets van weet en probeer dan eens uit te leggen wat het is. Probeer eens dingen uit te leggen aan mensen die niks hebben aan gemakzuchtige steekwoorden als de grot van Plato, of de leibniziaanse monade, of aan hegelianisme of neopositivisme. Dan moet je dus echt vanaf het begin beginnen. Het lukt me niet altijd, maar het geeft aan wat voor een soort dingen ik aardig vind.

O ja, en waar ik niet voor geschikt ben, dat is ondergeschiktheid. Voor bovengeschiktheid geldt trouwens hetzelfde. Natuurlijk moeten mensen dingen regelen en is het soms handig als er eentje is die daarvoor zorgt. Maar in een formalistische hiërarchie pas ik niet. Ik ga er vanuit dat mensen in een redelijke, machtsvrije dialoog – Habermas, denkt u nu, en terecht – met elkaar omgaan. Wat ik haat, is krampachtigheid: ja, dit is wel waar, we zijn het wel met je eens, maar je mag het niet tegen een andere afdeling zeggen. Of mannen in de vroege ochtend bij de koffieautomaat die boos zijn omdat iemand van een ander bedrijf in een interview in de krant heeft gezegd dat ‘wij’ iets fout doen. Terwijl hij best eens gelijk zou kunnen hebben. Kortom, ik wil wel mijn vrijheid behouden, maar sta open voor dialoog.

Wat ik wil
Dat weet ik dus wel en ik heb het al gezegd. Ik wil eindelijk boeken gaan schrijven. Maar daar betaalt niemand je voor. Ik heb de laatste tijd wel eens wat uitgeprobeerd en qua habitus ben ik een academicus pur sang, maar als je al jaren buiten de universiteit staat, kom je daar toch niet meer binnen. Ik zie dat ook bij vrienden: ze weten vaak meer, ze hebben betere boeken geschreven, maar als die niet in de academische kadertjes passen, dan worden ze niet eens uitgenodigd voor een gesprek. Het gaat niet om kennis en kunde, het gaat om de juiste papieren, of je lang genoeg in het juiste stramien meegelopen hebt, om het kunnen voldoen aan bepaalde cijfertjes: een Engelstalig boek dat geen hond leest en dat bij een obscure uitgeverij is verschenen, schijnt academisch soms ook hoger te scoren dan een filosofische bestseller waar half intellectueel Nederland over praat.

Maar het geeft niet. Ik wil dus eindelijk boeken gaan schrijven, sommige voor een breder publiek, maar sommige ook tamelijk specialistisch, waarbij ik blij zou zijn als de oplage 250 zou zijn en 46 lieden het van a tot z uit zouden willen lezen. Maar ik wil dus mezelf bekostigen. En juist daarom zoek ik werk dat heel anders is. In een eerder bestaan heb ik dat ook gemerkt: hoezeer afwisseling in een werkweek stimulerend werkt. Reizen vind ik trouwens heerlijk. Je mag mij bij wijze van spreken elke dag voor mijn werk naar Groningen of Maastricht, naar Enschede of Vlissingen sturen.

Nou ja, ik heb het toch maar een keer opgeschreven. Ik ga de komende weken even hard aan de slag. Ik moet nog een paar lange stukken schrijven en ik moet nog allerlei priegelwerk afmaken. Dus van mij zult u hopelijk niet veel horen. Maar ik beloof niets.

Mijn adres staat trouwens hier.

(36)

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: