Nationale communicatiegemeenschappen

door Jan Dirk Snel

.:.

Nederland bestaat.

Wie daaraan mocht moet twijfelen, hoeft alleen maar te kijken naar de wereldkaart die cartograaf Eric Fischer op maandag 24 oktober 2011 publiceerde van de talen die twitteraars gebruiken. Hij visualiseerde daarbij de twitteractiviteiten tussen 14 mei en 20 oktober van dit jaar. En zelfs op een niet al te grote wereldkaart kun je daarbij Nederland nog zien, waarbij de wat fluorescerende groenblauwe kleur die hij aan het Nederlands toekende, niet onbehulpzaam is. Op de afzonderlijke uitsnede van Europa die Fischer maakte, kun je dat nog beter zien. (De wereldkaart en de Europese kaart kan men in verschillende groottes bekijken.)

Talengemeenschappen op Twitter (afbeelding: Eric Fischer)

Ik was natuurlijk nooit op zijn kaart gekomen als de site van de NRC die niet ontdekt had. Dinsdag 8 november schreef Marije Willems er een stukje over, waarbij ze verwees naar een publicatie door redacteur Cliff Kuang op de blog Co.Design van 4 november. Er doet zich daarbij een interessant interpretatieverschil voor. Cliff Kuang schrijft:

‘The real borders are created by language: Language is what makes someone addressable no matter where he is. Language is what you share with strangers above all else. Language is your passport into a new community of people.’

Dat klinkt op zich plausibel genoeg. Taal bepaalt de werkelijke grenzen tussen mensen. Nogal wiedes, zou je denken, als je iemand niet kunt verstaan of zijn woorden niet zonder hulp van Google Translate kunt lezen, dan wordt communicatie lastig. Maar dan vervolgt Kuang met deze zin:

‘Ergo, you can use language to map cultural barriers that transcend political boundaries.’

En daar gaat er dus iets mis. Geen twijfel: taal kán politieke grenzen overschrijden. Ik heb vandaag nog staan te praten met iemand van wie ik meen te weten dat hij in België is geboren, en we deden dat in het Nederlands en ik kon zelfs aan zijn accent – dat hij volgens de geldende normen niet had en ik overigens wel heb – niet horen dat hij een Vlaming was. Maar onze conversatie vond plaats in Nederland en hoewel we het over de politieke verwikkelingen in België hebben gehad, was er omtrent de lokalisatie van het gesprek geen twijfel mogelijk: vanuit Amsterdam keken we samen naar het zuiden. Wij met ons tweetjes over die daar. Objectiverend. Kuang heeft ongetwijfeld volkomen gelijk als hij stelt dat taal politieke grenzen kan overschrijden. Maar de vraag nu is: toont de twittertalenkaart van Eric Fischer dat? En dan denk ik dat het antwoord eerder ontkennend moet luiden.

In haar korte stukje voegt Marije Willems een wezenlijke observatie toe. Nadat ze eerst terecht vastgesteld heeft dat in een wereld ‘waar grenzen verdwijnen’, taalbarrières blijven bestaan en dat je dat op Twitter kunt constateren, merkt ze op (ik zet ‘meer’ stilzwijgend om in het kennelijk bedoelde ‘maar’):

‘Daarnaast zijn de landsgrenzen duidelijk zichtbaar, wat maar weer aantoont dat er weinig over de grenzen wordt getwitterd.’

Op Twitter zou iemand die deze uitspraak zou doorgeven, daar met wat inmiddels het gebruikelijke oneigenlijke gebruik van hashtags is, aan toevoegen: #spijker #kop. Het is namelijk exact wat de kaarten laten zien: binnen landsgrenzen gebruiken mensen in het algemeen de dominante taal, maar die gebruiken ze weinig over de grenzen heen, zo laat zich vermoeden. Een kleine afwijking van de eerste stelling kan men rond Barcelona waarnemen: hoewel de kleuren op mijn scherm ietwat onduidelijk zijn, krijg ik toch het vermoeden dat nogal wat lieden daar niet in het officiële Spaans of Kastiliaans, maar in het Catalaans twitteren. Maar het tweede punt waar het me nu om gaat, is: dat ook mensen met dezelfde taal niet zo bar veel over de grens twitteren.

Wie de kaartjes goed bekijkt, zal de grens tussen Nederland en Vlaanderen wel kunnen zien. In Nederland wordt meer getwitterd dan in het noordelijke, Nederlandstalige deel van België, dat kun je zien. Je kunt zien waar Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg liggen. Dat is opmerkelijk. En verder kun je ook zien dat Vlaanderen – wat dan tegenwoordig zo heet – toch iets meer een vlak, zij het dunner dan het Nederlandse, vormt dan het zuidelijke, Franstalige deel van België, waar de meeste activiteit rond Brussel en Luik geconcentreerd lijkt te zijn. In een eerste versie had ik geschreven dat Wallonië duidelijk onderscheiden kan worden van Frankrijk, waar men, gelijk bekend, dezelfde officiële taal spreekt en schrijft, maar eerlijk gezegd is het niet zo gemakkelijk om bij Lille de grens scherp te zien. Met dit alles is op zich nog niet bewezen dat Nederlandstalige Belgen niet met Nederlanders twitteren en Franstalige Belgen niet met Fransen, maar het lijkt me toch zeer aannemelijk dat ze het vooral onder elkaar doen. Wie naar andere grenzen kijkt, die tussen Duitstalige Zwitsers en Duitsland of tussen Franstalige Zwitsers en Frankrijk bijvoorbeeld, zal waarschijnlijk dezelfde vermoedens krijgen.

Ik denk dat deze gegevens – en dan is de Nederlands-Belgische grens het meest sprekend, maar in het algemeen vooral de vaststelling dat taalgrenzen in West-Europa vaak met die van staten samenvallen – weliswaar niet volledig bewijzen, maar wel aannemelijk maken wat ik hier onlangs al schreef in mijn stukje over Grondwettelijke orde: namelijk dat we nu meer dan ooit ‘één natie’ vormen, ‘die zich vooral uit in de vorm van een nationale communicatiegemeenschap’. Dat ‘we’ uit de vorige zin betekent wat mij betreft dan niet alleen Nederlanders, maar mag opgevat worden als een uitspraak die voor heel veel mensen op de wereld geldt: allemaal maken ‘we’ – in die algemene zin – deel uit van nationale communicatiegemeenschappen. Taal is het minimum dat we nodig hebben om met elkaar te praten, en hoewel velen van ons – alweer internationaal opgevat – een aardig mondje Engels of anders wel een ander tamelijk mondiale taal spreken, doen we dat toch het liefst of het vaakst in onze nationale taal, die vaak ook onze moerstaal (zij het net niet de mijne) zal zijn. Maar er komt dus nog iets bij: er moet ook een nationale verwantschap zijn. Mijn zicht op Twitter is uiteraard nogal door mijn interesses – politiek, filosofie, religie, geschiedenis en nog zo wat – beperkt, toch krijg ik de stellige indruk dat vooral Nederlanders met Nederlanders twitteren en vooral Vlamingen met Vlamingen, zelfs als het over onpolitieke zaken als literatuur of wijsbegeerte gaat. Ik zie niet zo bar veel transnationaal twitterverkeer, behalve dan met Nederlanders in den vreemde, of dat nu Egypte, Indonesië, Israël, Italië of de USA is.

Daar past overigens wel de kanttekening bij dat Engels op de kaart van Fischer bewust in een grijstint naar achteren is gedrongen. Veel mensen zullen in die taal wel degelijk informatie opdoen en zo af en toe internationaal uitwisselen, maar ik vermoed dat die internationale oriëntatie vooral een aanvulling vormt op de intensieve debatten die vooral binnen het eigen nationale gebied gevoerd worden. En dat ook is wat de kaart van Eric Fischer laat zien: dat mensen vooral binnen hun taalgebied en daarbinnen binnen hun staatsgebied communiceren. In die zin denk ik dus dat nog steeds klopt wat ik in mijn blog over Grondwettelijke orde schreef:

‘dat de natiestaat momenteel sterker is dan ooit en als impliciet idee krachtiger is dan ooit.’

Maar alleen in een bepaalde zin. Wat er zich nu voor onze ogen afspeelt, is nog steeds het gevolg van de succesvolle en in hoge mate noodzakelijke creatie van de negentiende-eeuwse en eerdere natiestaten – de vorming van de Nederlandse begon op zijn laatst in 1609, al had het er anders mee kunnen aflopen –, maar je kunt misschien ook zinvol betogen dat die natiestaten als zodanig nu lichtelijk verdwenen zijn, maar dat de nationale communicatiegemeenschappen die ze in het leven hebben geroepen, levendiger zijn dan ooit. Onze defensie en onze volkshuishouding hebben we in hoge mate in overstijgende verbanden – NATO, EU – ondergebracht en in die zin bestaat de Nederlandse natiestaat mogelijk niet meer in volle omvang. Maar die Nederlandse natie, die is overtuigender present dan ooit. Die natie is vooral een gemeenschap van mensen die voortdurend met elkaar in gesprek zijn, en daarvan is Twitter een prachtige indicatie. De kaart van Eric Fischer laat vooral zien hoe Nederland veel meer dan andere landen verdicht is en hoe het onderscheid tussen stad en platteland opgeheven lijkt. Maar dat is iets voor een volgende blog.

Voorlopig lijkt me de conclusie genoeg dat nationale – of binnennationale (België, Zwitserland) – communicatiegemeenschappen het sociale weefsel van de wereld vormen en dat Nederland daarbij waarschijnlijk een van de meest sprekende voorbeelden vormt.

(22)

One Trackback to “Nationale communicatiegemeenschappen”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: