Taal en de orde van de wereld

door Jan Dirk Snel

.:.

Zo af en toe kom je de gedachte tegen dat de wereld één lange causale keten is. Alles zou zo zijn oorzaken hebben.

Ik heb dat altijd een onbegrijpelijke gedachte gevonden en vooral een gedachte die ernstig in strijd is met onze alledaagse ervaringen. We weten immers allemaal dat niet alleen de dingen zo hun oorzaken hebben, maar dat mensen ook zo hun redenen hebben – en anders geldt dat wel voor het menselijk hart, zoals een zekere Fransman – ‘Le coeur a ses raisons, que la raison ne connaît point’ – nu zo’n drieëneenhalve eeuw geleden opmerkte. Maar niet alleen het hart, ook de rede heeft – het woord zegt het al – zo zijn redenen. In onze alledaagse ervaring van de wereld gaan we er helemaal niet vanuit dat alles causaal verklaarbaar is, we gaan er tot aan het verkeer toe vanuit dat mensen beslissingen nemen en we vertrouwen erop dat ze dat meestal gewetensvol en empathisch doen.

Net als deze negentiende-eeuwse studenten uit Tübingen speelde David Hume (1711-1776) graag biljart: een prachtig voorbeeld van de combinatie van menselijke wil (het stoten) en causaliteit (de gang die de ballen nemen), maar de Schotse filosoof deed net alsof hij dat laatste niet doorhad. (foto: Wikipedia)

Nu weet ik niet of er echt veel mensen zijn die werkelijk denken dat de hele wereld één lange causale keten is. Het gaat, vrees ik, vooral om filosofen, waarbij je natuurlijk enerzijds een selecte groep positivisten hebt, en anderzijds waarschijnlijk nog meer antipositivisten die graag bestrijden wat vrijwel niemand beweert. En ook deterministen zullen niet beweren dat ze alles daadwerkelijk causaal kunnen verklaren, maar wel dat alles in principe causaal verklaarbaar is. Hoe ze dat dan weer kunnen weten, is een nadere vraag. Als een standpunt zozeer in strijd is met onze alledaagse ervaring, waarin mensen voortdurend keuzes maken, is er wel veel geloof voor nodig om daar een verklaring achter te zoeken die precies het omgekeerde stelt van wat we meemaken. Maar theoretisch is een dergelijke positie, hoewel onbewijsbaar, misschien wel houdbaar. Juist daarom trouwens: wat principieel niet bewijsbaar is, is ook niet weerlegbaar.

Gisteren had ik het hier over de geboorte van twee nieuwe woorden op één dag, of feitelijk misschien op twee achtereenvolgende dagen. In het Nederlands is het, merkte ik toen al op, niet moeilijk om nieuwe woorden te maken. We hoeven er zelfs niet eens specifiek over na te denken en waarschijnlijk gebruiken we allen elke dag wel een combinatie die nog nooit eerder over iemands lippen was gekomen en die dat misschien ook nooit weer zal doen. Alleen uit onwetendheid of suffigheid al, bijvoorbeeld omdat de gangbare term ons zo snel niet te binnen wil schieten, maken we steeds nieuwe woordcombinaties. Alleen omdat ‘wereldleiders’ kennelijk even niet in mijn brein op wilde komen, repte ik recent nog van ‘wereldpolitici’, overigens niet nieuw, maar in dat geval wel volkomen onbedoeld. Het ging om een vergissing, een kleine vergissing, maar eentje die niet onverklaarbaar, zij het niet causaal verklaarbaar, was en die verder ook volkomen begrijpelijk was – in twee opzichten: wat betreft het ontstaan en wat betreft het bedoelde.

Taal is misschien wel het mooiste voorbeeld om te laten zien dat mensen gedoemd zijn origineel te zijn. Natuurlijk, niet elke gedachte die mensen uiten, is oorspronkelijk. Gelukkig ook maar niet, we zouden horendol worden als we de hele dag door met volstrekt nieuwe ideeën overladen werden. Maar de meeste zinnen die we horen of onder ogen krijgen, zijn wel degelijk nieuw. Het is heel moeilijk om een stukje te verzinnen dat volledig uit clichés bestaat die allemaal al eens uitgesproken of opgeschreven zijn. Daarentegen is het absoluut niet moeilijk om een stukje te schrijven dat stuk voor stuk bestaat uit zinnen die nog nooit eerder zo opgeschreven zijn. Dit stukje is er trouwens net geen voorbeeld van: onder elke punt na elke zin heb ik een link naar een Google-zoekopdracht naar die zin verstopt en u kunt ze allemaal aanklikken: slechts drie zinnen zijn eerder zo opgeschreven – probeert u ze maar eens te vinden – en die had ik gemakkelijk zo kunnen veranderen dat ook zij uniek werden. Alle overige eenenzestig zinnen hebt u zo nog nooit gezien, terwijl de zesentwintig letters toch allemaal bekend zijn en het overgrote deel van de woorden ook niet nieuw is. Ik zou zelfs niet weten of er in dit stukje wel een nog nooit gebezigd woord voorkomt. Aangezien de spellingcontrole niet moeilijk deed, verwacht ik van niet.

Taal is, denk ik, wel de mooiste illustratie van het gegeven dat mensen steeds iets nieuws aan de wereld toevoegen, iets dat er nog nooit was en vaak ook iets dat nooit terug zal keren. De meeste woorden die mensen spreken, verwaaien. Ook internet legt maar een fractie vast. Maar eigenlijk laat taal zien dat de doorbreking van een causale orde nog fundamenteler is dan op het punt van bewuste keuzes en van menselijke redenen. Want onze taaluitingen zijn grotendeels een onbewuste vormgeving van min of meer bewuste gedachten. Natuurlijk zijn talige uitingen niet volstrekt willekeurig. Je herkent iemand aan zijn stijl. Je weet dat je bepaalde uitspraken van iemand kunt verwachten en andere beslist nooit. Als op Twitter iemand ineens onverwachte dingen schrijft, vraag je je dan ook al snel af of zijn account niet gehackt is. Kortom, ook de talige uitingen van mensen zijn beperkt, door de regels van de taal, maar ook door hun psychische, sociale en mentale habitus. Maar daarbinnen gebeuren dus steeds – letterlijk – onverwachte dingen. Ook een spreker weet niet wat hij gaat zeggen, voor hij het gezegd heeft. Ook een schrijver weet niet wat hij gaat opschrijven, voor zijn handen het toetsenbord losgelaten hebben.

Taal is een regelgerichte activiteit. En we volgen regels die we voor het overgrote deel niet eens kennen. We weten impliciet alleen hoe we ze toe moeten passen. En we kunnen ze breken. En dat gebeurt ook voortdurend. Taalverandering kan bewust zijn, maar is deels vooral een onbewuste activiteit, een kwestie van vergissingen. Men beweert dat het ook evolutionair zo gaat. Dat door kleine varianten in het DNA nieuwe soorten ontstaan. Ook dan zouden foutjes dus de motor van verandering zijn. Zou kunnen. Maar in taal kunnen we dat dagelijks zien. Uit elk weblogstukje moet ik achteraf wel kleine foutjes vissen. Dan is de regel waar ze vanaf wijken, dus aanwijsbaar. Maar net zo goed schrijf ik dus ook voortdurend dingen op die ik niet had kunnen voorzien.

Taal laat zien dat de wereld niet uit een causale natuurlijke orde bestaat, maar telkens opnieuw herschapen wordt. Telkens wordt er iets aan toegevoegd. En die toevoegingen beperken zich niet tot de wereld van de taal of van de ideeën of van de boeken, want die woorden oefenen invloed uit op de wereld, ook op de fysieke wereld waarvan we veronderstellen dat die door causaliteit gekenmerkt wordt. Op grond van wat mensen met elkaar bespreken en bedenken, veranderen ze de wereld en de orde van de dingen. Natuurlijk kunnen ze daarmee de fundamentele orde van de dingen niet doorbreken. Bakstenen blijven met dezelfde valsnelheid vallen. Maar mensen kunnen ze wel zo op elkaar stapelen en met specie aan elkaar vastplakken dat ze een gebouw vormen en het idee daarvoor is toch ooit in taal – en daarvoor in de onbestemdheid van een menselijk brein – begonnen.

Juist omdat taal als regelgerichte activiteit – en regels kunnen anders dan natuurwetten gebroken worden – en als deels onbewuste uiting van het menselijk bewustzijn zo onder het maken van keuzes doorduikt en nog voor het terrein van de bedachte redenen ligt, vormt ze als verschijnsel het beste bewijs dat de wereld meer is dan een causale keten.

(21)

5 Responses to “Taal en de orde van de wereld”

  1. Aardig stukje. Toch is er ook een noot(je) te kraken. De meeste hedendaagse (post)positivisten stellen over het algemeen niet dat de wereld als een causale keten aan elkaar zit. Ze zeggen dat de enige verklaringen waar je echt wat aan hebt causale verklaringen zijn (en tegenwoordig vooral ook waarschijnlijkheidsverklaringen, maar dat die waarschijnlijkheid er is, zou weer af te leiden zijn uit een veronderstelde oorzaak.) Alle andere, complexere verklaringen zouden dan gereduceerd moeten kunnen worden tot een heleboel kleinere causale verklaringen. Als dat niet kan, dan is de verklaring niet in orde, aldus die post-positivisten. Ze laten dus in het midden of de wereld ook daadwerkelijk zo causaal te verklaren is. (Volgens de kwantummechanica is de wereld zelfs niet causaal te voorspellen, maar slechts met een zekere waarschijnlijkheid.)

    Daarnaast denk ik dat het niet te vangen zijn van menselijke handelingen en situaties niet zozeer zit in de regelgerichtheid zit (een nieuw woord?), maar in de onbedoelde gevolgen van intentioneel handelen. Niemand had zin in een zich voortslepende loopgravenoorlog, toch werd de Eerste Wereldoorlog een bloedbad. Die onverwachte uitkomst, die niet te voorspellen samenloop van omstandigheden en menselijke intenties, die maakt historische verklaringen zo anders. Maar dat is een nuanceverschil (tussen een hermeneutische visie en een narrativistische visie.)

  2. Nee, het is geen aardig stukje, het is een goed stukje. Laat ik dat even corrigeren. Mensen gaan met dit soort onderwerpen al snel allerlei technische termen gebruiken waarmee het lang niet altijd beter te begrijpen is – een zonde die ik ook vaak bega. Hier gebeurt dat dus niet. Dus een goed stukje.
    Dat het gezegd is.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: