Minder kans voor vonnismijders en vonnisvluchters

door Jan Dirk Snel

.:.

Present at the Creation luidde de titel die Dean Acheson in 1970 aan zijn memoires meegaf. Hij was, onder meer in zijn rol als secretaris van een genootschap van toen nog achtenveertig staten, dat zich bescheiden de Verenigde Staten van Amerika noemt en dat destijds voorgezeten werd door Harry S. Truman, aanwezig bij de geboorte van de Koude Oorlog. Het is maar wat je onder scheppen verstaat.

Amsterdamse banpaal in Sloten. In vroeger tijden was verbanning, de plicht om een stad te mijden, een gebruikelijke straf (foto: jpmm)

Hoe het ook zij, een soortgelijk gevoel bij de geboorte van iets nieuws aanwezig te zijn, maar dan heel erg in het klein, overviel mij dertien dagen geleden, op woensdagmorgen 26 oktober 2011. Ergens tussen negen en tien uur die ochtend opende ik de Nederlandse versie van Google News en op de voorzijde – niet dat er een achterzijde is (daar staat bij mij alleen ‘Toshiba’) – viel mijn oog onmiddellijk op de kop ‘Teeven zet in op vonnismijders’. Het bleek om een klein berichtje op de site van het Eindhovens Dagblad te gaan, dat om 8.46 uur geplaatst was en dat meldde dat de staatssecretaris ‘meer werk’ ging maken van ‘mensen die een straf opgelegd hebben gekregen, maar die ontlopen.’ De bewindsman, die vanuit een eerder leven een reputatie als crimefighter hoog heeft te houden, wilde de mogelijkheden om enkele tienduizenden ‘vonnismijders alsnog te pakken, aanzienlijk verruimen.’ Het was niet zozeer de daadkracht van Fredrik Teeven, de eerste staatssecretaris die zich, sinds het ministerie een paar staatsvormen terug in 1798 werd opgericht, expliciet om onze veiligheid bekommert (je moet er maar op komen), als wel dat woord, vonnismijders, dat mijn aandacht trok. Dat had ik bij mijn weten nog niet eerder gezien.

De geboorte van een woord
En dat was ook zo. Even wat goochelen met Google bevestigde dat het woord goed een uur oud was, althans pas die ochtend aan het licht was gekomen. Slechts enkele vermeldingen waren er te vinden, alle van na acht uur, en alle gingen terug op hetzelfde ANP-berichtje over onze voortvarendheid uitstralende stas van veiligheid en gerechtigheid. Ook Google had, kon je toen nog goed zien, tot die ochtend nog nooit van het woord gehoord. De vraag was alleen wie het woord had uitgevonden. Of waar dat gebeurd was. Ik ging er, net als Trouw-taalrubriekverzorger Jaap de Berg, die het woord dezelfde dag signaleerde en er op zaterdag 29 oktober een stukje aan wijdde, eigenlijk vanuit dat het woord wel op het ministerie verzonnen zou zijn.

Woorden aan elkaar plakken is in het Nederlands niet moeilijk en elke dag ontstaan zo achteloos en veelal onopgemerkt nieuwe samenstellingen, die even gemakkelijk weer verdwijnen, maar dit leek toch een ander, meer specifiek geval, mogelijk een onderdeel van een uitgekiende campagne. Wie een nieuw probleem ziet, of misschien ook wel een oud probleem, en dat eens goed onder de aandacht wil brengen, doet er verstandig aan een nieuwe term te munten, die de geest van de hoorder of lezer er automatisch op richt. Woorden scheppen begrippen, delen onze wereld in en geven die vorm. Ze kunnen zelfs een nieuw partje aan de wereld toevoegen. Ook in die zin kon ik het terechte gevoel hebben aanwezig te zijn bij de schepping van een nieuwe begrip en een nieuwe realiteit

De behoefte aan een specifieke term kan men ook wel begrijpen: wie de tenuitvoerlegging van zijn straf vermijdt, is nog niet direct aan voortvluchtige in de volle zin des woords. Het zal er immers om gaan dat een sanctie ten uitvoer kan worden gebracht en dat kan ook een taakstraf of een geldboete zijn. Daar heeft men de veroordeelde wel even voor nodig, maar ook weer niet blijvend. Vandaar dat men kennelijk een ander woord zocht dat een hele groep kan omvatten. Helemaal vlekkeloos is het woord volgens Jaap de Berg overigens niet. Nadat hij ons uitgelegd heeft dat er meer mijders zijn, waaronder zorgwekkende zorgmijders – men ziet het Suske en Wiske-album al voor zich – en dat het Engelse avoiders wel model zal hebben gestaan, schrijft hij ter onderbouwing van zijn oordeel:

‘Wat de delinquenten mijden, is immers niet zozeer het vonnis, de rechterlijke uitspraak, als wel de tenuitvoerlegging van de straf. De voorkeur verdient daarom een synoniem dat al enkele jaren in omloop is: strafontlopers.’

Hij had die conclusie al verraden in het zeker adequate opschrift: ‘Straftontlopers nu opeens vonnismijders’. Merk overigens op dat het ANP-stukje ook expliciet sprak over ‘mensen die een straf opgelegd hebben gekregen, maar die ontlopen.’ Maar juist dat maakte het vermoeden dat vonnismijders van de staatssecretaris of zijn departement afkomstig was, des te plausibeler. De vraag was dan vooral in welke context en met welke specifieke invulling de term geïntroduceerd werd.

Op zoek naar een brief
Uit andere versies van het ANP-bericht – hier die bij De Pers, die volledig lijkt te zijn en waar geen zinnen of alinea’s uit zijn gehaald, zoals her en der het geval is – bleek dat de staatssecretaris ‘een brief met zijn plannen aan de Tweede Kamer gestuurd’ had. Op zoek naar dat document dus. Maar hoe ik die woensdagmorgen tussen negen en tien ook zocht op overheidssites als Rijksoverheid en Officiële bekendmakingen, nergens kon ik ook maar een spoor vinden van een brief die over dit onderwerp zou kunnen gaan. Het is op zich geen onbekend verschijnsel: de pers blijkt vaak veel eerder over officiële overheidsdocumenten te beschikken dan dat ze door ministeries aan het publiek beschikbaar gesteld worden. Ik ben dan altijd wel benieuwd of zo’n brief op het moment dat journalisten erover schrijven, al wel ouderwets fysiek bij de leden van de Tweede Kamer is beland. Of moeten die net als wij, eenvoudige burgers, ook maar geduld betonen?

Een paar dagen later besloot ik nog eens te kijken of de brief inmiddels wel te vinden was, en ja hoor, in de loop van woensdag 26 oktober bleek het Ministerie van Veiligheid en Justitie twee Kamerstukken op Rijksoverheid gezet te hebben. Het ene, bestaande uit enkele Kamervragen – kijkt u zelf maar even – was een treffende invulling van het sartreaanse néant, het andere werd omschreven als ‘Brief Tweede Kamer: Uitvoeringsketen strafrechtelijke beslissingen’. Dát moest het schrijven zijn waar ik naar zocht. Het vervelende was alleen dat geen enkele link naar een pdf was bijgevoegd, zoals dat gebruikelijk is. Ik besloot daarop navraag te doen en zo’n vraag via de site komt dan automatisch bij Postbus 51 terecht. Op maandag 31 oktober om 12.39 – de tijd doet er in dit geval toe, zal zo blijken – kreeg ik een ontvangstbevestiging. Twee en vier dagen later meldde men mij dat men er nog niet uitkwam, maar gisteren, 7 november 2011, precies na een week dus, ontving ik een e-mail van de directie voorlichting van het ministerie, waar een pdf van de brief als bijlage bijgevoegd was. Ook toen bleek de brief nog steeds niet op Rijksoverheid te staan, maar inmiddels is het erratum hersteld. Als je eenmaal over de tekst beschikt, is het ook veel gemakkelijker om door bijvoorbeeld een zin in te vullen – de meeste zinnen in onze taal, ook de meest clichématige, zijn uniek – te zoeken of een document ook elders staat. Welnu, het bleek dat de brief op maandag 31 oktober om 16.10 uur tien op Officiële bekendmakingen was geplaatst (en vervolgens ook elders was overgenomen). Ik had dus inderdaad gezocht naar een brief die toen nog onvindbaar was.

De brief gevonden
Ik was dus benieuwd. Het is, dat zie je al na een paar zinnen, geen brief van het type dat je met rode oortjes uitleest en de elf keer, meest in het meervoud gebezigde term ketenwerkproces vormt daar in zijn eentje al een aanwijzing voor, maar gebruik van de zoekfunctie liet binnen een oogwenk zien dat de vonnismijder in dit schrijven in ieder geval niet zijn opwachting maakt. Het verbum mijden komt er trouwens sowieso niet in voor, en ook alle varianten met ontlopen ontbreken. Kortom, wat ik – en ook Jaap de Berg – tot dusverre bij aan gebrek bij documentatiemateriaal veronderstelde, bleek niet te kloppen. De vonnismijders moesten een andere oorsprong hebben dan het brein van Fred Teeven of een zijner ambtenaren. Verrassend.

Het leek me goed nog eens weer naar een paar versies van het ANP-berichtje van woensdagochtend 26 oktober te kijken. Wat veel kranten kennelijk graag wegknipten, maar het Eindhovens Dagblad in zijn summiere versie wel liet staan, was dat een woordvoerder van het ministerie een en ander meldde ‘naar aanleiding van berichtgeving in De Telegraaf’. Daar had ik eerder op moeten letten. Even zoeken en ja hoor, om 5.30 uur die morgen – wakker Nederland, hè – was er een berichtje op de site verschenen over de ‘Jacht op onvindbare ‘veroordeelden’’ en daarin werd gesproken over ‘ruim 6500 criminelen die al meer dan drie jaar onvindbaar zijn’. Dat zijn inderdaad gegevens uit de genoemde brief. Ik geloof trouwens dat 6500 onder de tienduizenden van het ANP ligt, maar dit terzijde. Belangrijker was de toevoeging dat de papieren krant die dag meer over dit onderwerp bevatte. En inderdaad, het bleek dat het omstreden dagblad er zelfs groot mee opende: ‘Jacht op vonnisvluchter’. Groot is dan overigens vooral een aanduiding voor de kop – het is een krant die je, weet ik uit ervaring, uitstekend mee kunt lezen vanaf een balkon op driehoog – niet voor het bericht, want dat blijkt – hier is het overgenomen – nogal beknopt te zijn. Maar wat nu belang is, ook daarin zal men geen vonnismijders aantreffen, niets met mijden trouwens, maar wel worden deze lieden die ‘de dans ontspringen’ en hun straf of boete ‘met succes ontlopen’, ‘weglopers’ genoemd.

Vonnisvluchters
Het wordt tijd op een ander woord te letten dat ondertussen al gevallen is: vonnisvluchter, het woord uit de Telegraaf-kop. Het ziet er naar uit dat de openbaring daarvan van dezelfde ochtend is, wat alleen al ondersteund wordt door het gegeven dat een zoekopdracht naar teksten met dat woord, maar zonder het begeleidende ‘jacht’ niets oplevert. We kunnen nu een plausibele gang van zaken reconstrueren. Het ziet er naar uit dat het ongeveer als volgt is gegaan. Op dinsdag 25 oktober besloot De Telegraaf de volgende dag te openen met de op zich tamelijk saaie brief van de staatssecretaris. Het was een koppenmaker van die krant die de term vonnisvluchter bedacht om de lieden achter ‘de 6500 zaken die langer dan drie jaar in het OPS geregistreerd staan’ – OPS is opsporingsregister – een gezicht te geven. In het bericht zelf valt de term nergens.

De volgende ochtend kreeg een wakkere of misschien ook nog niet zo wakkere redacteur van het ANP de grote krant onder ogen en die dacht: daar moeten we even achteraan. Het zal trouwens wel in overleg zijn gegaan. In alle vroegte werd een voorlichter van het departement van justitie getraceerd, en die kon wel bevestigen dat wat in De Telegraaf stond, klopte. Zo ongeveer de gehele inhoud van het ANP-bericht is afkomstig uit de grote ochtendkrant, zodat men de woordvoerder alleen nog maar als officiële bron nodig had. Overigens komt de advocaat van de verdachte, die in de laatste zin opduikt, zo niet in De Telegraaf voor en die staat zo ook niet in de staatssecretariële brief. Men heeft na het gesprek met de woordvoerder zelf nog een kleinigheid kunnen toevoegen. De vonnisvluchter van De Telegraaf zette de ANP-redacteur in zijn weergave vervolgens om in vonnismijders.

En vervolgens ging het bericht het land in. Kennelijk werden er twee suggesties voor een kop meegeleverd. Een deel van de media publiceerde het bericht net als het Eindhovens Dagblad, waar ik het het eerst zag, onder het hoofd ‘Teeven zet in op vonnismijders’. Een ander deel koos voor ‘Justitie maakt jacht op ‘vonnisvluchter’’, waarin de verwijzing naar de uitvindende krant dus beter behouden werd. Maar in alle versies wordt in het bericht zelf alleen over vonnismijders gesproken. Uiteraard kan het allemaal net iets ander gegaan zijn, maar dit lijkt een tamelijk plausibele reconstructie, zou ik zeggen.

Nieuws maken
Het bleek dus allemaal net iets anders te zijn dan ik verwacht had. Wat ik die woensdagmorgen zag, was achteraf gezien al de tweede geboorte van een nieuw woord op één dag. Het jonge vonnisvluchter had binnen enkele uren vonnismijders gebaard. Enerzijds was het dus nog boeiender en gecompliceerder dan ik toen besefte, anderzijds bevat deze uitkomst ook wel iets teleurstellends. Direct toen ik de vonnismijders zag, dacht ik dat de levensduur van dit woord weliswaar wel eens tamelijk beperkt kon zijn, maar dat het wel een goede kandidaat voor op zijn minst de eindjaarlijkse lijsten met nieuwkomers zou zijn. Maar nu blijkt dat er geen departementale strategie achter zit, maar het een journalistieke vinding is, is de kans dat het in de Tweede Kamer en andere debatten opgepikt gaat worden, veel geringer. Het woord zou dus wel eens een eendagsvlieg kunnen blijven, ook al wekt de huidige vermenigvuldiging van zelfs het onbeduidendste nieuwsbericht op internet niet die indruk. Maar erg te treuren hoeven we ook niet. Jaap de Berg heeft immers gelijk dat straftontlopers veel bruikbaarder is dan vonnismijders of, voeg ik daar maar aan toe, vonnisvluchters.

Blijft nog wel een andere bevinding over, waar ik eigenlijk niet naar op zoek was: de vraag hoe nieuws werkt. Hoe is de opening van De Telegraaf tot stand gekomen? Kregen werkelijk alle media tegelijk de verder nog ongepubliceerde brief van de staatssecretaris toegezonden en dacht alleen bij De Telegraaf iemand: hé, dit is interessant, hier moeten we werk van maken? Of was er iets ingestoken en heeft Teeven of hebben zijn medewerkers de krant benaderd met de vraag of men hier niet iets groots van kon maken? Beschikte werkelijk iedereen over dezelfde tekst of had de ochtendkrant een streepje voor? En waarom duurde het dan tot zes dagen na de datering dat de brief ook daadwerkelijk op het wereldwijde web gepubliceerd werd? Al kan ik me ook voorstellen dat het weglaten op Rijksoverheid niet meer dan een eenvoudige slordigheid was.

Minder kans
Hoe het ook zij, als het beleid van de staatssecretaris slaagt, maken vonnismijders en vonnisvluchters voortaan wat minder kans hun straf te ontlopen. En omdat het woord niet beleidsmatig is uitgevonden, maken de vonnismijders en vonnisvluchters ook wat minder kans het woordenboek te halen.

Het is niet anders.

(20)

Advertenties

One Trackback to “Minder kans voor vonnismijders en vonnisvluchters”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: