Luther met hamer en spijkers

door Jan Dirk Snel

.:.

Vandaag is het Allerheiligen, gisteren was het dus Hervormingsdag en de datering van die laatste dag is gebonden aan de eerste, al gebruik ik nu aanduidingen die precies tegen de temporele orde ingaan.

De opvolger van de deur waar Luther zijn 95 stellingen aan opgehangen zou kunnen hebben (foto: Gertrud K.)

Ook gisteren zag ik weer hoe de voorstelling dat Martin Luther (1483-1546) op 31 oktober 1517 driftig met hamer en spijkers in de weer was geweest, nog immer tot de verbeelding spreekt. Maar zoals dat gaat met aansprekende historische gebeurtenissen, is het omstreden of Luther op de vooravond van Allerheiligen zijn 95 stellingen, die hij op die dag onmiskenbaar als bijlage bij een brief aan Albrecht van Brandenburg, de aartsbisschop van Mainz en Brandenburg, heeft gevoegd, toen ook heeft opgehangen. Maar over de datering hoeven we verder niet te twijfelen. De dag en de theses horen bij elkaar: ze waren die dag in ieder geval af en ze werden daarna ook in wijde kring bekend.

In 1961 stelde de katholieke kerkhistoricus Erwin Iserloh – eerst in een artikel, vervolgens in zijn gelijknamige brochure Luthers Thesenanschlag. Tatsache oder Legende? (1962), daarna in 1968 in een iets uitgebreider werk hernomen – vast dat Luther het bij zijn leven nooit over het aanslaan van de stellingen op de deur van de Wittenberger slotkapel gehad heeft. Dat is toch op zijn minst merkwaardig voor een gebeurtenis die later zo’n belangrijke symbolische betekenis kreeg. De vroegste vermelding was net na zijn dood in 1546 door zijn Weggefährte Philippus Melanchthon (1497-1560), die Luther pas in 1518 persoonlijk leerde kennen, in zijn voorrede bij de tweede band van een uitgave van Luthers Latijnse geschriften. Dit is de vertaling die Iserloh van de cruciale zin geeft (uit praktische overwegingen, in Google Books vind je niet alles, verwijs ik naar een andere pagina):

‘Luther, brennend von Eifer für die rechte Frömmigkeit, gab Ablaßthesen heraus, die im 1. Band dieser Ausgabe gedruckt sind. Diese hat er öffentlich an der Kirche in der Nähe des Wittenberger Schlosses am Vortage des Festes Allerheiligen 1517 angeschlagen.’

Het was even zoeken naar het Latijnse origineel in het zesde deel van het Corpus Reformatorum, maar hier is de tweede zin, die er in dit verband toe doet:

‘Et has publice Templo, quod arci Witebergensi contiguum est, affixit pridie festi omnium Sanctorum anno 1517.’

Het woord waar het hier om gaat, is affixit en dat moet zoveel betekenen als dat hij de stellingen aan de slotkapel bevestigde. Hoe hij dat deed, dat staat er niet.

Daar kwam in 2007 een tweede zinnetje bij, dat iets daarvoor door Martin Treu opgemerkt werd. Het gaat om een aantekening van Luthers secretaris Georg Rörer (1492-1557), die er in 1517 ook al niet bij was, op het laatste blad van het register bij een uitgave van Luthers Duitse vertaling van het Nieuwe Testament uit 1540 en die op de late herfst van 1544 gedateerd wordt. Dat was dus nog bij Luthers leven en het gaat om diens eigen handexemplaar. Hij kan die opmerking dus onder ogen hebben gehad:

‘Anno do[m]ini 1517 in profesto o[mn]i[u]m Sanctoru[m], p<…> (1)
Wite[m]berge in valuis temploru[m] propositæ sunt pro (2)
de Indulgentiis, a D[octore] Mart[ino] Luth[ero]’

Wat de (1) en de (2) mogelijk betekenen, kan men hier zelf nakijken. Treus eigen voorstel voor een vertaling luidt:

‘Am Vorabend des Allerheiligenfestes im Jahre des Herren 1517 sind von Doktor Martin Luther Thesen über den Ablass an die Türen der Wittenberger Kirchen angeschlagen worden.’

Merk op dat Treu propositae conform de traditie vertaalt met angeschlagen, en wat dat woord ook precies betekenen moge, het lijkt me sterk dat we daarbij alleen maar aan hameren of spijkeren moeten denken. Dat zal afhangen van wat de gebruikelijke wijze van ophangen in die dagen was.

Over de theses van Iserloh is veel gediscussieerd. De kracht van zijn argumenten was dat Luther zelf nooit over de Thesenanschlag heeft geschreven en dat de vermelding door Melanchthon wel erg laat was, bijna dertig jaar na dato, en pas na Luthers dood. De vondst van Treu veranderde daar in zoverre iets aan dat Luther de aantekening van Rörer in ieder geval onder ogen gehad kan hebben, al weten we niet of dat ook zo was.

In zijn bekende biografie Luther. Mensch zwischen Gott und Teufel die in 1982 aan de vooravond van de grote Luther-herdenking in 1983 verscheen, schreef de gezaghebbende kerkhistoricus Heiko A. Oberman onbekommerd:

‘Am Vorabend des Festes ‘Allerheiligen’, am 31. Oktober 1517, schlug Luther gemäß dem Brauch der Universität seine Lateinisch verfäßten Thesen an die Tür des Schloßkirche zu Wittenberg.’

Hoewel hij alle literatuur toch wel degelijk kende – ik herinner mij dat vrienden in die tijd vertelden dat hij op colleges in Tübingen fijntjes kon opmerken dat iemand ondanks zijn geringe kennis van de bronnen toch nog een verrassend vlot boek over Luther had weten te schrijven – hield hij dus vast aan de historiciteit van de Thesenanschlag. Maar let op: hij schrijft ‘gemäß dem Brauch der Universität’. Dat wil dus zeggen dat het ophangen van de stellingen niet iets bijzonders was, maar onderdeel vormde van de gewone, alledaagse universitaire gang van zaken. Hij verwijst daarvoor in een noot naar zijn boek Werden und Wertung der Reformation uit 1977 (herzien in 1979 en later nog eens in 1989), waarin hij op de pagina’s 190-192 een en ander nader toelicht.

Ik ga dat nu niet verder uitzoeken. Er is daar veel literatuur over, die ik niet ken. Ik verwijs alleen nog naar het boek dat onder redactie van Joachim Ott en de al genoemde Martin Treu verscheen en dat ik ook al niet ken: Luthers Thesenanschlag – Faktum oder Fiktion? (2008). Zeker is in ieder geval dat het ophangen van de stellingen niet iets was dat tijdens Luthers leven een bekend verhaal was. Dat kwam pas later. En als het om een historisch gebeuren ging, dan was het dus niet iets uitzonderlijks. Maar dat kan juist ook weer verklaren waarom Luther of anderen er tijdens zijn leven eigenlijk nooit aan referereerden: wat routine is, benoem je niet afzonderlijk. De latere voorstelling van een hoogleraar die een opzienbarende daad pleegt, klopt dus in ieder geval niet. Hoe men in die dagen zaken ophing, weet ik niet. Punaises had men nog niet. Maar of men dan echt hele bladen met stellingen met spijkers op een deur timmerde of dat er al haken of spijkers waren, waar men bladen met touwtjes – denk aan de bekende lias – aan ophing of dat men plakte of andere methoden gebruikte, weet ik niet. Ik wilde alleen even de originele zinnen opzoeken.

Maar het is een mooi verhaal.

(15)

2 reacties to “Luther met hamer en spijkers”

  1. Mooi gedetaillerd verhaal. In mijn jeugd werd in de kerk op Hervormingsdag triomfantelijk verteld over de moed van de monnik Maarten Luther die in het avondlijk duister een perkament met stellingen op de kerkdeur nagelde (met nagels dus,gesmede spijkers).

  2. Wat een werk, wat een gepuzzel en wat duidelijk allemaal opgeschreven. Interessant. Wel zeer uitvoerig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: