Het aardige van de paus

door Jan Dirk Snel

.:.

Afgelopen vrijdag ontving paus Benedictus XVI de nieuwe Nederlandse ambassadeur, Joseph Weterings, die zijn geloofsbrieven kwam aanbieden. Daarover verschenen uiteraard wat korte nieuwsberichten over en op één ervan reageerde de theoloog Ruard Ganzevoort op Twitter met de volgende woorden (waarbij ik een evidente tikfout verbeter):

‘Als Vaticaan land is, gaat de Paus niet over onze moraal. En als het een kerk is, hoeft er geen ambassadeur heen.’

En op een vraag naar nadere toelichting, repte hij nog over ‘misbruik’ van een ‘dubbelrol’. Het lijkt me vooral een reactie die teruggaat op oude protestantse reflexen.

We weten allemaal dat er in november 1925 nog eens een Nederlands kabinet, het eerste van Hendrik Colijn, gevallen is over het gezantschap bij de Heilige Stoel, dat tien jaar eerder door het liberale, buitenparlementaire kabinet-Cort van der Linden hersteld was. Een amendement van de SGP-er G.H. Kersten op de begroting van Buitenlandse Zaken om de financiering van het gezantschap te schrappen werd toen met 52 tegen 42 stemmen aangenomen. Dat de gehele oppositie, bestaande uit – naar grootte – SDAP, Vrijheidsbond, VDB, SGP, HGSP, Plattelandersbond en CPH, een bont gezelschap van socialisten, liberalen, calvinistische antipapisten en enkele anderen, elkaar vond, was natuurlijk niet het probleem. Wat de doorslag gaf, was dat er onder de indieners ook drie leden van een coalitiepartij, de CHU, waren en dat op fractievoorzitter J.Th. de Visser na, die zich van stemming onthield, de hele christelijke-historische fractie voorstemde, waar nog bij kwam dat ook twee leden van de andere protestants-confessionele regeringspartij, de ARP, zich aan stemming onttrokken. De vier ministers die uit de RKSP kwamen, dienden daarop hun ontslag in.

Portret van paus Benedictus XVI in de Basilica di San Paolo fuori le Mura (foto: Sebastian Bergmann)

Misschien is het achteraf gezien de laatste belangrijke gebeurtenis waarbij de oude tegenstelling die Nederland zo lang verdeelde, zo pregnant aan het licht kwam. De situatie was toen overigens anders dan nu. De internationaalrechtelijke status van de Heilige Stoel was sinds de verovering van de Pauselijke Staat in 1870 immers nogal onduidelijk. Pas sinds 1929 is Vaticaanstad – dat is de meer informele aanduiding in de wandeling – weer een duidelijke gedefinieerde internationaalrechtelijke entiteit, een land of staat zo men wil. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de banden weer hersteld en niemand zal ontkennen dat je met andere staten in het algemeen diplomatieke relaties onderhoudt.

Vaticaanstad, om nu toch maar even de alledaagse aanduiding te gebruiken, blijft natuurlijk wel een afwijkende staat. Je kunt daar ook iets aardigs in zien. Het is een niet-erfelijke monarchie, in vroeger eeuwen een bekende figuur, maar tegenwoordig niet zeer gangbaar meer, en alleen in die zin heeft het bestaan al iets schattigs. Het staatshoofd wordt bovendien gekozen door een college van mensen die een andere nationaliteit bezitten. Het valt waarschijnlijk na te kijken, maar ik zou eerlijk gezegd niet weten of pausen hun oorspronkelijke nationaliteit behouden. Heeft Joseph Ratzinger nog een Duits paspoort? Vaticaanstad is bovendien een van de weinige katholieke landen waar kerk en staat niet gescheiden zijn, iets wat in protestantse landen trouwens weer tamelijk gebruikelijk is, maar daar zijn er niet zoveel van.

Het aardige is dat Joseph Ratzinger – ik ben protestants genoeg om een naamswisseling op achtenzeventigjarige leeftijd niet helemaal mee te maken – in zijn toespraakje juist inging op het uitzonderlijke karakter van de Heilige Stoel. Dat het niet om een natiestaat gaat en dat Vaticaanstad geen economische of militaire macht – onwillekeurig denken we even aan de bij meerdere gelegenheden aan Joseph Stalin toegeschreven vraag hoeveel divisies de paus heeft – heeft, voert hij juist op als een voordeel.

‘Yet as you yourself have indicated, its moral voice exerts considerable influence around the world. Among the reasons for this is precisely the fact that the Holy See’s moral stance is unaffected by the political or economic interests of a nation-state or the electoral concerns of a political party. Its contribution to international diplomacy consists largely in articulating the ethical principles that ought to underpin the social and political order, and in drawing attention to the need for action to remedy violations of such principles.’

Daar heb je dus die moraal, de ethische beginselen, waar Ganzevoort het over had. Op zich is dat beroep erop in de internationale verhoudingen ook niet vreemd. Landen spreken elkaar voortdurend aan in morele termen, het meest helder als het gaat om mensenrechten. Het enige verschil is dat de Heilige Stoel daarnaast niet over fysieke machtsmiddelen kan beschikken.

Ratzinger legt vervolgens uit waar die ethische principes op gebaseerd zijn:

‘It does so, evidently, from the standpoint of the Christian faith, but as I observed in my recent address to the German Parliament, Christianity has always pointed to reason and nature as the sources of the norms on which a state of law should be built (Address to the Bundestag, 22 September 2011).’

Ook dat konden we verwachten. Rede en natuur, daar legt de katholieke leer vanouds een sterke nadruk op en dan met name in de dialoog met de buitenwereld. Het is tevens een funderingsidee dat in onze dagen niet meer algemeen gangbaar of niet onomstreden is. Dat is niet alleen een gevolg van Romantiek en vooral historisme – uitvoerig besproken in Leo Strauss’ bekende Natural Right and History (1953) – maar een ontwikkeling die al in de Verlichting begon. Enerzijds had je toen nog een sterke en invloedrijke stroming die zich, materieel in een wat andere zin, op het natuurrecht baseerde en moraal als vanouds nog op de rede wilde baseren, maar anderzijds legden David Hume en anderen juist alle nadruk op gevoel en emoties (reden waarom Hume en geestverwanten er bij Jonathan Israel, die im Grunde genommen niet veel met de Verlichting heeft, dan ook slecht vanaf komen, maar dit terzijde). En dat is de tendens die de historische ontwikkeling achter zich kreeg en die in onze dagen in feite overheersend is. De gangbare moraal heeft niet de pretentie een redelijke basis te hebben, al speelt de redelijke dialoog als instrument bij de onderlinge afstemming nog wel een grote rol. Toch zou je nog wel degelijk een zekere naturalistische invalshoek waar kunnen nemen, maar natuur en rede worden niet meer zo vast op elkaar betrokken als in de een meer dan twee millennia omspannende westerse denktraditie gangbaar was. En vooral is de opvatting van wat natuur is, dan meestal minder statisch dan wat de katholieke opvatting er via Thomas op Aristoteles teruggaande onder verstaat. Op dat punt doen zich ook de bekende hedendaagse botsingen voor.

Overigens heeft Ratzinger dat zelf ook wel eens geconstateerd. Menigeen zal zich nog de verbazing herinneren die ontstond over wat hij in januari 2004 in München tijdens zijn befaamde gedachtewisseling met Jürgen Habermas opmerkte:

‘Das Naturrecht ist – besonders in der katholischen Kirche – die Argumentationsfigur geblieben, mit der sie in den Gesprächen mit der säkularen Gesellschaft und mit anderen Glaubensgemeinschaften an die gemeinsame Vernunft appelliert und die Grundlagen für eine Verständigung über die ethischen Prinzipien des Rechts in einer säkularen pluralistischen Gesellschaft sucht. Aber dieses Instrument ist leider stumpf geworden, und ich möchte mich daher in diesem Gespräch nicht darauf stützen. Die Idee des Naturrechts setzte einen Begriff von Natur voraus, in dem Natur und Vernunft ineinander greifen, die Natur selbst vernünftig ist. Diese Sicht von Natur ist mit dem Sieg der Evolutionstheorie zu Bruche gegangen. Die Natur als solche sei nicht vernünftig, auch wenn es in ihr vernünftiges Verhalten gibt: Das ist die Diagnose, die uns von dort gestellt wird und die heute weithin unwidersprechlich scheint. Von den verschiedenen Dimensionen des Naturbegriffs, die dem ehemaligen Naturrecht zugrunde lagen, ist so nur diejenige übrig geblieben, die Ulpian (frühes 3. Jahrhundert nach Christus) in den bekannten Satz fasste: “Ius naturae est, quod natura omnia animalia docet.” Aber das gerade reicht für unsere Fragen nicht aus, in denen es eben nicht um das geht, was alle “animalia” betrifft, sondern um spezifisch menschliche Aufgaben, die die Vernunft des Menschen geschaffen hat und die ohne Vernunft nicht beantwortet werden können.’

De intellectuele opwinding was groot en sommige van de aanwezige theologen en filosofen konden hun oren bijna niet geloven. Het toenmalige hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer dat bijna achteloos constateerde dat de natuurrechtsidee als gereedschap bot was geworden! Merk trouwens op dat hij de breuk vooral door toedoen van de natuurwetenschappen, de evolutietheorie, ziet ontstaan.

Toch hoef je niet direct te constateren dat Ratzinger als paus en hoofd van Vaticaanstad nu op zijn schreden is teruggekeerd – en wel moest, zou je dan onwillekeurig denken. Hij vervolgde destijds namelijk als volgt:

‘Als letztes Element des naturrechts, das im Tiefsten ein Vernunftrecht sein wollte, jedenfalls in der Neuzeit, sind die Menschenrechte stehen geblieben. Sie sind nicht verständlich ohne die Voraussetzung, dass der Mensch als Mensch, einfach durch seine Zugehörigkeit zur Spezies Mensch, Subjekt von Rechten ist, dass sein Sein selbst Werte und Normen in sich trägt, die zu finden, aber nicht zu erfinden sind.’

Dat lijkt me een volkomen juiste constatering. Mag het dan juist zijn dat voor de alledaagse, persoonlijke moraal het idee van een rationele fundering aan kracht heeft verloren, in het idee van de mensenrechten – en in de rechtsfilosofie – spelen traditionele opvattingen omtrent natuur en rede tot op heden wel sterk door. En juist daar kan de paus als de internationaal politicus die hij ook is, bij aanknopen. In zijn rede in september in de Duitse Bondsdag, waar hij vrijdag naar verwees, deed hij dat dan ook. Ook daar stelde hij eerst vast dat de gedachte van het natuurrecht vandaag de dag als ‘eine katholische Sonderlehre’ geldt, waarvoor men zich bijna zou schamen die nog te berde te brengen. Vervolgens legt hij dan uit hoe dat zo gekomen is, en uiteindelijk doet hij toch een poging, ook in aansluiting bij de ecologische beweging – een product van de Romantiek, zou je meer dan schertsend kunnen stellen – toch een zeker eerherstel voor het natuurrecht, het beroep op natuur en rede, te bepleiten. Ik moet daar nog maar eens afzonderlijk naar kijken, want wijsgerig is dat allemaal niet oninteressant. Hier laat ik het maar bij de vaststelling dat Ratzinger dus wel degelijk consistent is. Het is duidelijk dat hij het niet wil laten bij een herhaling van de oude aristotelische en thomistische opvattingen, maar naar een nieuwe omgang met oude kernideeën van onze westerse traditie zoekt. Ratzinger, sterk beïnvloed door Augustinus, is al sinds zijn jonge dagen beslist geen hardcore neothomist, vertelt men altijd, zoals zijn voorganger Karol Wojtyla, een eigenzinnig fenomenoloog, dat trouwens ook niet was.

Toch zal men in de woorden die hij tot de Nederlandse ambassadeur richtte, die oude Griekse en Romeinse traditie van het natuurrecht of natuurlijk recht wel herkennen. Of beter, Ratzinger verwijst er met zoveel woorden naar:

‘In acting as a voice for the voiceless and defending the rights of the defenceless, including the poor, the sick, the unborn, the elderly, and the members of minority groups who suffer unjust discrimination, the Church seeks always to promote natural justice as it is her right and duty to do.’

En ook in de passage die deels ook in het korte berichtje op Nu.nl werd geciteerd, zal men onmiddellijk Aristoteles door zien schemeren:

‘While your nation has long championed the freedom of individuals to make their own choices, nevertheless, those choices by which people inflict harm on themselves or others must be discouraged, for the good of individuals and society as a whole. Catholic social teaching, as you know, places great emphasis on the common good, as well as the integral good of individuals, and care is always needed to discern whether perceived rights are truly in accordance with those natural principles of which I spoke earlier.’

Men kan dergelijke ideeën uiteraard verschillend uitwerken, maar het lijkt me dat ze ook nu nog vruchtbaar zijn. Lange tijd ben ik in mijn oppervlakkigheid nogal onder de indruk geweest van het waardenpluralisme van Isaiah Berlin en het idee dat je tussen doelen – ‘ends’ – een tragische keuze moet maken, maar het is natuurlijk de vraag of dat echt zo is, of het wel om ultieme waarden gaat of toch eerder om relatieve, en of de keuze tussen waarden uiteindelijk toch niet meer in een rationele afstemming onder het gezichtspunt van het bonum commune kan plaatsvinden. In die zin kun je Berlins ideeën waarschijnlijk wel breder inkaderen.

Hoe het ook zij, de traditie met haar beroep op natuur en rede verdient naar mijn idee ook in de hedendaagse politiek-filosofische discussie wel aandacht. En ik moet dan zeggen dat ik het persoonlijk heel aardig vind dat er tenminste nog één staatshoofd is met wijsgerige diepgang die parlementen en machthebbers met meer fundamentele ideeën kan benaderen en die de principes van de rede hoog houdt. Niet voor niets typeerde Marc De Kesel hem in Goden breken. Essays over het monotheïsme (Amsterdam 2010) met een ietwat gekunstelde term al als antimisoloog, iemand dus die zich tegen de haat tegen de logos keert. Ik moet hier later nog maar eens uitvoeriger op terugkomen

Laat ik met een lichtere noot eindigen, waar trouwens het hele idee voor dit stukje mee begon. Ik zat vorige week te lezen in The Peace Process (2010) van Afif Safieh, de Palestijnse diplomaat die ook de Palestijnse missie in Den Haag in Nederland een tijdlang heeft geleid en die ook ‘ambassadeur’, hoofd van de missie, bij de Heilige Stoel is geweest. In het boek staat een foto van hem en paus Johannes II uit 1995, toen hij net als de Nederlandse ambassadeur nu zijn geloofsbrieven kwam aanbieden. Ik kan die helaas niet op het web vinden. Safieh, een katholiek, staat er bedachtzaam, maar ook trots en onder de indruk bij met de bekende Palestijnse sjaal bijna als een liturgisch attribuut over zijn pak. De paus, de vorige dus, staat er naast in zijn witte gewaad met een wat bezorgde, priemende blik, die ik niet goed kan doorgronden.

Ik dacht toen: dat is toch ook wel aardig. Dat zo’n man, het hoofd van een groot geestelijk instituut, een filosofieprofessor van beroep, zich tussendoor ook voortdurend om allerlei aardse, politieke zaken moet bekommeren. Hij kan het zich niet veroorloven alleen op ijle hoogte te verkeren, steeds moet hij terugkeren naar de alledaagse politiek en de mundane realiteit van deze wereld. Dat is nu juist het aardige: steeds weer wordt hij door zijn ‘dubbelrol’ gedwongen met beide benen op de grond te blijven.

Maar het omgekeerde is natuurlijk nog aardiger: dat er tenminste één staatshoofd is dat fundamentele, diepgravende verhandelingen houdt.

(12)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: