Eén tegen 1027 – over de waarde van een mensenleven

door Jan Dirk Snel

.:.

Er klopt soms niets van het nieuws, ook al zijn alle feiten op orde. Als zo ongeveer één dag lang een groot deel van het nieuws draait om één soldaat die wordt uitgeruild tegen vooreerst 477 en op termijn 1027 andere gevangenen, is er iets fundamenteel mis met ons beeld van de wereld. Zoals er ook iets niet helemaal in verhouding is als een gebiedje tussen de Middellandse Zee en het kronkelige en trouwens weinig indrukwekkende riviertje de Jordaan, ten zuiden van de Libanon en ten noorden van de Sinaï, met in totaal een kleine 12 miljoen mensen op een oppervlakte van een goede 28 duizend vierkante kilometer voortdurend in het middelpunt van het wereldnieuws staat. In beide gevallen gaat het om pakweg driekwart van wat het kleine Nederland te zien geeft. Het Heilige Land herbergt net iets meer mensen dan er in België wonen, maar dan op iets minder ruimte dan dat land te bieden heeft.

Het Heilige Land. Kaart uit 1475 (foto: peacy)

Misschien nog beeldender gezegd: een strook land ter grootte van Albanië met een bevolkingsomvang tussen die van Senegal en Cuba haalde het afgelopen jaar – ik heb er eerder op gewezen – de vijfde, of anders berekend zelfs de vierde, plaats in de lijst met landentags van The Guardian. Het zal voor veel Nederlandse, Europese of westerse media niet anders zijn. Als we eens zo’n wereldkaart zouden tekenen waarbij de landen de grootte van de perceptie van de waarnemer aannemen – in dit geval dus The World According to News Coverage – en dan de nieuwsaandacht of, meer nog, de commentaren en opinies in Nederland als uitgangspunt namen, vrees ik dat Israël – al dan niet samen met de Palestijnse gebieden – een wereldgigant zou zijn, terwijl India met ruim een zesde van de wereldbevolking tot een dwerg zou verschrompelen. Dat klopt dus niet.

Maar je kunt natuurlijk ook het omgekeerde stellen: dat dit wel degelijk de juiste verdeling is. Dít vinden wij belangrijk, híer zijn wij bij betrokken. Over de redenen heb ik eerder iets geschreven, dat ik soms met vrees en beven, soms met iets meer begrip voor mezelf van toen, herlees en dat ga ik hier nu niet herhalen. Het is nu eenmaal zo. Het is ook duidelijk dat vrijwel alle belangstelling via Israël verloopt. Er zijn twee partijen, maar het perspectief loopt via een van beide, of dat nu instemmend of afkeurend of gemengd is. Een treinongeluk bij Hadera is in staat het Nederlandse nieuws te halen, terwijl een gelijksoortig ongeval zelfs bij Mechelen of Keulen ons nog niet ter ore zou komen. Vul in de vorige zin ‘bosbrand in Galilea’ in en het zal helemaal duidelijk zijn. Zo zijn de dingen. Bij Israël zijn we betrokken.

Ik wilde het nu maar eens niet primair over de politiek en de deal als zodanig hebben. Daar is al genoeg over gezegd en natuurlijk weer vanuit alle mogelijke perspectieven. Mij trof één woordje in een commentaar van Clemens Wergin in Die Welt van vorige week woensdag, dat ik in het navolgende citaatblokje alvast cursiveer. Wie er de voorkeur aan geeft hetzelfde – op de eerste zin na – in half-Romaanse of ronduit Romaanse bewoordingen te lezen, kan voor de Engelse of Franse vertaling terecht op het onvolprezen Eurotopics, waar ik de kern van het commentaar uiteraard ook het eerst ontwaarde.

‘Aber was aussieht wie eine strategische Niederlage, ist tatsächlich ein moralischer Sieg Israels. Der Staat, der von so vielen Menschen auf der Welt und auch in Europa angefeindet wird, hat deutlich gemacht, um wie viel ihm das Leben eines eigenen Bürgers mehr wert ist als seinen islamistischen Feinden das der Ihrigen. Genau 1027 Mal mehr.
Die Hamas und andere palästinensische Extremisten schicken ihre Leute als Selbstmordattentäter in den Tod, um möglichst viele israelische Männer, Frauen und Kinder zu töten. Israel lässt nun viele verurteilte Terroristen und Terrorplaner frei, um einen einzigen Soldaten zu retten. Das ist das wahre Verhältnis zwischen Moral und Amoral, zwischen Menschlichkeit und Niedertracht in diesem Konflikt. Hier wird das ethische Gefälle erneut deutlich, mit dem sich Israel konfrontiert sieht. Hier zeigt sich, welcher Kraftanstrengung es bedarf, um die eigenen hohen Standards aufrechtzuerhalten gegenüber einem Gegner wie der Hamas, der keine Tabus anerkennt.’

Over dat ene woordje – Amoral, amoraliteit dus – kom ik tegen het eind vanzelf wel te spreken, want nadat ik de notitie voor dit stukje gemaakt had, kwam er van alles aan commentaren tussen en daarom wil het eerst hebben over de morele vergelijking die hier gemaakt wordt: die tussen de waarde van het leven van die ene en dat van die andere 1027. Maar houd dat ene woordje alvast als een soort leeswijzer in gedachten. Dit was namelijk wel de eerste keer dat ik de deal aldus in morele termen in het voordeel van een van de partijen geduid zag, maar zeker niet de laatste. Op de site van Elsevier schreef Robert de Witt een commentaar met behulp van dezelfde vergelijking en met dezelfde strekking. De deal zou de ‘morele kracht van Israël’ bewijzen. Hij formuleert hetzelfde net omgekeerd:

‘Maar elke moeder van een Palestijnse gevangene beseft ook dat de machthebbers in Gaza het leven van haar zoon duizend keer minder waard acht dan dat van een Israëliër. De morele overwinning is voor Israël.’

En wie even wat in verschillende talen googelt, kan de vergelijking nog wel vaker vinden. Het was daarom op zijn minst verrassend dat Nausicaa Marbe vrijdag in de Volkskrant de vergelijking, die ik tot dusverre in Israëls voordeel had zien langs komen, juist vanuit hetzelfde pro-Israëlische perspectief hekelde:

‘Ook bij de ruil van 1.027 Palestijnse gevangenen voor Gilad Shalit klonk het suggestieve gezanik: kijk eens aan, een Israëli is meer waard dan duizend Palestijnen.’

Wat voor anderen de morele kracht van Israël bewijst, is voor haar dus gezeur dat de omgekeerde conclusie zou onderbouwen. De vraag naar proportionaliteit van de gevangenenruil – ‘Hoeveel Palestijnen heeft Israël over voor een dode of levende Israëlische soldaat?’ – noemde zij zelfs een ‘vraag met vuige implicaties’:

‘Omdat het antisemitische antwoord er al in besloten ligt: zie je wel, voor Joden is een Joods leven meer waard dan dat van duizend Arabieren.’

En aan het slot van haar betoog rekent ze nog eens definitief af met de vergelijking:

‘In deze context is de vraag of een Joods en een Palestijns leven evenveel waard zijn geen gewetensvraag maar een strikvraag om Israël te beschadigen.’

Ik weet niet wat Marbe precies gelezen of gehoord had. Bij Sargasso vond ik een verslag van Lydia de Leeuw vanuit Gaza dat zo begint:

‘De wisselkoers werd eergisteren vastgesteld op 1:1027. Eén Israëlische krijgsgevangene blijkt 1.027 Palestijnse gevangenen waard te zijn, volgens de deal die Hamas en Israël gisteren met elkaar sloten.’

Maar het perspectief van het stuk is dan wel anders – vanuit Gaza, niet vanuit Israël –, aan de 1:1027-vergelijking worden als zodanig eigenlijk geen ethische implicaties vastgeknoopt. Een wisselkoers is een praktisch gegeven, geen moreel.

Wat is hier aan de hand? Wordt dezelfde vergelijking hier moreel heel anders ingezet? De ene keer pro-Israëlisch en de andere keer anti-Israëlisch? En dus ook de ene keer anti-Palestijns of, preciezer, anti-Hamas, en de andere keer pro-Palestijns, of opnieuw nauwkeuriger, pro-Hamas? Wil een en ander zeggen dat je exact dezelfde vergelijking zelfs moreel kunt gebruiken zoals je muts maar staat? Of gaat het om verschillende vergelijkingen? Laten we nog eens nauwkeuriger kijken. De vergelijking die Wergin en De Witt maken, zou je als volgt kunnen formuleren in twee zinnen die in feite hetzelfde zeggen.

(1) Voor Israel is een mensenleven veel (1027 keer) meer waard dan voor Hamas.
(2) Voor Hamas is een mensenleven veel (1027 keer) minder waard dan voor Israël.

Twee keer hetzelfde object – een mensenleven – maar bezien vanuit twee verschillende subjecten – Israël en Hamas. Je kunt de comparatief ook verwijderen door hetzelfde te vertalen in twee beweringen die ieder uit twee korte opzichzelfstaande proposities bestaan:

(3) Voor Israël is een mensenleven heel veel waard (waarde: 1027) en voor Hamas bijna niks (waarde: 1).
(4) Voor Hamas is een mensenleven bijna niks waard (waarde: 1) en voor Israël heel veel (waarde: 1027).

Alleen de volgorde is dan omgedraaid, de inhoud is dezelfde. Als je het zo bekijkt, lijkt de redenering van Wergin en De Witt in ieder geval tamelijk plausibel. Men vergelijkt mensenlevens en die worden in de deal verschillend gewogen. De enige vraag is dan of je vanuit de praktische getallen van de deal tot een morele waardering kunt besluiten. Maar als je dat doet, ligt hun redenering, zou je op het eerste gezicht zeggen, enigszins voor de hand.

Of? Of klopt er nu iets niet? Als je goed kijkt, zou je kunnen opmerken dat ik iets weggelaten heb. Het gaat niet maar zo om mensenlevens in het algemeen, het gaat om eigen mensenlevens. Wergin zegt dat ook met zoveel woorden: Israël heeft volgens hem laten zien, dat ‘das Leben eines eigenen Bürgers mehr wert ist als seinen islamistischen Feinden das der Ihrigen’. En De Witt zegt in feite hetzelfde: Hamas heeft laten zien dat het leven van Palestijnse zonen duizend keer minder waard is dan dat van een Israëliër. Als je in mijn vier voorbeeldzinnen voor ‘mensenleven’ het woordje ‘eigen’ invult, verandert er fundamenteel niets aan de redenering. Israël vindt eigen mensenlevens veel waard, Hamas niet, daar blijft het op neerkomen. De structuur van hun redeneringen heb ik wel degelijke nauwkeurig geanalyseerd. Maar je kunt misschien wel zeggen dat ik enigszins geabstraheerd heb van wat ze in concreto zeggen.

Hoe zit het dan met de redenering van Marbe? Keert zij zich tegen dezelfde argumentatie? Of heeft zij een net iets andere gedachtegang – waarvan ik dus de concrete herkomst niet ken – op het oog? De argumentatie waar zij zich tegen keert en die dus nadrukkelijk niet de hare is, zou je opnieuw in een dubbeltal dat parallel loopt aan de eerste twee hierboven, kunnen weergeven:

(5) Voor Israel is een Israëlisch mensenleven veel (1027 keer) meer waard dan een Palestijns.
(6) Voor Hamas is een Palestijns mensenleven veel (1027 keer) minder waard dan een Israëlisch.

Het verschil is nu dat het niet meer gaat om hetzelfde object – een (eigen) mensenleven in het algemeen –, maar om twee verschillende concrete objecten – Israëlische en Palestijnse mensenlevens – in de ogen van beide partijen of subjecten, die dan over die oordelen overeenstemmen. Het formele onderscheid wordt hier materieel ingevuld. Dat het misschien wat wrang klinkt om over mensenlevens in technische termen als objecten te spreken, verheldert de argumentatie in feite alleen maar. Dezelfde deal, dus dezelfde morele implicatie omtrent de waarde. Maar dan geldt dus ook het volgende:

(7) Voor Israël is een Israëlisch mensenleven heel veel waard (waarde: 1027) en voor Hamas dus ook.
(8) Voor Hamas is een Palestijns mensenleven bijna niks waard (waarde :1) en voor Israël dus ook.
(9) Voor Hamas is een Israëlisch mensenleven heel veel waard (waarde: 1027) en voor Israël dus ook.
(10) Voor Israël is een Palestijns mensenleven bijna niks waard (waarde :1) en voor Hamas dus ook.

Wat laat dit zien? Dat Marbe in feite tegen een stropop schrijft? Als mensen immers impliceren dat voor Israël een Palestijns mensenleven bijna niks waard is, zeggen ze daarmee immers ook dat Hamas daar blijkens de deal net zo over denkt. Je kunt dan de redenering omdraaien en zeggen dat Hamas en Israël het erover eens zijn dat Israëlische mensenlevens heel veel waard zijn. Maar het zou natuurlijk ook best kunnen dat Marbe dergelijke redeneringen wel onder ogen gehad heeft; ik neem het eigenlijk aan. Maar wat heeft ze dan laten zien? Dat de vergelijking niet deugt? Of onbedoeld juist dat er toch wel wat in zit? Het gaat toch om een ongelijke deal? Of heeft ze, we blijven aan het omdraaien, in feite laten zien dat er onder de formele redenering van Wergin en De Witt over eigen mensenlevens wel degelijk een inhoudelijk oordeel over de relatieve waarde van Israëlische en Palestijnse schuilgaat?

Zo kun je nog een tijdje in detail doorredeneren en telkens weer het perspectief laten kantelen, maar ik denk dat het wel genoeg is. In het ene perspectief is het dus heel mooi dat Israël aan eigen mensenlevens veel meer waarde toekent dan Hamas dat doet. Vanuit het andere gezichtspunt is het juist cynisch dat Israël aan eigen, Israëlische levens veel meer waarde toekent dan aan andere, Palestijnse levens. Het punt is uiteraard dat je mensenlevens niet op die manier kunt beoordelen. Elk mensenleven is voor de drager in principe hetzelfde waard en voor de geliefden en vrienden is elk leven ook onvervangbaar. De sluitsom van een praktische deal naar een moreel oordeel deugt gewoon niet en kan wel degelijk tegen zichzelf gekeerd worden. In die zin heeft Marbe, zonder daar mogelijk op uit te zijn, in feite ook laten zien dat de pro-Israëlische inzet van de redeneringen van Wergin en De Witt niet klopt. En volgens mij voelt iedereen dat ook wel op zijn klompen aan.

Je hebt natuurlijk ook mensen als Maarten Jan Hijmans, alias @AbuPessoptimist, die heel nuchter – en ik weet het al: anderen zullen dát weer cynisch noemen – opmerken dat de ene partij nu eenmaal over veel meer gevangenen beschikt dan de andere en dat gevangenen een ‘commodity zijn waarover Israel in ruime mate kan beschikken’. Hamas had nu eenmaal maar één Israëlische gevangene, Israël had er wel zesduizend, zoals ook Lydia de Leeuw zakelijk, zonder oordelen toe te voegen, opmerkt. Wie dan weer oordelen wil geven, kan ook de redenering bedenken, dat Hamas alles gaf wat men aan ‘waarde’ in huis had en Israël maar een zesde.

En de vergelijkingen kunnen natuurlijk eindeloos doorgezet worden. Dat de Shvuel Schijveschuurder verdrietig, boos en teleurgesteld is dat Ahlam Tamimi – die de zelfmoordterrorist die zijn beide ouders, twee zusjes en een broertje doodde bij de aanslag op de Sbarro-pizzeria in 2001, naar Jeruzalem reed – over de grens met Jordanië is gezet, en hij nu de lichamen van zijn familieleden wil opgraven en naar Nederland overbrengen, kan men maar al te goed begrijpen. Hijmans zet daar onder meer de aanslag op Salah Shehadah in 2002 tegenover, toen Israel met een ‘1000-ton wegende bom’ meteen veertien anderen, waaronder zijn echtgenote en negen kinderen, ombracht. Ik moest eerlijk gezegd even opzoeken waar het ook al weer over ging. En o ja, ik weet het al: onmiddellijk zal men protesteren en zeggen dat de vergelijking niet opgaat, omdat het in het eerste geval ging om een terroristische aanslag op onschuldige mensen die in een restaurant wat zitten te eten, en in het laatste geval om een militaire aanval op de leider van de Is ad-Din al-Qassam Brigades, de militaire vleugel van Hamas. Waar, veel verschillen, maar let wel: Hijmans zegt alleen dat het ook ‘gruwelijk’ was en daar zal toch niemand aan twijfelen, hoezeer men verdere vergelijkingen mank vindt gaan. Ook wie meent dat Salah Shehadah een terrorist was, die niet anders verdiende, zal toch niet in ernst beweren dat Palestijnse verwanten om hem, zijn vrouw, zijn kinderen en de anderen maar 1/1027e van de tranen lieten vloeien die in Israël om slachtoffers van aanslagen geschreid worden? Omdat voor Palestijnen een mensenleven nu eenmaal niet meer waard zou zijn?

Eindeloos kan men vergelijkingen maken: tussen de gevangenen, tussen de slachtoffers en de gedoden, tussen de daders ook. En vaak zal de tegenwerping dan zijn dat deze vergelijking zo niet opgaat, maar dat men daarentegen die en die vergelijking wel zal moeten maken. Waar, maar al te waar. Alles is anders, de partijen zijn anders, de krachtsverhoudingen, de zienswijzen, er valt niet uit te komen. Terwijl de een het veelzeggend zal vinden dat Israël zo ruim over gevangenen, waarvan velen al jarenlang zonder enige vorm van proces vast zitten, kan beschikken, zal een ander daarin juist een bewijs zien hoe groot het gevaar wel niet is. Terwijl Nausicaa Marbe het heeft over een groep mannen en vrouwen die ‘in blakende gezondheid’ uit Israëlische gevangenissen naar buiten komt en ‘zich erop verheugt terroristische activiteiten te hervatten’, bericht Lydia de Leeuw over Palestijnse protesten ‘tegen de onmenselijke behandeling in Israëlische gevangenissen.’ Robert de Witt maakt van de vrijkomende Palestijnse gevangenen – op grond van een Elsevier-stukje dat alleen over sommigen wat concreets zegt – meteen maar ‘1.027 gewelddadige terroristen’, terwijl toch eerder waar is, wat boven een stuk in de Belgische krant De Morgen staat, namelijk dat het om ‘duizenden politiek gevangenen en een handvol moordenaars’ gaat – al is dat getalsmatige meervoud wat overdreven.

Maar oei, nu ben ik van een tamelijk formeel verhaal over – morele – vergelijkingen en de onmogelijkheid daarvan toch al weer bij de politieke inhoud beland en dat wilde ik eigenlijk niet. Of toch wel een beetje. Ik wilde namelijk nog terugkomen op dat ene woordje waar ik bij lezing van het commentaar in Die Welt bij bleef haken: Amoral. Ik had er eerlijk gezegd nooit eerder bij stilgestaan, maar nu viel mijn oog erop. Amoraliteit: dat is eigenlijk nog erger dan immoreel, unmoralisch in het Duits, zijn. Het betekent dat je totaal geen moraal hebt, iets wat we soms aan psychopaten toeschrijven: de afwezigheid van elke vorm van empathie. Dat is dus heel erg, het zou dus betekenen dat de mensen van Hamas volgens Wergin alle elementaire menselijke eigenschappen ontberen, maar het kan best zijn dat ik zijn intenties niet goed begrijp en dat hij het woord als de substantieve verwoording van immoraliteit gebruikt; zo vertaalden ze het bij Eurotopics in ieder geval in het Engels en Frans en het volgende woordenpaar wijst daar ook op, al maakt dat het er ook weer niet veel beter op: Menschlichkeit versus Niedertracht. Dat laatste woord betekent zoveel als laagheid of slechtheid, maar dat het tegenover menselijkheid staat, zegt al veel.

Uiteraard snap ik wel waarom mensen zo denken, maar is het ook verstandig en doet het het conflict recht? Doet het de actoren recht? Oorlog is een zakelijk conflict, geen moreel, zou je kunnen zeggen. Nou is dit meestal net geen echte oorlog, soms trouwens ook wel, maar om gewapende, fysieke strijd gaat het zeker regelmatig. Zakelijk is het niet zo moeilijk om het conflict op een paar pregnante formules te brengen. Je kunt zeggen dat (1) Hamas denkt vanuit de Nakba, de jaren 1947-1949, toen veel inwoners van de Gazastrook uit Jaffa of Beersheba moesten vluchten (dit is dus een erg behoedzame formulering tussen ‘verdreven werden’ en het simpele ‘vluchten’ in): men wil terug wat men ooit had. Dat (2) de Palestijnse Autoriteit noodgedwongen vanuit de Bezetting, 1967 dus, denkt en probeert te redden wat er te redden valt. En dat (3) Israël, althans de huidige regering, denkt vanuit het heden én tegelijk vanuit een eeuwoude joodse geschiedenis van vervolging en slachtofferschap en probeert zoveel mogelijk te houden van wat men heeft. Ook zonder de specifieke motieven en de ideologieën van de verschillende partijen erbij te betrekken, kan men het conflict zo tamelijk zakelijk, van buitenaf en in die zin dus redelijk objectief beschouwen.

Maar zo gaat het dus niet. Het conflict wordt beladen met morele termen en de tegenstander wordt zo niet als onmenselijk dan toch als ronduit slecht, immoreel, gezien. Voor sommige daden gaat zo’n oordeel ongetwijfeld op. Maar het wordt dus op het hele conflict en op volledige partijen overgedragen. Marbe gebruikte het woord ‘antisemitisch’ in haar stukje, ik haalde het aan en ik zag dat sommigen erover vielen. Ik begrijp het eigenlijk wel. Haar omstreden typering voor wat je zakelijk Israël-kritiek zou moeten noemen, staat immers tegen de achtergrond van een concrete tegenstelling. En ja, Hamas is zonder meer anti-joods. Wat zou men anders moeten zijn? Anti-Israëlisch, zoals ik steeds keurig schreef? Uiteraard, maar men weet natuurlijk ook wel dat die Israëlische soldaten op een paar droezen en anderen na bijna allemaal joods zijn en dat het niet om de Israëlische Palestijnen of Arabieren gaat. Ze zijn nu eenmaal joods en dan is het niet zo verrassend dat men dat ook opmerkt. Dat zich aan die gevoelens veel oude antisemitische beelden vastknopen, geloof ik direct. Dat boek van de theoloog Hans Jansen, Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme. Islamisering van het Europese antisemitisme in het Midden-Oosten (2006) – ik zie nu dat ik zowaar een opdrachtkrabbel van de auteur voorin heb staan (kijk desnoods op Wikipedia na waarom dat nu saillant is) – mag dan voor een groot deel een soort uitgave van Memri-bronnen zijn, het is ook bepaald weer niet allemaal verzonnen. Ja, in Gaza worden joden gedemoniseerd en heerst er ouderwets antisemitisme. Je kunt dat sociaalwetenschappelijk verklaren, maar daarmee is het nog niet moreel gerechtvaardigd.

En omgekeerd gebeurt dus precies hetzelfde: Palestijnen, vooral die van Hamas, zijn dus niet zo maar lieden die voor hun zaak strijden, met middelen die we echt niet goed kunnen keuren en vanuit een ideologie waar we ook al niets mee hebben, nee, ze worden voortdurend weggezet als lieden die het aan elke moraal ontbreekt. Alsof ze alleen maar aan terrorisme zouden doen, omdat ze daar nou eenmaal lol in hebben of het hun in het bloed zit. Ik geloof dat ik ook moeilijk anders kan dan hier mijn eigen perspectief verraden. Ik kan wel proberen zo objectief en eerlijk mogelijk te zijn, maar net als verreweg de meeste, overigens zeker niet alle, Nederlanders kijk ik natuurlijk mee via het Israëlische perspectief. En daarin wordt Israël door sommigen opgehemeld en bewonderd en krijgt het van anderen soms disproportioneel veel op de kop. De oorzaak is dezelfde: onze vereenzelviging. En juist daarom zal ik ook moeten waarschuwen tegen de demonisering van de ander.

Dit is geen politiek stukje en het is ook niet zo dat de waarheid of het gelijk altijd in het midden ligt. Maar over die politiek gaat dit nu niet, al zullen sommige lezers zo ongeveer bij elke formulering die ik gebruikt heb, addertjes onder het gras vermoeden en mij van de ene of de andere vooringenomenheid verdenken. Al te vaak heb ik de laatste dagen het bekende adagium uit het misjnatractaat Sanhedrin (IV:5) dat wie een leven redt, beschouwd wordt als iemand die een gehele wereld gered heeft, voorbij zien komen. O ja?, denk ik dan. Elk mensenleven, werkelijk elk mensenleven of alleen dat aan de eigen zijde? Daarom was mijn lange analyse van een simpele vergelijking niet zo overbodig, omdat die liet zien dat het ene mensenleven in het morele oordeel dus niet altijd het andere is. Wat nu belangrijker is: aan die ene misjnauitspraak gaat een andere, parallelle vooraf: ‘Wie een ziel vernietigt, wordt beschouwd als iemand die een gehele wereld vernietigt.’ Ik denk dat sommigen in het Heilige Land bij hun beslissingen zich ook dat zouden mogen aantrekken. Enige slordigheid in de omgang met andermans leven kan men toch zo af en toe wel bespeuren.

Wat is nu de moraal van dit stukje? Dat vergelijkingen, morele vergelijkingen naar believen de ene of de andere kant op kunnen worden gedraaid? Dat ze niet mogen en helemaal verkeerd zijn en dat we allen maar zakelijk moeten kijken? Ik kan natuurlijk wel een vroom betoog houden dat we niet mogen vergelijken en al helemaal niet moreel en dat je het ene mensenleven niet tegen het andere mag wegstrepen, maar dat je de ene dode bij de andere, het ene slachtoffer bij het andere moet optellen, het punt is natuurlijk dat we allemaal onbewust of stiekem toch steeds dergelijke vergelijkingen maken. Ja, dit is erg, maar dat is ook erg – in die trant dus. En ik denk dat ik zonder dat soort gedachten in mijn achterhoofd dit stukje ook niet eens had kunnen schrijven. Ik had het wel erg hard nodig om te roepen dat dit geen politiek stukje is, maar een beschouwing over het gebruik van moraal, om me een beetje uit de klauwen van wantrouwende en bevooroordeelde – ja, dat bent u allemaal – lezers te houden. Ik moest wel erg vaak enerzijdsanderzijdsen, al zie ik bij herlezing ook onmiddellijk de passages waar me dat net niet lukte of waar ik het even niet wilde. En ik zie heel veel opmerkingen waarbij ik eigenlijk nog wel een mezelf indekkende tussenzin hadden kunnen gebruiken.

Nou ja, een beetje een boodschap heb ik wel. Ik begrijp het best dat mensen moreel oordelen en dat ze partij kiezen en soms moeten ze dat ook. Maar ik zou er wel voor willen pleiten om de humaniteit van iedereen te blijven zien, ook van de mensen die geweldsdaden begaan die wij niet kunnen billijken. Het zijn geen onmensen, het zijn geen mensen zonder moraal. Het zijn – soms, zelfs dat lang niet altijd – mensen met een andere moraal.

Het zijn vooral mensen.

Naschrift. Enkele formuleringen zijn op maandag 24 oktober rond 12.00 uur iets aangepast of toegevoegd. Dat laatste geldt met name voor de afsluitende korte, pregnante typering van de twee wijzen van omgang met de getalsmatige verhouding van de ruil in morele termen: waarom wat de een prijst, door de ander gelaakt wordt.

(11)

2 Responses to “Eén tegen 1027 – over de waarde van een mensenleven”

  1. Dat 1 tegen 1027 heeft eigenlijk niks met moraal uit te staan. Van beide kanten wordt volledig onterecht die koppeling gemaakt, alleen maar om de eigen overtuiging te bevestigen en ui te dragen. Die 1 op 1027 weerspiegelt niet meer en niet minder dan de machtsverhouding tussen beide partijen. Het zijn inderdaad allemaal mensen met allicht zelfs dezelfde genen (zijn de Palestijnen voor een groot deel immers niet de afstammelingen van achtergebleven Joden, die zich om praktische redenen en onder druk maar bekeerd hebben tot de Islam?).
    De (a)moraliteit van beide komt eerder tot uitdrukking in het geweld dat ze plegen en lijkt, net als die oergenen, verrassend gelijk te zijn. Bij de Gaza oorlog maakte Israel ongeveer 1300 Palestijnse slachtoffers, meest burgers, tegen een prijs van 13 eigen soldaten. En Hamas hoopt 100 Israeliërs te doden per eigen zelfmoordterrorist.

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: