Hoe de tijd zich verdicht

door Jan Dirk Snel

.:.

Wat is het leven toch haastig! De ontwikkelingen in de wereld gaat steeds sneller. Dat zijn opmerkingen die men vaak hoort en die kennelijk het levensgevoel van veel mensen weergeven.

Het zijn wel verzuchtingen die men naar idee gevoel al ruim een eeuw hoort, langer zelfs. Ik zou nu even in Johan Huizinga’s In de schaduwen van morgen (1935) kunnen gaan graven, maar ik denk dat u me zo ook wel gelooft. Ik heb eigenlijk de indruk dat de opmerking al sinds het begin van de Industriële Revolutie en dan vooral sinds de introductie van de trein, dus zo ongeveer het midden van de negentiende eeuw, toen het spoorwegnetwerk in veel landen serieuze vormen begon aan te nemen, veelvuldig geplaatst werd.

Er is zelfs een denker, Paul Virilio, die zijn hele oeuvre, of althans een groot deel daarvan, gebaseerd heeft op het verband tussen technologie en snelheid. Hij heeft daar zowaar een speciale naam voor bedacht: dromologie, de wetenschap of, misschien beter, de beschouwing en bestudering van de versnelling van de wereld. Ik heb daar slechts zijdelings iets over opgevangen en het oeuvre van Virilio niet gelezen. Wel kwam bij mij naar aanleiding van wat inleidende literatuur over de man – die ik ook al weer even geleden tot me genomen heb – de verdenking of de vraag op of het ook niet om een trucje gaat. Als je eenmaal een vast thema hebt, van waaruit je de wereld kunt bezien, kun je het ene na het andere onderwerp vanuit dat perspectief behandelen.

Het is een beetje hetzelfde gevoel dat ik ook krijg als ik de laatste reeks titels van de socioloog Zygmunt Bauman, over wie het gisteravond in Felix & Sofie ging, bekijk. Sinds zo ongeveer de eeuwwisseling schrijft hij het ene boek over vloeibare moderniteit: Liquid modernity (2000), Liquid Love (2003), Liquid Life (2005), Liquid Fear (2006), Liquid Times (2007) – dat nu dus net in het Nederlands is verschenen: Vloeibare tijden. Leven in een eeuw van onzekerheid –, 44 Letters from the Liquid Modern World (2010) en Culture in a Liquid Modern World (2011). Het is misschien niet netjes van me, maar dan komt bij al gauw de gedachte bij me op dat ik zo nog wel een paar titels kan bedenken. Virilio liet het tenminste bij, als ik goed gekeken heb, twee titels die het begrip snelheid in de titel droegen: het beroemde en grondleggende Vitesse et politique (1977) en La vitesse de libération (1995). Maar deze opmerking wil niet zeggen dat beide mannen geen behartigenswaardige zaken aan de orde zouden stellen. Als ik de tijd had – daar heb je het al, de haast en het tijdgebrek – zou ik hun werken graag nader bestuderen.

Niet helemaal toevallig noem ik beide denkers tegelijk. Ze hebben het beiden over de huidige samenleving en de huidige moderniteit, die Bauman in tegenstelling tot de oudere, vaste of solide vorm van moderniteit dus vloeibare moderniteit noemt. Heel grof getypeerd beschrijft hij de fase van wat in Nederland de verzuiling heet – waarbij de vaste kaders overigens meer in de beeldvorming dan in de historische werkelijkheid bestonden – en de tijd van na de ontzuiling: de differentiatie in allerlei thematische bewegingen, de overgang van wat Peter van Dam zware naar lichte gemeenschappen noemt. De oude sociologische tegenstelling tussen traditie en moderniteit is bij Bauman nu dus vervangen door die tussen de eerste en de latere fase of vorm van de moderniteit. De viriliaanse snelheid van het huidige leven en de baumanteske onvastheid hangen ongetwijfeld samen.

Maar er is ook nog een andere kant: die van de verdichting van de tijd. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat met name internet de vluchtigheid die gegeven is met ons bestaan als wezens die aan de tijd zijn onderworpen, zo niet uitschakelt dan toch ietwat neutraliseert. Snelheid is gericht op het overbruggen van afstanden, de ruimte. Duurde het enkele eeuwen geleden enkele maanden voordat een bericht uit Batavia over was, nu lees je binnen een seconde op Twitter wat een correspondent daar opvalt. De moderne communicatietechnologie omspant de hele wereld. Als het om informatie gaat, zijn afstanden in feite uitgeschakeld. Daarmee is ook een vorm van gelijktijdigheid geïntroduceerd: de hele wereld – althans dat welvarende deel dat toegang heeft tot informatie en de tijd ervoor heeft en niet behoort tot de arbeiders die zich in Chinese fabrieken afsloven om al dat fraais voor ons voor een prikkie te maken – kan direct met elkaar communiceren. In dat opzicht is met de afstand ook de tijd uitgeschakeld.

Maar de verdichting van de tijd gaat verder. Ook het verleden blijft dichterbij en komt dichterbij. Alles wordt digitaal vastgelegd. Nou ja, niet alles, veel. Je hoeft radio- en tv-uitzendingen niet meer live te volgen, als je achteraf hoort dat iets interessant was, kun je het alsnog bekijken. Dat heeft trouwens als nadeel – ik hoorde daar pas een concreet voorbeeld van – dat sommige mensen niet meer willen of van hun werkgevers niet meer mogen opdraven: ook als je iets ongelukkigs of onhandigs zegt, ligt dat immers ook voor de eeuwigheid vast – maar dit terzijde. Het heden vervluchtigt niet meer, het wordt vastgelegd. Als je vroeger iets in een obscuur blaadje schreef of zelfs in een grote, door honderdduizenden gelezen krant, dan hadden na een paar jaar enkele mensen daar misschien nog een vage herinnering aan, maar vrijwel niemand had die tekst nog bij de hand. Men moest er voor naar een grote bibliotheek of documentatiecentrum.

Nu blijft alles vindbaar en in die zin ook bij je. Ik ben wel eens aangesproken op een tekst uit de jaren negentig, waar ik het lang niet in alle opzichten meer mee eens was. Maar iemand die die nu leest, kijkt je er nu op aan. Iemand die vroeger het tijdschrift uit die jaren op een leeszaal inkeek, was zich alleen door de gedateerde opmaak en door de afnemende kwaliteit van het papier al bewust van het tijdsverloop. Maar op een scherm is alles in zekere zin even actueel. Uiteraard bleef er ook vroeger wel oude informatie in moderne vorm beschikbaar. Ik heb Locke of Hegel echt niet in zeventiende- of negentiende-eeuwse uitgaven staan, maar gewoon in blauwe of groene paperbacks van Cambridge University Press of Felix Meiner Verlag. Maar dan ging het om een selectie van teksten die het verloop van de tijd, de gang der eeuwen overleefden en die we daarom terecht klassieken, of tegenwoordig ook wel klassiekers, geloof ik, noemen. Nu blijft rijp en groen in zekere zin even dichtbij.

En het gaat niet alleen om teksten die je ooit gepubliceerd hebt, het gaat ook om mensen die je gekend hebt. In bepaalde perioden van je leven kom je bepaalde mensen tegen, die je later uit het oog verliest. Je bent dan – meestal, hoop ik – blij verrast als je ze ineens op straat of op een bijeenkomst weer tegenkomt of ze op een dag in de krant ziet staan (waarbij ik dan even afzie van overlijdensberichten). Maar nu wijst de vriendenzoeker van Facebook je ineens op hun bestaan, als zij al geen verzoek van hun kant doen. Kortom, je hele verleden blijft present of wordt in ons geval weer present. Het maakt ook niet meer uit waar mensen wonen. Iemand die naar Brazilië of Zuid-Afrika verhuist, is weliswaar fysiek ver weg, maar via internet en andere media kun je de wederwaardigheden nog steeds volgen.

De tijd verdicht zich. Wat er was, blijft. Dingen gaan niet meer voorbij. Er komt nog steeds wel van alles bij: elke dag nieuwe teksten, regelmatig nieuwe mensen. Ze worden toegevoegd aan wat er al was. Maar onze levens veranderen: minder gaan we van de ene fase naar de andere, meer wordt er aan het bestaande of blijvende iets toegevoegd. Je kunt je verleden minder ontkennen, als je daar al behoefte aan zou hebben. Je kunt het in ieder geval minder vergeten. De technologie heeft met haar versnelling niet alleen afstanden overbrugd, maar ook de tijd dus verdicht. Het vroegere wordt gelijktijdig. Het heden heeft geen alleenrecht meer. Het verleden, vooral het recente verleden, dringt zich aan ons op.

Uiteraard is dit slechts een betrekkelijk verhaal. Het verleden is er niet uit zichzelf. Hoe bereikbaar het ook is, vaak moet het bewust opgezocht worden naar aanleiding van een vraag die zich nu aandient. Er is leven buiten het scherm en buiten internet en iPads en andere communicatiemiddelen die mensen overal en soms permanent bij zich dragen. De fysieke wereld blijft ons overweldigen. Het blijkt uit de verhalen van emigranten. Vroeger was iemand die naar Canada of Australië verhuisde, echt weg uit Nederland. De nieuwe omgeving was het enige directe referentiekader. Nu kan iemand in contact blijven met familieleden, vrienden en kennissen in het land van herkomst en gemakkelijker op en neer reizen. Maar nog steeds zie je dat de concrete leefomgeving de meeste indruk maakt.

Als het over de zogenaamde ‘integratie’ van immigranten gaat, wordt wel eens gevraagd of die niet vertraagd wordt doordat mensen geestelijk ook in hun oude omgeving blijven wonen. Maar uit alle ervaringen blijkt dat ook Marokkanen die elke zomer teruggaan naar Marokko, daar vooral op vakantie zijn, als vertrouwde vreemdelingen dus. Hun gewoonten en houdingen zijn primair Nederlands geworden, zij het soms misschien in de vorm van een specifiek Nederlandse deelcultuur, waarbij elementen gemengd zijn. De school, het werk, de mensen van vlees en bloed waar men mee omgaat, hebben veel meer invloed op het gedrag en het denken. Het is niet zo dat de virtuele wereld een parallelle eigen wereld is, een platoonse verdubbeling binnen onze wereld, ze is onderdeel van onze alledaagse fysieke wereld en wordt daarin ingepast. Ze verandert die wel, maar het concrete leven blijft voorgaan.

Maar ook in dat concrete leven praat je dan toch weer over de contacten en de informatie die via schermen en andere communicatiemiddelen deel van je leven zijn. Het bestaan kan dan soms vluchtig lijken, de snelheid van Virilio en de vloeibaarheid van Bauman kunnen ons soms overweldigen, tegelijk biedt de overbrugging van afstanden en de (recente) tijd ook een nieuw soort vastigheid. Al die gesprekken via mobieltjes die meestal nergens over gaan, geven wel structuur aan de levens van mensen: geliefden en vrienden zijn dichtbij. Niks vloeibaarheid, vastheid. Niks jachtigheid, vertrouwdheid.

De tijd verdicht zich. Maar het alledaags leven, van dag tot dag, gaat gelukkig voor.

.:.

Kort naschrift. Het kernidee van dit stukje, de verdichting van de tijd, stond al sinds afgelopen zaterdag – 15 oktober, volgens mij was het trouwens vrijdagavond laat, maar daar houdt digitale tijdbepaling geen rekening mee – toen ik de kern in een korte tweet, met een woord (zich) te weinig, samenvatte. Daar reageerde Roel Kuiper – de volgende ochtend, dezelfde kalenderdag – op met een belangstellende vraag, waarop ik in twee tweets – een, twee – een korte uitleg gaf.

De inhoud is mede bepaald door de genoemde avond in Felix & Sofie waarop de inspirerende Rotterdamse socioloog Willem Schinkel in een interview het werk van Zygmunt Bauman belichtte. Twee opmerkingen gaan terug op wat hij daar zei: die over mobiele telefoontjes, waar hij ongeveer hetzelfde over opmerkte als wat ik nu betoog, maar het was een gedachte die ik zelf ook al lang koesterde, en de terloopse over de Chinese arbeiders. Je kunt niet elk idee afzonderlijk toeschrijven en het zijn observaties die door menigeen gedaan worden.

Maar toch wilde ik dit nog even noemen, ook om een punt uit het stukje te illustreren: fysieke presentie blijft in veel opzichten prevaleren. Een bijeenkomst bijwonen en met je volle aandacht zijn bij wat daar te berde gebracht wordt, geeft veel meer aanleiding tot eigen gedachten dan alleen maar iets lezen via een scherm of in de krant of zelfs hetzelfde op radio of televisie horen. Mensen reageren op elkaar. Maar dat geldt ook, zij het in iets mindere mate, voor de technologische middelen die ons in staat stellen van afstand op elkaar te reageren. De vraag van Roel Kuiper dwong me om nog iets nader toe te lichten wat ik kort opschreef.

Met name Twitter is niet primair een medium van mensen die ‘zenden’, maar van mensen die op elkaar reageren. Dat verschaft er de levendigheid aan en dat maakt het ook onderdeel van ons alledaagse leven. Mensen zijn interacterende wezens, om het maar eens lelijk te zeggen. Of gewoner: ze praten met elkaar, tegenwoordig ook op afstand.

(9)

5 Responses to “Hoe de tijd zich verdicht”

  1. Goed dat je aandacht vraagt voor het alledaagse leven. De ‘leefwereld’ (Husserl); de voorwetenschappelijke ervaring (calvinistische wijsbegeerte), die aan de wetenschap voorafgaat en haar blijft omgeven. Te veel veronachtzaamd, vooral door natuurwetenschappers. Trouwens, de verzuchting: ‘De tijd gaat steeds sneller’ is algemeen, vooral bij ouder wordende mensen. Wijzen gebruiken een gecorrigeerde versie: ‘De tijd lijkt wel steeds sneller te gaan’. Subjectieve beleving, uitgelegd door Douwe Draaisma: ‘Waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt’ (titel bij benadering).

Trackbacks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: