Seculier – Twee opvattingen

door Jan Dirk Snel

Er zijn van die woorden waar ik maar nooit goed aan kan wennen. Seculier is er een van. Ik weet echt wel wat het tegenwoordig zo ongeveer betekent, namelijk wereldlijk of in de hedendaagse opvatting – maar daar kom ik zo op – vooral niet-religieus en het heeft de connotatie van aards, in de zin dat de aarde de horizon van het bestaan is, maar ik hoor onontwijkbaar steeds de oorspronkelijke Latijnse betekenis meeklinken.

Metafoor
In de huidige opvatting is seculier vooral een ruimtelijke metafoor: de aarde, niet de hemel, hier beneden, niet boven. Maar oorspronkelijk was het een temporele aanduiding. Voor de zekerheid heb ik het woordenboek van Harm Pinkster er nog maar eens op nageslagen en voor saeculum of saeclum hij geeft betekenissen als: mensenleven, generatie, tijd, tijdperk, eeuw, lange periode tot aan zeden en gewoonten van een bepaalde tijd. Seculier zou in die zin verder gedacht een aanduiding zijn van de tijd zoals die tegenover de eeuwigheid staat.

Habermas Ratzinger

Een seculier priester en een seculier filosoof in gesprek: Joseph Ratzinger (rechts) en Jürgen Habermas (links)

Pinkster noemt vervolgens de Kerklatijnse betekenis waarin de overgang naar een meer ruimtelijk verstaan al besloten ligt: vergankelijkheid, werelds bestaan. En hij noemt de bekende uitdrukking in saecula saeculorum – het zijn die woorden die steeds in mijn hoofd meezingen – en daarin wordt de tegenstelling tussen het tijdelijke en eeuwige overbrugd: in eeuwen der eeuwen, of met andere woorden, voor altijd, eeuwig. De temporele en de ruimtelijke betekenis hangen samen, dat is duidelijk: het tijdelijke is aards, het aardse tijdelijk.

Seculair
Ik sloeg vervolgens mijn Van Dale uit 1976 even op – van de woorden die daarna opkwamen, heb ik het ontstaan meegemaakt en daarvoor heb ik gemeenlijk geen woordenboek nodig – en daar kwam ik twee afleidingen – alfabetisch rond het vanouds bekendere secularisatie en seculariseren geschikt – tegen, die beide aspecten uitdrukken: seculair en seculier. Seculair betekent onder meer honderdjarig en in een eeuw of per eeuw plaatsvindend. Kusten kunnen seculair dalen en rijzen, lees ik daar. Seculier staat echter voor wereldlijk, in een zeer specifieke zin overigens. Want, wat blijkt?

Wat ik eigenlijk wel dacht, namelijk dat de huidige invulling van seculier heel nieuw is, wordt daar namelijk onverwacht helder bevestigd. Naar mijn gevoel is het een woord dat pas de laatste paar jaar een sterke opgang gemaakt heeft, maar de aanloop zal langer geweest zijn. Het huidige gebruik geeft een in feite wel komische draai aan de oorspronkelijke betekenis. Het is namelijk een van origine bij uitstek kerkelijk woord en alleen in die zin kent mijn Van Dale uit 1976 het dan ook. Ik tik even het volledige lemma over:

Seculier’ (sekulier) ( <Fr.), I. bn. Wereldlijk, niet tot een orde of congregatie behorend (van kath. geestelijken); – II. zn. gemeensl. (-en), wereldlijk geestelijke.

Dat bn. voor een bijvoeglijk naamwoord staat en zn. voor zelfstandig naamwoord – trouwens ook twee van die termen waar ik maar nooit helemaal kan wennen kan, maar dan om heel andere redenen, namelijk omdat we op school altijd gewoon over adjectiva en substantiva spraken – zullen de meesten wel weten, maar misschien is het aardig en noodzakelijk om te vermelden dat gemeensl. aangevuld moet worden tot gemeenslachtig, hetgeen dus wil zeggen dat de aanduiding zowel op mannen als vrouwen kan slaan en dus zelf beide geslachten kan aannemen.

Religieus
Het lemma laat dus mooi zien dat de wijze waarop seculier heden ten dage gebruikt wordt, enerzijds aansluit bij het traditionele kerkelijke gebruik en in zekere zin nog precies hetzelfde betekent, niet-religieus (in de zin van niet-regulier, niet gebonden aan een kloosterregel of gelofte) namelijk, maar dat anderzijds het kader volkomen veranderd is: van de kerk naar de maatschappij en vooral de politiek. Wat vooral een indeling van de staat van katholieke geestelijken was – seculier versus religieus – , is nu een indeling van alle mensen geworden, maar dan naar overtuiging – opnieuw religieus tegenover seculier. Seculiere geestelijken waren, mogen we aannemen, wel degelijk godsdienstig, van een seculier politicus weten we dat op voorhand niet.

Dat mensen in het algemeen religieus zouden kunnen zijn, is overigens een vrijwel even nieuwe opvatting. Mensen waren vroeger niet religieus, maar katholiek of hervormd of gereformeerd of zo. Soms waren ze christelijk, maar zelfs dat was een term die in Nederland veel vaker protestantse, en dan vooral gereformeerde, instellingen aanduidde dan katholieke. Christelijke scholen waren protestants, katholieke scholen waren wat in de volksmond rooms heette. Je had de K van KRO en de C in NCRV.

Religieus is vooral een woord geworden dat nodig was, toen ook andere religies dan het christendom een belangrijkere plaats in het debat – meer nog dan in de maatschappelijke werkelijkheid – gingen innemen: de komst van de islam is daarbij wel de belangrijkste factor. En daardoor won dus ook de aanduiding seculier aan betekenis.

Uitkomst
De kandidaat uit de jaren veertig en vijftig, humanistisch, is in feite met de ontkerkelijking en ontzuiling mee ten onder gegaan, althans ze had nauwelijks kans meer om te groeien – ze duidde te specifiek en te positief een bewuste levensopvatting aan. Seculier is eerder de meer positieve vervanging van onkerkelijk of ongelovig geworden. Die termen veronderstelden immers een soort impliciete norm – dat mensen vanouds wel kerkelijk of gelovig waren – en kreeg bij het groeien van de groep ook een te negatieve lading. Seculier is geen expliciete ontkenning, maar een bevestiging: wij horen bij de aarde. Het is het oude wereldlijk. Het Engels zal wel een handje geholpen hebben.

Je zou kunnen zeggen dat seculier als algemeen gebruikte aanduiding de logische uitkomst is van het secularisatieproces. Over secularisatie ging het vanaf de jaren vijftig of zestig immers veelvuldig. En om het even heel schetsmatig te zeggen: theologen vonden dat vaak prachtig, filosofen zorgelijk, tot aan Ad Verbrugges bezorgde beschouwingen in Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift uit 2004 aan toe. Mijn enige constatering nu is dat de uitkomst van het proces eigenlijk wel vanzelf moest leiden tot mensen die zichzelf en anderen seculier noemen, al viel de exacte term van tevoren uiteraard niet te voorspellen. De huidige sluit in ieder geval mooi aan.

Verbinding
Van de kerk naar de maatschappelijke en vooral politieke arena dus. Van lange verhalen over de historische oorsprong van de tweedeling – van keizer en paus, wereldlijk en geestelijk regiment tot aan heden toe – zie ik nu even af. Vooreerst is de vaststelling voldoende dat seculier tegenover religieus staat. Het betekent negatief niet-religieus, veel meer dan positief wereldlijk. In die zin staat de negatieve inhoud – wat het niet is – nog steeds veel meer voorop dan de positieve: het wereldlijke, aardse en tijdelijke. In weerwil van wat ik net opmerkte, is de transformatie van het negatieve prefix naar een term die op zichzelf kan staan, inhoudelijk dus nog niet voltooid. De woorden die het moest vervangen, spelen nog steeds mee, maar het woord getuigt van meer zelfbewustzijn. Maar wat is dat, niet-religieus? Daar begint de verwarring die momenteel in het publieke debat vaak meespeelt.

Naar mijn idee staan er twee opvattingen tegenover elkaar: een meer verbindende en een meer polemische, een insluitende en een uitsluitende. Seculier kan betekenen dat iemand of iets – een organisatie, een politieke partij – simpelweg niet religieus is. Religie speelt geen directe rol. Er is geen religieuze grondslag. Maar seculier kan ook betekenen dat men meer bewust niet religieus is, religie actief buiten de deur wil zetten of houden of zelfs zich tegen godsdienst afzet. Allerlei gradaties zijn mogelijk, verwarring ook.

TaylorSecular

`

Wie bijvoorbeeld opmerkt dat het wenselijk zou zijn dat in Egypte een seculiere grondwet zou worden ingevoerd, zal er in het algemeen niet voor zijn dat die anti-islamitisch is. Zo iemand pleit voor een politieke orde waarin voor iedereen gelijkelijk plaats is, voor moslims, voor kopten, voor mensen die zich als seculiersecular – in de hedendaagse betekenis beschouwen, en voor anderen. In die zin, maar alleen in die zin, is Nederland ook een seculier land: onze Grondwet kent aan iedereen, wat zijn levensovertuiging ook is, dezelfde rechten toe. Seculier is hier vooral een overkoepelend, verbindend begrip: een dak voor iedereen.

Het is, denk ik, ongeveer deze opvatting van seculariteit waar Charles Taylor in zijn befaamde A Secular Age (2007) vooral op doelt: dat wat we samen delen als gemeenschappelijke basis. (Men ziet, ik ben snel weer beneden: van de nok naar de fundamenten. Voor het begrip maakt het niet zoveel uit.) De seculariteit is de uitgangspositie, die vervolgens verschillende opties biedt: ook geloof is anders dan vijf eeuwen geleden een mogelijkheid voor seculiere mensen, geen vanzelfsprekendheid of noodzaak.

Uitsluiting
Daar staat een meer uitsluitende opvatting tegenover waarin seculariteit in feite andere opties uitsluit. Dat is de betekenis die in de Nederlandse politiek soms ook opduikt. In die zin gebruikt Tofik Dibi vandaag in De Pers, in een dubbelinterview samen met Mirjam Sterk, de term ook, niet om zijn eigen overtuiging te beschrijven – het gaat er juist om hoe hij als moslim in zijn partij staat – maar om een houding aan te duiden die hij binnen zijn partij wel aantreft:

‘Religie beleven ligt heel moeilijk binnen GroenLinks. Ik krijg heel vaak de vraag: ‘Ben je echt gelovig. Ben je echt moslim?’ Heel veel GroenLinksers hebben zoiets van: dat kan niet hoor. Seculiere GroenLinksers kijken je dan altijd drie keer aan. De partij is seculier en religiekritisch.’

Dat laatste is dus niet zijn opvatting, maar zo denken sommige mensen kennelijk: seculier en dus religiekritisch. Nou is kritiek iets anders dan tegen iets zijn en hij heeft het vervolgens dan ook over een haat-liefdeverhouding in zijn partij. In het algemeen – ik stap nu van die ene partij af – kan de nadruk op het niet sterker en minder sterk zijn. In het uiterste geval kan het betekenen dat iemand tegen godsdienst is en daar ook een politiek programma van maakt, maar dat is zeker geen vast gegeven.

In feite bevinden de twee invullingen zich op verschillende niveaus. Het is een beetje als met het – historisch samenhangende – verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Men weet dat het eerste, dat van de overheid uitgaat, voor iedereen bedoeld is, ongeacht achtergrond of levensopvatting, en dat het tweede gericht is op specifieke doelgroepen, die een bepaalde grondslag, die echt niet per se godsdienstig hoeft te zijn, delen. Maar toch heb ik iemand wel eens in volle ernst horen beweren dat openbaar onderwijs atheïstisch was. Dat getuigde uiteraard van ernstige ongeïnformeerdheid, maar op grond van de praktijk is dit misverstand ook weer niet helemaal onbegrijpelijk: als alle kerkelijke kinderen in een dorp naar een bijzondere school gaan, zitten de onkerkelijke al gauw bij elkaar op de openbare school. Maar zo was die natuurlijk niet bedoeld. Die was en is er juist voor iedereen.

Politiek
Zo is het ook enigszins in het Nederlandse politieke landschap. Omdat er partijen zijn die als
christelijk worden aangeduid, nemen sommige mensen daarom aan dat de andere partijen dan wel expliciet niet-christelijk of niet-religieus moeten zijn. Overigens is ook die benaming voor partijen als het CDA – dat overigens instemming met een ‘politieke overtuiging’ vraagt en niet vergt dat iemand zelf een christelijke achtergrond heeft – CU en SGP tamelijk nieuw. Vroeger noemden we die partijen vooral confessioneel. Een CHU’er stond maatschappelijk uiteraard veel dichter bij een vrijzinnige Vrijheidsbonder, VDB’er of VVD’er of zelfs een onkerkelijke SDAP’er of PvdA’er dan bij een rooms-katholiek van de RKSP of KVP. Maar omdat er specifieke religieuze partijen zijn, denken sommigen dat andere partijen dan wel op dezelfde manier seculier moeten zijn, op hetzelfde indelingsniveau dus.

Dat was uiteraard, net als bij het onderwijs, niet de bedoeling en trouwens ook niet de praktijk. Iedereen zal zich nog herinneren dat de PvdA bij de Doorbraak de antithese juist wilde doorbreken, een ideaal dat overigens aansloot op het oude protestantse, met name hervormde, streven naar volkseenheid en in die zin vooral een herleving van oude praktijken en opvattingen was. De PvdA was een samenvoeging van een socialistische, een liberale en een confessionele partij van ongelijke omvang – SDAP, VDB en CDU, waarvan ook de eerste twee grote groepen kerkelijk meelevende leden kenden – met daarbij nogal wat mensen die overkwamen uit de CHU, en andere loslopende protestanten en katholieken. Het lijkt er op dat het verbindende perspectief waar de partij in 1946 op uit was, tegenwoordig soms ietwat uit het zicht raakt.

Seculier
En GroenLinks, de partij van Tofik Dibi, is helemaal een interessant geval. Uiteraard was de oudste fusiepartner, de CPN, vanouds antigodsdienstig – met een historisch-materialistische grondslag kan het niet anders –, maar zelfs daar doken in de slotfase nog wel eens gelovigen op, die het onmogelijke combineerden. En de andere drie fusiepartijen kennen allen een sterke kerkelijke inbreng. Bij de oprichting van de PSP in 1957 waren nogal wat linkse dominees en progressieve christenen betrokken. De PPR ontstond in feite vanuit het christenradicalisme in de KVP, al was de toonaangevende voorman, Bas de Gaay Fortman, afkomstig uit een antirevolutionair geslacht; de man heeft nog steeds een preekbevoegdheid. En de kleine EVP – de naam zegt het al – was wat men vandaag de dag een christelijke partij zou noemen.

Ik loop nu niet alle partijen af, maar merk alleen nog op dat de VVD, in feite de partij van de min of meer vrijzinnig-protestantse, vooral hervormde, burgerij, bij haar oprichting in 1948 in het programma schreef dat de Nederlandse samenleving op een ‘christelijke grondslag’ berustte. Ook met terugwerkende kracht zou men al deze partijen seculier kunnen noemen in de zin dat ze geen expliciet religieuze grondslag hadden, maar voor iedereen met dezelfde politieke beginselen openstonden.

Niveau
Seculier
kan dus verschillende dingen betekenen. De een verstaat er iets anders onder dan de ander en een ‘dus’ is meestal niet logisch dwingend. Politiek en maatschappelijk kan het woord kan aanduiden wat allen of velen verbindt, maar het kan ook meer polemisch gebruikt worden. Het ligt vooral aan het niveau waarop het gebruikt wordt: overkoepelend en verbindend of juist voor een bepaalde, exclusieve groep en opvatting. Een meer formele of ‘lichte’ invulling staat in feite tegen meer materiële of ‘zware’ interpretatie.

Het probleem zit ook in de verschillende toepassingen of contexten: van het persoonlijke leven naar het politieke of maatschappelijke bereik. Iemand die zegt, dat hij niet religieus is, kan niet tegelijk toch wel religieus zijn – Aristoteles, het principe van de uitgesloten tegenspraak, we herinneren het ons nog. Maar als een partij of een organisatie niet religieus is, wil dat nog niet zeggen dat de leden dat niet kunnen zijn. Als ze dat wel zijn, nemen alleen ze deel aan een verband dat als zodanig religieus is. In een groot deel van hun leven doen ze niet anders. Als je als dat niet religieus zijn van maatschappelijke of politieke verbanden en van individuele personen allebei seculier noemt, bedoel je op beide niveaus iets anders.

Maar je kunt met Taylor seculier dus ook breder, algemener, opvatten, als de basale condition humain, die we met zijn allen delen. Dan kun je dus wel degelijk tegelijk seculier en religieus zijn, zonder in de door de filosoof verboden tegenspraak te vervallen. Seculier heeft dan wel de denotatie van iets als wereldlijk of aards, maar niet die van niet-religieus. In feite heeft het dan een veel positievere betekenis, heeft het ter invulling geen contrair begrip nodig en kan het meer op eigen benen staan

Erfenis
Maar, hoe iemand het begrip ook gebruikt, altijd gaat het om een erfenis van de wijze waarop de Latijnse christenheid de wereld indeelde.

Ik wilde vooral uitleggen, maar het zal duidelijk zijn waar mijn voorkeur ligt.

(6)

One Comment to “Seculier – Twee opvattingen”

  1. Was ik net vervuld van een negatief oordeel over ‘secularisatie’, in onze wereld, kom ik in India ‘secular’ tegen in een betekenis die christenen positief vinden: godsdienstig neutraal, de opstelling van de Congress- partij, in onderscheid van religieus, namelijk hindoeïstisch, de BJP. Onder de eerste hebben de christenen vrijheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: