Lotsverbondenheid – Hoe de eurocrisis de Europese integratie bevordert

door Jan Dirk Snel

De Europese Centrale Bank is een bank zonder staat, stelde Luuk van Middelaar twee jaar geleden in De passage naar Europa. Geschiedenis van een begin (Groningen 2009) vast. Daarvoor hoef ik hem natuurlijk niet aan te halen, want niemand zal dat betwijfelen. Het gaat om de zinnen die volgden:

‘Aangezien niet alle lidstaten aan de euro deelnemen behoort ze evenmin tot de Unie als geheel. De politieke orde die haar moet dragen is die van de zogenaamde ‘eurogroep’ of ‘eurozone’. Dat is een weinig aansprekende entiteit, die vooralsnog publiek ontbeert (al proberen met name de Fransen dat sinds de kredietcrisis van 2008 te veranderen).’

Crisis
Daarna volgt nog een heel interessante observatie, die veel zegt over de achtergronden van de huidige crisis – dat de bank zich als een bedrijf gedraagt door het internationale copyrightteken op de biljetten te zetten, terwijl valsemunterij vanouds toch een veel ernstiger delict is, en daarmee dus toegeeft het staatsgezag te ontberen – maar gaat me nu vooral om die zin die ik gecursiveerd heb. Dat de Eurozone dus geen publiek heeft.

Je kunt veel zeggen, maar dat is de laatste maanden toch wel flink veranderd. Al een paar maanden praten we voortdurend over de Eurozone en de euro, al loopt het spreken over de zone en de unie nog wel eens door elkaar.

In het derde deel van zijn boek – ik zit met de fraaie handelseditie van 531 bladzijden met register en al voor me, maar de compacter gedrukte proefschrifteditie van 334 pagina’s is hier beschikbaar en met de zoekfunctie kan men mijn citaten controleren, maar om het uiterst fraai uitgegeven boek werkelijk te lezen, moet u toch echt even naar de winkel – schetst Luuk van Middelaar drie strategieën om een publiek van Europeanen tot stand te brengen. Hij noemt die de ‘Duitse’, de ‘Romeinse’ en – dat klinkt nu wel heel leuk – de ‘Griekse’ strategie. De aanhalingstekens zijn van hem, want het gaat om een ‘historische knipoog’, niet om de Europese staten van nu.

Drie stellingen
De Duitse strategie – ik laat de tekens nu weg – zet dan in op ‘een culturele of historische identiteit van regeerders en geregeerden’. Taal, waarden, gewoonten, dat soort dingen. De Romeinse aanpak ‘beroept zich op een voordeel dat de bevolking ontleent aan het functioneren van de politiek’. Bescherming, veiligheid, dat zijn de termen. De Griekse benadering tenslotte ‘rust op de periodieke beoordeling door de bevolking van vertegenwoordigers die uit haar naam besluiten nemen’. Een stem hebben, verkiezingen, meerderheidsbeginsel, daar draait het dan om.

In de volgende hoofdstukken werkt Van Middelaar die drie strategieën vervolgens uitgebreid uit. Hij heeft ze drie steekwoorden meegegeven: lotgenoten (Duits), klanten (Romeins) en het koor (Grieks). Mijn bladzijden zijn druk onderstreept, maar mij ontbreekt nu de tijd om ze nog eens grondig door te nemen of om zelfs maar mijn krabbels te ontcijferen. Het kan dus zijn dat ik wat al te vrij met de driedeling op de loop ga, maar op de klank af zou ik zeggen dat het gaat om cultuur, economie en politiek. De Duitse aanpak – lotgenoten – gaat over wat een gemeenschap, een natie, bepaalt: dat wat men geestelijk deelt. De Romeinse strategie – klanten – werd wel beschreven in termen van de oude kerntaak van overheden, veiligheid, maar Van Middelaar breidt dat ook uit tot bestaanszekerheid, herverdeling en solidariteit. En de Griekse langetermijnvisie – het koor – gaat over zaken als verkiezingen, burgerschap en een grondwet.

Hoe past nu de huidige Eurocrisis in dit schema? Ik zou drie korte stellingen op willen werpen. Dat (1) de huidige crisis de Europeanen, in dit geval de bevolkingen in de Eurozone, nader bij elkaar brengt. Dat (2) daarbij de Romeinse strategie – volgens Luuk van Middelaar -, die van de belangen, prevaleert. En (3) dat dat proces vooral via de nationale politieke debatten, en soms dus ook via de nationale parlementen, verloopt.

Hetzelfde schuitje
Eerst, het zal u niet verbazen, de eerste stelling. Het lijkt me helder dat die ons Europeanen nader tot elkaar brengt. Nooit hebben we ons in de Eurozone met zijn allen zozeer druk gemaakt over dezelfde problemen. Mijn ochtendblad, Trouw, opende vandaag groot met de kop ‘Slowaaks nee tegen ruimer noodfonds’ en ik zag op straat dat zelfs De Telegraaf het nieuws bovenaan, zij het minder prominent, op de voorpagina bracht. Dat is dus opmerkelijk. Sinds wanneer bekommeren wij ons over stemmingen in het parlement in Bratislava? Het antwoord is helder: sinds ze ons aangaan. Zo gaat het dus al maanden, het gaat om de Grieken, maar het ging ook over Italië, Spanje, Portugal, Ierland. Ineens ging het om Finse eisen. Steeds duikt er weer, in telkens andere rollen, een ander land op, nu zelfs het kleine Slowakije. En de hele tijd gaat het natuurlijk over wat Duitsland en Frankrijk willen. Nooit is het besef van lotsverbondenheid zo groot geweest. We zitten allen in hetzelfde schuitje.

Daar komt dus de tweede stelling om de hoek: dat op dit moment de Romeinse strategie prevaleert, maar dat het alleen geen strategie is; het gaat immers om puur crisismanagement. Het gaat niet om al dan niet vermeende voordelen, hoewel die er ook schijnen te zijn – de lage rentestand is net in het nieuws – maar om het afwenden van nadelen. We staan voor voldongen feiten en het komt er nu op aan om de crisis te bezweren. It’s the economy, stupid. Of beter: wat de economie gaande houdt: geld. In zijn boek haalt Van Middelaar de Britse premier Harold Macmillan aan, die op de vraag van een journalist wat hij voor zijn regering het meest vreesde, antwoordde: ‘Events, dear boy, events.’ We staan voor voldongen feiten.

En dat risico is ruim een decennium geleden bewust genomen. De invoering van de euro was een politieke beslissing, geen economische, zoals iemand als André Szász steeds betoogd heeft. Alles Leben ist Problemlösen, gaf Karl Popper als titel aan een zijner boeken mee en voor het Europese leven geldt dat helemaal. Dat laat Van Middelaar in zijn boek ook goed zien: crises creëren oplossingen, als het een beetje meezit structurele, en zo gaat de Europese integratie stapje voor stapje verder. Niet zozeer omdat men het wil, maar omdat het wel moet. Of beter: de wil schept dus de situaties waarin het moeten volgt. Zo is het ook nu. De Slowaakse afwijzing is geen probleem, wordt ons bezworen. Nu zegt men even nee, maar het ja komt eraan.

Nationaal
Het laatste punt, nummer drie. De Europese integratie, ook die in de Eurozone, verloopt voorlopig via de nationale politieke discussies en de nationale parlementen in die landen waar ze wat in de melk te brokkelen hebben. Ik geloof dat ik op dit punt Van Middelaar ook lichtelijk weerspreken moet. Zo stelt hij dat ‘het standpunt van de verzamelde nationale burgers om rechtstreekse vertegenwoordiging op Europees niveau’ vraat. Het is de gedachte van het Griekse koor, maar naar mijn idee gaat dat nog steeds slechts in beperkte mate op. Eerder in zijn boek heeft hij meer gelijk als hij opmerkt dat Europa een ‘kring van lidstaten’ is en ‘dat in tal van nationale verkiezingen werd gestreden om de plaats en identiteit van de lidstaat in de Unie’. Zo is het. Het proces verloopt via de nationale politieke discussies.

In Nederland maakte men zich ontzettend druk toen premier Rutte terugkwam van een Eurozonetopvergadering – goede Scrabblewaarde – en zich even in een paar cijfertjes vergiste, terwijl de informatie, de zaak waar het over ging, toch overal correct te vinden was. Men was echt niet afhankelijk van de mondelinge informatie van de minister-president. Maar het nationale debat ging steeds voorop. Wat Jan Kees de Jager zei of wat er in Den Haag – zo ongeveer een dag na Duitse berichten daarover – ‘uitlekte’ over een mogelijk Grieks bankroet, riep veel meer reacties op dan wat Wolfgang Schäuble naar voren bracht, terwijl die man toch veel belangrijker is.

Heel de Eurozone heeft het over dezelfde problemen en men neemt ook kennis van wat er elders gebeurt, maar het debat verloopt via de nationale politieke kaders. En dat is goed zo. Zo raken burgers betrokken. Stel eens dat we niet alleen een – inmiddels voorzichtig geopperd – Eurzonebewind, maar ook een afzonderlijk Eurozoneparlement hadden gehad dat over dit soort zaken ging, zou de discussie dan zo intensief geweest zijn? Nee, veel te ver weg, zoals het Europees parlement ook maar geen aandacht weet te trekken. Europa blijft vooreerst een Europe des Nations, zoals De Gaulle al voorzag.

Koren
Ik ben er. Hier gaat het om de Romeinse strategie, om belangenbehartiging en crisismanagement. Maar het publiek vormt geen Europees koor – in de Griekse zin van Van Middelaar – maar is verdeeld over de vele nationale koren. En ondertussen werkt de Duitse strategie, die van de culturele lotsverbondenheid, wel degelijk, want ineens interesseert het ons wel degelijk wat men in Finland of Slowakije vindt. De politiek heeft de situatie gecreëerd, de economie dient vervolgens het probleem aan en cultureel groeien we wel degelijk naar elkaar toe, allemaal op onze eigen manier.

Maar dat we in Europa niet zonder elkaar kunnen en aan elkaar vastgeklonken zijn, dat beseffen we maar al te goed. De Europese integratie gaat verder, volgens haar eigen wetten.

(4)

One Trackback to “Lotsverbondenheid – Hoe de eurocrisis de Europese integratie bevordert”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: