Berichten getagged ‘Twitter’

16 november 2011

Bang voor Twitter

.:.

Ik ben een beetje bang voor twitter.

Dat klinkt natuurlijk ongeloofwaardig, dat besef ik ook wel. De eerste, overigens automatische, aankondiging van dit stukje is mijn 25.000e tweet. Ik twitter sinds 19 mei 2010 en dat betekent dus dat ik op een paar dagen na anderhalf jaar deelneem aan het twitterverkeer, 546 dagen. Of met andere woorden: dit is dus de 547e dag sinds ik met twitteren begon. Ik heb wel op veel van die dagen getwitterd, maar gelukkig ook weer niet alle. Maar een en ander betekent in ieder geval dat ik gemiddeld bijna 45,8 tweets per dag verzonden heb, bijna 46 dus. En dat is te veel. Ik hoop dat het er in de komende anderhalf jaar minder zullen worden.

-

'Ein guter Aphorismus ist die Weisheit eines ganzen Buches in einem einzigen Satz.' Het meta-aforisme van Theodor Fontane (1819–1898) geldt ook voor een goede tweet. (beeld: Wikipedia)

Reageren
Door sommige sceptici of critici wordt opgemerkt dat twitter – ja ik weet dat het een merknaam is en eigenlijk met een hoofdletter geschreven zou moeten worden, maar het is net als internet ook een soort begripsnaam geworden en daarom heb ik in deze tekst, niet in de titel, toch maar voor een kleine letter gekozen – een medium is waar mensen zich zo nodig zouden moeten laten gelden. Iedereen zou maar van alles de digitale ruimte inslingeren. Het zou een narcistisch medium zijn waarop mensen de ganse dag bezig zijn zichzelf te etaleren. Dat lijkt me een ernstige misvatting van mensen die meestal zelf niet of weinig twitteren. Ik weet zo gauw niet of er een site is die analyseert welke tweets, zeg maar, op zichzelf staan, eenzijdige boodschappen zijn, zelfstandige stellingen, en welke reacties op anderen zijn, maar ik hoef dat ook niet getalsmatig voorgeschoteld te krijgen om ook zo wel te weten dat het allergrootste deel van mijn tweets uit reacties op anderen bestaat. En dat geldt volgens mij voor de meeste actieve deelnemers aan het netwerk. Ik geef toe dat het mogelijk wel interessant zou zijn om te weten of het percentage nu zeg, zeventig of tachtig procent is, of misschien wel ver boven de negentig ligt. Maar zeker is dat de kern van twitteren niet in het zenden ligt, maar in het op elkaar reageren.

Ook daarbij kun je dan nog weer onderscheiden. Besluit jij als eerste te reageren op een tweet van een ander of besluit een ander op een bewering van jou te reageren? Waarbij dan nog weer nadere verdelingen mogelijk zijn. Je hebt ook gevallen waarin mensen in uitwisselingen tussen anderen inbreken. Er ontwikkelen zich hele dialogen die soms van het ene thema naar het andere verschuiven en waarbij ook de mensen die met elkaar in gesprek zijn, langzaam veranderen. Waarbij een van de ingewikkkeldheden, die tegelijk ook tot de charmes behoort, weer is, dat al die namen een deel van de 140 tekens in beslag nemen zodat, hoe meer mensen aan één discussie meedoen, er steeds minder ruimte overblijft om nog iets substantieels te schrijven. Hoe het ook zij, het reageren is de kern van twitter, niet het zenden.

Ik vermoed dat mijn twitterpraktijk gaandeweg wel iets van karakter is veranderd en dat ik aanvankelijk veel meer als eerste op anderen reageerde, terwijl ik nu, nu ik meer volgers heb, vaker reageer op anderen die reageren op een tweet van mij. Daarna doet het er dan overigens vaak weinig toe wie begon of niet, omdat de ander dan ook weer zo zijn opmerkingen inbrengt waar jij op reageert en dat heb je van tevoren nooit in de hand. Voor je het weet, beland je in discussies waar je nooit aan gedacht had en soms ook gaat het om dialogen waar je totaal niet op uit was en soms ook niet eens zin in had. Ik probeer wel zo veel mogelijk op mentions te reageren, al was het maar om de ander te laten weten dat ik zijn reactie gezien heb. En vaak probeer ik, als het even lukt, wel wat werk van het antwoord te maken, vooral als het dus een eerste reactie van de andere zijde is. Zit je eenmaal in een uitwisseling van gedachten, is het iets anders.

-

Volgen
Een wat pijnlijk punt – en hier begint de uitleg van de beginzin – is het onderscheid tussen mensen die jij volgt en mensen die jou volgen. Eerlijk gezegd weet ik niet meer precies hoe het in het begin ging. Je begint, je zoekt een paar vrienden of bekenden op die jij gaat volgen of die jou al gauw gaan volgen. Je zoekt wat interessante mensen die je gaat volgen, politici aanvankelijk denk ik, journalisten ook, mensen die over specifiek nieuws beschikken, in mijn geval met name uit het Midden-Oosten. Aanvankelijk gebruikte ik ook wel het middel van de hashtag om bij een drukbesproken thema aan te haken, zodat ook anderen jou weer ontdekten. Dat doe ik nu zelden nog strategisch, tenzij het om heel specifieke thema’s gaat. In het begin keek ik ook vaak wie mij volgden. Ik zag een nieuwe naam, keek de tijdlijn van de nieuwe volger wat door en als die interessant leek, volgde ik terug. In het begin probeerde ik ook de tijdlijn een beetje bij te houden. Het was toen net alsof er een soort plicht bestond om ook alles te lezen. Maar op een gegeven moment lukt dat – gelukkig, zeg ik nu – niet meer. Ik denk dat mijn eerste antwoord was om minder te gaan terugvolgen. Op een gegeven moment, en dat was in feite al vrij vroeg, ben ik ermee opgehouden om nog te kijken wie mij volgden. Natuurlijk zag ik wel eens vaag aan de avatars dat er nieuwe volgers bij kwamen en soms herkende ik een gezicht, maar al van ver voor de vijfhonderdste volger, schat ik zo in, heb ik nooit meer systematisch bijgehouden wie mij volgden. Ik weet dus ook echt niet tegen wie ik het mogelijk heb als ik een stelling of een aforisme de digitale wereld instuur.

Het had ook een andere reden. Als je eenmaal iemand volgt, is het vaak ietwat pijnlijk om hem te gaan ontvolgen. Toen ik aanvankelijk nog veel las, heb ik wel eens iemand ontvolgd omdat ie in mijn ogen te veel twitterde en ik dat niet allemaal kon bijhouden. Zou ik nu niet meer doen. Later kwamen daar ook wel eens lieden bij waar ik op zich niets tegen had, maar waarvan ik dacht: nu weet ik het wel. Het was te veel steeds hetzelfde. Dat gebeurt trouwens nog wel eens een enkele keer als lieden werkelijk maar één thema hebben, vooral een onderwerp waarvan ze dag in dag uit laten merken dat ze er tegen zijn, zelfs als ik dat op zich ook ben. Ik hoef mijn en vooral hun gelijk nu ook weer niet twintig keer op een dag in kleine variaties bevestigd te zien. Of er waren lieden die steeds dingen twitterden waar ik niets tegen had, maar die me ook niet meer interesseerden. En er waren ook wel momenten dat ik dacht: dat was een tijd leuk, maar nu ken ik dat soort grapjes wel.

-

Ergernissen
En dan heb je de regelrechte ergernissen. Tegen gescheld en plat of ruw taalgebruik of verwijzingen naar vervelende sites zonder elegantie kan ik niet zo goed. Aanvankelijk legde ik ook wel eens uit waarom ik iemand ontvolgde, maar ik heb afgeleerd om dat te doen. Het leidt soms tot ruzie en anders is het vaak onaangenaam voor de betrokkene. Beter kun je wegsluipen. In een DM iets onaangenaams zeggen of iets corrigerends kun je ook maar beter niet doen, vooral als jij diegene niet volgt of niet meer volgt, zodat die jou niet op gelijke wijze kan antwoorden. Een enkele keer kreeg je dan een openbaar antwoord terug, terwijl je het thema juist zo discreet mogelijk probeerde af te handelen. Niet meer doen dus. Ik DM zo weinig mogelijk meer, eigenlijk alleen nog als er een praktisch puntje is. Je bespreekt iets openbaar of je laat het rusten.

Vorig jaar, toen ik me een tijdlang nogal druk maakte over de vorming van het gedoogkabinet en me zelfs een maandlang als actievoerder manifesteerde, een rol die me duidelijk niet ligt, kreeg ik ook regelmatig vervelende lieden vanuit een bepaalde politieke hoek – als je het al politiek kunt noemen – over me heen die dan bijvoorbeeld in kapitalen vertelden dat ik een achterlijke idioot was. Na een poosje heb ik geleerd dat het het verstandigste is, niet te reageren. Bij lieden die alleen maar schelden, direct een block geven en verder geen aandacht aan besteden, dan kost het ook geen tijd en energie en het is beter voor het humeur. Van dat soort reacties heb ik nu zelden nog last. Bij anderen, die net iets minder onbeleefd zijn, is het verstandiger om een ironische of juist een overdreven hoffelijke reactie te geven. Maar ik geef toe dat me dat lang niet altijd lukt. Je kunt wel een bordje op je bureau zetten dat je voorhoudt dat je voortaan alleen maar wijs moet reageren, als je in een andere stemming bent, doe je dat toch niet. Je gelijk van dat moment vertelt je namelijk iets anders. Maar ruziemaken met lieden die de aandacht niet waard zijn, kun je beter maar niet doen.

Maar de regelrechte ergernissen zijn het vervelendste, vooral als het om lieden gaat die je vaak wel waardeert, maar die soms op een wel erg ongenuanceerde of ruwe wijze uit de hoek komen. Het stoort me met name als mensen anderen uitschelden, jou ongewild deelgenoot maken van ruzie met jou onbekenden die ze midden in tweet aanspreken, of die hele groepen veel te gemakzuchtig in een hoek zetten en daarbij vaak ook nog feitelijke onjuistheden of vertekeningen debiteren. Maar ik geef toe dat ik ook daarbij vast en zeker geen algemene maatstaf aanleg. Ik verdraag vast en zeker veel meer als een bekend Limburgs dierenminnend Kamerlid het object is dan wanneer het gaat om, zeg, de voorzitter van de commissie waar hij net uit is gestapt. Ik heb ook wel eens lieden ontvolgd, soms zelfs lieden die ik persoonlijk alleen maar als beleefd en bescheiden ken, omdat ze op vervelende wijze tekeer gingen tegen iemand in mijn tijdlijn die ik waardeerde en waarvan ik vond dat die onrecht werd aangedaan. Je zou eigenlijk een optie moeten hebben om iemand een paar dagen uit beeld te houden, waarna hij dan vanzelf terug mag keren. Om heel andere redenen heb ik overigens ook wel eens mensen ontvolgd, die me op zich buitengewoon sympathiek waren, maar die met andere mensen in mijn tijdlijn een zo hechte, bijna intieme groep vormden dat ik me een voyeur begon te voelen. Ik hoef niet alles te weten.

-

Pijnlijk
Toch heeft de angst voor het pijnlijke van het ontvolgen, naast het eerdere besef dat ik niet alles kon volgen, er dus voor gezorgd dat ik al vroeg karig geworden ben in het terugvolgen. En daar zit ik nu een beetje mee, want ik besef dat er in mijn volgerslijst waarschijnlijk heel wat lieden zitten die ik met plezier terug zou volgen. Een tijdlang had ik in mijn bio staan, dat ik niet iedereen direct kon terugvolgen en dat ik vaak pas deed na interessante uitwisselingen, maar ik vond dat op den duur toch wat arrogant staan: alsof ik ze pas zou gaan volgen, als ze eerst maar hun best zouden doen om met interessante reacties mijn aandacht te trekken. Op zich werkt het vaak nog wel zo, maar ik ben ook echt het overzicht een beetje kwijt. Soms valt iemand me op en dan denk ik heel snel: interessant, die ga ik volgen. Maar soms heb ik ook niet eens door dat ik iemand met wie ik regelmatig van gedachten wissel, niet eens volg en kom ik daar pas na een hele tijd achter. Het lastige is dat ik nu ook niet meer goed weet hoe ik mijn achterstand nog in kan lopen.

Ik heb op het moment dat ik dit schrijf, ongeveer 1160 volgers. Daar zit een hoop ruis bij. Van die commerciële sites die even aanhaken en dan weer verdwijnen. Het ietwat masochistische is namelijk dat ik niet bijhoud wie mij volgen, maar wel een paar keer per week op who.unfollowed.me kijk wie mij ontvolgen. In de zeven dagen die die site terugkijkt, zijn dat er altijd zo tussen de twintig en de dertig. Dat zijn heel vaak commerciële sites die me niks zeggen en ook als het om individuen gaan, waren ze me vaak nog nooit opgevallen. Soms zitten er ook van die typische boekhouders tussen, die vierduizend volgers hebben en hetzelfde aantal mensen volgen en die ik verder nooit, ook niet via retweets of wat dan ook, gezien heb. Een enkele keer zit er echter iemand tussen die ik zeer waardeerde, en dat doet dan soms toch een beetje pijn. Zou ik iets geschreven hebben dat hem mishaagde? Dat soort vragen. Ik ben daar niet de enige in. Uit opmerkingen van andere twitteraars valt op te maken dat de verhouding tussen volgen, terugvolgen en ontvolgen een pijnlijk punt kan zijn. Soms zitten er trouwens ook lieden bij waarvan ik denk: interessant, niet eerder gezien, en dan ga ik ze juist dan volgen. Maar het is dat idee van ‘voor wat hoort wat’, do ut des, dat me altijd nog een beetje bang maakt voor twitter en die de reden vormt waarom ik me daarvoor juist wat afgesloten heb, met alle schade van dien: het mislopen van boeiende mensen.

-

Zwak
Het persoonlijke is het aardige van twitter, maar tegelijk ook het wat verraderlijke. Uiteraard heb ik in de loop van die 25.000 tweets veel meer over mezelf losgelaten dan verstandig is, maar in bepaalde opzichten probeer ik terughoudend te zijn. Er zijn dingen waar ik beslist nooit over twitter en ik ga zelfs niet vertellen tot welke categorieën ze behoren.

Ik heb nog veel meer opmerkingen staan, maar het zou oneerlijk zijn om in ieder geval niet een zwakke kant van mezelf te noemen, die ik via het omgekeerde ga introduceren. Het klinkt aanmatigend, maar ik geloof dat ik me feitelijk niet zo heel vaak vergis. Dat komt ook omdat ik ook veel feitelijkheden die ik uit het hoofd meen te weten, voor de zekerheid vaak toch even nakijk voor ik er iets over opmerk. Maar een enkele keer bega ik een heuse blunder en dan ga ik werkelijk door de grond. Direct toegeven is het beste. Soms kan ik me met de hakken over de sloot ergens uit redden, maar achteraf voelt dat vaak minder goed dan wanneer ik toegeef dat ik iets over het hoofd had gezien.

Maar die eigenschap heeft een keerzijde. Ik kan het soms niet goed hebben als ik een feitelijke fout zie. En dan wil ik daar nog wel eens patsboem, plompverloren een opmerking over maken. Dat is niet altijd even tactisch. Zelfs als ik feitelijk het grootste gelijk van de wereld heb, denk ik achteraf vaak dat ik het omzichtiger en vriendelijker aan had moeten pakken. Het is wijzer om de ander een ontsnappingsroute te laten. Een voorzichtige vraag, een wat omslachtige inkleding was fraaier geweest. En heel vaak is het veel verstandiger om iets niet te zeggen. Dat geldt ook voor meer principiële, abstracte discussie, waarbij voor mij de zaken wel helder zijn, maar waarbij ik er soms pas na een tijdje achterkom dat het perspectief van de ander heel anders is en dan is het soms te laat. In het algemeen heb ik niet zoveel stellige meningen, maar inzake sommige aangelegenheden heb ik die wel en dan redeneer ik te veel vanuit mijn eigen kader. Ik vind mezelf dan achteraf vaak te onaardig en te onvriendelijk. Het is vaak ook niet verstandig om als je het radicaal met iemand oneens bent, de discussie met een harde tegenopmerking aan te gaan. Ik ben soms veel te agressief. Vaak leidt dat tot niets en achteraf heb ik dan spijt, wat me niet belet om een aantal dagen later weer dezelfde fout te begaan. Er zijn gevallen dat ik het echt niet betreur dat ik een ander geraakt heb, maar er zijn meer gevallen waarbij ik denk: dat had ik rustiger aan moeten pakken, dit was zo nergens voor nodig, ik heb iemand door mijn benadering beledigd die dat niet verdiende. Ik probeer daarom het aantal spontane reacties wat terug te dringen, maar … u raadt het al.

-

Slot
Dit wilde ik een keer opschrijven en dit is de gelegenheid, maar eerlijk gezegd vind ik dit tot nu toe niet mijn meest interessante stukje. Ik heb nog veel meer staan, dat misschien boeiender zou zijn, over de persoonlijke contacten die ik het laatste anderhalve jaar heb opgedaan, de mensen die ik persoonlijk via twitter heb leren kennen, maar ook wel de mensen die ik nooit heb ontmoet en waarvan ik toch het gevoel heb dat ik ze een beetje of zelfs behoorlijk goed ken, over de verschillende karakters, die zich ook in die korte mededelingen van 140 tekens maar al te scherp aftekenen, over het besef dat soms daagt hoe verschillend mensen in elkaar zitten en hoe ook mensen met een herkenbare denkwereld toch hun eigen geheimenis, hun eigen persoonlijke invalshoek hebben, die je wel herkent, maar gelukkig ook nooit helemaal zult doorgronden, kortom de verrijking van het leven die twitter vooral biedt. En dan heb ik het, conform de aard van het medium alleen nog maar over de persoonlijke aspecten en nog niet eens over andere denkwijzen, de informatie ook, die je anders tegen dingen aan leert kijken, al gaat er soms wat tijd overheen voor iets werkelijk doordringt.

Ook zou ik nog meer kunnen zeggen over hoe twitter naar mijn idee mijn persoonlijke identiteit – idioot om dat zo te zeggen, maar toch maar – heeft veranderd. Eerder heb ik een stukje geschreven over de verdichting van de tijd, maar parallel daaraan zou een betoog te houden zijn over hoe de moderne technologie ook je identiteit verbreedt, de andere zijde van dezelfde medaille. Alle mogelijke verschillende werelden waarin ik al leefde of soms juist vroeger leefde, komen bij elkaar of keren terug en daar komen dan ook nog andere werelden bij. Dat is ook wel eens wat vermoeiend en ik geef toe dat ik mezelf ook wel eens een leegte te midden van al die verschillende relaties, want dat zijn het toch, voel. Vaak laat ik net niet het achterste van mijn tong zien, vaak houd ik me heel bewust in en vertel ik net niet rechttoe rechtaan wat ik in een persoonlijk gesprek wel zou doen. Dat is, hoop ik, verstandig, maar soms voel ik het ook wel als een kwestie van ontwijken. Er zijn veel mensen die zich in hun bio kort en krachtig met een paar typeringen neerzetten op een wijze waarop ik dat nooit zal kunnen en dat voelt soms ook als een gemis.

Twitter is slechts een van de uitingen van de moderne communicatietechnologie, er zijn er meer. Relatief zitten er nog maar weinig mensen op twitter en het is de vraag hoe het gaat als er meer komen. Trekken mensen zich dan toch meer in kleine, overzichtelijke gemeenschappen terug of zal de huidige breedte, die natuurlijk ook in elke individuele tijdlijn weer anders is – het is soms verrassend en vervreemdend tegelijk om bij vrienden in hun tijdlijn te kijken – blijven bestaan?

Hoe het ook zij, ik heb twitter vooral als een persoonlijke verrijking ervaren, maar juist vanwege het persoonlijke karakter ben ik er altijd ook nog een beetje huiverig voor.

(26)

10 november 2011

Nationale communicatiegemeenschappen

.:.

Nederland bestaat.

Wie daaraan mocht moet twijfelen, hoeft alleen maar te kijken naar de wereldkaart die cartograaf Eric Fischer op maandag 24 oktober 2011 publiceerde van de talen die twitteraars gebruiken. Hij visualiseerde daarbij de twitteractiviteiten tussen 14 mei en 20 oktober van dit jaar. En zelfs op een niet al te grote wereldkaart kun je daarbij Nederland nog zien, waarbij de wat fluorescerende groenblauwe kleur die hij aan het Nederlands toekende, niet onbehulpzaam is. Op de afzonderlijke uitsnede van Europa die Fischer maakte, kun je dat nog beter zien. (De wereldkaart en de Europese kaart kan men in verschillende groottes bekijken.)

Talengemeenschappen op Twitter (afbeelding: Eric Fischer)

-

Ik was natuurlijk nooit op zijn kaart gekomen als de site van de NRC die niet ontdekt had. Dinsdag 8 november schreef Marije Willems er een stukje over, waarbij ze verwees naar een publicatie door redacteur Cliff Kuang op de blog Co.Design van 4 november. Er doet zich daarbij een interessant interpretatieverschil voor. Cliff Kuang schrijft:

‘The real borders are created by language: Language is what makes someone addressable no matter where he is. Language is what you share with strangers above all else. Language is your passport into a new community of people.’

Dat klinkt op zich plausibel genoeg. Taal bepaalt de werkelijke grenzen tussen mensen. Nogal wiedes, zou je denken, als je iemand niet kunt verstaan of zijn woorden niet zonder hulp van Google Translate kunt lezen, dan wordt communicatie lastig. Maar dan vervolgt Kuang met deze zin:

‘Ergo, you can use language to map cultural barriers that transcend political boundaries.’

En daar gaat er dus iets mis. Geen twijfel: taal kán politieke grenzen overschrijden. Ik heb vandaag nog staan te praten met iemand van wie ik meen te weten dat hij in België is geboren, en we deden dat in het Nederlands en ik kon zelfs aan zijn accent – dat hij volgens de geldende normen niet had en ik overigens wel heb – niet horen dat hij een Vlaming was. Maar onze conversatie vond plaats in Nederland en hoewel we het over de politieke verwikkelingen in België hebben gehad, was er omtrent de lokalisatie van het gesprek geen twijfel mogelijk: vanuit Amsterdam keken we samen naar het zuiden. Wij met ons tweetjes over die daar. Objectiverend. Kuang heeft ongetwijfeld volkomen gelijk als hij stelt dat taal politieke grenzen kan overschrijden. Maar de vraag nu is: toont de twittertalenkaart van Eric Fischer dat? En dan denk ik dat het antwoord eerder ontkennend moet luiden.

-

In haar korte stukje voegt Marije Willems een wezenlijke observatie toe. Nadat ze eerst terecht vastgesteld heeft dat in een wereld ‘waar grenzen verdwijnen’, taalbarrières blijven bestaan en dat je dat op Twitter kunt constateren, merkt ze op (ik zet ‘meer’ stilzwijgend om in het kennelijk bedoelde ‘maar’):

‘Daarnaast zijn de landsgrenzen duidelijk zichtbaar, wat maar weer aantoont dat er weinig over de grenzen wordt getwitterd.’

Op Twitter zou iemand die deze uitspraak zou doorgeven, daar met wat inmiddels het gebruikelijke oneigenlijke gebruik van hashtags is, aan toevoegen: #spijker #kop. Het is namelijk exact wat de kaarten laten zien: binnen landsgrenzen gebruiken mensen in het algemeen de dominante taal, maar die gebruiken ze weinig over de grenzen heen, zo laat zich vermoeden. Een kleine afwijking van de eerste stelling kan men rond Barcelona waarnemen: hoewel de kleuren op mijn scherm ietwat onduidelijk zijn, krijg ik toch het vermoeden dat nogal wat lieden daar niet in het officiële Spaans of Kastiliaans, maar in het Catalaans twitteren. Maar het tweede punt waar het me nu om gaat, is: dat ook mensen met dezelfde taal niet zo bar veel over de grens twitteren.

Wie de kaartjes goed bekijkt, zal de grens tussen Nederland en Vlaanderen wel kunnen zien. In Nederland wordt meer getwitterd dan in het noordelijke, Nederlandstalige deel van België, dat kun je zien. Je kunt zien waar Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg liggen. Dat is opmerkelijk. En verder kun je ook zien dat Vlaanderen – wat dan tegenwoordig zo heet – toch iets meer een vlak, zij het dunner dan het Nederlandse, vormt dan het zuidelijke, Franstalige deel van België, waar de meeste activiteit rond Brussel en Luik geconcentreerd lijkt te zijn. In een eerste versie had ik geschreven dat Wallonië duidelijk onderscheiden kan worden van Frankrijk, waar men, gelijk bekend, dezelfde officiële taal spreekt en schrijft, maar eerlijk gezegd is het niet zo gemakkelijk om bij Lille de grens scherp te zien. Met dit alles is op zich nog niet bewezen dat Nederlandstalige Belgen niet met Nederlanders twitteren en Franstalige Belgen niet met Fransen, maar het lijkt me toch zeer aannemelijk dat ze het vooral onder elkaar doen. Wie naar andere grenzen kijkt, die tussen Duitstalige Zwitsers en Duitsland of tussen Franstalige Zwitsers en Frankrijk bijvoorbeeld, zal waarschijnlijk dezelfde vermoedens krijgen.

-

Ik denk dat deze gegevens – en dan is de Nederlands-Belgische grens het meest sprekend, maar in het algemeen vooral de vaststelling dat taalgrenzen in West-Europa vaak met die van staten samenvallen – weliswaar niet volledig bewijzen, maar wel aannemelijk maken wat ik hier onlangs al schreef in mijn stukje over Grondwettelijke orde: namelijk dat we nu meer dan ooit ‘één natie’ vormen, ‘die zich vooral uit in de vorm van een nationale communicatiegemeenschap’. Dat ‘we’ uit de vorige zin betekent wat mij betreft dan niet alleen Nederlanders, maar mag opgevat worden als een uitspraak die voor heel veel mensen op de wereld geldt: allemaal maken ‘we’ – in die algemene zin – deel uit van nationale communicatiegemeenschappen. Taal is het minimum dat we nodig hebben om met elkaar te praten, en hoewel velen van ons – alweer internationaal opgevat – een aardig mondje Engels of anders wel een ander tamelijk mondiale taal spreken, doen we dat toch het liefst of het vaakst in onze nationale taal, die vaak ook onze moerstaal (zij het net niet de mijne) zal zijn. Maar er komt dus nog iets bij: er moet ook een nationale verwantschap zijn. Mijn zicht op Twitter is uiteraard nogal door mijn interesses – politiek, filosofie, religie, geschiedenis en nog zo wat – beperkt, toch krijg ik de stellige indruk dat vooral Nederlanders met Nederlanders twitteren en vooral Vlamingen met Vlamingen, zelfs als het over onpolitieke zaken als literatuur of wijsbegeerte gaat. Ik zie niet zo bar veel transnationaal twitterverkeer, behalve dan met Nederlanders in den vreemde, of dat nu Egypte, Indonesië, Israël, Italië of de USA is.

Daar past overigens wel de kanttekening bij dat Engels op de kaart van Fischer bewust in een grijstint naar achteren is gedrongen. Veel mensen zullen in die taal wel degelijk informatie opdoen en zo af en toe internationaal uitwisselen, maar ik vermoed dat die internationale oriëntatie vooral een aanvulling vormt op de intensieve debatten die vooral binnen het eigen nationale gebied gevoerd worden. En dat ook is wat de kaart van Eric Fischer laat zien: dat mensen vooral binnen hun taalgebied en daarbinnen binnen hun staatsgebied communiceren. In die zin denk ik dus dat nog steeds klopt wat ik in mijn blog over Grondwettelijke orde schreef:

‘dat de natiestaat momenteel sterker is dan ooit en als impliciet idee krachtiger is dan ooit.’

Maar alleen in een bepaalde zin. Wat er zich nu voor onze ogen afspeelt, is nog steeds het gevolg van de succesvolle en in hoge mate noodzakelijke creatie van de negentiende-eeuwse en eerdere natiestaten – de vorming van de Nederlandse begon op zijn laatst in 1609, al had het er anders mee kunnen aflopen –, maar je kunt misschien ook zinvol betogen dat die natiestaten als zodanig nu lichtelijk verdwenen zijn, maar dat de nationale communicatiegemeenschappen die ze in het leven hebben geroepen, levendiger zijn dan ooit. Onze defensie en onze volkshuishouding hebben we in hoge mate in overstijgende verbanden – NATO, EU – ondergebracht en in die zin bestaat de Nederlandse natiestaat mogelijk niet meer in volle omvang. Maar die Nederlandse natie, die is overtuigender present dan ooit. Die natie is vooral een gemeenschap van mensen die voortdurend met elkaar in gesprek zijn, en daarvan is Twitter een prachtige indicatie. De kaart van Eric Fischer laat vooral zien hoe Nederland veel meer dan andere landen verdicht is en hoe het onderscheid tussen stad en platteland opgeheven lijkt. Maar dat is iets voor een volgende blog.

-

Voorlopig lijkt me de conclusie genoeg dat nationale – of binnennationale (België, Zwitserland) – communicatiegemeenschappen het sociale weefsel van de wereld vormen en dat Nederland daarbij waarschijnlijk een van de meest sprekende voorbeelden vormt.

(22)

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.456 other followers