Archief voor ‘Persoonlijk’

9 december 2011

Over werk

.:.

Ja, ik doe het toch.

Het loopt allemaal een beetje uit de hand. Veel te veel tijd ben ik momenteel kwijt met dingen waar ik geen cent mee verdien. Wie a zegt, moet soms ook b zeggen. Onlangs had ik een journalistiek dingetje uit pure nieuwsgierigheid – ik wilde weten hoe het nu echt zat – uitgezocht en ik had niet bevroed dat de ontwikkelingen me min of meer dwongen om nog minstens vier maal te reageren. Maar het kost me te veel tijd en het is niet goed om te lang op één onderwerp gefocust te blijven. De komende weken moet ik als wiedeweerga een paar klussen afmaken. Tot Nieuwjaar zal ik vooral moeten werken en zal ik geen tijd voor allerlei weblogstukjes meer hebben. Of ik me toch niet zo af en toe zal laten verleiden iets te schrijven, dat kan ik uiteraard niet voorspellen.

Maar ik zoek dus ook nieuw werk of nieuwe werkzaamheden, vanaf januari dus. Door alle gedoe kom ik ook niet aan verwerving van opdrachten toe. Vandaar dat ik deze onsympathieke weg maar eens kies. Ja, het is gênant: de aandacht op jezelf te vestigen. Maar het moet maar een keer.

-

Wat ik zoek
Dat weet ik niet. Ja, ik doe allerlei dingen met een toetsenbord. Ik schrijf wel eens wat, ik redigeer wel eens wat (maar ik heb er eigenlijk niet het temperament voor) en ik vertaal wel eens (maar dan denk ik ondertussen vaak dat ik liever aan een eigen, beter boek zou zitten te schrijven). Voor artikelen of columns mag men mij altijd vragen. Graag. In oktober en november heb ik ook voor mezelf op deze weblog even uitgeprobeerd of ik dat kon: vrijwel elke werkdag een aardig en gevarieerd stukje schrijven, maar dan dus naast mijn werk. Ik kan trouwens ook wel degelijk kort schrijven. En wie mij vraagt om 850 of 1225 woorden te schrijven, krijgt gewoonlijk ook 850 of 1225 woorden en niet 849 of 1226. Dat kost dan wel meer tijd dan om snel een gedachtegang uit te werken waarbij het niet uitmaakt of je op 756 of 2776 woorden uitkomt. Je moet immers veel meer wikken en wegen. En, als het even kan, moet het wat mooier opgeschreven worden. Lichtvoetig schrijven, achteloos formuleren kost soms enige inspanning.

Maar ik zoek eigenlijk ook wel iets anders en juist dingen waar ik zelf niet op kom. Het heerlijke van een freelancebestaan is dat je zelf je tijd indeelt. Dat je dus midden op de dag je werk kunt laten liggen om even snel een weblogstuk te schrijven. Dat je een stukje gaat rennen, een vriend tegenkomt en samen een uur bij een cappuccino bijpraat. Of dat je op een mooie zomermiddag op het terras van de Ysbreeker kunt afspreken en mijmerend over de Amstel over nieuwe boeken praat. Het is ook niet onaangenaam om soms ’s ochtends om half zes al achter de computer te zitten of om een andere keer tot kwart voor vier uur ’s ochtends door te werken tot iets af is en verzonden kan worden. Maar het heeft dus ook nadelen. Ik zou daarom best eens weer, zoals in mijn ambtenarentijd, een bureau elders willen hebben, een werkplek waar je naar toe kunt gaan en waar je je werk ook om vijf uur achter je kunt laten (waarbij ik het weer niet erg vind dat dat ook een keer kwart voor negen kan worden, als de beveiliging dat tenminste goed vindt).

En ik sta dus open voor dingen waar ik zelf van mijn leven nooit aan zou denken. Dat mag commercieel zijn, dat mag idealistisch zijn. Mijn enige voorwaarde is dat het goed betaalt en dat het om twee of zeker niet meer dan drie dagen in een week gaat. Ik heb namelijk nog wel wat anders te doen. Of juist daarom zou ik de scheiding van werk elders en werk thuis ook wel weer willen zien. Ik zoek werk om mezelf in de rest van de week te kunnen subsidiëren. Ik heb een aantal boeken in gedachten die ik wil schrijven – over de verzuiling, over hedendaagse moraal, over grondrechten en individuele rechten, over nieuwe wereldbeelden en seculariteit, over negentiende-eeuwse sociologie ook, om maar eens iets vreselijk hips te noemen – en dat lukt alleen als ik daar twee of drie dagen per week voor over houd. En het lukt beter als ik betaald werk en dat onbetaalde, maar uiteraard wel erg nuttige werk zou kunnen scheiden. Vandaar. Maar ik sta dus open voor allerlei ideeën.

-

Wat ik kan
Dat weet ik ook al niet. Ik doe in kennis en analyse en kennis is geen vast bezit. Een boek kun je in de kast zetten, maar je weet niet wat je weet. Dat weet je pas op het moment dat je er iets mee doet en de kennis gebruikt. Hooguit achteraf besef ik altijd dat ik ergens toch wel iets vanaf wist. Vooraf moet ik het altijd nog maar zien.

Ik heb ooit geschiedenis gestudeerd en daarom noem ik me maar historicus, maar alle geestes- en sociale wetenschappen hebben wel enigszins mijn belangstelling, terwijl ik op school qua aanleg meer een bètaleerling was. Geschiedenis is geen vak. Het gaat over alles, want alles gaat nu eenmaal voorbij. En ik heb ook filosofie gestudeerd, maar officieel nooit afgemaakt, al denk ik dat ik op dat gebied zeker zoveel gelezen en geschreven heb. Maar ook dat is geen vak. Ook filosofie gaat over alles, maar dan in meer systematische en helaas vaak ook warrige zin. En dan vooral over alles dat we niet met zekerheid weten. Filosofie raapt de restjes op die de wetenschap van tafel laat vallen. Of het leven, dat kan ook. En de kans dat je van te veel wijsgerige teksten lezen eerder minder kritisch wordt en allerlei flauwekul gelooft, is, vrees ik, ook groter dan dat je er helderder en beter van gaat denken. Maar ik hoop dat een beetje nuchter gebleven ben. Ik denk zelf van wel.

Maar ach, ik heb altijd de krant gelezen en daar steek je het meeste van op. En ik lees wel eens een boek over bestuursrecht of over economie. En ik lees wel eens literatuur of theologie of sociologie. Van alles weet ik wel wat, van niets erg veel. Ik denk trouwens dat ik beter rechten had kunnen studeren en dat die discipline me meer gelegen zou hebben. Ik kan, denk ik, wel vrij goed analyseren. Enerzijds, anderzijds, dit aspect, dat aspect, deze vraag, die vraag, dat ligt me wel. Ik heb een wat formalistisch temperament: argumenteren, redeneren. Ik geloof dat ik ook wel verstand van macht heb, juist omdat ik er zelf niet erg naar taal. Of anders gezegd: ik ben geen groot psycholoog, maar wel een redelijk socioloog. Ik denk soms een beetje te begrijpen hoe sociale processen werken, hoe interactie tussen mensen werkt, hoe de relatie tussen menselijk streven en menselijk handelen is. Zoiets.

Nou ja, praten kan ik wel. Ik heb zelfs Martin Ros wel eens onder tafel gekletst. Maar ik hoop dat ik al pratende ook redelijk kan analyseren. En schrijven kan ik soms een beetje. Ook dat kan ik het best als ik systematisch een probleem moet uitwerken. Vraagstelling, gegevens en dan maar eens kijken wat er al schrijvende en proberende uitkomt. Interviewen, drie kwartier lang, openbaar, heb ik ook altijd graag gedaan. Soms was het echt niet goed, soms liep het ook wel degelijk goed. Ik heb geleerd om zoiets zonder briefjes te doen. Paar punten in het hoofd, wat vragen, goed inlezen, maar twintig seconden voor aanvang nog niet weten wat de openingsvraag zal zijn. Dat blijkt vanzelf wel op het moment dat het gesprek begint. En als het goed is, wordt het ook een echt gesprek en sluit je volgende vraag dus aan op wat iemand net zei. Debatten leiden is ook wel leuk. In het dagelijks leven praat ik altijd te veel, maar bij interviews en debatten ben ik juist heel kort van stof. De stelregel is: probeer of je iets in twee zinnen kunt zeggen. En dan wijk je dus zo af en toe een keer uitvoerig daarvan af.

Mijn belangstelling ligt bij boeken, bij het intellectuele leven, meer bij non-fictie dan bij fictie en als het om literatuur gaat meer bij de traditie dan bij de laatste trend. En intellectuele onderwerpen dan wel het liefst in alledaagse taal uitgelegd, zoals je er met vrienden aan een cafétafel over praat. Dus niet zoals mensen in veel tv-programma’s praten, maar zoals ze in het echte leven praten. Kennis is heerlijk, maar vooral als het ingebed is in het dagelijks leven. Niets is zo leuk – en soms ook embarrassing – als aan een geïmmigreerde buurman op de tafel voor de snackbar te proberen uit te leggen waarom je bezig bent een dik Duits of Amerikaans werk met een theorie over gerechtigheid te doorgronden. Dan pas blijkt of je het ook echt snapt. Elke academicus weet wat natuurrecht is. Maar zit eens tegenover iemand die daar niets van weet en probeer dan eens uit te leggen wat het is. Probeer eens dingen uit te leggen aan mensen die niks hebben aan gemakzuchtige steekwoorden als de grot van Plato, of de leibniziaanse monade, of aan hegelianisme of neopositivisme. Dan moet je dus echt vanaf het begin beginnen. Het lukt me niet altijd, maar het geeft aan wat voor een soort dingen ik aardig vind.

O ja, en waar ik niet voor geschikt ben, dat is ondergeschiktheid. Voor bovengeschiktheid geldt trouwens hetzelfde. Natuurlijk moeten mensen dingen regelen en is het soms handig als er eentje is die daarvoor zorgt. Maar in een formalistische hiërarchie pas ik niet. Ik ga er vanuit dat mensen in een redelijke, machtsvrije dialoog – Habermas, denkt u nu, en terecht – met elkaar omgaan. Wat ik haat, is krampachtigheid: ja, dit is wel waar, we zijn het wel met je eens, maar je mag het niet tegen een andere afdeling zeggen. Of mannen in de vroege ochtend bij de koffieautomaat die boos zijn omdat iemand van een ander bedrijf in een interview in de krant heeft gezegd dat ‘wij’ iets fout doen. Terwijl hij best eens gelijk zou kunnen hebben. Kortom, ik wil wel mijn vrijheid behouden, maar sta open voor dialoog.

-

Wat ik wil
Dat weet ik dus wel en ik heb het al gezegd. Ik wil eindelijk boeken gaan schrijven. Maar daar betaalt niemand je voor. Ik heb de laatste tijd wel eens wat uitgeprobeerd en qua habitus ben ik een academicus pur sang, maar als je al jaren buiten de universiteit staat, kom je daar toch niet meer binnen. Ik zie dat ook bij vrienden: ze weten vaak meer, ze hebben betere boeken geschreven, maar als die niet in de academische kadertjes passen, dan worden ze niet eens uitgenodigd voor een gesprek. Het gaat niet om kennis en kunde, het gaat om de juiste papieren, of je lang genoeg in het juiste stramien meegelopen hebt, om het kunnen voldoen aan bepaalde cijfertjes: een Engelstalig boek dat geen hond leest en dat bij een obscure uitgeverij is verschenen, schijnt academisch soms ook hoger te scoren dan een filosofische bestseller waar half intellectueel Nederland over praat.

Maar het geeft niet. Ik wil dus eindelijk boeken gaan schrijven, sommige voor een breder publiek, maar sommige ook tamelijk specialistisch, waarbij ik blij zou zijn als de oplage 250 zou zijn en 46 lieden het van a tot z uit zouden willen lezen. Maar ik wil dus mezelf bekostigen. En juist daarom zoek ik werk dat heel anders is. In een eerder bestaan heb ik dat ook gemerkt: hoezeer afwisseling in een werkweek stimulerend werkt. Reizen vind ik trouwens heerlijk. Je mag mij bij wijze van spreken elke dag voor mijn werk naar Groningen of Maastricht, naar Enschede of Vlissingen sturen.

Nou ja, ik heb het toch maar een keer opgeschreven. Ik ga de komende weken even hard aan de slag. Ik moet nog een paar lange stukken schrijven en ik moet nog allerlei priegelwerk afmaken. Dus van mij zult u hopelijk niet veel horen. Maar ik beloof niets.

Mijn adres staat trouwens hier.

(36)

Tags: ,
16 november 2011

Bang voor Twitter

.:.

Ik ben een beetje bang voor twitter.

Dat klinkt natuurlijk ongeloofwaardig, dat besef ik ook wel. De eerste, overigens automatische, aankondiging van dit stukje is mijn 25.000e tweet. Ik twitter sinds 19 mei 2010 en dat betekent dus dat ik op een paar dagen na anderhalf jaar deelneem aan het twitterverkeer, 546 dagen. Of met andere woorden: dit is dus de 547e dag sinds ik met twitteren begon. Ik heb wel op veel van die dagen getwitterd, maar gelukkig ook weer niet alle. Maar een en ander betekent in ieder geval dat ik gemiddeld bijna 45,8 tweets per dag verzonden heb, bijna 46 dus. En dat is te veel. Ik hoop dat het er in de komende anderhalf jaar minder zullen worden.

-

'Ein guter Aphorismus ist die Weisheit eines ganzen Buches in einem einzigen Satz.' Het meta-aforisme van Theodor Fontane (1819–1898) geldt ook voor een goede tweet. (beeld: Wikipedia)

Reageren
Door sommige sceptici of critici wordt opgemerkt dat twitter – ja ik weet dat het een merknaam is en eigenlijk met een hoofdletter geschreven zou moeten worden, maar het is net als internet ook een soort begripsnaam geworden en daarom heb ik in deze tekst, niet in de titel, toch maar voor een kleine letter gekozen – een medium is waar mensen zich zo nodig zouden moeten laten gelden. Iedereen zou maar van alles de digitale ruimte inslingeren. Het zou een narcistisch medium zijn waarop mensen de ganse dag bezig zijn zichzelf te etaleren. Dat lijkt me een ernstige misvatting van mensen die meestal zelf niet of weinig twitteren. Ik weet zo gauw niet of er een site is die analyseert welke tweets, zeg maar, op zichzelf staan, eenzijdige boodschappen zijn, zelfstandige stellingen, en welke reacties op anderen zijn, maar ik hoef dat ook niet getalsmatig voorgeschoteld te krijgen om ook zo wel te weten dat het allergrootste deel van mijn tweets uit reacties op anderen bestaat. En dat geldt volgens mij voor de meeste actieve deelnemers aan het netwerk. Ik geef toe dat het mogelijk wel interessant zou zijn om te weten of het percentage nu zeg, zeventig of tachtig procent is, of misschien wel ver boven de negentig ligt. Maar zeker is dat de kern van twitteren niet in het zenden ligt, maar in het op elkaar reageren.

Ook daarbij kun je dan nog weer onderscheiden. Besluit jij als eerste te reageren op een tweet van een ander of besluit een ander op een bewering van jou te reageren? Waarbij dan nog weer nadere verdelingen mogelijk zijn. Je hebt ook gevallen waarin mensen in uitwisselingen tussen anderen inbreken. Er ontwikkelen zich hele dialogen die soms van het ene thema naar het andere verschuiven en waarbij ook de mensen die met elkaar in gesprek zijn, langzaam veranderen. Waarbij een van de ingewikkkeldheden, die tegelijk ook tot de charmes behoort, weer is, dat al die namen een deel van de 140 tekens in beslag nemen zodat, hoe meer mensen aan één discussie meedoen, er steeds minder ruimte overblijft om nog iets substantieels te schrijven. Hoe het ook zij, het reageren is de kern van twitter, niet het zenden.

Ik vermoed dat mijn twitterpraktijk gaandeweg wel iets van karakter is veranderd en dat ik aanvankelijk veel meer als eerste op anderen reageerde, terwijl ik nu, nu ik meer volgers heb, vaker reageer op anderen die reageren op een tweet van mij. Daarna doet het er dan overigens vaak weinig toe wie begon of niet, omdat de ander dan ook weer zo zijn opmerkingen inbrengt waar jij op reageert en dat heb je van tevoren nooit in de hand. Voor je het weet, beland je in discussies waar je nooit aan gedacht had en soms ook gaat het om dialogen waar je totaal niet op uit was en soms ook niet eens zin in had. Ik probeer wel zo veel mogelijk op mentions te reageren, al was het maar om de ander te laten weten dat ik zijn reactie gezien heb. En vaak probeer ik, als het even lukt, wel wat werk van het antwoord te maken, vooral als het dus een eerste reactie van de andere zijde is. Zit je eenmaal in een uitwisseling van gedachten, is het iets anders.

-

Volgen
Een wat pijnlijk punt – en hier begint de uitleg van de beginzin – is het onderscheid tussen mensen die jij volgt en mensen die jou volgen. Eerlijk gezegd weet ik niet meer precies hoe het in het begin ging. Je begint, je zoekt een paar vrienden of bekenden op die jij gaat volgen of die jou al gauw gaan volgen. Je zoekt wat interessante mensen die je gaat volgen, politici aanvankelijk denk ik, journalisten ook, mensen die over specifiek nieuws beschikken, in mijn geval met name uit het Midden-Oosten. Aanvankelijk gebruikte ik ook wel het middel van de hashtag om bij een drukbesproken thema aan te haken, zodat ook anderen jou weer ontdekten. Dat doe ik nu zelden nog strategisch, tenzij het om heel specifieke thema’s gaat. In het begin keek ik ook vaak wie mij volgden. Ik zag een nieuwe naam, keek de tijdlijn van de nieuwe volger wat door en als die interessant leek, volgde ik terug. In het begin probeerde ik ook de tijdlijn een beetje bij te houden. Het was toen net alsof er een soort plicht bestond om ook alles te lezen. Maar op een gegeven moment lukt dat – gelukkig, zeg ik nu – niet meer. Ik denk dat mijn eerste antwoord was om minder te gaan terugvolgen. Op een gegeven moment, en dat was in feite al vrij vroeg, ben ik ermee opgehouden om nog te kijken wie mij volgden. Natuurlijk zag ik wel eens vaag aan de avatars dat er nieuwe volgers bij kwamen en soms herkende ik een gezicht, maar al van ver voor de vijfhonderdste volger, schat ik zo in, heb ik nooit meer systematisch bijgehouden wie mij volgden. Ik weet dus ook echt niet tegen wie ik het mogelijk heb als ik een stelling of een aforisme de digitale wereld instuur.

Het had ook een andere reden. Als je eenmaal iemand volgt, is het vaak ietwat pijnlijk om hem te gaan ontvolgen. Toen ik aanvankelijk nog veel las, heb ik wel eens iemand ontvolgd omdat ie in mijn ogen te veel twitterde en ik dat niet allemaal kon bijhouden. Zou ik nu niet meer doen. Later kwamen daar ook wel eens lieden bij waar ik op zich niets tegen had, maar waarvan ik dacht: nu weet ik het wel. Het was te veel steeds hetzelfde. Dat gebeurt trouwens nog wel eens een enkele keer als lieden werkelijk maar één thema hebben, vooral een onderwerp waarvan ze dag in dag uit laten merken dat ze er tegen zijn, zelfs als ik dat op zich ook ben. Ik hoef mijn en vooral hun gelijk nu ook weer niet twintig keer op een dag in kleine variaties bevestigd te zien. Of er waren lieden die steeds dingen twitterden waar ik niets tegen had, maar die me ook niet meer interesseerden. En er waren ook wel momenten dat ik dacht: dat was een tijd leuk, maar nu ken ik dat soort grapjes wel.

-

Ergernissen
En dan heb je de regelrechte ergernissen. Tegen gescheld en plat of ruw taalgebruik of verwijzingen naar vervelende sites zonder elegantie kan ik niet zo goed. Aanvankelijk legde ik ook wel eens uit waarom ik iemand ontvolgde, maar ik heb afgeleerd om dat te doen. Het leidt soms tot ruzie en anders is het vaak onaangenaam voor de betrokkene. Beter kun je wegsluipen. In een DM iets onaangenaams zeggen of iets corrigerends kun je ook maar beter niet doen, vooral als jij diegene niet volgt of niet meer volgt, zodat die jou niet op gelijke wijze kan antwoorden. Een enkele keer kreeg je dan een openbaar antwoord terug, terwijl je het thema juist zo discreet mogelijk probeerde af te handelen. Niet meer doen dus. Ik DM zo weinig mogelijk meer, eigenlijk alleen nog als er een praktisch puntje is. Je bespreekt iets openbaar of je laat het rusten.

Vorig jaar, toen ik me een tijdlang nogal druk maakte over de vorming van het gedoogkabinet en me zelfs een maandlang als actievoerder manifesteerde, een rol die me duidelijk niet ligt, kreeg ik ook regelmatig vervelende lieden vanuit een bepaalde politieke hoek – als je het al politiek kunt noemen – over me heen die dan bijvoorbeeld in kapitalen vertelden dat ik een achterlijke idioot was. Na een poosje heb ik geleerd dat het het verstandigste is, niet te reageren. Bij lieden die alleen maar schelden, direct een block geven en verder geen aandacht aan besteden, dan kost het ook geen tijd en energie en het is beter voor het humeur. Van dat soort reacties heb ik nu zelden nog last. Bij anderen, die net iets minder onbeleefd zijn, is het verstandiger om een ironische of juist een overdreven hoffelijke reactie te geven. Maar ik geef toe dat me dat lang niet altijd lukt. Je kunt wel een bordje op je bureau zetten dat je voorhoudt dat je voortaan alleen maar wijs moet reageren, als je in een andere stemming bent, doe je dat toch niet. Je gelijk van dat moment vertelt je namelijk iets anders. Maar ruziemaken met lieden die de aandacht niet waard zijn, kun je beter maar niet doen.

Maar de regelrechte ergernissen zijn het vervelendste, vooral als het om lieden gaat die je vaak wel waardeert, maar die soms op een wel erg ongenuanceerde of ruwe wijze uit de hoek komen. Het stoort me met name als mensen anderen uitschelden, jou ongewild deelgenoot maken van ruzie met jou onbekenden die ze midden in tweet aanspreken, of die hele groepen veel te gemakzuchtig in een hoek zetten en daarbij vaak ook nog feitelijke onjuistheden of vertekeningen debiteren. Maar ik geef toe dat ik ook daarbij vast en zeker geen algemene maatstaf aanleg. Ik verdraag vast en zeker veel meer als een bekend Limburgs dierenminnend Kamerlid het object is dan wanneer het gaat om, zeg, de voorzitter van de commissie waar hij net uit is gestapt. Ik heb ook wel eens lieden ontvolgd, soms zelfs lieden die ik persoonlijk alleen maar als beleefd en bescheiden ken, omdat ze op vervelende wijze tekeer gingen tegen iemand in mijn tijdlijn die ik waardeerde en waarvan ik vond dat die onrecht werd aangedaan. Je zou eigenlijk een optie moeten hebben om iemand een paar dagen uit beeld te houden, waarna hij dan vanzelf terug mag keren. Om heel andere redenen heb ik overigens ook wel eens mensen ontvolgd, die me op zich buitengewoon sympathiek waren, maar die met andere mensen in mijn tijdlijn een zo hechte, bijna intieme groep vormden dat ik me een voyeur begon te voelen. Ik hoef niet alles te weten.

-

Pijnlijk
Toch heeft de angst voor het pijnlijke van het ontvolgen, naast het eerdere besef dat ik niet alles kon volgen, er dus voor gezorgd dat ik al vroeg karig geworden ben in het terugvolgen. En daar zit ik nu een beetje mee, want ik besef dat er in mijn volgerslijst waarschijnlijk heel wat lieden zitten die ik met plezier terug zou volgen. Een tijdlang had ik in mijn bio staan, dat ik niet iedereen direct kon terugvolgen en dat ik vaak pas deed na interessante uitwisselingen, maar ik vond dat op den duur toch wat arrogant staan: alsof ik ze pas zou gaan volgen, als ze eerst maar hun best zouden doen om met interessante reacties mijn aandacht te trekken. Op zich werkt het vaak nog wel zo, maar ik ben ook echt het overzicht een beetje kwijt. Soms valt iemand me op en dan denk ik heel snel: interessant, die ga ik volgen. Maar soms heb ik ook niet eens door dat ik iemand met wie ik regelmatig van gedachten wissel, niet eens volg en kom ik daar pas na een hele tijd achter. Het lastige is dat ik nu ook niet meer goed weet hoe ik mijn achterstand nog in kan lopen.

Ik heb op het moment dat ik dit schrijf, ongeveer 1160 volgers. Daar zit een hoop ruis bij. Van die commerciële sites die even aanhaken en dan weer verdwijnen. Het ietwat masochistische is namelijk dat ik niet bijhoud wie mij volgen, maar wel een paar keer per week op who.unfollowed.me kijk wie mij ontvolgen. In de zeven dagen die die site terugkijkt, zijn dat er altijd zo tussen de twintig en de dertig. Dat zijn heel vaak commerciële sites die me niks zeggen en ook als het om individuen gaan, waren ze me vaak nog nooit opgevallen. Soms zitten er ook van die typische boekhouders tussen, die vierduizend volgers hebben en hetzelfde aantal mensen volgen en die ik verder nooit, ook niet via retweets of wat dan ook, gezien heb. Een enkele keer zit er echter iemand tussen die ik zeer waardeerde, en dat doet dan soms toch een beetje pijn. Zou ik iets geschreven hebben dat hem mishaagde? Dat soort vragen. Ik ben daar niet de enige in. Uit opmerkingen van andere twitteraars valt op te maken dat de verhouding tussen volgen, terugvolgen en ontvolgen een pijnlijk punt kan zijn. Soms zitten er trouwens ook lieden bij waarvan ik denk: interessant, niet eerder gezien, en dan ga ik ze juist dan volgen. Maar het is dat idee van ‘voor wat hoort wat’, do ut des, dat me altijd nog een beetje bang maakt voor twitter en die de reden vormt waarom ik me daarvoor juist wat afgesloten heb, met alle schade van dien: het mislopen van boeiende mensen.

-

Zwak
Het persoonlijke is het aardige van twitter, maar tegelijk ook het wat verraderlijke. Uiteraard heb ik in de loop van die 25.000 tweets veel meer over mezelf losgelaten dan verstandig is, maar in bepaalde opzichten probeer ik terughoudend te zijn. Er zijn dingen waar ik beslist nooit over twitter en ik ga zelfs niet vertellen tot welke categorieën ze behoren.

Ik heb nog veel meer opmerkingen staan, maar het zou oneerlijk zijn om in ieder geval niet een zwakke kant van mezelf te noemen, die ik via het omgekeerde ga introduceren. Het klinkt aanmatigend, maar ik geloof dat ik me feitelijk niet zo heel vaak vergis. Dat komt ook omdat ik ook veel feitelijkheden die ik uit het hoofd meen te weten, voor de zekerheid vaak toch even nakijk voor ik er iets over opmerk. Maar een enkele keer bega ik een heuse blunder en dan ga ik werkelijk door de grond. Direct toegeven is het beste. Soms kan ik me met de hakken over de sloot ergens uit redden, maar achteraf voelt dat vaak minder goed dan wanneer ik toegeef dat ik iets over het hoofd had gezien.

Maar die eigenschap heeft een keerzijde. Ik kan het soms niet goed hebben als ik een feitelijke fout zie. En dan wil ik daar nog wel eens patsboem, plompverloren een opmerking over maken. Dat is niet altijd even tactisch. Zelfs als ik feitelijk het grootste gelijk van de wereld heb, denk ik achteraf vaak dat ik het omzichtiger en vriendelijker aan had moeten pakken. Het is wijzer om de ander een ontsnappingsroute te laten. Een voorzichtige vraag, een wat omslachtige inkleding was fraaier geweest. En heel vaak is het veel verstandiger om iets niet te zeggen. Dat geldt ook voor meer principiële, abstracte discussie, waarbij voor mij de zaken wel helder zijn, maar waarbij ik er soms pas na een tijdje achterkom dat het perspectief van de ander heel anders is en dan is het soms te laat. In het algemeen heb ik niet zoveel stellige meningen, maar inzake sommige aangelegenheden heb ik die wel en dan redeneer ik te veel vanuit mijn eigen kader. Ik vind mezelf dan achteraf vaak te onaardig en te onvriendelijk. Het is vaak ook niet verstandig om als je het radicaal met iemand oneens bent, de discussie met een harde tegenopmerking aan te gaan. Ik ben soms veel te agressief. Vaak leidt dat tot niets en achteraf heb ik dan spijt, wat me niet belet om een aantal dagen later weer dezelfde fout te begaan. Er zijn gevallen dat ik het echt niet betreur dat ik een ander geraakt heb, maar er zijn meer gevallen waarbij ik denk: dat had ik rustiger aan moeten pakken, dit was zo nergens voor nodig, ik heb iemand door mijn benadering beledigd die dat niet verdiende. Ik probeer daarom het aantal spontane reacties wat terug te dringen, maar … u raadt het al.

-

Slot
Dit wilde ik een keer opschrijven en dit is de gelegenheid, maar eerlijk gezegd vind ik dit tot nu toe niet mijn meest interessante stukje. Ik heb nog veel meer staan, dat misschien boeiender zou zijn, over de persoonlijke contacten die ik het laatste anderhalve jaar heb opgedaan, de mensen die ik persoonlijk via twitter heb leren kennen, maar ook wel de mensen die ik nooit heb ontmoet en waarvan ik toch het gevoel heb dat ik ze een beetje of zelfs behoorlijk goed ken, over de verschillende karakters, die zich ook in die korte mededelingen van 140 tekens maar al te scherp aftekenen, over het besef dat soms daagt hoe verschillend mensen in elkaar zitten en hoe ook mensen met een herkenbare denkwereld toch hun eigen geheimenis, hun eigen persoonlijke invalshoek hebben, die je wel herkent, maar gelukkig ook nooit helemaal zult doorgronden, kortom de verrijking van het leven die twitter vooral biedt. En dan heb ik het, conform de aard van het medium alleen nog maar over de persoonlijke aspecten en nog niet eens over andere denkwijzen, de informatie ook, die je anders tegen dingen aan leert kijken, al gaat er soms wat tijd overheen voor iets werkelijk doordringt.

Ook zou ik nog meer kunnen zeggen over hoe twitter naar mijn idee mijn persoonlijke identiteit – idioot om dat zo te zeggen, maar toch maar – heeft veranderd. Eerder heb ik een stukje geschreven over de verdichting van de tijd, maar parallel daaraan zou een betoog te houden zijn over hoe de moderne technologie ook je identiteit verbreedt, de andere zijde van dezelfde medaille. Alle mogelijke verschillende werelden waarin ik al leefde of soms juist vroeger leefde, komen bij elkaar of keren terug en daar komen dan ook nog andere werelden bij. Dat is ook wel eens wat vermoeiend en ik geef toe dat ik mezelf ook wel eens een leegte te midden van al die verschillende relaties, want dat zijn het toch, voel. Vaak laat ik net niet het achterste van mijn tong zien, vaak houd ik me heel bewust in en vertel ik net niet rechttoe rechtaan wat ik in een persoonlijk gesprek wel zou doen. Dat is, hoop ik, verstandig, maar soms voel ik het ook wel als een kwestie van ontwijken. Er zijn veel mensen die zich in hun bio kort en krachtig met een paar typeringen neerzetten op een wijze waarop ik dat nooit zal kunnen en dat voelt soms ook als een gemis.

Twitter is slechts een van de uitingen van de moderne communicatietechnologie, er zijn er meer. Relatief zitten er nog maar weinig mensen op twitter en het is de vraag hoe het gaat als er meer komen. Trekken mensen zich dan toch meer in kleine, overzichtelijke gemeenschappen terug of zal de huidige breedte, die natuurlijk ook in elke individuele tijdlijn weer anders is – het is soms verrassend en vervreemdend tegelijk om bij vrienden in hun tijdlijn te kijken – blijven bestaan?

Hoe het ook zij, ik heb twitter vooral als een persoonlijke verrijking ervaren, maar juist vanwege het persoonlijke karakter ben ik er altijd ook nog een beetje huiverig voor.

(26)

10 oktober 2011

En verder….

.:.

De laatste weken, en dat zijn er onderhand al aardig wat op een rijtje, heb ik me soms ietwat onthand gevoeld. Ik had ineens geen weblog meer.

Sinds mei 2005 beschikte ik over jandirksnel.web-log.nl. Er waren tijden dat ik bijna elke dag iets schreef. Er waren ook perioden dat ik zo af en toe iets publiceerde. In augustus – van dit jaar, voeg ik er maar aan toe – begon Sanoma, de huidige eigenaar, aan een migratie. Ik had vagelijk wat mededelingen gezien, maar er verder niet erg op gelet. Iets als een e-mail met een aankondiging had men ook niet gestuurd, zodat het nieuws je maar net ergens op je scherm op moest vallen. Al eens eerder, in ieder geval in mei 2006, was het systeem verhuisd – toen naar Typepad, denk ik, dat men nu moest verlaten – en veel was er toen niet aan de hand geweest. Het kan een keer gebeuren dat een site even een paar uur, of misschien een dag, uit de lucht is. Geen probleem, zou ik zeggen.

Nu gebeurde er dus iets heel anders. Ik weet niet precies wanneer mijn weblog uit de lucht ging, maar het zal ergens eind augustus geweest zijn. Nu ik wat nieuwsberichten nakijk, zie ik dat de weblogs op 6 september kennelijk al twee weken uit de lucht waren. Inmiddels zijn we zo’n vijf weken verder. Bij elkaar gaat het dus om een week of zeven. Wie hiervoor al op mijn voormalige weblog klikte, zal gezien hebben dat er inmiddels wel weer wat te zien is. In een foeilelijke opmaak zijn in totaal zestien berichten weer zichtbaar. Ik neem aan dat het de zestien laatste waren, die ik geplaatst heb, maar ik weet dat niet zeker.

Ik kan namelijk nergens bij. De ongeveer vijfhonderd berichten die ik de afgelopen jaren geschreven had, zijn dus voorlopig onvindbaar.. En ik kan niet in een menu. Ik kan alleen maar kijken naar die twee afzichtelijke pagina’s met zestien stukken, dat is alles. Ik kan er niets aan veranderen. Het was een gratis weblog en ik heb dus verder niets om over te klagen, maar als ik de risico’s gekend had, had ik mijn teksten van tevoren in veiligheid kunnen brengen.

Heel vaak hoopte ik de afgelopen weken dat er wel een einde aan de problemen zou komen. Eens zou toch de dag moeten aanbreken waarop ik weer zou kunnen inloggen, het design aan zou kunnen passen en nieuwe berichten zou kunnen plaatsen. En altijd denk je dat die dag wel de volgende zijn… Maar nu die dag al te lang op zich laat wachten, begin ik hier toch maar met een nieuwe reeks.

Voorlopig ben ik nog niet van plan veel aan het design en zo te doen. Ik zal wel eens wat experimenteren. Ik weet niet of dit een tijdelijke voorziening zal blijken te zijn of niet. Het merkwaardige is namelijk dat Weblog.nl – het befaamde en irritante streepje is recent kennelijk verdwenen – als nieuw systeem ook voor WordPress gekozen heeft. Technisch zou er dus geen enkele reden zijn om een nieuwe weblog te starten. Als ik dus maar in het menu van mijn oude weblog zou kunnen komen. Maar of dat moment ooit nog aanbreekt?

Maar voorlopig ga ik hier dus maar even verder. Ik was van plan om de komende tijd vooral wat meer korte stukjes te plaatsen. Ik heb in ieder geval diverse notities staan. Maar of er van zal komen, moet maar blijken.

(1)

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.456 other followers