Archief voor december, 2011

31 december 2011

Journalistieke zorgvuldigheid. Een persoonlijke nabeschouwing

.:.

Was het te veel? Ja, het was veel en misschien was het wel te veel. Wie zal het zeggen?

De Franse filsoof Paul Ricoeur (1913-2005) muntte de term 'les maîtres du soupçon' (foto: US Federal Government, via wikipedia)

Maar zo gaat dat soms. Zojuist heb ik een overzicht geplaatst van de negen stukjes die ik aan de omstreden reportage in het NOS Journaal van zaterdag 25 november 2011 over gebeurtenissen in vriendelijk dorpje op de westelijke oever van de Nijl ten zuiden van Edfu gewijd heb. De verweren van de verslaggever zijn daarbij ook opgesomd. En ik heb daar een overzicht van stukken van Arab West Report (Kees Hulsman cum suis), Jos Strengholt en Maarten Jan Hijmans aan toegevoegd. Het is alleen bedoeld voor de liefhebbers, degenen die zich nog eens grondig in de affaire willen verdiepen, en dat zullen er niet veel zijn. En dat hoeft ook niet. Maar het biedt ook de mogelijkheid om snel één specifiek stukje op te zoeken en dat is misschien al aan iets meer mensen besteed. In het volgende geef ik geen links naar de individuele stukjes: die kan men in het overzicht vinden.

-

Journalistieke zorgvuldigheid
Hier wil alleen nog enkele persoonlijk woorden kwijt. Wat mij betreft ging dit over journalistieke zorgvuldigheid. Het was vrij toevallig dat ik de zaak uitzocht toen ik de dag na uitzending op Twitter allerlei uitingen van verontwaardiging waarnam. Ik ging op onderzoek uit en mijn eerste twee stukjes, de reactie op de reportage en mijn eerste reactie op de eerste webloguitleg van de verslaggever, waren dan ook tamelijk voorzichtig en vragend van toon. Het ging telkens om de vraag naar overtuigend bewijs.

Maar dat kwam niet. Daarna kwam de zaak, vooral vanaf woensdag 7 december 2011, in een stroomversnelling. In plaats van te erkennen dat hij zich kennelijk vergist had, begon de verslaggever zich in allerlei vreemde bochten te wringen. Nadat hij zich eerst in El Marinab van alles wijs had laten maken, probeerde hij nu in zijn latere verweren – zijn tweede weblogstuk, zijn optreden bij Dit Is de Dag (DIDD) en zijn reactie op mijn weblog – ook anderen van alles wijs te maken en dat op een zo doorzichtige wijze dat hij had moeten beseffen dat hij door de mand zou vallen. Er klopte telkens niets van en dat heb ik in diverse stukjes aangetoond (en ik zou zelfs nog meer kunnen uitdiepen, maar zo is het voorlopig wel genoeg geweest). Daarna kwam er nog wat nieuws over het gebruik – niet: misbruik – van de reportage door radicalen in Egypte en nadat ik sinds half december niet meer over de zaak geschreven had, heb ik deze week voor de volledigheid nog enkele aspecten uitgezocht.

-

Van fout naar grotesk falen
Het ging me bij die ene reportage om het principe van journalistieke zorgvuldigheid, niet om de persoon van de verslaggever. Veel meer zorgen moet men zich maken omtrent de houding van de hoofdredactie van het NOS Journaal die dit uit de hand heeft laten lopen. Ik betwijfel of dit onder Hans Laroes was gebeurd. Zijn opvolger Marcel Gelauff is blijven doen alsof hij niets doorheeft. Toen hem op vrijdag 16 december in een tweet toegevoegd werd dat de NOS een ‘uitmuntende publieke verantwoording’ kent, maar dat men nu – ‘dit is ècht een kwestie’ – zwijgt, antwoordde hij: ‘Ik begrijp het verwijt niet. Lex heeft in weblogs en op de radio uitgebreid uitgelegd.’

Tja. Alsof feiten, waarnemingen en argumenten er niet toe doen. Dit is een gemakzuchtige houding. Je legt iets uit en dan doet het er kennelijk niet toe of je argumenten ook deugen. Als je dus maar wat zegt, no matter what. Het zou best kunnen dat Marcel Gelauff nog steeds niet begrijpt hoe de vork in de steel zit. Maar dat zou alleen maar aantonen dat hij geen flauw benul heeft hoe hij toestond dat een eenvoudige fout werd uitvergroot tot een grotesk falen. Als hij iemand op de reactie die werkelijk kan lezen en analyseren – en zulke mensen zullen ze toch nog wel hebben? – een dag op de zaak had gezet, die de belangrijkste kritiek zorgvuldig bestudeerd had, had hij geweten dat er wel iets aan de hand was.

Het NOS Journaal had dan met een rectificatie kunnen komen – die is zeker noodzakelijk – en hoofdredacteur Gelauff of iemand anders had een weblogstuk kunnen schrijven waarin men toegaf dat er iets mis was gegaan. Nu echter heeft hij de geloofwaardigheid van een belangrijke nieuwsinstelling op het spel gezet. Door onachtzaamheid heeft hij zijn reporter in de modder laten zakken. Die had door een onafhankelijk onderzoek tegen zijn eigen halsstarrigheid in bescherming moeten worden genomen.

-

Rationaliteit en journalistieke verantwoording
Ook ik was misschien wel naïef. Ik ging er vanuit dat redelijkheid, of beter de combinatie van onderbouwde waarneming en rationele analyse, er toe doet in onze samenleving. Het is in feite een noodzakelijke vooronderstelling, op dezelfde wijze waarop waarheid dat ook is. En je hoeft dan nog niet eens aan te komen met het overbekende habermassiaanse adagium van de herrschaftsfreie Kommunikation en de zwanglose Zwang des besseren Argumentes, het is ook het uitgangspunt van elk boekje over argumentatieleer. Als je iets poneert en dat wordt met argumenten bestreden, dan kom je met tegenargumenten en de uitwisseling en vervolgens de weging van argumenten bepaalt de uitkomst. Ik ben zelf niet in Al Marinab geweest, ik kon alleen maar verschillende waarnemingen en beweringen vergelijken en analyseren, maar op hoofdpunten werd er wel degelijk het een en ander duidelijk.

Ik dacht: men zal wel op ingaan op argumenten en als dan blijkt hoe het zit, vanzelfsprekend rectificeren. Maar dat gebeurde niet en dat vind ik nog steeds een beetje onvoorstelbaar. O ja, ik heb veel bijval gehad en eigenlijk geen inhoudelijke tegenwerpingen gekregen. Ik weet van diverse verslaggevers en journalisten dat ze allang gezien hebben hoe het zit, en zij zullen de NOS en de verslaggever daar bij ontmoetingen echt wel eens mee confronteren. Er zijn ook kranten die zich met de zaak bezig hebben gehouden.

Maar, dat valt ook op, journalistiek is een vluchtige bezigheid. Op een gegeven moment heeft men het wel gezien en wachten nieuwe thema’s. Dat is natuurlijk ook zo. Maar waarheidsvinding is ook een taak van de journalistiek en men heeft niet altijd de lange adem om iets tot op de bodem uit te zoeken. Die had ik als simpele blogger, die over aandacht niet te klagen had, wel.

Negen stukjes besteden aan een zaak die begon met een reportage van twee minuten en eenendertig seconden en die inclusief ondertitels 414 woorden telde, is veel, maar het ging vervolgens meer om de ongenoegzame journalistieke verantwoording dan om de initiële reportage als zodanig. Dat maakte de affaire interessant en bracht mij ertoe om even vast te houden. Maar ik geef onmiddellijk toe dat het vasthouden aan rationaliteit en argumentatie op den duur zo ook iets irrationeels kan lijken te krijgen. Daarom is het nu echt wel even genoeg geweest. Althans, dat hoop ik maar.

-

Cui bono?
Wat me bij de zaak het meest opviel, is hoe zwak het idee dat waarheid een waarde als zodanig is, vandaag de dag soms staat. Velen kunnen zich kennelijk nauwelijks voorstellen dat het mij om journalistieke zorgvuldigheid te doen was en dat het niet ging om ideologische belangen.

Het is niet onbegrijpelijk dat sommigen, bijvoorbeeld door een zekere betrokkenheid bij de lotgevallen van kopten in Egypte, specifieke belangstelling voor deze zaak toonden. Het is wel opvallend hoe anderen dan onmiddellijk denken dat er wel allerlei specifieke belangen mee moeten spelen. Als de kritiek vooral uit een bepaalde hoek komt, kan die dan wel deugen? Moet je die dan wel serieus nemen?

De bekende meesters van het wantrouwen (of de achterdocht), zoals Paul Ricoeur ze noemde, hebben wat dat betreft hun werk wel gedaan. En als we aan het illustere trio Karl Marx, Friedrich Nietzsche en Sigmund Freud dan voor onze dagen Michel Foucault nog toevoegen, dan kunnen we misschien wel zeggen dat we tegenwoordig met een soort vulgair foucaultianisme te maken hebben. Ooit was het cui bono een nuttig ijkpunt, maar nu lijkt het de vraag naar de waarheid van concrete beweringen geheel te overvleugelen.

Er waren lieden die meenden tegenover dit geval onmiddellijk iets wat in hun ogen vergelijkbaar was, een aantal moskeebranden op de Westelijke Jordaanoever bijvoorbeeld, te moeten stellen, terwijl de vraag naar de daders in die gevallen toch niet omstreden leek te zijn. Alsof het om aanslagen op religieuze gebouwen in het algemeen ging en niet om een casus waarin alles draaide om journalistieke betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van wat je wel een gezaghebbend nationaal instituut mag noemen.

Ik zag het ook aan de bijval. Ineens meldden zich allerlei medestanders uit onverwachte hoek. Ook lieden die mij vorig jaar vanwege mijn inzet voor het Comité voor de Rechtsstaat nog verfoeid hadden, lieten me nu ineens weten mijn analyse zeer te waarderen. Sommigen deden dat op een vriendelijke en beschaafde wijze. Anderen uitten zich echter ook wel op een manier over of tegen de verslaggever en de NOS, waar ik allerminst in kan meegaan. Sommigen zagen ook een meer algemeen wantrouwen tegen het NOS Journaal bevestigd. Dat koester ik allerminst, maar in dit concrete geval kon ik hun geen ongelijk geven. Dat is nu eenmaal de schuld van de NOS zelf.

-

Ideologie
Vaak werd de zaak daarbij meteen in termen van ‘links’ en ‘rechts’ geduid, hoewel het verband met deze traditionele politieke indeling inhoudelijk toch moeilijk te zien valt en het niet in te zien valt waarom je een verslaggever die zich te slecht voorbereidt en die zich vervolgens van alles op de mouw laat spelden, nu zo nodig links zou noemen. Ik geloof niet dat naïviteit, vooringenomenheid en onkunde exclusief linkse eigenschappen zijn. Wel heeft het er alle schijn van dat de reporter net zo bevooroordeeld was als de beelden die hij wilde bestrijden. Hij draaide ze alleen maar honderdtachtig graden om en bleef daarbij in hetzelfde kader denken in plaats van de gebeurtenissen zowel onbevangen als grondig voorbereid door kennisname van al beschikbare documentatie te benaderen.

Ook viel mij op dat sommigen bij deze zaak onmiddellijk over de verslaggeving over Israël en over andere correspondenten begonnen, hoewel het verband met deze zaak, waarin bepaalde lokale moslims niet wilden dat een tot dusverre niet erg als zodanig zichtbaar, maar wel bekend kerkgebouw in hun woonplaats werd vervangen door een uiterlijk beter herkenbare kerk en dat gebouw in aanbouw daarom aanvielen, inhoudelijk toch bepaald niet erg duidelijk is. Het is er ook niet, maar het laat zien hoezeer verslaggeving over het Midden-Oosten een heikel thema is en dat mensen al snel veel te grote verbanden leggen.

Ik wil nu alleen opmerken dat ook als het over Israël en de Palestijnse gebieden gaat, het zaak is om zorgvuldig te letten op wat de feiten zijn. En ik zou iedereen aan willen raden om juist dan van verschillende perspectieven kennis te nemen. De beschuldiging van eenzijdigheid valt al gauw, maar elke individuele reportage is in zekere zin per definitie eenzijdig. Waar het op aankomt, is of de feiten kloppen en of die in een verhelderend perspectief geplaatst worden. Pas door van verschillende benaderingen kennis te nemen en daarbij steeds nauwkeurig te kijken naar de harde, feitelijke kern kun je zelf verantwoord een beeld opbouwen.

-

Waarheidsvinding
Journalistiek is geen kwestie van voor postbode spelen, maar van waarheidsvinding, waarbij je wel zoveel mogelijk mensen moet spreken en allerlei perspectieven moet afwegen. Hoor en wederhoor betekent niet: elke mening of alle mogelijke zotteklap opschrijven. Het betekent wel: bij beschuldigingen – en daar gaat bij de zaak van de kerk in El Marinab over, maar dat is lang niet altijd het geval – alle partijen horen. En hier is dat beginsel zeker in het geding. De verslaggever had in dit geval dus zeker de voor de vervangende nieuwbouw verantwoordelijke vader Salib uit Edfu moeten spreken, waarna hij vervolgens goed onderbouwd zelfstandig een conclusie had kunnen trekken omtrent de kern van de zaak en daarbij echt wel verheldering had kunnen brengen. Het is niet zo moeilijk om je in de verschillende partijen in te leven.

Ik heb een specifiek geval uitgezocht waarbij het even flink misging, maar waarbij het daarna bij het afleggen van verantwoording nog veel ernstiger fout ging. Ach, menigeen die de reportage gezien heeft, zal die allang weer vergeten zijn en die toen misschien maar met een half oog bekeken hebben. En wat doet een bericht in een nieuwsuitzending in een klein land als Nederland er nu toe? Ook nu we weten dat extremisten in Egypte de video gebruiken, zal de impact nog wel meevallen, wat de verantwoordelijkheid van degenen die dat mogelijk maakten, overigens niet wegneemt.

Omdat het mij om een journalistieke casus ging, heb ik de affaire vanuit die hoek benaderd. Allerlei aspecten van de gebeurtenissen in Egypte heb ik daardoor laten liggen. De aanval op de vervangende nieuwbouw in El Marinab dient op zich in het ruimere kader geplaatst te worden van spanningen tussen moslims en kopten in de provincie Aswan. Vanuit Aswan waaiden de protesten na een week ook over naar Cairo, waar bij de Maspero-demonstraties op 9 oktober 2011 27 doden en vele gewonden vielen. Dat verdient allemaal veel meer aandacht, maar in mijn stukjes ging het nu eenmaal vooral over het principe van journalistieke zorgvuldigheid en verantwoording.

-

Tot slot
Op dit moment is de afloop nog wat onbevredigend. En de vraag die mij het meest bezighoudt, is waarom de hoofdredactie van het NOS Journaal simpelweg niet voor feiten zwicht. Wat zegt dat over de mentaliteit en de bedrijfscultuur?

Maar dat zijn niet allereerst mijn problemen. Ik heb een bijdrage geleverd door een specifiek geval tot op de bodem en met een zekere vasthoudendheid, die sommigen wel eens wat te veel werd, uit te zoeken. Ik heb er nog steeds alle vertrouwen in dat de meeste journalisten uit persoonlijke gedrevenheid en vanuit hun beroepseer hun werk naar eer en geweten doen. Ik die zin maak ik me dan ook niet veel zorgen. Maar het is ook geboden dat de journalistiek scherp blijft.

Door één casus grondig uit te diepen hoop ik daar een kleine bijdrage aan geleverd te hebben.

(45)

[Gepubliceerd: 31 december 2011, 16.01 uur]

31 december 2011

De affaire-Marinab – De omstreden NOS-reportage: een overzicht [Marinab X]

.:.

Behoefte aan overzicht
Toen ik op zondag 27 november 2011 uit pure nieuwsgierigheid een stukje schreef over de omstreden reportage van Lex Runderkamp in het NOS Journaal van de vorige dag – men kan wel direct verontwaardigd reageren, maar hoe zat het nu echt? – over wat volgens alle betrouwbare waarnemers een massale aanval op en vernieling van een koptische kerk in aanbouw in het Egyptische dorpje El Marinab was, maar volgens hem een kwestie van brandstichting – volgens andere diepgaande verslagen en onderzoeken niet meer dan een op zich overigens niet per se onbelangrijk detail – en volgens zijn suggestie nog wel door de belaagde kopten zelf, had ik nooit gedacht dat ik daar in totaal negen stukken plus nog een korte persoonlijke nabeschouwing (hierna) aan zou wijden – aan zou moeten wijden, mag ik gezien het verloop van de affaire wel zeggen.

De koptische kathedraal te Aswan, waar de zetel van bisschop Hedra gevestigd is. Onder diens hoede valt ook de kleine aan Sint Joris gewijde kerk in El Marinab. (foto: TrevorLowe)

Maar het overzicht raakt zo al snel zoek. Ik kan me voorstellen dat lezers door de bomen het bos niet meer zien. Daarom zet ik hieronder de belangrijkste bijdragen op een rij aan wat van de kant van de NOS en Lex Runderkamp maar geen werkelijk debat op feiten en argumenten wilde worden. Ik geef dus hieronder in de eerste plaats (A) een overzicht van de verschillende uitingen van Lex Runderkamp en van mijn reacties daarop, waaraan gaandeweg berichtgeving over wat er met zijn reportage in Egypte gebeurde, toegevoegd werd. Men zal overigens zien dat bepaalde aspecten mij ook pas geleidelijk duidelijker werden.

Ook heb ik hieronder een overzicht gemaakt van bijdragen van enkele andere deelnemers aan het ‘debat’. Ik som (B) de eigen bijdragen van diverse medewerkers van Arab West Report (Egyptian press summaries and media research for dialogue), de organisatie die onder leiding van Kees Hulsman staat, op (zie verder de omschrijving van de doelstellingen op de eigen site). En ik noem de weglogbijdragen die (C) Jos Strengholt (oud-correspondent voor onder meer Radio1 in Egypte) en (D) Maarten Jan Hijmans (oud-correspondent van de Volkskrant in Egypte) aan de zaak wijdden. Voor verbeteringen en aanvullingen houd ik me aanbevolen.

.:.

A. DE UITINGEN VAN LEX RUNDERKAMP EN MIJN WEBLOGSTUKKEN
De bijdragen aan Lex Runderkamp heb ik in onze gewone, Arabische cijfers (1 t/m 5, voorafgegaan door de letters LR) genummerd. Mijn eigen weblogbijdragen heb ik, conform de toevoegingen die ik na enige tijd aan mijn titels had toegevoegd van Romeinse cijfers (I t/m IX, voorafgegaan door de letters JDS) voorzien. Ik zet de stukken hieronder chronologisch op een rij, waarbij de sterretjes (*) telkens een nieuwe fase markeren. Om het niet nog ingewikkelder te maken geef ik zo weinig mogelijk toelichting. De titels van mijn weblogartikelen spreken doorgaans voor zich.

*

LR1. De reportagezaterdag 26 november 2011
Het NOS Journaal zendt een reportage van Lex Runderkamp uit. De video wordt op de site van de NOS geplaatst onder de titel Conflict kopten en moslims ingewikkeld. Hierbij kan vermeld worden dat Lex Runderkamp enkele dagen eerder al een radioreportage had gemaakt. Die is op donderdag 24 september 2011 op de site van de NOS geplaatst onder de titel Lex Runderkamp bezocht afgebrande koptische kerk in Egypte.

JDSI. Klopt het verhaal van Lex Runderkamp (NOS) over de kerkbrand in El Marinab? - zondag 27 november 2011
- Twee naschriften: maandag 28 november 2011

*

LR2. De verkeerde feiten rond de kerkbrand in Al Marinabzaterdag 3 december 2011
Lex Runderkamp schrijft een eerste weblogstuk op de site van de NOS.

JDSII. Lex Runderkamp (NOS) overtuigt niet – Nog eens over de kerkbrand in El Marinab - maandag 5 december 2011
- Naschrift: maandag 5 december 2011

LRIII. Lex Runderkamp (NOS) ontwijkt het debat - dinsdag 6 december 2011
- Twee naschriften: dinsdag 6 december 2011, woensdag 7 december 2011

*

JDS3. Brand koptische kerk: de feiten - woensdag 7 december 2011
Lex Runderkamp schrijft een tweede weblogstuk op de site van de NOS.

LRIV. Lex Runderkamp (NOS) misleidt de boel - woensdag 7 december 2011
Een eerste, haastige reactie.

*

LR4. Lex Runderkamp bij Dit Is De Dag (DIDD) - donderdag 8 december 2011
Tijs van den Brink interviewt Lex Runderkamp. Onderzoeker Kees Hulsman mag vanuit Cairo enkele opmerkingen maken, maar krijgt niet de kans om met Runderkamp in debat te gaan en interviewer Tijs van den Brink pikt het hoofdpunt – de aanval op de kerk – niet op.

JDSVa. Kees Hulsman reageert op Lex Runderkamp (NOS) bij Dit Is De Dag - donderdag 8 december 2011
Direct na het interview plaats ik op verzoek van Kees Hulman enkele opmerkingen van hem op mijn weblog

JDSV. Lex Runderkamp (NOS) en zijn moeizame verhouding tot de waarheid - donderedag 8 december 2011
In dit stuk ga ik uitgebreider in op het tweede blogstuk (LR3) van Lex Runderkamp en geef ik al enig commentaar op zijn optreden bij DIDD (LR4).

*

LR5. Lex Runderkamp plaatst een reactie op mijn weblogmaandag 12 december 2011
- De reactie wordt door mij openbaar gemaakt op dinsdag 13 september rond middernacht.

JDSVI. Lex Runderkamp wordt nu echt een probleem voor de NOS - woensdag 14 december 2011
- Naschrift: woensdag 14 december 2011
In dit stuk ga ik in op de reactie van Lex Runderkamp op mijn weblog (LR5) en kijk ik nog eens uitvoeriger naar zijn optreden bij DIDD (LR4).

*

JDSVII. Salafisten verspreiden de reportage van Lex Runderkamp (NOS) in het Arabisch - woensdag 14 december 2011, volledig herschreven op donderdag 15 december 2011

*

JDSVIII. Waar stond de oude kerk van Mar Girgis in El Marinab? Ernaast of op de plek van de nieuwbouw? – donderdag 29 december 2011
- Postscriptum: gewijzigd donderdag 29 december 2011

*

JDSIX. Zoek de verschillen: Marinab op tv en radio – donderdag 29 december 2011
Een vergelijking tussen de tv-reportage en de radioreportage (LR1). Ook iets over onderzoekscommissies.

*

JDSX: De affaire-Marinab – De omstreden NOS-reportage: een overzichtzaterdag 31 december 2011

*

JDSXI: Journalistieke zorgvuldigheid. Een persoonlijke nabeschouwing - zaterdag 31 december 2011

.:.

B. DE EIGEN BIJDRAGEN VAN ARAB WEST REPORT
Hier noem ik alleen een aantal eigen bijdragen van medewerkers van Arab West Report. Daarnaast bevat de site nog diverse artikelen uit andere media die over de zaak-Marinab gaan. Men kan per week zoeken op de titels. Als men een zoekmachine gebruikt, moet men niet alleen op ‘Marinab‘ zoeken, maar ook op ‘Marīnāb‘. Ook zoeken op ‘Runderkamp‘ op de site van ARW is nuttig: men vindt dan nog veel meer artikelen uit de (Egyptische) pers die over de NOS-reportage gaan. De bijdragen heb ik hier weer in Arabische cijfers (1 t/m 10, voorafgegaan door de letters ARW) genummerd.

*

ARW1. Jayson Casper: Burning the Dome: AWR Investigates Sectarian Violence in Edfu - zondag 2 oktober 2011, geplaatst maandag 3 oktober 2011
Op zaterdag 1 oktober, slechts luttele uren na de aanval op de koptische kerk in aanbouw, arriveerden de onderzoekers Kees Hulsman en Lamis Yahya in El Marinab. In dit verslag tekent Jayson Casper de eerste bevindingen op, zoals Kees Hulsman die telefonisch aan hem heeft doorgegeven.

ARW2. Lamīs Yahyá: What Happened in Mārīnāb Village? An Investigative Report - donderdag 13 oktober 2011
- Verwijzende pagina hier: What Happened in Mārīnāb Village? - als datum wordt daar woensdag 12 oktober 2011 genoemd.
In dit 29 bladzijden tellende rapport (pdf) zet Lamis Yahya de bevindingen van haar en Kees Hulsman op zaterdag 1 oktober 2011 in El Marinab uitvoerig uiteen. De zienswijzen van alle mogelijke betrokken zijn uitgebreid en in detail opgetekend. Het rapport is voorzien van een opgave van de documenten die zowel van islamitische als christelijke zijde werden aangedragen, en alle documenten zijn via de aangegeven links raadpleegbaar op de site van ARW. Ook is een uitvoerige opgave van berichtgeving in de media toegevoegd, opnieuw voorzien van links.

ARW3. Cornelis Hulsman: Commenting on Al-Ahram Weekly’s “Trigger for Copts’ Anger: El-Marinab Church as a Model” - zondag 16 oktober 2011
Zoals de titel al aangeeft, plaatst Kees Hulsman hier enkele kanttekeningen bij een overigens uitstekend en belangrijk onderzoeksartikel van Sherry El-Gergawi in Al Ahram van dinsdag 11 oktober 2011.

ARW4. Cornelis Hulsman: Commotion around Dutch journalist’s reporting about Mārīnābdinsdag 6 december 2011
Dit stuk geeft een goed overzicht van de reacties, zowel in Nederland als in Egypte tot op dat moment.

ARW5. Cornelis Hulsman: Update on Mārīnāb following Dutch TV reporting - dinsdag 6 december 2011
Dit stuk bevat de reacties van Usama Rifa’at, een advocaat die voor de kerk in Edfu (of Idfu) werkt en die verantwoordelijk is voor de behandeling van de juridische aspecten van de zaak van de koptische kerk in El Marinab, én van sjeich Habīb, de imam van een naburige moskee in El Marinab, die die dag bieden telefonisch om nadere inlichtingen benaderd zijn.

ARW5a. Zie hierboven: JDSVa. Kees Hulsman reageert op Lex Runderkamp (NOS) bij Dit Is De Dag - donderdag 8 december 2011

ARW6. Cornelis Hulsman: NOS TV continues false reporting on Mārīnāb - zaterdag 10 december 2011
Dit stuk bevat een uitgebreide weerlegging van de – hier in het Engels vertaalde – beweringen die Lex Runderkamp in zijn tweede weblogstuk (LR3) deed door Kees Hulsman én Lamis Yahya. Ook worden hierin de Kamervragen door Pieter Omzigt (CDA) en Joël Voordewind (CU) genoemd en in het Engels vertaald.

ARW7. Cornelis Hulsman: Using a misled Dutch journalist in a case against Christians in Marinab is wrong! - maandag 12 december 2011
Dit is een kort commentaar door Kees Hulsman op de affaire en de gevolgen in Egypte, dat ook werd genoemd in de Egyptische krant Rose al-Yūsuf.

ARW8. Diana Maher Ghali: Using NOS film for propaganda against Christians - donderdag 15 december 2011
Dit stuk bevat een gedetailleerde vergelijking tussen hoe de salafitische zender al-Mukhalis TV de NOS-reportage van Lex Runderkamp gebruikte en vertaalde, met een weergave van de oorspronkelijke Nederlandse tekst. Zowel de Arabische ondertitels als de Nederlandse tekst zijn in het Engels vertaald.

ARW9. Bishop Hidrā: Statement by Coptic Orthodox Archbishopric of Aswan - maandag 26 december 2011
Dit stuk bevat de Engelse vertaling van een verklaring van bisschop Hidra (of: Hedra) van Aswan van 12 of 13 oktober 2011 naar aanleiding van een eerdere toespraak van hem, die op zondag 18 september 2011 werd opgenomen en op dinsdag 20 september 2011 werd uitgezonden door al Karma TV, dus ruim voor de aanval op de kerk in aanbouw op vrijdag 30 september, en die als video op YouTube staat. De bisschop bevestigt dat op de plek van de nieuwbouw sinds 1940 een huis als kerk in gebruik was, dat er een vergunnning voor nieuwbouw was en hij vertelt verder dat op 30 september behalve de kerk ook drie gezinswoningen en voorraadruimten bij de kerk in vlammen opgingen.

ARW10. Vader Salib ‘Ilīyās: Deputy of Aswan Archbishopric, witness, respond to all skeptics with documents - maandag 26 december 2011
Dit stuk bevat de Engelse vertaling van een video, die op maandag 17 oktober 2011 op YouTube geplaatst werd en waarin vader Salib ’Ilīyās (of Elias) uit Edfu (of Idfu), die namens de bisschop Hidra (of Hedra) verantwoordelijk is voor de bouw van de nieuwe kerk in El Marinab, uitlegt dat de autoriteiten nieuwbouw in plaats van restauratie aanbevalen en dat men de benodigde bouwvergunningen verkregen had en dat de onrust in september veroorzaakt werd door bezoekers van buiten. De video, en dat is belangrijk, bevat beelden van de oude kerk voor de afbraak.

.:.

C. WEBLOGSTUKKEN VAN JOS STRENGHOLT
Dr Jos Strengholt is Anglicaans priester te Cairo. Hij woont (met een kleine onderbreking) sinds 1988 in Egypte en was jarenlang Midden-Oosten-correspondent, voor onder meer Radio1. Opnieuw is de nummering in gebruikelijke Arabische cijfers, voorafgegaan door JMS (van J. M. Strengholt).

JMS1. Dreigementen tegen kerk in Zuid Egypte - vrijdag 9 september 2011
Ja, de datum klopt. Al op vrijdag 9 september 2011, drie vrijdagen voor de daadwerkelijke aanval op vrijdag 30 september 2011, de vierde ‘gelegenheid’ dus, dreigden plaatselijke radicalen het gebouw te vernietigen. In mijn weblogstukken heb ik regelmatig verwezen naar een bericht van Mary Abdelmassih van het persbureau AINA van die datum: Muslims Blockade Christian Village in Egypt, Demand Demolition of Church

JMS2. Steek in de rug door de NOS - dinsdag 29 november 2011
Reactie op LR1. Met onder meer een verwijzing naar JDSI.

JMS3. Lex Runderkamp gaat nu gewoon liegen - woensdag 7 december 2011
Reactie op LR3. Met onder meer een verwijzing naar JDSIII.

JMS4. Filmpjes van ‘Kopten’ die hun kerk verwoesten - vrijdag 9 december 2011
De titel is uiteraard ironisch. Belangrijk (indirect, maar wel belangrijk en overtuigdend) bewijsmateriaal. Video’s van de aanval op de kerk. Ook een reactie op LR4.

JMS5. Kees Hulsman over de feiten rond Merinab - zaterdag 10 december 2011
Een verwijzing naar ARW6.

JMS6. NOS zat zoooo fout – nog twee filmpjes over Merinab - zondag 11 december 2011
Meer bewijsmateriaal. Over twee video’s waarin een belangrijke Egyptische journalist en een lid van het officiële onderzoeksteam vertellen dat de kerk in aanbouw door moslims – ja, uiteraard alleen de daders – in brand is gestoken.

JMS7. Lex Runderkamp (NOS) wordt steeds zieliger - maandag 12 december 2011
Over een tweet waarin Lex Runderkamp zijn reactie (LR5) op mijn weblog aankondigt.

JMS8. Runderkamp bijna gedood door moslims - woensdag 14 december 2011
Jos Strengholt heeft nog eens goed gekeken naar wat Lex Runderkamp bij DIDD (LR4) beweerde: dat moslims in El Marinab hem ‘echt op een haar na omgebracht’ hebben en dat in de kleine koptische wijk, die volgens hem slechts dertig mensen telt. Ook uit zijn radioreportage, waarin een aantal mensen in gewone bewoordingen kennelijk enig bezwaar maakten tegen zijn aanwezigheid, bleek dat niet.

.:.
D. WEBLOGSTUKKEN VAN MAARTEN JAN HIJMANS
Maarten Jan Hijmans (internationaal ook: Martin Hijmans) verslaat de gebeurtenissen in het Midden-Oosten sinds 1977. Hij was jarenlang als correspondent voor de Volkskrant gevestigd in Egypte. Hij blogt onder de namen Abu Pessoptimist (‘Jew in Arabia, goy in Israel’, meestal in het Nederlands, veelal over Israël en de Palestijnse gebieden) en The Pessoptimist (zelfde motto, in het Engels, over het gehele Midden-Oosten). En wederom een Arabische nummering, nu voorafgegaan door MJH.

MJH1. Reportages uit Egypte – het blijft blijkbaar moeilijk - maandag 28 november 2011
- Dit stuk verscheen op dinsdag 29 november 2011 onder de titel De gekleurde reportages uit Egypte ook op Sargasso.
Kritiek op twee berichten, van Eldad Beck voor het Israëlische YNet (Jediot Achronot) en van Lex Runderkamp voor de NOS. Verwijzing naar JDSI.

MJH2. Nogmaals Runderkamp: zijn reportage was fout en nu liegt hij ook nogvrijdag 9 december 2011
Reactie op onder meer LR 2 en LR3 (de twee blogposts van Lex Runderkamp) en LR 4 (het optreden bij DIDD). Hijmans zet de zaak terecht in het bredere perspectief van koptische protesten in de provincie Aswan en verwijst naar een belangrijk bericht van Human Rights Watch van 24 oktober 2011. Waardevolle aanvullende informatie.

MJH3. Erroneous report on Dutch tv about Marinab starts playing nasty role in Egyptian politicsdonderdag 15 december 2011
- Dit stuk verscheen op vrijdag 16 december 2011 onder dezelfde titel ook op NL-AID
Enigszins hetzelfde verhaal, geactualiseerd en nu in het Engels voor een mogelijk internationaal publiek.

-

Tot slot
Uiteraard is dit slechts een deel van wat er over de affaire-Runderkamp is geschreven. Kranten, bladen en websites als Katholiek Nieuwsblad (7 december 2011), Kerknieuws (IKON) (8 december 2011), Nederlands Dagblad (29 november 2011, 6 december 2011, 7 december 20118 december 2011, 9 december 2012NRC Handelsblad (7 december 2011), Trouw (6 december 2011, 7 december 2011) en Reformatorisch Dagblad (7 december 2011, 8 december 2011) hebben – op de websites en in de papieren edities – ook aandacht aan de zaak besteed, terwijl Nieuwsbank het persbericht (7 december 2011) over de Kamervragen verspreidde, en veel, met name op andere weblogs en websites, zal mij mogelijk ontgaan zijn. Op Wikipedia wordt de affaire vanwege de gestelde Kamervragen al wel genoemd.

Ik hoop dat een enkele lezer – voor de meesten is dit bij elkaar toch te veel – iets aan dit overzicht heeft. En nogmaals, voor aanvullingen, wel binnen het gegeven kader, en correcties houd ik me aanbevolen. Of het ook aan hoofdredacteur Marcel Gelauff van het NOS Journaal en aan verslaggever Lex Runderkamp besteed is, valt nog te bezien. Feiten en argumenten schijnen hun tot dusverre niet veel te doen. Maar het valt te hopen dat de NOS een keer inhoudelijk reageert en tot rectificatie overgaat.

Maar ach, er is een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen en je kunt beter met het eerste dan met alleen het tweede, vooral als dat niet met het eerste gepaard gaat, leven. De hoofdredactie van het NOS-journaal zal voortaan moeten leven met het besef een evident ongelijk niet recht te hebben gezet.

.:.

(44)
[Gepubliceerd: 31 december 2011, 16.00 uur]
29 december 2011

Zoek de verschillen: Marinab op tv en radio [Marinab IX]

.:.

Laten we meteen nog maar een stukje doen over de omstreden reportage van Lex Runderkamp. Alle aandacht is tot nu toe uitgegaan naar de tv-reportage in het NOS Journaal van zaterdag 26 november 2011, maar Runderkamp maakte ook een radioverslag, dat twee dagen eerder, op donderdag 24 november 2011 dus, op de site van de NOS werd geplaatst, onder de titel ‘Lex Runderkamp bezocht afgebrande koptische kerk in Egypte’.

-

Op donderdag 13 oktober 2011 werden de doden die op zondag 9 oktober bij het omroepgebouw Maspero in Cairo door het leger werden vermoord, herdacht op het Talaat Harbplein. (foto: Omar Robert Hamilton)

Minder uitgesproken
Wie de tekst van beide verslagen vergelijkt, stuit op enkele significante verschillen. Juist daarom was ik tot dusverre ook aan het bericht voor de radio voorbijgegaan, omdat Runderkamp daarin wat betreft het meest omstreden punt, de suggestie dat kopten zelf wel eens hun eigen kerk in aanbouw in brand gestoken zouden kunnen hebben, minder uitgesproken is. De reportage eindigde zo:

‘De moslims ontkennen dat ze het huis in brand hebben gestoken. Na het vrijdaggebed op die bewuste dertigste september verzamelden alle moskeegangers zich bij de kerk, omdat er een enorme wolk zwarte rook boven het gebouw hing. Er was duidelijk brand en men had hulp nodig.
Toen zijn er foto’s gemaakt, die via het internet al snel overal te zien waren. En zo ontstond, volgens de moslims, het beeld dat zij een kerk in brand zouden hebben gestoken. Het leidde tot koptische protesten in het hele land. Bij het televisiegebouw Maspero in Cairo stierven 28 demonstranten toen de politie hard ingreep.’

Andere berichten hebben het trouwens meestal over 27 doden, maar een kniesoor die daar op let. Het is in feite wel zo ongeveer hetzelfde verhaal tot slot, maar de luisteraar ontvangt toch iets minder de indruk dat de verslaggever de ontkenning overneemt. Hij heeft in het begin immers ook een kopt aan het woord gelaten die stelde dat ondanks de koptische compromisbereidheid – men wilde de aanstootgevende koepels wel verwijderen – de aanvallers de kerk ‘toch in brand’ staken. Maar er blijven nog wel enkele kanttekeningen over.

-

Elkaar
Let er op hoe evenwichtig de reportage op de NOS- site wordt aangekondigd:

‘In Egypte staan koptische christenen en moslims elkaar naar het leven in de aanloop naar de verkiezingen. Terwijl ze eeuwenlang vredig samenwoonden. Die agressie is onder meer ontstaan in het dorpje Marinab, langs de rivier de Nijl, in het zuiden van Egypte.’

De minderheid en de meerderheid staan elkaar naar het leven. Elkaar! Nu zal het ongetwijfeld vaak waar zijn dat kopten provoceren of in concrete gevallen de ruziemakers zijn en Kees Hulsman schreef na zijn recente reis naar de provincie Minia in het zuiden van Egypte in een reactie op mijn weblog zelfs dat volgens een priester die hij gesproken had, ‘de meeste (niet alle!) problemen tussen Moslims en Christenen bij Kopten beginnen, maar dat de Moslim reactie vaak enorm fel kan zijn waardoor dingen enorm opblazen kunnen worden’, maar of dat in El Marinab ook het geval was, valt nog maar te bezien. Daar kwam misschien niet de provocatie – we weten dat niet precies –, maar toch wel de agressie tamelijk duidelijk van één kant, zou je zo zeggen. Maar dat past uiteraard niet in een wereldbeeld dat a priori even-handed wil zijn.

-

Blussen en protesteren
In de tv-reportage gaf Runderkamp onweersproken en gezien zijn slotwoorden bijna instemmend de woorden van zijn hoofdgetuige Abdallah weer dat op het moment dat deelnemers aan het vrijdaggebed uit de moskee kwamen, er al rook was, die van een stapel autobanden in een huis naast de kerk kwam, en dat de moslims naar het kerkgebouw in aanbouw renden om te helpen bij het blussen van de brand, waarop kopten vervolgens de politie zouden hebben gebeld en de moslims van brandstichting beschuldigden. In het fragment zegt Abdallah net niet met zoveel woorden dat de kopten zelf brand hadden gesticht, maar dat hij dat wel degelijk wilde beweren, vertelt Lex Runderkamp zelf in zijn reactie op mijn weblog:

‘Ik heb de quote van Abdallah gewoon op mijn camera staan: “De koptenbroeders hebben de brand zelf aangestoken.” Meerdere keren uitgesproken, in verschillende variaties.’

We hoefden dus niet heel nauwkeurig naar de exacte woorden te kijken. Wat elke kijker vanzelfsprekend opving, was zeker wel de intentie. Maar in de radioreportage vertelt Runderkamp ook dit:

‘Op 30 september verschenen er zestig tot zeventig jonge moslims bij de kerk. Ze wilden met priester Makarios spreken. ‘Wij hebben ons verzet, want we wisten dat ze bezwaar hadden tegen de bouw van de kerk.’

De laatste, geciteerde woorden zijn van een kopt. Vreemd, terwijl anderen helpen een brand te blussen, komt een groep jongeren ondertussen keurig protesteren en vraagt om een gesprek met de priester? Of was dit op een ander tijdstip? Eerder? Later? Terwijl volgens alle andere onderzoeken een grote groep de kerk aanviel, de muur die het gebouw omringde, doorbrak en aan het vernielen sloeg, gaat het in Runderkamps versie slechts om een tamelijk kleine groep mensen die bezwaar kwamen maken. Maar wel kopten die zich onmiddellijk verzetten! Merkwaardige lui toch.

En we hoeven de heel erg hoge getallen – Al Ahram had het over een aantal van  bijna 3.000 – niet per se te geloven. Hulsman houdt het in navolging van de verantwoordelijke politiegeneraal Badran op ongeveer duizend jongeren. Laat de man, om zijn afzijdigheid goed te praten, nu nog eens wat overdreven hebben, dan moet het volgens alle berichten nog om een grote menigte gegaan zijn. En ze kwamen, we weten het onder meer uit de filmpjes die Jos Strengholt publiceerde, echt niet alleen maar om een beschaafde dialoog aan te gaan.

-

Brand
Interessant is dat Lex Runderkamp in de radioreportage vertelt dat er een ‘enorme ravage’ was.

‘Echt alles is zwart gebrand. Alles piept en kraakt. De vloer staat op doorzakken. Ook de woningen hiernaast zijn allemaal in brand gegaan.’

In zijn tweede blogartikel schrijft Lex Runderkamp dit:

‘Zes rechters uit Caïro hebben in oktober feitenonderzoek gedaan in Al Marinab (commissie Omar Marawan). De commissie concludeert dat niet is te bewijzen dat mosliminwoners van het dorp het gebouw in brand hebben gestoken. Ten eerste, volgens de commissie, omdat er in de kerk nauwelijks brandsporen zijn! Dat klinkt vreemd, maar bekijk mijn video-opnames en je ziet inderdaad dat er in de kerk alleen schone muren, pilaren en vloeren te zien zijn: [daarop volgt een stukje video van het verwoestea, maar inderdaad tamelijk 'schoon' ogende gebouw].
De grootste brand was naast de kerk in een winkel en een kantoortje van de rondreizende priester Makarios. Op de video van de brand die de kopten zelf maakten, zie je duidelijk brandhaarden, ook in de kerk, maar het is absoluut geen vuurzee. Ten tweede concluderen de zes rechters dat de kopten geen ondersteunend bewijs hebben voor hun claim dat moslims de brand hebben gesticht. De commissie was tegen een (moslim)getuige aangelopen die beweerde dat hij een kopt zelf een autoband had zien aansteken in het gebouw naast de kerk. De moslim was zelfs gaan helpen om de brand te blussen.’

Het zou interessant zijn om te weten waar Runderkamp deze gegevens aan ontleend heeft. Hij geeft geen link of bronverwijzing. Ik heb op allerlei manieren gezocht op internet, maar ik heb nog geen volledig verslag van deze commissie kunnen vinden.

-

National Justice Committee
Het is goed om te weten dat er van twee verschillende instanties sprake is. Binnen enkele dagen na de onlusten in Marinab, op de avond van 4 oktober – het bericht in Al Ahram is van 5 oktober 2011 – bracht het National Justice Committee (NJC) verslag uit aan minister-president Isam Sharaf. Dit NJC werd in mei gevormd binnen het kabinet ‘to face any sectarian strife, set plan for problems and issues related to such file and to suggest and speed active solutions.’ De concrete aanleiding voor de oprichting vormde de aanval op een koptische kerk in Imbaba op 7 mei 2011.

Het comité had begin oktober El Marinab al bezocht en met inwoners en autoriteiten gesproken. In Al Ahram verklaarde een van de leden, Anton Adel, dat men geconstateerd had dat het plafond van de kerk ingestort was, dat zes zuilen vernietigd waren en dat diverse naburige huizen door brand verwoest waren. Toen de Maspero-rellen op zondag 9 oktober 2011 eenmaal uitgebroken waren, verklaarde een ander lid van het NJC, rechter Noha El-Zeiny dat het comité de rellen al van tevoren voorspeld had. Premier Sharaf had volgens haar twee aanbevelingen in de wind geslagen: het ontslag van de gouverneur van Aswan, die de aanval op het gebouw had toegejuicht en die net als Runderkamps zegslieden stelde dat het oorspronkelijke gebouw slechts een gemeenschapscentrum was een geen kerk, én het nemen van snelle maatregelen die kerken legaliseren of toestaan, die geen vergunning hebben. Human Rights Watch – Maarten Jan Hijmans wees hier eerder op – meldde op 25 oktober dat het NJC

‘confirmed that local church authorities had a church license for the property, according to the Egyptian Initiative for Personal Rights (EIPR), which said it examined documents showing the Copts had government permission to build the church.’

En niet alleen had het NJC aanbevolen de gouverneur te verwijderen, maar ook vervolging van degenen die de kerk vernield en herstel van het gebouw op staatskosten aanbevolen. De volgende zin zegt in al haar lapidariteit alles:

‘No action has been taken in response.’

-

De fact finding commission van Omar Marwan
Op de foto van de eerste bijeenkomst van het NJC op 11 mei 2011 ziet men zes heren zitten, maar dit zijn niet de ‘zes rechters’ waar Runderkamp het over had. We zagen trouwens dat op zijn minst ook één vrouw lid was van het comité; uit ongenoegen over de gang van zaken trad ze namelijk af. Runderkamp heeft het over een tweede instantie, de fact finding commission die de Maspero-incidenten inclusief de gebeurtenissen in El Marinab moest onderzoeken, tot de instelling waarvan op maandag 10 oktober besloten werd en die dinsdag 11 oktober 2011 benoemd werd en onder leiding kwam te staan van Omar Marwan. Deze commissie van inderdaad zes leden zou op woensdag 12 oktober 2011 een bezoek aan El Marinab brengen. Hoe deze fact finding commission zich precies verhoudt tot het NJC weet ik niet. Anton Adel bleek lid van beide te zijn.

Begin november, op woensdag de negende om precies te zijn, bracht weer een andere instantie, de fact-finding commission of Egypt’s National Council for Human Rights (NCHR) een volgens velen teleurstellend rapport uit over de Maspero Massacre, maar daarin gaat het kennelijk niet over Marinab. Op 15 november 2011 schreef Human Rights Watch:

‘The committee has thus far visited Marinab on October 12 to investigate the destruction of the church there, one of the reasons for the October 9 demonstration, but has yet to make public its findings and it does not formally have the power to question any members of the military or to access any of the investigations conducted by military prosecutors.’

Ik heb nergens een eindrapport van deze commissie kunnen vinden en ik hoop dus maar dat Lex Runderkamp de bron voor zijn gedetailleerde beweringen wil openbaren.

-

Afgebrande woningen
Opvallend is dat Runderkamp in zijn tv-reportage wel ingaat op de brand in het kerkgebouw, die volgens hem – en daar zou hij best gelijk in kunnen hebben – niet zo intensief was en met geen woord rept over de brand in belendende percelen. In de radioreportage vertelt hij wel dat ‘de woningen hiernaast (…) allemaal in brand gegaan’ zijn. En zijn tweede blogartikel schrijft hij:

‘De grootste brand was naast de kerk in een winkel en een kantoortje van de rondreizende priester Makarios.’

Dat komt dus ongeveer overeen met de verklaring van bisschop Hidra (of Hedra) van Aswan van 12 of 13 oktober dat bij de brand ook de woningen van drie gezinnen en de voorraadruimten bij de kerk in vlammen waren opgegaan. Ik stipte het in mijn vorige stukje al aan. Maar had hij aan Abdallah dan niet eens moeten vragen waarom een kleine, kwetsbare groep kopten, alleen om moslims in een slecht daglicht te zetten, dan maar zo enkele van hun woningen opoffert?

En o ja, nog even over die autobanden. Een losse opmerking over een autoband kwam inderdaad voor in de weergave van Lamis Yahya van het gesprek op zaterdagochtend 1 oktober 2011 met een groep moslims, onder wie Abdallah:

‘Then Muslims then protested again on Friday morning (September 30th) in one of the streets close to the building. They saw one of the Christians burning a tire from an abandoned house, and they had to put out the fire.’

Kees Hulsman kon zich in zijn eerste reactie op de reportage dit onbetekenende detail niet herinneren en daarom heeft hij dat later alsnog gemeld. Het ging om een ‘beschuldiging van iemand uit een groep mannen waar ook Abdallah bij aanwezig was.’ Maar ook duidelijk was volgens hem dit:

‘die beschuldiging van zelfverbranding van een eigen kerk in aanbouw werd toen door andere mannen niet opgepikt en was toen ook geen thema van discussie.’

Abdallah richtte zich de eerste dag op heel andere dingen en vertelde geen verhaaltjes over kopten die zelf hun kerk in brand zouden hebben gezet. Maar goed, het blijft een raadsel hoe protesterende jongeren en blussende moskeegangers samen gaan.

-

Onder spanning
Interessant is dat Lex Runderkamp in de radioreportage gewag maakt van ‘een soort angst die de kopten in dit kleine wijkje hier al een hele tijd hebben’. Hij heeft het over de ‘enorme spanning’ waaronder ze verkeren,

‘want zijzelf zijn vooral twee maanden niet in staat om naar school te gaan, boodschappen te doen in de stad. Zelfs de mensen die hier op een leeftijd van zestig, zeventig zijn en hun hele leven hier al wonen, willen heel graag nu weg. Ze voelen zich buitengewoon onveilig.’

Dat sommigen zich niet meer thuis voelden, kwam in het bericht voor de tv ook aan de orde en ook in zijn eerste wegblogbijdrage schrijft hij:

‘Ze willen allemaal weg, vertellen ze ook aan mij, en ze klagen erover dat niemand ze komt helpen.’

En toch schrijft hij in hetzelfde stuk dat de kopten hem ‘geen enkele anekdote’ kunnen vertellen ‘over hun confrontaties met de moslims tijdens de brandstichting.’

‘En ze wijzen tijdens een rondwandeling op de materiële schade die ze hebben geleden: tv-toestellen, een stofzuiger, een airco, een printer, een computer, maar niemand beschrijft een herinnering aan de uitzinnige menigte van bijna drieduizend moslims die zich aan hun heiligdom moet hebben vergrepen.’

Is het verwonderlijk? Zou leden van een piepkleine groep – wat ook het werkelijke aantal is, op het totale inwonersaantal blijft het een miniem getal – nu echt te midden van de voormalige belagers van hun gebouw uitgebreid gaan vertellen over wat die hun aangedaan hebben?

Als Runderkamp het over ‘twee maanden’ heeft, doelt hij op de tijd sinds vrijdag 30 september. Zolang zouden de kopten al niet naar school kunnen en geen inkopen in de stad kunnen doen. Maar uit een eerder bericht van 9 september 2011 van Mary Abdelmassih weten we dat de toestand al (ruim) drie weken eerder zeer dreigend was voor de kopten:

‘Despite the presence of security forces, Muslims have blocked the roads to the village, refusing passage of any Christians under any circumstance.’

En ook dat bericht kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Volgens een bericht in de Watani hadden lokale moslims de kerk al op vrijdag 2 september 2011 omringd, terwijl ze vijandige leuzen schreeuwden, terwijl ook op dinsdag 6 september een vijandige menigte zich bij het gebouw verzameld had. Runderkamp had er nog wel een maandje bij op mogen doen. De problemen voor de kopten begonnen al weken eerder.

 -

Op een haar na omgebracht
In de radioreportage is op een gegeven moment te horen dat er enige onrust ontstaat. Runderkamp:

‘Alle mannen lopen nerveus nu naar buiten, staan de steeg in te staren. Wat is er aan de hand?’

Er klinken dan allerlei stemmen. Iemand zegt in het Arabisch: ‘Pas op, misschien maken ze problemen voor jou.’ De vertaler legt uit: ‘He said that the Muslim Brothers from the village sent someone here to ….’ En hij vraagt vervolgens aan de eerste man: ‘Is het een bedreiging?’ Die antwoordt in het Arabisch: ‘Ze zullen vragen waarom hij hier is en waarom we hem toelieten.’ De vertaler legt uit: ‘They are objecting on our being here.’ Arabisch: ‘Toen we een overdracht (tanazul) voor de koepels hadden gegeven…’

Enige commotie, maar heel dreigend klinkt het niet. Toch vertelde Runderkamp op donderdag 8 december tegen Tijs van den Brink in DIDD:

‘Dus, ik word dan beschuldigd dat ik de islam verdedig, nou ze hebben me echt op een haar na omgebracht, ik ben echt in veiligheid gebracht.’
Tijs van den Brink: ‘De moslims ter plekke?’
Lex Runderkamp: ‘Ik ben in veiligheid gebracht door de Egyptische politie die mij uit de koptische wijk weg moest halen. Ik heb letterlijk aan den lijve gevoeld. Maar als journalist, je gaat ervan uit, ik wil feitelijkheden beschrijven.’

Het is, moeten we zeggen, heel bescheiden van hem dat hij deze feitelijkheden in de reportages niet beschreven heeft. Lex Runderkamp verricht zijn werk met gevaar voor eigen leven, maar vindt het niet de moeite waard de kijker of luisteraar daar meer over te vertellen. Je kunt je natuurlijk wel afvragen of de nipte ontsnapping aan de dood zijn verslag niet heeft beïnvloed.

-

Tot slot
Ach, dit waren zo enkele puntjes die opvielen. Runderkamp neemt moslims waar die komen blussen en beschuldigd worden, maar tegelijk ziet hij ook keurige jongeren die alleen maar om een gesprek komen vragen. Hij weet resultaten van een onderzoekscommissie over de ernst van de brand en de vraag naar de schuldigen boven water te krijgen, die niemand kennelijk nog gezien heeft. Hij beseft dat de lokale kopten al enkele maanden onder enorme spannning en dreiging leven en toch vraagt hij zich af waarom ze geen enkele anekdote over de aanval kunnen vertellen. En hij heeft zijn werk met gevaar voor eigen leven verricht. Op hem hadden ze het voorzien, terwijl Kees Hulsman en Lamis Yahya die de dag na de onlusten arriveerden, ook door de mogelijke betrokken bij de aanval, met alle vriendelijkheid werden ontvangen.

Vragen, vele vragen, zullen we maar gelaten constateren.

Postscriptum
Mijn dank gaat uit naar Kees en Sawsan Hulsman (Arab West Report) voor de vertaling van de Arabische teksten in de radio-uitzending.

(43)

[Gepubliceerd: donderdag 29 december 2011, 9.15 uur.]

29 december 2011

Waar stond de oude kerk van Mar Girgis in El Marinab? Ernaast of op de plek van de nieuwbouw? [Marinab VIII]

.:.

Niet zo belangrijk
Nee, dit is niet heel belangrijk meer, maar het wordt tijd nog een paar puntjes op de i te zetten inzake de omstreden reportage van Lex Runderkamp in het NOS Journaal van zaterdag 26 november 2011.

Inhoudelijk is door de stukken op mijn weblog, op Arab West Report en in de blogstukken van Jos Strengholt en Maarten Jan Hijmans allang vastgesteld dat Runderkamp zijn afwijkende versie van de gebeurtenissen niet staande heeft kunnen houden. Dat zullen hij en NOS Journaal-hoofdredacteur Marcel Gelauff onderhand ook best weten, of ze zouden het kunnen weten als ze zich werkelijk in het beschikbare materiaal zouden verdiepen. Maar de heren hebben er kennelijk geen zin om ruiterlijk te rectificeren en dan is het misschien niet zo’n slecht idee nog een paar feitjes na te trekken.

-

Geen kerk, ineens wel een kerk
Dit keer moet het maar eens gaan over de vraag waar de vroegere kerk van Sint Joris of Mar Girgis in El Marinab stond. Zoals bekend beweerde Runderkamp in zijn tv-reportage:

‘De kleine groep van 30 kopten heeft in dit dorp nooit een eigen kerk gehad.’

Dat bleek niet waar te zijn. En hij had zich daar gemakkelijk uit kunnen redden door uit te leggen dat hij best wist dat de kopten ter plaatse al decennialang een eigen gebedshuis hadden gehad en dat dat ook algemeen bij de inwoners van het dorp bekend was, omdat ze de priester in en uit zagen gaan, maar dat het om een niet aan het uiterlijk herkenbaar kerkgebouw ging en dat hij in de beschikbare ruimte, iets meer dan vierhonderd woorden, die zo’n reportage van goed tweeëneenhalve minuut nu eenmaal kent, had moeten woekeren met woorden en daarom de op zich noodzakelijke toevoeging – iets van een als zodanig herkenbare kerk – had weggelaten. Lex Runderkamp deed echter of zijn neus bloedde. In zijn eerste weblogstuk van 3 december 2011 bleef hij bij zijn bewering:

‘Hun officiële kerk (Marmina) is 4,5 kilometer verderop in het dorpje Haj Zidan, want ze hebben in hun eigen dorp nooit een echte kerk gehad, vertellen de kopten mij zelf.’

Hij voegde er direct aan toe dat een van de kopten uit El Marinab hem vertelde

‘dat ze altijd naar het naburige dorp gaan, maar hij wijst op een huis vlakbij de kerk in aanbouw. Daar hebben ze ook gebedsdiensten gehouden. Het huis staat op instorten en dus kregen ze toestemming om deze gedoogde gebedsruimte te herbouwen. De kerk die gebrand heeft, staat er naast.’

Een kleine, niet expliciete, maar impliciete toegeving dus. Volgens Runderkamp had men gebedsdiensten gehouden in een huis vlakbij de kerk in aanbouw en dat zou op instorten staan. De lokale kopten hadden weliswaar toestemming gekregen om dat gebouw af te breken en te herbouwen, maar ze hadden kennelijk gewoon laten staan en een nieuw gebouw ernaast gebouwd. In zijn tweede blogstuk van woensdag 7 december, waarin hij in plaats van zijn eigen beweringen te onderbouwen ervoor koos om een willekeurig artikel uit het Egyptische dagblad Watani te ‘corrigeren’, wist Runderkamp nog veel meer te melden:

‘Het huis waar 80 jaar religieuze diensten zijn gehouden is niet aangevallen, niet in de brand gestoken, het staat er nog steeds, ongeschonden. Er is in het dorp sprake van twee locaties die bijna iedereen door elkaar haalt. Het gebedshuis is een laag gebouw op ongeveer 60–70 meter van de kerk in aanbouw. Geen moslim heeft zich vergrepen aan de erkende gebedsruimte van de kopten.
Het traditionele gebedshuis, waar dus al 80 jaar religieuze diensten werden gehouden, stond op instorten. De autoriteiten gaven toestemming om op die plek nieuwbouw te plegen, mits de kopten instemden met de geldende beperkingen: geen koepels en geen kruizen. Maar de kopten zijn hun kerk gaan bouwen op een andere plek.’

-

Twee huizen
Runderkamp wist ineens veel meer dan de Egyptische onderzoekster Lamis Yahya, die er in haar 29 bladzijden tellende, uitvoerig gedocumenteerde rapport, What Happened in Mārīnāb Village? An Investigative Report van 13 oktober 2011, er niet helemaal uitkwam. Zij had inderdaad ook een meetinghouse gezien, dat er nog stond:

‘I went to this meetinghouse and took photos of it. It seemed relatively new— perhaps 25 years old.’

Het nog bestaande meetinghouse in Marinab, dat ongeveer 25 jaar oud zal zijn. (foto: Lamis Yahya, What Happened in Mārīnāb Village? An Investigative Report, p. 21. )

Op pagina 21 van haar rapport heeft ze een foto met het onderschrift ‘The meetinghouse built in 1985′ opgenomen. Runderkamp daarentegen wist ineens dat in dit volgens haar nog tamelijk jonge gebouw al ’80 jaar religieuze diensten werden gehouden’ gehouden en dat het ook nog eens een ‘erkende gebedsruimte’ – een kerk dus – was en dat de kopten dat gebouw hadden moeten afbreken en vervangen, maar dat niet gedaan hadden.

Lamis Yahya vernam dat Yūsuf Mu’awad, de voormalige eigenaar van het huis dat het gebedshuis had geherbergd, was geweest, kennelijk twee huizen had gehad. Politiegeneraal Badran vertelde haar over de vroegere kerk dit:

”It was a simple meetinghouse like the one here on the left side, it was built with mud bricks’.

Dat lijkt te impliceren dat hij meende dat de vroegere, bouwvallige kerk wel leek op het nog bestaande meetinghouse, maar haar daarmee kennelijk niet identificeerde, maar het zou natuurlijk kunnen zijn dat hij de oude kerk niet vergeleek met het bestaande meetinghouse, maar met een willekeurig woning links van hem. Maar hij sprak in ieder geval wel in de verleden tijd, over een gebouw dus dat eenmaal bestaan had, maar nu niet meer te zien was. Maar Lamis Yahya bleef voorzichtig en schreef ronduit op dat ze er niet helemaal uitkwam:

‘So now, I am confused as to which one was the church and which building was the meetinghouse since Yūsuf Mu’awad had two houses.’

Interieur van de oude kerk van Mar Girgis in Marinab, foto van 26 mei 2010 (bron: Lamis Yahya, What Happened in Mārīnāb Village? An Investigative Report, p. 23.)

En ze liet het bij die vaststelling. Wel nam ze op pagina 23 van haar rapport nog een foto van 26 mei 2010 op met de ondertitel ‘The meetinghouse’, die de indruk wekt als kerk te zijn ingericht en die weinig lijkt op de andere foto die ze zelf maakte van het nog bestaande meetinghouse. Alleen op grond daarvan zou men al de indruk krijgen dat het oude gebedshuis wel degelijk afgebroken was en dat op die plaats de nieuwbouw aan het verrijzen was. Maar helemaal zeker was dat zo nog niet.

-

Beelden van de oude kerk
Maar laten we nu eens kijken naar de video hieronder, die op 17 oktober 2011 op YouTube werd geplaatst. Ik had hem al eerder gezien, maar nu heeft Arab West Report een vertaling in het Engels op zijn website geplaatst, waar ik iedereen nu naar kan verwijzen. Het gaat om een interview met vader Salīb ‘Ilīyās (of Elias), die ook passief, via een oude opname uit december 2010, figureerde in de NOS-reportage van Lex Runderkamp, in zijn kantoor te Idfu (of Edfu). Hij is de plaatsvervanger of de vertegenwoordiger van bisschop Hidra (of Hedra) van Aswan en hij is de man die verantwoordelijk is voor de gang van zaken in El Marinab.

In het filmpje vertelt hij onder meer dat men wel degelijk toestemming had ontvangen om een nieuw gebouw op de plaats van de oude vervallen kerk te bouwen. Er zijn dan ook beelden (tussen 0.53 en 1.25) van de vergunning en van de bouwtekening inclusief cirkeltjes, die kennelijk de koepels aanduiden, te zien. (Enkele van de getoonde documenten kan men overigens ook vinden op de site van Arab West Report via de links op pagina 23 van het rapport van Lamis Yahya.) Maar mij gaat het daar nu minder om. Voor ons doel veel interessanter is dat er ook beeldem van de oude kerk van Mar Girgis opgenomen zijn (tussen 0.29 en 0,41 en tussen 1.57 en 2.12). Kijk zelf maar:

We herkennen hier onmiddellijk de ruimte die ook op pagina 23 van het rapport van Lamis Yahya is afgebeeld. Zolang de blik van de camera horizontaal op de benedenverdieping blijft, ziet er allemaal nog wel een beetje uit, maar zodra de lens naar boven gericht wordt, ziet men dat het niet veel soeps is. Bij ongeveer 2.06-2.07 krijgt men zelfs even zicht op het dak vol met gaten. Ik weet het natuurlijk niet volstrekt zeker, maar dit lijkt niet erg op het lage nog bestaande meetinghouse, dat Lamis Yahya op bladzijde 21 van haar rapport gefotografeerd heeft en dat Lex Runderkmap ook beschrijft.

-

De pater en de bisschop
En daar komt nog iets bij. In het interview heeft vader Salib het over de afbraak (demolition) van het oude gebouw. Men wilde dat eigenlijk liever niet, zegt hij, omdat restauratie van een bestaand gebouw kennelijk minder problemen oplevert dan afbraak en volledige vernieuwing. Hij vertelt erbij dat de vergunning een benedenverdieping, een eerste verdieping en koepels bevatte, maar over die technische details hoeven we ons nu niet te bekommeren.

Tegelijkertijd publiceerde Arab West Report een vertaling van een verklaring van bisschop Hidra (of Hedra) van Aswan, die hij op 12 of 13 oktober publiceerde naar aanleiding van een toespraak door hem, die op zondag 18 september 2011 werd opgenomen en op dinsdag 20 september 2011 werd uitgezonden door al Karma TV, dus ruim voor de aanval op de kerk in aanbouw op vrijdag 30 september, en die als video op YouTube staat. De bisschop verklaart onder meer dat op de plek van de nieuwbouw sinds 1940 een huis als kerk in gebruik was en dat er een vergunning voor nieuwbouw was

Het is natuurlijk denkbaar dat bisschop Hidra en vader Salib niet de waarheid spreken en dat de nieuwe kerk inderdaad op een andere plaats dan waar de vergunning betrekking op had, gebouwd werd, maar voorlopig lijkt er niet al te veel reden om aan hun woorden te twijfelen. Degene die dat wel doet, moet eerst maar eens met bewijzen komen. De beelden, de foto’s, de teksten, alle wijzen ze erop dat de nieuwe kerk op de plaats van het oude, afgebroken gebouw werd opgericht. Waarom zou vader Salib anders aan de makers van het filmpje anders de afbraakvergunning (permission for demolition, op de beelden 1.07 tot 1.14) gegeven hebben, die ook op de site van Arab West Report te vinden is? En waarom zouden de pater en de bisschop steeds spreken over een afgebroken gebouw, als iedereen ter plaatse zo met eigen ogen zou kunnen zien dat het oude gebedshuis er nog ongeschonden staat?

-

Afgebrande woningen en buitenstaanders
Er zijn nog twee interessante gegevens. Allereerst nog een klein detail. De bisschop vertelt verder dat op 30 september behalve de kerk ook drie gezinswoningen en voorraadruimten bij de kerk in vlammen opgingen. In een radioreportage die Lex Runderkamp ook maakte en die twee dagen voor het tv-verslag op de NOS-site werd geplaatst, vertelt Lex Runderkamp zelf dat ook ‘de woningen’ naast de kerk in aanbouw ‘allemaal in brand gegaan’ zijn. En in zijn tweede wegblogstuk scheef hij dat de grootste brand ‘naast de kerk in een winkel en een kantoortje van de rondreizende priester Makarios’ woedde. (Overigens curieus dat die priester zijn kantoor niet ingericht had naast het volgens Runderkamp nog bestaande en onaangetaste gebedshuis, maar naast de nieuwe kerk in aanbouw, die volgen Runderkamp op een andere, nieuwe plek verrees, maar dit hier slechts terzijde.) Zou het volgens hem wel erg kleine groepje kopten niet alleen het eigen kerkgebouw in brand hebben gezet, maar ook nog eens de woonhuizen van gezinnen hebben opgeofferd en dat alleen om alleen om moslims van wandaden te beschuldigen? Wie dat met Lex Runderkamp aannemelijk acht, mag het zeggen.

En dan nog iets. In het interview vertelt vader Salib dat het bouwen in juni begonnen was en dat alle moslims in het dorp ervan afwisten. Dat is niet onwaarschijnlijk, aangezien we weten dat er eind 2010 al over de plannen gediscussieerd werd. Pas toen met Eid al-Fitr of het Suikerfeest, dat het einde van de Ramadan markeert en dat was dit jaar eind augustus, mensen die uit het dorp afkomstig waren, vanuit Cairo terugkeerden om het feest thuis mee te vieren, zouden de moeilijkheden ontstaan zijn. Zij zouden verontwaardigd geweest zijn over de koepels en de leden van de plaatselijke gemeenschap opgehitst hebben. Kan, kan niet. Op zich klinkt het niet geheel implausibel, maar je kunt ook wantrouwig bedenken dat hier de schuld gemakkelijk afschoven wordt op outsiders. We zagen dat Kees Hulsman op zaterdag 1 oktober van moslimkant ook eerst te horen kreeg dat de daders van de aanval van elders kwamen en dat de politie en de lokale imam Habib dat tegenspraken. Voor de lieve vrede is het natuurlijk wel zo handig als de oorzaak niet in de eigen dorpsgemeenschap ligt. Wie zal het zeggen? Maar het zou natuurlijk ook wel waar kunnen zijn: dat scherpslijterij door meer ideologisch bevangen geesten van buiten aangewakkerd wordt.

-

Tot slot
Kortom, helemaal zeker ben ik niet, maar het ziet ernaar uit dat ook wat betreft de plek van de bouw Runderkamp zijn tussentijds gewijzigde beweringen – eerst was er nooit een kerk geweest en toen werd ie ineens naast het al tachtig jaar bestaande gebedshuis gebouwd – nog wel iets uit te leggen heeft. Welk enigszins geïnformeerd artikel je ook op internet opzoekt, steeds gaat men er vanuit dat de nieuwbouw op dezelfde plaats als de oude vervallen kerk stond. Maar het is natuurlijk mogelijk dat al die journalisten zich vergissen. Je weet maar nooit.

Een detail meer niet, maar misschien toch aardig om even op te merken. En graag verwijs ik nog eens naar het onvolprezen werk van Arab West Report. Daar vindt men al het materiaal bijeen.

Postscriptum (donderdag 29 december 2011, ongeveer 9.55 uur)
Inmiddels heb ik zowel van Lamis Yahya als Kees Hulsman nadere toelichting gekregen. Ook Lamis Yahya is van mening dat de nieuwe kerk op de plek van de oude kerk werd gebouwd, die vervallen was en een jaar geleden is afgebroken. In haar rapport heeft ze de foto van de kerk op pagina 23 veiligheidshalve ook maar het onderschrift meetinghouse meegegeven. Het nog bestaande meetinghouse uit (ongeveer?) 1985, afgebeeld op pagina 21, staat er nog. Het is volgens haar relatief nieuw en er was dus geen enkele reden om dat af te breken.

Ik voeg daar aan toe dat men het ook in diverse reportages die vanuit El Merinab zijn gemaakt nog kan zien. Men ziet dan de mannen naast elkaar tegen de muur met de deur zitten.

Ook volgens Kees Hulsman is het oude gebouw dat als kerk diende afgebroken. Hij merkt op dat hij en Lamis Yahya op de woorden van de generaal op zaterdag 1 oktober 2011 – ‘It was a simple meetinghouse like the one here on the left side, it was built with mud bricks’ – verstaan hebben als: dat het een ruimte betrof zoals de ruimte waar de generaal ons naar verwees, en dat was kennelijk het nog bestaande meetinghouse. De generaal wilde volgens hem zeggen dat het oude heel eenvoudig was, te vergelijken met het meetinghouse dat ze zagen.

Mij lijkt elke verwarring nu wel uitgesloten. Iedereen maakt melding van afbraak en nieuwbouw op dezelfde plek. Alleen Lex Runderkamp gaat eerst mee met de bewering van actievoerder en mogelijk instigator Abdallah dat er nooit een kerk was en switcht vervolgens even zelfverzekerd naar de stelling dat de tachtig jaar oude kerk er nog steeds staat.

Tja.

(42)

[Gepubliceerd: donderdag 29 december 2011, 8.55 uur. Postscriptum gewijzigd op donderdag 29 december, ongeveer 9.55 uur.]

22 december 2011

Vergankelijkheden en scheppingen

.:.

Zijn en zijnden
Je hebt het zijn en de zijnden. Althans zo zeggen sommige filosofen dat.

Het zijn – of het Zijn – is dan de meest omvattende term voor alles wat er is. Er zijn andere termen voor wat alles omvat. Het woord wereld wordt wel losjes zo gebruikt en dan gaat het niet om de aarde, maar om een aanduiding voor ons gehele bestaan, op zich ook al een mogelijke kandidaat. Sommigen menen dat het begrip natuur ook als zodanig kan functioneren en gebruiken het ook zo. Anderen letten liever meer op het tijdsaspect en opteren voor geschiedenis. En overigens, alles is in omschrijving al twee keer voorbij gekomen.

De geest mag dan meer zijn dan het lichaam, tegelijk valt er veel te zeggen voor de stelling dat het lichaam werkelijker is dan de geest.

Als het Zijn het meest omvattende is, worden de dingen die er zijn, vaak de zijnden genoemd. En entiteit fungeert dan soms als synoniem: iets dat er is. In de omschrijving gebruikte ik net al, bijna onbewust, de term dingen en dat woord wordt dus ook wel gebruikt. Het geeft meteen al aan waar een kleine moeilijkheid zit. Bij een ding denken we in de eerste plaats aan een fysiek object dat in ruimte en tijd bestaat. Sommige mensen houden er erg van om allerlei ‘dingetjes’ om zich heen te hebben. Maar in de meer algemene zin van de dingen die er zijn, wordt het woord breder gebruikt. Je kunt ook zeggen dat je vandaag nog veel dingen moet doen: nog naar de bibliotheek, de winkel, met je dochter naar het verjaardagsfeest van een vriendinnetje van haar, en zo verder, en ondanks de drukte kunnen dat toch hele leuke dingen zijn.

Ook bij zijnden of entiteiten hebben we waarschijnlijk de neiging om het eerst aan concrete objecten en mensen te denken. Dat is niet toevallig, omdat ons eigen bestaan in de wereld een fysiek gegeven is. Wij mensen hebben een lichaam en ons bestaan is lichamelijk. Ik snap best wat er wordt bedoeld met de uitspraak dat de geest meer dan het lichaam is, maar in zekere zin is ons lichaam toch werkelijk echter en werkelijker dan onze geest (en dat ik twee keer hetzelfde woord gebruik is opzettelijk). Abstracte taal is doordesemd van ruimtelijke en lichamelijke metaforen. De dag ligt voor ons, de moeilijkheden van gisteren liggen achter ons. Een term omvat iets. Je problemen kunnen groot zijn, de rapportcijfers van je kinderen kunnen hoog zijn, maar ook zwaar tegenvallen. De wereld van de geest is in de wereld van de ruimte, van de dingen – letterlijk – en de lichamen geworteld (ook al zo’n metafoor, zij het misschien niet de beste).

*

Natuurlijk kun je zeggen dat een zijnde ‘iets dat bestaat’ is. Maar wat je daarbij nooit over het hoofd moeten zien, zijn twee dingen (hè, dat woord duikt ook overal op en ook hier is het vanzelfsprekend in meer metaforische zin bedoeld). Ten eerste dat veel dingen, en nu weer in de zo algemene zin dat ook mensen eronder vallen in onze wereld, slechts tijdelijk bestaan. En ten tweede dat wat bestaat, een voortdurende schepping van ons menselijke geest is.

-

Vergankelijkheden
De dingen ontstaan, bestaan en verdwijnen weer: πάντα ῥεῖ, zoals dat op allerlei huizen staat. De bewoners beseffen dat hun aanwezigheid daar tijdelijk en onzeker is, zoiets zullen ze wel willen zeggen. Alles verandert voortdurend. Mensen worden geboren, leven en sterven. Dat geldt voor dieren ook. Onze spullen, van onze woningen tot onze kleren, hebben een beperkt bestaan. Mijn horloge draag ik al 43 jaar, maar dat vind ik dan ook bijzonder. En als men het tegenwoordig over duurzaamheid heeft, dan gaat het er, geloof ik, meer om dat we verstandig met natuurlijke hulpmiddelen en energie en met de leefomgeving omgaan, dan dat we zolang met onze spullen moeten doen. (Volgens mij komt het er in de praktijk meestal op neer dat je je oude dingen snel weg moet gooien en moet vervangen door nieuwe duurzame goederen.) Het gaat ook over hergebruik. Ik meen me te herinneren dat op twee van de schilderijen van Rembrandt dezelfde persoon voorkomt en dat deskundigen vaststelden dat hij na vele decennia, vier meen ik, nog steeds – of opnieuw: voor de speciale gelegenheid – dezelfde jas droeg. Dat vinden wij nu opmerkelijk: veertig jaar met dezelfde jas doen!

De termen zijnde en entiteit zeggen slechts dat iets er is. En als je van iets kunt zeggen dat het er is, kun je het een zijnde of een entiteit noemen. Maar toch denk je dan niet zo snel aan een gebeurtenis, een handeling of een proces. Of niet eerst. Je begint bij de fysieke objecten en bij planten, dieren en mensen. Waren of zijn de middeleeuwen een zijnde? Was het in de rij staan voor de disco van je dochter vorige week vrijdagavond een entiteit en was het feit dat ze na twintig minuten ongeduldig werd weer een andere entiteit? Was de oversteek van Julius Caesar over de Rubicon een zijnde? Het taalgebruik wringt hier wat. Tuurlijk kun je alles wat je kunt benoemen als bestaand, per definitie, stipulatief, een zijnde of entiteit noemen, maar vanuit die begrippen stel je je het een eerder voor dan het ander.

In feite zou je niet over zijnden maar over vergankelijkheden moeten spreken. Want een groot deel van de zogenaamde entiteiten bestaat maar kort. Wij leven in de tijd. Wij zijn zelf aan de tijd onderworpen – ook al weer zo’n ruimtelijke metafoor overigens – en ons eigen bestaan is tijdelijk: wij zijn sterfelijke wezens. Ik bedoel dit meer als aandachtspunt. Het zou nog heel wat werk kosten om van alle zijnden uit te maken of ze al dan niet vergankelijk zijn. Alles wat tot de wereld van de menselijke arbeid valt, behoort er in ieder geval toe en ook onze aarde is vergankelijk. Ook onze abstracta zijn in die zin vergankelijk. Als er geen mensen meer zijn, zal er geen wiskunde meer zijn, want het gaat om een uitvinding van de menselijke geest, die uiteraard geworteld is in de ruimtelijke, natuurlijke wereld die we aantreffen.

Zijnden zijn in het algemeen vergankelijke zijnden, met een kort bestaan. Natuurlijk kun je dan nog steeds zeggen dat het zijn al die vergankelijke zijnden omvat, maar of het veel zin heeft om over de eenheid van alle zijnden of al het zijnde te bespreken, weet ik niet. Wat zeg je dan eigenlijk?

-

Scheppingen: woorden
Wat er bestaat, is niet alleen aan voortdurende verandering onderhevig, wij weten eigenlijk niet eens wat er allemaal bestaat. De menselijke geest schept voortdurend nieuwe dingen en vergeet vroegere scheppingen of annuleert die.

Je hebt bijvoorbeeld natuurlijke personen en rechtspersonen. De laatsten zijn scheppingen van het recht. Of beter gezegd: dat recht, en ook dat is zelf alweer een vinding – zij het mogelijk in de kern een noodzakelijke (denk aan de idee van het natuurrecht!) – van de menselijke geest, maakt het mogelijk een stichting of een vereniging op te richten. Rechtspersonen kunnen vaak allerlei dingen die natuurlijke personen ook kunnen en ze kunnen allerlei rechtshandelingen verrichten. Ze kunnen bijvoorbeeld bezit of eigendom hebben of onrechtmatige daden plegen. Maar het blijft om een metafoor gaan. Een natuurlijk persoon kan plotseling sterven en dat heeft ook juridische gevolgen. Een rechtspersoon kan dat niet. Die kan wel opgeheven of ontbonden worden. Rechtspersonen kunnen trouwens ook ouder worden dan mensen van vlees en bloed.

Maar het hoeft niet eens om rechtspersonen te gaan. Mensen kunnen elk weekend met elkaar gaan hardlopen of elke woensdagavond met elkaar een biertje gaan drinken en dan vormen ze een renclubje of een vriendenclubje en het kan zijn dat ze daar na een tijdje een al dan niet grappige naam aangeven: de Reeuwijkse Renners bijvoorbeeld of de Vijf Keizers, als bevriende bierdrinkers bijvoorbeeld gewend zijn altijd ergens in een schenkgelegenheid aan de Keizersgracht bijeen te komen. Zoiets kan langzaam groeien, maar na tien jaar zal iemand misschien zeggen: de Vijf Keizers bestaat nu tien jaar, zullen we dat niet eens vieren? En dan kan het best zijn dat de naam pas in de loop van het derde seizoen opkwam en dat niemand dat meer weet te dateren. Toch bestond de nu aldus genaamde vriendenkring daarvoor al, zoals allerlei geleerden in de de zestiende eeuw ook niet wisten dat ze tot de stroming van het humanisme behoorden.

Door woorden en handelingen creëren mensen steeds nieuwe werkelijkheden en je kunt daarom ook nooit exact zeggen wat er bestaat of wat al dan niet een zijnde is. Op Twitter vroeg iemand onlangs of zijn volgers ook een net woord voor ‘afzeiken’ wisten. En ook nadat allerlei suggesties voor alternatieven waren gedaan, bleef hij, terecht denk ik, ontevreden. Er zijn vele uitdrukkingen die ongeveer hetzelfde fenomeen aanduiden, maar de betekenis en vooral de gevoelswaarde zijn net iets anders. Er zal ook wel geen ‘net woord’ voor bestaan, want het fenomeen is dat niet zo erg en het woord geeft ook uitdrukking aan het minder fraaie aspect van het beschreven verschijnsel. Het gaat niet voor niets, ook hier, om een metafoor. ‘Afzeiken’ is een woord dat tamelijk recent algemener is geworden en dat waarschijnlijk uit studentikoze kringen afkomstig is en dan misschien zo’n ruime kwart eeuw, misschien ook wel langer of zelfs veel langer, bestaat. Maar het woord is natuurlijk in omloop gekomen omdat het een eigen realiteit omschrijft, en zo verdwijnen er met het in onbruik raken van woorden ook weer werkelijkheden, al kunnen we die deels met behulp van oude geschriften en woordenboeken weer oproepen. Maar niet alle woorden die ooit gebezigd zijn, zijn vastgelegd.

-

Scheppingen: ook zonder woorden
Maar je hoeft zelfs geen woord te zeggen om toch een nieuwe geestelijke werkelijkheid in het leven te roepen. Als Anja even drie biertjes aan de bar haalt en, terwijl het gesprek over politiek druk voort gaat, er eentje aan Willem en Rebecca toeschuift, heeft ze daarmee nieuwe bezits- of eigendomsverhoudingen gecreëerd. Als iemand even later aan Rebecca vraagt, ‘is dit glas nu van jou of van mij’, kan Rebbeca zeggen: ‘nee, dit is het mijne, dat daar, dat moet van jou zijn’. Die eigendomsverhouding of die aanspraak bestaat. (Het gaat dan om de inhoud, want het glas als voorwerp blijft ondertussen van de uitbater, dat ook nog.) Maar het is niet de moeite waard het erover te hebben. Als ze het café verlaten, is het glas leeg en de aanspraak verdwenen en nooit zal iemand er nog aan denken. Maar heeft het dan zin om de eenheid van dit ontegenzeggelijke kortstondige zijnde met andere zijnden te gaan zoeken, zoals wijsgeren doen die over de eenheid van al het zijnde of van alle zijnden spreken?

Als er in een buurt een samenscholingsverbod is afgekondigd en dertig mensen op een plein worden aangehouden vanwege overtreding van het verbod, is hun samenscholing dan net zo reëel als hun eigen bestaan? Dat die dertig mensen bestaan, daaraan zal niemand twijfelen. Maar de officier van justitie zal eerst nog maar eens moeten bewijzen dat er een samenscholing bestond. Het is mogelijk dat die mannen beweren dat ze daar allemaal of deels om hun moverende redenen waren, dat ze elkaar niet kenden en ook geen gemeenschappelijk doel hadden en dat het wel leek of ze een zekere eenheid vormden, maar dat het echt een toevallige samenloop van omstandigheden was dat diverse groepjes, die op zich uit zo weinig leden bestonden dat ze niet onder het verbod vielen, daar net op het zelfde moment zich bevonden en dicht bij elkaar in de buurt liepen. Het is maar de vraag of het ooit duidelijk was of er sprake was van een samenscholing.

En deze benoeming is een duidelijke menselijke daad. Dertig mensen op een plein kunnen ook samen een feest vieren. Of een uiting van hangouderenproblematiek vormen. En ook die uiting of die problematiek bestaat dan – en die kun je dus volgens de definitie een zijnde of een entiteit noemen – en kan in de gemeenteraad besproken worden. Bestaat de Hofstadgroep? De leden wisten niet dat ze lid waren van een aldus genaamde organisatie en de ene rechter zegt dat ie wel bestond, terwijl de andere hem niet kan ontdekken of althans de contouren te zwak vindt om eenduidig te kunnen zeggen dat deze club werkelijk bestond. Of iets bestaat, is niet altijd duidelijk.

Van sommige dingen is het kortstondig bestaan onomstreden. Mensen bestaan en allerlei fysieke dingen bestaan ook. Sommige gedachten en ideeën bestaan ook. Je kunt zo even nazoeken wat historisch materialisme ook al weer was en welke verschillende opvattingen erover de ronde deden en doen. Maar elke dag ontstaan er nieuwe dingen en wat er bestaat, is grotendeels een gevolg van de menselijke omgang met de wereld: door hetzelfde anders te benoemen bestaat het ook anders. Iemand kan werken. Hij kan ook een zogenaamd instituut oprichten en zeggen dat het instituut, waarvan hij de enige deelnemer, die dag dat en dat gedaan heeft.

-

Vergankelijke scheppingen
Bestaan is niet eenduidig. De zijnden zijn vooral vergankelijkheden, zij het mogelijk niet alle. En wat er is, hangt af van hoe mensen de dingen benoemen en van wat ze elke dag weer aan nieuwe scheppingen in de wereld zetten.

We weten niet wat er bestaat. Van sommige dingen weten we het, van andere dingen weten het niet en soms weten we het niet zeker. En steeds scheppen mensen weer nieuwe dingen die vergankelijk zijn.

.:.

Leeuwen van Tawheed (de eenheid Gods) of PolderMujahideen. Was dit het logo van de Hofstadgroep en bestond die nu wel of niet?

Naschrift
Dit is voor mijn doen een tamelijk kort stukje. De polemiek in mijn twee vorige stukjes beviel me achteraf niet erg. Ik was veel te veel woorden kwijt aan het uitleggen van wat er naar mijn idee niet klopte. In het stukje van maandag - Over vliegende roze olifantjes, zijn en niet zijn. En of bestaan univook is - nam ik stelling in betrekking tot een uitgangspunt dat op zich niet helder was, althans niet in mijn ogen, en in het stukje van gisteren - Historische waarheid en tijdelijkheid - ging het over een gedachte die op zich al verward was.

Ik had gewoon even kunnen uitleggen dat zinnen waar zijn, omdat de inhoud waar blijkt te zijn, en dat het begrip waarheidsmaker niets anders is dan de verdubbelde omschrijving voor dat wat de waarheid van een zin bepaalt, en dat zinnen over iets in het heden iets over iets in het heden zeggen en dat uitspraken over iets uit het verleden iets over het verleden zeggen en dat in het laatste geval alleen nog bepaalde bewijzen omtrent het voorbije gebeuren waar je iets over zegt, nodig zijn om de waarheid te bewijzen. Waarbij het bewijs dan uiteraard niet de waarheid is, maar die juist bewijst.

Er moet iets uit het verleden overgeleverd zijn waardoor het überhaupt mogelijk is om iets over een gebeuren uit het verleden te zeggen. Er moet nog iets bestaan. Het kan om herinneringen gaan, om een dikwijls overgeschreven tekst of om beelden, documenten of voorwerpen: het gebouw van het Rijksmuseum staat er al sinds 1885 en de Amsterdamse Oude Kerk al sinds de middeleeuwen. Ik heb regelmatig zand uit de achttiende eeuw, dat uit gerechtsboeken viel, in het niet meer bestaande gebouw van het gemeentearchief aan de Amstel van tafel geveegd.

Het hele idee van een waarheidsmaker is volstrekt overbodig en leidt alleen maar tot verwarring. Je moet gewoon kijken wat er in een zin staat en als die waar is, bepaalt de inhoud van die zin en waar die betrekking op heeft, dat ie waar is en het maakt dan niet uit of de zin al dan niet naar een nu bestaande fysieke realiteit verwijst. Het gaat er maar net om waar de zin over gaat. Dat kan over van alles en nog wat zijn en lang niet alle beweringen gaan, gelukkig maar, over een externe realiteit. Er is nog wel wat meer in het leven. Er bestaat nog wel wat meer.

Maar goed, deze afsluitende polemische opmerkingen om te laten zien waarom ik geen zin meer heb in polemieken. Het heeft geen zin om warrigheden te weerleggen, het is zinvoller om positief na te denken over wat we over onze werkelijkheid kunnen zeggen.

(41)

21 december 2011

Historische waarheid en tijdelijkheid

.:.

De tijd, dat is het probleem.

Maandag plaatste ik hier een stukje over zijn en niet zijn en de vraag of bestaan univook is. Het was deels een reactie op de stelling van Emanuel Rutten dat bestaan eenduidig of eenzinnig is. Ik had er met plezier aan gewerkt, maar zijn reacties (hier en lager) bezorgden mij een katterig gevoel, vooral omdat hij tot dusverre naar mijn idee vooral niet reageerde op mijn betoog en mijn vragen. Mij is nog steeds niet duidelijk wat de uitspraak dat bestaan eenduidig is, nu zou kunnen toevoegen aan ons begrip van de wereld.

-

Gerd Müller maakte tijdens de WK-finale Duitsland-Nederland in 1974 het beslissende doelpunt (foto: Wikipedia)

De veranderlijkheid van het bestaan
Misschien ga ik op de vraag naar de al dan niet bestaande eenduidigheid van het bestaan nog wel eens nader in. Rutten mag dan volhouden dat bestaan eenzinnig of eenduidig is, hij erkent tegelijkertijd wel dat er allerlei zijnswijzen zijn en dat is naar mijn idee veel belangrijker als het om ontologie gaat: de beschouwing van de verschillende manieren waarop de dingen bestaan. Ik zou zeggen dat als bestaan op verschillende zijnswijzen betrekking kan hebben, het begrip daarmee al meerduidig is. Als je van het ene zegt dat het bestaat, bedoel je iets anders dan wanneer je dat van het andere ding zegt: ze bestaan op andere wijze. Maar hij erkent dat pas als die zijnswijzen ook gradueel verschillen en dan is de vraag ook hoe je gradaties tussen zijnswijzen bepaalt. Van sommige dingen zeg je dat ze in werkelijkheid bestaan, van andere zeg je dat ze in het echt niet voorkomen. Ik zou dat een gradueel verschil noemen, maar dat is mogelijk een kwestie van semantiek.

Wat mij in de reacties van Emanuel Rutten vooral opvalt, is dat hij niet ingaat op tijdsverloop, het ontstaan, het bestaan en het verdwijnen van de dingen. Eekhoorns bestaan, eenhoorns bestaan niet en dodo’s bestonden ooit, maar bestaan niet meer en het is niet onmogelijk dat tijgers over niet al te lange tijd niet meer zullen bestaan.

Elke dag ziet uiteraard de opkomst en de ondergang van veel dingen. Ook vandaag worden er weer veel woorden, handelingen en dingen aan de wereld toegevoegd, die er gisteren nog niet waren – een selectie noemen we nieuws – en ook vandaag verwaaien er weer woorden en gedachten, vergeten we handelingen, daden, voorvallen en gebeurtenissen en worden er huizen afgebroken, bomen gekapt, dieren gedood en wordt afval verbrand. Wat er wel of niet bestaat, is voortdurend aan verandering onderhevig, dat is wel duidelijk. En slechts van een deel van wat ooit bestond, hebben we weet, zoals we ons over wat er ooit zal bestaan, niet meer dan een vage voorstelling kunnen maken.

Ook vandaag sterven er mensen en worden er nieuwe baby’s geboren, wat Hannah Arendt aanleiding gaf tot het vestigen van aandacht op het begrip nataliteit: de veranderlijkheid van het bestaan is niet alleen vergankelijkheid, er ontstaat ook steeds iets nieuws. Ook in dit stukje zullen bijna alle zinnen weer volstrekt nieuw zijn: ze hebben nooit eerder bestaan en ze zullen voor het grootste deel ook nooit weer opgeschreven worden. Daar heb je het nieuwe en het vergankelijke en tijdelijke ineen. Dingen ontstaan en dingen verdwijnen en in de vluchtigheid van het bestaan liggen beide bijeen of vallen ze vrijwel samen. De wereld zal morgen anders zijn dan die vandaag is of gisteren was. De wereld van 1900 was een andere dan die van 300 na Christus of die van 2500 voor Christus.

Dat is geschiedenis, een dubbelzinnige term, waarmeer tegelijk wordt geduid op wat er in die eeuwen achter ons is gebeurd, en op onze kennis daarvan, die we meestal in de vorm van een ordelijk verhaal of een beschouwing gieten. En ik geloof niet dat het toevallig is dat die term dubbelzinnig is. Het is geen eigenschap van het Nederlands, maar je ziet hetzelfde in vele talen en het zou me niet verbazen als het zelfs in (vrijwel) alle talen zo zou zijn. ‘Dit is de geschiedenis van …’ of ‘dit is het verhaal van …’ heeft altijd een dubbele referentie: aan dat of diegene(n) waarover die geschiedenis of dat verhaal gaat, én aan de geschiedenis of het verhaal zoals het op dat moment, rond het avondvuur op het plein waar de mannen van het dorp zich verzameld hebben om naar de bard te luisteren, of in een boek dat je bij de open haard zit te lezen, verteld wordt.

-

Geschiedenis
Over geschiedenis moet ik het hier hebben. Het stukje van Rutten waar ik maandag op reageerde, eindigde namelijk met een zin over het bestaan van het verleden en de vraag wat historische uitspraken waarmaakt. Ik citeer de passage even:

‘Wie stelt dat het verleden bestaat en zo direct ware historische uitspraken waarmaakt ontkomt er namelijk niet aan om aan de term ‘bestaan’ in de uitspraak dat het verleden bestaat dezelfde betekenis toe te kennen als aan de term ‘bestaan’ in de uitspraak dat, zeg, protonen bestaan, hetgeen absurd lijkt.’

Dit heeft op zich veel weg van een stropopredenering. Iemand die stelt ‘dat het verleden bestaat en zo direct ware historische uitspraken waarmaakt’ – de verbinding tussen de twee stellingen is ook al hoogst merkwaardig en absoluut niet noodzakelijk –, is natuurlijk absoluut niet verplicht om aan de term ‘bestaan’ een zelfde betekenis toe te kennen als aan die term in de constatering dat keukenkastjes of zeeanemonen bestaan. Integendeel, iemand die dat zou doen, zou een volstrekte dwaas zijn. Rutten ziet dat ook wel, want hij meent dat het in beide gevallen toekennen van een zelfde betekenis aan de term ‘bestaan’, ‘absurd’ lijkt. Ja, zeg dat wel. Maar waarom voert hij dan toch een dergelijke denkbeeldige figuur op? Waarom stelt hij dat deze virtuele man of vrouw niet aan een zelfdebetekenistoekenning ontkomt, terwijl het volstrekt duidelijk is dat die absurd is? Niemand is toch verplicht om absurde dingen te beweren? Daar kun je best aan ontkomen, namelijk door het niet te doen.

Wie zegt dat de tijd of de geschiedenis bestaan, gebruikt het woord in een heel andere zin dan wanneer ik zeg dat mijn koffiemok bestaat: meerzinnig dus en niet eenzinnig, zou ik zeggen. Als ik mijn koffiemok straks in de keuken kapot laat vallen, bestaat ie niet meer, maar bestond die koffiemok tussen waarschijnlijk ergens een datum in 1995 – er staat een kalender van 1996 op en het ding zal dus wel in het voorgaande jaar of, wie weet, een van de voorgaande jaren in China of elders in Azië geproduceerd zijn – en een dag tegen het eind van december 2011. Volgens Rutten is er tussen het kortstondige of althans beperkte bestaan van mijn koffiemok – zestien jaar is ook weer niet zo’n gekke levensduur voor een aardewerken voorwerp en hij is gelukkig nog steeds heel en kan mogelijk nog heel wat jaren mee – of de uitroep ‘hatsjie’ als u moet niezen, en het bestaan van het heelal geen gradueel verschil – alle drie bestaan immers – maar ik vraag me dan nog steeds af wat je daarmee aan ons begrip van de wereld toevoegt. Was die korte, vluchtige blik van de persoon tegenover u in de trein vanmorgen nu werkelijk even reëel als de liefde van uw partner? De vraag is het antwoord.

Ondertussen is de vraag nog steeds wat Rutten bedoelt met zijn redenering over zijn denkbeeldige persoon die uit de volstrekt normale en begrijpelijke opmerking dat het verleden bestaat, zulke absurde conclusies trekt. Als ik het goed zie, gaat het hem vooral om het bestaan nu. In zijn voorgaande stuk ging het namelijk over zogenaamde ‘waarheidsmakers van historische waarheden’ en daarom ga ik daar nu op in.

-

Waarheid
Rutten heeft het daarin over de waarheid van historische waarheden of beter gezegd over de waarheid van uitspraken over historische waarheden. Hij gebruikt namelijk een in de filosofie niet geheel onbekend waarheidsbegrip dat enigszins afwijkt van hoe we in het dagelijks leven met het begrip waarheid, in de zin van het toepassen van het begrip waar, omgaan.

Waarheid is een elusief begrip. Er zijn honderden of duizenden adjectieven en waar is er daar slechts eentje van. Zoals de meeste woorden wordt het in steeds andere contexten gebruikt en kun je dat nooit eenduidig in een enkele formulering vangen. Maar de meest gebruikelijke omschrijving van het begrip waarheid is deze:

‘Veritas est adaequatio intellectus et rei.’

De volgorde ‘rei et intellectus’ kan uiteraard ook. Het is de omschrijving die de meesten van u nog wel van school zullen kennen. Ze wordt ook zo vaak aangehaald, dat het niet meer nodig is de originele plaats bij Thomas van Aquino, want van zijn hand is de formulering, na te slaan om daar de betekenis te zoeken (ik heb dat trouwens wel eens gedaan). Deze definitie zal uiteraard lang niet alle situaties waarin we het begrip waarheid zinvol gebruiken, dekken, maar ze vormt een goed beginpunt omdat ze tamelijk adequaat beschrijft hoe veel mensen in de praktijk met het begrip waarheid omgaan. O ja, ik vergat bijna een vertaling te geven. Dit is een mogelijke:

‘Waarheid is de overeenstemming tussen begrip en zaak.’

Er zijn varianten mogelijk, met name voor dat woordje ‘intellectus’. Je kunt dat ook vertalen als verstand, of misschien inzicht of voorstelling en nog op diverse andere wijzen. Maar op zich is het wel zo ongeveer duidelijk waar het om gaat: je hebt een zaak of een ding en je hebt een begrip of een woord en die zijn met elkaar overeenstemming. Je hebt het begrip koe en het beest in de stal en dat begrip past wonderwel bij dat dier. Nu is de uitspraak ‘dit is een koe’ niet bijster zinvol, behalve als je een klein kind de namen van de dingen en de dieren wilt bijbrengen, maar je kunt de parallel uitbreiden tot hele zinnen of beweringen en wat we de werkelijkheid noemen. Iets is waar omdat het in overeenstemming is met de werkelijkheid.

In het dagelijks leven volgen we de definitie vaak ook vrij letterlijk (al denk ik, nogmaals, dat die lang niet al het zinvolle en juiste gebruik van het adjectief waar en het bijbehorende abstractere substantief waarheid uitputtend beschrijft). Net zoals we naar de vraag of iets bestaat, alleen stellen als dat omstreden is, geldt dat ook voor waarheid. Als iemand uit Groningen je aan de telefoon vertelt dat het daar regent, vertrouw je erop dat het waar is. Pas als iemand je dat op een stralende zomerdag in juni vertelt en het KNMI voor het hele land nog minstens drie droge dagen voorspeld had, vraag je: ‘Hè, je zit me nu toch niet voor de gek te houden, is dat echt waar?’ Waarheid is in het menselijk verkeer voorondersteld als een van de elementen die de taal en uitwisseling van gedachten zinvol maken. Maar in het dagelijks leven leggen we de waarheid in de overeenstemming tussen taal en werkelijkheid.

Voorbeeld. De politie is op zoek naar een voortvluchtige autodief of althans een grote crimineel – het delict moet wellicht iets ernstiger zijn, willen de dienders echt op jacht gaan – op de A28. Men gaat alle benzinestations af en vraagt of de man daar gezien is. Dan zegt een bediende achter een kassa ineens: ‘Ja, die heb ik hier pakweg een kwartier geleden nog gezien’. ‘Werkelijk, echt waar, weet je dat zeker?’, vraagt de politieman. En terwijl de benzinepompmedewerker nog eens goed naar de foto kijkt, zegt hij: ‘Jazeker, ik heb die man een kwartier geleden nog geholpen. Hij had een volle tank getankt, even kijken, hier staat het in de computer, hij tankte 43 liter en hij kocht nog een pakje sigaretten en een zak met krentenbollen’. Wat is er hier waar? Dat die man daar was. Dat wordt in taal uitgedrukt, maar het gaat er niet alleen om dat er ware zinnen worden uitgesproken, het gaat erom dat die man daar echt was.

Waarheid heeft dan een dubbele referentie, zou je kunnen zeggen: naar de taal en naar de werkelijkheid. Het is waar dat die man daar was. De uitspraak klopt, dat is het woord in het Nederlands. Uitspraak en werkelijkheid vallen samen. Dat is wat we meestal een feit noemen. Feiten zijn per definitie waar. En het is een feit dat de voortvluchtige man wegreed richting het noorden. De bewering beschrijft de werkelijkheid. Waarheid is een kwestie van overeenstemming, zoals de definitie of omschrijving dat zegt. En deze waarheidstheorie noemen we dan ook de correspondentietheorie: woord en werkelijkheid corresponderen met elkaar, ze stemmen overeen. Maar die woorden staan niet alleen tegenover de werkelijkheid, ze vormen er ook een onderdeel van en vandaar ook de onverbrekelijke samenhang.

-

Waarheidsdagers en waarheidsmakers
In de filosofie en met name de logica wordt soms een net iets andere opvatting van waarheid gehanteerd, een variant hierop. De waarheid wordt dan eenzijdig aan één zijde gelokaliseerd, in de taal. Je kijkt eigenlijk net de andere kant op: niet naar de werkelijkheid, maar naar wat normaal vanzelfsprekend is, de woorden over die werkelijkheid. Dat komt in het leven ook wel eens voor. Als iemand bijvoorbeeld van meineed wordt beschuldigd, verschuift alle aandacht naar de woorden die hij gebezigd heeft of de zinnen die op papier staan en die hij met zijn eed bekrachtigd heeft. Was het onwaar wat hij zei? Nog steeds gaat het om de overeenkomst, maar het zwaartepunt ligt nu bij de zin of de verklaring. Stel dat de pompbediende later voor de rechtbank verklaard heeft dat hij de man naar het noorden zag wegrijden, maar dat hij een maatje van de gezochte autodief was en in werkelijkheid gezien heeft dat de man bij de volgende afslag via een viaduct de andere baan nam en naar het zuiden reed, dan zal er heel nauwkeurig gekeken worden naar zijn uitspraken. Was wat hij verklaarde, letterlijk waar? Of wilde hij toch bewust iets misleidends formuleren? Dat soort dingen. Elke zin zal dan nauwgezet gewogen worden.

Ook in de filosofie gebeurt dat wel. Men onderscheidt dan vaak de letterlijke formulering van de inhoud. ‘Het regende’, ‘es regnete’ en ‘het bleef die dag niet droog’ betekenen dan hetzelfde, al kan de formulering variëren. En dan is de vraag dus of het ook echt regende. De voorbeelden in handboeken logica zijn vaak wat kinderlijk en het regent voortdurend in die geschriften. ‘Als het regent, worden de straten nat’, is ook al zo’n voorbeeld waar je als lezer enorm van opkijkt – goh, dat had je nou nooit gedacht. En de vraag is dan of die propositie dat het regent, waar is. Ik zal het in vervolg gewoon over beweringen of varianten daarop hebben, dat is een gebruikelijker woord in de alledaagse omgang. En de uitspraak ‘het regent’ is dan en alleen dan waar als het ook echt regent.

De zin waarin je zegt dat het regent, is dan de waarheidsdrager en het gegeven dat het buiten echt regent, is dan de waarheidsmaker, maar ook die formuleer je nog steeds als zin. (Meestal of althans vaak worden hier trouwens andere termen voor gebruikt, maar voor de gelegenheid ga ik nu met Ruttens gebruik mee, dat ik overigens weinig verhelderend acht, maar dat blijkt gaandeweg vanzelf wel.) Het gaat om twee keer dezelfde formulering of om dezelfde formulering, waaraan je twee aspecten onderscheidt: dat het een formulering is en dat er iets is waarnaar verwezen wordt. Het zijn geen termen die je voor de gewone omgang met waarheid nodig hebt. Wat dan samenvalt, wordt hier kunstmatig uit elkaar gehaald. En de waarheid wordt dus eenzijdig aan één zijde van de overeenkomst gelegd en niet in de overeenstemming zelf, zoals we gewoonlijk doen. Maar je kunt een dergelijk onderscheid kunstmatig maken.

Je vindt het ook bij de zogenaamde T-sentences van Alfred Tarski:

‘p’ is waar dan en alleen dan als (if and only if) p
‘Sneeuw is wit’ is waar dan en alleen dan als sneeuw wit is

Het gaat dan al snel om een waarheidsbegrip dat met het alledaagse weinig meer te maken heeft. Er zouden bijvoorbeeld maar twee waarheidswaarden bestaan: waar en onwaar, soms weergegeven als W en O of 1 en O (en nog op diverse wijzen: als er maar twee verschillende symbolen zijn). En je kunt dan de befaamde waarheidstabellen maken. In het dagelijks leven heeft waarheid daarentegen vele gradaties. Iets kan een beetje waar zijn of een halve waarheid. Als een getuige vertelt dat er een zwarte Skoda om de hoek kwam, kun je dat ontleden in ‘Er was een auto, die was zwart, het was een Skoda en hij kwam om de bocht.’ Je hebt dan al vier proposities en als het bijvoorbeeld om een Volkswagen ging, is de combinatie onwaar: drie keer waar (auto, zwart, kwam om de bocht), één keer onwaar (Volkswagen, geen Skoda), maakt de bewering samen onwaar. In werkelijkheid zullen we de mededeling voor waar houden, maar opmerken dat er een klein foutje rechtgezet moet worden.

Het gaat hier om een typische verdubbeling: de waarheidsdrager en de waarheidsmaker zijn beide p of ‘sneeuw is wit’, alleen zeg je van de eerste (of wat die draagt) nog eens expliciet dat die waar is. Maar in beide gevallen gaat hem beweringen die waar zijn of dat kunnen zijn en die allebei betrekking hebben op een (soms externe) werkelijkheid buiten de taal (althans in het voorbeeld) of die als zodanig waar zijn. En ja, de waarheidsmaker zelf wordt geacht buiten de taal te liggen, het is een feite een rare abstracte en overbodige term voor een specifiek stukje werkelijkheid dat een uitspraak waarmaakt, maar je kunt er in een tekst als deze toch niet anders verwijzen naar dan in taal (of in een concrete situatie door te wijzen: kijk maar, sneeuw is wit).

-

Historische waarheden
Welnu, bij dergelijke op zich wat omslachtige ideeën lijkt Emanuel Rutten aan te sluiten in zijn blogstukje ‘Waarheidsmakers van historische waarheden’ ook aan te sluiten. Zijn vraag is wat de waarheidsmaker van historische gebeurtenissen is. Wat maakt de uitspraak dat Nederland in 1974 het wereldkampioenschap voetbal van Duitsland verloor, waar? Maar eerst geeft hij nog een voorbeeld uit het heden.

‘De uitspraak ‘Mijn auto is blauw’ wordt waargemaakt door mijn blauwe auto. Mijn blauwe auto kan daarom de waarheidsmaker van genoemde uitspraak worden genoemd.’

Dit is evident onjuist. De waarheidsmaker van de uitspraak dat zijn auto blauw is of dat hij een blauwe auto heeft, is natuurlijk niet die blauwe auto, maar het gegeven dat hij de bezitter van een blauwe auto is. Een waarheidsmaker is in zijn omschrijving nadrukkelijk iets anders dan het bewijs dat hij een blauwe auto heeft of dat er ergens een blauwe auto op straat staat. Als we hem regelmatig weg zien rijden in een blauwe auto, geloven we zonder meer dat hij een blauwe auto heeft. Als de politie hem vraagt of die blauwe auto die hij wil ophalen uit een afgezette straat, van hem is, kan hij zijn papieren laten zien en aantonen dat die auto daar iets verderop met dat en dat kenteken van hem is. De zin beschrijft een blauwe auto en zijn relatie daarmee. En wat de bewering waarmaakt in zijn indeling, zijn niet die bewijzen zelf, maar de uitkomst – of vanaf de andere zijde gedacht: de bron – ervan: dat hij een blauwe auto heeft. Dat is een bewering die deels met een externe fysieke realiteit te maken heeft, die auto, en deels met opvattingen omtrent bezit.

Omdat de uitspraak in de tegenwoordige tijd is gesteld, is het huidige bestaan van die auto wel nodig, omdat ze anders immers niet gaat over een automobiel dat hij nu heeft. Maar als die auto per ongeluk onder een enorme betonplaat geplet wordt en met recht geen auto meer genoemd kan worden, dan kan hij met de papieren nog steeds aantonen dat die auto van hem was en dat hij nog recht op schadevergoeding heeft. De uitspraak verandert dan in ‘Mijn auto was blauw’ of ‘Ik had een blauwe auto’ en wat die zin waarmaakt, is dat hij een blauwe auto had.

Hier doet zich een vergissing voor in zijn tekst. Laten we het vervolg even lezen:

‘Welnu, het lijkt niet onredelijk om te beweren dat meer in het algemeen uiteindelijk iedere ware uitspraak een waarheidsmaker moet hebben. Zo’n waarheidsmaker moet dan natuurlijk wel bestaan. Iets dat niet bestaat kan immers niets, en dus ook niet iets waarmaken.’

Tja, dat is wel grappig: alsof een waarheidsmaker uit zichzelf ook maar iets zou kunnen en geen abstract verzinsel is dat een klein, specifiek deel van de werkelijkkeid waar een – naar we veronderstellen – ware uitspraak betrekking op heeft, aanduidt. Een waarheidsmaker is ondanks de antropomorfe beeldspraak – alleen mensen en misschien dieren maken dingen – toch niets anders dan een object van onze voorstellingen en geen handelend subject. En nee, de waarheidsmaker hoeft nu niet te bestaan tenzij het huidige bestaan geïmpliceerd is in de uitspraak. Het ligt er maar net aan of die over het heden of iets uit het heden of de toekomst of iets dat als zodanig geen tijdelijkheid kent, gaat.

Alleen de waarheidsdrager moet nu bestaan, maar dat is per definitie het geval omdat de waarheidsmaker qua formulering per definitie gelijk is aan de waarheid die gedragen wordt. Maar de blauwe auto is op zich geen waarheidsmaker, die is slechts een onderdeel van het bewijs. En als iemand zegt dat hij nu een blauwe auto heeft, moet hij inderdaad nu een blauwe auto hebben, maar als iemand zegt dat hij tot een gisteren een blauwe, nu niet meer bestaande, geplette auto had, is het alleen maar nodig dat hij tot gisteren een blauwe auto had. Hij moet daar bewijzen voor hebben, maar de bron daarvoor is de nogal kunstmatig geconstrueerde waarheidsmaker zelf (die vervolgens in woorden gevat niet afwijkt van de waarheid zelf). Hij had een blauwe auto.

Als een bewering waar is, is er volgens het analytische onderscheid per definitie een waarheidsmaker die daaraan qua formulering als waarheidsdrager identiek is, maar die zelf iets anders geacht wordt te zijn. Daarom schieten we ook niet zoveel op met die verdubbeling. Om vast te stellen of iets waar is, kijken we naar het bewijs. Als we willen weten of het echt regent in Groningen, kijken we bijvoorbeeld even op de buienradar. En als die een vlek laat zien boven de noordoostelijke provincie geloven we dat het daar regent. En dan is de uitspraak dat het in Groningen regent waar, en dan is de geformuleerde waarheidsmaker per definitie waar. Het regent dan namelijk in Groningen. Of anders gezegd: dan is er een werkelijkheid die die bewering waarmaakt. Nogmaals, de abstracte verdubbeling komt analytisch uit de gegeven verdeling voort en verwijst als zodanig wat betreft de dragende formulering niet meer naar een (eventuele) externe werkelijkheid dan de waarheid zelf dat doet: steeds dezelfde p. De waarheidsmaker staat als zodanig wel buiten de tekst, maar kan in de tekst toch niet anders dan op dezelfde wijze als de waarheidsdrager of door middel van die waarheidsdrager worden weergegeven.

-

Een verloren voetbalspelletje
De rest kunnen we nu snel afhandelen. Emanuel Rutten vervolgt zo:

‘Neem nu historische uitspraken, zoals de uitspraak dat Nederland in 1974 de WK finale verloor. Deze uitspraak is ontegenzeggelijk waar. Daarvoor is immers meer dan voldoende bewijsmateriaal. Het zou volstrekt onzinnig zijn om, gegeven al dit bewijsmateriaal, te betwijfelen of Nederland in 1974 het WK verloor.’

Dat klopt. Er zou aan die vaststelling nog van alles uit te leggen zijn, bijvoorbeeld hoe het komt dat we direct begrijpen wat Nederland hier betekent, niet het land, maar een elftal jongemannen die graag een potje voetbal speelden, en nog veel meer. Een historicus die over 5.000 jaar een snipper informatie dat Nederland in 1974 van Duitsland verloor, vindt, zal misschien uit moeten zoeken wat Nederland en Duitsland waren en zou bijvoorbeeld kunnen denken dat Nederland een oorlog van Duitsland verloor, vooral als hij ook nog ergens de uitspraak dat voetbal oorlog is, aantreft, maar dat is hier niet van belang. We begrijpen wat hier bedoeld wordt en we achten de uitspraak waar. Maar dan gaat het grondig mis. Rutten schrijft:

‘Maar, wat is dan haar waarheidsmaker? Welke bestaande stand van zaken maakt deze uitspraak op dit moment waar?’

Nee, die waarheidsmaker is er nu niet meer, maar dat hoeft ook helemaal niet. Wat deze geconstrueerde abstractie aanduidt, was er in 1974 (zoals we ook de verzuiling in de negentiende eeuw en beginnende twintigste eeuw kunnen spreken, terwijl het begrip van begin jaren vijftig is). Die als waarheidsmaker benoemde realiteit bestond, die bestaat niet meer, behalve dan in de vorm van de qua formulering identieke waarheidsdrager. Er was toen een werkelijkheid, een gebeurtenis, en daar komt het op aan, die de uitspraak van nu toen al waarmaakte. De uitspraak is er nu en die gaat over een gebeurtenis uit 1974. Wie een uitspraak over iets uit dat jaar doet, vindt wat die uitspraak waarmaakt, natuurlijk daar en niet in 1966 of in 2014. Een waarheidsmaker is immers niet meer dan een op zich volkomen overbodige theoretische abstractie voor dat waar je ware uitspraak over gaat.

En het aardige is dat het in dit geval, die verloren WK-finale, vanaf het allereerste begin een historische uitspraak betrof. Bij de geplette auto is een voormalig heden nog in verleden veranderd, maar hier ging de uitspraak direct over twee keer vijfenveertig minuten. Op het moment dat het fluitsignaal ergens tegen zes uur, schat ik zo in, klonk op zondag 7 juni 1974, stond vast dat Nederland van Duitsland had verloren, en pas dan stel je dat definitief vast, of concreter: pas toen stelde men dat definitief vast.

Uitslagen van voetbalwedstrijden zijn per definitie oordelen over wat voorbij is, het verleden, historische uitspraken. De waarheid van de zin werd door de voorgaande twee speelhelften bewezen en sindsdien is er aan deze historische vaststelling niets veranderd. Het enige dat nodig was, is dat ze overgeleverd werd. Ze was op zondagavond 7 juni 1974 waar en ze is nog steeds waar. Of je kunt nu een opname bekijken en dan opnieuw tot dezelfde conclusie komen. De uitspraak gaat over toen, over wat nu een ver verleden is. Alleen de formuleringen kunnen veranderen. Het is dit jaar ruim 37 jaar geleden dat Nederland de WK-finale verloor en in 2024 zal het 50 jaar geleden zijn. Dat kun je nu al zien aankomen en in die zin kun je hiermee meteen een uitspraak over de toekomst doen, die zonder meer waar is.

-

Zoeken onder een lantaarnpaal
Het misverstand was al dat Rutten de waarheidsmaker van de bewering dat hij een blauwe auto heeft, in die auto zocht, want het bestaan daarvan vormt hooguit een onderdeel van het bewijs dat hij nu een blauwe auto heeft, maar als hij door zou redeneren, zou de waarheidsmaker – dus niet de zin die ook weer de waarheidsmaker draagt, maar dat waar die zin over gaat – van de uitspraak dat Nederland de WK-finale in 1974 verloor, dan op zijn minst in 1974 moeten liggen. Maar de waarheidsdrager – of dat aspect van een en dezelfde zin – bestaat, die is er nu en die zin verwijst nu naar een gebeurtenis uit 1974. Het is dan ook merkwaardig dat hij die externe waarheidsmaker hardnekkig in het heden zoekt als hij daarmee niet op de zin, maar op dat waar de zin over gaat, doelt. Het is even willekeurig en ongerijmd als de waarheidsmaker in 534 of in Taiwan te zoeken.

Het is als met de man die zijn autosleuteltjes onder een lantaarnpaal staat te zoeken en op de vraag of hij zeker weet dat ze hier moeten liggen, antwoordt: ‘Nee, ik moet ze honderd meter verderop verloren hebben, maar daar is het te donker, hier is tenminste licht’. Ook verderop blijft Rutten hardnekkig zoeken naar een waarheidsmaker die in het heden zou moeten bestaan, maar zelfs binnen zijn eigen indeling zou hij naar iets moeten zoeken dat ooit bestond of beter gebeurde, want een wedstrijd kenmerkt zich door en handelingen en gebeurt dus. En deze gebeurde dus, want die is voorbij.

Maar het hele idee dat een analytisch onderscheid ontologisch geworteld zou moeten zijn in een heden, is al een denkfout. De waarheid van de uitspraak is geworteld in gebeurtenissen in 1974. Daar gaat de uitspraak namelijk over. De uitspraak verwijst naar gebeurtenissen die toen plaatsvonden en de zogenaamde waarheidsmaker bestaat uit die samenhangende gebeurtenissen, al kennen we hem slechts in taal als een analytische verdubbeling van een uitspraak die nu (nog steeds) gedaan wordt. In die zin bestaat hij nu, net zoals de uitspraak dat zijn auto nu blauw is, als zin, en als je die uitspraak nu formuleert, wordt hij waarheidsdrager genoemd. De ware uitspraak zelf gaat over 1974 en daar is geen enkel probleem bij.

De rest is niet van belang. Rutten heeft het over de vraag of het verleden bestaat, maar dat is een heel andere vraag, waar van alles over te zeggen valt. Ja, het verleden bestaat, zoals de toekomst bestaat en het verleden gaat over dingen die vroeger gebeurden en de toekomst gaat over dingen die nog zullen gebeuren. Als hij zelf stelt dat het absurd is om aan de bewering dat het verleden bestaat, dezelfde betekenis toe te kennen als aan de uitspraak dat protonen bestaan, is de enige logische conclusie om dan twee verschillende betekenissen te onderscheiden. Hij moet zelf maar uitmaken of dat iets zegt over zijn geliefde univociteit van het bestaan. Ik vrees voor hem van wel, want juist vanwege de eerder in dat korte stukje geponeerde eenduidigheid van bestaan weigert hij kennelijk, via de opgevoerde denkbeeldige dwaas, de volstrekt voor de hand liggende gevolgtrekking te maken dat hier sprake is van een andere betekenis.

Ons bestaan is tijdelijk van aard. Die wedstrijd is voorbij. Ze werd ooit gespeeld, nu herinneren mensen zich die nog en ligt er in beeld en geschrift van alles over vast. De vraag wat het verleden dan is, of waar het dan is, heeft niets te maken met de vraag wat er op een grasveld in München op een junidag in 1974 gebeurde. Die dag is voorbij. Ze behoort tot de geschiedenis. En de waarheid van de bewering dat er in 1974 iets gebeurde, wordt niet bepaald door een verleden dat nu zou bestaan, maar door concrete gebeurtenissen die toen plaatsvonden.

-

Tijd
Ik vermoed dat veel van de misverstanden rond de discussie van gisteren en eergisteren over bestaan te maken hebben met Ruttens verwarring omtrent de tijdelijkheid van veel dat bestaat. Sommige dingen bestonden, ze bestaan niet meer. Sommige dingen bestaan, maar ze zullen over een tijdje niet meer bestaan. Zijn blauwe auto zal een keer naar de sloop gaan. Dan had hij een blauwe auto, dan heeft hij geen blauwe auto meer. Maar misschien koopt hij dan een andere auto, misschien wel een rode of een gele, en dan zal hij mogelijk een rode of gele auto hebben. Als hij vast voornemens is die te gaan aanschaffen, kan hij zeggen: ‘Over een week zal ik in een zwarte BMW rijden’. En die uitspraak zal dan een week later waargemaakt worden door het feit dat we hem in een zwarte BMW voorbij zien komen. ‘Je had gelijk’, zeggen we dan.

Ik geloof er niets van dat een auto met een korte levensduur op dezelfde wijze bestaat als de tijd bestaat of de wereld of het heelal of het verleden of de toekomst. Natuurlijk kun je stipuleren dat zowel het bestaan van die huidige blauwe auto als de tijd eenduidig is, maar ik heb geen idee wat je dan meedeelt. Wat voegt die bewering toe aan ons inzicht omtrent de werkelijkheid die we aantreffen? En hoe verdisconteer je daarin dat dinosaurussen ooit bestonden, maar nu niet meer? Of dat er in 1974 een voetbalwedstrijd plaatsvond? Is bestaan, bestaan hebben (geweest zijn, geleefd hebben) en bestaan zullen dan ook univook, eenduidig? Hoe zit het met worden of vergaan? En wat zeg je daar dan mee?

De tijd, dat is het probleem, zij het niet het enige in de beschouwingen van Rutten. Sommige dingen bestaan kort, andere hebben een lange duur en buiten de tijd, waarvan we zinvol kunnen zeggen dat die bestaat, kunnen we niet eens kijken.

En over de ‘herinneringen van God’, waar Rutten over fantaseert, kunnen we al helemaal niets zeggen. Wij mensen weten daar niets van.

(40)

[Gepubliceerd: woensdag 21 december 2011, 8.59 uur, licht herzien rond 9.35 uur.]

19 december 2011

Over vliegende roze olifantjes, zijn en niet zijn. En of bestaan univook is.

.:.

Ooit stond mijn bureau ergens boven de twintigste verdieping pal naast het raam. In de verte kon je zien of de vlag op Huis ten Bosch wapperde. Het uitzicht was vooral weids, maar er kwam ook wel eens wat voorbijvliegen. Meeuwen vooral, het was niet ver van zee. Maar op een dag leek het alsof de oorlog was uitgebroken. Gelukkig bleek het Veteranendag te zijn en wat we zagen, was vooral de verwijzing naar vroegere, voorbije oorlogen (al doen we er altijd nog, matigjes, mee aan eentje in Azië, oude traditie). Kortom, er kwamen soms vreemde dingen voorbij dat raam, maar een roze vliegend olifantje was daar nooit bij.

Roze olifant. Deze kan niet vliegen. En hij kan ook niet trompetteren. Hij bestaat wel. (foto: Anne Burgess)

Dingen die niet bestaan
Ik weet niet wat u zoal ziet als u wel eens gedachteloos uit het raam staart, maar ik vermoed dat u zo’n grappig en ongetwijfeld vriendelijk beest ook nog nooit voorbij hebt zien vliegen. Of denkt u dat vliegende roze olifantjes wel degelijk bestaan? En zo zijn er meer van die vragen. Bestaan er deeltjes die sneller dan het licht gaan? Bestaan er eenhoorns? Bestaan zuivere driehoeken? Bestaat het perpetuum mobile? Bestaat het befaamde Monster van Loch Ness eigenlijk wel? Hoe zit het nu werkelijk met Sinterklaas?

Ik zou zeggen dat op de meeste van die vragen het antwoord een eenduidige ontkenning is. Olifanten zijn niet roze en ze kunnen niet vliegen. Dat zit er nu eenmaal niet in bij olifanten. Daar zijn ze te zwaar voor en ontbreekt het hun aan natuurlijke hulpmiddelen om zich ver van de aardbodem te verheffen. Of er neutrino’s of deeltjes bestaan die sneller dan het licht gaan, is nog omstreden. Men heeft ze gemeten, maar ook de fysici die dat gedaan hebben, denken zelf eigenlijk dat hun waarnemingen niet kunnen kloppen. En andere onderzoekers denken dat inmiddels ook. En de eenhoorn is vanouds hét voorbeeld van een dier waar veel over gesproken is, maar dat toch maar niet gevonden kon worden. Met zuivere driehoeken ligt het al weer lastiger, maar de geodriehoeken die u bij de Hema of de Axion kunt kopen, zijn toch net niet helemaal zuiver, vrees ik, althans in de ogen van strenge wiskundigen. Ook het perpetuum mobile is nog steeds niet uit de ontwikkelingsfase. En het Monster van Loch Ness, is dat inmiddels niet onopvallend een stille dood gestorven? Gevangen is het in ieder geval nog steeds niet. En Sinterklaas? Tja, in menig kinderleven breekt het moment van de harde conclusie aan dat de goedheiligman toch werkelijk niet bestaat.

Die dingen, dieren en mensen bestaan dus niet. En toch bestaan ze op een bepaalde manier ook weer wel. Het roze vliegende olifantje is inmiddels een bekende figuur en u las er hierboven vast en zeker niet voor het eerst over. Ik heb het niet verzonnen. De vraag of het toch misschien zo zou kunnen zijn dat neutrino’s onderweg van Genève naar Gran Sasso in Italiaanse bodem de maximumlichtsnelheid hebben overschreden, heeft de afgelopen maanden heel wat pennen en tongen in beweging gezet. En over eenhoorns zijn heel wat boeken volgeschreven. En wiskundigen en scholieren kunnen zich wel degelijk zuivere driehoeken voorstellen. Het plaatje in het leerboek mag dan fysiek, als je er een microscoop boven zet, onvolkomen zijn, je kunt je die figuur wel degelijk voorstellen. En een zoekopdracht naar afbeeldingen van het perpetuum mobile levert meteen resultaten op, al is het wat verdacht dat al die apparaten er nogal verschillend uitzien. Het Monster van Loch Ness is een befaamde casus uit de wetenschap der cryptozoölogie. En Sinterklaas, ja Sinterklaas? Ja, die hebben we toch allemaal de afgelopen weken weer regelmatig gezien? Zelfs de Tweede Kamer heeft de verdwijning van zijn paard nog besproken. En de minister ondernam snel actie.

-

Univociteit
Er is een beroemd opstel over deze vragen. Het heet ‘On What There Is’ en het is van William Van Orman Quine (25 juni 1908, antikerstmis – 25 december 2000, kerstmis) en hij was de grootste filosoof van de twintigste eeuw, maar daar zijn er, zoals dat onder wijsgeren gaat, gelukkig heel veel van – Ludwig Wittgenstein en Martin Heidegger zijn ook goede (of volgens sommigen dan weer: slechte) kandidaten. Quine was zeker de saaiste van het stel: geen geestlozere autobiografie dan The Time of My Life (1985), waarin hij vertelt wanneer hij welk land bezocht en werkelijk niets, maar dan ook volstrekt niets mee te delen heeft over wat hij daar dan zag. Onleesbaar, terwijl er geen onbegrijpelijke zin in staat, voor zover ik dat tenminste hapsnap gecontroleerd heb. Maar dit terzijde. Dat opstel dus, dat in 1948 in een tijdschrift verscheen en in 1953 in From a Logical Point of View, een titel naar een liedje dat hij Harry Belafonte had horen zingen, werd gebundeld en dat na zijn dood nog eens werd opgenomen in Quintessence (2004), een boek waarin zijn beroemdste artikelen zijn verzameld. Quine komt in dat stuk tot deze schokkende vaststelling:

‘To be assumed as an entity is, purely and simply, to be reckoned as the value of a variable.’

Als ik mezelf flink op de kast wil jagen, herlees ik dat stuk nog wel eens. Ik ga daar nu verder aan voorbij. Dit keer reageer ik op een blogstuk van de filosoof Emanuel Rutten: Bestaan is univook. Het telt slechts 247 woorden en u moet dat eerst maar even lezen. De eerste regels komen direct ter zake:

‘Het lijkt mij redelijk om te zeggen dat iets wel bestaat of niet bestaat. Bestaan is niet iets dat gradaties kent. Het begrip ‘bestaan’ is derhalve niet analoog, maar univook. ‘

Eerst maar even over dat woord, univook. Het is geen term die de meesten van ons dagelijks in de mond nemen. Het staat ook niet in alle woordenboeken, tenminste niet in mijn Dikke Van Dale uit 1976. Rutten vertaalt het als eenzinnig. Mijn Van Dale kent wel univociteit en dat omschrijft dat woordenboek als ‘eenduidigheid, het tegendeel van equivociteit.’ Univook zou dan dus eenduidig zijn. Het verschil met eenzinnig is niet groot. Het aardige is dat een handwoordenboek Frans dat ik hier bij de hand heb, ook al van Van Dale trouwens, maar dan de later bedachte firma, univoque vertaalt als ‘eenduidig → eenzinnig’. Dat zit dus wel goed. En het grappige is dat mijn Van Dale, de echte uit 1976 dus, wel verwijst naar equivociteit, waar univociteit het tegendeel van zou zijn, maar dat woord dan weer niet heeft. Maar op de plek waar men het zoekt, vindt men wel equivoque en dat wordt weer omschreven als dubbelzinnig en als zelfstandig naamwoord betekent het ‘dubbelzinnigheid, dubbelzinnig gezegde, onbetamelijke woordspeling’. Laten we ons hier tot het betamelijke beperken. Wat de juiste spelling is, weet ik niet: univook en equivook of univoque en equivoque. Het Groene Boekje kent beide woorden niet. Ik volg Rutten, maar het gaat natuurlijk niet om het woord, maar om het begrip. En of bestaan dat is, univook, waarbij ik er gemakshalve maar van uitga dat bestaan en zijn hier begripsmatig uitwisselbaar zijn, al kun je beide woorden niet altijd in elke zin door het andere vervangen. Als iets bestaat, is het. Als iets is, bestaat het.

-

Fysiek en geestelijk
Bestaan kent geen gradaties, betoogt Rutten. Iets bestaat of het bestaat niet. Iets is of het is niet. Is dat zo? Ik zou zeggen dat het net een tikkie ingewikkelder ligt en daarom gaf ik al die voorbeelden van dingen die niet bestaan, maar waarover we toch kunnen spreken en waarbij we ons toch van alles kunnen voorstellen. Al die dingen bestaan niet, stelde ik vast, en toch bestaan ze op een bepaalde manier ook weer wel, namelijk als dingen waarvan we kunnen zeggen dat ze niet bestaan. Van mijn zeven voorbeelden veronderstellen er een stuk of vijf een fysiek, ruimtelijk bestaan. Roze olifantjes hebben een lichaam en dat geldt ook voor eenhoorns, het Monster van Loch Ness en Sinterklaas, tenminste als ze werkelijk zouden bestaan. Dat olifanten zouden kunnen vliegen, is een voorstelling die niet door de praktijk wordt bevestigd. Neutrino’s bestaan wel, tenminste dat neem ik maar even op gezag van geleerde geesten aan, maar het is nog maar de vraag of ze harder dan het licht kunnen. En driehoeken, die zie je op straat in de vorm van verkeersborden en je kunt ze in de winkel kopen, maar zuivere driehoeken bestaan alleen maar als voorstelling.

Maar, en dat is mijn punt, al deze niet bestaande dingen of dieren of mensen bestaan niet in het echt, zoals we dat zeggen, maar wel in onze gedachten of voorstellingen. We weten waar we het over hebben en we kunnen er lange verhalen over houden. Ik zou dus zeggen dat er minstens twee bestaanswijzen zijn: een fysieke, ruimtelijke, en een geestelijke, onruimtelijke. Ja, dat is zo ongeveer het beroemde onderscheid dat Descartes al maakte tussen res extensa en res cogitans. Het enige verschil is dat ik niet denk dat ze op dezelfde wijze naast elkaar, onverbonden of vrijwel onverbonden, bestaan. Gedachten en voorstellingen bestaan, voor zover we weten, niet zonder fysieke of lichamelijke dragers, waarbij ik een mogelijk onderscheid tussen dode dingen en levende organismen, planten, dieren en mensen maar even buiten beschouwing laat.

En gedachten en voorstellingen – en u mag hier zelf nog allerlei termen bij verzinnen – worden op twee wijzen gedragen: door levende mensen bijvoorbeeld, die erover kunnen praten, en door of op dode materie. De Dode Zeerollen of de geschriften van Nag Hammadi lagen lang in grotten of onder het zand verborgen, maar toen men ze eenmaal vond, kon men de betekenis van de letters ontcijferen, zoals u nu de betekenis van deze lettertekens op uw scherm, dat in ieder geval niet leeft, zoveel is wel zeker, ook kunt begrijpen. Je zou een onderscheid kunnen maken tussen objectieve en subjectieve geest, maar voor het vervolg heb ik dat nu niet zo nodig. Het gaat mij om het grote onderscheid tussen fysicaliteit in ruime én ruimtelijke zin enerzijds en geest anderzijds, waarbij geest zonder fysieke drager bij ons weten niet voorkomt. Alleen God stellen we ons als zuivere geest voor, ook al komen er in het Oude Testament en elders ook wel degelijk fysieke, lichamelijke voorstellingen van God voor. Maar ook dat thema laat ik nu maar even buiten beschouwing.

-

Plaatjes kijken
Ik zou dus zeggen dat bestaan of zijn niet eenduidig is. Dingen bestaan fysiek of ze bestaan geestelijk. Dingen die niet bestaan, bestaan op het moment dat we ze verzinnen of erover praten, wel degelijk in onze geest: als fysiek niet bestaande dingen bijvoorbeeld, terwijl we misschien ook nog wel geestelijk niet bestaande dingen kunnen verzinnen, zoals een vierkante driehoek of de kwadratuur van de cirkel. Er is daarbij mogelijk een zeker verschil tussen olifanten, die begripsmatig al verondersteld worden een nogal log lichaam en een kenmerkende slurf te hebben, en zuivere driehoeken die helemaal niet geacht worden ook fysiek te bestaan, groot is dat niet. Het gaat om wat we ons voor kunnen stellen. En hoewel het ons niet zal lukken een driehoekige rechthoek te tekenen, lukt het ons wel die in woorden te verzinnen – deze zin is het bewijs. En door te combineren kunnen we ons heel veel voorstellen. Ik heb al eens eerder betoogd dat het vrijwel onmogelijk is om geen originele zinnen op te schrijven. De menselijke geest schept steeds nieuwe dingen. De mogelijkheden zijn oneindig, waarbij die voorstellingen, vaak of misschien wel per definitie, dat weet ik even niet, wel weer in onze fysieke ervaringen geworteld zijn. Wij mensen zijn geen geesten, wij hebben een lichaam. En een geest.

Neem eens dit. Kleine kinderen leren we hoe de wereld in elkaar zit door met hen plaatjesboeken door te nemen. Misschien is er geen beter empirisch bewijs voor het idee dat dingen een platonische essentie hebben, want ook tamelijk abstracte plaatjes die weinig op de ‘werkelijkheid’ lijken, herkennen ze feilloos. Met een groene leeuw of een pimpelpaarse giraffe hebben ze geen enkele moeite. Maar ook dat terzijde. De plaatjes. Je laat een bladzijde zien met een kat en je vraag wat dit is. ‘Een poes.’ Volgend plaatje. ‘Een schaap.’ Bladzijde om, nog een afbeelding. ‘Een koe’. ‘Heb je wel eens een koe gezien?’ ‘Ja hoor, gisteren nog, heel veel koeien.’ ‘Waar dan?’ ‘Nou, toen we gingen wandelen, bij de molen’. Elk kind legt de relatie moeiteloos. Het ziet een koe in het boek en het weet wat echte koeien zijn. Zijn die beide koeien dan op dezelfde manier? Nee toch?

Je kunt zeggen: ja, maar als je wijzend op de afbeelding in het boek zegt ‘dit is een koe’, dan bedoel je in werkelijkheid: ‘dit is een plaatje van een koe’. Het zijn is het zelfde, maar het woord koe is hier een afkorting voor afbeelding van een koe. René Magritte met zijn Ceci n’est pas une pipe dus. Ik had die afbeelding hierbij kunnen doen, als ik die niet al eerder gebruikt had. Nee, dat is inderdaad geen pijp, maar een schilderij van een pijp. Ruud Kaulingfreks schreef er ooit een proefschrift over Meneer iedereen. Over het denken van Rene Magritte (1984), maar dat heb ik natuurlijk weer niet gelezen. Maar is het waar? Zien we geen pijp? Nee, zou ik zeggen, we zien wel degelijk een pijp, zoals het kind in zijn plaatjesboek wel degelijk een koe ziet. Dat het om een schilderij of een boek gaat, is namelijk voorondersteld. Het kind beseft echt het verschil wel tussen de wereld van de voorstellingen en de wereld daarbuiten, bij de molen, waar de koeien in het land grazen. Wat hij ziet, is een koe en geen plaatje van een koe. En wat we bij Magritte zien, is een pijp en geen afbeelding van een pijp. We bevinden ons in een andere wereld. Of binnen een andere afdeling van onze ene wereld, zo kun je het ook zeggen. Er is de wereld van de ruimte en het fysieke en er is de wereld van de geest, ook zoals die zich op papier of beschilderd linnen aan ons voordoet. Die koe en de pijp bestaan wel degelijk, maar op een andere wijze als de koe in de wei of de pijp van opa.

-

Gedifferentieerde ontologie
De kaart is niet het gebied. Maar op de kaart zien we wel degelijk hoe de omtrekken van het IJsselmeer eruit zien of hoe de Rijn zich vertakt in de voorzetting van zichzelf en de Waal. En wat we in de wereld van de geest zien, kan daarbuiten in het echt, fysiek, ook bestaan, de olifanten in de dierentuin, en het kan ook niet bestaan, het roze vliegende olifantje. En ook dat onderscheid leren kinderen al snel. Sinterklaas bestaat niet in het echt, maar als cultureel en historisch fenomeen bestaat Sinterklaas wel degelijk. En later vermommen sommigen van hen zichzelf als Sinterklaas en ze weten hoe dat moet, want ze hebben een heldere voorstelling hoe die niet bestaande Sinterklaas eruit hoort te zien. Sinterklaas bestaat niet, maar er bestaan heel veel Sinterklazen, die elk jaar die rol weer met plezier vervullen.

De wereld van de geest en de wereld van de fysieke ruimtelijkheid horen samen. Abstract taalgebruik heeft een metaforische onderlaag. Je hebt lageropgeleiden en hogeropgeleiden en op een schema zet je de universiteit boven het vwo en daaronder maak je dan weer een hokje voor de basisschool. En zonder een plaatje van een driehoek leren we nooit ons een zuivere driehoek voor te stellen, zoals we ook met blokken of autootjes leren om een, twee en drie te onderscheiden. En in de wereld van de geest of de fantasie en het verlangen maken mensen, vrouwen of modeontwerpers in dit geval, zich een voorstelling van een mooie nieuwe jurk, tekenen een patroon en zetten ze zich achter de naaimachine of, nog vaker, zetten iemand anders erachter. Of ze, mensen dus, stellen zich voor hoe hun nieuwe huis eruit moeten zien en vragen een architect om hun droomwoning te ontwerpen en vertellen hem wat ze voor ogen hebben.

Bestaan is dus meerduidig, zou ik zeggen, al weet ik niet hoe je dat verder moet benoemen. Zonder een gedifferentieerde ontologie komen we er niet. Dingen bestaan op verschillende wijzen, op zijn minst op twee, misschien op meer, maar dat is een aangelegenheid van latere zorg. Ik weet niet of we nader moeten onderscheiden tussen dode dingen en levende dingen, tussen voorstellingen van dingen die ook fysiek bestaan (leeuwen, planeten), die ook geestelijk bestaan (priemgetallen) en die niet bestaan (eenhoorns, natuurlijke getallen tussen acht en negen). Of tussen dingen die geestelijk op actualisering liggen te wachten (manuscripten en oude tijdschriften in een bibliotheek, archiefstukken) en dingen die we ons nu herinneren en waarover we kunnen praten.

-

Het verleden
Emanuel Rutten eindigt zijn stukje met een passage over het verleden en of dat bestaat. Daar is het hem kennelijk ook om te doen. Later hoop ik nog eens terug te komen op zijn vraag naar wat de ‘waarheidsmakers’ van ware historische uitspraken zijn. Ik geloof dat ik die term, waarheidsmaker, wel begrijp en dat hij mogelijk in een bepaalde, beperkte context ook wel begrijpelijk en bruikbaar is, maar dat ze uitgaat van een niet geheel adequaat waarheidsbegrip en met name van een onjuiste lokalisering van waarheid in taal of in proposities – ik zal meteen maar bekennen dat ik hierover vroeger ook onjuiste dingen geschreven heb – en daarom ga ik daar nu aan voorbij. Ik hoop daar nog eens op terug te komen.

Bestaat het verleden? Nee en ja dus. Eerst het eerste antwoord. Nee, als zodanig bestaat het verleden niet. Het is namelijk voorbij. Daarom is het ook het verleden. Als ik zojuist uit de supermarkt terug kwam, dan bevond ik mij misschien tien minuten geleden op het zebrapad op de Wibautstraat en men had daar een – overigens weinig spectaculaire – foto van kunnen maken. Het kan zijn dat een kennis mij daar heeft zien lopen en kan bevestigen dat ik daar om dat en dat tijdstip was en dat het dus volstrekt onmogelijk is dat ik op dat zelfde tijdstip op het Neude in Utrecht wandelde. Maar het is voorbij. Ik zit nu hier achter mijn laptop te schrijven en op het moment dat u dit leest – als u tenminste zover gekomen bent –, ben ik misschien wel bezig de afwas te doen of even een krant halen bij de sigarenboer. Dat is de tijd: de dingen gaan voorbij. En dingen komen.

De huidige Wibaustraat is een weg met twee banen en vier rijstroken. Men kan even gaan kijken om te controleren of het klopt wat ik zeg. Maar tot 1939 lag er op die plek een spoorweg en iets verderop, op wat nog steeds het Rhijnspoorplein heet, stond tot dat jaar het Weesperpoortstation. Die spoorweg en dat station bestonden ooit, maar ze bestaan niet meer. De rails zijn weggehaald en het stationsgebouw is afgebroken. Ze bestaan echt niet meer. Op de plek waar ik nu woon, stonden ooit andere panden. In de jaren tachtig heb ik gezien hoe ze afgebroken werden en hoe op het eind zelfs een heel sloopblok op een nacht in de fik stond. Ik heb gezien hoe de plek waar ik nu woon, een vlakte was, waar het grondwater tot bijna op straathoogte stond en daarna heb ik gezien hoe hier nieuwe woningen gebouwd werden. Ik heb op de steigers gelopen om uit te zoeken in welk appartement ik het liefst wilde wonen. Ik heb gezien hoe een oud fabrieksgebouw op het binnenterrein een paar meter achter mijn balkon werd afgebroken. Het bestond ooit, het bestaat niet meer. Bijna nooit denk ik eraan, maar in het gemeentearchief is vast en zeker nog documentatie te vinden over de bouw en het gebruik in de loop de jaren. Dodo’s, lievelingsdieren van Boudewijn Büch, die ook al niet meer leeft – ik zie nog voor me hoe we vanaf onze postie op een terras hem niet lang voor zijn dood in 2002 met twee plastic zakjes met boeken eenzaam over de Torensluis op weg naar huis zagen lopen – leefden ooit. Nu bestaan ze niet meer. Ze zijn uitgeroeid. De trekschuit bestond ooit, als vervoersmogelijkheid. Nu bestaat een enkele trekschuit alleen nog in het museum.

In die zin bestaat het verleden dus, als voorstelling, als verhaal en als betrouwbaar verhaal. Dat is dus het tweede antwoord: ja, het verleden bestaat in de vorm van verzamelde, beschikbare en steeds herordende en vernieuwde kennis. Niemand zal in ernst kunnen beweren dat Jezus of Willem van Oranje niet bestonden. Daarvoor is het bewijs dat ze ooit leefden, te sterk. Een geschiedenis van Nederland zonder Oranje is niet eens denkbaar. In de middeleeuwen bestond Nederland nog niet, ten tijde van de Slag bij Nieuwpoort wel zo ongeveer en zeker bestaat het huidige koninkrijk sinds 24 augustus 1815. Eens bestond het niet, nu bestaat het en eens zal het naar alle waarschijnlijkheid niet meer bestaan. Opgaan, blinken en verzinken, zoals Willem Bilderdijk het in 1811 formuleerde, dat is geschiedenis. Het is zelfs het lot van iedere dag, zoals de dichter schreef en declameerde. Sommige dingen bestaan maar kort, andere hebben een lange duur. En het verhaal van die geschiedenis bestaat, als voorstelling, en dat verhaal kan op vele manieren verteld worden, maar er is een harde kern. Het verleden bestaat in die zin dat het ging over mensen, en ook wel dingen, die ooit bestonden en soms niet meer bestaan en soms ook nog wel. Wij hebben er weet van.

-

Geen predicaat 
Het Rijksmuseum bestaat, al kun je al jarenlang maar in een klein gedeelte terecht als bezoeker. Bestond het in 1886? Ja, want een jaar eerder werd het geopend. Bestond het in 1844? Jazeker, want Potgieter bezocht het toen en schreef er een beroemd opstel over. Maar de kans is dus groot dat je in beide vragen iets anders bedoelt. In het eerste geval gaat het om het huidige gebouw, in het andere om de instelling, die toen in het Trippenhuis, dat trouwens ook nog steeds bestaat, gevestigd was. Maar in 1745 bestond het Rijksmuseum nog niet, omdat het pas in 1800 werd opgericht, als instelling en dan ook nog onder een andere naam, Nationale Kunstgalerij. In hoeverre gaat het bij de instelling en het gebouw om een zelfde wijze van bestaan? Heeft het eigenlijk wel zin om over de univociteit van bestaan of zijn te spreken. Wat zegt bestaan eigenlijk?

Niet veel, denk ik. Bestaan of zijn is geen predicaat, in de zin dat het iets kenmerkends meedeelt, een eigenschap of zo. Je kunt van iemand zeggen dat ze bruin haar heeft, of van Barack Obama dat hij de vierenveertigste president van de Verenigde Staten is, en dan deel je iets wezenlijks of kenmerkends over hen mee. Maar wat deel je mee als je zegt dat mensen bestaan? Niet veel, want dat wisten we al. Het is als met waarheid. De vraag ernaar is alleen interessant als die omstreden is. Waarheid wordt verondersteld. We zeggen niet bij elke mededeling dat die waar is. Daar gaan we vanuit. Pas bij twijfel of ontkenning zeggen we dat iets echt waar is. ‘Heus, ik houd je niet voor de gek.’ En zo is het ook bij zijn of bestaan. Dat mensen of bloemen bestaan, is niet interessant. Dat eenhoorns niet bestaan, was dat ooit wel. Was het niet mogelijk dat de verhalen teruggingen op waarnemingen van mensen die ze ver weg ooit gezien hadden? Sommigen vinden de vraag of Atlantis, waar Plato het al over had, nu echt bestaan heeft, of niet, nog steeds de moeite waard.

Ook de toekomst bestaat op die manier. Niet als iets dat er is, maar als iets waar we ons voorstellingen van maken, vaag vaak, maar toch. Dat Nederland nog bestaat in 2020, lijkt waarschijnlijk, maar is niet zeker. Of de euro eind 2012 nog zal bestaan, is al weer een heel andere vraag. Op veel kaartjes van IJburg zijn de oostelijke eilanden ingetekend. Ooit dachten we dat die er zouden komen. En als we op de Bert Haanstrakade over het water van het Markermeer uitkeken, stelden we ons voor hoe daar verderop nieuwe huizen zouden verrijzen. Nu houden we het mogelijk dat die eilanden en die huizen er niet meer komen, en we kijken dus met een andere verwachting.

We stellen ons voor dat er een dag zal komen dat mensen niet meer in benzineauto’s zullen rijden, op enkele liefhebbers van oldtimers na dan, omdat er andere middelen van aandrijving zijn ingevoerd. We stellen ons dingen voor die er nog niet zijn, maar waar we al wel zekere ideeën over hebben, en we stellen ons voor dat er nog allerlei nu ongedachte uitvindingen gedaan zullen worden. En we stellen ons voor dat van alles dat er nu is, er ooit niet meer zal zijn. Wij – ik laat de kinderen van nu buiten beschouwing – zullen er over een eeuw niet meer zijn, althans niet hier op deze aarde – en van de bespreking van mogelijk andere bestaanswijzen in een hiernamaals, zie ik nu even praktisch af. ‘Elk afscheid betekent de geboorte van een herinnering’, citeerde ik eerder de dankkaart na de begrafenis van Jan Sperna Weiland. Mensen leven na hun dood voort in onze harten, omdat ze daar ook voor hun dood al in present waren. Ze leefden, zij leven nu niet meer. Ze bestonden, ze bestaan niet meer – niet meer als mensen van vlees en bloed, maar wel op die andere wijze in onze gedachtenis.

-

In het geding
Bestaat de tijd? Ja. Maar op dezelfde manier als waarop mijn ouder wordende laptop bestaat? Lijkt me niet. Als bestaan niets prediceert, heeft het ook weinig zin om te zeggen dat het eenduidig is. De vraag is pas interessant als het gaat om de vraag of iets wel of niet bestaat en dan op de wijze zoals in het begrip gegeven is. Mensen bestaan, maar bestaan er werkelijk mensen die denken dat de maan van kaas is. Echt? Nu nog? August Willemsen beschrijft in zijn Braziliaanse brieven (1985) ergens hoe hij iemand tegenkomt die niet weet dat hij in Brazilië woont. De man heeft nog nooit van een kaart of een atlas gehoord en begrijpt er niets van als Willemsen hem zoiets voorhoudt. Hij heeft werkelijk geen idee hoe de wereld in elkaar zit. Zo’n man bestaat dus en dat is een nieuwe mededeling. Of bestond – want we weten niet of hij nog leeft.

De vraag naar het zijn is alleen van belang als het zijn of niet zijn in het geding is. Of iets nu bestaat of niet. En of iets bestond of niet. En soms ook of iets in de toekomst zal bestaan of niet. Is dit of dat mogelijk of denkbaar of niet?

-

Verschil in zijnswijze
Misschien had ik dit ook korter af kunnen doen. Emanuel Rutten schrijft namelijk zelf:

‘Ik meen dan ook dat alle ogenschijnlijke analoge duidingen van de term ‘bestaan’ na analyse slechts neerkomen op verschillen in zijnswijze, op verschillen in type zijnde, en dus niet op een verschil in zijn.’

Kortom, hij heeft het hier zelf over over ‘verschillen in zijnswijze’, maar als er een verschil is in de wijze waarop iets is, is dan dat zijn ook hetzelfde? Een verschil in de wijze van bestaan of zijn is méér dan een verschil in type zijnde, zou ik zeggen. Of je definieert zozeer elke betekenis weg uit zijn of bestaan, dat je er helemaal niets meer over kunt zeggen en dat de bewering dat bestaan univook of eenduidig is, een a priori gegeven stipulatieve definitie is, waar geen nadere discussie meer over mogelijk is. Maar dan zegt de bewering ook helemaal niets meer. Zijn is dan altijd hetzelfde en daarbinnen heb je dan verschillende zijnswijzen.

Maar om dat laatste gaat het: dat niet alles op dezelfde wijze bestaat. En dat als je de ene keer zegt dat iets bestaat, je dat op een andere manier bedoelt dan bij een andere gelegenheid. Vliegende roze olifantjes bestaan niet, niet als werkelijke beesten die voorbij je raam kunnen komen, ze bestaan wel als voorstellingen in boeken, tekeningen, films en animaties en stukjes als dit. Wat je in het kinderplaatjesboek ziet, is een koe, en wat daarbuiten loopt, is ook een koe, maar ze bestaan op verschillende wijze en dat hoef je er niet bij te zeggen, omdat de context dat al duidelijk maakt. Je gebruikt vervoegingen van zijn of bestaan wel degelijk op een verschillende wijzen.

En het lijkt me een vrij zinloze semantische kwestie of verschillen in zijnswijze, die Rutten erkent, dan weer iets anders zijn dan verschillen in gradatie, die hij niet erkent. Hoe zouden we dat onderscheid vast kunnen stellen? Het punt lijkt me nu juist dat eenhoorns niet bestaan, en op een andere wijze, als voorstelling, toch weer wel. Ik zou zeggen dat de wijze waarop een eenhoorn dan in zekere zin bestaat, toch gradueel afwijkt van hoe een eekhoorn bestaat. Tenzij je ook dat verschil weer stipulatief wegdefinieert.

-

De uitspraak dat zijn univook is, lijkt me onjuist. Het alledaagse spraakgebruik weerspreekt dat in ieder geval. Het verleden bestaat op een andere wijze dan mijn koffiemok. Of de uitspraak is zinledig, dat kan ook.

Ons bestaan is ons gegeven en de wereld ook. En wij begrijpen er niet zoveel van.

(39)

14 december 2011

Salafisten verspreiden de reportage van Lex Runderkamp (NOS) in het Arabisch [Marinab VII]

.:.

[Volledig herschreven artikel. Zie vooral het dankwoord onder dit stuk. Zie vooral ook dit bericht over de video op Arab West Report. Volg die site voor de nieuwste ontwikkelingen.]

 

Runderkamps reportage in het Arabisch
Kijk, dat is nou interessant. De beroemde reportage voor het NOS Journaal van Lex Runderkamp over – in zijn ogen – een brand in een kerk in aanbouw in het Egyptische dorp El Marinab is ook voor Arabische kijkers beschikbaar. Het filmpje staat al sinds vorige week woensdag, 7 december 2011, op YouTube.

U kent het mogelijk al, maar zo kunt u het nog eens in alle rust met Arabische ondertiteling bekijken. En wat ook fijn is, u krijgt 16 seconden extra. Was de duur bij de NOS 2.31 seconden, hier is die uitgebreid tot 2.47 seconden. Eerst krijgen we namelijk nog wat beelden te zien van nieuwssites die over de aanval op de kerk in El Marinab berichtten. We zien onder meer de bekende foto, die ik ook op mijn eerste blog over de zaak plaatste. Maar wat nog boeiender is, u krijgt daarvoor, helemaal in het begin, nog groot in beeld:

‘Why They Attack Islam’

Zodat u weet waar het over gaat en het filmpje in het juiste kader kunt plaatsen. Kijk maar:

Als u goed opgelet heeft, heeft u misschien nog iets interessants gezien. Direct na de opening kwam een portret in beeld van iemand op een soort klassiek boevenopsporingsaanplakbiljet met groot er boven WANTED en er onder ‘Shnodah’s Trial’. En het gezicht daartussen in, dat is, juist ja, van de huidige koptische paus Shenouda III. Het geeft misschien een zekere indicatie omtrent het kader waarin dit filmpje gepresenteerd wordt.

-

Salafisten
De kop boven de film moet ongeveer luiden:

‘Shock voor alle Egyptenaren: Nederlandse tv-presentator onthult dat christenen kerk Al Marinab verbrandden’

Ik sta voor die vertaling niet helemaal in, maar wel ongeveer: ik heb het in vijf talen in Google Translate uitgeprobeerd. Alle vertalingen hebben het over een tv-gids, maar daaronder verstaan wij een programmablad en ik neem aan dat iets als presentator – of minder waarschijnlijk: journalist – zal zijn bedoeld. Het kon trouwens wel eens zijn dat er in werkelijkheid zelfs over ‘bewijs’ wordt gesproken, althans dat woord kwam ik tegen toen ik afzonderlijke woorden in de vertaalmachine ingaf – ik weet dat niet precies.

Dit komt uit salafistische hoek, zoveel is wel duidelijk. En alleen de kop geeft al aan dat dit kennelijk in Egypte nog niet zo bekend was. Daar dacht iedereen tot dusverre dat een groep mensen, islamitische jongeren, en trouwens kennelijk ook wel enige ouderen, een kerk in aanbouw aangevallen en vernield had, hetgeen blijkens de beelden ook wel gelukt is: de koepels die er eerst waren, zie je niet meer, al is het misschien niet geheel helder wat de kopten zelf voor die vrijdag de dertigste september al verwijderd hadden en wat de aanvallers daar nog aan sloopwerk aan toegevoegd hebben. Maar gelukkig zijn ze in Egypte nu door Lex Runderkamp wat wijzer geworden.

Het logo dat men groot in beeld ziet, 5m4u.com, leidt naar El Mokhales TV. Die plaatste de Nederlandse reportage, voorzien van Arabische ondertitels, op woensdag 7 december 2011 om 16.35 uur op de website. El Mokhlales TV is een salafistische organisatie, die onder de hoede staat van Sjeich Muhammad Al Zogbhy (de transcripties van de naam variëren zoals altijd). Er zijn verbindingen met Al Noor, de salafistische politieke partij. Sjeich Al Zoghby heeft enige naam opgebouwd als radicaal prediker. Hij is onder meer in deze video (leuk muziekje trouwens) te zien, waarin hij eerder dit jaar, na de revolutie, de kopten dreigde naar hun kloosters te gaan en daar vrouwen die ze gevangen zouden houden, te bevrijden. Dat zijn altijd ingewikkelde verhalen, waarbij het gaat om koptische jonge vrouwen die al dan niet tot de islam zouden zijn overgegaan, en waar ik nu verder maar even niets over zeg. In de video zien we Al Zoghby onder meer een demonstratie bij de kathedraal leiden. De man mag nogal graag tekeer gaan tegen de koptische paus Shenouda. Zo snapt u dat biljet met WANTED misschien ook.

-

Egyptische kranten berichten
De twee websites van de kranten die we in het begin van het filmpje zien, zijn van de kranten al-Distūr (of Al Distoer of Al Dostor of hoe je het ook schrijft), die op zondag 4 december 2011 kopte: 

‘Nederlandse tv: het gebouw in Al Marinab is een gasthuis en geen kerk. Christenen staken, niet moslims, stichtten de brand’

en Al Wafd, overigens een liberale krant, die kopte

‘Nederlandse tv: kopten Al Marinab stichtten eigenhandig brand’

Over dat artikel heeft Arab West Report een bericht geplaatst. Al eerder was in Nederland bekend geworden dat de krant al-Misriyūn, gelieerd aan de radicale Gama’at al-Islamiya, op maandag 5 december een artikel gebracht had onder de titel:

‘Kopten zetten Marinab in brand en schuiven het in de schoenen van Moslims”

Naar aanleiding daarvan hebben de Kamerleden Pieter Omzigt en Joël Voordewind Kamervragen gesteld aan de minister van – let wel – buitenlandse zaken. Het gaat hier om wat er in de internationale verhoudingen gebeurt.

-

De Egyptische ondertitels
Inmiddels heeft Diana Maher Ghali op de website van Arab West Report een vertaling van de Arabische ondertitels met commentaar (en het Nederlandse orgineel) geplaatst. Iedereen kan daar de teksten zelf vergelijken. In het algemeen is de Nederlandse tekst van Lex Runderkamp tamelijk goed gevolgd, maar er zijn een paar uitzonderingen.

Op de plaats waar Runderkamp het heeft over de brand ‘zoals de kopten hem zelf filmden op 30 september’, zegt de Arabische tekst dat de kopten hemzelf op die dag aanstaken. Waar Runderkamp zegt dat de moslims ontkennen dat zij het vuur hebben aangestoken, zegt de Arabische tekst dat moslims verzekerden dat het de andere partij was die de brand stichtte. En waar Runderkamp beweert dat op de dag van de brand ‘de gemeente’ de koepel zou komen verwijderen, vertellen de ondertitels dat toen de brand ontstond, mensen kwamen helpen blussen.

Ook zijn er wat verschillen in de vertaling van de Arabische fragmenten uit de reportage. Waar een oude kopt, ene Garas Sidhum (Grace Sidhum bij de NOS), zegt dat de Moslimbroederschap hem en zijn geloofsgenoten heel erg lastig valt, heeft de Nederlandse ondertiteling het alleen maar over de moslims. [Zie correctie door Kees Hulsman in de comments. Toevoeging vrijdag 16 september 2011.] Waar vader Salib op een video uit december 2010 volgens de NOS-reportage zegt dat als het toch een kerk blijkt te zijn, de plaatselijk moslims ‘het recht’ hebben om hem te vernietigen, zegt hij volgens de vertaling van Diana Maher Ghali dat ze de kerk mogen vernielen en doen wat ze willen – over een recht heeft hij het niet.

Het is duidelijk dat de Egyptische versie op een paar punten is aangedikt. Daar kan Runderkamp niets aan doen. Maar zoveel hoefden de salafistische gebruikers nou ook weer niet aan te passen om zijn reportage voor hun eigen doeleinden te gebruiken. In het algemeen kun je stellen dat bepaalde Egyptische media zijn reportage eerder gebruikten dan misbruikten.

-

Wat vindt de NOS hiervan?
In mijn vorige blogstukje haalde ik een passage van Runderkamp aan uit zijn optreden in Dit Is De Dag van donderdag 8 december. Ik herhaal dat even:

‘Maar luister even. Als er een karikatuur gemaakt wordt van het verhaal dat ik maakte, en er zijn allerlei organisaties die dat via hun blogs en sites op de wereld gaan publiceren: hé, de NOS beweert dat de kopten de kerk in de brand hebben gestoken, dan is dat een interpretatie waarmee zij op de tamtam slaan. Dus alle gevolgen die dat heeft, zijn voor rekening van organisaties die met dit foute beeld naar buiten gaan. De NOS kan niet van elk bericht dat ze maakt, zal ik maar zeggen, voortdurend na gaan denken, ja gaat iemand anders er dan mee aan de haal, snap je. Als dat uit de hand loopt, en ik hoop het echt van niet, dan draagt degene die die boodschap verspreidt, toch zeker de grootste verantwoordelijkheid.’

Nu gaat het niet om wat anderen zeggen, nu gaat het om wat Lex Runderkamp zelf zegt. Egyptische en Arabischtalige kijkers kunnen daar zelf rechtstreeks kennis van nemen. Als Runderkamps reportage in de Arabische wereld vertoond wordt, dan is het dus de vraag of Egyptenaren en andere kijkers op grond van zijn berichtgeving een juist beeld krijgen. Of een beter beeld dan ze van de eigen nieuwsmedia tot dusverre gekregen hadden. En zoals we aan de hand van het artikel in Al Wafd gezien hebben, is het gebruik niet beperkt tot salafistische media, maar maakte ook een meer liberale krant gewag van Runderkamps afwijkende bevindingen.

Ik zou zeggen: na alle voorgaande pogingen van Jos StrengholtKees Hulsman en mijzelf moet de NOS daar maar eens een antwoord op geven. Blijft hoofdredacteur Marcel Gelauff nog steeds achter deze reportage staan?

Echt?

-

Tot slot
Ik heb nu ruim twee weken geleden geprobeerd een omstreden reportage proberen te controleren. Ik heb dingen nagezocht en vragen gesteld. Ik zag een journalistieke casus en ik heb geen bijzondere belangstelling voor branden in kerken of andere religieuze gebouwen. Ik koesterde geen structureel wantrouwen tegen de berichtgeving door de NOS en ik van Lex Runderkamp wist ik alleen dat hij enige naam had opgebouwd als onderzoeksjournalist. Ik had geen enkele nadere gedachte bij de man. Maar de manier waarop hij op kritische vragen gereageerd heeft, is, laten we voorzichtig blijven, buitengewoon wonderlijk.

Ik heb puur belangeloos handenvol tijd in deze zaak gestoken, maar Lex Runderkamp bleek niet in staat om zakelijk op kritiek te antwoorden. Terwijl ik me uitsloof om zorgvuldig te zijn, was het enige dat hij kon bedenken mij een ‘zeer onzorgvuldige historicus’ te noemen. Kinderachtig, dat is het.

Ik hoop dat de NOS nog een keer zakelijk reageert. Het moet haast wel, zou je zeggen. Hoe kan men anders de verloren geloofwaardigheid nog herstellen?

-

Dankwoord
Het bovenstaande stuk, dat op woensdag 14 december 2011 hier voor het eerst geplaatst werd, is op donderdag 15 december 2011 volledig herschreven.

Ik dank Lamis Yahya te München – de onderzoekster die het definitieve rapport van 29 bladzijden over de gebeurtenissen op 30 september 2011 in El Marinab schreef – voor het doorgeven van de link naar de video, die hier centraal staat, en voor het verwijzen naar een andere video en voor het aanleveren van nadere informatie.

Ik dank ook Diana Maher Ghali en Kees Hulsman te Cairo voor de vertaling van de Arabische ondertitels bij Runderkamps reportage die inmiddels op de website van Arab West Report geplaatst zijn, voorzien van commentaar. Volg vooral ook die website.

De verantwoordelijkheid voor dit stuk – en dus ook voor eventuele fouten en vergissingen (je weet maar nooit) – ligt geheel bij mij.

.:.

Postscriptum
Ondertussen heeft Kees Hulsman op woensdag 14 december 2011 op mijn vorige weblogstukje [Marinab VI] gereageerd. Hij doet daar interessante en, zou ik zeggen, behoorlijk onpartijdige observaties over de verhouding van moslims en kopten in Egypte. En hij heeft op donderdag 15 december ook nog gereageerd op mijn stukje daarvoor [Marinab V] met zeer kritische opmerkingen over Lex Runderkamp.

‘Feit is ook dat Runderkamp blind is voor de gevolgen die zijn rapportage voor de Kopten in Marinab in het bijzonder maar ook Kopten in het algemeen in Egypte heeft.’

Lees de rest daar zelf maar.

♦a

Het gehele dossier: http://jandirksnel.wordpress.com/tag/marinab/

(38)

[Gepubliceerd: woensdag 14 december 2011, 19.30 uur. Volledig herschreven op donderdag 15 december 2011 en herplaatst om ongeveer 17.30 uur. Later nog enkele redactionele verbeteringen, geen inhoudelijke veranderingen.]

14 december 2011

Lex Runderkamp wordt nu echt een probleem voor de NOS [Marinab VI]

.:.

Lex Runderkamp plaatste maandag een reactie bij mijn vorige stuk over de affaire rond zijn reportage van 26 november 2011 over de gebeurtenissen in El Marinab op vrijdag 30 september 2011, die ik nu openbaar gemaakt heb, maar daarmee nog niet ‘goedkeur’, zoals de technische uitdrukking ironischerwijze luidt. Uit de reactie blijkt opnieuw dat argumentatie en het aandragen van feiten geen enkele indruk op Lex Runderkamp maken. Maar er zijn lezers die mogelijk wel zelf kunnen oordelen. Hier nog eens de belangrijkste punten, ook voor wie de vorige stukjes niet gelezen heeft.

-

Fatima Naoot, bekend Egyptisch dichter en schrijver, doet verslag van haar bevindingen als lid van een onderzoekscommissie in El Marinab.

De kern: een aanval op een kerk in aanbouw
Laten we even vaststellen wat de kern is. Op vrijdag 30 september 2011 heeft een groep moslimjongeren in het Egyptische dorpje El Marinab een koptisch kerkgebouw in aanbouw vernield en daarbij is ook sprake geweest van brand. Er is niemand, werkelijk niemand, die twijfelt aan de aanval. In een bericht van het persbureau AINA van vrijdag 9 september vroeg in de nacht en dus nog voor het middaggebed in de moskee werd er al gewag gemaakt van dreigingen om de kerk in aanbouw die dag te vernietigen, een dreiging die dus drie weken later in werkelijkheid werd omgezet (zie voor het citaat mijn vorige blog over deze affaire).

Toen Kees Hulsman en Lamis Yahya op 1 oktober 2011 ter plaatse onderzoek deden, twijfelde niemand eraan dat de dag ervoor een groep moslimjongeren de muur die de kerk omringde, doorbroken had en aan het vernielen was geslagen. Men kan het voorlopige verslag van 2/3 oktober en het definitieve rapport van 12/13 oktober 2011 daarop nalezen. En op 6 december hebben Hulsman en zijn medewerkers nog eens met sjeikh Habib, de imam van een naburige moskee, gebeld om te vragen hoe het zat en ook die bevestigde toen opnieuw dat op de bewuste vrijdag een groep moslimjongeren naar de kerk getrokken was.

In haar artikel in Al Ahram van 11 oktober schreef Sherry El-Gergawi het volgende over de beruchte, nog door Mubarak benoemde gouverneur van Aswan, majoor-generaal Mustafa El-Sayed:

‘As the church stood in rubble and Copts were still feeling the pain and humiliation of watching their house of worship desecrated and demolished, the governor told Modern TV in a vindictive tone that “Copts made a mistake and, therefore, they should be punished.”
As if to rub it in, the governor added that the Copts’ mistake was promptly corrected at the hands of Muslims, and that should be end of story.’

Jos Strengholt heeft op zijn weblog inmiddels op vrijdag 9 december een post geplaatst, waarin hij linkt naar opnames van de verwoesting van het in aanbouw zijnde gebouw. Ja, al die filmpjes zijn niet zo helder. Het is namelijk nogal lastig openlijk filmen als een menigte je kerkgebouw aanvalt en vernielt en het moet dus wat stiekem gebeuren op misschien iets rustiger momenten. Maar ondertussen laten de beelden wel zien dat Aymen Fathi, politieman en hoofd van de recherche in Edfoe, het district waar Marinab onder valt, betrokken was bij de verwoestingen. En Jos Strengholt laat ook een filmpje zien van de al genoemde gouverneur van Aswan, die vertelt dat moslims na het vrijdaggebed naar die kerk trokken om die kerk te vernietigen. En omdat het bij gebrek aan zware materialen niet lukte om de kerk en de koepel zo kapot te maken, hebben ‘onze jongens’ het vernietigingswerk volgens de gouverneur ‘afgemaakt met vuur’.

En in een volgende blogpost van zondag 11 december heeft Jos Strengholt ook nog eens beelden laten zien van de Egyptische topjournalist Ibrahim Issa, een moslim overigens, die ‘in onmiskenbare duidelijkheid’ op tv uitlegt ‘dat het geen Kopten maar Moslims waren die de kerk in Merinab aanvielen, vernielden, en in de hens zetten’. En hij laat beelden zien van Fatima Naoot, ook al een moslim dus – niet dat zoiets onder redelijke mensen er veel toe doet – die begin oktober met een onderzoeksteam in Marinab was en constateerde dat ‘1000 moslims de kerk daar verwoesten en in brand staken’.

Niemand twijfelt eraan dat de kerk in aanbouw door een meute moslimjongeren is vernield, de politie niet, de gouverneur van Aswan niet, de imam van de naburige moskee niet, de plaatselijke moslims niet en de plaatselijke kopten niet, de belangrijkste Egyptische journalisten niet en de onderzoekscommissie niet, echt helemaal niemand.

-

Lex Runderkamp en de brandstichters
Maar bleek hiervan iets in de reportage van Runderkamp? Nee, kijk maar terug: geen woord over de aanval en de vernieling van de kerk. Runderkamp heeft het alleen over de brand die binnen de algehele vernieling van het gebouw niet meer dan een detail was. Het is alsof er een bomauto paleis Noordeinde binnenrijdt en het gebouw opblaast en Runderkamp zich ondertussen afvraagt of de portier wel keurig op zijn plek stond of of de auto niet net door het rode licht is gereden, en aan de verwoesting van het koninklijke werkpaleis ondertussen geen woord wijdt. Een klein detail licht hij eruit, terwijl hij ‘vergeet’ het echte verhaal, de aanval op de kerk en de verwoesting ervan, te verhalen.

En Runderkamps suggestie is wel degelijk dat de kopten het gebouw hebben aangestoken. In zijn reportage laat hij ene Abdallah aan het woord, uitgerekend de man van wie Hulsman en Yahya de indruk kregen dat hij de grote agitator achter de aanval op de kerk in aanbouw was, en die zegt dat kopten autobanden hebben verzameld en dat die in brand stonden. In de reportage zegt die Abdallah, voor wie goed oplet, net niet met zoveel woorden dat de kopten die banden en de brand in de kerk dan ook zelf hebben aangestoken. En als Lamis Yahya dat gezien de tot dusverre beschikbare woorden en beelden correct analyseert, doet Runderkamp dat fijnzinnig af als ‘totale onzin’. We citeren hem:

‘Ik heb de quote van Abdallah gewoon op mijn camera staan: “De koptenbroeders hebben de brand zelf aangestoken.” Meerdere keren uitgesproken, in verschillende variaties. Ik vond het fragment waarin Abdallah vertelt dat er al brand was toen ze de moskee uitkwamen veel belangrijker om in het item te gebruiken.’

Kortom, de kijker die dacht dat Abdallah beweerde dat de kopten de kerk zelf in de hens hebben gestoken, heeft gewoon gelijk. En Runderkamp wekt de indruk dat hij hem gelooft en het met hem eens is. Dit is niet maar zo een citaat. Runderkamp deelt met nadruk mee dat de moslims ‘ontkennen dat zij het vuur hebben aangestoken’. ‘We gaan er eigenlijk allemaal blindelings vanuit dat de moslims dat gedaan hebben, maar er zijn echt sterke aanwijzingen dat iedereen – ook de internationale gemeenschap – reageert op verkeerde feiten.’ Dat kan alleen maar betekenen dat volgens zijn aanwijzingen de kopten het gedaan hebben. En nog steeds heeft Runderkamp, en dat bleek ook weer tijdens zijn optreden in Dit Is De Dag (DIDD) op donderdag 8 december 2011, niet meer bewijs dan dat meerdere medestanders van Abdallah, die dus voor het brein achter de aanval wordt gehouden, het met hem eens zijn, zonder dat ze ook maar één enkel greintje bewijs aanvoeren.

Bij Dit Is De Dag probeerde Runderkamp er zich onderuit te draaien.

‘Dat is het ingewikkelde, als je in een reportage iemand aan het woord laat, die iets beweert, dan is niet de NOS er altijd per definitie mee eens.’

Ja, maar dan moet je wel zelf ander commentaar geven. En de ‘sterke aanwijzingen’ zouden, zegt Runderkamp nu, ook gaan ‘over de ruzie die in het dorp was, dat de kerk illegaal gebouwd werd, dat er geen enkele gewonde bij het massale moslimaanval is gevallen, dat er verklaringen zijn van bewoners, vanaf dag één, dat de kopten zelf brand hebben gesticht.’ Gelul. Op de laatste bewering na dan. In deze zin gaat het over de vraag wie de zaak in de fik heeft gestoken. Als we niet moeten geloven dat dat moslims waren, dan waren het dus wel de kopten, die door Abdallah aangewezen werden.

Als Tijs van den Brink in DIDD tegen Runderkamp opmerkt dat in Egypte is een salafistische krant met zijn verhaal ‘aan de haal gegaan’ is en dat die schrijft dat de kopten hebben het gedaan hebben, antwoordt Runderkamp:

‘Ja, dat is wel waar. Maar luister even. Als er een karikatuur gemaakt wordt van het verhaal dat ik maakte, en er zijn allerlei organisaties die dat via hun blogs en sites op de wereld gaan publiceren: hé, de NOS beweert dat de kopten de kerk in de brand hebben gestoken, dan is dat een interpretatie waarmee zij op de tamtam slaan. Dus alle gevolgen die dat heeft, zijn voor rekening van organisaties die met dit foute beeld naar buiten gaan. De NOS kan niet van elk bericht dat ze maakt, zal ik maar zeggen, voortdurend na gaan denken, ja gaat iemand anders er dan mee aan de haal, snap je. Als dat uit de hand loopt, en ik hoop het echt van niet, dan draagt degene die die boodschap verspreidt, toch zeker de grootste verantwoordelijkheid.’

Hij maakt er zich hier al te gemakkelijk van af. Hij kan ons wel proberen wijs te maken dat hij nooit beweerd heeft dat de kopten zelf de brand hebben gesticht, het is wel degelijk dat wat mensen van de reportage onthouden. Hij heeft dat zelf bewust willen suggereren. Niks karikatuur, meest voor de hand liggende interpretatie.

-

Lex Runderkamp richt zich op een detail
Maar wat veel belangrijker is: de brand is slechts een onderdeel van de aanval en de verwoesting. Het ligt voor de hand dat de aanvallers de brand gesticht hebben om het werk af te maken, maar zolang we geen betrouwbare ooggetuige hebben omtrent wie het vuur aangestoken heeft, kunnen we nooit zeker zijn. Het is pure speculatie, maar het zou kunnen dat iemand rook wilde maken om de aanvallers te verdrijven. We weten het niet. Maar het is ook niet belangrijk. Waar het om ging, was de verwoesting van de kerk.

En Runderkamp gaf bij DIDD nu toe dat ‘de kerk waar ik rondliep, waar de brand zou hebben gewoed, geen zwarte muren had’. Er waren wel een aantal brandplekken, maar heel klein, zei hij. Kortom, hij beseft zelf dat de brand niet het hoofdthema kon zijn, maar hangt daar wel zijn hele reportage aan op. En als Tijs van den Brink hem vraagt, ‘als mensen hebben onthouden dat jij denkt dat de kopten het zelf hebben aangestoken, dan is dat niet juist?’ antwoordt Lex Runderkamp:

‘Nee, niet als hoofdoorzaak van de brand. Dat ze iets hebben aangestoken en dat was waarschijnlijk in verdediging tegen de moslims die boos kwamen protesteren. Maar dat ze zelf met vuur hebben gespeeld ook.’

En hij blijft nog even volhouden dat er verklaringen zijn dat kopten hebben zelf met vuur gespeeld hebben, maar hij geeft dus toe dat dat niet de hoofdoorzaak van de brand is. Waarom heeft hij dat dan tot een centraal punt in de reportage gemaakt?

-

Lex Runderkamp probeert te reageren
In zijn reactie op mijn blog van maandag gaat Lex Runderkamp slechts in op een van de vier belangrijke onwaarheden onder het kopje Vier punten die ik in mijn vorige stukje constateerde: het vierde punt, dat daarboven beschreven is onder het kopje 2. De methode: Runderkamp beschuldigt Hulsman. Ik legde daarin uit dat Runderkamp insinueerde dat Hulsman ‘inmiddels’ iets zou ‘erkennen’, dat hij in werkelijkheid begin oktober al had helpen openbaar maken. Alleen hier ziet Runderkamp kennelijk een kans. Maar hij vergist zich deerlijk.

Hij haalt eerst aan hoe ik al in een naschrift op mijn eerste blog een reactie van Kees Hulsman op Amsterdam Post aanhaalde en dat hij daarin had ´kunnen lezen dat Abdallah direct na de brand niet vertelde dat kopten de brand hadden aangestoken.´ Maar vervolgt Runderkamp nu:

‘Maar Hulsman herziet zijn verhaal in het openbaar op mijn blog. “Die bewering van mij was fout en daarvoor excuses. Lamis schreef n.a.v. ons 1e bezoek “They (Muslims) saw one of the Christians burning a tire from an abandoned house, and they had to put out the fire.” De beschuldiging dat Christenen de brand zelf hebben aangestoken was dus toen al genoemd. Dat u die beschuldiging hebt opgepikt is niet vreemd.”’

Runderkamp meent dat hieruit blijkt dat Abdallah ‘niet alles achteraf verzonnen’ heeft. Runderkamp:

‘Maar de dag er voor had Hulsman ontkent dat Abdallah zijn Journaalbewering eerder had gedaan! Na lezing van zijn eigen rapport moest ie erkennen dat Abdallah consistent in zijn verklaring is. Dat zou een historicus als Snel toch moeten waarderen.’

Leuk geprobeerd, maar, jammer voor Runderkamp, nogal misleidend. Ja, Kees Hulsman had op 27 november al geschreven dat Abdallah tijdens het onderzoek op 1 oktober ‘geen beweringen dat Kopten de kerk zelf in brand had gestoken’ deed. En in zijn eerste en pas een dag later geplaatste reactie op de eerste blog van Lex Runderkamp schreef Hulsman op 4 december 2011 inderdaad:

‘Abdallah beweerde op 1 october niet dat Kopten de kerk zelf in brand hadden gestoken’

Het punt is alleen dat Hulsman dat nooit ingetrokken heeft. In zijn vierde reactie op Runderkamps eerste blog schreef Kees Hulsman op 6 oktober namelijk iets heel anders en ik citeer maar even de hele passage:

‘Geachte heer Runderkamp, ik heb Lamis Yehya gevraagd om naar ons kantoor in Cairo te komen en in telefoontjes met Merinab het e.e.a. verder uit te zoeken. Ik moet nu ook 1 ding in mijn eigen beweringen corrigeren. Ik heb eerder in een reactie op uw film geschreven dat niemand in Marinab op 1 october beweerde dat Christenen de kerk hadden aangestoken. Die bewering van mij was fout en daarvoor excuses. Lamis schreef n.a.v. ons 1e bezoek “They (Muslims) saw one of the Christians burning a tire from an abandoned house, and they had to put out the fire.” De beschuldiging dat Christenen de brand zelf hebben aangestoken was dus toen al genoemd. Dat u die beschuldiging hebt opgepikt is niet vreemd.’

Het grappige is dat Hulsman hier wel eens excuses kon maken voor iets dat hij nooit beweerd heeft. Ik kan namelijk nergens vinden dat hij ergens beweerd heeft dat ‘niemand in Marinab op 1 october beweerde dat Christenen de kerk hadden aangestoken.’ Hij schreef dat zeker in niet in de reactie op Amsterdam Post of in zijn drie eerdere reacties op de eerste weblog van Lex Runderkamp. Maar hij zou het ergens op een mij onbekende plek geschreven kunnen hebben. Het doet er niet toe. Waar het om gaat: Hulsman heeft het hier niet over Abdallah, maar over ‘iemand in het algemeen’. Hij had zich dat niet herinnerd, maar hij ontdekte nu dat er in het rapport van Lamis Yahya wel iets stond over geruchten van kopten die zelf brand zouden hebben gemaakt.

-

Kees Hulsman antwoordt
Gisteren, dinsdag 13 december 2011, is er even navraag gedaan bij Kees Hulsman, die in Zuid-Egypte verblijft, en telefonisch, zonder dat hij zelf teksten kan nakijken, liet hij dit weten:

‘Ik heb gezegd in mijn allereerste reactie naar Runderkamp: Ik heb op 1 oktober niet gehoord dat moslims kopten beschuldigden van brand. Wel, daarin vergiste ik me. Het stond wel in het verslag van Lamis. Maar het was zoiets onbenulligs, dat ik het totaal vergeten was. De moslims, ook Abdallah, hadden het op 1 oktober de hele tijd alleen over de juridische papieren. In een groep van 30 moslims zei een van hen dat het misschien wel de kopten zelf waren, maar geen andere moslim ging daarop in. Het ging alleen over de belofte van Aboena Salib dat er geen kerk zou komen. Blijkbaar nam geen van de aanwezige moslims de opmerking van die ene man, dat de Kopten het zelf gedaan hadden, serieus. Anders hadden ze juist daar een punt van gemaakt.”

Nogmaals, ik denk dat Hulsman zich in die ‘allereerste reactie’ vergist, maar het punt is duidelijk. In zijn hang naar zorgvuldigheid kwam hij erachter dat er op 1 oktober wel degelijk ergens een gerucht was geweest. Dat was hij vergeten omdat het bij alle verhalen over de aanval niet van belang was geweest, maar hij wilde het in alle eerlijkheid toch even melden. Hij is een gewetensvol onderzoeker, die dingen nakijkt en dingen navraagt. Maar nergens heeft hij dus gehoord dat Abdallah zoiets toen zei. Wie zijn eerste voorlopige onderzoeksverslag nakijkt, ziet dat Abdallah daarin niet voorkomt. Wie het definitieve rapport van Lamis Yahya van 12/13 oktober napluist, ziet dat Abdallah daarin een stuk over acht keer voorkomt, maar dat hij het nergens heeft over wie de brand heeft aangestoken. Aangezien alle geruchten en terzijdes ook nauwgezet zijn opgeschreven, is het vrijwel uitgesloten dat Abdallah toen zoiets beweerd zou hebben. Lamis Yahya zou het zeker genoteerd hebben,

En Hulsman houdt dus ook nu vol dat Abdallah toen niet zoiets gezegd zou hebben. Hij wilde alleen melden dat er wel enkele geruchten, die niemand van belang achtte in relatie tot de kern van de zaak, de vaststaande aanval op de kerk en de verwoesting ervan door een groep moslims, wel degelijk toen al opgemerkt waren. Dat was alles. Runderkamp knoopt van alles aan elkaar dat niet samen hoort. Hij heeft niets bewezen en ook zijn insinuatie heeft hij nu niet als gerechtvaardigd bewezen. Hulsman erkende helemaal niets dat hij vroeger ontkend zou hebben. Hulsman herinnerde zich alleen iets onbelangrijks dat hij even vergeten was en gaf waarschijnlijk een ‘vergissing’ toe die hij niet eens gemaakt had.

Kortom, Lex Runderkamp kan wel hoog van de toren blazen en beweren dat ik ‘(met Hulsman) onderuit’ ging, maar hij maakt zijn punt niet waar. Hij haalt alles door elkaar. Het feit dat er enkele geruchten de ronde deden, die door Lamis Yahya nauwgezet opgetekend worden, verbindt hij met de gedachte dat Abdallah ze toen ook al in de mond nam. Er is alleen geen enkel bewijs voor. Abdallah had het over andere dingen. En allen ter plekke erkenden dat moslims de kerk in aanbouw hadden aangevallen en hadden vernield. Maar dat was een feit waar Runderkamp even geen oog voor had.

-

Nog iets over DIDD
Ook bij DIDD kwam hij niet verder dan de slappe toegeving:

‘Dat daar moslims in de kerk, in de kerk in aanbouw zijn geweest, en daar steigers hebben afgebroken en er zullen best planken in de fik zijn gestoken, zich misdragen hebben, die moslims. Tuurlijk, dat staat buiten kijf.’

Waar dan nog de opmerking bijkomt dat de kopten ‘iets hebben aangestoken en dat was waarschijnlijk in verdediging tegen de moslims die boos kwamen protesteren.’ En elders dat de kopten zelf brand hebben gesticht: ‘waarschijnlijk, begreep ik later, hoor, om ook zichzelf te verdedigen tegen moslims die boos waren over die kerk en die dorpsteegjes in wilden’.

Bij Runderkamp komen mensen die een gebouw komen verwoesten, van kopten die al maanden niet het dorp uit kunnen om boodschappen te doen of die niet naar school kunnen, dus alleen maar ‘protesteren’. In het begin had hij het over moslims en kopten die ‘elkaar te lijf gaan’. Het zou dan toch eens interessant zijn om te horen waar die kopten op hun beurt de moslims te lijf zijn gegaan. Het is kennelijk de uitdrukking van een denkwijze waarbij beide partijen a priori wel schuld moeten hebben.

Er ging in het interview bij DIDD van alles mis. Tijs van den Brink probeerde wel kritisch te zijn en tegenweer te bieden, maar hij had de vragen niet scherp in het hoofd. Kees Hulsman mocht maar een paar dingen in de uitzending zeggen, maar kreeg niet de kans echt de confrontatie met Runderkamp aan te gaan. Hulsman kon nog wel dit zeggen:

‘Maar het gaat niet zozeer alleen om die brand, het gaat om dat voor die tijd een groep jongelui uit het dorp richting de kerk zijn gegaan, of de kerk in aanbouw, want daar heeft Lex Runderkamp gelijk in, richting die kerk in aanbouw zijn gegaan en daar de muur die rondom die kerk stond, heeft omver gehaald en daarna die kerk heeft aangepakt. Tijdens die onlusten die plaatsvonden, rondom dat gebouw in aanbouw, is die brand gekomen.’

Dat was het punt waar Tijs van den Brink op door had moeten gaan: de onlusten. De brand was daarbinnen een detail. Het ging om de vraag wie het gebouw had aangevallen, maar in plaats daarvan bleef hij Runderkamp doorvragen over wie toch die binnen het geheel onbelangrijke brand maar mocht hebben aangestoken en over andere minder relevante dingen. Hij liet alle kansen liggen om te vragen waarom Runderkamp de kern – de aanval op een ongewenste zichtbare kerk – in zijn reportage had vermeden.

-

De andere onwaarheden
Runderkamp pikte er in zijn reactie nu één puntje uit en faalde op dat punt. Er blijft staan dat hij valse insinuaties tegen Hulsman deed in zijn tweede blogstuk. En op mijn andere punten, die drie andere onwaarheden, gaat hij helemaal niet in. Laten we maar aannemen dat hij daar geen kans toe zag. Op geen enkel moment maakt hij waar dat ik een ‘zeer onzorgvuldige historicus’ ben. Geen enkele onzorgvuldigheid van mijn kant toont hij aan. En nergens wijst hij aan waar ik dan ‘geheel ongevoelig voor enig feit’ dat hij inbrengt, ben. Ook de andere drie hoofdonwaarheden die ik in mijn vorige stuk aanwees blijven dus staan.

Het blijft dus staan dat hij in de reportage beweerde hij dat de kopten in Marinab nooit een eigen kerk hadden, terwijl hij later moest erkennen, dat die er wel was. Bij DIDD zei hij letterlijk dat hij ‘lopende in dat dorp’ er onder meer achter kwam dat er

‘sprake is van verschillende locaties. Dat de plek waar ze al tachtig jaar aan het bidden waren, nog steeds bestaat en ongeschonden is.’

In mijn vorige blog vroeg ik me af of hij dat wel wist, maar voor wie DIDD terugluistert, blijkt dat het antwoord bevestigend is. Op zich kun je wel begrijpen dat reportages kort zijn en soms dingen moeten vereenvoudigen. Als Runderkamp in zijn eerste blog had toegeven dat hij ongenuanceerd was geweest, was daarmee de kous af geweest. Maar hij heeft nogal wat moeite om onjuistheden toe te geven.

En ook de andere punten blijven dus staan. Dat hij wel degelijk insinueerde dat de kopten het gebouw zelf in de fik hadden gestoken, is al aan de orde geweest. Dat hij in zijn tweede blog een willekeurig redactioneel uit een willekeurige krant aanviel en dat ten onrechte aan Arab West Report van Kees Hulsman toeschreef, terwijl hij kon zien dat het niet waar is, blijft ook staan. Kortom alle vier hoofdonwaarheden die ik aanwees, blijven zo staan. Runderkamp heeft niet eens de moeite genomen ze te weerleggen.

-

Denkwijze
In het interview met DIDD komt een passage voor die heel wat zegt over zijn denkwijze.

‘Het ging mij echt alleen om het ene feit dat wij allemaal onze emoties in zo’n verhaal steken en voor je het weet sturen we er vliegtuigen dan wel militairen naar toe om het te gaan regelen. Terwijl we met de algemene stereotypering meegaan van de islam is echt alleen maar intolerant en als je ook maar iets hebt, dan pakken ze je keihard aan en vermoorden ze je. Dat beeld bestaat en dat is door de geschiedenis heen vaak ook waar gebleken.’

Het is absurd. Alsof ‘wij’, wie dat ook mogen zijn, vliegtuigen en militairen naar Egypte zouden sturen, als zou blijken dat moslims, ja, sommige, niet alle, wel eens een koptische kerk vernielen. Ook als er twintig of veertig op een rij verwoest zouden worden, zou dat nog niet gebeuren. De man heeft een volledig idioot wereldbeeld.

Hij is steeds bezig met algemene beelden die niet zouden kloppen en die hij wil weerleggen. Hij moet gewoon feiten uitzoeken en die in een algemeen kader plaatsen. Dat is journalistiek. En dat had ook hier best gekund: waarom grijpen sommige moslims naar geweld als kopten, al dan niet met trucjes, proberen de status quo te veranderen en een kerk zichtbaarder te maken? Dat was een mooie vraag geweest, waarbij je dan best kunt proberen duidelijk te maken waarom die mensen zo boos zijn.

Ondertussen vertelt hij wel wonderlijke verhalen. Hij had twee dagen in El Marinab rondgelopen, vertelde hij in DIDD en wat gebeurde er?

‘Ik werd nog van alle kanten behoorlijk belaagd overigens, gewoon. De aanwezigheid van journalisten in dat dorp niet mis. Dus, ik word dan beschuldigd dat ik de islam verdedig, nou ze hebben me echt op een haar na omgebracht, ik ben echt in veiligheid gebracht.’

Waarop Tijs van den Brink vroeg: ‘De moslims ter plekke?’ En hij antwoordde.

‘Ik ben in veiligheid gebracht door de Egyptische politie die mij uit de koptische wijk weg moest halen. Ik heb letterlijk aan den lijve gevoeld.’

Bij de NOS moeten ze toch maar eens navraag doen bij de rest van de cameraploeg. Hoe gevaarlijk was het? Is de hele ploeg maar net aan de dood ontsnapt? Kees Hulsman en Lamis Yahya kwamen de dag na de onlusten aan en werden vriendelijk ontvangen, door alle partijen, ook door de mensen die de vernielingen toejuichten. Hoe vallen Runderkamps ervaringen dan te verklaren? Waren die bedreigingen dan geen reportage waard geweest? Moet de NOS voortaan voor meer beveiliging zorgen? Verder zeg ik maar niets.

-

Een probleem voor de NOS
Het lijkt me dat de NOS nu wel een probleem heeft. In Lex Runderkamp hebben ze een rondreizend journalist in de Arabische wereld die het niet nodig vindt om Arabisch te leren. Die verhalen vertelt over details – een vuurtje dat volgens hem niet veel voorgesteld kan hebben – terwijl hij het hoofdverhaal – aanval op en vernieling van een ongewenste kerk in aanbouw – niet vertelt. Die aantoonbare onwaarheden vertelt – ik kan verwijzen naar de vier punten uit mijn vorige blog. Die slecht op kritiek ingaat en in zijn eerste blog niet op de echte kritiek ingaat en in zijn tweede blog aantoonbare onwaarheden vertelt. Die een confrontatie met een criticus als ik uit de weg gaat, maar dan twee dagen later wel vreemde verhalen in een radio-interview vertelt. Die nu weer een ongenoegzame reactie op mijn concrete kritiek geeft en niet alleen daarin faalt, maar ook op de meeste kritiekpunten niet ingaat.

Wat moet men met een journalist, die slecht voorbereid op reportage gaat, vervolgens onbewezen en irrelevante verhalen produceert en thuisgekomen zich in de ene verdraaiing na de andere verstrikt? Kan men zo’n man nog weer op reis sturen? En wie zal zijn reportages dan nog geloven? Wordt het geen tijd voor hoofdredacteur Marcel Gelauff en de rest van de redactie om met een openlijke verklaring te komen, de fouten toe te geven en zich van het optreden van Lex Runderkamp te distantiëren? Ik vraag het maar.

-

Tot slot
Ik weet dat ik naar veler opvatting veel te lange stukken schrijf. Dat komt omdat ik zorgvuldig probeer te zijn, bewijs probeer te leveren, vragen stel en antwoorden zoek. En als ik me vergis, geef ik dat graag toe. Jos Strengholt schrijft op zijn weblog korte stukjes, die misschien veel effectiever zijn. Ik denk dat we elkaar in dit geval goed aanvullen.

Journalistiek gaat over waarheid. Over feiten, feiten en feiten.

Naschrift (woendag 14 december 2011, rond 10.05 uur)

Eén kleine vergissing is gecorrigeerd. Ik had geschreven dat er ‘vandaag’ navraag was gedaan bij Kees Hulsman in Zuid-Egypte. Dat moest natuurlijk gisteren, dinsdag 13 december zijn, en dat is nu verbeterd. De tekst is gisteravond geschreven en voor publicatie vanmorgen gereed gezet. Nog een ander kleinigheidje – foute formulering – is verbeterd.

Het gehele dossier: http://jandirksnel.wordpress.com/tag/marinab/

(37)

[Gepubliceerd: woensdag 14 december 2011, 8.30 uur. Naschrift: woensdag 14 december, rond 10.05 uur]

9 december 2011

Over werk

.:.

Ja, ik doe het toch.

Het loopt allemaal een beetje uit de hand. Veel te veel tijd ben ik momenteel kwijt met dingen waar ik geen cent mee verdien. Wie a zegt, moet soms ook b zeggen. Onlangs had ik een journalistiek dingetje uit pure nieuwsgierigheid – ik wilde weten hoe het nu echt zat – uitgezocht en ik had niet bevroed dat de ontwikkelingen me min of meer dwongen om nog minstens vier maal te reageren. Maar het kost me te veel tijd en het is niet goed om te lang op één onderwerp gefocust te blijven. De komende weken moet ik als wiedeweerga een paar klussen afmaken. Tot Nieuwjaar zal ik vooral moeten werken en zal ik geen tijd voor allerlei weblogstukjes meer hebben. Of ik me toch niet zo af en toe zal laten verleiden iets te schrijven, dat kan ik uiteraard niet voorspellen.

Maar ik zoek dus ook nieuw werk of nieuwe werkzaamheden, vanaf januari dus. Door alle gedoe kom ik ook niet aan verwerving van opdrachten toe. Vandaar dat ik deze onsympathieke weg maar eens kies. Ja, het is gênant: de aandacht op jezelf te vestigen. Maar het moet maar een keer.

-

Wat ik zoek
Dat weet ik niet. Ja, ik doe allerlei dingen met een toetsenbord. Ik schrijf wel eens wat, ik redigeer wel eens wat (maar ik heb er eigenlijk niet het temperament voor) en ik vertaal wel eens (maar dan denk ik ondertussen vaak dat ik liever aan een eigen, beter boek zou zitten te schrijven). Voor artikelen of columns mag men mij altijd vragen. Graag. In oktober en november heb ik ook voor mezelf op deze weblog even uitgeprobeerd of ik dat kon: vrijwel elke werkdag een aardig en gevarieerd stukje schrijven, maar dan dus naast mijn werk. Ik kan trouwens ook wel degelijk kort schrijven. En wie mij vraagt om 850 of 1225 woorden te schrijven, krijgt gewoonlijk ook 850 of 1225 woorden en niet 849 of 1226. Dat kost dan wel meer tijd dan om snel een gedachtegang uit te werken waarbij het niet uitmaakt of je op 756 of 2776 woorden uitkomt. Je moet immers veel meer wikken en wegen. En, als het even kan, moet het wat mooier opgeschreven worden. Lichtvoetig schrijven, achteloos formuleren kost soms enige inspanning.

Maar ik zoek eigenlijk ook wel iets anders en juist dingen waar ik zelf niet op kom. Het heerlijke van een freelancebestaan is dat je zelf je tijd indeelt. Dat je dus midden op de dag je werk kunt laten liggen om even snel een weblogstuk te schrijven. Dat je een stukje gaat rennen, een vriend tegenkomt en samen een uur bij een cappuccino bijpraat. Of dat je op een mooie zomermiddag op het terras van de Ysbreeker kunt afspreken en mijmerend over de Amstel over nieuwe boeken praat. Het is ook niet onaangenaam om soms ’s ochtends om half zes al achter de computer te zitten of om een andere keer tot kwart voor vier uur ’s ochtends door te werken tot iets af is en verzonden kan worden. Maar het heeft dus ook nadelen. Ik zou daarom best eens weer, zoals in mijn ambtenarentijd, een bureau elders willen hebben, een werkplek waar je naar toe kunt gaan en waar je je werk ook om vijf uur achter je kunt laten (waarbij ik het weer niet erg vind dat dat ook een keer kwart voor negen kan worden, als de beveiliging dat tenminste goed vindt).

En ik sta dus open voor dingen waar ik zelf van mijn leven nooit aan zou denken. Dat mag commercieel zijn, dat mag idealistisch zijn. Mijn enige voorwaarde is dat het goed betaalt en dat het om twee of zeker niet meer dan drie dagen in een week gaat. Ik heb namelijk nog wel wat anders te doen. Of juist daarom zou ik de scheiding van werk elders en werk thuis ook wel weer willen zien. Ik zoek werk om mezelf in de rest van de week te kunnen subsidiëren. Ik heb een aantal boeken in gedachten die ik wil schrijven – over de verzuiling, over hedendaagse moraal, over grondrechten en individuele rechten, over nieuwe wereldbeelden en seculariteit, over negentiende-eeuwse sociologie ook, om maar eens iets vreselijk hips te noemen – en dat lukt alleen als ik daar twee of drie dagen per week voor over houd. En het lukt beter als ik betaald werk en dat onbetaalde, maar uiteraard wel erg nuttige werk zou kunnen scheiden. Vandaar. Maar ik sta dus open voor allerlei ideeën.

-

Wat ik kan
Dat weet ik ook al niet. Ik doe in kennis en analyse en kennis is geen vast bezit. Een boek kun je in de kast zetten, maar je weet niet wat je weet. Dat weet je pas op het moment dat je er iets mee doet en de kennis gebruikt. Hooguit achteraf besef ik altijd dat ik ergens toch wel iets vanaf wist. Vooraf moet ik het altijd nog maar zien.

Ik heb ooit geschiedenis gestudeerd en daarom noem ik me maar historicus, maar alle geestes- en sociale wetenschappen hebben wel enigszins mijn belangstelling, terwijl ik op school qua aanleg meer een bètaleerling was. Geschiedenis is geen vak. Het gaat over alles, want alles gaat nu eenmaal voorbij. En ik heb ook filosofie gestudeerd, maar officieel nooit afgemaakt, al denk ik dat ik op dat gebied zeker zoveel gelezen en geschreven heb. Maar ook dat is geen vak. Ook filosofie gaat over alles, maar dan in meer systematische en helaas vaak ook warrige zin. En dan vooral over alles dat we niet met zekerheid weten. Filosofie raapt de restjes op die de wetenschap van tafel laat vallen. Of het leven, dat kan ook. En de kans dat je van te veel wijsgerige teksten lezen eerder minder kritisch wordt en allerlei flauwekul gelooft, is, vrees ik, ook groter dan dat je er helderder en beter van gaat denken. Maar ik hoop dat een beetje nuchter gebleven ben. Ik denk zelf van wel.

Maar ach, ik heb altijd de krant gelezen en daar steek je het meeste van op. En ik lees wel eens een boek over bestuursrecht of over economie. En ik lees wel eens literatuur of theologie of sociologie. Van alles weet ik wel wat, van niets erg veel. Ik denk trouwens dat ik beter rechten had kunnen studeren en dat die discipline me meer gelegen zou hebben. Ik kan, denk ik, wel vrij goed analyseren. Enerzijds, anderzijds, dit aspect, dat aspect, deze vraag, die vraag, dat ligt me wel. Ik heb een wat formalistisch temperament: argumenteren, redeneren. Ik geloof dat ik ook wel verstand van macht heb, juist omdat ik er zelf niet erg naar taal. Of anders gezegd: ik ben geen groot psycholoog, maar wel een redelijk socioloog. Ik denk soms een beetje te begrijpen hoe sociale processen werken, hoe interactie tussen mensen werkt, hoe de relatie tussen menselijk streven en menselijk handelen is. Zoiets.

Nou ja, praten kan ik wel. Ik heb zelfs Martin Ros wel eens onder tafel gekletst. Maar ik hoop dat ik al pratende ook redelijk kan analyseren. En schrijven kan ik soms een beetje. Ook dat kan ik het best als ik systematisch een probleem moet uitwerken. Vraagstelling, gegevens en dan maar eens kijken wat er al schrijvende en proberende uitkomt. Interviewen, drie kwartier lang, openbaar, heb ik ook altijd graag gedaan. Soms was het echt niet goed, soms liep het ook wel degelijk goed. Ik heb geleerd om zoiets zonder briefjes te doen. Paar punten in het hoofd, wat vragen, goed inlezen, maar twintig seconden voor aanvang nog niet weten wat de openingsvraag zal zijn. Dat blijkt vanzelf wel op het moment dat het gesprek begint. En als het goed is, wordt het ook een echt gesprek en sluit je volgende vraag dus aan op wat iemand net zei. Debatten leiden is ook wel leuk. In het dagelijks leven praat ik altijd te veel, maar bij interviews en debatten ben ik juist heel kort van stof. De stelregel is: probeer of je iets in twee zinnen kunt zeggen. En dan wijk je dus zo af en toe een keer uitvoerig daarvan af.

Mijn belangstelling ligt bij boeken, bij het intellectuele leven, meer bij non-fictie dan bij fictie en als het om literatuur gaat meer bij de traditie dan bij de laatste trend. En intellectuele onderwerpen dan wel het liefst in alledaagse taal uitgelegd, zoals je er met vrienden aan een cafétafel over praat. Dus niet zoals mensen in veel tv-programma’s praten, maar zoals ze in het echte leven praten. Kennis is heerlijk, maar vooral als het ingebed is in het dagelijks leven. Niets is zo leuk – en soms ook embarrassing – als aan een geïmmigreerde buurman op de tafel voor de snackbar te proberen uit te leggen waarom je bezig bent een dik Duits of Amerikaans werk met een theorie over gerechtigheid te doorgronden. Dan pas blijkt of je het ook echt snapt. Elke academicus weet wat natuurrecht is. Maar zit eens tegenover iemand die daar niets van weet en probeer dan eens uit te leggen wat het is. Probeer eens dingen uit te leggen aan mensen die niks hebben aan gemakzuchtige steekwoorden als de grot van Plato, of de leibniziaanse monade, of aan hegelianisme of neopositivisme. Dan moet je dus echt vanaf het begin beginnen. Het lukt me niet altijd, maar het geeft aan wat voor een soort dingen ik aardig vind.

O ja, en waar ik niet voor geschikt ben, dat is ondergeschiktheid. Voor bovengeschiktheid geldt trouwens hetzelfde. Natuurlijk moeten mensen dingen regelen en is het soms handig als er eentje is die daarvoor zorgt. Maar in een formalistische hiërarchie pas ik niet. Ik ga er vanuit dat mensen in een redelijke, machtsvrije dialoog – Habermas, denkt u nu, en terecht – met elkaar omgaan. Wat ik haat, is krampachtigheid: ja, dit is wel waar, we zijn het wel met je eens, maar je mag het niet tegen een andere afdeling zeggen. Of mannen in de vroege ochtend bij de koffieautomaat die boos zijn omdat iemand van een ander bedrijf in een interview in de krant heeft gezegd dat ‘wij’ iets fout doen. Terwijl hij best eens gelijk zou kunnen hebben. Kortom, ik wil wel mijn vrijheid behouden, maar sta open voor dialoog.

-

Wat ik wil
Dat weet ik dus wel en ik heb het al gezegd. Ik wil eindelijk boeken gaan schrijven. Maar daar betaalt niemand je voor. Ik heb de laatste tijd wel eens wat uitgeprobeerd en qua habitus ben ik een academicus pur sang, maar als je al jaren buiten de universiteit staat, kom je daar toch niet meer binnen. Ik zie dat ook bij vrienden: ze weten vaak meer, ze hebben betere boeken geschreven, maar als die niet in de academische kadertjes passen, dan worden ze niet eens uitgenodigd voor een gesprek. Het gaat niet om kennis en kunde, het gaat om de juiste papieren, of je lang genoeg in het juiste stramien meegelopen hebt, om het kunnen voldoen aan bepaalde cijfertjes: een Engelstalig boek dat geen hond leest en dat bij een obscure uitgeverij is verschenen, schijnt academisch soms ook hoger te scoren dan een filosofische bestseller waar half intellectueel Nederland over praat.

Maar het geeft niet. Ik wil dus eindelijk boeken gaan schrijven, sommige voor een breder publiek, maar sommige ook tamelijk specialistisch, waarbij ik blij zou zijn als de oplage 250 zou zijn en 46 lieden het van a tot z uit zouden willen lezen. Maar ik wil dus mezelf bekostigen. En juist daarom zoek ik werk dat heel anders is. In een eerder bestaan heb ik dat ook gemerkt: hoezeer afwisseling in een werkweek stimulerend werkt. Reizen vind ik trouwens heerlijk. Je mag mij bij wijze van spreken elke dag voor mijn werk naar Groningen of Maastricht, naar Enschede of Vlissingen sturen.

Nou ja, ik heb het toch maar een keer opgeschreven. Ik ga de komende weken even hard aan de slag. Ik moet nog een paar lange stukken schrijven en ik moet nog allerlei priegelwerk afmaken. Dus van mij zult u hopelijk niet veel horen. Maar ik beloof niets.

Mijn adres staat trouwens hier.

(36)

Tags: ,
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.456 other followers